RV Beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten (2021.0000755)
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
onderwerp
portefeuillehouders steiler Collegevergadering
Beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten drs. Jurgen Nobel, mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Vincent Bakker- de Bruin, René Blom 20 april 2021
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2021.0000755 1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college heeft besloten om: 1. de beleidsregels voor lokaal eigenaarschap vast te stellen die betrekking hebben op: • gezamenlijke plannen; • participatieplan; • voorstel voor meedelen en financiële participatie; • omgevingsovereenkomst; en • informatievoorziening en loket; 2. kennis te nemen van de reactienota ontwerp beleidskader lokaal eigenaarschap. Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. het beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten vast te stellen, waarbij duiding wordt gegeven aan lokaal eigenaarschap. 2. Samenvatting We vinden het belangrijk dat inwoners en ondernemers in Haarlemmermeer meeprofiteren van de grootschalige ontwikkelingen op gebied van wind- en zonprojecten. Initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het vormgeven daarvan, in samenspraak met de omgeving. Het college heeft hiervoor een concept beleidskader lokaal eigenaarschap vastgesteld. Deze heeft ter inzage gelegen. Dit definitieve beleidskader beschrijft de regels voor lokaal eigenaarschap en de stappen die daarbij gevolgd moeten worden. De beleidsregels gaan over: •
•
Gezamenlijke plannen: De gemeente voert regie op gebiedsniveau om tot samenhangende plannen te komen. Onder andere met beleid zoals het beeldkwaliteitsplan zonnecarré (2021.0000819. Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing en participatie bij het initiatief en de invulling van lokaal eigenaarschap Participatieplan: De gemeente zorgt voor een gedegen participatieproces op gebiedsniveau. Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het participatieplan op projectniveau.
Beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten
•
•
•
3.
pagina 2
Voorstel voor meedelen en financiële participatie: De initiatiefnemer maakt een voorstel voor lokaal eigendom, collectief voordeel en individueel voordeel, op basis van een verkenning naar wensen in de omgeving. Omgevingsovereenkomst: Het participatieplan en het voorstel voor lokaal eigenaarschap worden geformaliseerd in de omgevingsvergunning en de omgevingsovereenkomst tussen initiatiefnemers en belanghebbenden. Informatievoorziening en loket: Er is een goede informatievoorziening, een duidelijk klachtenloket (verantwoordelijkheid initiatiefnemer) en effecten op de omgeving worden gemonitord via een onafhankelijk nog op te richten monitoringsorgaan. Uitwerking
3.1 Wat willen we bereiken?
We vinden het belangrijk dat inwoners en ondernemers in Haarlemmermeer meeprofiteren van de grootschalige ontwikkelingen op gebied van wind- en zonprojecten. Het moet voor alle belanghebbenden duidelijk zijn wat hiermee bedoeld wordt en wat men van elkaar kan verwachten. Dit beleidskader geeft aan hoe een goed proces met de omgeving eruit kan zien. Zo weet een initiatiefnemer welke stappen doorlopen moeten worden en hoe dat aansluit bij het gemeentelijke proces van de Regionale Energiestrategie (RES). En weten inwoners op welke manier zij betrokken worden bij de planvorming, welke rol zij hebben bij het bepalen van de meerwaarde die de ontwikkeling voor de omgeving kan betekenen en hoe ook financieel meegedaan kan worden. De termen lokaal eigenaarschap en lokaal eigendom worden vaak door elkaar gebruikt. Beiden begrippen hebben als doel dat de omgeving van een bepaald project betrokken wordt bij de verdeling van de lusten. Maar, eigenaarschap gaat verder. Het gaat om een gevoel van betrokkenheid en een zekere mate van verantwoordelijkheid. Dat is ook mogelijk zónder zelf geïnvesteerd te hebben. Eigenaarschap gaat verder dan alleen de vraag: wie is eigenaar? Wat is de aanleiding, context?
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in gebieden waar hernieuwbare energieopwekking op land mogelijk is, partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Het Klimaatakkoord noemt een 'streven' naar 50% eigendom van inwoners en bedrijven uit de lokale omgeving. Dat betekent ook dat iedereen uit de lokale omgeving toegang heeft tot mee investeren en risico nemen, en zeggenschap heeft. In de programmatische aanpak Energietransitie Haarlemmermeer (2019.0037699) is opgenomen dat economische voordelen terugvloeien naar de omgeving door: • het stimuleren van coöperatief eigendom in energieprojecten; • inwoners en ondernemers de kans te bieden om te participeren in lokale projecten; • het stimuleren van samenwerking met ondernemers en instellingen uit de regio bij de realisatie van projecten. In het Beleidskader zonneakkers Haarlemmermeer (2020.000707) is de beleidsregel opgenomen dat zonneakkers voor minimaal 50% in eigendom zijn van de lokale omgeving: "Ontwikkelde zonneakkers zijn - in lijn met het streven van het Klimaatakkoord - voor 50% eigendom van de lokale omgeving. De specifieke uitwerking hiervan wordt samen met de lokale omgeving en de gemeente vastgelegd. Daarbij gaat het in eerste instantie om inwoners en lokale ondernemers. Onderdeel hiervan zijn financiële modellen of fondsen waarbij de (leef)omgeving mee kan profiteren van de baten."
Beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten
pagina 3
Lokaal eigendom is dus niet beperkt tot alleen het mee-investeren in initiatieven. Daarom maken we in dit beleidskader onderscheid tussen eigendom (mee-investeren) en eigenaarschap (het gevoel van betrokkenheid bij een ontwikkeling). Het doel is dat projecten voor zonneakkers en windturbines zorgen voor lokaal eigenaarschap. Lokaal eigendom is één van de middelen, waarbij gestreefd wordt naar 50%. Vanaf het moment van de vaststelling van dit beleidskader door de raad, hanteren we dezelfde eis van lokaal eigenaarschap ook voor windmolenparken. Daarmee sluiten we aan bij de wensen in het Klimaatakkoord en de Regionale Energiestrategie (RES). Welk doel wordt nagestreefd?
Met het beleidskader lokaal eigenaarschap wordt invulling gegeven aan de wensen en eisen uit het Klimaatakkoord, de programmatische aanpak Energietransitie Haarlemmermeer en het Beleidskader zonneakkers Haarlemmermeer. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?
Inspraak op het ontwerp beleidskader Er is een ontwerp beleidskader opgesteld en vastgesteld door B&W (2020.0000929). Deze is vrijgegeven voor inspraak van 2 november tot 14 december 2020. We hebben reacties mogen ontvangen van drie doelgroepen: • Dorps- en wijkraden. Via een bijeenkomst over het ontwerp beleidskader, via ingestuurde zienswijzen en via brieven die zijn gestuurd aan college en raad over het participatieproces rondom de Regionale Energiestrategie (RES); • Initiatiefnemers. Via ingestuurde zienswijzen en via 'botsproeven' die zijn gehouden met de initiatiefnemers voor zon- en windprojecten die bij de gemeente bekend waren. Daarin werd het ontwerp-beleidskader getoetst aan actuele praktijkcasussen in Haarlemmermeer; • Inwoners. Via ingestuurde zienswijzen. De reacties hadden met name betrekking op: • Maatwerk: projecten verschillen van elkaar en daarvoor is maatwerk wenselijk. Dit hebben we in het beleidskader verduidelijkt door de nadruk te leggen op de inspanningsverplichting voor de initiatiefnemer om met de omgeving te komen tot een passend voorstel. • Definities: definities als 'omwonenden', 'omgeving', 'lokale partijen' en 'initiatiefnemer' riepen vragen op en deze zijn verduidelijkt. • Beleidsregel Lokaal eigenaarschap: de meeste reacties werden gegeven op deze beleidsregel en hadden betrekking op de toepassing van 50% lokaal eigendom.
Dit hebben we verduidelijkt door een onderscheid te maken tussen lokaal eigendom (mee-investeren) en eigenaarschap (het gevoel van betrokkenheid bij een ontwikkeling). De reacties die betrekking hadden op de inhoud van het beleidskader zijn opgenomen in de reactienota (zie bijlage). Aangepast definitief beleidskader In het beleidskader wordt duiding gegeven aan de term lokaal eigenaarschap. Daarbij hanteren wij de volgende definitie: Lokaal eigenaarschap = procesparticipatie + lokaal eigendom + mogelijkheden voor collectief voordeel + mogelijkheden voor individueel voordeel. • •
Procesparticipatie gaat om het betrekken van de omgeving bij de planvorming en het gesprek te voeren over de mogelijkheden voor lokaal eigenaarschap; Lokaal eigendom gaat om de mogelijkheid bieden om de omgeving mee te laten investeren en daarmee deels eigenaar te zijn van het project;
Beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten
• •
pagina 4
Collectief voordeel gaat erom dat de omgeving als geheel meeprofiteert van de ontwikkeling; Individueel voordeel gaat erom dat omwonenden meeprofiteren van een ontwikkeling waar zij overlast van kunnen ervaren.
Er worden regels beschreven om hieraan te voldoen en de stappen die daarbij gevolgd moeten worden. Daarmee geldt het als toetsingskader voor alle initiatieven in Haarlemmermeer voor grootschalige zonneakkers en windturbines. Deze zijn alleen mogelijk in aangewezen zoekgebieden. Het kan daarnaast als inspiratie gebruikt worden voor energieopwekking op andere (meer kleinschalige) locaties, zoals langs wegen, op parkeerterreinen of grote daken. De beleidsregels zijn direct gekoppeld aan de geformuleerde doelen en gaan over: •
•
•
•
•
Gezamenlijke plannen: De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd en er wordt een helder proces geboden voor omwonenden en belanghebbenden. Dit houdt in dat de gemeente regie voert op gebiedsniveau om tot samenhangende plannen te komen. Onder andere met beleid zoals het beeldkwaliteitsplan zonnecarré (2021.0000819). Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing en participatie bij het initiatief en de invulling van lokaal eigenaarschap. Particioatieplan: De ontwikkeling en inpassing van een initiatief gebeurt, samen met omwonenden en lokale ondernemers, via een adequaat participatieproces. Dit houdt in dat de gemeente zorg draagt voor een gedegen participatieproces op gebiedsniveau. Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het participatieplan op projectniveau. Voorstel voor meedelen en financiële participatie: De omgeving is betrokken en heeft profijt van de ontwikkeling van zonneakkers en windturbines. Dit houdt in dat de initiatiefnemer in gesprek gaat met de omgeving en een voorstel doet voor lokaal eigendom, collectief voordeel en individueel voordeel. Omgevingsovereenkomst: Gemaakte afspraken worden vastgelegd met de omgeving zodat verwachtingen en inspanningen voor iedereen duidelijk zijn.
Dit houdt in dat gemaakte afspraken over lokaal eigenaarschap worden geformaliseerd in de omgevingsvergunning en de omgevingsovereenkomst tussen initiatiefnemers en belanghebbenden Informatievoorziening en loket: Het is voor omwonenden duidelijk wat er wanneer gaat gebeuren en waar ze terecht kunnen met vragen, zorgen of klachten. Eventueel ontstane hinder wordt goed bijgehouden, ook na de realisatie. Dit houdt in dat er een goede informatievoorziening is, een duidelijk klachtenloket (verantwoordelijkheid initiatiefnemer) en dat de effecten op de omgeving worden gemonitord via een onafhankelijk nog op te richten monitoringsorgaan.
Wat zijn de argumenten?
Grootschalig duurzame energieopwekking met windturbines en zonneakkers vinden wij een onmisbare eerste stap in het terugdringen van klimaatverandering; een groot maatschappelijk belang. Deze ontwikkelingen hebben echter een dermate groot ruimtelijk effect en tasten het polderlandschap zodanig aan, dat inwoners daar ook iets substantieels voor terug moeten kunnen krijgen. We vinden lokaal eigenaarschap daarvoor de passende vorm, met het beleidskader als voorwaarde voor de initiatiefnemer voor planologische medewerking voor zijn initiatief. Het idee van lokaal meedelen komt steeds vaker en in bredere zin voor vanuit rijksbeleid. Met ons beleidskader sluiten we daar graag op aan. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de slaagkans voor grootschalige energieprojecten significant groter wordt als de omgeving meedoet, er (mede) eigenaar van kan worden en er een eerlijke
pagina 5
Beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten
verdeling van lusten en lasten komt. In het bijzonder blijkt dat coöperatieve projecten zelfs sneller tot een vergunning komen (zie figuur 1).
Vergunningverlening windprojecten 100% É
90%
D
80%
do c
70%
E c u bo
60%
<D
50%
QJ
40%
> E
c 0J t; 01
30% 20%
0 CL
10% 0%
Jaren ontwikkeling ■ Niet coöperatief
■ Coöperatief
Figuur 1 Van alle onderzochte windprojecten hebben alle coöperatieve projecten allen na zeven jaar een vergunning. Van de niet-coöperatieve projecten heeft pas 50% een vergunning. Na 16 jaar heeft 10% daarvan nog geen vergunning, bron: Radboud Universiteit
Wat zijn de kanttekeningen?
Uit de praktijk blijkt wat er misgaat als we de omgeving niet goed meenemen bij grootschalige energieprojecten. Zoals in Drenthe of Hollands Kroon, waar veel bezorgdheid en onrust onder inwoners en betrokkenen is ontstaan. Het beleidskader geeft duidelijkheid vooraf aan onze inwoners en zorgt voor een goed geregisseerd participatieproces, waarin iedereen kan meedoen, met een gelijkwaardige samenwerking tussen alle betrokken partijen en verzekert dat de lokale opbrengsten daadwerkelijk in de omgeving blijven. Omdat het om grote ruimtelijke effecten gaat, is het te beargumenteren dat lokaal eigenaarschap noodzakelijk is. Wanneer een initiatief niet aan dit beleidskader voldoet, geeft deze argumentatie voldoende basis om te weigeren het initiatief ruimtelijk mogelijk te maken. Wij menen dat dit voldoende basis geeft om het beleidskader uit te voeren. Hoewel lokaal meedelen ook vanuit rijksbeleid wordt benadrukt, is het nog nieuw om dit ook beleidsmatig af te dwingen. Het beleidskader lokaal eigenaarschap (en de besluitvorming daarover) is onderdeel van de lokale communicatie-aanpak voor de RES 1.0. De reactienota (bijlage) geeft inzicht in de participatie die gedaan is om tot een definitief beleidskader te komen.
In een brede raadpleging is gevraagd hoe respondenten de stappen waarderen die door een ontwikkelaar gezet kunnen worden om betrokkenheid bij energieprojecten te vergroten. Dit is toegelicht in de brief aan de raad 'Informatie over participatie RES 1.0' (2021.01108). Het beleidskader wordt na vaststelling actief verspreid onder belanghebbenden en er wordt aandacht aan besteed via de reguliere communicatiekanalen.
pagina 6
Beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten
3.3 Wat mag het kosten?
Aan de uitvoering van deze nota zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van het Beleidskader lokaal eigenaarschap. De portefeuillehouders Energietransitie is binnen het college eerste aanspreekpunt. 3.5 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd?
Na vaststelling van het beleidskader is de besluitvorming afgerond. Individuele initiatieven volgen daarna de reguliere ruimtelijke procedures. Dit beleidskader is daar onderdeel van. Voor zonneakkers is de gemeente bevoegd gezag waardoor de raad per initiatief wordt gevraagd een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Eerst in ontwerp en daarna definitief. Voor windturbines is de provincie bevoegd gezag. Maar, besluitvorming over het zoekgebied en de ruimtelijke kaders voor wind ligt bij de raad. In het raadsvoorstel over de RES 1.0 adviseert het college om besluitvorming over een concreet windzoekgebied door te schuiven naar de RES 2.0 (zie Raadsvoorstel RES 1.0 (2021.0000778)). Het beleidskader zal na twee jaar geëvalueerd worden op basis van de opgedane ervaringen met energieprojecten in die periode. 3.6 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)
Dit beleidskader is opgesteld in relatie met het RES-proces. De RES-regio waar Haarlemmermeer onderdeel van is beslaat de MRA-regio minus de Flevoland gemeenten. We stemmen in eerste instantie af binnen de RES-regio Noord-Holland Zuid. 4. Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, Ho corrotoric
Ho hi iroomooctor
Bijlage(n): • Beleidskader lokaal eigenaarschap • Reactienota ontwerp beleidskader lokaal eigenaarschap
Beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten Om invulling te geven aan procesparticipatie , lokaal eigendom en collectiefen individueel voordeel bij initiatieven Datum: 21-04-2021
Inhoud Samenvatting .................................................................................................................................. 2 Inleiding .......................................................................................................................................... 3 Context ........................................................................................................................................... 5 Klimaatakkoord ........................................................................................................................... 5 Programma Energietransitie ....................................................................................................... 5 Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer ............................................................................ 5 Beleidsregels ................................................................................................................................... 6 1.
Gezamenlijke plannen ....................................................................................................... 6
2.
Participatieplan .................................................................................................................. 7
3.
Voorstel voor meedelen en financieel participeren .......................................................... 9
4.
Omgevingsovereenkomst ................................................................................................ 11
5.
Informatievoorziening en loket ....................................................................................... 11
Procedures .................................................................................................................................... 12 Bijlage 1: Begrippenlijst ................................................................................................................ 13 Bijlage 2: Inspiratie voor invulling van lokaal eigenaarschap ....................................................... 14 Bijlage 3: Aandachtspunten informatievoorziening en loket ....................................................... 15
Besluitvorming Ontwerp vastgesteld door B&W: 27-10-2020 Einde ter inzage periode: 14-12-2020 Vastgesteld door B&W: 20-04-2020 Vastgesteld door Gemeenteraad:
Samenvatting We vinden het belangrijk dat inwoners en ondernemers in Haarlemmermeer meeprofiteren van de grootschalige ontwikkelingen op gebied van wind- en zonprojecten. Initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het vormgeven daarvan, in samenspraak met de omgeving. Dit beleidskader beschrijft de regels voor ‘lokaal eigenaarschap’ en de stappen die daarbij gevolgd moeten worden. De procedure is kort samengevat in figuur 1. De beleidsregels gaan over: Gezamenlijke plannen: De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd en er wordt een helder proces geboden voor omwonenden en belanghebbenden. Dit houdt in dat de gemeente regie voert op gebiedsniveau om tot samenhangende plannen te komen. Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing en participatie bij het initiatief en de invulling van lokaal eigenaarschap. Participatieplan: De ontwikkeling en inpassing van een initiatief gebeurt, samen met omwonenden en lokale ondernemers, via een adequaat participatieproces. Dit houdt in dat de gemeente zorg draagt voor een gedegen participatieproces op gebiedsniveau. Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het participatieplan op projectniveau. Voorstel voor meedelen en financiële participatie: De omgeving is betrokken en heeft profijt van de ontwikkeling van zonneakkers en windturbines.
Dit houdt in dat de initiatiefnemer in gesprek gaat met de omgeving en een voorstel doet voor lokaal eigendom, collectief voordeel en individueel voordeel. Omgevingsovereenkomst: Gemaakte afspraken worden vastgelegd met de omgeving zodat verwachtingen en inspanningen voor iedereen duidelijk zijn. Dit houdt in dat gemaakte afspraken over lokaal eigenaarschap worden geformaliseerd in de omgevingsvergunning en de omgevingsovereenkomst tussen initiatiefnemers en belanghebbenden. Informatievoorziening en loket: Het is voor omwonenden duidelijk wát er wanneer gaat gebeuren en waar ze terecht kunnen met vragen, zorgen of klachten. Daar is een initiatiefnemer verantwoordelijk voor. Eventueel ontstane hinder wordt goed bijgehouden, ook na de realisatie. Dit houdt in dat er een goede informatievoorziening is, een duidelijk klachtenloket en dat de effecten op de omgeving worden gemonitord. Monitoring wordt gedaan door een nog op te richten monitoringsorgaan.
Figuur 1. Indicatieve procedure voor initiatiefnemer. NB. niet alle stappen zijn altijd volgordelijk.
2
Inleiding In het Klimaatakkoord, de Regionale Energiestrategie en het Beleidskader zonneakkers Haarlemmermeer, wordt ‘lokaal eigenaarschap/lokaal eigendom’ benoemd als belangrijke voorwaarde bij de ontwikkeling van zonnepanelen en windturbines. In dit beleidskader maken we duidelijk wat (de weg naar) lokaal eigenaarschap betekent. Het begrip ‘lokaal eigenaarschap’ Lokaal eigenaarschap en lokaal eigendom worden vaak door elkaar gebruikt. Beiden begrippen hebben als doel dat de omgeving van een bepaald project betrokken wordt bij de verdeling van de lusten. Maar, eigenaarschap gaat verder. Het gaat om een gevoel van betrokkenheid en een zekere mate van verantwoordelijkheid. Dat is ook mogelijk zónder zelf geïnvesteerd te hebben. Eigenaarschap gaat verder dan alleen de vraag; wie is eigenaar? Wij definiëren het als volgt:
Lokaal eigenaarschap = procesparticipatie + lokaal eigendom + mogelijkheden voor collectief voordeel + mogelijkheden voor individueel voordeel
•
•
• •
Procesparticipatie gaat om het betrekken van de omgeving bij de planvorming en het gesprek te voeren over de mogelijkheden voor lokaal eigendom, collectief voordeel en individueel voordeel; Lokaal eigendom gaat om de mogelijkheid bieden om de omgeving mee te laten investeren en daarmee deels eigenaar te zijn van het project; Collectief voordeel gaat erom dat de omgeving als geheel meeprofiteert van de ontwikkeling; Individueel voordeel gaat erom dat omwonenden meeprofiteren van een ontwikkeling waar zij overlast van kunnen ervaren.
Voor welke projecten geldt dit beleidskader? Dit beleidskader wordt als toetsingskader gehanteerd voor windturbines met een ordegrootte van Megawatten (MW) en zonneakkers groter dan 10 hectare. Dit zijn grootschalige projecten die in principe alleen mogelijk zijn in aangewezen zoekgebieden1. Het geldt niet voor projecten onder de 15 kW2 of waarbij het primaire doel de verduurzaming van de eigen bedrijfsvoering is, zoals zon op bedrijfsdaken. Voor alle andere zon- en windprojecten wordt het beleidskader gehanteerd als leidraad en inspiratie. Dan gaat het bijvoorbeeld om kleinschalige zonneakkers (<2 hectare) langs wegen of zonnecarports. Initiatiefnemers van dit soort projecten worden geacht de omgeving goed te informeren, te betrekken en waar mogelijk financieel mee te laten delen. Voor deze projecten geldt het beleidskader niet als streng toetsingskader, omdat ze naar verwachting beperkt financieel haalbaar zijn (en wel gewenst zijn vanwege het meervoudige ruimtegebruik) of een zeer beperkte mate van ‘overlast’ geven aan de omgeving.
1 In het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer zijn hiervoor enkele uitzonderingen benoemd. 2 In het Klimaatakkoord gaat het om installaties boven de 15 kW vermogen en niet-gebouwgebonden (niet
op een dak). Het gaat dan grofweg om projecten met meer dan 40-50 zonnepanelen of een windturbine groter dan 15 meter.
3
Participatie bij de zoekgebieden De gemeente heeft een regierol en betrekt inwoners en belanghebbenden bij het proces van de Regionale Energiestrategie (RES). Daarin worden keuzes gemaakt over de zoekgebieden waarin lokale energieopwekking plaats mag vinden. De gemeente is verantwoordelijk voor de participatie rondom de RES en de zoekgebieden. Dit proces richt zich op de (ruimtelijke) kaders op gebiedsniveau. Initiatiefnemers kunnen hier hun bijdrage aan leveren. Participatie bij initiatieven Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de specifieke participatie bij zijn initiatief, binnen de gestelde kaders. De gemeente wil hierin ondersteunen, vooral door de samenhang tussen initiatieven te waarborgen en waar nodig de inspanningen van verschillende initiatieven in hetzelfde gebied te coördineren. De gemeente heeft een coördinerende en (waar nodig) bemiddelende rol in beide zoekgebieden. Ze waakt voor een goede betrokkenheid van de omgeving en heldere communicatie. Uitgangspunten Er zijn een aantal uitgangspunten voor initiatiefnemers. Het is Definitie lokale partijen belangrijk dat er samenhang ontstaat tussen initiatieven en dat de Inwoners, in de kern lokaal omgeving zo vroeg mogelijk geïnformeerd en betrokken wordt.
georiënteerde grondeigenaren en Daarnaast is het van belang dat er een passende invulling wordt bedrijven (zoals agrariërs en kleine gegeven aan (financieel) meedelen in de opbrengsten. Onderdeel ondernemers), lokale verenigingen daarvan is dat projecten worden ontwikkeld door een samenwerking en coöperaties en lokale overheden van lokale partijen (zie tekstkader) en externe ontwikkelaars. Projecten (gemeente, waterschap en kunnen ook volledig door lokale partijen ontwikkeld worden (‘100% provincie). lokaal eigendom’), maar ook dan gelden de kaders voor een goed participatieproces en (financieel) meedelen van de omgeving. Deze afspraken worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst. Tot slot is het voor omwonenden duidelijk wát er wanneer gaat gebeuren en waar ze terecht kunnen met vragen, zorgen of klachten. Dit beleidskader beschrijft beleidsregels die ingaan op bovenstaande uitgangspunten (Beleidsregels) en de te volgen procedure (Procedures). Daarnaast worden verschillende mogelijkheden aangedragen om verder invulling te geven aan de onderdelen van lokaal eigenaarschap (Bijlage 2: Inspiratie voor invulling van lokaal eigenaarschap). Deze bieden een startpunt voor het gesprek tussen initiatiefnemers en de omgeving. Gezamenlijk wordt invulling gegeven aan de beleidsregels, passend bij het project en de wensen en mogelijkheden van de omgeving.
4
Context Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over participatie en de rol van lokale initiatieven. Onder het motto ‘iedereen kan meedoen’ wordt aangegeven dat participatie hierbij gaat om de ruimtelijke inpassing en exploitatie van grote zon- en windprojecten op land (zie kader). Het Klimaatakkoord stelt dat participatie en acceptatie randvoorwaardelijk zijn, maar dat deze op gespannen voet kunnen staan met de beoogde kostenreductie voor energieprojecten. Daar staat tegenover dat grootschalige opwek op land regelmatig weerstand oplevert vanuit de omgeving. Door het actief betrekken van omwonenden met (gedeeltelijk) lokaal eigenaarschap wordt daaraan tegemoetgekomen. Verder staat in het Klimaatakkoord dat een initiatiefnemer zorgt voor een adequate ‘wenselijke en haalbare vormgeving van participatie.’ Het bevoegd gezag controleert dat initiatiefnemers en de omgeving hierover in gesprek zijn gegaan. Afspraken met de omgeving worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst. Vervolgens wordt een ontwikkelplan opgesteld waarin de financiële participatie wordt ingericht. Er is verder afgesproken dat in gebieden waar hernieuwbare energieopwekking op land mogelijk is, partijen met belangen binnen het initiatief, gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie.
In een gebied wordt gestreefd naar 50% eigendom van inwoners en bedrijven uit de lokale omgeving. Dat betekent ook dat iedereen uit de lokale omgeving toegang heeft tot mee investeren, risico nemen en zeggenschap heeft.3
Programma Energietransitie Over lokaal eigendom van energieprojecten, is in het Programma Energietransitie opgenomen dat economische voordelen terugvloeien naar de omgeving door: • • •
het stimuleren van coöperatief eigendom in energieprojecten; inwoners en ondernemers de kans bieden om te participeren in lokale projecten; het stimuleren van samenwerking met ondernemers en instellingen uit de regio bij de realisatie van projecten.
Het is belangrijk dat we veranderingen door de energietransitie, samen met alle betrokkenen, doorlopen en daarin serieus gehoor geven aan wensen en initiatieven van iedereen. Haarlemmermeer heeft een traditie in participatie en gebiedsgericht werken en dit wordt alleen maar belangrijker.
Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer Lokaal eigenaarschap komt voort uit de eis uit het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer: Ontwikkelde zonneakkers zijn – in lijn met het streven van het Klimaatakkoord – voor 50% eigendom van de lokale omgeving. De specifieke uitwerking hiervan wordt samen met de lokale omgeving en de gemeente vastgelegd. Daarbij gaat het in eerste instantie om inwoners en lokale ondernemers. Onderdeel hiervan zijn financiële modellen of fondsen waarbij de (leef)omgeving mee kan profiteren van de baten. Lokaal eigendom is dus niet beperkt tot alleen het mee-investeren in initiatieven. Daarom maken we in dit beleidskader onderscheid tussen eigendom (mee-investeren) en eigenaarschap (het gevoel van betrokkenheid bij een ontwikkeling). Het doel is daarom dat projecten voor zonneakkers en windturbines zorgen voor lokaal eigenaarschap. Lokaal eigendom is één van de middelen, waarbij gestreefd wordt naar 50%.
3 Klimaatakkoord C5. Elektriciteit blz. 164
5
Beleidsregels 1. Gezamenlijke plannen
Wie zijn initiatiefnemers?
Doel: De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd en er wordt een helder proces geboden voor omwonenden en belanghebbenden.
Een initiatiefnemer heeft het voornemen om een zonneakker of windturbinepark te ontwikkelen en maakt dat kenbaar bij de gemeente. Een initiatiefnemer heeft in ieder geval recht van spreken over de betreffende percelen van zijn of haar plan. Voor een ontwikkelaar betekent dit dat er een overeenkomst moet zijn met de grondeigenaar.
De gemeente is verantwoordelijk voor de participatie rondom het vormgeven van de RES en het verder concretiseren van de daarin vastgestelde zoekgebieden. Ze vervult daarmee een regisserende rol op gebiedsniveau. Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing, participatie bij het initiatief en de maatwerk invulling van lokaal eigenaarschap. De initiatiefnemer vervult daarmee een uitvoerende rol op initiatiefniveau. De gemeente borgt de samenhang tussen initiatieven door kaders vast te stellen op gebied van ruimtelijke kwaliteit, participatie en lokaal eigenaarschap.
We maken onderscheid tussen drie type initiatieven: 1. Initiatieven in het zoekgebied voor zonneakkers; het Zonnecarré (zie Beleidskader zonneakkers Haarlemmermeer) 2. Initiatieven in een zoekgebied voor windturbines (zie Regionale Energie Strategie (RES)) 3. Initiatieven buiten deze zoekgebieden. De zoekgebieden komen voort uit de Regionale Energiestrategie. Dit is een doorlopend proces waarbij de RES elke twee jaar wordt geactualiseerd en vastgesteld. Het is daarom mogelijk dat zoekgebieden wijzigen. Zonnecarré Op grond van een goede ruimtelijke ordening geldt voor dit vastgestelde gebied een beeldkwaliteitsplan. Samenwerking tussen verschillende initiatiefnemers, grondeigenaren, omwonenden en belanghebbenden, is zeer wenselijk. De gemeente voert de regie over dit proces op gebiedsniveau en heeft daarbij een coördinerende en bemiddelende rol. De gemeente is verantwoordelijk voor de kaders. Het gaat hier om ruimtelijke inpassing, beeldkwaliteit en samenhang tussen initiatieven. Op projectniveau wordt dit door initiatiefnemers verder uitgewerkt tot een participatieplan, een ruimtelijk inpassingsplanen en een passende invulling voor lokaal eigenaarschap. Communicatie en participatie wordt afgestemd met de gemeente voor een duidelijk verhaal naar omwonenden.
Eventueel zoekgebied windturbines Op grond van een goede ruimtelijke ordening en de invloedsfeer van windturbines ten opzichte van elkaar, wordt voor een zoekgebied voor windturbines een gezamenlijk ontwikkelplan opgesteld. Het ontwikkelplan voorziet in één windpark dat als één project wordt ontworpen en gezamenlijk gebouwd en beheerd. Er wordt geen planologische medewerking verleend wanneer er conflicterende aanvragen zijn van verschillende initiatiefnemers. Samenwerking tussen initiatiefnemers (dat kunnen er meerdere zijn), grondeigenaren, omwonenden en andere belanghebbenden, is hiervoor noodzakelijk. De initiatiefnemer met de meeste grondeigenaren achter zich, vervult een leidende rol bij dit gezamenlijke proces. De gemeente bepaalt de ruimtelijke kaders die richting geven aan het gezamenlijke ontwikkelingsplan dat initiatiefnemers opstellen. Dat plan gaat over ruimtelijke inpassing en uitstraling, fasering en rolverdeling (een uitvoerings-strategie), participatie en lokaal eigenaarschap. Communicatie en participatie wordt afgestemd met de gemeente voor een duidelijk verhaal naar omwonenden.
6
Buiten zoekgebieden Waar er plannen zijn voor energieopwekking buiten zoekgebieden uit de RES, sturen we er als gemeente op aan dat de initiatiefnemers afstemmen met aangrenzende of nabijgelegen initiatieven. Er wordt samengewerkt op gebied van ruimtelijke inpassing, communicatie naar omwonenden en participatie. De gemeente kan ondersteunen bij de contactmomenten van de initiatiefnemer met omwonenden.
2. Participatieplan Doel: De ontwikkeling en inpassing van een initiatief gebeurt, samen met inwoners en lokale ondernemers en in afstemming met de gemeente, via een adequaat participatieproces. Voor zoekgebieden uit de RES, zorgt de gemeente voor een participatieproces op gebiedsniveau. Hierbij zijn in ieder geval in- en omwonenden van beide zoekgebieden betrokken en worden wijk- en dorpsraden goed op de hoogte gehouden. Daarnaast geldt voor een zoekgebied wind, dat ook de aangrenzende gemeenten4 betrokken worden. Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het participatieplan op projectniveau en verantwoordt dat aan de gemeente. Het doel is om de omgeving aan het begin van het proces te betrekken bij keuzes over ruimtelijke inpassing en lokaal eigenaarschap. Er moet ook overeenstemming met de omgeving zijn over het participatieplan. Minimaal door het conceptplan te bespreken met de wijk- en dorpsraden van de dichtstbijzijnde kernen. De participatie- en communicatieaanpak moet daarmee zo goed mogelijk aansluiten op de wensen van de omgeving. Het plan wordt voorgelegd aan de gemeente, waarbij de communicatie van initiatiefnemer en die van de gemeente op elkaar worden afgestemd. Primair richt het participatieplan zich op de directe omgeving (zie kader). Dit zijn inwoners, verenigingen en agrarische ondernemers in de nabijheid van het initiatief.
Deze hebben de meeste kans op hinder en hebben het meeste recht van spreken in het participatieproces5. Deze inwoners worden individueel uitgenodigd voor participatiebijeenkomsten. De lokale omgeving krijgt ook de gelegenheid om deel te nemen en wordt goed geïnformeerd. De communicatie daarvoor wordt afgestemd met de wijk- en dorpsraden en de gemeente. Ook de gemeente wordt uitgenodigd voor participatiebijeenkomsten.
‘De omgeving’ Het gaat primair om inwoners die in een gebied rondom het initiatief wonen, verenigingen die daar gevestigd zijn, wijk- en dorpsraden en ondernemers met een agrarisch bedrijf in het plangebied. Wij maken onderscheid tussen drie gebieden. Dit beleidskader verwijst naar deze gebieden voor de invulling van de beleidsregels. 1. Plangebied Wind: Minimaal een straal van 5x de rotordiameter Zon: De percelen van het initiatief 2. Directe omgeving (‘omwonenden’) Wind: minimaal een straal van 10x de tiphoogte Zon: minimaal een straal van 800m 3. Lokale omgeving Wind: Dorpen in en om een aangewezen zoekgebied (in ieder geval Abbenes, Lisserbroek, Nieuw-Vennep, Buitenkaag, Huigsloot, Vredeburg, Weteringbrug en Burgerveen) Zon: het zoekgebied en de dorpen daar in de buurt (in ieder geval Vijfhuizen, Zwanenburg, Lijnden, Badhoevedorp en noordelijk deel van Hoofddorp) OF een straal van ten minste 2 km voor initiatieven buiten het zoekgebied. De genoemde afstanden geven een minimale zone aan die betrokken moet worden. Per project kan het wenselijk zijn om een groter gebied te betrekken. Dit vraagt om maatwerk.
4 Gemeente Aalsmeer, Kaag en Braassem, Teylingen, Lisse en Hillegom
5 Als het gaat om zonneakkers, zijn er buiten deze zone juridisch gezien geen ‘gevolgen van enige betekenis’ aanwezig en zijn inwoners formeel geen direct belanghebbenden bij de besluitvorming. Uitspraak van de Rechtbank Gelderland over een zonnepark op 11-05-2020. ECLI:NL:RBGEL:2020:2622
7
Voor windturbines achten wij het wenselijk dat initiatiefnemers ook de aangrenzende gemeenten vragen hoe zij die inwoners kunnen betrekken. Geluidsimulaties moeten onderdeel zijn van de participatiestrategie bij wind. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden om initiatiefnemers te ondersteunen bij het betrekken van de lokale omgeving. Bijvoorbeeld door het in contact brengen met lokale organisaties zoals buurtorganisaties, verenigingen en maatschappelijke partners. Het participatieplan is een beschrijving van het participatieproces, inclusief: • •
•
• • • •
•
beschrijving hoe de omgeving betrokken is geweest bij het opstellen van het participatieplan; termijnen waarin participatie plaatsvindt en beschrijving van de participatie- en overlegvormen. Er worden participatiemogelijkheden aangeboden die zo goed mogelijk aansluiten bij de wensen van de omgeving, bijvoorbeeld door toepassen van het BSRmodel6 of soortgelijke indeling; beschrijving op welke wijze de ruimtelijke inpassing en lokaal eigenaarschap in overleg met de omgeving wordt uitgewerkt. Bijvoorbeeld door formering van één of meerdere werkgroepen als afvaardiging van de omgeving. Deze kunnen samen met de initiatiefnemer concepten uitwerken die voorgelegd worden bij volgende participatiebijeenkomsten.; heldere (beslissings-)structuur voor de participatietrajecten en informatievoorziening, zodanig dat omwonenden van het plangebied, directe omgeving en lokale omgeving weten hoe en wanneer ze invloed hebben op cruciale keuzen in het proces; stakeholderanalyse met een overzicht van de stakeholders en een uitleg van hun rol en niveau van betrokkenheid (participatieladder); beschrijving van de communicatie richting de stakeholders; beschrijving van hoe de aanpak past binnen het proces op gebiedsniveau (indien van toepassing) en welke ondersteunende rol de gemeente en bevoegd gezag hebben in de participatie; beschrijving hoe het initiatief georganiseerd is en de belangen van alle
belangengroepen vertegenwoordigd worden in het proces en besluitvorming. Hierbij hoort ook een inspanningsverplichting voor het ophalen van wensen over mede-eigenaarschap in de omgeving.
Verantwoording door de initiatiefnemer aan de gemeente gebeurt via participatieverslagen en afstemming met de gemeente over de (tussentijdse) voortgang en resultaten van het projectparticipatieproces. Ook wordt afgestemd over communicatie van de gemeente (op gebiedsniveau) en van de initiatiefnemer (op projectniveau). De gemeente loopt mee in het participatieproces over ruimtelijke inpassing en het bod voor lokaal eigenaarschap zodat zij kan beoordelen of dit adequaat verloopt.
6 Het BSR-model wordt gebruikt om mensen in te delen in verschillende leefstijlen. Dit kan ingezet worden
om communicatie en participatie zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de wensen van verschillende mensen. Gegevens hierover zijn beschikbaar via de gemeente.
8
3. Voorstel voor meedelen en financieel participeren Doel: de omgeving is betrokken en heeft profijt van de ontwikkeling van zonneakkers en windturbines. De nadruk van dit beleidskader ligt op het voorstel voor lokaal eigenaarschap, bedoeld om inwoners te beschermen. Op basis van de verkenning naar de wensen in de omgeving (onderdeel van het Participatieplan), stelt de initiatiefnemer een voorstel op. Hiervoor geldt een inspanningsverplichting om een aanbod te doen aan de omgeving. De gemeente kijkt hierin nadrukkelijk mee om te zien of het aanbod past binnen het beleidskader. Meedelen en financieel participeren wordt ingevuld door een combinatie van 1) lokaal eigendom, 2) collectief voordeel en 3) individueel voordeel. Dit geeft de ruimte om samen met de omgeving tot passende vormen te komen. Er worden wel minimale eisen aan deze onderdelen gesteld. Zo is voor de omgeving duidelijk wat ze kunnen verwachten en is voor initiatiefnemers duidelijk wanneer een aanbod passend is. 1.
Lokaal eigendom. Er worden in ieder geval de mogelijkheden besproken voor volwaardig (en risicodragend) mee-investeren, uitgeven van obligaties en inzetten van crowdfunding. Het aanbod hiervoor wordt in fasen opengesteld aan een steeds grotere omgeving. Te beginnen bij omwonenden (de directe omgeving).
Het streven is 50% lokaal eigendom. Dus 50% van een project zou in handen moeten zijn van lokale partijen (inwoners, lokale verenigingen, lokale coöperaties, lokale grondeigenaren, lokale overheden, lokale ondernemers)7. Daarmee vloeit een deel van de baten in ieder geval terug aan de lokale omgeving en economie. Er wordt naar gestreefd om dit bij de realisatie van het project voor elkaar te hebben. Mocht een overbruggingsperiode nodig zijn om daar naartoe te groeien, dan wordt beschreven hoe dit gebeurt. 2.
Collectief voordeel. Dit kan worden ingevuld door bijvoorbeeld een omgevingsfonds dat wordt ingezet om de leefomgeving in het gebied te verbeteren, ondersteuning van een lokale vereniging, etc. (zie bijlage voor meer voorbeelden). De bedragen die hiervoor beschikbaar worden gesteld zijn in lijn met de gedragscodes Wind op Land en Zon op Land 8.
3.
Individueel voordeel. Dit kan worden ingevuld door bijvoorbeeld stroom afnemen, een omwonenden vergoeding, etc. (zie bijlage voor meer voorbeelden). Voor dit onderdeel zijn geen richtbedragen opgenomen. De ruimte hiervoor is afhankelijk van de businesscase.
In principe doet een initiatiefnemer dus een voorstel aan de omgeving met mogelijkheden voor lokaal eigendom én collectief voordeel én individueel voordeel. Voor windturbines geldt dat grondeigenaren in het plangebied zonder windmolen op eigen grond, ook meedelen in de winst9. Maar, het voorstel is een direct resultaat van het participatieproces met de omgeving.
7 Het gaat hierbij om het aandeel van het eigen vermogen. Dat bepaalt de eigendomsverhouding. Het gaat
niet om het deel vreemd vermogen dat bij een bank wordt geleend. 8 In 2021 geldt 0,40 tot 0,50 euro/MWh/jaar voor windturbines. Voor zonnepanelen zijn nog geen concrete
bedragen opgenomen. De businesscase voor zonnepanelen is niet gelijk aan windturbines, maar totdat er concrete bedragen worden genoemd in een volgende versie van de gedragscode Zon op Land, worden de richtbedragen ook voor zonnepanelen gehanteerd. 9 Het plaatsen van een windturbine maakt het onmogelijk om dat ook nog te doen op omliggende percelen.
Er zijn voorbeelden waarin dit heeft geleid tot onaanvaardbare sociale spanningen (o.a. Drenthe). Door alle grondeigenaren te laten meeprofiteren wordt dat voorkomen. Dit kan met een coöperatieve of sociale grondvergoeding. Onder de sociale grondvergoeding vallen alleen gronden waar redelijkerwijs een windturbine geplaatst had kunnen worden. Onder de sociale grondvergoeding vallen alleen gronden waar redelijkerwijs een windturbine geplaats had kunnen worden
9
De precieze invulling van lokaal eigenaarschap is per project verschillend en afhankelijk van bijvoorbeeld de omvang van het project, de kosten voor netaansluiting en ruimtelijke inpassing. In bijlage 2 wordt inspiratie gegeven waarmee lokaal eigenaarschap verder vormgegeven kan worden. Dit kan ondersteunen bij gesprekken tussen inwoners en ontwikkelaars. De lijst is niet uitputtend en de keuzes worden altijd samen met de omgeving gemaakt. Als 50% niet wordt gehaald 50% lokaal eigendom blijft het streven, maar er wordt niet voor elk initiatief genoeg animo verwacht om tot 50% lokaal eigendom te komen. Daarom zijn er mogelijkheden om hier anders invulling aan te geven. Het is goed om allereerst te beseffen dat verschillende manieren van financieel meedoen ook verschillende rendementen kennen. •
• •
Categorie 1: risicovol rendement. Dit hoort bij een investering vóór een investeringsbesluit. Dit rendement is gelijk aan dat van een initiatiefnemer omdat hetzelfde risico wordt genomen10. Categorie 2: risico-arm rendement. Dit hoort bij een investering ná een investeringsbesluit. Het rendement is logischerwijs enkele procentpunten lager omdat er minder risico is. Categorie 3: risicovrij rendement. Hiermee berekent een initiatiefnemer welk jaarlijks bedrag beschikbaar wordt gesteld om het verschil in lokaal eigendom te overbruggen (zie de berekening hieronder). De omgeving legt hiervoor geen eigen vermogen in en loopt geen risico. Daardoor is dit ‘rendement’ één of enkele procentpunten lager dan bij risicoarm investeren.
Wanneer het streven van 50% eigendom niet wordt gehaald, toont de initiatiefnemer aan dat er voldoende inspanning is verricht om tot een zo hoog mogelijk percentage te komen. Daarnaast wordt een gelijkwaardig en passend alternatief geboden voor individueel én collectief voordeel. Dat wil zeggen dat er op die vlakken meer (of ruimere) mogelijkheden geboden worden, zodat een grotere groep profijt heeft van de ontwikkeling. De initiatiefnemer toont aan dat een voorstel passend is door een heldere verslaglegging van de participatiebijeenkomsten en transparant inzicht in de businesscase en verwachte rendementen. Als richtlijn geldt onderstaande berekening voor de aanvulling op collectief en individueel voordeel.
(50% - behaald aandeel lokaal eigendom) x risicovrij rendement = procentpunten aandeel van het totale rendement wat jaarlijks aanvullend wordt ingezet voor collectief en individueel voordeel
Er wordt zo snel mogelijk in het proces een project-specifieke indicatie gegeven van de te verwachten compensatie. Deze is onder meer afhankelijk van de omvang van het project, technische randvoorwaarden (zoals afstand tot een netaansluiting), ruimtelijke inpassing en type techniek (wind of zon). Voorbeeld Een initiatief voor een energieproject komt tot 30% lokaal eigendom. De initiatiefnemers verwachten een rendement van 10%. De omgeving investeert mee maar sluit pas ná het investeringsbesluit aan, wanneer er minder risico is. Het rendement hiervoor is 8%. Voor de berekening om het aandeel lokaal eigendom aan te vullen, wordt een rendement bepaald van 6%. De berekening is dan als volgt: (50% - 30%) x 6% = 1,2% punt aandeel van het totale rendement wat jaarlijks aanvullend wordt ingezet voor collectief en individueel voordeel.
10 Volgens het Eindadvies Basisbedragen SDE++ 2021 van het PBL is dit ten minste 9% voor zonprojecten en
11% voor wind.
10
4. Omgevingsovereenkomst Doel: Gemaakte afspraken worden vastgelegd met de omgeving zodat verwachtingen en inspanningen voor iedereen duidelijk zijn. De initiatiefnemer gaat met de omgeving in gesprek om tot een passend voorstel te komen. Dit wordt gevat in een omgevingsovereenkomst. Hierin wordt vastgelegd welke concrete mogelijkheden de initiatiefnemer biedt op het gebied van meedelen en financiële participatie. Ook wordt vastgelegd hoeveel procent lokaal eigendom verwacht wordt en wat alternatieven zijn als dat niet wordt gehaald. Daarnaast worden afspraken over de informatievoorziening en loketfunctie geformaliseerd en wordt vastgelegd wat de acties van de initiatiefnemer zijn als afspraken niet worden nagekomen. De gemeente toetst of de initiatiefnemer voldoende inspanning heeft geleverd, heeft voldaan aan de voorwaarden in dit beleidskader en of er een passend voorstel aan de omgeving wordt gedaan. De afspraken worden – waar mogelijk – opgenomen in de omgevingsvergunning zodat het publiekrechtelijk wordt vastgelegd. De initiatiefnemer toont aan hoe de afspraken worden nageleefd voordat gebruik wordt gemaakt van de vergunning. Daarnaast is het wenselijk dat de initiatiefnemer de overeenkomst sluit met (een vertegenwoordiging van) de omgeving. Het is niet mogelijk om direct een partij aan te wijzen die namens omwonenden kan tekenen.
Maar, er zijn mogelijk partijen die namens een deel van de betrokkenen kunnen spreken (zoals energiecoöperaties, wijk- en dorpsraden en andere bewonersgroepen). Het is daarom belangrijk dat zoveel mogelijk relevante lokale partijen worden betrokken als ‘contractpartij’. Uiteindelijk gaat het om afspraken tussen een initiatiefnemer en de omgeving. De initiatiefnemer neemt verplichtingen op zich. Het gaat erom dat degenen die zich wil kunnen beroepen op de verplichting, zoveel mogelijk contractpartij is. Bij wijze van bekrachtiging kan de gemeente medeondertekenen. De omgevingsovereenkomst is basis van de verdere uitwerking van lokaal eigenaarschap, waarvoor logischerwijs andere overeenkomsten of contracten met derden nodig zijn.
5. Informatievoorziening en loket Doel: Het is voor omwonenden duidelijk wát er wanneer gaat gebeuren en waar ze terecht kunnen met vragen, zorgen of klachten. Eventueel ontstane hinder wordt goed bijgehouden, ook na de realisatie. Onderstaande wordt vastgelegd in de omgevingsovereenkomst. Voor aandachtspunten zie bijlage 3. Bouwvoorlichting Tijdens de bouw van een windmolenpark of zonneakker kan de impact op de directe omgeving groot zijn. Er wordt geheid, er is veel zwaar transport en/of soms worden wegen afgezet. Daarom is juist ook in deze fase een goede informatievoorziening van de ontwikkelaar naar de omgeving van belang en moet de omgeving bij het proces worden betrokken. Klachtenloket Voor zorgen en klachten tijdens de bouw of exploitatie wordt door de ontwikkelaar een klachtenloket ingericht voor de omgeving. De ontwikkelaar is verantwoordelijk om deze klachten af te handelen. Monitor In een monitor wordt vastgelegd hoe effecten op de omgeving, zoals geluid, slagschaduw bij windturbines en hinder tijdens de bouw, onafhankelijk in beeld worden gebracht. Ook wordt bijgehouden hoe klachten worden afgehandeld en hoeverre de ontwikkelaar/exploitant zich aan de verdere afspraken van de omgevingsovereenkomst houdt.
11
De ontwikkelaar/exploitant moet onafhankelijk en juridisch kunnen worden aangesproken op het naleven daarvan. De gemeente onderzoekt samen met de RES-regio de mogelijkheden van de oprichting van een onafhankelijk regionaal monitoringsorgaan. Daarin zijn minimaal gemeenten, Provincie Noord-Holland, natuur- en milieuorganisaties en bij voorkeur omwonenden vertegenwoordigd. In de omgevingsovereenkomst wordt vastgelegd welke partijen monitoren, volgens welke normen, procedures, bevoegdheden en reikwijdte. Ook de procedure voor naleving van klachten en afspraken op basis van de monitor worden daarin vastgelegd.
Procedures Gemeente is regisseur bij de processen op zoekgebiedsniveau. Initiatiefnemers doorlopen onderstaande procedure.
Actie initiatiefnemer
Reactie gemeente
Initiatief kenbaar maken bij de gemeente via het Ondernemersloket en de coördinator van het zoekgebied (via energie@haarlemmermeer.nl)
Als er een eerste ruimtelijk plan is: Eerste grondhouding toets. Bespreking van het initiatief in de Werkgroep Ruimtelijke Advisering.
In afstemming met de gemeente communiceren met de omgeving
Gemeente geeft informatie over gemeentelijke communicatiemomenten en coördineert waar nodig de inspanningen van verschillende initiatiefnemers
Participatieplan opstellen met de omgeving
Plan wordt voorgelegd aan de gemeente
Omgeving betrekken bij planvorming
Gemeente sluit waar wenselijk aan bij participatiemomenten
Voorstel lokaal eigenaarschap vormgeven met de omgeving
Gemeente kijkt mee
Starten vergunningprocedure bij bevoegd gezag door officiële aanvraag hiervoor in te dienen (voor zon via Omgevingsloket.nl, voor wind via Provincie)
Rol vervullen in vergunningsprocedure en waar nodig contact onderhouden met Omgevingsdienst en Provincie
Belanghebbenden informeren over status vergunningprocedure Afspraken worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst
Gemeente neemt waar mogelijk voorwaarden op in de vergunning
Vergunningprocedure afronden bij bevoegd gezag Inrichten informatievoorziening en loket Uitvoeren van ruimtelijk plan en omgevingsovereenkomst
Gemeente blijft betrokken, met name bij de communicatie
Monitoring van effecten
Precieze rol nog te bepalen, minimaal rol bij het op te richten monitoringsorgaan (zie hoofdstuk 5).
12
Bijlage 1: Begrippenlijst Begrip
Uitleg
Lokaal eigenaarschap
Lokaal eigenaarschap is de optelsom van procesparticipatie + lokaal eigendom + mogelijkheden voor collectief voordeel + mogelijkheden voor individueel voordeel.
Procesparticipatie
Het betrekken van de omgeving bij de planvorming en het gesprek voeren over de mogelijkheden voor lokaal eigenaarschap.
Lokaal eigendom
De omgeving investeert mee en wordt daarmee deels eigenaar van het energieproject.
Collectief voordeel
De omgeving als geheel profiteert mee van de ontwikkeling
Individueel voordeel
De omwonenden profiteren mee van een ontwikkeling waar zij overlast van kunnen ervaren zonder zelf te hoeven investeren.
Lokale partijen
Inwoners, in de kern lokaal georiënteerde grondeigenaren en lokale bedrijven (zoals agrariërs en kleine ondernemers), lokale verenigingen en coöperaties en lokale overheden (gemeente, waterschap en provincie).
Initiatiefnemer
Een initiatiefnemer heeft het voornemen om een zonneakker of windturbinepark te ontwikkelen en maakt dat kenbaar bij de gemeente. Een initiatiefnemer heeft in ieder geval recht van spreken over de betreffende percelen van zijn of haar plan. Voor een ontwikkelaar betekent dit dat er een overeenkomst moet zijn met de grondeigenaar.
Omgeving
Het gaat primair om inwoners die in een gebied rondom het initiatief wonen, verenigingen die daar gevestigd zijn, wijk- en dorpsraden en ondernemers met een agrarisch bedrijf in het plangebied. Wij maken onderscheid tussen plangebied, directe omgeving en lokale omgeving.
Plangebied
Wind: Minimaal een straal van 5x de rotordiameter Zon: De percelen van het initiatief
Directe omgeving (‘omwonenden’)
Wind: minimaal een straal van 10x de tiphoogte Zon: minimaal een straal van 800m
Lokale omgeving
Wind: het zoekgebied en de dorpen daar in de buurt (in ieder geval Abbenes, Lisserbroek, Nieuw-Vennep, Buitenkaag, Huigsloot, Vredeburg, Weteringbrug en Burgerveen) Zon: het zoekgebied en de dorpen daar in de buurt (in ieder geval Vijfhuizen, Zwanenburg, Lijnden, Badhoevedorp en noordelijk deel van Hoofddorp) OF een straal van ten minste 2 km voor initiatieven buiten het zoekgebied.
Grote zon- en windprojecten
In het Klimaatakkoord gaat het om installaties boven de 15 kW vermogen en niet-gebouwgebonden (niet op een dak). Het gaat dan grofweg om projecten met meer dan 40-50 zonnepanelen of een windturbine groter dan 15 meter.
Zoekgebieden
Een gebied waar gezocht wordt naar mogelijkheden voor grote zon- en windprojecten
13
Bijlage 2: Inspiratie voor invulling van lokaal eigenaarschap Optie
Uitleg
Voordeel lokale omgeving
Omgevingsfonds oprichten
Een omgevingsfonds is één van de mogelijkheden voor collectief meedelen in de winst van een project. Een ontwikkelaar stort hier jaarlijks een bedrag in. Dit fonds kan beheerd worden door een lokale partij zoals een energiecoöperatie, bewonerscollectief of een maatschappelijke instantie.
Fonds kan aangewend worden voor verbetering van de lokale leefomgeving
Ontwikkelfonds oprichten
Ontwikkelfonds voor duurzame energieprojecten. Bijvoorbeeld bij gebruik in projecten die zon op dak of parkeerterreinen stimuleert of bij projecten voor de warmtetransitie.
Impuls voor verduurzaming van de omgeving. Eenvoudiger voor de omgeving om dit soort projecten op te starten
Opzetten energiecoöperatie
In een coöperatie worden de uitgangspunten ‘iedereen kan meedoen’, ‘open en vrijwillig lidmaatschap’ en ‘democratisch zeggenschap’ ook juridisch verankerd.
Juridische verankering voor lokaal eigendom. 100% lokaal eigendom mogelijk.
Gezamenlijke verdeelsleutel
Omwonenden en belanghebbenden zelf vragen een verdeelsleutel te formuleren voor de revenuen uit de ontwikkeling. (Voorbeeld Zuiderwind)
Lokale omgeving heeft direct invloed op verdeling revenustromen
Opleiding koppelen
Bouw van zon- of windpark combineren met een opleiding voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (voorbeeld van participatiecoalitie)
Arbeidsperspectief in de duurzame energiesector voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt
Kleinere investeringsmogelijkheden
Aandelen of obligaties uitgeven vanaf een klein bedrag zodat ook inwoners met een kleine beurs hierin mee kunnen doen.
Financiële participatie met lagere inleg
Investerende energiecoöperatie
Een lokale energiecoöperatie vanaf het begin risicodragend mee laten investeren
Project wordt zo een echt gezamenlijk en lokaal project. Mét zeggenschap vanuit de omgeving
Lokale onderhoudscontracten
Beheer van het park (maaien, etc.) onderbrengen bij een lokaal loonwerkersbedrijf.
Lokale werkgelegenheid
Lokale arbeid en materialen
Arbeid en materialen voor bouw en exploitatie zoveel mogelijk lokaal af te nemen
Lokale werkgelegenheid en impuls aan lokale economie
Stroom lokaal afzetten
Opgewekte stroom lokaal afzetten. Dit kan bijvoorbeeld via een energiecoöperatie, de postcoderoosregeling of het lokale energiebedrijf Tegenstroom.
Zichtbaar groene stroom voor inwoners van Haarlemmermeer
Korting op de energierekening
De initiatiefnemer geeft een korting op de energierekening van een inwoner uit de omgeving. Dit kan alleen in samenwerking met een energieleverancier en kan alleen verstrekt worden aan klanten van die leverancier.
Individueel financieel voordeel en lokale afzet van de opgewekte stroom
Lokale verenigingen investeren mee
Lokale (sport)verenigingen vragen te investeren in het project of een actie opzetten voor leden.
Vergroten lokaal eigendom.
Deze lijst is niet uitputtend.
14
Bijlage 3: Aandachtspunten informatievoorziening en loket Uit de handleiding participatieplan van de NWEA) Bouwvoorlichting • • •
• •
Inventariseer van tevoren of en hoe met kleine aanpassingen aan het bouwplan overlast op de omgeving verminderd kan worden. Informeer alle betrokkenen in een voldoende ruime kring direct (huis-aan-huis berichten) en via media (website, lokale krant). Geef duidelijk aan wat de bouwplanning is, wanneer welke activiteiten gepland staan, wat de kans is op uitloop/vertraging van de werkzaamheden door bijvoorbeeld weersomstandigheden. Geef duidelijk aan welke hinder er verwacht wordt, zoals afgesloten wegen, geluid en stof. Nodig de omgeving als eerste uit om te komen kijken bij speciale gelegenheden (hijsen/ oprichten van de windturbine). Reserveer daarvoor ruimte voor publiek zodat dit veilig kan gebeuren.
Klachtenloket • • • • • •
Geef van tevoren duidelijk aan wat het achterliggende proces van de klachtenafhandeling is. Geef ook duidelijk aan wat verwacht kan worden (en vooral ook wat niet verwacht kan worden) van het indienen van een klacht. Maak inzichtelijk welke partij de klachten behandelt en wat de bevoegdheden van deze partij zijn. Het klachtenloket is bedoeld voor de omgeving van een wind- en zonnepark. Zorg ervoor dat iedereen een klacht in kan dienen door bijvoorbeeld een emailadres maar ook een telefoonnummer beschikbaar te maken Zorg dat duidelijk gecommuniceerd wordt wat er met een klacht (of gegroepeerde klachten) gedaan is en wat eventuele vervolgacties zijn.
Monitor • •
•
• •
15
Van tevoren moet worden bepaald welke partijen de monitoring uitvoeren en welke maatstaven/normen daarbij leidend zijn. De monitoring staat los van de normstelling in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling voor geluid, slagschaduw en lichtschittering. Indien deze normen worden overtreden heeft de overheid een zelfstandige bevoegdheid (en verplichting) tot handhaving. Voorafgaand aan de monitoring moet worden vastgelegd wat de bevoegdheid en reikwijdte van het monitoringsorgaan is en dat de ontwikkelaar (c.q. de projectexploitant) en het bevoegd gezag zich committeren aan dit orgaan. Aangegeven moet worden wat de procedures zijn. Vooraf moet duidelijk zijn welke effecten wel en welke niet zullen worden gemonitord.