RV Definitief locatiebesluit transformatorstation Incheonweg Rozenburg (2021.0000636)
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
Onderwerp
Portefeuillehouders Steller Collegevergadering
Definitief locatiebesluit transformatorstation Incheonweg Rozenburg mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker, drs. Jurgen Nobel, drs. Marja Ruigrok Frans Breg (+31235674648) en Evelien Scherpenhuijsen (+31235674863) 6 april 2021
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2021.0000636 1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. op grond van de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek in te stemmen met de vaststelling van de definitieve locatie van een transformatorstation op Schiphol Logistics Park, gelegen ten zuiden van de Incheonweg in Rozenburg. 2. Samenvatting
Wij zijn vanaf 2015 in overleg met de netwerkbedrijven TenneT en Liander over de locatie voor een nieuw onderstation om daarmee te voldoen aan de groeiende vraag naar stroom. Een eerste locatieonderzoek leidde tot een tweetal voorkeurlocaties in het deelgebied Prima4a bij Rijsenhout, en een locatie langs het spoor op Schiphol Trade Park (SIP). De netwerkbedrijven hadden een voorkeur voor een van de locaties bij Rijsenhout, maar de gemeenteraad heeft in 2018 met een motie uitgesproken deze locaties niet geschikt te vinden. Vervolgens is de haalbaarheid van de locatie op STP nader onderzocht totdat ook die locatie niet meer in aanmerking kwam vanwege het plan van een metrolijn, de Noord/Zuidlijn, tussen Amsterdam/Schiphol en Hoofddorp. Uiteindelijk is de zoektocht naar een locatie aan de oostzijde van de A4 uitgekomen op de Incheonweg, de locatie Schiphol Logistics Park-Zuid, eigendom van de provincie Noord-Holland. Tussen TenneT en Liander en de provincie Noord-Holland hebben gesprekken plaatsgevonden om de benodigde gronden te verwerven. De onderhandeling is succesvol verlopen en partijen zijn in afwachting van ons definitieve locatiebesluit om tot effectuering van de koopovereenkomst over te kunnen gaan.
Met dit raadsvoorstel wordt de raad voorgesteld in te stemmen met de vaststelling van de definitieve locatie van een transformatorstation op Schiphol Logistics Park, gelegen ten zuiden van de Incheonweg in Rozenburg.
Definitief locatiebesluit transformatorstation Incheonweg Rozenburg
pagina 2
3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Het doel van het project is het realiseren van een extra transformatorstation aan de oostkant van Haarlemmermeer om voldoende stroom te kunnen leveren voor de voorgenomen ontwikkelingen in onze gemeente. De locatie is gevonden op Schiphol Logistics Park, ten zuiden van de Incheonweg in Rozenburg, op een deel van het nog niet ontwikkelde bedrijventerrein. De oppervlakte is circa vier hectare. Het perceel is circa 193 bij 220 meter.
Figuur 1: De beoogde kavel voor het transformatorstation op Schiphol Logistics Park, ten zuiden van de Incheonweg in Rozenburg. Wat is de aanleiding?
Vanuit hun wettelijke taak leveren netwerkbeheerders Liander en TenneT elektriciteit. Op 30 september 2020 heeft Liander aangekondigd, vanwege een gebrek aan stroomtransportcapaciteit en ondanks al genomen tijdelijke maatregelen om die capaciteit te vergroten, genoodzaakt te zijn vanaf 1 oktober 2020 een stroomtransportbeperking (code rood) in te voeren. Het gebied met transportbeperking betreft onderstation Hoofddorp en treft met name het oostelijke gedeelte van onze gemeente. Het onderstation Rozenburg heeft al langere tijd een transportbeperking. Dit betekent dat Liander nieuwe aanvragen voor grootverbruikersaansluitingen niet meer van stroom kan voorzien. Dit raakt alle ontwikkelingen binnen het verzorgingsgebied van het betreffende onderstation, bijvoorbeeld de ontwikkelingen van bedrijventerreinen en woningbouwontwikkelingen waar grootverbruikaansluitingen vereist zijn. Daarnaast leidt ook de energietransitie tot een groeiende vraag naar stroom. Om het stroomtekort op te lossen zijn inmiddels niet één maar twee transformatorstations noodzakelijk, één ten westen en één ten oosten van de rijksweg A4. In de vastgestelde nota van B&W van 24 november 2020 is voor de oostzijde van de A4 de voorlopige voorkeur uitgesproken voor de locatie op Schiphol Logistics Park, gelegen ten zuiden van de Incheonweg in Rozenburg (2020.0001695).
In deze nota staan tevens de voor- en nadelen van deze locatie beschreven. Deze locatie is in het verzorgingsgebied de enig haalbare locatie. Sinds 2015 zijn wij in gesprek met TenneT en Liander over de locatie voor een nieuw onderstation. In 2018 is op basis van een uitgebreid locatie-onderzoek de voorkeur uitgesproken voor locaties ten westen van Rijsenhout. De raad heeft op 19 juli 2018 in de vorm van een unaniem aangenomen motie laten weten de realisatie van een transformatorstation op de voorkeurslocaties ten westen van Rijsenhout niet wenselijk te vinden. Vanaf dat moment is de zoektocht naar een locatie voortgezet. De focus is hierbij gericht op de ontwikkeling van een station op of binnen de grenzen van een bestaande bedrijventerreinontwikkeling. Ook daarbij
Definitief locatiebesluit transformatorstation Incheonweg Rozenburg
pagina 3
zijn er meerdere locaties bestudeerd. Veel locaties vallen echter af als gevolg van aanvliegroutes van de start- en landingsbanen van Schiphol. In de eerdere locatieonderzoeken is de kavel aan de Incheonweg al verkend en vanwege de maximale bouwhoogte ter plaatse afgevallen. In die eerdere verkenning was uitgegaan van een openschakeltuinsysteem (AIS systeem), het meest gebruikte systeem voor een transformatorstation. In de nieuwe situatie wordt uitgegaan van een gedeeltelijk gesloten systeem (GIS systeem), waardoor andere eisen van toepassing zijn en deze locatie alsnog mogelijk is geworden. Welk doel wordt nagestreefd?
Het doel is om voldoende netwerkstroom te genereren door middel van het plaatsen van een transformatorstation, zodat het energietekort in onze gemeente en de code rood in diverse gebieden kan worden opgeheven. Daarnaast is het de wens om deze voorziening zo goed mogelijk in de omgeving en het cultuur-historisch waardevolle landschap in te passen.
Figuur 2: Impressie met links de compensatiespoelen, in het midden de transformatoren en rechts de inpandige hoogspanningsinstallatie De hoogspanningsinstallaties worden in een gebouw opgenomen, waarbij de volledige schakeltuin en hoogspanningskabels niet zichtbaar zijn. Het maakt het mogelijk om het station zowel ruimtelijk als landschappelijk goed in te passen op de beschikbare kavel. De uitvoeringswijze komt ook tegemoet aan het leefbaarheidsbelang van de omgeving. De omgeving is gebaat met de gekozen situering van de geluidmakende installatieonderdelen aan de westzijde van het perceel, en daarmee zover mogelijk af van de woningen aan de Aalsmeerderdijk. De transformatoren en de compensatiespoelen staan in de buitenlucht, de hoogspanningsinstallatie staat inpandig. Uit divers verricht onderzoek naar geluid, elektromagnetische velden en de ruimtelijke inpasbaarheid is gebleken dat de locatie geschikt en haalbaar is voor de vestiging van een transformatorstation. In de bijlage is dit haalbaarheidsonderzoek, waarin op alle van belang zijnde aspecten van leefbaarheid, hinder, veiligheid en gezondheid wordt ingegaan, opgenomen.
Definitief locatiebesluit transformatorstation Incheonweg Rozenburg
pagina 4
3.2. Wat gaan we daarvoor doen?
Samen met TenneT en Liander is een haalbaarheidsonderzoek verricht, waarbij de volgende aspecten zijn onderzocht: de mogelijkheden tot uitwerking van de kabeltracés en aansluitingen; een definitieve uitwerking van de ruimtelijke inpassing, alsmede een eerste ontwerp van het station, waarvoor aansluiting is gezocht bij de kwaliteitskaders voor de ontwikkeling van Schiphol Logistics Park (SLP) en de Geniedijk een akoestisch onderzoek naar mogelijke geluidhinder, en ook onderzoek naar elektromagnetische velden; een bodemonderzoek naar de vervuiling door onder meer poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) en perfluoroctaanzuur (PFOA); onderzoek naar de luchtvaartbelangen, zoals eventuele radioverstoring, alsmede de verhouding tot de reservering van de parallelle Kaagbaan; een onderzoek naar eventuele bezwaren of gevolgen voor en vanuit de (woon)omgeving, zodat omgevingsbelangen kunnen worden meegewogen; onderzoek naar de financiële haalbaarheid (investeringsbeslissing TenneT/üander), alsmede verdere uitwerking van de grondoverdracht door en met de provincie NoordHolland. Deze onderzoeken worden door onafhankelijke bureaus verricht in opdracht van TenneT en Liander. Wij hebben de rol om de onderzoeken te toetsen. Wij hebben hierbij onze deskundigen en tevens onafhankelijke bureaus ingeschakeld.
Daarnaast hebben wij het participatietraject uitgevoerd in samenwerking met TenneT en Liander. De netwerkbedrijven hebben met name ondersteund waar het de beantwoording van de vragen die van technische aard waren betrof. Wat zijn de argumenten?
Uit de haalbaarheidsonderzoeken (zie bijlage) blijkt dat de locatie geschikt is. De resultaten zijn: de kabeltracés en aansluitingen voor de 150kV en 20kV zijn inpasbaar en tevens uitgewerkt in relatie tot andere stations; de definitieve uitwerking van de ruimtelijke inpassing sluit aan op de kwaliteitskaders voor de ontwikkeling van Schiphol Logistics Park (SLP) en de Geniedijk; uit het akoestisch onderzoek blijkt dat we ter plaatse van de gevels van de omliggende woningen onder de van toepassing zijnde norm van 50 dB(A) (etmaalwaarde) blijven; voor de beoogde stationslocatie en de ondergrondse kabels geldt dat wordt voldaan aan de richtlijnen op Europees en nationaal niveau voor wat betreft de electro-magnetische velden. Uit de onderzoeken blijkt dat er geen gebouwen, zoals huizen en scholen, binnen de contouren van de maximale blootstellingswaarden voor de electro-magnetische velden vallen. Die contouren van 100 microtesla (Europese norm) blijven ruim binnen de hekken van het station. Op grond van het voorzorgsbeginsel hebben wij als gemeente ook getoetst aan het nationale beleid van blootstelling van 0,4 microtesla, die overigens uitsluitend van toepassing is op bovengrondse hoogspanningsleidingen.
Ook deze contour ligt nagenoeg binnen de grenzen van het terrein; de resultaten van het verrichte bodemonderzoek naar de vervuiling door onder meer polyen perfluoralkylstoffen (PFAS) en perfluoroctaanzuur (PFOA) vormen geen belemmering voor de realisatie van de plannen; uit overleg met Schiphol is inmiddels gebleken dat aan de luchtvaartbelangen, zoals eventuele radioverstoring, alsmede de verhouding tot de reservering van de parallelle Kaagbaan, kan worden voldaan; in de in het haalbaarheidsonderzoek opgenomen communicatieparagraaf met bijlagen wordt het onderzoek naar bezwaren of gevolgen voor en vanuit de (woon)omgeving
Definitief locatiebesluit transformatorstation Incheonweg Rozenburg
pagina 5
beschreven in de vorm van verslaglegging van de gestelde vragen en de daarop gegeven antwoorden; de netwerkbedrijven hebben aangegeven dat de realisatie financieel haalbaar is (investeringsbeslissing TenneT/Liander) en ook over de overdracht van de grond bestaat overeenstemming met de eigenaar, de provincie Noord-Holland. Wat zijn de kanttekeningen?
Uit het participatietraject met de omgeving blijkt dat omwonenden bezwaren hebben. Zij uiten de zorg over hun gezondheid, vanwege het geluid, de elektromagnetische velden en de afstand van hun woningen tot de locatie. Bezwaren richten zich hierbij op het feit dat de transformatoren en spoelen slechts aan drie zijden zijn ommuurd, waardoor geluid richting de woningen aan de Aalsmeerderdijk kan uitstralen. Het uitgevoerde geluidsonderzoek laat zien dat het station desondanks voldoet aan de geluidsnormen, maar dat lijkt omwonenden onvoldoende gerust te stellen. Omwonenden ervaren al veel geluidshinder, onder andere van het bedrijventerrein, luchthaven Schiphol en de snelweg. Ondanks dat voldaan wordt aan de geluidsnormen hebben Liander en TenneT besloten om voor zowel de transformatoren als de spoelen een extra wand te plaatsen. Daarmee staan ze tussen vier muren in plaats van drie, waar het ontwerp op gebaseerd was. Het geluid wordt hiermee verder teruggedrongen en daarmee wordt in meerdere mate dan de richtlijnen voorschrijven tegemoetgekomen aan de bezwaren van omwonenden. Met TenneT en Liander is afgesproken dat in het kader van het bestemmingsplan ook onderzoek wordt gedaan naar het eventuele cumulatieve effect van de toevoeging van deze nieuwe geluidbron (transformatorstation).
De verwachting is dat zal blijken dat vanwege het heersende achtergrondniveau geen sprake is van verhoging van de gezamenlijke geluidsbelasting. De resultaten van het haalbaarheidsonderzoek worden gedeeld met de omwonenden en werkgroepen. Alle gestelde vragen zijn inmiddels beantwoord en daarvan hebben de vragenstellers ook al tijdens het participatieproces kennis van kunnen nemen via de beantwoording van brieven en mails, maar ook door de weergave van de vragen en antwoorden op de onze website. Het perceel maakt deel uit van het bedrijventerrein Schiphol Logistics Park en de functie van een transformatorstation past daarbinnen. Het belang van de stroomvoorziening dient te prevaleren ten opzichte van de ingebrachte omgevingsbelangen die naar ons oordeel, rekening houdende ook met de effecten van een volledige ommuring van de transformatoren en spoelen, niet op onevenredige wijze worden geschaad. Vanwege de beperkte bebouwing van het perceel en de situering daarvan aan de noordwestelijke zijde is een goede ruimtelijke en groene inpassing mogelijk die ook recht doet aan de cultuurhistorische waarde van de Geniedijk. Volgend op dit locatiebesluit zal een herziening van het geldende bestemmingsplan in procedure moeten worden gebracht.
Vestiging van een transformatorstation op deze locatie kan ruimtelijk in voldoende mate worden onderbouwd en voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Tegen de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan staan de gebruikelijke rechtsbeschermingsmogelijkheden open. Nadat het besluit over de definitieve locatie is genomen duurt het nog geruime tijd voordat een onderstation er staat. De ruimtelijke procedure wordt ingeschat op circa twee jaar; de bouw duurt ook circa twee jaar. Het nieuwe station is daardoor op zijn vroegst in 2025 operationeel.
Definitief locatiebesluit transformatorstation Incheonweg Rozenburg
pagina 6
3.3 Wat mag het kosten?
Vanwege het grote belang van opheffing van het stroomtekort is direct na ons voorlopige locatiebesluit op 24 november 2020 een start gemaakt met het haalbaarheidsonderzoek. Aansluitend op dit besluit is, vanwege de reeds volledige besteding van het initiatievenbudget, een aanvraag gedaan bij de raad voor beschikbaarstelling van middelen om onze plankosten mee te dekken. Vanwege het belang van de stroomvoorziening is het participatietraject en zijn de onderzoeken voor de haalbaarheid parallel in gang zijn gezet. Voor de plankosten van het project is een voorbereidingskrediet van € 100.000 beschikbaar gesteld op 4 maart 2021 (2021.0000029). Het krediet is en wordt aangewend om de haalbaarheidsonderzoeken van TenneT en Liander te toetsen, het participatietraject uit te voeren, de bestemmingsplanprocedure in gang te zetten en voor deze besluitvormingsprocedure voor de definitieve bepaling van de locatie. De voorbereidings- of plankosten, alsmede de historische kosten voor zover betrekking hebbende op de locatie aan de Incheonweg, zullen na het locatiebesluit door middel van een anterieure overeenkomst op de ontwikkelaar van de locatie worden verhaald. Dit is een door ons gestelde voorwaarde in het haalbaarheidsonderzoek.
In de programmabegroting worden de kosten en bijdragen verantwoord op beleidsdoel B 'Haarlemmermeer realiseert ruimtelijke projecten die bijdragen aan het maatschappelijk doel' van het programma Ruimtelijke ontwikkeling, taakveld 3.2. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de definitieve locatie van het transformatorstation, gelegen op Schiphol Logistics Park, ten zuiden van de Incheonweg in Rozenburg. Ten eerste door dit besluit te nemen en ten tweede door in vervolg hierop het bestemmingsplan te herzien. De wethouder Ruimtelijke Ordening is eerste aanspreekpunt binnen ons college. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?
We besteden veel aandacht aan de communicatie over de beoogde locatie van het transformatorstation. De aanpak van de communicatie is er op gericht zo open en persoonlijk mogelijk omwonenden en andere belanghebbenden te informeren en, daar waar gewenst, ook het gesprek aan te gaan. Wij hebben daarbij nauw samengewerkt met de netbeheerders TenneT en Liander, in het bijzonder waar het de meer technische vragen betrof. Conclusie haalbaarheid vanuit communicatie en participatie
De participatie en communicatie (consultatie) maken deel uit van het haalbaarheidsonderzoek. In de communicatie rondom het haalbaarheidsonderzoek is van geen bezwaren, overwegingen of omstandigheden gebleken, waardoor deze locatie als ongeschikt moet worden beschouwd. Met betrekking tot de gevreesde geluidhinder worden aanvullende maatregelen getroffen, ondanks dat zonder die maatregelen ook aan de norm wordt voldaan. Het aanvullende cumulatieve geluidsonderzoek gaat deel uitmaken van de voorbereiding van het bestemmingsplan volgend op het locatiebesluit. Het station is mede door de beperkte bovengrondse bebouwing landschappelijk ook goed inpasbaar en doet geen afbreuk aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van deze omgeving. Dit afwegend is onze conclusie dat wij op grond van het onderzoek en de resultaten van de communicatie en consultatie redelijkerwijs tot het oordeel kunnen komen dat de locatie aan de Incheonweg geschikt is voor de vestiging van het geplande transformatorstation.
pagina 7
Definitief locatiebesluit transformatorstation Incheonweg Rozenburg
3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?
Na vaststelling van het locatiebesluit zal een ontwerpbestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt worden opgesteld en conform de wettelijke procedures aan de gemeenteraad worden voorgelegd. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?
Het stroomcapaciteitstekort speelt ook in de Metropoolregio Amsterdam een grote rol. Met de komst van het transformatorstation wordt de regio in betere mate voorzien van stroom. De regio is gebaat bij de komst van het transformatorstation, om in de opgaven voor woningbouw, de energietransitie en de vestiging van bedrijven te kunnen voorzien. 4. Ondertekening
thouders van de gemeente Haarlemmermeer, de burgemeester,
k-fl Marianne Schuurmans-Wijdeven Bijlage(n): Haalbaarheidsonderzoek
Haalbaarheidsstudie 150/20kV-transformatorstation Schiphol Logistics Park
Document ID Versie Status Datum laatste versie Projectmanager Auteur(s) Gezien door Goedgekeurd Verspreidingslijst
RTO822/RLO2402_HBS 1.1 Definitief 16-3-2021 Gemeente Haarlemmermeer: F. Breg Qirion: M. Oud Gemeente Haarlemmermeer: E. Scherpenhuijsen, F. Ex Qirion: D. Pasma, J. de Bruin, I. van Lith I. van Lith Gemeente Haarlemmermeer: F. Breg Qirion: M. Oud Gemeente Haarlemmermeer: F. Breg, E. Scherpenhuijsen, F. Ex TenneT: N. van der Zwet, M. Fick, P. van de Kragt Liander: F. van Kuijk, R. Bleumink, R. Bolhuis
1
INHOUD 1
2
3
4
5
Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding ......................................................................................................................................... 3
1.2
Doel ................................................................................................................................................... 3
1.3
Leeswijzer ......................................................................................................................................... 3
Onderbouwing locatiekeuze .................................................................................................................. 4 2.1
Haalbaarheidsstudie 2017 ................................................................................................................ 4
2.2
Vervolgstudie stationslocatie ............................................................................................................. 5
Locatiebeschrijving ................................................................................................................................ 9 3.1
Beschrijving locatie ........................................................................................................................... 9
3.2
Gemeentelijke randvoorwaarden .................................................................................................... 11
Techniek ................................................................................................................................................ 12 4.1
Onderdelen station .......................................................................................................................... 12
4.2
Indeling station ................................................................................................................................ 14
4.3
Voedende kabelverbindingen .......................................................................................................... 14
Planologie en omgevingsaspecten .................................................................................................... 16 5.1
Bestemmingsplantoets .................................................................................................................... 16
5.2
Bodem ............................................................................................................................................. 17
5.3
Archeologie en aardkunde .............................................................................................................. 18
5.4
Conventionele explosieven ............................................................................................................. 18
5.5
Natuur ............................................................................................................................................. 19
5.6
Water ............................................................................................................................................... 20
5.7
Geluid .............................................................................................................................................. 21
5.8
Elektromagnetische velden ............................................................................................................. 22
5.9
Externe veiligheid ............................................................................................................................ 24
5.10
Luchthavenindelingsbesluit ......................................................................................................... 24
5.11
Inpassing ..................................................................................................................................... 25
5.12
Grondeigendom ........................................................................................................................... 26
6
Omgevingsconsultatie ......................................................................................................................... 27
7
Conclusie .............................................................................................................................................. 31
Bijlagen ......................................................................................................................................................... 32
2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Er is een grote behoefte aan extra stroom in een groot deel van de Haarlemmermeer, voor woningbouw, nieuwe bedrijven, bedrijfsuitbreiding en vanwege de energietransitie. De vraag naar stroom is de laatste jaren sterk gegroeid waardoor de maximale capaciteit van transport van elektriciteit is bereikt. Dit betekent dat het elektriciteitsnet van Haarlemmermeer op code rood staat. Nieuwe grootverbruikers kunnen daardoor niet meer door Liander worden aangesloten. Dit geldt voor bedrijven, die zich willen vestigen in Hoofddorp, Schiphol-Rijk en Rijsenhout, maar bijvoorbeeld ook voor de bouw van liftinstallaties in wooncomplexen, warmtepompen en warmtenetvoorzieningen. Er is hiervoor geen (transport)capaciteit meer op het elektriciteitsnet. Er moeten daarom op korte termijn twee nieuwe transformatorstations worden gebouwd, zowel aan de oost- als westzijde van de A4 nabij Hoofddorp. De gemeente Haarlemmermeer (hierna: gemeente) heeft in november 2020 aangekondigd dat ze, samen met netbeheerders TenneT en Liander, gaat onderzoeken of er een transformatorstation kan komen aan de Incheonweg op bedrijventerrein Schiphol Logistics Park (SLP) in Rozenburg. Deze locatie heeft de voorkeur voor het bouwen van de eerste van de twee transformatorstations.
1.2
Doel
Doel van dit haalbaarheidsonderzoek is om te bepalen of het mogelijk is om ter plaatse van de Incheonweg op bedrijventerrein SLP-Zuid een transformatorstation (hierna: station) te realiseren. De locatie wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot omgevingsaspecten (planologie, milieu en veiligheid). Daarnaast wordt de technische haalbaarheid eveneens beoordeeld. En door middel van een communicatietraject is het draagvlak in de omgeving onderzocht.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is de keuze voor de stationslocatie toegelicht. In hoofdstuk 3 is de locatie beschreven. Hoofdstuk 4 geeft informatie over het stationsontwerp en de -locatie (technische haarbaarheid). In hoofdstuk 5 is de haalbaarheid van de locatie beschreven op basis van planologie en omgevingsaspecten. De consultatie van de omgeving is beschreven in hoofdstuk 6. Tot slot is de conclusie van de haalbaarheidsstudie opgenomen in hoofdstuk 7.
3
2
Onderbouwing locatiekeuze
2.1
Haalbaarheidsstudie 2017
In de periode van 2015 tot en met 2017 is een haalbaarheidsonderzoek1 uitgevoerd om te komen tot een locatiekeuze voor een 150/20kV-station en een voorkeurstracé voor de 150kV-verbindingen. Uitgangspunten in deze studie zijn onder andere een AIS-station2 met een oppervlakte van circa 6 hectare, zes transformatoren van Liander, twee compensatiespoelen van TenneT en bliksemspitsen met een hoogte van 22 meter. Stationslocatie In het haalbaarheidsonderzoek zijn drie potentiële stationslocaties naar voren gekomen als haalbare stationslocaties, te weten locaties 1, 2A en 2B. Op onderstaande figuur zijn de drie locaties weergegeven, zie tevens bijlage 1.
Figuur 2.1: Zoekgebied en potentiële stationslocaties haalbaarheidsstudie 2017
Locaties 2A en 2B hadden de voorkeur van de netbeheerders ten opzichte van locatie 1. Echter voor deze locaties heeft de gemeenteraad op 18 juli 2018, na bezwaren van de omgeving, besloten dat ze niet langer beschikbaar zijn als mogelijke stationslocatie. TenneT en Liander hadden reeds een verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan ingediend bij de gemeente. Hierop is een weigering van het in procedure nemen van het bestemmingsplan ontvangen, zie bijlage 2. Daarmee valt het hele gebied PrimA4a, rondom locatie 2A en 2B af als zoekgebied voor een station.
1
Haalbaarheidsstudie fase 2, A4-zone, Afweging omtrent locatie- en tracékeuze 150/20 kV-transformatorstation en 150 kV-
kabelverbindingen, februari 2017 2
Dit is een open transformatorstation met een opstelling van de schakelcomponenten in de buitenlucht. AIS staat voor Air
Insulated Switchgear, wat betekent dat (normale) buitenlucht wordt gebruikt als isolatiemedium 4
Na het afvallen van locaties 2A en 2B zijn de netbeheerders verder in gesprek gegaan met de gemeente over locatie 1 op Schiphol Trade Park. Het onderzoek voor deze stationslocatie was in een ver gevorderd stadium. Echter, begin 2019 bleek dat door het mogelijk toekomstige metro-tracé en de ‘Uitgangspunten Schaalsprong Oostflank Haarlemmermeer’3 een station op deze locatie voor de gemeente ongewenst is. Hiermee is ook locatie 1 afgevallen. Tracé 150kV-verbindingen Het resultaat van de haalbaarheidsstudie was, naast potentiële stationslocaties, ook te komen tot een voorkeurstracé voor de 150kV-verbindingen van TenneT. Het voorkeurstracé loopt vanaf transformatorstation Vijfhuizen en vanaf transformatorstation Nieuwe Meer tot de hoek Rijnlanderweg/Geniedijk in Hoofddorp. De keuze van de stationslocatie heeft geen invloed op het tracé tot aan de Geniedijk. Dit voorkeurstracé is daarom nog steeds actueel. Er zijn door de gemeente twee voorbereidingsbesluiten4 voor het tracé genomen. Het ontwerpbestemmingsplan Vijfhuizen-Nieuwe Meer5 ligt inmiddels ter inzage en heeft daarmee de werking van het voorbereidingsbesluit overgenomen. Tevens is er een nieuw voorbereidingsbesluit6 genomen voor het tracé Raasdorp-Geniedijk.
2.2
Vervolgstudie stationslocatie
Met het afvallen van de drie potentiële stationslocaties is opnieuw gekeken waar een locatie gevonden kon worden. Ondertussen wordt de noodzaak voor een nieuw transformatorstation steeds groter. Door de dorpsraad Rijsenhout, bewonerscomité 'Rijsenhout zegt nee tegen 150kV' en de gemeente is een aantal locaties aangedragen, zowel binnen als buiten het zoekgebied uit de eerdere haalbaarheidsstudie. Echter, deze locaties bleken om diverse redenen niet haalbaar voor het vestigen van een transformatorstation. Dit geldt zowel voor een AIS7-station als een GIS8-station. Hieronder is toegelicht waarom deze locaties zijn afgevallen. De vraag naar stroom is sinds de start van de zoektocht naar een stationslocatie in 2015 veel groter geworden. Aanvankelijk waren de netbeheerders op zoek naar één locatie voor een station. Inmiddels is de vraag naar stroom zo groot dat er twee stationslocaties nodig zijn. Gezien de klantgebieden is er één station nodig aan de oostzijde van de rijksweg A4 en één station aan de westzijde. De meest urgente stroomvraag is met name in Schiphol-Rijk. Daarom wordt de eerste stationslocatie gezocht aan de oostzijde van de A4. Op figuur 2.2 is het zoekgebied weergegeven waarbinnen de netbeheerders een stationslocatie zoeken, zie ook bijlage 3.
Bij het bepalen van de zoekgebieden is onder meer gekeken naar het functioneren van het netwerk, nabijheid van de klantvragen, spreiding van transformatorstations, technische eisen aan lengte van kabeltracés en de natuurlijke of door cultuurhistorie bepaalde lijnen in het landschap.
3
Uitgangspunten voor de Schaalsprong van de Oostflank Haarlemmermeer, gemeente Haarlemmermeer, 23 december 2019
4
Voorbereidingsbesluit Knooppunt Raasdorp-Geniedijk en Voorbereidingsbesluit 150 kV-verbinding Vijfhuizen-Nieuwe Meer, 24-
02-2020 5
Ontwerp bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV-verbinding, Gemeente Haarlemmermeer, 11-02-2021
6
Voorbereidingsbesluit Lijnden-Hoofddorp Geniedijk 2021, 11-02-2021
7
Dit is een open transformatorstation met een opstelling van de schakelcomponenten in de buitenlucht. AIS staat voor Air
Insulated Switchgear, wat betekent dat (normale) buitenlucht wordt gebruikt als isolatiemedium 8
Dit is een station waarbij het hoogspanningsdeel in een gebouw is ondergebracht. GIS staat voor Gas Insulated Switchgear,
wat betekent dat een speciaal gas (onder druk) in een omsloten omhulling wordt gebruikt als isolatiemedium 5
Op figuur 2.2 is in het groen het gebied ten westen van de rijksweg A4 weergeven. Binnen dit gebied zijn de netbeheerders op zoek naar een tweede stationslocatie. In het deel van het zoekgebied ten oosten van de rijksweg A4 wordt de eerste stationslocatie gezocht. Hierbinnen is in het geel PrimA4a weergegeven. Het deel dat met enkel een gele kleur is weergegeven valt af als mogelijke stationslocatie door het raadbesluit van 18 juli 2018 (zie par. 2.1). Het deel van PrimA4a, dat is weergegeven met zowel een gele kleur als stippen, ligt te ver van de klantvragen in Schiphol-Rijk vandaan. De netverliezen over de kabels naar de klanten worden door de lengte van de kabels te groot. Dit gebied valt daarom ook af. Het gebied dat met paars, rood en oranje is weergegeven is de funnel van de Kaagbaan. Hierbinnen is het niet toegestaan een nieuw station te realiseren.
Figuur 2.2: Zoekgebied stationslocaties netuitbreiding A4-zone
Vervolgens hebben de netbeheerders onderzocht of het stationsontwerp aangepast kon worden, waarmee mogelijk nieuwe stationslocaties in beeld zouden komen. Het bleek mogelijk de bliksemspitsen te verlagen van 22 meter naar 17 meter, door meer bliksemspitsen te plaatsen. Hierdoor kwam een deel van het zoekgebied, dat eerder was afgevallen in verband met de bouwhoogtes uit het LIB 9, toch weer in beeld. Dit betreft het gebied ten noorden van de Geniedijk en ten oosten van de Rijksweg A4. Dit gebied is inmiddels grotendeels bebouwd (bedrijventerrein SLP), zie afbeelding hieronder. Ook ligt de reservering van de parallelle Kaagbaan (Barro10) in het gebied.
9
Luchthavenindelingbesluit Schiphol
10
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 6
Figuur 2.3: Uitsnede zoekgebied ten noorden Geniedijk
Hiermee kwamen de onbebouwde percelen aan de zuidzijde van de Incheonweg naar voren als mogelijke locatie voor het station. Deze percelen zijn in het groene kader weergegeven op figuur 2.4.
Figuur 2.4: Beoogde percelen voor stationslocatie (groene kader)
7
De gemeente heeft voor de locatie aan de Incheonweg de eis gesteld dat een station op deze locatie voor het hoofdspanningsdeel een GIS11-station moet worden. Hiermee wordt de benodigde oppervlakte van het station kleiner, dat gaat van circa 6 hectare naar circa 4 hectare. Daarnaast past een GIS-station binnen het beeldkwaliteitskader van bedrijventerrein Schiphol Logistics Park. Bij de door de dorpsraad Rijsenhout, Bewonerscomité 'Rijsenhout zegt nee tegen 150kV' en de gemeente aangedragen locaties lag ook een aantal locaties buiten het zoekgebied. Deze locaties zijn afgevallen vanwege onvoldoende beschikbare ruimte, het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) en de reservering van de parallelle Kaagbaan.
11
Dit is een station waarbij het hoogspanningsdeel in een gebouw is ondergebracht. GIS staat voor Gas Insulated Switchgear,
wat betekent dat een speciaal gas (onder druk) in een omsloten omhulling wordt gebruikt als isolatiemedium 8
3
Locatiebeschrijving
3.1
Beschrijving locatie
Het perceel waarop het station is beoogd, ligt tussen de Incheonweg en het nog te realiseren Geniepark, zie figuur 3.1. De ontsluiting van het perceel is op de Incheonweg. De locatie ligt dicht bij de bedrijven die aangesloten moeten worden op het nieuwe station.
Figuur 3.1: Locatie beoogde station (stippellijn: stationslocatie, groene zone: Geniepark)
Op onderstaande figuur is het straatbeeld van de stationslocatie afgebeeld.
Incheonweg
Locatie station
Geniedijk
Figuur 3.2: Straatbeeld stationslocatie richting het oosten
De reservering van de parallelle Kaagbaan valt over het westelijk deel van het kavel tussen de Aalsmeerderweg en de Arendshoeve, zie onderstaande figuur 3.3. Daarom is er door de netbeheerders voor gekozen om het station richting de oostzijde te plaatsen. Hierbij was het de wens van de grondeigenaar om de oostelijke grens van het station te laten samenvallen met de oostelijke grens van de percelen. Op deze manier blijft er geen reststrook over aan de oostzijde.
9
Figuur 3.3: Beoogde stationslocatie (rood), reservering parallelle Kaagbaan (groen)
Bij het maken van het stationsontwerp is in eerste instantie gekozen om de geluidsbronnen van het station zo veel mogelijk te situeren in midden van de woningen in omgeving (Aalsmeerderweg en Aalsmeerderdijk). Vervolgens bleek dat Schiphol bij de parallelle Kaagbaan uitgaat van een funnel over een deel van het terrein, waardoor het station ook niet verder richting de Aalsmeerderweg opgeschoven kan worden. De funnel is weergegeven in figuur 3.4.
Figuur 3.4: Stationslocatie met reservering parallelle Kaagbaan en niet-gereserveerde vliegfunnel (bron: Schiphol)
10
3.2
Gemeentelijke randvoorwaarden
Voor de realisatie van een station gelden veel technische eisen en eisen vanuit wet- en regelgeving. Aanvullend heeft de gemeente voor deze specifieke locatie de volgende randvoorwaarden gesteld: Voor het TenneT-deel van het station wordt een GIS (Gas Insulated Switchgear) in plaats van een AIS (Air Insulated Switchgear) gerealiseerd. In bijlage 4 is een brochure over het station opgenomen, waarin de verschillende onderdelen van het station zijn toegelicht; De inpassing van het station moet passen binnen de kaders uit het Beeldkwaliteitsplan Schiphol Logistics Park, alsmede rekening houden met het behoud van de cultuurhistorische en landschappelijke waarde van het Unesco-monument Fort Aalsmeer en de gemeentelijke plannen voor realisatie van het Geniepark. In een notitie zijn de uitgangspunten opgenomen ten aanzien van een goede landschappelijke inpassing van het station in de omgeving en is benoemd welke beleidskaders van toepassing zijn, zie bijlage 5. Dit wordt door een architect uitgewerkt in een ontwerp voor de gebouwen en bouwwerken op het station. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van het station.
Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 5.11; Naast het geldende beleid voor elektromagnetische velden, waarbij voor hoogspanningsstations en ondergrondse hoogspanningsverbindingen op basis van Europese normen een blootstellingslimiet van 100 microtesla geldt, heeft de gemeente een aanvullend verzoek gedaan aan de netbeheerders. Aanvullend is de stationslocatie ook getoetst aan het zogenaamde "voorzorgbeginsel voor bovengrondse hoogspanningslijnen". Hierbij wordt geadviseerd om bij nieuwe situaties zo veel mogelijk te voorkomen dat kinderen langdurig verblijven in een zone waarbij het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan op 0,4 microtesla. In paragraaf 8.8 is het onderwerp elektromagnetische velden beschreven.
11
4
Techniek
4.1
Onderdelen station
Het station betreft een 150/20kV-station van TenneT en Liander. Het station wordt met ondergrondse 150kVkabelverbindingen, vanaf transformatorstation Vijfhuizen, gevestigd op bedrijventerrein De Liede, en transformatorstation Nieuwe Meer in Amsterdam, aangesloten op het bestaande elektriciteitsnetwerk. Vervolgens worden de gebruikers/klanten vanuit dit station van stroom voorzien door aansluitingen op het 150kV-, 20kV- en achterliggende distributienet. Het station bestaat uit een hoogspanningsgedeelte (TenneT) en een middenspanningsgedeelte (Liander). Deze delen zijn van elkaar gescheiden, omdat er sprake is van twee netbeheerders die afzonderlijk van elkaar in staat moeten zijn beheer en onderhoud te plegen aan de eigen installaties. Op het stationsterrein wordt een aantal gebouwen/bouwwerken gerealiseerd, namelijk: 1. Een 150kV-GIS-station; 2. Zes transformatoren met wanden aan drie zijden en een geluidswerende voorzetwand; 3. Een 20kV-middenspanningsstation; 4. Twee compensatiespoelen met wanden aan drie zijden en een geluidswerende voorzetwand. De onderdelen 1 en 4 worden door TenneT beheerd. De onderdelen 2 en 3 zijn in beheer bij Liander. In het oorspronkelijke ontwerp van het station staan de transformatoren en compensatiespoelen in cellen met drie wanden.
In het gebied rondom de Incheonweg is sprake van een specifieke situatie waar al een relatief groot aantal geluidsbronnen zijn, zoals luchthaven Schiphol, snelwegen en bedrijventerreinen. Gelet op deze specifieke situatie hebben de netbeheerders besloten om de cellen van de transformatoren en compensatiespoelen te voorzien van een vierde geluidswerende voorzetwand. Dit is nader toegelicht in paragraaf 5.7.
In figuur 4.1 zijn de verschillende onderdelen op het station toegelicht. Hierbij is zowel het oude als het nieuwe stationsontwerp weergegeven. In bijlage 4 is een uitgebreide toelichting hierover opgenomen.
12
Compensatiespoelen TenneT
20kV-station Liander 150kV-GIS station TenneT
Transformatoren Liander Wegen Ondergrondse 150kV-verbindingen tussen beide stationsdelen TenneT
Figuur 4.1: Onderdelen station, links oude stationsontwerp, rechts nieuwe stationsontwerp met 4e wand in cellen
Op het station worden wegen aangelegd om de verschillende gebouwen/bouwwerken te bereiken voor onderhoud en vervanging van onderdelen. Er wordt tevens een beperkt aantal parkeergelegenheden aangelegd. Het station is onbemand, enkel tijdens beheer en onderhoud zijn er mensen aanwezig op het station. Het stationsterrein heeft een oppervlakte van circa 4 hectare. Het perceel is circa 193 bij 220 meter. Het GISgebouw is circa 12 meter hoog. De cellen van de transformatoren en de compensatiespoelen zijn circa 6,5 meter hoog. Het 20kV-gebouw is circa 4,25 meter hoog. Op de cellen van de transformatoren en de compensatiespoelen worden bliksemspitsen geplaatst waardoor de totale hoogte op circa 12 meter boven maaiveld komt. Er is voldoende ruimte op de locatie aan de Incheonweg om het station te realiseren. Uitgangspunt hierbij is wel dat de ontsluitingsweg van Liander en TenneT rechtstreeks op de Incheonweg wordt aangesloten en afgezien wordt van het in het Stedenbouwkundig Plan voor SLP opgenomen voornemen om een parallelle Incheonweg aan te leggen. De noodzaak daartoe is komen te vervallen door een verruiming van het kruispunt tussen de Incheonweg en de Aalsmeerderweg.
13
4.2
Indeling station
Deze paragraaf bevat een toelichting op de indeling, zoals afgebeeld op figuur 4.1. De positionering van het 20kV-gebouw van Liander is zo bepaald dat er voldoende ondergrondse ruimte is voor de afgaande 20kV-verbindingen naar afnemers in de omgeving. Deze 20kV-verbindingen worden richting het noordwesten aangelegd parallel aan de Incheonweg. Daarom is het middenspanningsgebouw van Liander haaks op de Incheonweg geprojecteerd. De transformatoren van Liander zijn zo gepositioneerd dat er voldoende ondergrondse ruimte op het station is voor de voedende 150kV-kabels vanuit het GIS-gebouw van TenneT. Voor het GIS-gebouw geldt ook dat deze zo is geprojecteerd dat er voldoende ruimte is voor de afgaande- en voedende 150kV-kabels. Ongewenste wederzijdse beïnvloeding tussen de kabels op het station en daarbuiten wordt op deze manier voorkomen. Zie figuur 4.3 voor de ligging van de 150kV-kabels op het stationsterrein. De transformatoren en compensatiespoelen (geluidsbronnen van het station) zijn zo ver als mogelijk noordelijk op het terrein geplaatst en staan ongeveer in het midden tussen de woningen aan de Aalsmeerderdijk en Aalsmeerderweg. Op het terrein is rekening gehouden met het onderhoud en de mogelijke toekomstige vervanging van de transformatoren, compensatiespoelen en de installaties in de gebouwen.
Dit is de reden dat het Lianderstation en TenneTstation niet recht tegenover elkaar zijn geplaatst en dat hiertussen voldoende ruimte is. Na dertig tot vijftig jaar is het GIS-station toe aan vervanging en dat moet in zijn geheel. Eerst wordt een volledig nieuw GIS-station gebouwd naast het huidige station om de levering van strook te garanderen. Na in bedrijf name van het nieuwe GIS-station wordt het oude GIS-station gesloopt. De transformatoren en compensatiespoelen kunnen individueel worden vervangen. Met deze stationsindeling zijn overigens ook de nodige vluchtroutes te realiseren die voldoen aan de Europese en Nederlandse elektriciteitsnormen.
4.3
Voedende kabelverbindingen
Het station wordt gevoed door vier ondergrondse 150kV-verbindingen, drie verbindingen vanuit station Vijfhuizen en één verbinding vanuit station Nieuwe Meer. Het beoogde tracé voor de voedende 150kV-verbindingen ligt ondergronds in het Geniepark. In deze strook is voldoende ruimte om de verbindingen aan te leggen. De functie van het Geniepark blijft ongewijzigd door de 150kV-verbindingen. Op onderstaande figuur is het tracé indicatief weergegeven.
14
Figuur 4.2: Indicatieve ligging voedende 150kV-verbindingen (zwarte lijn lijn)
Vanuit het Geniepark komen de voedende verbindingen op het stationsterrein naar het GIS-gebouw. Vanaf het GIS-gebouw liggen er 150kV-verbindingen naar de transformatoren en compensatiespoelen. Op onderstaande figuur is dit weergegeven.
Figuur 4.3: Ligging 150kV-verbindingen (zwarte lijnen) op stationsterrein
15
5
Planologie en omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk zijn de verschillende (planologische) omgevingsaspecten met betrekking tot milieu, veiligheid en landschap van de stationslocatie beschreven. De kabelverbindingen zijn buiten beschouwen gelaten.
5.1
Bestemmingsplantoets
Het beoogde station ligt binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan Rozenburg Schiphol Logistics Park. Het bestemmingsplan is vastgesteld op 11 februari 2016 en onherroepelijk geworden op 10 mei 2016. In onderstaande figuur is de verbeelding van het bestemmingsplan ter hoogte van de stationslocatie afgebeeld.
Figuur 5.1: Verbeelding bestemmingsplan met stationslocatie (zwarte kader) (bron: ruimtelijke plannen.nl).
De grond heeft de bestemming Agrarisch. De functie transformatorstation is strijdig met de bestemming Agrarisch. Er geldt een aanduiding ‘milieuzone-geurzone’, maar die is voor de beoogde functie niet relevant. Er geldt ook een aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone – lib’; de beoogde functie is daarmee is niet strijdig; zie voor nadere uitleg paragraaf 5.10. Voorts geldt er de aanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 4’. Deze biedt de mogelijkheid de bestemming te wijzigen in onder meer de bestemming Bedrijventerrein. Dit geeft aan dat de gemeente de locatie ziet als toekomstig bedrijventerrein. Om te beoordelen of de bouw van het station past binnen de bestemming Bedrijventerrein, is de bestemmingsomschrijving van toepassing. De relevante onderdelen daarvan luiden als volgt: “De voor ‘Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ bedrijfsactiviteiten behorende tot bedrijfscategorie 1, 2, 3.1 of 3.2 zijn toegestaan; met daarbij behorende: i. nutsvoorzieningen; l. voorzieningen ten behoeve van duurzame energieopwekking, zoals biogas en zonne-energie; met dien verstande dat: o. geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan;”
16
Uit het citaat is af te leiden dat nutsvoorzieningen met name zijn toegestaan als zij behoren bij een bedrijf. Een nutsvoorziening zou alleen als zelfstandige vestiging zijn toegestaan voor zover de nutsvoorziening voldoet aan de omschrijving van ‘bedrijf’. Omdat een transformatorstation een functie is waarvoor de hoofdbestemming Bedrijf het meest geëigend is, is dat een houdbare stelling. Echter het bepaalde onder letter o., dat geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan, levert een strijdigheid op, want het transformatorstation is zo’n inrichting. Dat laatste is dan ook de reden waarom het bepaalde ten aanzien van het wijzigingsgebied 4 niet van toepassing is. De andere strijdigheid is dat binnen bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 een transformatorvermogen van maximaal 200 MVA is toegestaan, terwijl het beoogde station meer opgesteld vermogen heeft. Voorts is het zo dat het beoogde station een inrichting is, als bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder; dat artikel gaat over vestigingen die zodanig veel geluid kunnen produceren dat het verplicht is een zone vast te stellen. Dit kan uitsluitend door middel van vaststelling van een bestemmingsplan. Zie voor het aspect geluid paragraaf 5.7. Voor de ondergrondse 150kV-verbindingen wordt een dubbelbestemming opgenomen in het bestemmingsplan.
De verbindingen worden in de onderzoeken ten behoeve van het bestemmingsplan getoetst aan de wet- en regelgeving. Conclusie: • De bouw van het station is strijdig met de bestemming Agrarisch; • Omdat het om een geluidzoneringsplichtige inrichting gaat en omdat het opgestelde vermogen de reikwijdte van de milieucategorie 3.2 te buiten gaat, is het maken van een wijzigingsplan niet aan de orde; • Het wijzigingsplan is evenmin aan de orde omdat in de voorschriften uitgegaan wordt van een verlegging van de Incheonweg. Deze verlegging is, zoals in 4.1 al werd aangegeven, niet meer aan de orde; • Omdat het om een artikel 40 Wgh-inrichting gaat, kan niet worden volstaan met een op zichzelf staande omgevingsvergunning; • Er is daarom zowel een herziening van het bestemmingsplan als een omgevingsvergunning activiteit milieu nodig. De omgevingsvergunning voor de activiteit milieu is enkel noodzakelijk voor Liander.
5.2
Bodem
Voor het opnemen van een nieuwe bestemming in een plan moet worden aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het plan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Vooronderzoek Er is een vooronderzoek conform de NEN575 uitgevoerd door Almad Eco BV op de locatie gelegen aan de Incheonweg in het kader van de ontwikkeling van het toekomstige station. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Op basis van dit vooronderzoek is geconcludeerd dat de bodemkwaliteit v.w.b. de stoffen uit het standaard NEN-pakket aangevuld met OCB’s afdoende is onderzocht. Echter, specifiek voor de PFASachtige stoffen is de kwaliteit van de bodem onvoldoende vastgesteld, omdat eerdere onderzoeken zich enkel hebben gericht op de aanwezigheid van PFOS en PFOA. Een aanvullend onderzoek is nodig voor het bepalen van eventuele aanverwante stoffen die behoren tot de PFAS-groep. Verkennend bodemonderzoek Door Almad Eco is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN5740, zie bijlage 7. Op basis van de beschikbare informatie uit het vooronderzoek en de terreininspectie is de locatie als “verdacht" beschouwd voor met name PFAS. De boringen en peilbuizen zijn geplaatst op basis van de contouren en onderdelen van het station.
Voor de volledigheid zijn de stoffen uit het NEN5740-pakket ook onderzocht. 17
Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat voor zowel de stoffen uit het NEN5740 pakket als de PFASgroep op basis van vigerend beleid geen nader onderzoek nodig is. Op één grondmengmonster na vallen alle grondmengmonsters binnen de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. Het grondmengmonster wat hier niet aan voldoet, voldoet wel aan de bodemfunctieklasse wonen/industrie. Alle grond voldoet aan de gestelde norm waar de meerderheid van de grondverwerkers zich momenteel aan conformeert. In het grondwater worden in alle zes de peilbuizen diverse PFAS boven de detectielimiet aangetroffen. De getalsmatige waarden zijn vergelijkbaar met gemeten waarden in eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Opgemerkt dient te worden dat hierbij enkel PFOS en PFOA zijn geanalyseerd. Zowel voor grond- als grondwater geldt dat er géén saneringsnoodzaak is. Zowel de grond als het grondwater is niet verontreinigd gebaseerd op de PFAS Beleidsregel Provincie Noord-Holland. Opgemerkt dient te worden dat er enkel waarden zijn vastgesteld voor PFOS en PFOA. Er is geen nader onderzoek nodig. Wanneer water wordt geloosd, moet wel rekeningen worden gehouden met de overschrijdende detectielimieten van diverse PFAS. Conclusie: uit het bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de vestiging van een station. Er is geen nader onderzoek nodig. Voor grond en grondwater geldt geen saneringsnoodzaak.
5.3
Archeologie en aardkunde
Archeologie In de Monumentenwet 1988 is de bescherming van het archeologisch erfgoed geregeld (conform het Verdrag van Malta en het Verdrag van Valletta). Deze wet verplicht, om bij de bestemming van het plan, rekening te houden met de in de bodem aanwezige en te verwachten archeologische waarden. De gemeente heeft een memo laten opstellen door NMF Erfgoedadvies. De memo is opgenomen in bijlage 8. In deze memo wordt geconcludeerd dat de archeologische verwachtingswaarde bij de toekomstige stationslocatie laag is. Nader archeologisch onderzoek is daardoor niet nodig. Aardkunde Aardkundige waarden zijn onderdelen van het landschap die de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied duiden. Deze waarden hebben een relatie met (een combinatie van) geologische, geomorfologische, geohydrologische en bodemkundige verschijnselen en processen. Aardkundige waarden kunnen beschermd zijn als aardkundig monument, waarop Omgevingsverordening NH2020 van toepassing is. Op basis van de informatie van Provincie Noord-Holland ligt het toekomstige station niet binnen een aardkundig monument of aardkundig waardevol gebied. Conclusie: voor het toekomstige station is nader archeologisch onderzoek niet nodig. Daarnaast ligt de locatie niet binnen een aardkundig monument of waardevol gebied.
5.4
Conventionele explosieven
De aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven (CE) uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog in de bodem brengt risico’s met zich mee bij grondroerende werkzaamheden. CE vormen een risico voor het personeel dat de aanleg uitvoert. Daarnaast kan het de openbare veiligheid in het geding brengen. Informatie over mogelijke aanwezigheid van CE is opgevraagd bij de gemeente Haarlemmermeer in de vorm van een adviesmemo (bijlage 9). De gemeente beschikt over een gemeente dekkend historisch onderzoek naar CE (kenmerk GPR 5887 versie 6.0 definitief d.d. 24.10.2018), uitgevoerd door T & A Survey. Op basis
18
van dit onderzoek blijkt dat de toekomstige stationslocatie en het omliggend terrein niet verdacht is op de aanwezigheid van CE. Conclusie: op basis van het historisch onderzoek naar CE van de gemeente Haarlemmermeer blijkt dat de stationslocatie en het omliggend terrein niet verdacht is voor de aanwezigheid van CE.
5.5
Natuur
De Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland12 verplichten vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen of activiteiten niet conflicteren met aanwezige beschermde plant- en diersoorten en habitats. Om de effecten te bepalen van het toekomstige station op deze beschermde natuurwaarden is een ecologische quickscan uitgevoerd door Witteveen + Bos (bijlage 10). De beschermde natuurwaarden zijn onder te verdelen in effecten op beschermde gebieden (Natura2000, Natuurnetwerk Nederland en weidevogelleefgebied) en effecten op beschermde soorten. Effecten op beschermde gebieden – Natura2000 De stationslocatie ligt op een minimale afstand van 11 km van Natura2000-gebieden. Als gevolg van deze afstand en de aard van de werkzaamheden wordt in de quickscan geconcludeerd dat de effecten op de instandhoudingdoelen (IHD) van de beschermde natuurgebieden op voorhand zijn uitgesloten. Effecten op beschermde gebieden - Natura2000 stikstof Ten aanzien van stikstofdepositie is een berekening uitgevoerd door De Roever Omgevingsadvies (bijlage 11). Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Effecten op beschermde gebieden – Natuurnetwerk Nederland (NNN) en weidevogelleefgebied Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en natuurverbindingen zijn volgens de quickscan voldoende uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet nodig. Effecten beschermde soorten Op basis van de quickscan zijn negatieve effecten als gevolg van trilling veroorzakende werkzaamheden zoals heiwerkzaamheden op jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw niet uit te sluiten. Het is nog niet bekend of deze werkzaamheden daadwerkelijk gaan plaatsvinden. Als deze verstorende werkzaamheden niet buiten de broedperiode kunnen worden uitgevoerd, is een nader onderzoek noodzakelijk. Verder laat de quickscan zien dat negatieve effecten, als gevolg van de geplande werkzaamheden, onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten zijn uit te sluiten, mits enkele maatregelen in acht worden genomen ten aanzien van vleermuizen, vogels en amfibieën. Conclusie: uit de quickscan blijkt dat effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de beschermde natuurgebieden op voorhand zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof is een stikstofdepositie berekening gemaakt. De rekenresultaten laten geen stikstofwaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zien. Negatieve effecten op de Natura 2000 gebieden zijn daarmee uitgesloten.
Negatieve effecten door heiwerkzaamheden op jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw zijn niet uit te sluiten. Het is nog niet bekend of deze werkzaamheden daadwerkelijk gaan plaatsvinden. Zijn deze werkzaamheden nodig en kunnen ze enkel in de broedperiode worden uitgevoerd, wordt het benodigde vervolgonderzoek uitgevoerd.
12
Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur; EHS, genoemd) is het Nederlands netwerk van bestaande en
nieuw aan te leggen natuurgebieden. 19
5.6
Water
Hoogwaterbescherming Nederland bevat veel overstromingsgevoelige gebieden. Het is mogelijk dat voor deze gebieden als gevolg van de Deltabeslissingen andere normeringen en uitgangspunten ten aanzien van het overstromingsrisico zijn bepaald. Een gevolg kan zijn dat, binnen bepaalde dijkringen gelegen, (cruciale) hoogspanningsinstallaties met een zodanig overstromingsrisico te maken krijgen dat maatregelen genomen moeten worden. Dit om de leveringszekerheid van het elektriciteitsnet te garanderen. De stationslocatie ligt in de Haarlemmermeerpolder, een polder waar risico aanwezig is dat het waterpeil in geval van een overstroming tot circa + 2,5 meter kan stijgen. Voor transformatorstation Vijfhuizen heeft TenneT in 2015 een risicomatrix hoogwater laten opstellen, gebaseerd op de normen van het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO). Hieruit kwam naar voren dat er een dermate laag overstromingsrisico voor station Vijfhuizen geldt dat er geen maatregelen ter bescherming tegen hoogwaternoodzakelijk zijn. De stationslocatie aan de Incheonweg ligt in dezelfde dijkring als station Vijfhuizen en zal daarmee hoogstwaarschijnlijk een vergelijkbaar laag overstromingsrisico hebben. Voorts borgt het huidige landelijk en regionaal beleidskader geen extra uitgaven met betrekking tot hoogwater.
Dit tezamen met het lage overstromingsrisico van station Vijfhuizen maakt het niet aannemelijk dat er maatregelen om het overstromingsrisico te beperken, noodzakelijk zijn. De nut en noodzaak van hoogwaterbescherming dient te worden besproken met Hoogheemraadschap Rijnland. Watercompensatie Bij ruimtelijke plannen en besluiten moet een watertoets worden uitgevoerd, waarmee onder meer inzicht wordt verkregen in hoeverre compensatie van verhard oppervlak verplicht is. Het Hoogheemraadschap Rijnland heeft een “Handreiking Watertoets”13 opgesteld. Deze handreiking vormt een houvast voor het volwaardig meenemen van water in de planvorming. Voor dit station is deze toets nog niet uitgevoerd, dit wordt in het kader van het bestemmingsplan gedaan. Er is ruimte op de stationslocatie om de benodigde watercompensatie te realiseren. Oppervlaktewater Aan weerszijden van het toekomstige station ligt een watergang. Parallel aan de Incheonweg gaat het om een kavelsloot. Voor het realiseren van een inrit voor het station moet een dam met een duiker worden aangelegd. Aan de achterkant van het station, parallel aan de Geniedijk, ligt het Achterkanaal. Deze primaire watergang wordt niet beïnvloed door de bouw van het station. Waterbeschermingsgebieden en beschermingszones waterkeringen De locatie van het toekomstige station ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied.
Daarnaast valt de stationslocatie buiten de beschermingszones van de waterkeringen. Onttrekken en lozen van grondwater Voor de realisatie van het station is onttrekking en lozing van grondwater noodzakelijk. Gezien de geohydrologische situatie zijn risico’s te verwachten met betrekking tot de hoeveelheden en kwaliteit van het grondwater (mogelijk chloride houdend) en het opbarsten van sleuf- en putbodems. Deze aspecten dienen in een bemalingsadvies te worden onderzocht. Omdat dit niet bepalend is voor de haalbaarheid van het plan, wordt dit op een later moment uitgevoerd.
13
https://www.rijnland.net/plannen/watertoetsprocedure 20
Conclusie: een watertoets voor de stationslocatie wordt in het kader van het bestemmingsplan uitgevoerd. Daarnaast is een bemalingsadvies noodzakelijk om onder meer inzicht te krijgen in de risico’s ten aanzien van bemaling. Zowel de watertoets als het bemalingsadvies zijn niet bepalend voor de haalbaarheid van de locatie.