RV Ontwerpverklaring van geen bedenkingen mestopslag Kaagweg Abbenes (2021.0000215).pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
Onderwerp
Portefeuillehouder Steller Collegevergadering
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen mestopslag Kaagweg Abbenes mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Manon Veen 9 februari 2021
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2021.0000215
1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor de mestopslag aan de Kaagweg in Abbenes. 2. Samenvatting
Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor de realisatie van een mestopslag aan de Kaagweg in Abbenes. Wij kunnen deze omgevingsvergunning slechts verlenen nadat de raad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebbem________________
Ontwerpverklaringvan geen bedenkingen mestopslag Kaagweg Abbenes
pagina 2
3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor de realisatie van een mestopslag aan de Kaagweg in Abbenes. De mestopslag aan de Hoofdweg Westzijde 481 in Hoofddorp wordt ontmanteld en gesaneerd. Het bassin wordt verwijderd. Op de locatie aan de Kaagweg wordt een nieuwe mestopslag gerealiseerd naast de al op het perceel aanwezige mestopslag. Dit deel van het perceel is tot nu toe onbebouwd. Wij kunnen deze omgevingsvergunning slechts verlenen nadat de raad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. Er kan geen gebruik worden gemaakt van de categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) is vereist volgens het raadsvoorstel 'Aanwijzen categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen vereist is (artikel 6.5 lid 3 Besluit omgevingsrecht)', raadsbesluit van 3 oktober 2019 (2019.0040560).
GevebMizkht
3.2 Wat gaan we daarvoor doen?
Aanvraag Aanvrager heeft een loonbedrijf en is gespecialiseerd in de aan- en afvoer van mest en mestverwerking. Als intermediair bemiddelen zij de aan- en afvoer van vaste en vloeibare meststoffen. In samenwerking met diverse partners helpen zij veehouders en akkerbouwers om mest op een zo gunstig mogelijke manier af en aan te voeren. Initiatiefnemer beschikt over twee mestopslagen binnen de gemeente Haarlemmermeer. Eén bassin is gelegen aan de Hoofdweg Westzijde 481 te Hoofddorp en de andere aan de Kaagweg te Abbenes. Het bassin aan de Hoofdweg Westzijde is om diverse redenen, waaronder vandalisme, dat een milieurisico oplevert, volgens aanvrager niet meer functioneel bruikbaar. Dit heeft er toe geleidt dat aanvrager een verzoek heeft ingediend bij de gemeente om het bassin aan de Hoofdweg Westzijde te saneren en de opslagcapaciteit te verplaatsen / samen te voegen door middel van een nieuwe opslagvoorziening, met het aanwezige bassin aan de Kaagweg. Het plan is goed onderbouwd en er is sprake van landschappelijke inpassing. De verplaatsing van de mestopslag is een wenselijke ontwikkeling. Bestemmingsplan toets Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid'. Voor het perceel geldt de bestemming 'Agrarisch' en de gebiedsaanduiding Luchtvaartverkeerzone - lib (luchthavenindelingbesluit)'.
Het project is in strijd met de gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan. Het mestbassin wordt buiten de aanduiding mestbassin geplaatst, deze ligt alleen op de reeds op het perceel aanwezige mestopslag. Goede ruimtelijke ordening Het plan is goed onderbouwd en er is sprake van landschappelijke inpassing. De verplaatsing van de mestopslag is een wenselijke ontwikkeling.
pagina 3
Ontwerpverklaringvan geen bedenkingen mestopslag Kaagweg Abbenes
Wettelijk kader Wij willen met toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verlenen. Dit is mogelijk indien het gevraagde niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Bovendien is in artikel 2.27, lid 1 van de Wabo geregeld dat de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend nadat de gemeenteraad heeft verklaard geen bedenkingen tegen het project te hebben. Op grond van artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) heeft de raad categorieën van gevallen aangewezen waarvoor geen verklaring nodig is. Geen van de categorieën is op dit geval van toepassing. Daarom is een verklaring van de raad nodig. De vvgb maakt onderdeel uit van de te verlenen omgevingsvergunning. Met dit raadsvoorstel wordt de ontwerpvvgb vastgesteld. Procedure De ontwerpvvgb wordt samen met het ontwerpbesluit omgevingsvergunning ter inzage gelegd. Zowel tegen de ontwerpvvgb als tegen het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning kunnen zienswijzen worden ingediend (artikel 3.11 Bor). Voor zover (mede) gericht tegen de ontwerpvvgb worden deze aan de raad toegezonden. De raad besluit vervolgens over afgifte van een vvgb onder afweging van de ingediende zienswijzen. 3.3 Wat mag het kosten?
Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Op grond van de Wabo is de raad bevoegd te besluiten omtrent een vvgb. De bevoegdheid om te besluiten omtrent een aanvraag omgevingsvergunning ligt bij ons college. 3.5 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?
De raad ontvangt de tegen het raadsbesluit ingediende zienswijzen. Daarna besluit de raad over de (definitieve) vvgb. Deze maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning.
4. Ondertekening
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, secretaris, de burgemeesterr
drs. Carel Brugman Bijlage(n): • Ruimtelijk advies • Ruimtelijke onderbouwing
urmans-Wijdëvën
FORMULIER BEOORDELING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING Naam steller cluster M.H. Veen Ruimte, Economie en Duurzaamheid (RED) Manager H. Poulssen/ R. Brussee Datum behandeling 16 december 2019, 26 oktober, 30 november en 14 december 2020 WRA Datum behandeling staf PRO Gegevens aanvraag Adres
AO 977 Kaagweg Abbenes
Cosa/Mozardnummer
9891275 - OLO-5118783
Uitgebreide of reguliere procedure? Inhoud aanvraag
uitgebreid De beoogde ontwikkeling ziet op het saneren / ontmantelen van het bestaande mestbassin aan de Hoofdweg Westzijde 481 te Hoofddorp en verplaatsing van de
capaciteit naar de Kaagweg. Op de oude locatie wordt het bassin verwijderd. Voor de locatie Kaagweg wordt voorzien in het vergroten van de functie-aanduiding ‘mestbassin’ voor het gehele perceel / plangebied ter grootte van in totaal 5.500 m2 . De bestaande functie-aanduiding ‘mestbassin’ omvat een oppervlakte van circa 3.000 m2 . De toevoeging, ter realisatie van betonnen silo’s voor dunne mest, omvat een grondoppervlakte van circa 2.500 m2 .
De ontwikkeling voorziet in het oprichten van een betonnen silo voor de opslag van meststoffen (vloeibaar) met een inhoud van 3.500 m3 . De opslag heeft een ‘goothoogte’ van circa 3,5 meter. De opslagvoorziening wordt verdiept geplaatst.
Voorgeschiedenis Toetsing aanvraag Strijdigheid bestemmingsplan
Het plan is op 16 december 2019 als initiatief behandeld in de wra.
Geldend bestemmingsplan: ‘Buitengebied Zuid’. Voor het perceel geldt de bestemming ‘Agrarisch’ en de gebiedsaanduiding Luchtvaartverkeerzone – lib’. Het project is in strijd met artikel 6.1 sub l, van de gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan. Het mestbassin wordt buiten de aanduiding mestbassin geplaatst, waardoor het in strijd is met de gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan.
Strijdigheid Provinciale omgevingsverordening 2020 Strijdigheid LIB, zoja welke zone (beperkingen benoemen) Kwetsbare of geluidsgevoelige functie? Aangewezen monument? In beschermd stads- of dorpsgezicht? Historisch gebruik locatie? Beleidstoets en ruimtelijke aspecten (indien van toepassing) Structuurvisie Ruimte voor ruimte Stedenbouw Landschap
-
nee
nee
nee nee Op het perceel is reeds een mestopslag aanwezig, de grond waar de nieuwe mestopslag gepland is is nu leeg.
n.v.t. Er was in eerste instantie geen sprake van landschappelijke inpassing. De locatie ligt aan Lisserweg, een polderlint. Rondom het mestbassin dient beplanting te worden aangebracht om deze aan het zicht te onttrekken. Dit is met aanvrager gecommuniceerd. Het beplantingsplan dat aanvrager heeft aangeleverd, van 7 december 2020, is akkoord.
Cultuurhistorie Economie Ringvaart- en ringdijkbeleid Duurzaamheid (bijv zonnepanelen) Externe veiligheid Verkeer en ontsluiting Parkeren Luchtkwaliteit Geluid Is akoestisch onderzoek nodig in het kader Wet geluidhinder en/of Activiteitenbesluit? Water
Flora en Fauna
Archeologie Milieu (bedrijven- en milieuzonering
-
Aandacht wordt gevraagd voor de uitspoeling nabij waterlopen. Er dient circa 5 meter afstand gehouden te worden. Water regelmatig af laten lopen of afsluiten. Dit voorkomt oppervlaktewatervervuiling. Er mogen geen putten in de buurt aanwezig zijn. Het komt vaak voor dat er afvoerputjes vlak voor de mestbassins of andere sleufsilo's/opslagplaatsen zijn aangelegd. Dit is niet per definitie direct "fout", want deze putjes kunnen ook naar een aparte kelder afstromen waar al het mestvocht/percolaatwater wordt opgevangen. Het plan dient aan het Hoogheemraadschap van Rijnland te worden voorgelegd voor een watertoets. Aanvrager heeft een quickscan laten uitvoeren. Er is literatuuronderzoek gedaan en er heeft een inventarisatie op de locatie plaatsgevonden. Uit de toetsing aan de Wet natuurbescherming blijkt dat bij uitvoering van de ingreep geen negatieve effecten van beschermde soorten te verwachten zijn. De aanvraag heeft betrekking op een bassin voor vloeibare mest/ drijfmest. Voor de huidige opslagvoorziening/ bassin is op 1 juli 2008 een melding gedaan in het kader van het Besluit mestbassins, die op 14 juli 2008 is geaccepteerd.
Op zich is de locatie in die zin gunstig dat de dichtstbijzijnde woning op circa 200 meter afstand ligt en er weinig woningen in de buurt staan. Geurhinder zal hierdoor minder snel optreden. De toevoeging van het mestbassin kan niet los gezien worden van het bestaande bassin. Ze moeten gezamenlijk beschouwd worden. In het bestemmingsplan Buitengebied Zuid heeft het bestaande bassin een aanduiding die een oppervlakte heeft van ongeveer 3.000 m2. Dat het bassin in werkelijkheid een kleiner oppervlak beslaat is daarbij niet relevant. Het daadwerkelijke oppervlak is gezien de luchtfoto op ruimtelijkeplannen.nl, zeker 1.500 m2. Het gezamenlijke oppervlak bedraagt dus meer dan 750 m2. Bij mestbassins voor drijfmest met een gezamenlijk oppervlak van meer dan 750 m2 of meer dan 2.500 m3 gelden niet meer de eisen uit het Activiteitenbesluit, maar is een omgevingsvergunning milieu nodig. PAS
Aangezien het hier om het uitbreiden van capaciteitsopslag van (mest)stoffen gaat is er sprake van stikstof. Om een oordeel te kunnen geven over het verzoek is een Aeriusberekening noodzakelijk. Verder kan niet uitgesloten worden dat naar aanleiding van de Aeriusberekening geconcludeerd wordt dat er een Passende Beoordeling nodig is. Dan geldt er automatisch ook een m.e.r.-plicht. Ten tijde van de behandeling in de Wra was de Aeriusberekening nog niet getoetst door de OD. De OD heeft de berekeningen ter toetsing voorliggen en aangegeven dat er een vergunningaanvraag ligt voor de Wet natuurbeheer bij de OD. Hierbij zijn ook de stikstofberekeningen betrokken, deze worden geheel betrokken bij de vergunningaanvraag die hierbij aanhaakt.
Overige (beleids)aspecten
Er dient een garantie te zijn dat de mestopslag op de huidige locatie verdwijnt als de nieuwe mestopslag beschikbaar is. Op de huidige plek is volgens aanvrager sprake van veel geuroverlast en vandalisme. Dat het gaat om een verplaatsing van een mestopslag naar een geschiktere locatie ligt ten grondslag aan dit advies.
Afwegingen en conclusies van de beleidstoets
Het plan is goed onderbouwd en er is sprake van landschappelijke inpassing. De verplaatsing van de mestopslag is een wenselijke ontwikkeling. Een positieve uitkomst van de beoordeling van de Aeriusrapporten blijft nodig voor de uiteindelijke vergunningverlening.
Procedures Vvgb van toepassing? Vormvrije m.e.r. nodig? Akoestisch onderzoek nodig? Hogere waardebesluit nodig? Ontheffing Wet natuurbeheer nodig? Afwijkingsbesluit Externe Veiligheid nodig? Verantwoording Externe Veiligheid nodig?
ja zie PAS nee nee zie PAS -
-
Overige afwegingen en conclusie
-
Ruimtelijk Advies Rekening houdend met het bovenstaande, er van uitgaande dat de mestopslag op de huidige locatie aan de Hoofdweg wordt verwijderd, wordt een positief advies gegeven.
Cumela Advies Nijverheidsstraat 13 3861 RJ NIJKERK Postbus 1156 3860 BD Nijkerk T (033) 247 49 40 E advies@cumela.nl I www.cumela.nl IBAN NL54 RABO 0364 2206 00 KvK 30147807 BTW NL 8066.22.404.B01
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Kaagweg / Lisserweg / Hoofdweg Westzijde
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Project
:
Verantwoording inzake afwijken van de regels van het vigerende bestemmingsplan (WABO-procedure) inzake het vergroten van het gebruiksvlak met de functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch – mestbassin voor de locatie Kaagweg / Lisserweg (ong.) te Abbenes
Projectcode Datum
: :
ORI 33074 juli 2020
Opdrachtgever/initiatiefnemer
:
Loonbedrijf J.M. van Vliet B.V
Gemeente
:
Haarlemmermeer
Uitvoering
:
Cumela Advies, Nijkerk
Status
:
definitief
Cumela Advies – Nijkerk
-3-
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Cumela Advies – Nijkerk
-4-
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................... 7 1.1 Aanleiding.................................................................................................................................................7 1.2 Ligging plangebied(en) .............................................................................................................................8 1.3 (Geldend) bestemmingsplan ....................................................................................................................9 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................................9 2 Bestaande - / beoogde ontwikkeling ................................................................................................. 10 2.1 Bestaande situatie ..................................................................................................................................10 2.2 Beoogde ontwikkeling ............................................................................................................................11 3 Beleidskader .....................................................................................................................................
14 3.1 Rijksbeleid...............................................................................................................................................14 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ..............................................................................................14 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ........................................................................14 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017.........................................................15 3.1.4 Nationaal Waterplan 2016 – 2021......................................................................................................15 3.2 Provinciaal beleid ...................................................................................................................................16 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 ..................................................................................................16 3.2.2 Provinciale ruimtelijke verordening (PRV)...........................................................................................16 3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................19 3.3.1 Bestemmingsplan Buitengebied Noord / Buitengebied Zuid
.............................................................19 3.4 Overig relevant ruimtelijk beleid ............................................................................................................19 3.4.1 Wet Milieubeheer / omgevingsvergunning milieu ..............................................................................19 4 PLANOLOGISCHE UITVOERINGSASPECTEN ......................................................................................... 20 4.1 Ruimtelijk ................................................................................................................................................20 4.1.1 Beeldkwaliteit / stedenbouwkundig....................................................................................................20 4.1.2 Landschappelijke inpassing .................................................................................................................21 4.2 Milieu ......................................................................................................................................................22 4.2.1 Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................................22 4.2.2 Geur
.....................................................................................................................................................22 4.2.3 Bodem .................................................................................................................................................23 4.2.4 Geluid / Mobiliteit ...............................................................................................................................23 4.2.5 Wet Natuurbescherming .....................................................................................................................24 4.2.6 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................................26
Cumela Advies – Nijkerk
-5-
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
4.2.7 Water...................................................................................................................................................27 4.2.8 Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................................28 4.2.9 Externe veiligheid ................................................................................................................................28 4.2.10 Milieu Effect Rapportage (MER).......................................................................................................29 4.2.11 Verkeer en parkeren ..........................................................................................................................30 5 UITVOERBAARHEID EN CONCLUSIE ...................................................................................................
31 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................................31 5.2 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................31 5.3 Conclusie .................................................................................................................................................31 BIJLAGEN ............................................................................................................................................. 33
Cumela Advies – Nijkerk
-6-
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
1 INLEIDING In deze paragraaf is de aanleiding voor de ruimtelijke onderbouwing, de ligging van het plangebied, de vigerende bestemming en een nadere leeswijzer opgenomen.
1.1 Aanleiding Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is bedoeld om het juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van een ruimtelijk initiatief. Tevens wordt onderbouwd of het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie, in dit geval het oprichten van een betonnen silo ten behoeve van mestopslag, nabij een reeds bestaand mestbassin, gelegen aan de Kaagweg (ong.) en ter vervanging van een bestaand mestbassin aan de Hoofdweg Westzijde 481 te Hoofddorp. Laatstgenoemd bassin ter grootte van 2.500 m3 wordt gesaneerd. Initiatiefnemer is bedrijfsmatig gevestigd aan de Oostkanaaldijk 32 te Ter Aar en exploiteert een loon- en mestdistributiebedrijf. Onderdeel van deze activiteiten is het distribueren van dierlijke meststoffen vanaf mestproductielocaties (veehouders) naar afzetgebieden (akkerbouwers / grondgebruikers). Aangezien het toepassen / aanwenden van meststoffen slechts een gedeelte van het jaar mogelijk is op basis van wetgeving is – tijdelijke – opslag een vereiste. Initiatiefnemer beschikt tot op heden over twee van dergelijke mestopslagen binnen de gemeente Haarlemmermeer. Één bassin is gelegen aan de Hoofdweg Westzijde 481 te Hoofddorp en de andere aan de Kaagweg (ong.) te Abbenes. Het bassin aan de Hoofdweg Westzijde is om diverse redenen, waaronder vandalisme en derhalve milieurisico e.d.
niet meer functioneel bruikbaar. Dit heeft er onder andere teogeleidt dat op 20 november jl. een verzoek is ingediend bij de gemeente Haarlemmermeer om het bassin aan de Hoofdweg Westzijde te saneren en de opslagcapaciteit te ‘verplaatsen’ in casu samen te voegen, via een nieuwe opslagvoorziening, met het aanwezige bassin aan de Kaagweg (ong.). Dit verzoek is behandeld in de werkgroep ruimtelijke advisering van de gemeente. Op 30 december 2019 is de positieve grondhouding, onder voorwaarden, kenbaar gemaakt. Het plangebied aan de Kaagweg (ong.) is gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Zuid c.q. reparatieplan Buitengebied Zuid (2015). Op grond van dit plan is de bestemming Agrarisch met de nadere aanduiding ‘mestbassin’ van toepassing. Het bestaande mestbassin is gelegen binnen deze aanduiding. De nieuwe- / beoogde opslagvoorziening wordt gelegen ten oosten van het bestaande bassin – buiten de aanduiding ‘mestbassin’. Het bestemmingsplan voorziet niet in een binnenplanse wijzigings- of afwijkingsbevoegdheid om de oppervlakte van de functieaanduiding ‘mestbassin’ te vergroten alsmede de bouw- en gebruiksregels aan te passen. Bouwtechnisch wordt voorzien in een ‘goothoogte’ van tenminste 3,5 meter en een hoogte van de kap van 8 meter. Het gebruik c.q.
de toepassing van de dierlijke meststoffen is ten behoeve van landbouwkundig gebruik voor grondeigenaren / agrariërs in de Haarlemmermeer. Initiatiefnemer beschikt niet over eigen landbouwgronden voor het toepassen van meststoffen. In navolging van het bepaalde in artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen burgemeester en wethouders afwijken (buitenplans) van het bepaalde in het vigerende bestemmingsplan. Via een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan (aanvraagnummer OLO 5118733) is het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer verzocht om medewerking te verlenen aan ‘afwijken van het bestemmingsplan’ (handelen in strijd met ruimtelijke regels), alsmede voor de activiteiten bouwen en milieu. Ter aanvulling op de aanvraag is door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied verzocht om een ruimtelijke onderbouwing.
Cumela Advies – Nijkerk
-7-
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op de betreffende voorwaarden en het provinciale beleid. Aangetoond wordt dat hieraan kan worden voldaan en dat derhalve de juridisch-planologische basis kan worden verkregen om de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied mogelijk te maken. De voorwaarde voor het planologisch medewerken aan het afwijken van het bestemmingsplan is mogelijk, behoudens: * vergunning wet natuurbescherming; * aandacht wateraspecten; Alhoewel beiden voorwaarden in deze onderbouwing aan de komen, zal voor de vergunning Wet natuurbescherming een afzonderlijke traject / procedure doorlopen worden.
1.2 Ligging plangebied(en) Het initiatief heeft betrekking op een tweetal bestaande locaties/percelen, te weten de locatie Hoofdweg Westzijde 481 te Hoofddorp waar een mestopslag <2.500 m3 is gelegen nabij een agrarisch bedrijf. De opslagvoorziening ligt op korte afstand van gevoelige objecten, zijnde 100 meter. Zie figuur 1 ter nadere duiding. Het andere deel van het plangebied betreft de opslaglocatie voor dierlijke meststoffen aan de Kaagweg / Lisserweg (ong.) te Abbenes, zie figuur 2. Het mestbassin heeft een inhoud <2.500 m3. Beiden locaties zijn gelegen binnen de gemeente Haarlemmermeer. De onderlinge afstand bedraagt circa 11,5 kilometer. Voorzien wordt in het opheffen van de locatie/voorziening aan de Hoofdweg Westzijde, middels het concreet verwijderen van het bassin alsmede de functieaanduiding ‘mestbassin’. Aan de Kaagweg wordt de reeds aanwezige aanduiding ‘mestbassin’ vergroot, zodat het oprichten van een “vervangende” opslagvoorziening in de vorm van een betonnen silo met een opslagcapaciteit van maximaal 3.500 m3 gerealiseerd kan worden. De totale opslagcapaciteit wijzigt derhalve van 5.000 m3 (2 locaties) naar 6.000 m3 op één locatie. In hoofdstuk 2 wordt een en ander nader toegelicht.
figuur 1: Verbeelding Hoofdweg 481
Cumela Advies – Nijkerk
figuur 2: Verbeelding Kaagweg (ong.)
-8-
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
1.3 (Geldend) bestemmingsplan De locatie Hoofdweg 481 te Hoofddorp is gelegen binnen het geldende bestemmingsplan Buitengebied Noord van de gemeente Haarlemmermeer (vastgesteld op 4 juli 2013). Het plangebied heeft de bestemming Agrarisch, ex. artikel 3, met de specifieke functieaanduiding ‘mestbassin’. Daarnaast zijn een tweetal gebiedaanduidingen van toepassing, zijnde geluidzone – industrie en luchtvaartverkeerzone- lib. Het plangebied Kaagweg is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Zuid (vastgesteld op 4 juli 2013) alsmede het reperatieplan Buitengebied Zuid van 19 maart 2015. Laatstgenoemd plan voorziet specifiek in het planologisch vastleggen van de bestaande situatie / rechten middels de opname van de aanduiding ‘mestbassin’. Vanwege de ligging nabij luchthaven Schiphol geldt ook hier de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone-lib’. Binnen de enkelbestemming Agrarisch, ex. artikel 3, is geen rechtstreekse bevoegdheid opgenomen om de functieaanduiding ‘mestbassin’ te vergroten in casu te voorzien in de beoogde ontwikkeling. Op 15 mei 2020 is een omgevingsvergunning voor onder andere het wijzigen van het plangebied aan de Kaagweg / Lisserweg ingediend. Via onderhavige onderbouwing is een verantwoording opgenomen, waarmee de ontwikkeling wordt verantwoord.
1.4 Leeswijzer In deze ruimtelijke onderbouwing wordt de ruimtelijke inpasbaarheid c.q. goede ruimtelijke ordening gemotiveerd en verantwoord. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving opgenomen van de activiteiten van het bestaande – en beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid – voor zover relevant – behandeld. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in de milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor de onderhavige bestemmingswijziging. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid en conclusie van dit plan.
Cumela Advies – Nijkerk
-9-
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
2 Bestaande - / beoogde ontwikkeling In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de bestaande situatie van de opslagvoorzieningen aan de Hoofdweg Westzijde 481 te Hoofddorp en de Kaagweg / Lisserweg te Abbenes. Tevens wordt de beoogde ontwikkeling toegelicht.
2.1 Bestaande situatie - Hoofdweg 481 te Hoofddorp De opslagvoorziening ligt aan de Hoofdweg 481 nabij een (voormalig) agrarisch bedrijf ten noorden van Hoofddorp (circa 1 kilometer van bebouwde kom), ten westen van de rijksweg A5 én nagenoeg in het verlengde van de start/landingsbaan van vliegveld Schiphol, zie figuur 3.
figuur 3: ligging opslag mestbassin aan de Hoofdweg 481 te Hoofddorp Het opslagbassin heeft een inhoud van circa 2.450 m3 en ligt op nabije afstand van gevoelige woonobjecten. Het gebruik van het bassin is niet doelmatig en functioneel, vanwege bereikbaarheid / logistiek, vandalisme (het bassin wordt met regelmaat vernield / stukgesneden) en geurinvloeden.
Cumela Advies – Nijkerk
- 10 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
- Kaagweg Dit deel van het plangebied ligt in het middelpunt tussen de dorpskernen Abbenes (ca. 2,5 km), Nieuw-Vennep (ca. 3,0 km), Leimuiden (ca. 2,5 km) en Oude/Nieuwe Wetering (ca. 2,5 km), zie figuur 1, en meer specifiek in de ‘oksel’ van de snijlijn tussen de rijksweg A44 en de Hogesnelheidslijn (zie figuur 4).
figuur 4: Luchtfoto locatie Kaagweg Het terrein c.q. perceel waarop het mestbassin (inhoud circa 2.450 m3 / oppervlakte 860 m2) is gesitueerd op he voormalige opslag-/werkterrein ten behoeve van de hogesnelheidslijn/reconstructie rijksweg A4. Het bassin ligt op een afzonderlijke deel van het agrarisch gebied. Het terrein is via een eigen / afzonderlijke ontsluiting bereikbaar. Voor nadere details, foto’s en bijlagen wordt volstaan met een verwijzing naar de tekeningen en bijlagen behorend bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de diverse activiteiten van 15 mei 2020.
2.2 Beoogde ontwikkeling De beoogde ontwikkeling ziet op het saneren / ontmantelen van het bestaande mestbassin aan de Hoofdweg Westzijde 481 te Hoofddorp. Dit betreft het fysiek verwijderen van het bassin alsmede het verwijderen van de functieaanduiding ‘mestbassin’ op de betreffende Verbeelding behorend bij het bestemmingsplan Buitengebied Noord. De oppervlakte van de functie-aanduiding bedraagt circa 1.500 m2. Voor de locatie Kaagweg wordt voorzien in het vergroten van de functie-aanduiding ‘mestbassin’ voor het gehele perceel / plangebied ter grootte van in totaal 5.500 m2. De bestaande functie-aanduiding ‘mestbassin’ omvat een oppervlakte van circa 3.000 m2. De toevoeging, ter realisatie van een betonnen silo’s voor dunne mest, omvat een grondoppervlakte van circa 2.500 m2. In figuur 5 is e.e.a. ter illustratie nader weergegeven.
Cumela Advies – Nijkerk
- 11 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
De ontwikkeling voorziet in het oprichten van een betonnen silo voor de opslag van meststoffen (vloeibaar) met een inhoud van 3.500 m3. De opslag heeft een ‘goothoogte’ van circa 3,5 meter. De opslagvoorziening wordt verdiept geplaatst. Voor details wordt verwezen naar het onderdeel ‘bouw’ behorend bij de betreffende aanvraag. De planregels van het bestemmingsplan worden aangepast door een specifieke aanduiding van de bouwhoogte alsmede de gebruiksregels. De maximale bouwhoogte is 8,5 meter. De gebruiksregels voorzien in het gebruik van de betreffende opslagen ten behoeve van opslag van dunne mest van / voor derden. In figuur 6 is een situatietekening opgenomen van de huidige- en beoogde inrichting van het plangebied.
figuur 5: Bestaande – en nieuwe functieaanduiding ‘mestbassin’ (Kaagweg)
Cumela Advies – Nijkerk
- 12 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
figuur 6: Weergave bestaande- en beoogde inrichting c.q. opslagvoorzieningen
Cumela Advies – Nijkerk
- 13 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk is het relevante ruimtelijk beleid opgenomen.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vormt de nieuwe, overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. De SVIR ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ is op 13 maart 2012 vastgesteld. In de SVIR is de inhoud van een groot aantal beleidsstukken, waaronder de Nota Ruimte en diverse planologische kernbeslissingen, opgenomen. De Nota Ruimte heeft vier algemene doelen: versterken van de economie, krachtige steden en een vitaal platteland, waarborging van waardevolle groengebieden en veiligheid. Op het gebied van verstedelijking zet de Nota Ruimte in op een voortzetting van het bundelingsprincipe. Bundeling draagt bij aan economische schaalvoordelen, benutting van (overheids)investeringen in voorzieningen (zoals die in infrastructuur), versterkt het draagvlak voor diverse stedelijke voorzieningen en beperkt de druk op het landelijk gebied. Bundeling van verstedelijking en economische activiteit betekent dat nieuwe bebouwing voor deze functies grotendeels geconcentreerd wordt gelokaliseerd. Dat wil zeggen zoveel mogelijk in het bestaand bebouwd gebied, aansluitend op de bestaande bebouwing. De Nota Ruimte streeft daarmee naar een optimale benutting van het bebouwd gebied.
Intensief ruimtegebruik door middel van bijvoorbeeld hoogbouw en ondergronds bouwen speelt daarbij een rol. Revitalisering, herstructurering en transformatie is cruciaal om deze ruimtelijke doelen van de Nota Ruimte te kunnen bereiken. Dat geldt eveneens voor een zorgvuldig beheer van het bestaand stedelijk gebied. De Nota Ruimte gaat in haar sturingsfilosofie uit van een vergaande mate van beleidsdecentralisatie. Dat wil zeggen dat het provinciaal beleidskader de komende jaren steeds meer richtinggevend zal zijn. Het rijksbeleid zoals opgenomen in de (ontwerp) SVIR richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Alleen in de stedelijke regio’s rond de mainports Amsterdam en Rotterdam maakt het Rijk afspraken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking.
Deze nationale belangen en doelen hebben echter een dusdanig hoog abstractieniveau dat deze niet van toepassing zijn op voorliggend initiatief aan de Kaagweg / Lisserweg of Hoofdweg Westzijde te Hoofddorp. De Structuurvisie is niet van belang voor voorliggend initiatief. Conclusie: Voor het plangebied zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.
Cumela Advies – Nijkerk
- 14 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Met het Barro maakt het Rijk pro-actief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In een bestemmingsplan of wijzigingsplan voor het landelijk gebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden) en de kust en kustbescherming. Conclusie: Het plangebied ligt niet nabij de kust, zodat er geen sprake is van kustbescherming. De beleidsregels vanuit het Barro zijn niet aan de orde voor onderhavig plan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op. Deze ‘ladder’ is per 1 juli 2017 gewijzigd in die zin dat het doel van de ladder is teruggebracht naar de essentie, te weten aan te geven dat de noodzaak van een voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte (plus motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd). Concreet betekent dit dat het onderzoek naar het 'actuele' en 'regionale' aspect van de behoefte en zogenaamde ‘trede 3’ van de ladder zijn komen te vervallen.
Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Doel van de ladder is en blijft een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder moet worden toegepast als er sprake is van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. Met dit initiatiefnemer is geen sprake een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling c.q. wordt invulling gegeven aan het voorzien in herstructurering van reeds bestaande voorzieningen, welke geconcentreerd worden op één locatie, en waarbij de opslagcapaciteit enigszins toeneemt. Het aanpassen van de functieaanduiding ‘mestbassin’ (en het verwijderen op de locatie Hoofdweg) is niet aan de merken als een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. De opslagmogelijkheden voor dierlijke meststoffen is op grond van de Meststoffenwet alsmede ten behoeve van landbouwkundig doelmatig en verantwoord gebruik in / binnen de Haarlemmermeer verantwoord. Een nadere toetsing aan de Ladder is niet aan de orde. Conclusie: De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is niet verder van toepassing op onderhavige ontwikkeling. 3.1.4 Nationaal Waterplan 2016 – 2021 Het Nationaal Waterplan wordt vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken.
In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). De looptijd van het Nationaal Waterplan 2016-2021 is van 22 december 2015 tot 22 december 2021. Het Nationaal Waterplan (en alle andere plannen op grond van de Waterwet) worden elke zes jaar herzien. Het Nationaal Waterplan bestaat uit een thematische uitwerking en een gebiedsuitwerking. Thema's die behandeld worden zijn: waterveiligheid, watertekort en zoetwatervoorziening, wateroverlast, waterkwaliteit en gebruik van water. Gebiedsuitwerkingen zijn er voor de kust, rivieren, IJsselmeergebied, zuidwestelijke Delta, Randstad, Noordzee, Noord-Nederland en de Waddenzee, hoog Nederland en het stedelijk gebied. Conclusie: Voor de uitvoering van dit plan i.c. het onderdeel ‘water’ wordt verwezen naar paragraaf 4.2.6 van deze onderbouwing. Door rekening te houden met het aspect Water wordt voldaan aan het Nationaal Waterplan.
Cumela Advies – Nijkerk
- 15 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 19 november 2018 de 'Omgevingsvisie Noord-Holland 2050’ vastgesteld. De visie op de fysieke leefomgeving is hierin beschreven. De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 bevat het provinciaal ruimtelijk beleid. De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die gemaakt worden. Bij de aanpak om ambities waar te maken, geldt het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Om de doelen te bereiken worden alle beschikbare instrumenten benut. Vanuit een groot vertrouwen in initiatiefnemers en andere overheden is de provincie terughoudend met het opstellen van regels.
Een aantal belangrijke thema’s zijn: Gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie Natuur en biodiversiteit: natuurinclusief Ontwikkelen Duurzame en vernieuwende economie Toekomstbestendige landbouw in Noord-Holland Klimaatadaptatie Energietransitie Ontwikkeling van stad en land Metropoolregio Amsterdam: dynamiek in balans houden Noord-Holland Noord: ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040. Bij de omgevingsvisie behoort een omgevingsverordening. Deze verordening bevindt zich thans in de ontwerpfase en heeft tot medio mei 2020 ter inzage gelegen. Naar verwachting wordt deze visie eind 2020 vastgesteld. Conclusie: Dit initiatief waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het ontwikkelen en in standhouden van een toekomstbestendige landbouw en het ontwikkeling van de kwaliteit van het gebied is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 3.2.2 Provinciale ruimtelijke verordening (PRV) De Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 is nog in ontwikkeling c.q. nog niet vastgesteld. Dienaangaande worden in deze paragraaf de relevante regels van de vigerende verordening nader uiteen gezet. Bij een structuurvisie hoort een Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). In de PRV zijn de regels waaraan ruimtelijke plannen in NoordHolland moeten voldoen opgenomen.
Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de PRV regelmatig aangepast. De laatste wijziging is op 27 mei 2019 vastgesteld in relatie tot een verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen. Deze geconsolideerde versie van de PRV is op 7 juni 2019 in werking getreden. Het realiseren c.q. ‘verplaatsen’ van solitair gelegen mestopslagvoorzieningen is geen onderdeel welke specifiek in het provinciaal ruimtelijk beleid is opgenomen.
Cumela Advies – Nijkerk
- 16 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Desalniettemin wordt onderstaand op een aantal relevant geachte artikelen uit de PRV in relatie tot onderhavige ontwikkeling ingegaan, te weten de artikelen: 5a / 5c Nieuwe stedelijke ontwikkeling / kleinschalige ontwikkeling; 15 (Ruimtelijke kwaliteit); De relevante tekst van artikel 5a en 5c voor dit initiatief luidt als volgt: Artikel 5a: Nieuwe stedelijke ontwikkeling 1 Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2 Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Artikel 5c Kleinschalige ontwikkeling 1. Een bestemmingsplan maakt een kleinschalige ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied uitsluitend mogelijk binnen een bestaand bouwblok dat al voorziet in een stedelijke functie. Het aantal burgerwoningen mag hierbij niet toenemen. 2. …. 3. …. 4. ….. 5. Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing. Allereerst is van belang om na te gaan of er bij voorliggend initiatief sprake is van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling of dat er feitelijk gezien sprake is van een wijziging van de bestemming zonder dat de bouwmogelijkheden en milieucategorie wordt gewijzigd (in negatieve zin).
Op basis van het geldende bestemmingsplan is sprake van een bestemming Agrarisch met – voor beiden locaties – de aanduiding ‘mestbassin’ op grond waarvan de opslag van dunne mest toegestaan is. De opslagen worden al vele jaren gebruikt voor het tijdelijk opslaan / bufferen van meststoffen, welke – na opslag – toegepast worden voor de landbouwkundige behoefte van akkerbouw-/landbouwgronden in de omgeving. In de beoogde situatie is er sprake van het verwijderen van de aanduiding ‘mestbassin’ voor de locatie Hoofdweg 481, ter grootte van circa 1.500 m2 enerzijds en het vergroten van de aanduiding ‘mestbassin’ voor het perceel Kaagweg (ong.) met circa 2.500 m2 anderzijds. Daarbij worden de bouw- en gebruiksregels aangepast zodat het oprichten van een betonnen silo (bouwwerk, geen gebouw zijnde) voor opslag van meststoffen ten behoeve van toepassing bij agrariërs mogelijk blijft c.q. wordt. Er is geen sprake van uitbreiding van het bestemmingsvlak of toename aan bebouwing. Er is sprake van een wijziging van de feitelijke oppervlakte van de aanduiding ‘mestbassin’. Het oprichten van de silo betreft een bouwwerk, geen gebouw zijnde.
Dit initiatief mag worden aangemerkt als een zogeheten kleinschalige ontwikkeling, dat wil zeggen nieuwe bebouwing voor stedelijke functies die gelet op de kleinschaligheid en beperkte ruimtelijke gevolgen niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening (zie ook artikel 2 (begripsbepalingen), onder y, van de PRV. Er is sprake van een “verplaatsing / samenvoeging van bestaande functies’, waarbij geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd, zodat zelfs van de benadering ‘kleinschalige toepassing’ geen sprake is. Van (toename van) burgerwoningen is geen sprake, zodat aan dit vereiste wordt voldaan. Op grond van het bepaalde in artikel 5c, lid 1, is een kleine stedelijke ontwikkeling c.q. dit initiatief mogelijk, mits ook aan de andere voorwaarden wordt voldaan. De overige voorwaarden van artikel 5c zijn niet van toepassing of er wordt aan voldaan. > Lid 2 gaat over bouwen buiten een bestaande bouwvlak (is niet aan de orde); > Lid 3 geeft de mogelijkheid een stedelijke ontwikkeling te realiseren indien dit conform de PRV mogelijk is; > Lid 4 ziet op realiseren van woningen (is niet aan de orde).
Cumela Advies – Nijkerk
- 17 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Er wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 5c. Op basis van artikel 5c, lid 5 wordt verwezen naar artikel 15. Onderstaand een weergave van artikel 15 van de verordening. Artikel 15 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1. Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 2. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, indien gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a rekening wordt gehouden met: i de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble, en; ii de ambities en ontwikkelprincipes van de toepasselijke provinciale structuren, en; b hierbij wordt betrokken: i de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes, en; ii de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble, en; iii de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van de toepasselijke provinciale structuren. 3. 4.
De toelichting van een bestemmingsplan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. Gedeputeerde Staten kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) om advies vragen over ontwikkelingen die een grote impact kunnen hebben op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden of indien wordt afgeweken van de ontwikkelprincipes als bedoeld in het tweede lid onder a.
Er was reeds geconcludeerd dat er geen sprake is van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling, maar dat kan worden aangesloten bij een zogenaamde ‘kleinschalige ontwikkeling’. Uiteraard is ook dan het aspect ruimtelijke kwaliteit wel van belang, immers het kan niet zo zijn dat, als er sprake is van een ‘kleinschalige ontwikkeling’, er dan geen sprake mag zijn van (toename van de) ruimtelijke kwaliteit. Het huidige bassin aan de Kaagweg ligt in ‘de oksel’ van de rijksweg A44 en de HSL , welke beiden op dit gedeelte een verhoogde ligging hebben ten opzichte van het maaiveld. Het mestbassin valt hier door al grotendeels weg. De nieuwe mestopslagvoorziening zal vanwege de betonnen constructie ene andere uitstraling krijgen, maar past in de structuur en het landelijk gebied (mede gezien het beoogde gebruik). De gronden rondom de opslagen zijn voorzien van gras. Gezien de openheid van het gebied en de landschappelijke structuur is specifieke verdichting met groenstroken of beplanting niet aan de orde. Juist vanwege de wegenstructuur (op-/afritten van A44) en doorgaand verkeer over de Lisserweg respectievelijk Kaagweg is openheid evident. Zie voor een nadere weergave van de bestaande situatie, paragraaf 4.1.1 en 4.1.2, respectievelijk de zie foto’s in figuur 7 en 8 en de bijlagen welke behoren bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het onderdeel ‘bouw’.
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (Leidraad) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. De Leidraad is verankerd in artikel 15 (zie hiervoor). Doordat sprake is van hergebruik / ontwikkeling binnen / nabij een bestaand gebruiksvlak waarbij het terrein rondom reeds landschappelijk is ingepast en met inachtneming van de kwaliteit en structuur ter plaatse is een nadere landschappelijke inpassing niet aan de orde. Met de uitganspunten van de Leidraad is derhalve afdoende rekening gehouden.
Cumela Advies – Nijkerk
- 18 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Conclusie: Op grond van de PRV is het initiatief / de ruimtelijke ontwikkeling aan te merken als ‘een kleinschalige ruimtelijke ontwikkeling’ (of zelfs minder), gerelateerd aan de ruimtelijke impact. Eveneens is afdoende rekening gehouden met het bepaalde in artikel 15 van de PRV inzake ruimtelijke kwaliteit. De provinciale belangen zoals opgenomen in de PRV en in het bijzonder het bepaalde in artikel 5a / 5c en 15 zijn derhalve niet in het geding.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Bestemmingsplan Buitengebied Noord / Buitengebied Zuid De locatie Hoofdweg 481 te Hoofddorp is gelegen binnen het geldende bestemmingsplan Buitengebied Noord van de gemeente Haarlemmermeer (vastgesteld op 4 juli 2013). Het plangebied heeft de bestemming Agrarisch, ex. artikel 3, met de specifieke functieaanduiding ‘mestbassin’. Daarnaast zijn een tweetal gebiedaanduidingen van toepassing, zijnde geluidzone – industrie en luchtvaartverkeerzone- lib. Het plangebied Kaagweg is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Zuid (vastgesteld op 4 juli 2013) alsmede het reperatieplan Buitengebied Zuid van 19 maart 2015. Laatstgenoemd plan voorziet specifiek in het planologisch vastleggen van de bestaande situatie / rechten middels de opname van de aanduiding ‘mestbassin’. Vanwege de ligging nabij luchthaven Schiphol geldt ook hier de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone-lib’. Binnen de enkelbestemming Agrarisch, ex. artikel 3, is geen rechtstreekse bevoegdheid opgenomen om de functieaanduiding ‘mestbassin’ te vergroten in casu te voorzien in de beoogde ontwikkeling. Op 15 mei 2020 is een omgevingsvergunning voor onder andere het wijzigen van het plangebied aan de Kaagweg / Lisserweg ingediend. Via onderhavige onderbouwing is een verantwoording opgenomen, waarmee de ontwikkeling wordt verantwoord.
Conclusie: Voor de afwijking van het bestemmingsplan wordt een afzonderlijke ruimtelijke procedure gevolgd.
3.4 Overig relevant ruimtelijk beleid Naast het provinciale - en het gemeentelijke beleid dient rekening gehouden te worden met de nationale - en Europese regelgeving betreffende het plangebied. Hierbij hebben de volgende wetten of richtlijnen een relatie met de projectlocatie: de Wet Natuurbeschermingswet (w.o Flora – en Faunawet), de Kaderrichtlijn Water, Wet-/besluit ruimtelijke ordening, Wet geluidhinder, Wet Milieubeheer en dergelijke. De planologische gevolgen van de hiervoor genoemde regelgeving zijn in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. 3.4.1 Wet Milieubeheer / omgevingsvergunning milieu Voor de bestaande bassins was tot op heden het Besluit mestbassins (thans Activiteitenbesluit) van toepassing conform feitelijke meldingen en de inhoudsmaat (kuubs). Aangezien de ontwikkeling thans voorziet in één opslaglocatie met een totale opslagcapaciteit groter als 2.500 m3 (totaal is 6.000 m3) - en een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 750 m2 - is een omgevingsvergunning milieu een vereiste. Onderdeel van onderhavige aanvraag omgevingsvergunning betreft ook de activiteit ‘milieu’ om in de milieutechnische aspecten te voorzien.
Cumela Advies – Nijkerk
- 19 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
4 PLANOLOGISCHE UITVOERINGSASPECTEN Het afwijken van de planregels gerelateerd aan de bestemming Agrarisch met de functie-aanduiding mestbassin ten behoeve van de bouw- en gebruiksregels c.q. het vergroten van de aanduiding ‘mestbassin’ (gebruiksmogelijkheden en bouwhoogte) aan de Kaagweg (ong.) te Abbenes heeft een directe relatie tot de ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de effecten van het beoogde plan nader aan de orde gesteld.
4.1 Ruimtelijk Vanuit planologisch oogpunt, rekening houdend met het provinciale en gemeentelijk beleid, én de toetsingscriteria aangaande een goede ruimtelijke onderbouwing is onderstaand een aantal van belang zijnde aspecten uitgewerkt. 4.1.1 Beeldkwaliteit / stedenbouwkundig De beleidsuitgangspunten betreffende beeldkwaliteit en kenmerken voor het gebied zijn in hoofdzaak omschreven in (de Toelichting) bij het bestemmingsplan Buitengebied Zuid 2013. De verwijdering van het bassin / functie-aanduiding aan de Hoofdweg Westzijde 481 leidt per definitie tot een verbetering van de ruimtelijke-, landschappelijke en milieutechnische kwaliteit. Door onderhavige aanvraag / initiatief wordt afgeweken van vigerende bestemmingsplan door het vergroten van de gebruiksruimte voor mestopslag qua oppervlakte en bouwhoogte (bouwwerken geen gebouw zijde) in het landelijk gebied. De uitbreiding / wijziging vindt plaats achter/ nabij (ten oosten) van het reeds aanwezige bassin (bouwwerk, geen gebouw zijnde) met een hoogte van circa 2,5 meter. De nieuwe opslag heeft, vanwege een verdiepte plaatsing van 1,5 meter onder maaiveld, een goot/wandhoogte van circa 3,5 meter. De kaphoogte bedraagt circa 8 meter. Op grond van de vigerende bouwregels van artikel 2.5, onder a, is voor bouwwerken, geen gebouw zijnde een bouwhoogte voor silo’s tot 15 meter toelaatbaar.
De bouwhoogte van een mestbassin ten behoeve van opslag van bedrijfseigen mest mag qua bouwhoogte niet meer bedragen dan 5 meter (artikel 2.5, onder d). Voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt een hoogte van maximaal 6 meter. In dit geval is formeel geens sprake van een mestbassin zoals gedefinieerd in de bouwtechnische richtlijnen mestbassin. Daarnaast is geen sprake van opslag van ‘bedrijfseigen’ meststoffen. Dienaangaande wordt, mede nu initiatiefnemer, op voorhand ook voornemens is om de opslagvoorziening ‘verdiept’ aan te leggen en daarmee ook reeds de bouwhoogte te beperken, een afwijkende bouwhoogte van 8,0 meter als aanvaardbaar geacht. Tevens wordt de opslagvoorziening gesitueerd in / tegen de achtergrond van de reeds verhoogde infrastructurele werken zoals de rijksweg A4 en de HSL. Van een onevenredige aantasting van stedenbouwkundige aspecten is derhalve geen sprake. De bebouwing en gebruik van de gronden is primair bedoeld voor opslag van producten voor landbouwkundige-/ agrarische toepassing en passen c.q. behoren thuis in het gebied. Het plan voorziet in een meer doelmatig gebruik van opslag van dierlijke meststoffen op een locatie binnen en voor de Haarlemmermeer. Mede met in achtneming van de ontmanteling van het bassin aan de Hoofdweg 481 is sprake van een verbetering i.c. bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit.
Van onevenredige aantasting van de beeldkwaliteit of kenmerken van het gebied is geen sprake (zie ook hoofdstuk 3).
Cumela Advies – Nijkerk
- 20 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
figuur 7: Plangebied vanaf ‘oostzijde’ / op voorgrond HSL
figuur 8: Plangebied vanaf ‘zuidzijde’
Let op: de toegangsweg welke op de voorgrond van de foto in figuur 8 zichtbaar is, is enkele jaren terug reeds verwijderd. De foto is dienaangaande gedateerd. De betreffende weg is echter weer ingericht als landbouwgrond waarmee een bijdrage is geleverd aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit én afname van oppervlakteverharding. De bestaande situering en wijze van ontsluiting is in figuur 6 opgenomen. 4.1.2 Landschappelijke inpassing Het plangebied aan de Kaagweg is gelegen in een gebied met in hoofdzaak landbouwgronden en ligt ‘in de oksel’ van de nabij gelegen infrastructurele voorzieningen, welke door het landschap ‘snijden’. Deze voorzieningen ‘steken’ hoog boven het landschap uit (zie figuur 9). De nieuwe opslagvoorziening wordt gesitueerd achter het bassin zodat deze, vanuit westelijke richting wegvalt ten opzichte van de HSL. Relevant is tevens om waar mogelijk de openheid, mede gezien de diverse verkeersroutes welke aan de noord en westzijde van de voorzieningen plaatsvinden, zoveel als mogelijk open te houden. Dit past ook bij de openheid en structuur van het landschap.
figuur 9: rechts bestaand bassin; nieuwe opslag komt ‘erachter’ / zie openheid van gebied
Cumela Advies – Nijkerk
- 21 -
juli 2020
Ruimtelijke onderbouwing – Ontwikkeling Kaagweg/Lisserweg (ong.) - Abbenes
Toename of uitbreiding van de landschappelijke inpassing is derhalve niet aan de orde.
4.2 Milieu Naast de planologische aspecten dient eveneens rekening te worden gehouden met de milieuhygiënische aspecten. De meest relevante aspecten voor onderhavig project zijn uitgewerkt. 4.2.1 Bedrijven en milieuzonering Een belangrijke factor voor het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving is een juiste afstemming tussen bedrijvigheid, wonen, recreëren en natuur. In de ruimtelijke ordening wordt daarom rekening gehouden met de milieuhinder van bedrijven/activiteiten ten opzichte van milieugevoelige functies. Op grond van de milieuwetgeving moet bij een mestbassin c.q. mestopslagen met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 750 m2 een richtafstand van 200 meter aangehouden worden (VNG Brochure 2009). De afstand tot de dichtstbijzijnde gevoelige woning/object is een (bedrijfs-)woning aan de Lisserweg/Rijnlanderweg ( andere zijde A44) welke gelegen is op een afstand van 200 meter. De afstand tot grotere woningconcentraties bedraagt tenminste 2,5 kilometer (zie paragraaf 2.1). De meest kritische factor inzake het relevante milieuaspect betreft ‘geur’. Op basis van feitelijk onderzoek, zie paragraaf 4.2.2, blijkt dat qua geurnorm voldaan wordt aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie: Op grond van het aspect ‘milieuzonering’ is er sprake van een bestaande situatie met een uitbreiding in oostelijke richting.