RV (2022.0000199) Verklaring van bedenkingen Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
Onderwerp
Portefeuillehouder Steller Collegevergadering
Verklaring van geen bedenkingen Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Manon Veen 8 februari 2022
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2022.0000199 1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de uitbreiding van het agrarisch loonbedrijf aan de Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug. 2. Samenvatting
Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor het wijzigen en uitbreiden van het huidige bestemmingsvlak (en bouwvlak) van 1,5 hectare naar 2 hectare ten behoeve van de uitbreiding van een bestaand agrarisch - en agrarisch aanverwant bedrijf. Wij kunnen deze omgevingsvergunning slechts verlenen nadat de raad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben.
Ligging plangebied
Verklaring van geen bedenkingen Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug
pagina 2
3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Wij willen een omgevingsvergunning verlenen voor het wijzigen en uitbreiden van het huidige bestemmingsvlak (en bouwvlak) van 1,5 hectare naar 2 hectare ten behoeve van de uitbreiding van een bestaand agrarisch - en agrarisch aanverwant bedrijf. Een belangrijke ontwikkeling waar initiatiefnemer op inspeelt betreft een 'circulaire (biobased) economie'. Zowel vanuit het landbouwbedrijf als bij de werken die worden uitgevoerd door het loonbedrijf komen diverse reststoffen vrij. Als deze producten of stoffen weer nuttig en duurzaam ingezet kunnen worden, draagt dit bij aan een duurzame economie. Het bedrijf heeft al enige jaren behoefte aan meer functionele gebruiksruimte aan de Huigsloterdijk voor de op/overslag van (vrijkomende) stoffen en/of producten (waaronder zand, grond, teeltaarde, afgedragen gewas, afvalstoffen et cetera) en de op-/overslag en behandeling van producten afkomstig uit de land-, bos- of natuurbouw en dergelijke. Op lokaal niveau wordt op deze wijze een bijdrage geleverd aan een functionele omzetting en toepassing (circulariteit) van (rest-) stromen, aan een circulaire economie. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?
Bestemmingsplantoets De aanvraag is getoetst aan de bestemmingsplannen "Buitengebied Zuid (2013)", "Weteringbrug Huigsloterdijk 108 (2017)" en "Parapluplan parkeerregels (2018). Op de grond van het initiatief gelden de bestemmingen 'Bedrijf met de aanduiding Loonbedrijf en de bestemming 'Agrarisch'. Verder ligt het initiatief in een molenbiotoop. In het voorgestelde plan wordt het bedrijf uitgebreid op de bestemming Agrarisch, buiten het bouwvlak. Dit is strijdig met het bestemmingsplan.
Verklaring van geen bedenkingen Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug
pagina 3
Onderdeel van de aanvraag is een ruimtelijke onderbouwing, waaruit blijkt dat het plan past binnen rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. De ruimtelijke onderbouwing en het ruimtelijk advies zijn als bijlage bij dit raadsvoorstel gevoegd. Goede ruimtelijke ordening Het plan is goed onderbouwd, de uitbreiding van het bedrijf past binnen een goede ruimtelijke ordening. Wette lijk kader Wij willen met toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verlenen. Dit is mogelijk indien het gevraagde niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Bovendien is in artikel 2.27 lid 1 van de Wabo geregeld dat de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend nadat de gemeenteraad heeft verklaard geen bedenkingen tegen het project te hebben. Op grond van artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) heeft de raad categorieën gevallen aangewezen waarvoor geen verklaring nodig is (2019.0040560). Geen van de categorieën is op dit geval van toepassing. Daarom is een verklaring van de raad nodig. De verklaring van geen bedenkingen (vvgb) maakt onderdeel uit van de te verlenen omgevingsvergunning. De raad heeft eerder de aanvraag met bijbehorende stukken ontvangen en de ontwerpvvgb vastgesteld (2021.0001721).
De raad wordt nu gevraagd een besluit te nemen tot afgifte van de vvgb. Procedure De ontwerpvvgb heeft samen met het ontwerpbesluit omgevingsvergunning ter inzage gelegen. Zowel tegen de ontwerpvvgb als tegen het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning konden zienswijzen worden ingediend (artikel 3.11 Besluit omgevingsrecht). Tijdens de terinzagelegging zijn geen zienswijzen ingediend. De raad besluit met dit besluit over de afgifte van de vvgb. 3.3 Wat mag het kosten?
Aan de uitvoering van dit voorstel zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. Wat zijn de financiële risico's?
Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Op grond van de Wabo is de raad bevoegd te besluiten omtrent een vvgb. De bevoegdheid om te besluiten omtrent een aanvraag omgevingsvergunning ligt bij ons college. Binnen ons college is de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening het eerste aanspreekpunt.
pagina 4
Verklaring van geen bedenkingen Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug
3.5 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd?
De raad zal in kennis worden gesteld van een eventuele beroepsprocedure.
4. Ondertekening
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem de loco-secretaris, U de bi
Michiel Ruis
P.
ne Schuurmans-Wijdeven
tflLcA Bijlage(n): • Ruimtelijk advies • Ruimtelijke onderbouwing
Naam steller cluster Ruimte, Economie en Duurzaamheid (RED) Manager Datum behandeling WRA Datum behandeling staf PRO Gegevens aanvraag Adres
Cosa/Mozardnummer Uitgebreide of reguliere procedure? Inhoud aanvraag
FORMULIER BEOORDELING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING M.H. Veen
H. Poulssen/ R. Brussee 21 oktober 2019, 10 mei 2021 -
Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
Ligging perceel 10116179 - OLO-5737279 uitgebreid Het betreft hier een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het wijzigen en uitbreiden van het huidige bestemmingsvlak (en bouwvlak) van 1,5 ha naar 2 ha ten behoeve van de uitbreiding van een bestaand agrarisch - en agrarisch aanverwant bedrijf. In een eerder stadium werd ook
huisvesting van arbeidsmigranten aangevraagd, deze maakt inmiddels geen onderdeel meer uit van de aanvraag.
Voorgeschiedenis
2019 initiatief Het betreft een agrarisch aanverwant bedrijf. Dit onderscheidt het bedrijf de van andere bedrijven langs de dijk die een pure bedrijfsfunctie hebben. Deze mogen op basis van de Visie Ringvaart niet uitbreiden. Buitenopslag is hier niet toegestaan. Voor dit bedrijf geldt bovendien, dat de uitbreiding plaatsvindt op 200 meter afstand van de ringdijk. Dit is aanvaardbaar. 2020 globaal haalbaarheidsonderzoek Voor de uitbreiding van het bedrijf is hierin het volgende geadviseerd. De uitbreiding van het loonbedrijf Roodenburg met de toevoeging van een tijdelijke reststromen en houtopslag is aanvaardbaar. Het past binnen de gemeentelijke en provinciale beleidsregels. De visie Ringdijk en Ringvaart staat niet in de weg voor de uitbreiding van het bedrijf aangezien het aantal (zware) verkeersbewegingen in totaal zal afnemen. In het gho zijn concrete aanwijzingen gegeven voor aanpassingen en aanvullingen van het plan. In 2021 is de aanvraag omgevingsvergunning ingediend met inachtneming van en verwijzing naar het gho.
Toetsing aanvraag Strijdigheid bestemmingsplan
De geldende bestemmingsplannen ter plaatse zijn ‘’Buitengebied Zuid (2013)’’, ‘’Weteringbrug Huigsloterdijk 108 (2017)’’ en ‘’Parapluplan parkeerregels (2018). Op de grond van het initiatief gelden de bestemmingen Bedrijf met de aanduiding Loonbedrijf en de bestemming Agrarisch. Binnen het bouwvlak geldt een maximum bebouwingspercentage van 40% en een maximum goot en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter. Verder ligt het initiatief in een molenbiotoop. In het voorgestelde plan wordt er uitgebreid op de bestemming Agrarisch, buiten het bouwvlak. Dit is strijdig met het bestemmingsplan. Van toepassing is artikel Wabo 2.12 sub1a punt 3. Dit betekent dat de uitgebreide procedure van de Wabo van toepassing is op de eventueel in te dienen aanvraag.
Bestemmingsplan Huigsloterdijk 108
Strijdigheid Provinciale omgevingsverordening 2020 Strijdigheid LIB, zoja welke zone (beperkingen benoemen) Kwetsbare of geluidsgevoelige functie? Aangewezen monument? In beschermd stads- of dorpsgezicht? Historisch gebruik locatie? Beleidstoets en ruimtelijke aspecten (indien van toepassing) Structuurvisie Ruimte voor ruimte Stedenbouw Landschap Cultuurhistorie Economie Ringvaart- en ringdijkbeleid
Duurzaamheid (bijv zonnepanelen)
Bestemmingsplan Buitengebied Zuid
In de Provinciale ruimtelijke verordening wordt benoemd dat de uitbreiding van een agrarisch aanverwant bedrijf mogelijk is in het landelijke gebied wanneer de omvang van het bouwperceel maximaal 2 ha bedraagt. nee
nee
nee nee Bestemming voorheen ‘Agrarisch’.
n.v.t. De aanvraag ziet alleen op handelen in strijd met ruimtelijk kader. Het plan is voorzien van een landschapsplan. Vanuit landschap bestaat er de voorkeur voor het beplanten van de grondwal met struiken in plaats van lage bodembedekkers. Visie Ringdijk en Ringvaart Voor de Ringdijk en Ringvaart is een visie opgesteld waar het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid op de dijk een uitgangspunt is. Ontwikkelingen die een verkeer aantrekkende werking hebben worden in dit kader geweerd. Uitgangspunt is om nieuwe bedrijven en uitbreiding van bedrijven niet toe te staan. Het initiatief stelt een uitbreiding van een agrarisch aanverwant bedrijf voor. Het verwerken van eigen reststromen zorgt voor een vermindering van het huidige aantal verkeersbewegingen. Van oudsher heeft de polder een agrarische functie die we graag zichtbaar willen houden. Het verminderen van de verkeersbewegingen blijft in het kader van de visie voorwaardelijk. -
Externe veiligheid Verkeer en ontsluiting Parkeren Luchtkwaliteit Geluid Is akoestisch onderzoek nodig in het kader Wet geluidhinder en/of Activiteitenbesluit? Water Flora en Fauna Archeologie Milieu (bedrijven- en milieuzonering PAS
Overige (beleids)aspecten Afwegingen en conclusies van de beleidstoets Procedures Vvgb van toepassing? Vormvrije m.e.r. nodig? Akoestisch onderzoek nodig? Hogere waardebesluit nodig? Ontheffing Wet natuurbeheer nodig? Afwijkingsbesluit Externe Veiligheid nodig? Verantwoording Externe Veiligheid nodig? Overige afwegingen en conclusie
Door de uitbreiding van de opslagvoorzieningen zal er een afname van zware verkeersbewegingen plaats vinden en wordt er 30% CO2 gereduceerd op het zware transport van groenafval/compost -
Bij toename van verharding gelden regels voor watercompensatie. Geen belemmeringen Op grond van het aspect ‘milieuzonering’ is er ten aanzien van geluid en geur sprake van een afdoende afstand van de activiteiten ten opzichte van nabij gelegen gevoelige objecten. Middels een voortoets stikstofdepositie op grond van de Wet natuurbescherming wordt nader op de invloed / gevolgen van deze planologische ontwikkeling in relatie tot de Wet natuurbescherming ingegaan. Positief onder voorwaarde dat dat de gestelde voorwaarden in acht worden genomen.
ja -
-
-
Ruimtelijk Advies Rekening houdend met het bovenstaande, wordt een positief advies gegeven.
Ruimtelijke onderbouwing Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
Toelichting
Project
:
Verantwoording inzake het vergroten van het bestemmings-/bouwvlak van 1,5 hectare naar 2,0 hectare voor een bestaand agrarisch - en agrarisch aanverwant bedrijf op het perceel Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug.
Projectcode Datum
: :
ORI 33110 januari 2021
Opdrachtgever/initiatiefnemer Contactpersoon
: :
Loonbedrijf Roodenburg B.V. dhr. R.J. Roodenburg
Gemeente Uitvoering Contactpersoon
: : :
Haarlemmermeer Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied --
Uitvoering
:
Cumela Advies, Nijkerk, dhr. J. van Dijk
Status
:
definitief
Cumela Advies – Nijkerk
-3-
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
Cumela Advies – Nijkerk
-4-
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
VOORWOORD Voor u ligt een ruimtelijke onderbouwing waarin nader wordt ingegaan op de diverse activiteiten en functies van het agrarische – en agrarisch aanverwante bedrijf Roodenburg BV (hierna; Roodenburg / initiatiefnemer) te Weteringbrug in relatie tot de planologische aspecten voor het perceel Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug. Initiatiefnemer heeft al meerdere jaren de behoefte aan een adequatere- en meer doelmatige bedrijfslocatie voor de continuering van de bestaande bedrijfsactiviteiten. Middels een aanvraag omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met ruimtelijke regels wordt voorzien in het faciliteren van genoemde behoefte door het wijzigen en vergroten van het bestemmings-/bouwvlak naar een totale omvang van twee hectare. Economische ontwikkeling en toekomstperspectieven voor dienstverlenende (machinale) bedrijven ten behoeve van de agrarische sector, groenbeheer, landschap/natuur en grondverzet i.c. “buitenruimten” worden in grote mate beïnvloed door de gebruiksmogelijkheden van de eigen inrichting/bedrijfslocatie. In deze ruimtelijke onderbouwing behorend bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn de planologische, milieukundige en bedrijfsspecifieke aspecten in relatie tot de planologische ontwikkeling voor onderhavige locatie weergegeven. Het cumelabedrijf “Loonbedrijf Roodenburg B.V.”, is aangesloten bij Cumela Nederland.
Cumela is dé belangenorganisatie voor een gespecialiseerde groep ondernemingen (cumelasector). Deze ondernemingen, allen specialisten in groen, grond en infra, verrichten werkzaamheden met mens en materiaal voor derden. Deze ruimtelijke onderbouwing is in opdracht van Roodenburg opgesteld door Cumela Advies. De tekening(en) / inrichtingsplannen zijn opgesteld door STOL architecten te Lisse.
Cumela Advies – Nijkerk
-5-
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ................................................................................................................................................................. 8 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................................. 8 1.2 Ligging plangebied en omvang ................................................................................................................................. 9 2 Project- / planomschrijving..................................................................................................................................... 12 2.1 Ligging plangebied.................................................................................................................................................. 12 2.2 Toelichting bedrijfsactiviteiten............................................................................................................................... 12 2.3 Beschrijving beoogde ontwikkeling ........................................................................................................................ 13 3 Beleidskader ...........................................................................................................................................................
15 3.1 Rijksbeleid ............................................................................................................................................................... 15 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ............................................................................................................... 15 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ......................................................................................... 15 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017 .......................................................................... 16 3.1.4 Nationaal Waterplan 2016 - 2021 ....................................................................................................................... 16 3.2 Provinciaal beleid .................................................................................................................................................... 17 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050................................................................................................................... 17 3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (NH2020) ......................................................................................
17 3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................ 23 3.3.1 Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 ................................................................................................................ 23 3.3.2 Visie Ringdijk en Ringvaart .................................................................................................................................. 24 3.3.3 Bestemmingsplan Buitengebied Zuid / Weteringbrug Huigsloterdijk 108 ........................................................... 24 3.4 Overig relevant ruimtelijk beleid ............................................................................................................................. 25 3.4.1 Wet Milieubeheer / Activiteitenbesluit ................................................................................................................ 25 4 PLANOLOGISCHE UITVOERINGSASPECTEN ............................................................................................................. 26 4.1 Ruimtelijk ................................................................................................................................................................
26 4.1.1 Beeldkwaliteit / stedenbouwkundig .................................................................................................................... 26 4.1.2 Landschappelijke inpassing.................................................................................................................................. 26 4.2 Milieu ...................................................................................................................................................................... 26 4.2.1 Bedrijven en milieuzonering................................................................................................................................. 26 4.2.2 Bodem .................................................................................................................................................................. 27 4.2.3 Geluid / Mobiliteit ................................................................................................................................................ 28 4.2.4 Wet Natuurbescherming ..................................................................................................................................... 28 4.2.5 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................................................
30 4.2.6 Water ................................................................................................................................................................... 31 4.2.7 Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................................................. 32 4.2.8 Externe veiligheid ................................................................................................................................................. 33
Cumela Advies – Nijkerk
-6-
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
4.2.9 Geur ..................................................................................................................................................................... 33 4.2.10 MilieuEffectRapportage .................................................................................................................................... 34 4.2.11 Molenbiotoop .................................................................................................................................................... 34 4.2.12 Duurzaamheid.................................................................................................................................................... 35 4.2.13 Kabels en leidingen ............................................................................................................................................ 35 5 UITVOERBAARHEID EN CONCLUSIE ........................................................................................................................ 36 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................................................... 36 5.2 Economische uitvoerbaarheid.................................................................................................................................
36 5.3 Conclusie ................................................................................................................................................................. 36 BIJLAGEN ................................................................................................................................................................... 37 -
Cumela Advies – Nijkerk
-7-
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
1 INLEIDING In deze paragraaf is de aanleiding voor de ruimtelijke onderbouwing, de ligging van het plangebied, de vigerende bestemming en een nadere leeswijzer opgenomen.
1.1 Aanleiding Voorliggende onderbouwing is bedoeld om het juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van een ruimtelijk initiatief. Tevens biedt voorliggend plan de onderbouwing van waarom het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie middels een uitbreiding / vergroting van het vigerende bestemmingsvlak Bedrijf met de aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’ van het perceel Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug van 1,5 hectare naar een gebruiksoppervlakte / bestemmingsvlak van 2 hectare. Op 18 juni 2019 is een verzoek ingediend bij de gemeente Haarlemmermeer, welke is aangevuld op 15 oktober 2019, omtrent medewerking voor het wijzigen en vergroten van het bestemmings-/bouwvlak naar een totale omvang van circa 2 hectare alsmede het toestaan van het gebruik van het perceel voor het bieden van tijdelijke huisvesting van (seizoens-)werknemers en/of arbeidsmigranten) alsmede het oprichten / plaatsen van een windmolen. Na beoordeling van het verzoek in de werkgroep ruimtelijke advisering is – onder voorwaarden – een positieve grondhouding door de werkgroep afgegeven. Nadien is een verzoek ingediend voor het uitvoeren van een Globaal Haalbaarheidsonderzoek (GHO) voor de uitbreiding van het agrarische loonbedrijf Roodenburg.
Dit betreft het uitbreiden naar 2 hectare waarbij een tijdelijke opslagplaats, composteerplaats, windturbine en een achttal stacaravans voor arbeidsmigranten gepland zijn. Het advies en de uitslag van het GHO zijn op 19 mei 2020, kenmerk 3747958, kenbaar gemaakt. De conclusies van het GHO luidden als volgt: Conclusies 1. Uit het GHO is naar voren gekomen dat de uitbreiding van het loonbedrijf Roodenburg met de toevoeging van een tijdelijke reststromen- en houtopslag en composteerplaats aanvaardbaar is. Het past binnen de gemeentelijke en provinciale beleidsregels. De visie Ringdijk en Ringvaart staat niet in de weg voor de uitbreiding van het bedrijf aangezien het aantal (zware) verkeersbewegingen in totaal zal afnemen. 2. Uit het GHO is naar voren gekomen dat plaatsing van de windmolen met turbine van 20 meter hoogte aanvaardbaar is. Bij de plaatsing van de windmolen dient rekening te worden gehouden met het bestaande molenbiotoop. 3. Uit het GHO is naar voren gekomen dat de tijdelijke huisvesting van de arbeidsmigranten achter op het perceel aan de A4 is niet aanvaardbaar is. Doorslaggevend is de geurhinder die vanwege de composteeractiviteiten zal optreden, ook als met akoestisch onderzoek is aangetoond dat qua geluid er sprake is van een aanvaardbaar woon en leefklimaat. De huisvesting is wel mogelijk in een van de bestaande bedrijfswoningen.
Deze zou kunnen worden uitgebreid zie hiervoor de onderstaande adviezen. In navolging van het bepaalde in artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen burgemeester en wethouders afwijken (buitenplans) van het bepaalde in het vigerende bestemmingsplan. Via een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels van het bestemmingsplan (aanvraagnummer OLO 5737279) ingediend op 25 januari 2021 wordt het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer verzocht, met referte naar het GHO van 19 mei 2020, om medewerking te verlenen aan het ontwikkelen / uitbreiden van het bedrijfsperceel Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug, ten behoeve van een bestaand loonbedrijf / agrarisch aanverwant bedrijf, van 1,5 naar 2,0 hectare voor onder andere het realiseren van een op/overslagterrein en bewerken van grond-, bouw- en afvalstoffen (zoals reststromen en houtopslag), zijnde – kortweg – onderdeel 1 van het GHO. Het GHO en bijlagen maken onderdeel uit van deze aanvraag.
Cumela Advies – Nijkerk
-8-
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op de betreffende voorwaarden in relatie tot de ontwikkeling en het relevante provinciale- en gemeentelijke beleid. Aangetoond wordt dat hieraan kan worden voldaan en dat derhalve de juridisch-planologische basis kan worden verkregen om de beoogde ontwikkeling i.c. uitbreiding van het bestemmingsvlak mogelijk te maken.
1.2 Ligging plangebied en omvang Het plangebied ligt in de zuidoosthoek van de Haarlemmermeerpolder, gevestigd aan de Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug. Het perceel bevindt zich ten noordoosten van het ringvaartaquaduct van de A4 (linksonder in de onderstaande foto) en wordt aan de west- en noordzijde begrensd door het dijklichaam van de A4. Direct achter deze rijksweg is de HSL-Zuid gelegen. Aan de voorzijde van het perceel staan drie bij het loonbedrijf behorende bedrijfswoningen. Het zuidelijke deel van het perceel wordt begrensd door de Huigsloterdijk, welke als verkeersweg onderdeel uitmaakt van het dijktracé langs de ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. De noordoostelijke zijde van de projectlocatie grenst aan akkerbouwgebied, welke solitaire en langs de Huigsloterdijk gelegen agrarische bedrijfspercelen bevat. Aan de overzijde van de Ringvaart, ter hoogte van de uitrit van het bedrijf, staat op een afstand van ca. 250 meter van de projectlocatie de Googermolen. Het plangebied Huigsloterdijk 108 heeft een oppervlakte van in totaal circa 14.640 m2. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Haarlemmermeer, sectie AO, nummer 896 (ged.), 413, 451 en 700 (ged.). Voor een nadere indruk van het plangebied qua ligging en bestaande indeling wordt verwezen naar de afbeeldingen in figuur 1, 2 en 3.
figuur 1: Topografische ligging van plangebied
1.3 (Vigerend) bestemmingsplan Het plangebied valt – deels - binnen het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Zuid van de gemeente Haarlemmermeer (vastgesteld op 4 juli 2013) alsmede het bestemmingsplan Weteringbrug Huigsloterdijk 108, welke is vastgesteld op 1 december 2017. Op grond van laatstgenoemd bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming Bedrijf, ex. artikel 3, met de nadere aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’. Een specifiek bouwvlak en de maatvoering is vastgelegd.
Cumela Advies – Nijkerk
-9-
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
Ter hoogte van de Huigsloterdijk is sprake van een dubbelbestemming Waterstaat – Beschermingszone. Tevens geldt voor het gehele plangebied de gebiedsaanduidingen ‘luchtbaarverkeerzone – lib’ en ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’, zie figuur 4. Het noordelijke deel van het plangebied (waar de beoogde uitbreiding is voorzien) is nu gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Zuid. Op deze gronden rust de bestemming Agrarisch, ex. artikel 6 van de planregels (zie figuur 5).
figuur 2: luchtfoto plangebied
figuur 3 luchtfoto plangebied en omgeving
1.4 Leeswijzer In deze toelichting wordt het betreffende initiatief nader gemotiveerd en verantwoord. Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 een beschrijving opgenomen van de huidige situatie en activiteiten van het bedrijf in casu van het plangebied en de voorgestane ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid – voor zover relevant – behandeld. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in de milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor de onderhavige herziening van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid en conclusie van dit plan en wordt ingegaan op het onderdeel inspraak/zienswijze en vooroverleg.
Cumela Advies – Nijkerk
- 10 -
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
figuur 4: Verbeelding Bp Weteringbrug Huigsloterdijk 108 (2017) van plangebied
figuur 5: Verbeelding Bestemmingsplan West 2013 van (noordelijk deel) plangebied en omgeving
Cumela Advies – Nijkerk
- 11 -
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
2 PROJECT- / PLANOMSCHRIJVING Dit hoofdstuk omschrijft het plangebied alsmede de omgeving en geeft de noodzaak tot wijziging weer. Tevens wordt de beoogde ontwikkeling nader omschreven.
2.1 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de zuidoostelijke rand van de Haarlemmermeerpolder, langs de Huigsloterdijk, binnen de gemeente Haarlemmermeer. Het plangebied bevindt zich hier in een ‘punt’, welke gevormd wordt door verschillende infrastructurele voorzieningen zoals de Rijksweg A4 en het ten westen daarvan gelegen HSL-Zuid-tracé. Deze verkeersverbindingen worden ‘doorkruist’ middels de ringvaart. Het plangebied is gelegen in deze ‘punt’, zie figuren 1 t / m 5. In de ruime omgeving van het plangebied vormen de poldergronden van de Haarlemmermeer qua weidsheid en verkavelingsstructuur (grote percelen met een rechthoekige structuur) een contrast met de veelal voor glastuinbouw benutte percelen, welke aan de overzijde van de ringvaart op het oude land gelegen zijn. Ter plaatse van het plangebied wordt de weidsheid van het polderlandschap belemmerd door de dijklichamen van eerder genoemde infrastructurele werken. Ook de verkavelingsstructuur wijkt in de directe omgeving van het plangebied, als gevolg van de ligging, af van de kenmerkende polderstructuur. De verkaveling is hier kleinschaliger en afwijkend van vorm. Kenmerkend voor de directe omgeving van de projectlocatie is de aanwezigheid van de Googermolen die op het oude land, aan de andere zijde van de ringvaart, ten zuiden van het plangebied is gelegen.
Voor een impressie van het plangebied en de ligging in de omgeving wordt verwezen naar het inrichtings- en landschapsplan van Stol Architecten d.d. 11 november 2020, kenmerk 3095, uitbreiding bedrijfsfunctie Loonbedrijf Roodenburg BV. Dit plan is opgenomen in de bijlage (en onderdeel van de aanvraag). Zie ook figuren 6 en 7.
2.2 Toelichting bedrijfsactiviteiten Initiatiefnemer is al nagenoeg 155 jaar actief als akkerbouwbedrijf in de Haarlemmermeer en ruim 60 jaar als agrarisch loonwerkbedrijf aan de Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug. Het agrarisch bedrijf met een omvang van ruim 50 hectare is naast de – traditionele – akkerbouwteelten specifiek gericht op de teelt van zonnebloemen en onder andere pioenrozen. Het loonwerkbedrijf is primair gericht op het verlenen van diensten ten behoeve van (agrarisch) loonwerk, cultuurtechnisch werk en grondwerken. Middels de inzet van vakbekwaam en deskundig personeel in combinatie met gemechaniseerde- en moderne apparatuur (machines/werktuigen) worden werkzaamheden verricht voor onder andere agrariërs, landschaps-, natuurbeheerders, gemeente/overheden, aannemers en overige eigenaren in relatie tot het ‘buitengebied in brede zin’. Gebaseerd op een no-nonsense mentaliteit en het belang van direct en persoonlijk contact is gewerkt aan een robuust fundament van het bedrijf. De agrarische gronden en het werkgebied van het loonbedrijf ligt grotendeels in de omgeving. Ook de afgelopen jaren is, ongeacht de economische situatie in Nederland, gebleken dat het bedrijf zich weet te ontwikkelen én continuïteit (en hoge mate van dienstverlening/kwaliteit) kan waarborgen, danwel een groeipotentie heeft doorgemaakt.
Een belangrijke ontwikkeling waar initiatiefnemer op inspeelt c.q. aan wil / kan voldoen betreft een ‘circulaire (biobased) economie’. Zowel vanuit het landbouwbedrijf als bij de werken welke worden uitgevoerd door het loonbedrijf komen diverse reststoffen (als product of als (afval-)stof vrij). Als deze producten of stoffen, al dan niet na bewerking, weer nuttig en duurzaam ingezet kunnen worden, draagt dit bij – binnen de van toepassing zijnde- kaders aan een duurzame economie. Denk hierbij aan nuttig hergebruik van afgedragen gewas / groenafval, welke na behandeling (compost), op het eigen akkerbouwbedrijf als compost / bodemverbeteraar toegepast kan worden. Maar ook het tijdelijk opslaan van een partij grond, welke bij ontgraven niet direct toegepast kan worden, maar wel tijdelijk in depot kan worden gezet (aan de Huigsloterdijk) en vervolgens via lokaal grondstoffenbeheer in de omgeving kan worden toegepast.
Cumela Advies – Nijkerk
- 12 -
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
Het opslaan en bewerken van groenafval mag – onder voorwaarden – en met in achtneming van de regels zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit op een landbouwperceel óf binnen de inrichting uitgevoerd worden. Initiatiefnemer wil voorzien in een ordentelijk en deugdelijke voorziening / faciliteiten binnen de inrichting. Voormelde ontwikkeling past ook in de lijn c.q. visie van één van de klanten van het bedrijf, zijnde Meerlanden, welke werkt aan een restafvalloze samenleving. Door genoemde ontwikkeling is er al enige jaren een behoefte aan meer functionele gebruiksruimte aan de Huigsloterdijk voor de op-/overslag van (vrijkomende) stoffen / producten (waaronder zand, grond, teeltaarde, afgedragen gewas, afvalstoffen, etc.) en de op-/overslag en behandeling van producten afkomstig uit de land-, bos- of natuurbouw en dergelijke. Op lokaal niveau wordt op deze wijze een bijdrage geleverd aan een functionele omzetting en toepassing (circulariteit) van (rest- ) stromen c.q. aan een circulaire economie. In het algemeen zij opgemerkt dat ‘het werkveld’ van het hedendaagse loonbedrijf (cumelabedrijf) een brede scope heeft. Bij cumelabedrijven / agrarisch aanverwante bedrijven, in casu de cumelasector, heeft er de laatste jaren inherent aan de ontwikkelingen van het buitengebied in brede zin, een herverdeling van werkvelden plaatsgevonden.
Niet enkel zijn de agrariërs beheerder van het buitengebied of opdrachtgever voor werken, maar ook natuurbeheer, waterschappen, gemeente/overheden, particulieren, nutsbedrijven, etc. doen een beroep op de diensten van de cumelabedrijven voor – voornamelijk – werkzaamheden in het landelijk gebied. De feitelijke activiteiten in casu aard van de cumelabedrijven, binnen en/of buiten de inrichting, zijn niet wezenlijk gewijzigd. Ongeacht de aard van de activiteiten buiten de inrichting, is er in alle gevallen – binnen de inrichting – sprake van onder andere stalling van (land-)bouwmachines, motorrijtuigen met beperkte snelheid, werktuigen en overige hulpmiddelen, onderhoud en reparatie aan eigen materieel en de op-/overslag van een strategische werkvoorraad aan hulp-, bouw-, afval- en grondstoffen. Laatstgenoemde is inherent aan de aard van de bedrijfsactiviteiten, de mate van serviceverlening en dergelijke en dienaangaande ook milieutechnisch (o.g.v. het BARIM of een omgevingsvergunning milieu) toegestaan. Autonome ontwikkeling in de aard van de werkzaamheden enerzijds maar ook de toegenomen mechanisatiegraad van machines en werktuigen noopt ertoe dat een adequate bedrijfslocatie benodigd is en blijft. Dit is ook bij initiatiefnemer het geval.
De vigerende bestemming is ‘Bedrijf’ met de nadere aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’ beidt een adequate planologische-juridische borging voor de activiteiten.
2.3 Beschrijving beoogde ontwikkeling Het plan omvat een wijziging en uitbreiding van het vigerende bestemmings-/bouwvlak Bedrijf van 14.640 m2 naar in totaal 20.000 m2. In de figuren 6 en 7 is een nadere impressie van de ontwikkeling weergegeven. Voor een gedetailleerd inrichtings- en landschapsplan word verwezen naar de bijlage (inrichtings- en landschapsplan van Stol Architecten d.d. 11 november 2020, kenmerk 3095, uitbreiding bedrijfsfunctie Loonbedrijf Roodenburg BV). In de vigerende bestemmingsplan(nen) voor het plangebied zijn geen rechtstreekse mogelijkheden opgenomen om te voorzien in een vormwijziging of vergroting van het bestemmingsvlak Bedrijf, zodat een afwijking van het bestemming benodigd is. Door de omvang van het bedrijf van initiatiefnemer qua werkgelegenheid, materieel, werkterreinen, etc. alsmede in lijn met de algehele ontwikkeling in de agrarische sector (schaalvergroting voor toekomstbestendige bedrijven) alsmede de cumelasector (bedrijven welke actief zijn in groen, grond en infra) is er behoefte c.q. een noodzakelijkheid tot een groter oppervlakte aan gebruiksruimte / bedrijfslocatie.
In relatie tot de benodigde gebruiksruimte voor initiatiefnemer is de mate van bebouwing van belang en de ‘vrije’ buitenruimte ten behoeve (tijdelijke) stalling/opslag van metalen hulpmiddelen, materieel/werktuigen, materialen, schaftwagens, verkeersborden, rijplaten, etc., ofwel goederen en materiaal wat niet persé binnen behoeft of kan liggen. Daarnaast is er – conform verzoek - ruimte nodig voor het op-/overslaan en bewerken van (agrarische)
Cumela Advies – Nijkerk
- 13 -
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
reststromen, groenmateriaal, zand, grond, compost, e.d. Voor deze activiteiten / voorzieningen is adequate gebruiksruimte essentieel.
figuur 6: Weergave van beoogde ontwikkeling / indeling terrein Huigsloterdijk 108
figuur 7: Impressie landschappelijke inpassing - beoogde terrein Huigsloterdijk 108
Cumela Advies – Nijkerk
- 14 -
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk is het relevante ruimtelijk beleid opgenomen.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vormt de nieuwe, overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. De SVIR ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ is op 13 maart 2012 vastgesteld. In de SVIR is de inhoud van een groot aantal beleidsstukken, waaronder de Nota Ruimte en diverse planologische kernbeslissingen, opgenomen. De Nota Ruimte heeft vier algemene doelen: versterken van de economie, krachtige steden en een vitaal platteland, waarborging van waardevolle groengebieden en veiligheid. Op het gebied van verstedelijking zet de Nota Ruimte in op een voortzetting van het bundelingsprincipe. Bundeling draagt bij aan economische schaalvoordelen, benutting van (overheids)investeringen in voorzieningen (zoals die in infrastructuur), versterkt het draagvlak voor diverse stedelijke voorzieningen en beperkt de druk op het landelijk gebied. Bundeling van verstedelijking en economische activiteit betekent dat nieuwe bebouwing voor deze functies grotendeels geconcentreerd wordt gelokaliseerd. Dat wil zeggen zoveel mogelijk in het bestaand bebouwd gebied, aansluitend op de bestaande bebouwing. De Nota Ruimte streeft daarmee naar een optimale benutting van het bebouwd gebied.
Intensief ruimtegebruik door middel van bijvoorbeeld hoogbouw en ondergronds bouwen speelt daarbij een rol. Revitalisering, herstructurering en transformatie is cruciaal om deze ruimtelijke doelen van de Nota Ruimte te kunnen bereiken. Dat geldt eveneens voor een zorgvuldig beheer van het bestaand stedelijk gebied. De Nota Ruimte gaat in haar sturingsfilosofie uit van een vergaande mate van beleidsdecentralisatie. Dat wil zeggen dat het provinciaal beleidskader de komende jaren steeds meer richtinggevend zal zijn. Het rijksbeleid zoals opgenomen in de (ontwerp) SVIR richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Alleen in de stedelijke regio’s rond de mainports Amsterdam en Rotterdam maakt het Rijk afspraken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking.
Deze nationale belangen en doelen hebben echter een dusdanig hoog abstractieniveau dat deze niet van toepassing zijn op voorliggend initiatief aan de Huigsloterdijk 108. De Structuurvisie is niet van belang voor voorliggend initiatief. Conclusie: Voor het plangebied zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.
Cumela Advies – Nijkerk
- 15 -
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
Met het Barro maakt het Rijk pro-actief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In een bestemmingsplan of wijzigingsplan voor het landelijk gebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden) en de kust en kustbescherming. Conclusie: Het plangebied ligt niet nabij de kust, zodat er geen sprake is van kustbescherming. De beleidsregels vanuit het Barro zijn niet aan de orde voor onderhavig plan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op. Deze ‘ladder’ is per 1 juli 2017 gewijzigd in die zin dat het doel van de ladder is teruggebracht naar de essentie, te weten aan te geven dat de noodzaak van een voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte (plus motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd). Concreet betekent dit dat het onderzoek naar het 'actuele' en 'regionale' aspect van de behoefte en trede 3 van de ladder komen te vervallen.
Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Doel van de ladder is en blijft een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder moet worden toegepast als er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met dit initiatiefnemer is geen ‘sprake’ een nieuwe stedelijke ontwikkeling c.q. wordt invulling gegeven aan het voorzien in een ontwikkeling binnen / nabij bestaand gebied (zuinig ruimtegebruik). Er is sprake van een agrarisch- en een fysiek bestaand agrarisch aanverwant bedrijf met een bestemmingsvlak van 1,5 hectare aan een totaal landbouwareaal van 50 hectare. Daarnaast is sprake van een middelgroot loonbedrijf. De uitbreiding van een bestemmingsvlak Bedrijf voor aan de bedrijfsvoering gerelateerde activiteiten in de vorm van op-/overslag e.d., hetgeen passend is binnen het provinciaal ruimtelijk beleid (zie 3.2 Provinciaal beleid) wordt niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een nadere toetsing aan de Ladder is niet aan de orde. Conclusie: Opgemerkt wordt dat middels onderhavig ruimtelijke onderbouwing inzicht wordt gegeven in de goede ruimtelijke ordening. 3.1.4 Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Het Nationaal Waterplan wordt vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken.
In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). De looptijd van het Nationaal Waterplan 2016-2021 is van 22 december 2015 tot 22 december 2021. Het Nationaal Waterplan (en alle andere plannen op grond van de Waterwet) worden elke zes jaar herzien. Het Nationaal Waterplan bestaat uit een thematische uitwerking en een gebiedsuitwerking. Thema's die behandeld worden zijn: waterveiligheid, watertekort en zoetwatervoorziening, wateroverlast, waterkwaliteit en gebruik van water. Gebiedsuitwerkingen zijn er voor de kust, rivieren, IJsselmeergebied, zuidwestelijke Delta, Randstad, Noordzee, Noord-Nederland en de Waddenzee, hoog Nederland en het stedelijk gebied. Conclusie: Voor de uitvoering van dit plan i.c. het onderdeel ‘water’ wordt verwezen naar paragraaf 4.2.6 van deze onderbouwing. Door rekening te houden met het aspect Water wordt voldaan aan het Nationaal Waterplan.
Cumela Advies – Nijkerk
- 16 -
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Provinciale Staten van Noord-Holland hebben op 19 november 2018 de 'Omgevingsvisie Noord-Holland 2050’ vastgesteld. De visie op de fysieke leefomgeving is hierin beschreven. De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 bevat het provinciaal ruimtelijk beleid. De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die gemaakt worden. Bij de aanpak om ambities waar te maken, geldt het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Om de doelen te bereiken worden alle beschikbare instrumenten benut. Vanuit een groot vertrouwen in initiatiefnemers en andere overheden is de provincie terughoudend met het opstellen van regels.
Een aantal belangrijke thema’s zijn: Gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie Natuur en biodiversiteit: natuurinclusief Ontwikkelen Duurzame en vernieuwende economie Toekomstbestendige landbouw in Noord-Holland Klimaatadaptatie Energietransitie Ontwikkeling van stad en land Metropoolregio Amsterdam: dynamiek in balans houden Noord-Holland Noord: ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040. Bij de omgevingsvisie behoort een omgevingsverordening. Deze verordening bevindt zich thans in de ontwerpfase en heeft tot medio mei 2020 ter inzage gelegen. Conclusie: Dit initiatief waarbij invulling wordt gegeven aan ‘duurzame- en vernieuwende economie’, een bijdrage geleverd wordt aan een toekomstbestendige landbouw en het ontwikkelen van de kwaliteit van het gebied is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (NH2020) De Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (NH2020) is op 22 oktober 2020 vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland. De NH2020 is op 16 november 2020 in werking getreden. In de NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen.
De 21 nu geldende provinciale verordeningen zijn samengevoegd tot 1 verordening. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. Bij de omgevingsverordening zit een digitale kaart waarbij de regels direct in beeld komen op een specifieke locatie. De rol van de overheid in het fysieke domein verandert. Er is sprake van een nieuwe werkelijkheid die zich kenmerkt door (onder meer) een samenleving die in toenemende mate zelf eigenaarschap toont en ruimte vraagt voor eigen initiatieven en een minder voorspelbare toekomst . De provincie Noord-Holland wil een overheid zijn die anticipeert op deze veranderingen in de maatschappij. Daarbij staat de opgave centraal en draagt de provincie vanuit haar toegevoegde waarde hieraan bij. Dit sluit aan bij de doelstellingen en uitgangspunten van de Omgevingswet, die naar
Cumela Advies – Nijkerk
- 17 -
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
verwachting in 2022 in werking treedt. Door de integratie (van 21 naar 1 verordening) loopt de provincie Noord-Holland vooruit op de invoering van de omgevingsverordening als een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet, voor zover dat al mogelijk is op basis van de bestaande wetgeving. Na vaststelling van de NH2020 zal deze worden geactualiseerd ten behoeve van de Omgevingswet. De Omgevingsverordening NH2022 wordt voorbereid. In de NH2020 worden de eerste stappen gezet om de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in juridische regels. Deze sturingsfilosofie luidt als volgt: We gaan uit van het principe ‘Lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. De sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie NH2050 (zie 3.2.1) betekent voor de Provincie Noord-Holland een andere, nieuwe manier van werken. En een nieuwe manier van regels stellen. Regels die meer gericht zijn op het hoe (hoe kom je tot een goede fysieke leefomgeving) dan op het wat (verbodsbepalingen en uitzonderingen daarop). Regels die zich meer richten op het doel, dan op het middel. Kwalitatieve normen in plaats van kwantitatieve.
In de Omgevingsverordening NH2020 zet de provincie hiervoor de eerste stappen, die vooral terug te vinden zijn in de instructieregels die zich richten op ruimtelijke plannen van de gemeenten. In deze regels wordt meer ruimte geboden voor maatwerk en bestuurlijke afwegingsruimte. De wijze waarop deze ruimte wordt geboden wordt hieronder – kort - beschreven. Duidelijkheid over landschapsbescherming In de Omgevingsvisie NH2050 is opgenomen dat ontwikkelingen en beheer passend zijn bij de waarden, karakteristiek en het draagvermogen van het landschap. Er is een benaderingswijze gekozen die moet leiden tot een vereenvoudiging van het landschappelijk beleid met minder regimes. In de NH2020 is hieraan invulling gegeven door het aantal regimes terug te brengen naar drie. In afdeling 6.4, beschermd landelijk gebied, zijn regels opgenomen voor behoud en ontwikkeling van bijzondere natuur (Natuurnetwerk Nederland (NNN)), werelderfgoed (Unesco) en Bijzonder provinciaal landschap (BPL). Ruimte voor regionaal maatwerk Eén van de ontwikkelprincipes uit de Omgevingsvisie NH2050 is dat wonen en werken zoveel mogelijk binnenstedelijk worden gerealiseerd en geconcentreerd. De provincie biedt gemeenten daar waar nodig meer ruimte geven voor kleinschalige woningbouwontwikkelingen aan de rand van kernen of linten.
In lijn met het coalitieakkoord Duurzaam doorpakken wordt deze ruimte geboden in Noord-Holland Noord. Daar zijn de regionale afspraken tussen gemeenten over wonen ook van toepassing op kleinschalige woningbouw (11 woningen of minder). De provincie biedt gemeenten in Noord-Holland Noord meer ruimte voor dit soort kleinschalige woningbouwontwikkelingen in het landelijk gebied. Ruimte voor innovatieve ontwikkelingen en ontwikkelingen met meerwaarde In de NH2020 is geprobeerd in de regels zelf zoveel mogelijk ruimte te bieden voor maatwerk en afwegingsruimte. Toch kan het zo zijn dat de regels uit de verordening waardevolle innovatieve experimenten in de weg staan. Of dat deze regels een ontwikkeling in de weg staan, die van aantoonbare meerwaarde is voor de ambities en ontwikkelprincipes in de omgevingsvisie. Voor deze gevallen is er een algemene maatwerkbepaling opgenomen. Deze bepaling zijn opgenomen in afdeling 14.1. Snellere besluitvorming Een van de doelstellingen van de Omgevingswet is het versnellen van besluitvormingsprocedures. In de omgevingsverordening is aan deze doelstelling vormgegeven door de bevoegdheid tot het wijzigen van de begrenzing van werkingsgebieden te mandateren aan Gedeputeerde Staten. Voor de provinciale regelgeving op de wettelijke taken en bevoegdheden is gekozen deze beleidsneutraal om te zetten in de omgevingsverordening.
Dan gaat het over regelgeving op de terreinen milieu, luchthavens, de ontgrondingen, de kwaliteit op het terrein van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving en de regels over leges, schadevergoeding en andere financiële aspecten in het fysieke domein. Het beleidsneutrale karakter betekent dat bestaande regelgeving op deze domeinen zonder aanpassing van de normstelling en met een gelijkwaardig
Cumela Advies – Nijkerk
- 18 -
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
beschermingsniveau is overgezet in deze integrale omgevingsverordening. Waar nodig zijn de regels wel verduidelijkt en vereenvoudigd. De verordening is zodanig opgebouwd dat in de eerste hoofdstukken het toepassingsbereik en de algemene begrippen (hoofdstuk 1) en de toedeling van taken en bevoegdheden en functies en locaties (hoofdstuk 2 en 3), de rechtstreeks werkende regels voor activiteiten door burgers en bedrijven voorop staan (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 staan de Omgevingswaarden. Een nieuw, ondersteunend instrument in de Omgevingswet. Pas daarna komen de meer tot het openbaar bestuur gerichte regels over het ambitieniveau voor leefomgevingskwaliteit en regels welke doorwerken naar lokaal niveau / bestemmingsplannen (hoofdstuk 6), de procedureregels (hoofdstuk 7). Vervolgens komen ondersteunende hoofdstukken over adviseurs en adviesorganen (hoofdstuk 8), schade (hoofdstuk 9) en handhaving en toezicht (hoofdstuk 10), monitoring en informatie (hoofdstuk 11). Overgangsrecht (hoofdstuk 12) en slotbepalingen (hoofdstuk 13) sluiten de verordening af. De opbouw sluit daarmee allereerst aan op de doelgroepenbenadering die ook door het Rijk ten grondslag is gelegd aan de vier algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet, en pas ten tweede op de opbouw van de Omgevingswet zelf die meer is gebaseerd op een bepaalde beleidscyclus voor de fysieke leefomgeving.
Een verdeling van de materie op basis van de opgaven van de Omgevingsvisie of een indeling op basis van gebieden/gebiedsgerichtheid is overwogen maar daar is, mede gelet op de op te nemen regels, van afgezien. Doorslaggevend is geweest dat verreweg de meeste regels in deze verordening gericht zijn op het reguleren van burgers en bedrijven (vergelijkbaar met het type regels van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving) of het instrueren van andere bestuursorganen (vergelijkbaar met het type regels van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Een belangrijke consequentie van de gekozen indeling is, dat een bepaald onderwerp op verschillende plaatsen in de verordening aan bod kan komen. Zoals genoemd omvat met name hoofdstuk 4 regels die rechtsreeks werken voor activiteiten door burgers en bedrijven. Dit hoofdstuk en de ‘instructieregels voor bestemmingsplannen’ (hoofdstuk 6) zijn voor dit plangebied / initiatief het meest relevant.
figuur 8: Weergave digitale kaart NH2020 – Huigsloterdijk 108 en relevante regels.
Cumela Advies – Nijkerk
- 19 -
januari 2021
Toelichting – Huigsloterdijk 108 Weteringbrug
Op grond van de digitale kaart (zie figuur 8) voor het perceel Huigsloterdijk 108 te Weteringbrug zijn met name de instructieregels van hoofdstuk 6 Land- en tuinbouw van toepassing en in het bijzonder: 6.33 Agrarische bedrijven, en; 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied. Het initiatief heeft geen directe relatie op / met de overige aspecten, zoals bodemsanering, windenergie en bijvoorbeeld peilbesluit, zodat aan deze regels geen nadere toetsing toekomt. Artikel 6.33 luidt als volgt:
Artikel 6.33 Agrarische bedrijven 1.
2.
Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied agrarische bedrijven voorzien in agrarische bedrijven, waarbij geldt dat: a. bebouwing wordt geconcentreerd in een bouwperceel, waarbij de omvang van het bouwperceel ten hoogste 2 hectare bedraagt. b. bij het toestaan van een nieuw bouwperceel wordt gemotiveerd waarom niet op bestaande bouwpercelen in de behoefte kan worden voorzien, waarbij ingegaan wordt op de mogelijkheden tot hergebruik van bouwpercelen die niet meer voor de agrarische functie worden benut en op het combineren van functies op bestaande bouwpercelen. c. in afwijking op onderdeel a is een omvang van het bouwperceel van meer dan 2 hectare toegestaan, indien de uitbreiding noodzakelijk is voor het agrarisch productieproces en het geen glastuinbouwbedrijf betreft. d. in afwijking op onderdeel a geldt dat de omvang van een bouwperceel voor een glastuinbouwbedrijf meer kan bedragen dan 2 hectare, indien het bedrijf grenst aan bestaand stedelijk gebied, niet grenst aan andere glastuinbouwbedrijven, sprake is van grondgebonden teelt en sprake is van aantoonbare duurzame synergie met aangrenzende stedelijke functies. e. per volwaardig agrarisch bedrijf kan ten hoogste één bedrijfswoning worden toegestaan. f.
in afwijking van onderdeel e geldt dat een extra bedrijfswoning kan worden toegestaan, indien dit noodzakelijk is voor het toezicht op de bedrijfsvoering. g. ten behoeve van de bedrijfsvoering kan worden voorzien in de huisvesting van tijdelijke werknemers, indien: i. de huisvesting wordt voorzien binnen het bouwperceel, en; ii. het een ondergeschikte functie ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf betreft. h. indien het agrarisch bedrijf is gelegen in veenpolderlandschap, bevat het ruimtelijk plan een verbod op het scheuren van grasland, tenzij wordt aangetoond dat dit bijdraagt aan meer biodiversiteit in het grasland en daarbij bodemerosie en extra CO2 uitstoot wordt vermeden. Niet-agrarische bedrijfsfuncties zijn als onderdeel van een agrarisch bedrijf toegestaan, waarbij geldt dat: a. uitsluitend kleinschalige vormen van bijzondere huisvesting, werken, recreatie, gebruiksgerichte paardenhouderij, detailhandel en zorgfuncties zijn toegestaan; en b. de omvang past binnen de op basis van het eerste lid bepaalde omvang van het bouwperceel.
3.
Agrarisch aanverwante bedrijven zijn als zelfstandig bedrijf toegestaan, indien: a. het een uitbreiding van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf betreft; b. het agrarisch aanverwant bedrijf zich vestigt op een bestaand agrarisch bouwperceel; of c. het een verplaatsing van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf betreft en gemotiveerd wordt waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in de regio in de verplaatsing kan worden voorzien en waarom hergebruik van percelen die niet meer voor de agrarische functie worden benut niet mogelijk is; en d. de omvang een bouwperceel na toepassing van onderdeel a, b of c ten hoogste 2 hectare bedraagt.