CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Financiële verordening Haarlemmermeer 2021.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 20 mei 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 2 (Heijezaal): 19.30 - 20.30 uur Financiële verordening Haarlemmermeer 2021 (2021.0000692)11.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel

Onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

Financiële verordening Haarlemmermeer 2021 drs. Jurgen Nobel Conny Mensen 30 maart 2021

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021.0000629 1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. de Financiële verordening Haarlemmermeer 2021 vast te stellen; 2. het instellen en opheffen van voorzieningen te mandateren aan het college; 3. in te stemmen met het vaststellen van het grensbedrag op € 200.000 voor de financiële analyses in de programmabegroting en de jaarstukken; 4. in te stemmen met de wijzigingen per artikel zoals opgenomen in bijgevoegde tabel. 2. Samenvatting

De gemeenteraad legt met de financiële verordening de kaders vast voor de financiële aangelegenheden binnen de gemeente Haarlemmermeer, voor zover daar beleidsvrijheid voor geldt binnen de wet- en regelgeving. De financiële verordening is een zogenoemde kapstokverordening waarbij de gemeenteraad in de verordening op hoofdlijnen kaders stelt. De uitwerking van de kaders gebeurt in beleidsnotities, bijvoorbeeld over het Activabeleid of Garantiebeleid. De financiële verordening wordt ook wel de 'Verordening artikel 212' genoemd, een verwijzing naar het artikel in de Gemeentewet dat deze verordening verplicht stelt. De gemeente moet beschikken over een actuele financiële verordening. De huidige verordening is in 2016 vastgesteld en moet worden aangepast naar aanleiding van nieuwe wet- en regelgeving en afspraken met de raad die zijn vastgelegd in verschillende beleidsnotities op het gebied van de financiële regelgeving. 3. Uitwerking

3.1 Wat willen we bereiken? Wij willen een financiële verordening die geactualiseerd is op basis van nieuwe wet- en regelgeving en afspraken met de raad die zijn vastgelegd in verschillende beleidsnotities op het gebied van de financiële regelgeving.

pagina 2

Financiële verordening Flaarlemmermeer 2021

3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Met de nu voorliggende financiële verordening beschikt de gemeente weer over een actueel kader voor het beheer van de gemeentelijke financiën. Het concept van de Financiële verordening Haarlemmermeer 2021 is toegezonden aan de auditcommissie. Een aantal wijzigingen wordt hieronder extra toegelicht. Artikel 11 Reserves en voorzieningen De vorming en opheffing van een voorziening is, evenals de vorming en opheffing van reserves, voorbehouden aan de gemeenteraad. In de praktijk heeft de raad bij het vaststellen van voorzieningen weinig tot geen ruimte voor het maken van keuzen (allocatiefunctie), voorzieningen hebben immers een verplichtend karakter op grond van artikel 44 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Vandaar dat wij voorstellen dat het instellen van een voorziening wordt gemandateerd aan het college. De raad wordt over het instellen of opheffen van een voorziening geïnformeerd. Met het beslispunt 'het instellen en opheffen van voorzieningen te mandateren aan het college' wordt voldaan aan het amendement bij het raadsvoorstel vaststellen Jaarstukken 2019 (2020.0001062). Grensbedragen Nu de gemeente groter is en de omvang van de begroting toegenomen is, kunnen opgenomen grensbedragen verhoogd worden. Deze grensbedragen worden verhoogd van € 75.000 naar € 200.000.

Het gaat hier om de grensbedragen voor het informeren van de raad als een raming wordt overschreden, voor de toelichting van afwijkingen in de P&C producten, budgetoverheveling en op te nemen posten in het overzicht incidentele baten en lasten. Vaststelling door het college van beleidsnotities "Alle uitwerking van de kaders in beleidsnotities via de raad". In 2016 is bij amendement hiertoe besloten. Met de actualisatie van de Financiële verordening 2021 wordt dit aangepast. De basis voor het financieel beleid van de gemeente Haarlemmermeer is vastgelegd in de Financiële verordening (op grond van artikel 212 gemeentewet). De Financiële verordening geeft de kaders. Deze kaders zijn uitgewerkt in uitvoeringsregels (beleidsnotities). Zowel de verordening als de beleidsnotities worden door de raad vastgesteld. De beleidsnotities 'Treasurystatuut', 'Beleid rondom misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en instellingen' (M&O-beleid) en het 'Inkoop- en aanbestedingsbeleid' zijn stukken waarbij het vooral gaat om beheerstaken. De bevoegdheid voor beheerstaken ligt bij het college. Voortaan zal het college deze beleidsnotities vaststellen. De raad wordt wel in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen kenbaar te maken. In de tabel hieronder is aangegeven welke wijzigingen met de actualisatie van de financiële verordening Haarlemmermeer 2021 plaatsvinden.

Tabel: wijzigingen per artikel in de Financiële verordening Haarlemmermeer 2021 Artikel

Tekst in het nieuwe beleid

Nieuw/

Uitleg

gewijzigd / verwijderd Artikel 1.

l.d. beheer van de vermogenswaarden: het

Begripsbepaling

uitoefenen van bestuur over en toezicht op het geheel van gemeentelijke middelen en rechten

Verwijderd

Begrip komt niet voor in deze Financiële verordening Haarlemmermeer 2021

pagina 3

Financiële verordening Haarlemmermeer 2021

Artikel

Tekst in het nieuwe beleid

Nieuw /

Uitleg

gewijzigd / verwijderd Artikel 1.

l.j. overheidsbedrijf: onderneming met

Begripsbepaling

privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde

Verwijderd

Begrip komt niet voor in deze Financiële verordening Flaarlemmermeer 2021

een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt Artikel 2. Planning- en

Planning- en controlcyclus

Gewijzigd

Flet controlstatuut en de visie op control is opgenomen b\] Artikel 25. Interne beheersing

controlstatuut Gewijzigd

Onderliggende beleidsnotities worden door

Artikel 2. Planning- en

Flet college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar

controlstatuut

een notitie Planning- en controlcyclus aan. De raad

het college aan de raad aangeboden zodra er

stelt deze notitie vast.

goede redenen zijn om tot aanpassing over te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na vaststelling van de oude beleidsnotitie.

Artikel 2. Planning- en

2.2. Deze notitie bevat minimaal:

controlstatuut

a. de visie op control

Verwijderd

De visie op control is opgenomen bij Artikel 25. Interne beheersing

Nieuw

In september 2015 heeft de auditcommissie

Artikel 3. Planning- en

B.l.e. Meerjarenperspectief Investeringen (MPI):

controlproducten

tegelijkertijd met de voorjaarsrapportage en de

de gemeenteraad geadviseerd om te komen

najaarsrapportage ontvangt de raad een MPI. In een

tot een ontwikkelprogramma 'In Control

MPI wordt de stand van zaken van de uitvoering van

Statement 2017' (brief 4 september 2015,

het investeringsplan weergegeven. Hierbij worden de

kenmerk 15.092219). Dit programma dient

geautoriseerde investeringen met een totaal krediet

de organisatie te versterken op de gebieden

van € 2 miljoen of hoger toegelicht

control, sturing op investeringsprojecten, inkoop en aanbesteding en de totstandkoming van de jaarrekening. Voor een betere sturing op investeringsprojecten is dit Meerjaren Perspectief Investeringen (MPI) ontwikkeld

Artikel 4. Spoorboekje

4.1.a en 4.1.b. MPI voor- en najaar

Nieuw

Volledigheidshalve is het MPI voor- en najaar toegevoegd

planning- en controlcyclus Artikel 6. Autorisatie

6.3.c. nieuwe investeringen met een

begroting en

investeringsbedrag van € 2.000.000 of hoger die

investeringskredieten

opgenomen zijn in het investeringsplan worden met

Gewijzigd

een afzonderlijk raadsvoorstel aan de raad ter autorisatie voorgelegd. Bij investeringen groter dan €

Met de grens van € 25 miljoen wordt

25 miljoen informeert het college de raad in een

aangesloten bij de notitie schuldbeheersing

voorstel over het effect van de investering op de

die op 22 december 2016 door de raad is

schuldpositie van de gemeente;

vastgesteld (2016.0051961)

Artikel 6. Autorisatie

6.3.d. uitgezonderd op lid c zijn

begroting en

vervangingsinvesteringen van € 2 miljoen of hoger die

investeringskredieten

Nieuw

Voorbeelden van de uitzondering zijn vervangingsinvesteringen voor

bestemd zijn voor de vervanging van activa waarvan

bedrijfsvoering zoals 'Informatievoorziening

de lasten conform het BBV moeten worden

en automatisering' en Facilitaire zaken en

verantwoord onder het Overzicht overhead. Deze

huisvesting’

worden door de raad geautoriseerd bij het vaststellen van de primitieve begroting. De raad kan hierbij

pagina 4

Financiële verordening Haarlemmermeer 2021

Artikel

Tekst in het nieuwe beleid

Nieuw /

Uitleg

gewijzigd / verwijderd aangeven van welke investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen; Artikel 6. Autorisatie

6.3.f nieuwe investeringen met een

begroting en

investeringsbedrag van € 2.000.000 of hoger die niet

in vesteringskredieten

zijn opgenomen in het investeringsplan worden met

Gewijzigd

een afzonderlijk raadsvoorstel aan de raad ter autorisatie voorgelegd. Bij investeringen groter dan €

Met de grens van € 25 miljoen wordt

25 miljoen informeert het college de raad in een

aangesloten bij de notitie schuldbeheersing

voorstel over het effect van de investering op de

die op 22 december 2016 door de raad is

schuldpositie van de gemeente;

vastgesteld (2016.0051961)

Artikel 6. Autorisatie

3.1.h. in het te autoriseren investeringsbedrag wordt

begroting en

rekening gehouden met alle kosten die noodzakelijk

investeringskredieten

zijn voor het realiseren van het investeringsgoed.

Nieuw

Meer verduidelijking over het ramen van gronden

Naast de kosten die voldaan worden aan derden, wordt rekening gehouden met de toe te rekenen uren in verband met voorbereiding, toezicht en administratie (vta-kosten) en met de inbreng van grond vanuit een bouwgrondexploitatie of vanuit de (strategische) gronden op de balans Artikel 6. Autorisatie

6.4. Het college informeert de raad vooraf als ze op

begroting en

basis van alle beschikbare informatie verwacht dat de

investeringskredieten

lasten de geautoriseerde lasten of de

Gewijzigd

De grensbedragen zijn aangepast naar € 200.000.

investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden met meer dan € 200.000. De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid. Artikel 6. Autorisatie

6.5. Bij de behandeling van de voorjaars- en

begroting en

najaarsrapportages in de raad doet het college

in vesteringskredieten

voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde

Gewijzigd

De grensbedragen zijn aangepast naar € 200.000.

budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. Afwijkingen op de ramingen van de baten en de lasten van de beleidsdoelen en investeringskredieten van € 200.000 of hoger worden toegelicht. Verwijderd

De Regeling Investeringsprojecten

Artikel 6. Autorisatie

6.6 Het college stelt een regeling

begroting en

investeringsprojecten vast waarin richtlijnen worden

Haarlemmermeer intrekken naar aanleiding

investeringskredieten

gegeven voor rapportage over investeringsprojecten.

van de notitie Activabeleid (2019.0054155)

Deze regeling wordt ter informatie aan de raad aangeboden Nieuw

Toegevoegd op basis van de concept notitie

Artikel 6. Autorisatie

6.6. In de jaarstukken informeert het college de raad

begroting en

in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording,

Rechtmatigheidsverantwoording commissie

investeringskredieten

met een rapportagetolerantiegrens van € 200.000,

BBV en opgenomen in het concept

over begrotingsafwijkingen en -overschrijdingen. Als

raadsvoorstel Bestuurlijke kaders

begrotingsoverschrijdingen passen binnen het door de

pagina 5

Financiële verordening Haarlemmermeer 2021

Artikel

Tekst in het nieuwe beleid

Nieuw/

Uitleg

gewijzigd / verwijderd raad vastgestelde beleid is er geen sprake van een

rechtmatigheidsverantwoording in de

onrechtmatigheid.

jaarrekening (2020.0001111)

Tabel toegevoegd. Artikel 6. Autorisatie

6.7. Het college biedt tweemaal per jaar, met de

begroting en

voorjaars- en najaarsrapportage, de raad ter

investeringskredieten

behandeling aan het Meerjarenperspectief

Verwijderd

Opgenomen in artikel 4.1.a en 4.1.b.

investeringen (MPI) waarin wordt gerapporteerd over de uitvoering van de investeringsprojecten. Nieuw

De Commissie BBV adviseert in de financiële

Artikel 6. Autorisatie

6.7 In het overzicht incidentele baten en lasten in de

begroting en

programmabegroting en in de jaarstukken worden de

verordening (artikel 212 Gemeentewet) een

investeringskredieten

incidentele baten en lasten van € 200.000 of hoger

grensbedrag op te nemen vanaf welke

afzonderlijk gespecificeerd

omvang incidentele lasten en baten afzonderlijk gespecificeerd worden in het overzicht incidentele lasten en baten (huidig grensbedrag C 75.000) Nieuw

Toevoeging naar aanleiding van de Vragen -

Artikel 6. Autorisatie

6.9. Een subsidie lager dan C 50.000 dat door de

begroting en

gemeente wordt verstrekt voor meerdere jaren wordt

& Antwoordrubriek van de commissie BBV

investeringskredieten

verantwoord in het jaar dat de beschikking wordt

over verantwoorden van verstrekte

genomen.

meerjarige subsidies

Artikel 9. Waardering

9.1. Het college biedt de raad tenminste eens in de zes

Onderliggende beleidsnotities worden door

en afschrijving vaste

jaar een beleidsnotitie aan over waarderen, activeren

het college aan de raad aangeboden zodra er

en afschrijven van vaste activa en het verlenen van

goede redenen zijn om tot aanpassing over

investeringskredieten. De raad stelt deze notitie vast.

te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na

activa

Gewijzigd

vaststelling van de oude beleidsnotitie. Nieuw

Toegevoegd op basis van de notitie

Artikel9. Waardering

9.3. Bij de waardering van de vaste activa met

en afschrijving vaste

economisch nut wordt rekening gehouden met

Materiële vaste activa (januari 2020)

activa

waardevermindering. Als hierbij sprake is van een

commissie BBV

kans op waardeherstel dan wordt de waardevermindering verwerkt met een voorziening, anders wordt het activum afgewaardeerd. Artikel 10.

10.6. De uitwerking van het bepalen van de hoogte

Voorziening voor

van de voorziening voor oninbare vorderingen wordt

oninbare vorderingen

vastgelegd in een beleidsrichtlijn 'Dubieuze

Gewijzigd

Vaststelling door het college

Gewijzigd

Onderliggende beleidsnotities worden door

debiteuren' vast te stellen door het college. Artikel 11. Reserves

11.1. Het college biedt de raad tenminste eens in de

en voorzieningen

zes jaar een beleidsnotitie aan over reserves en

het college aan de raad aangeboden zodra er

voorzieningen. De raad stelt deze notitie vast.

goede redenen zijn om tot aanpassing over te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na vaststelling van de oude beleidsnotitie.

Artikel 11. Reserves

11.3. Voor het instellen en opheffen van een reserve is

en voorzieningen

een raadsbesluit noodzakelijk.

Nieuw

Alleen de raad kan beslissen over het instellen van een reserve. Tevens is het de raad die bepaalt of een reserve wordt opgeheven en wat er met het resterende saldo gebeurt

Artikel 11. Reserves

11.4. Het instellen en opheffen van een voorziening is

en voorzieningen

gemandateerd aan het college.

Nieuw

In de praktijk heeft de raad bij het instellen en opheffen weinig tot geen ruimte voor het maken van keuzen. Vandaar dat wij voorstellen dat het instellen en opheffen van

pagina 6

Financiële verordening Haarlemmermeer 2021

Artikel

Tekst in het nieuwe beleid

Nieuw/

Uitleg

gewijzigd / verwijderd een voorziening wordt gemandateerd aan het college Artikel 12.

12.1 tot en met 12.3 is verwijderd en geactualiseerd

Kostprijsberekening

naar het Model Financiële verordening 2016 van de

Gewijzigd

Actualisatie naar de modelverordening van de VNG

VNG Artikel 12.

12.4 tot en met 12.6 toegevoegd

Nieuw

Actualisatie naar de modelverordening van de VNG en conform stellige uitspraak

Kostprijsberekening

commissie BBV in de notitie rente Artikel 13. Prijzen

13.1 en 13.2 Bij afwijking van het publiek belang

Gewijzigd

Actualisatie naarde modelverordening van de VNG

economische activiteiten 14.2 tot en met 14.4

Verwijderd

Niet langer van toepassing

Artikel 15. lid 4 wordt artikel 15. lid 1

Gewijzigd

Gewenste volgordelijkheid

Artikel 15.

15.4. Het college biedt de raad tenminste eens in de

Gewijzigd

Onderliggende beleidsnotities worden door

Financieringsfunctie

zes jaar een beleidsnotitie aan over het

het college aan de raad aangeboden zodra er

garantiebeleid. De raad stelt deze notitie vast.

goede redenen zijn om tot aanpassing over

Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Artikel 15. Financieringsfunctie

te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na vaststelling van de oude beleidsnotitie. Artikel 15.

15.6. Bij het verstrekken van een garantie of

Financieringsfunctie

borgstelling is het in het vierde lid van dit artikel

Verwijderd

In artikel 15. lid 5 voldoende toegelicht. Waar het van toepassing is, wordt dit geregeld in het garantiebeleid

bedoelde garantiebeleid van toepassing. Gewijzigd

Onderliggende beleidsnotities worden door

Artikel 16.

16.1.Het college biedt de raad tenminste eens in de

Schuidbeheersing

zes jaar een notitie aan over de schuidbeheersing. De

het college aan de raad aangeboden zodra er

raad stelt deze notitie vast.

goede redenen zijn om tot aanpassing over te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na vaststelling van de oude beleidsnotitie.

Artikel 17.

17.b. het minimumbedrag voor een

Budgetoverhevetingen

budgetoverheveling bedraagt € 200.000;

Gewijzigd

De grensbedragen zijn aangepast naar C 200.000.

Gewijzigd

Onderliggende beleidsnotities worden door

Artikel 18. Verbonden

18.1.Het college biedt de raad tenminste eens in de

partijen

zes jaar een notitie aan over de verbonden partijen.

het college aan de raad aangeboden zodra er

De raad stelt deze notitie vast.

goede redenen zijn om tot aanpassing over te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na vaststelling van de oude beleidsnotitie Gewijzigd

Onderliggende beleidsnotities worden door

Artikel 19.

19.1.Het college biedt de raad tenminste eens in de

Weerstandsvermogen

zes jaar een notitie aan over het weerstandsvermogen

het college aan de raad aangeboden zodra er

en risicomanagement

en risicomanagement. De raad stelt deze notitie vast.

goede redenen zijn om tot aanpassing over te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na vaststelling van de oude beleidsnotitie

Artikel 20.

2.c. de werkprocessen voor de grondexploitaties

Verwijderd

Grondbeleid Artikel 20. Grondbeleid

Aangepast conform inhoud geactualiseerde verordening grondzaken 2020

2.b. de richtlijnen inzake voorbereidingskosten

Nieuw

Aangepast conform inhoud geactualiseerde verordening grondzaken 2020

pagina 7

Financiële verordening Haarlemmermeer 2021

Artikel

Tekst in het nieuwe beleid

Nieuw/

Uitleg

gewijzigd / verwijderd Gewijzigd

Aangepast conform inhoud geactualiseerde

Artikel 20.

2.d. de richtlijnen inzake de grondexploitaties en

Grondbeleid

projecten met ontwikkelaars

Artikel 20.

2.f. de inrichting van de verschillende voorzieningen in

Grondbeleid

relatie tot grondexploitaties en overige projecten

Artikel 20.

2.g. de werkwijze inzake project specifieke en

Grondbeleid

conjuncturele risico's

Artikel 20.

3. Het college legt periodiek, doch minimaal eens per

Grondbeleid

zesjaar, een beleidskader strategisch grondbeleid aan

het college aan de raad aangeboden zodra er

de gemeenteraad ter besluitvorming voor. In het

goede redenen zijn om tot aanpassing over

beleidskader strategisch grondbeleid zal in elk geval

te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na

worden ingegaan op:

vaststelling van de oude beleidsnotitie

Artikel 20.

3.a. wordt 3.c. het strategisch verwervingsbeleid

verordening grondzaken 2020 Nieuw

verordening grondzaken 2020 Nieuw

Aangepast conform inhoud geactualiseerde verordening grondzaken 2020

Gewijzigd

Gewijzigd

Onderliggende beleidsnotities worden door

Aangepast conform inhoud geactualiseerde verordening grondzaken 2020

Grondbeleid Artikel 20.

Aangepast conform inhoud geactualiseerde

5.c. afwijkingen van planning en financiële

Grondbeleid

uitkomsten, mede in relatie tot de voorgaande

Artikel 20.

5.d. afwijkingen ten opzichte van de begroting

Grondbeleid

(inclusief begrotingswijzigingen)

Artikel 21.

21.a. tot en met 21.c. aangevuld met de kasgeldlimiet,

Financiering

de renterisiconorm en de rentekosten en

Gewijzigd

Aangepast conform inhoud geactualiseerde verordening grondzaken 2020

rapportage Verwijderd

Aangepast conform inhoud geactualiseerde

Nieuw

Geactualiseerd en aangevuld aan dat wat

verordening grondzaken 2020

wordt vermeld in de paragraaf Financiering

renteopbrengsten van de financieringsfunctie Artikel 21.

Het woord 'schulden' vervangen door 'financiering'

Gewijzigd

Artikel 21.

Gelijk aan de terminologie van het Treasurystatuut 2019 (2019.0054201)

Financiering 21.g. 'voor de komende vier jaar' is vervallen

Gewijzigd

De rentevisie is niet expliciet toegespitst op vier jaar

Financiering Gewijzigd

Onderliggende beleidsnotities worden door

Artikel 22. Onderhoud

22.2. Het college biedt de raad tenminste eens in de

kapitaalgoederen

vijfjaar een beheerplan fysieke omgeving aan. Het

het college aan de raad aangeboden zodra er

plan geeft het kader weer voor het beoogde

goede redenen zijn om tot aanpassing over

onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en

te gaan. De commissie BBV doet de stellige

de kosten van het onderhoud voor het openbaar

uitspraak dat beheerplannen die als

groen, watergangen, wegen, kunstwerken, openbare

onderbouwing dienen voor een voorziening

verlichting, verkeersregelinstallaties, straatmeubilair,

maximaal 5 jaar oud mogen zijn.

speelvoorzieningen en sportvoorzieningen. De raad

Om aan te sluiten bij deze stellige uitspraak

stelt het plan vast.

gebeurt dit uiterlijk vijfjaar na vaststelling van de oude beleidsnotitie Gewijzigd

Onderliggende beleidsnotities worden door

Artikel 22. Onderhoud

22.3. Het college biedt de raad tenminste eens in de

kapitaalgoederen

zes jaar een rioleringsplan aan. De raad stelt het plan

het college aan de raad aangeboden zodra er

vast.

goede redenen zijn om tot aanpassing over te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na vaststelling van de oude beleidsnotitie Gewijzigd

Onderliggende beleidsnotities worden door

Artikel 22. Onderhoud

22.4. Het college stelt tenminste eens in de zes jaar

kapitaalgoederen

een vastgoedportefeuilleplan vast. Het plan geeft de

het college aan de raad aangeboden zodra er

kaders voor de omvang en het beheren van de

goede redenen zijn om tot aanpassing over

gemeentelijke vastgoedportefeuille aan. De raad

te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na

ontvangt het plan ter informatie.

vaststelling van de oude beleidsnotitie

pagina 8

Financiële verordening Flaarlemmermeer 2021

Nieuw /

Tekst in het nieuwe beleid

Artikel

Uitleg

gewijzigd / verwijderd Met de notitie fiscaal beleid leggen wij de

Nieuw

Artikel 24. Financiële

j. het fiscaal beleid inzake de toepassing binnen de

organisatie

gemeente van de wetgeving op het gebied van

kaders, de randvoorwaarden en

Rijksbelastingen inclusief de toepassing van de wet op

uitgangspunten van ons fiscale beleid vast

het BTW-Compensatiefonds, Artikel 25. Interne

25.2. Het college biedt de raad tenminste eens in de

beheersing

zes jaar de Visie op Control aan.

Was eerder opgenomen in Artikel 2.

Nieuw

Planning- en controlstatuut Onderliggende beleidsnotities worden door het college aan de raad aangeboden zodra er goede redenen zijn om tot aanpassing over te gaan. Dit gebeurt uiterlijk zes jaar na vaststelling van de oude beleidsnotitie

Artikel 25. Interne

25.4. Het college stelt het Controlstatuut vast waarin

beheersing

de kaders voor de controlorganisatie in de

Naar aanleiding van de implementatie van

Gewijzigd

de Visie op Control en het Controlstatuut (2018.0056726)

gemeentelijke organisatie worden ingevuld. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid, het

Bijlage

Verwijderd

Het gaat bij deze stukken vooral om

treasurystatuut en de Regeling Misbruik en oneigenlijk

beheerstaken, waarvan de bevoegdheid bij

gebruik niet meer door de raad te laten vaststellen.

het college ligt.

Met onder andere de aanpassingen van de grensbedragen en de verruiming van de termijn dat de beleidsnotities geactualiseerd moeten worden van vier naar zes jaar, leiden tot een kleine administratieve lastenverlichting. 3.3 Wat mag het kosten? Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? De raad is volgens artikel 212 van de gemeentewet verantwoordelijk voor het vaststellen van de financiële verordening. Binnen het college is de portefeuillehouder Financiën het eerste aanspreekpunt. 3.5 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? De Financiële verordening Haarlemmermeer 2021 wordt uiterlijk binnen zes jaar opnieuw geactualiseerd. 4.

Ondertekening

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de burge

\JHT

drs. Carel Brugman

Bijlage(n): • Financiële verordening Haarlemmermeer 2021

i/'

'rmans-Wijdeven

Financiële verordening Haarlemmermeer 2021 De raad van de gemeente Haarlemmermeer: gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van xxxxxxxxxx gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Financiële verordening Haarlemmermeer 2021

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Haarlemmermeer en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b. administratieve organisatie: Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding; c. begroting: begroting of programmabegroting zoals bedoeld in artikel 189 van de gemeentewet; d. beleidsdoel: een politiek relevant onderdeel van een programma; e. cluster: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie; f. college: het college van burgemeester en wethouders; g. investeringsproject: een project voor de verwerving of vervaardiging van een goed, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt, niet zijnde een grondexploitatie; h. jaarstukken: de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening en jaarverslag; i. primitieve begroting: De primitieve begroting is de begroting zoals die is vastgesteld door de gemeenteraad voorafgaand aan het begrotingsjaar.

Dit is niet hetzelfde als het boekwerk waarover de gemeenteraad heeft besloten. In de primitieve begroting zijn ook verwerkt begrotingswijzigingen waarover de gemeenteraad separaat heeft besloten, tussen het moment van het opstellen van de begroting en 1 januari van het begrotingsjaar en amendementen die de raad heeft aangenomen bij de besluitvorming over de begroting. j. programma: onderdeel van de programmabegroting bestaande uit een samenhangend geheel van activiteiten om beoogde maatschappelijke doelen te bereiken én waarin doelstellingen en middelen worden gekoppeld; k. rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole: het in overeenstemming zijn van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de begroting en de relevante wet- en regelgeving, zoals omschreven in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden; l. verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft; m. verplichting: door opdrachtverstrekking, schriftelijk of mondeling, ontstaat voor de gemeente de plicht tot betaling aan een derde.

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Planning- en controlcyclus 1. 2.

Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar een notitie Planning- en controlcyclus aan. De raad stelt deze notitie vast. Deze notitie bevat minimaal: a. de algemene uitgangspunten voor de planning- en controlproducten; b. de algemene uitgangspunten voor de planning- en controlprocessen; c. een beschrijving van de functie en inrichting van de planning- en controlproducten. 1

Artikel 3. Planning- en controlproducten 1.

De Gemeente Haarlemmermeer hanteert de volgende planning- en controlproducten: a. voorjaarsrapportage: in de voorjaarsrapportage worden de beleidsmatige en financiële kaders voor de programmabegroting van het komende jaar vastgelegd. Daarnaast worden in de voorjaarsrapportage voor het lopende begrotingsjaar de substantiële beleidsontwikkelingen en financiële afwijkingen meegenomen. b. programmabegroting: de programmabegroting is de uitwerking van de voorjaarsrapportage. In de programmabegroting staat wat de gemeente wil bereiken in het nieuwe begrotingsjaar, wat zij daarvoor gaat doen en wat de kosten hiervan zijn. c. najaarsrapportage: de najaarsrapportage is een tussentijdse rapportage waarin de raad wordt geïnformeerd over de realisatie van de programmabegroting voor het lopende jaar; d. jaarstukken: het jaarverslag en de jaarrekening, die tezamen de verantwoording en daarmee het sluitstuk vormen van de planning- en controlcyclus. In de jaarstukken wordt aangegeven in hoeverre de gestelde doelen zijn bereikt en welke middelen daarvoor zijn ingezet; e. Meerjarenperspectief Investeringen (MPI): tegelijkertijd met de voorjaarsrapportage en de najaarsrapportage ontvangt de raad het MPI. In het MPI wordt de stand van zaken van de uitvoering van het investeringsplan weergegeven.

Hierbij worden de geautoriseerde investeringen met een totaal krediet van € 2 miljoen of hoger toegelicht.

Artikel 4. Spoorboekje planning- en controlcyclus 1.

Vóór aanvang van een kalenderjaar biedt het college aan de raad ter kennisname een overzicht aan met daarin in elk geval: a. de data voor het aanbieden door het college van de voorjaarsrapportage, de programmabegroting, de najaarsrapportage, de jaarstukken en het MPI voor- en najaar; b. de data van de behandeling en het vaststellen door de raad van de voorjaarsrapportage, de programmabegroting, de najaarsrapportage, de jaarstukken en het MPI voor- en najaar.

Artikel 5. Programma’s en programma-indeling 1. 2. 3.

4. 5.

De raad stelt minimaal bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. De raad stelt minimaal bij aanvang van iedere raadsperiode de onderverdeling van de programma’s in te realiseren beleidsdoelen vast. Een beleidsdoel draagt bij aan het realiseren van het maatschappelijk doel van een programma. De raad kan per programma, naast de wettelijk voorgeschreven beleidsindicatoren, extra indicatoren vaststellen voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen in de programmabegroting en jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. De aanpassingen die voortvloeien uit de leden 1 tot en met 4 worden verwerkt in de eerstvolgende door de raad vast te stellen programmabegroting.

Artikel 6. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1.

De raad autoriseert met het vaststellen van de primitieve begroting de baten en de lasten per programma. Indien een beleidsdoel van een programma 10% of meer van het begrotingstotaal (lasten) voor mutaties reserves van de primitieve begroting omvat, dan autoriseert de raad de baten en lasten van een dergelijk beleidsdoel apart. 2. Bij autorisatie van de baten en lasten per programma kan het college tot een maximum van € 2.000.000 aan budget verschuiven tussen de beleidsdoelen, mits het afgesproken beleid per beleidsdoel gerealiseerd wordt. 3. Voor het autoriseren van investeringskredieten gelden de volgende regels: a. nieuwe investeringen die opgenomen zijn in het investeringsplan die starten in het nieuwe begrotingsjaar en waarvan het investeringsbedrag lager is dan € 2.000.000 worden door de raad geautoriseerd bij het vaststellen van de primitieve begroting. De raad kan hierbij aangeven van welke van deze nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen; 2

b.

nieuwe investeringen waarvan het investeringsbedrag lager is dan € 2.000.000 die niet zijn opgenomen in het investeringsplan worden door de raad met het vaststellen van de voor- of najaarsrapportage of middels een afzonderlijk raadsvoorstel geautoriseerd; c. nieuwe investeringen met een investeringsbedrag van € 2.000.000 of hoger die opgenomen zijn in het investeringsplan worden met een afzonderlijk raadsvoorstel aan de raad ter autorisatie voorgelegd. Bij investeringen groter dan € 25 miljoen informeert het college de raad in een voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente; d. uitgezonderd op lid c zijn vervangingsinvesteringen van € 2 miljoen of hoger die bestemd zijn voor de vervanging van activa waarvan de lasten conform het BBV moeten worden verantwoord onder het Overzicht overhead. Deze worden door de raad geautoriseerd bij het vaststellen van de primitieve begroting. De raad kan hierbij aangeven van welke investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen; e. het benodigde kapitaallastenbudget voortvloeiend uit de nog te autoriseren investeringen in het investeringsplan wordt reeds in de programmabegroting gereserveerd; f.

nieuwe investeringen met een investeringsbedrag van € 2.000.000 of hoger die niet zijn opgenomen in het investeringsplan worden met een afzonderlijk raadsvoorstel aan de raad ter autorisatie voorgelegd. Bij investeringen groter dan € 25 miljoen informeert het college de raad in een voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente; g. indien de uitvoering van een investeringskrediet zich over meerdere jaren uitstrekt, dan wordt het geautoriseerde investeringsbedrag op basis van de planning van het project over de uitvoeringsjaren verdeeld en per uitvoeringsjaar vrijgegeven. Verschuivingen tussen de jaarbedragen als gevolg van wijzigingen in de planning zijn toegestaan, mits de investering conform de door de raad vastgestelde doelen en voorwaarden wordt gerealiseerd en het totaal beschikbaar gestelde krediet niet wordt overschreden; h. in het te autoriseren investeringsbedrag wordt rekening gehouden met alle kosten die noodzakelijk zijn voor het realiseren van het investeringsgoed. Naast de kosten die voldaan worden aan derden, wordt rekening gehouden met de toe te rekenen uren in verband met voorbereiding, toezicht en administratie (vta-kosten) en met de inbreng van grond vanuit een bouwgrondexploitatie of vanuit de (strategische) gronden op de balans; i.

pas nadat de raad een investeringskrediet heeft geautoriseerd kunnen verplichtingen worden aangegaan. 4. Het college informeert de raad vooraf als ze op basis van alle beschikbare informatie verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden met meer dan € 200.000. De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 5. Bij de behandeling van de voorjaars- en najaarsrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. Afwijkingen op de ramingen van de baten en de lasten van de beleidsdoelen en investeringskredieten van € 200.000 of hoger worden toegelicht. 6. In de jaarstukken informeert het college de raad in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording, met een rapportagetolerantiegrens van € 200.000, over begrotingsafwijkingen en -overschrijdingen. Als begrotingsoverschrijdingen passen binnen het door de raad vastgestelde beleid is er geen sprake van een onrechtmatigheid. Hiervoor gelden de volgende toetsingscriteria: Soort begrotingsafwijking

Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men geen voorstel tot begrotingsaanpassing heeft ingediend. Bijvoorbeeld de doelgroep c.q. de activiteiten zijn in de praktijk aantoonbaar ruimer geïnterpreteerd dan in regelgeving (subsidieregeling, verordening) was gedefinieerd.

Onrechtmatig, maar telt niet mee voor het oordeel

Onrechtmatig, en telt mee voor het oordeel

X

3

Soort begrotingsafwijking

Budgetoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn geautoriseerd. Bijvoorbeeld: de verwachte kostenoverschrijding op jaarbasis was via tussentijdse informatie al wel bekend, maar men heeft geen voorstel tot begrotingsaanpassing ingediend en dit is in strijd met de budgetregels zoals afgesproken met de raad. Budgetoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet. Budgetoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen. Vaak blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een (niet eerder geconstateerde) overschrijding. Budgetoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn. Over de aanwending van deze extra inkomsten heeft de raad nog geen besluit genomen. Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing). Het zal hier in de praktijk vaak gaan om interpretatieverschillen bij de uitleg van wet- en regelgeving die na het verantwoordingsjaar aan het licht komen.

Er zijn dan geen rechtmatigheidsgevolgen voor dat verantwoordingsjaar. Wel zal de gemeente ervoor moeten zorgen dat de overschrijdingen getrouw in de jaarrekening worden weergegeven. Ook kunnen er gevolgen zijn voor het lopende jaar. - geconstateerd tijdens verantwoordingsjaar - geconstateerd na verantwoordingsjaar Budgetoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen of totaal geautoriseerd budget) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren. - jaar van investeren - afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren

Onrechtmatig, maar telt niet mee voor het oordeel

Onrechtmatig, en telt mee voor het oordeel

X

X

X

X

X X

X X

7.

In het overzicht incidentele baten en lasten in de programmabegroting en in de jaarstukken worden de incidentele baten en lasten van € 200.000 of hoger afzonderlijk gespecificeerd. 8. Aanbestedingsvoordelen van € 300.000 of hoger op een investeringskrediet worden gemeld in het MPI. Deze voordelen vallen vrij of worden aangewend binnen het betreffende project na een integrale afweging en besluitvorming door de raad. 9. De baten en lasten in de programmabegroting en de uitgaven en inkomsten van de investeringskredieten worden bruto geraamd; 10. Een subsidie lager dan € 50.000 dat door de gemeente wordt verstrekt voor meerdere jaren wordt verantwoord in het jaar dat de beschikking wordt genomen.

Artikel 7. Informatieplicht Het college besluit niet over: a. het verstrekken van garanties of borgstellingen boven een maximum, zoals vastgelegd in het ‘Garantiebeleid Gemeente Haarlemmermeer’; b. de aan- en verkoop van werken, diensten en goederen indien deze niet passen binnen het bestaande beleid en de daarbij behorende financiële kaders, 4

dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

Artikel 8. EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Hoofdstuk 3. Financieel beleid Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa 1. 2.

3.

Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar een beleidsnotitie aan over waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa en het verlenen van investeringskredieten. De raad stelt deze notitie vast. De notitie behandelt ten minste: a. de grondslagen voor activering en waardering van vaste activa; b. de termijnen en methodieken voor afschrijvingen van vaste activa; c. het moment waarop de afschrijving van vaste activa aanvangt; Bij de waardering van de vaste activa met economisch nut wordt rekening gehouden met waardevermindering. Als hierbij sprake is van een kans op waardeherstel dan wordt de waardevermindering verwerkt met een voorziening, anders wordt het activum afgewaardeerd.

Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. 2.

3.

4. 5. 6.

Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening wordt onderscheid gemaakt in de volgende drie categorieën debiteuren: a. aanslagen voor gemeentelijke leges, dwangsommen, facturen graf- en begraafrechten en privaatrechtelijke vorderingen opgelegd door gemeente Haarlemmermeer zelf; b. vorderingen met betrekking tot gemeentelijke belastingen en heffingen opgelegd door de gemeenschappelijke regeling Cocensus; c. vorderingen op bijstandsdebiteuren opgelegd door de gemeente Haarlemmermeer. De hoogte van de voorziening voor oninbare vorderingen van gemeentelijke leges, dwangsommen, facturen graf- en begraafrechten en privaatrechtelijke vorderingen opgelegd door gemeente Haarlemmermeer zelf wordt bepaald op basis van ouderdom, bedrag en risicoprofiel. De hoogte van de voorziening voor oninbare vorderingen gemeentelijke belastingen en heffingen wordt bepaald op basis van ouderdom van de vordering en wordt omgeslagen voor een bepaald percentage. De hoogte van de voorziening voor oninbare vorderingen op bijstandsdebiteuren wordt bepaald op basis van de ouderdom van de vordering.

De uitwerking van het bepalen van de hoogte van de voorziening voor oninbare vorderingen wordt vastgelegd in een beleidsrichtlijn ‘Dubieuze debiteuren’ vast te stellen door het college.

Artikel 11. Reserves en voorzieningen 1. 2.

Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar een beleidsnotitie aan over reserves en voorzieningen. De raad stelt deze notitie vast. De notitie behandelt ten minste: a. De soorten reserves en voorzieningen die worden onderscheiden; 5

b. c. d. e.

3. 4.

voorschriften voor het vormen, besteden en opheffen van reserves; de omstandigheden waarin vorming van voorzieningen kan of moet plaatsvinden; de toerekening en verwerking van rente over reserves en voorzieningen; de verwerking van reserves en mutaties daarin bij opmaak van de jaarstukken en in het bijzonder de tolerantie die daarbij mag worden gehanteerd voor het verwerken van over- en onderschrijdingen bij toevoegen aan of onttrekken uit reserves; f. de informatievoorzieningen aan de raad over reserves en voorzieningen en de informatiemomenten die daaraan gekoppeld zijn. Voor het instellen en opheffen van een reserve is een raadsbesluit noodzakelijk. Het instellen en opheffen van een voorziening is gemandateerd aan het college.

Artikel 12. Kostprijsberekening 1.

2.

3.

4. 5. 6.

Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen.

De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond. In afwijking van het derde lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de vastgestelde omslagrente verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. In afwijking van het eerste lid worden bij grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs zoals bedoeld in het eerste lid, wordt het totaal van de nettolasten van het Overzicht overhead in de programmabegroting omgerekend in een opslag per productief uur van het directe personeel (al het personeel dat niet valt onder overhead). Het totaal aan overhead dat wordt toegerekend, wordt berekend door het totaal aantal in de programmabegroting geraamde uren voor een taak zoals bedoeld in het eerste lid te vermenigvuldigen met de berekende opslag per productief uur.

Artikel 13. Prijzen economische activiteiten 1.

2.

3.

4.

Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor deze activiteiten een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente tenminste de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking vanwege het publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. Raadbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:

6

a.

b. c. d. e. f. g.

leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; een bevoordeling van sociale werkplaatsen; een bevoordeling van onderwijsinstellingen; een bevoordeling van publieke media-instellingen; en een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1.

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de heffingen en overige leges.

Artikel 15. Financieringsfunctie 1. 2.

3.

4. 5.

Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de richtlijnen in acht zoals vastgelegd in het treasurystatuut. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. Het college informeert de raad vooraf indien de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden. Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar een beleidsnotitie aan over het garantiebeleid. De raad stelt deze notitie vast. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

Artikel 16. Schuldbeheersing 1. 2.

Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar een notitie aan over de schuldbeheersing. De raad stelt deze notitie vast. Deze notitie behandelt tenminste de volgende onderwerpen: a. Spelregels beoordelen schuldpositie b. Indicatoren monitoring schuldpositie

Artikel 17. Budgetoverhevelingen Het college kan de raad een voorstel doen om budgetten over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. De raad toetst een voorstel voor budgetoverheveling aan de volgende criteria: a. het achterwege blijven van de budgetoverheveling leidt tot een significante vertraging in de oorspronkelijk voorgenomen uitvoering; b. het minimumbedrag voor een budgetoverheveling bedraagt € 200.000; c. de overheveling moet betrekking hebben op incidenteel beschikbaar gestelde budgetten; d. door de overheveling mag het betreffende budget niet worden overschreden. 7

Artikel 18. Verbonden partijen 1. 2.

Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar een notitie aan over de verbonden partijen. De raad stelt deze notitie vast. Deze notitie bevat ten minste een beleidskader voor de wijze waarop wordt omgegaan met oprichting, uitbreiding, beheer, uittreding en beëindiging van de verbonden partijen van de gemeente.

Artikel 19. Weerstandsvermogen en risicomanagement 1. 2.

Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar een notitie aan over het weerstandsvermogen en risicomanagement. De raad stelt deze notitie vast. Deze notitie behandelt ten minste de volgende onderwerpen: a. Spelregels voor het bepalen en beoordelen van het weerstandsvermogen; b. beleid inzake de beheersing van risico’s; c. taken en verantwoordelijkheden inzake risicomanagement.

Artikel 20. Grondbeleid 1. 2.

3.

4. 5.

6.

Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar een verordening Grondzaken aan. De raad stelt deze verordening vast. Deze verordening behandelt ten minste de volgende onderwerpen: a. de verantwoordingsrapportages grondexploitaties; b. de beleidsnota’s grondzaken; c. de richtlijnen inzake voorbereidingskosten; d. de richtlijnen inzake de grondexploitaties en projecten met ontwikkelaars; e. de werkwijze inzake de verevening tussen de reserve grondzaken en de algemene dekkingsreserve. Beide reserves zijn onderdeel van de algemene reserves; f. de inrichting van de verschillende voorzieningen in relatie tot grondexploitaties en overige projecten; g. de werkwijze inzake project specifieke en conjuncturele risico’s. Het college legt periodiek, doch minimaal eens per zes jaar, een beleidskader strategisch grondbeleid aan de gemeenteraad ter besluitvorming voor. In het beleidskader strategisch grondbeleid zal in elk geval worden ingegaan op: a. het beschikbaar grondbeleidsinstrumentarium; b. de wijze waarop het college voornemens is dit instrumentarium in te zetten; c. het strategisch verwervingsbeleid. Het college legt jaarlijks een Grondprijzennota ter vaststelling voor aan de raad. Hierin zijn de uitgangspunten voor de uitgifteprijzen van gronden vastgelegd.

Het college biedt jaarlijks, voorafgaand aan de vaststelling van de jaarstukken, een geactualiseerd Meerjaren Perspectief Grondzaken (MPG) en jaarlijks, voorafgaand aan de vaststelling van de najaarsrapportage, een tussentijds MPG aan, waarin minimaal aandacht is voor: a. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; b. risico's die samenhangen met de grondontwikkeling; c. afwijkingen van planning en financiële uitkomsten, mede in relatie tot de voorgaande rapportage; d. financiële prognoses. In de paragraaf Grondbeleid van de programmabegroting en in de jaarstukken wordt op hoofdlijnen ingegaan op de uitvoering van het grondbeleid.

8

Hoofdstuk 4. Paragrafen Artikel 21. Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kasgeldlimiet; b. de renterisiconorm; c. de rentekosten en renteopbrengsten van de financieringsfunctie; d. een overzicht kortlopende financiering met een looptijd korter dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage; e. een overzicht langlopende financiering met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage; f. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; g. de rentevisie.

Artikel 22. Onderhoud kapitaalgoederen 1.

2.

3. 4.

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de voortgang van het geplande onderhoud; b. de omvang van het achterstallig onderhoud. Het college biedt de raad tenminste eens in de vijf jaar een beheerplan fysieke omgeving aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, watergangen, wegen, kunstwerken, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties, straatmeubilair, speelvoorzieningen en sportvoorzieningen. De raad stelt het plan vast. Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar een rioleringsplan aan. De raad stelt het plan vast. Het college stelt tenminste eens in de zes jaar een vastgoedportefeuilleplan vast. Het plan geeft de kaders voor de omvang en het beheren van de gemeentelijke vastgoedportefeuille aan. De raad ontvangt het plan ter informatie.

Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 23. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de clusters; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, passiva en niet uit de balans blijkende verplichtingen; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 24. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor:

9

a.

een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de clusters; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de clusters over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de taakvelden van de taakveldenraming en de taakveldenrealisatie; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, j.

het fiscaal beleid inzake de toepassing binnen de gemeente van de wetgeving op het gebied van Rijksbelastingen inclusief de toepassing van de wet op het BTW-Compensatiefonds, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 25. Interne beheersing 1.

2. 3. 4.

Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. Het college stelt het Controlstatuut vast waarin de kaders voor de controlorganisatie in de gemeentelijke organisatie worden ingevuld. Het college biedt de raad tenminste eens in de zes jaar de Visie op Control aan. Het college stelt een Controleplan vast waarin in ieder geval de, onder verantwoordelijkheid van het college, uit te voeren verbijzonderde interne controles en audits over lid 1 zijn opgenomen.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel 26. Intrekken oude verordening en overgangsrecht De ‘Financiële verordening Gemeente Haarlemmermeer 2016’ wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.

Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1. 2.

Deze verordening treedt na vaststelling door de gemeenteraad in werking op de achtste dag na bekendmaking. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening Haarlemmermeer 2021.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van mei 2021.

De griffier,

De voorzitter, 10

Toelichting op de financiële verordening Artikelsgewijze toelichting

Artikel 5. Programma’s en programma-indeling Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting waarin de kaderstellende functie van de raad tot uiting komt. De raad stelt bij aanvang van een raadsperiode de indeling van de begroting in programma’s vast, evenals de indicatoren waarop de raad wil sturen en controleren. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bepaalt in aanvulling hierop dat het college de taakvelden aan de programma’s toewijst. Overigens is het doel van dit artikel niet om elke nieuwe raadsperiode de gehele begroting en jaarstukken te herindelen. Als de indeling en gebruikte indicatoren de vorige raadsperiode goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuw wordt vastgesteld. In andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal voldoende.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=7877f3e0-8258-4b00-a345-3f205edda202