RV 2022.0000040 Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel Onderwerp
Portefeuillehouders Steller Collegevergadering
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker, Marjolein Steffens-van de Water Marlt Spaanderman-Brandhorst, Tessa Ligtenberg 25 januari 2022
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2022.0000040 1. Voorstel Collegebesluit(en) Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. het klimaatadaptatiebeleid vast te stellen, inclusief: a. de drie ambities voor klimaatbestendigheid: een koele woon- en werkomgeving, droogtegevoeligheid verminderen en een waterrobuuste leefomgeving; b. de minimale normen voor een klimaatbestendige inrichting, de basisveiligheidsniveaus; c. een strategie gericht op: bewustwording, activeren, eigenaarschap, meewerken en combineren; d. de uitvoering voor nieuwe ontwikkelingen en ons eigen onderhoud; 2. de nota van zienswijzen vast te stellen; 3. de 'Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie' (2020.0003314) in te trekken. 2. Samenvatting Door klimaatverandering krijgen we te maken met langere periodes van hitte en droogte, extreme buien en een grotere kans op overstromingen. We willen dat onze gemeente in het veranderende klimaat een prettige plek blijft om te wonen en te werken. Tijdens warme dagen of na hevige regen kunnen inwoners, ondernemers en instellingen hun bezigheden voortzetten zonder veel ongemak of schade. Om in onze gemeente de schade en (gezondheids)risico's te beperken hebben we in opdracht van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) het Klimaatadaptatiebeleid opgesteld, waarmee we kaders voor klimaatbestendig inrichten verankeren in ons beleid en handelen.
We geven kaders mee voor nieuwe ontwikkelingen en stellen ook kaders aan ons eigen onderhoud. Deze kaders noemen we basisveiligheidsniveaus. Het zijn de minimale eisen om klimaatbestendig te zijn. Nieuwe gebieden geven we de basisveiligheidsniveaus mee, zodat er zowel door initiatiefnemers als de gemeente gestuurd kan worden op klimaatbestendigheid. Op deze manier richten we gelijk klimaatbestendig in, waarmee we voorkomen dat we op korte termijn aanpassingen in nieuwe woonomgevingen moeten doen. De bestaande gebouwde omgeving pakken we stap voor stap aan, met een kosteneffectieve onderhoudsplanning waarin we meerdere beleidsdoelen combineren. Waaronder de basisveiligheidsniveaus, de energietransitie en doelen voor de openbare ruimte.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
pagina 2
We werken samen aan klimaatadaptatie met andere betrokkenen, zoals het hoogheemraadschap van Rijnland (Rijnland) en de provincie Noord-Holland. Samenwerken gaat aan de hand van vijf stappen: bewust worden van klimaatverandering, activeren van inwoners, ondernemingen en partners, eigenaarschap creëren bij alle betrokkenen, meewerken met en door diverse partijen en tot slot het combineren van planningen en beleidsdoelen. Het concept Klimaatadaptatiebeleid is door ons vastgesteld (2021.0002430) en vrijgegeven voor inspraak. Het concept beleid heeft vanaf 9 november 2021 zes weken ter inzage gelegen en er zijn zes zienswijzen ingediend. Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen van het beleid. In de bijgevoegde Nota van zienswijzen zijn de zienswijzen samengevat, van een antwoord voorzien en zijn de wijzigingen aangegeven, de belangrijkste wijzigingen zijn een aanscherping van het basisveiligheidsniveau 'warmtewerend', een extra alinea over wanneer het beleid geldt en het toevoegen van de Veiligheidsregio als overlegpartner. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken? Wat is de aanleiding, context?
Door klimaatverandering krijgen we te maken met langere periodes van hitte en droogte, extreme buien en een grotere kans op overstromingen. De vier effecten van klimaatverandering leiden tot schade en gezondheidsrisico's. Om deze gevolgen van de effecten te beperken heeft het Rijk het DPRA opgezet. Overheden (gemeente, waterschappen, provincies. Rijk) werken samen in dit programma en verplicht ons dat we Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Welk doel wordt nagestreefd?
We willen dat onze gemeente in het veranderende klimaat een prettige plek blijft om te wonen en te werken. Tijdens warme dagen of na hevige regen kunnen inwoners, ondernemers en instellingen hun bezigheden voortzetten zonder veel ongemak of schade. Om in onze gemeente de schade en (gezondheids)risico's te beperken hebben we in opdracht van het DPRA het Klimaatadaptatiebeleid opgesteld, wat ons handvatten geeft om klimaatbestendig in te richten. Deze handvatten zijn een nadere uitwerking van de 'Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie' (2020.0003314), waarmee deze kan vervallen bij het vaststellen van dit beleid. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Wat zijn de argumenten?
We beperken de effecten van klimaatverandering De basisveiligheidsniveaus in dit beleid zijn normen waaraan onze leefomgeving minimaal moet voldoen om bestand te zijn tegen droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen. Door de leefomgeving te ontwerpen met de basisveiligheidsniveaus, wordt schade aan natuur en gebouwen door deze vier effecten beperkt. Daarnaast beperken we de gezondheidsrisico's van onze inwoners, zoals hitte-uitputting op warme dagen. In 2050 zijn we waterrobuust en klimaatbestendig ingericht Het DPRA verplicht ons dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Onze werkwijze om dit te bereiken moeten we verankeren in ons beleid en handelen. We hebben daarvoor een strategie opgesteld aan de hand van vijf stappen van samenwerking. In vijf stappen, met ieder een eigen handelswijze, kunnen we samenwerken aan een klimaatbestendig Haarlemmermeer. Zo moeten we (1) bewust worden van de gevolgen en kwetsbaarheden op ons grondgebied. Daarnaast is het belangrijk om (2)
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
pagina 3
inwoners en ondernemingen te activeren, dit kan via het verstrekken van informatie of stimuleren via campagnes. Dan is het ook zaak dat we vertrouwen hebben dat verantwoordelijkheidsgevoel gaat groeien. Dit (3) eigenaarschap ontstaat onder andere door ruimte te geven aan klimaatbestendige initiatieven. Naast inwoners en ondernemingen is het ook belangrijk om (4) mee te werken met verschillende organisaties, zoals Rijnland, provincie Noord-Holland of de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO). Tot slot, maakt het (5) combineren van bijvoorbeeld groenopgaven met klimaatadaptatie dat we meer kunnen met hetzelfde geld en ruimte. VJe geven kaders mee voor nieuwe ontwikkelingen en onderhoud De basisveiligheidsniveaus kunnen gezien worden als handvatten die we meegeven om de leefomgeving klimaatbestendig in te richten. De normen zijn meetbaar en specifiek, zodat er zowel door initiatiefnemers als de gemeente gestuurd kan worden op klimaatbestendigheid. We geven de basisveiligheidsniveaus mee aan nieuwe ontwikkelingen, omdat er op dit moment veel nieuwe woningen worden gebouwd. We willen dat de omgeving van deze woningen klimaatbestendig wordt ingericht. Dit voorkomt dat we op korte termijn aanpassingen in nieuwe woonomgevingen moeten doen. Daarnaast nemen we de basisveiligheidsniveaus ook mee in ons eigen onderhoud.
We prioriteren de aan te pakken gebieden door diverse beleidsdoelen te combineren, zoals energietransitie, groen en klimaatbestendigheid. Hieruit volgt een kosteneffectieve onderhoudsplanning waarmee we stap voor stap onze omgeving klimaatbestendiger maken. We hebben een gedragen beleidsstuk Het concept klimaatadaptatiebeleid (2021.0002430) heeft vanaf 9 november 2021 zes weken ter inzage gelegen. Er zijn zes zienswijzen op het beleid ingediend. Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen van het beleid. De belangrijkste wijzigingen worden uiteengezet onder 3.5 bij 'inzage en zienswijzen'. Wat zijn de kanttekeningen en risico's?
Haalbaarheid van de gestelde kaders Het is mogelijk dat de basisveiligheidsniveaus niet altijd haalbaar zijn, omdat deze soms te kostbaar zijn of in sommige situaties de ruimteclaim van andere ambities te groot is. We hebben hier in onze projecten (onder andere Lisserbroek, Pionier-Bols) al gesprekken over kunnen voeren met initiatiefnemers. Er is bij marktpartijen bereidheid om bij ontwikkelingen aan de basisveiligheidsniveaus te voldoen, maar er moet ruimte blijven voor dialoog en maatwerk. Toepassen van het beleid Het toepassen van de normen op al lopende projecten kan vertragend werken, omdat er al afspraken zijn gemaakt. Om woningbouwvertraging te voorkomen hoeven projecten waar al een concrete overeenkomst met de gemeente is de basisveiligheidsniveaus niet toe te passen. Het gaat dan bijvoorbeeld over een ingediend (ontwerp) bestemmingsplan/ omgevingsplan, ingediende vergunning, getekende anterieure overeenkomst. Het gaat hier niet om intentieovereenkomsten of concept (stedenbouwkundige) ontwerpen en plannen. Lopende projecten zijn door middel van de uitvoeringsagenda en het concept klimaatadaptatiebeleid al op de hoogte van de kaders vanuit de gemeente en worden gestimuleerd om deze toe te passen waar mogelijk. Dit is belangrijk, aangezien er nu gebouwd wordt voor de komende 50 tot 80 jaar.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
pagina 4
Onvoorziene gevolgen van klimaatverandering De gevolgen van klimaatverandering kunnen erger of minder erg uitvallen dan dat we nu verwachten. Daar proberen we op in te spelen door het beleid tussentijds te evalueren (elke drie jaar) en waar nodig aan te passen (in ieder geval elke zes jaar). Het DPRA houdt in samenwerking met het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) de gevolgen van klimaatverandering ook in de gaten. Inzet op particulier terrein Ons beleid richt zich op het klimaatbestendig inrichten van nieuwe ontwikkelingen en de aanpak van onze eigen openbare ruimte. In de toekomst is het misschien nodig om ook van particulieren inzet te vragen, bijvoorbeeld door de tegels uit hun tuin te halen. Veel inwoners ondernemen al stappen om hun tuin te vergroenen. Dit blijven we voorlopig stimuleren via campagnes als Haarlemmermeer Waterproof en het Haarlemmermeers Kampioenschap Tegelwippen. Betaalbaarheid Bij nieuwbouwontwikkelingen zijn de kosten van het voldoen aan de basisveiligheidsniveaus voor de initiatiefnemer. Dit zou kunnen leiden tot extra kosten of vertraging. De kosten zijn over het algemeen te overzien. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft hier onderzoek naar gedaan, en de kosten per nieuwbouwwoning zijn in veel gevallen minder dan één procent van de verkoopprijs van de gebouwde woningen.
Door de eisen vroeg in het proces mee te nemen kunnen de kosten worden beperkt. 3.3 Wat mag het kosten?
De klimaatadaptieve maatregelen die we als gemeente willen realiseren kunnen extra kosten met zich meebrengen. Voor de nieuwe ontwikkelingen geldt dat deze voor rekening komen van de initiatiefnemer. Kosten die voortvloeien uit maatregelen binnen de bestaande openbare ruimte, zullen gedekt worden binnen de rioolheffing of de voorziening tariefsegalisatie rioolheffing. Alleen maatregelen met betrekking tot riolering en de zorgplichten kunnen worden toegerekend aan de rioolheffing. Voor andere maatregelen worden subsidies aangesproken. In de berekening van de kosten is er rekening mee gehouden dat de inkoop-btw compensabel is. Wat zijn de financiële risico's?
Bij de uitvoering van dit voorstel/deze nota moet rekening worden gehouden met de volgende significante risico's: a. Er wordt naar gestreefd om additionele kosten voor ons beleid te dekken binnen de bestaande budgetten. Het is mogelijk dat deze niet toereikend zijn vanwege onvoorziene gevolgen van klimaatverandering. b. We gaan subsidie aanvragen bij het Rijk en de provincie Noord-Holland. Het is mogelijk dat deze niet worden toegekend. Om de kans van het voordoen of het gevolg van dit risico/deze risico's te beperken worden de volgende beheersmaatregelen getroffen: a. Indien de bestaande budgetten niet toereikend zijn zal een voorstel worden voorgelegd aan de raad. b. Als subsidies niet worden toegekend betekent dit dat projecten in een minimale vorm worden uitgevoerd of vertraagd worden uitgevoerd. Wij zullen dan prioriteit geven aan de meest essentiële maatregelen.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
pagina 5
3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van het beleid. Binnen het college zijn de portefeuillehouders Ruimtelijke Ordening en Fysieke Leefomgeving de aanspreekpunten. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?
Participatie en communicatie: Voorafgaand aan het schrijven van het Klimaatadaptatiebeleid zijn risicodialogen gevoerd, wat de basis vormt voor het beleid. Hierbij is besproken wat de belangrijkste problemen zijn op het gebied van wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen en wat daarin de verantwoordelijkheden zijn van de betrokkenen. Onder andere dorps- en wijkraden, LTO, Rijnland, Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) en netbeheerders hebben aan de risicodialogen deelgenomen. Hierin zijn ook gemeenschappelijke ambities en een ambitieniveau naar voren gekomen. Met het Klimaatadaptatiebeleid als basis wordt in het vervolg de samenwerking met diverse partijen opgezocht bij specifieke opgaven. Zoals een gezamenlijke strategie om met verzilting om te gaan, die in overleg met Rijnland en LTO wordt opgesteld. Bewoners worden actief betrokken bij herinrichtings- en onderhoudsplannen in hun wijk of straat. Daarnaast is NMCX (centrum voor duurzaamheid) er voor bewoners met klimaatadaptieve initiatieven en bevat het beleid voorbeelden en websites, zodat ondernemers en bewoners nu al kunnen starten met klimaatbestendig inrichten. Het beleid wordt gecommuniceerd middels een berichtje in de Informeer. Inzage en zienswijzen Het concept klimaatadaptatiebeleid (2021.0002430) heeft vanaf 9 november 2021 zes weken ter inzage gelegen. Er zijn zes zienswijzen op het beleid ingediend.
Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen van het beleid. In de bijgevoegde Nota van zienswijzen zijn de zienswijzen samengevat, van een antwoord voorzien en zijn de wijzigingen aangegeven. De belangrijkste wijzigingen zijn: a. Het specificeren van het basisveiligheidsniveau warmtewerend naar de volgende norm: '50% van het totaal aan verticale en horizontale oppervlakken van verblijfsgebouwen worden warmtewerend ingericht.' b. Bij stap vier (meewerken) van de vijf stappen van governance wordt de veiligheidsregio Kennemerland als overlegpartner toegevoegd. Zij vragen namelijk expliciet aandacht voor bluswatervoorziening als een gezamenlijke opgave voor onze gemeente, drinkwateraanbieders en de veiligheidsregio. c. Er is in de inleiding een alinea toegevoegd, die inzicht geeft in wanneer het beleid van toepassing is. In principe geldt het nieuwe beleid voor iedereen na vaststelling door de gemeenteraad. Echter, wanneer er een concrete overeenkomst met de gemeente is (ingediend (ontwerp)bestemmingsplan, getekende anterieure overeenkomst en dergelijke) hoeft het beleid niet van toepassing te zijn. Wel blijven we initiatiefnemers ook tijdens vergaande planontwikkeling stimuleren om klimaatbestendig in te richten. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad over de voortgang worden geïnformeerd?
Elke drie jaar bieden we een tussenrapportage aan de raad aan, waarin we het beleid evalueren. Daarnaast hebben we in het DPRA afgesproken om elke zes jaar de stresstesten en risicodialogen opnieuw uit te voeren. Tijdens de zesjarige cyclus stellen we ook een nieuwe risicokaart voor, zodat we de kwetsbare gebieden kunnen blijven monitoren. De stresstesten, risicodialogen en de risicokaart worden dan herijkt aan de raad voorgelegd.
pagina 6
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
3.7 Wat betekent dit voor de MRA ?
Met de deelnemers in de MRA werken we samen in het programma klimaatadaptatie. Haarlemmermeer werkt mee aan de "Handreiking Klimaatbestendige Nieuwbouw". In deze handreiking is het ontwikkelgebied Hyde Park één van de voorbeelden. We hebben ook de intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw ondertekend. Hierin spreken overheden en private partijen af de basisveiligheidsniveaus als uitgangspunt te gebruiken. Onze eigen basisveiligheidsniveaus zijn hierop gebaseerd. 4. Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmérn^éer de loco-secretaris, \ ’| de burgpfne
Michiel Ruis
f Schpiurmans-Wijdeven Schuurma
r><M ,
Bijlage(n): • Klimaatadaptatiebeleid - 'Klimaatbestendig Haarlemmermeer in 2050' • Nota van zienswijzen • Lijst geraadpleegde partijen Klimaatadaptatiebeleid
Klimaatadaptatiebeleid Klimaatbestendig Haarlemmermeer in 2050
Colofon Tekst, vormgeving en drukwerk Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 0900 1852 E-mail info@haarlemmermeer.nl Internet www.haarlemmermeer.nl Fotografie Margo Oosterveen Danny Casembroot januari 2022
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
2
Voorwoord We merken dat het klimaat verandert. De overstromingen in Limburg in de zomer van 2021 maakten grote indruk. Het is duidelijk dat de kans op extreem weer toeneemt en dat raakt ons allemaal: er kan water onze huizen inlopen, wegen worden minder begaanbaar of we hebben last van hittegolven. Het is belangrijk dat we ervoor zorgen dat Haarlemmermeer een gezonde, veilige en prettige plek blijft om te wonen en werken. Straten en gebouwen, zowel nieuwe als bestaande, maken we bestand tegen wateroverlast en hitte. Dat kan door bijvoorbeeld de aanleg van meer groen, betere afwatering en schaduwplekken. Zo voorkomen we in de toekomst dat we meer schade hebben. Het klimaatadaptatiebeleid helpt ons daarbij. We stellen eisen aan nieuw te bouwen gebouwen, zodat deze klimaatbestendig zijn. De bestaande gebouwde omgeving pakken we stapsgewijs aan en we gaan als eerste aan de slag daar waar we de meeste kans hebben op wateroverlast en hitte. De omgeving klimaatbestendig maken kunnen we niet alleen. Daar dragen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties aan bij. In onze strategie beschrijven we wie er allemaal een rol speelt en hoe we samenwerken. We geven kaders mee voor nieuwe ontwikkelingen en stellen ook kaders voor ons eigen onderhoud van de ruimte. Op die manier kunnen de gemeente én initiatiefnemers sturen op klimaatbestendigheid.
Zo zorgen we er in gezamenlijkheid voor dat onze gemeente een prettige plek blijft om te wonen en te werken. Ook nu ons klimaat verandert.
Mr. Mariëtte Sedee-Schuitenmaker, Wethouder Ruimtelijke ordening, Milieu en Agrarische zaken
Marjolein Steffens-Van de Water Wethouder Fysieke leefomgeving. Jeugd & Onderwijs, Vastgoed en Doelgroepenbeleid
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
3
Samenvatting Met het Klimaatadaptatiebeleid zorgen we ervoor dat de omgeving van Haarlemmermeer in 2050 klimaatbestendig is. In een klimaatbestendig Haarlemmermeer vergroten we de klimaatbestendigheid en beperken we de gevolgen en schade van droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen voor nu en toekomstige generaties. We zetten daarvoor in op een omgeving die hitte- en droogtebestendig is en waar slechts beperkte wateroverlast optreedt. Dit doen we aan de hand van drie ambities: 1. een koele woon/werkomgeving; 2. droogtegevoeligheid verminderen; 3. een waterrobuuste leefomgeving. De ambities zijn concreet uitgewerkt in basisveiligheidsniveaus, dit zijn minimale normen om de leefomgeving klimaatbestendig in te richten. De basisveiligheidsniveaus zijn kaders voor nieuwe ontwikkelingen en onderhoudsmatige ingrepen.
Strategie Een klimaatbestendige leefomgeving is een opgave voor ons allemaal. Zelf stellen we kaders en pakken we onze openbare ruimte aan, daarnaast is het noodzakelijk om samen te werken. In vijf stappen, met ieder een eigen handelswijze, kunnen we samenwerken aan klimaatadaptatie. Zo moeten we (1) bewust worden van de gevolgen en kwetsbaarheden op ons grondgebied. Daarnaast is het belangrijk om (2) inwoners en bedrijven te activeren, dit kan via het verstrekken van informatie of stimuleren via campagnes. Dan is het ook zaak dat we vertrouwen hebben dat verantwoordelijkheidsgevoel gaat groeien. Dit (3) eigenaarschap ontstaat onder andere door ruimte te geven aan klimaatbestendige initiatieven. Naast inwoners en bedrijven is het ook belangrijk om (4) mee te werken met verschillende organisaties, zoals het hoogheemraadschap, provincie Noord-Holland of de Land- en Tuinbouw Organisatie. Tot slot, maakt het combineren van opgaven klimaatadaptatie waardevol en efficiënt. Het (5) combineren van bijvoorbeeld groen opgaven met klimaatadaptatie maakt dat we meer kunnen met hetzelfde geld en ruimte.
Uitvoering De omgeving klimaatbestendig maken doen we door eisen te stellen aan nieuwbouwontwikkelingen en door klimaatadaptatie mee te nemen als we onderhoud plegen aan bijvoorbeeld de riolering. We vragen bij alle nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, om te voldoen aan de basisveiligheidsniveaus. Wel is er in sommige gevallen onderbouwd af te wijken. Voor kleinere, veelal binnenstedelijke ontwikkelingen, kan het zijn dat niet alle basisveiligheidsniveaus relevant zijn. Daarom moet maatwerk mogelijk blijven. De invloed op gebieden in de omgeving blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt. Bij ons eigen onderhoud, bijvoorbeeld de vervanging van de riolering, passen we ook de basisveiligheidsniveaus toe. De mate van kwetsbaarheid voor klimaatverandering weegt mee in de beslissing welke gebieden we als eerste aanpakken. Die kwetsbaarheid bepalen we op basis van risico’s die we geïdentificeerd hebben in de stresstesten en risicodialogen en zijn vertaald op de risicokaart. Daarmee wordt klimaatadaptatie een integraal onderdeel van de meerjarige onderhoudsplanning. We houden daarnaast ook rekening met de leeftijd van de riolering en verharding, het groen en de energietransitie. Zo maken we de omgeving stap voor stap klimaatbestendig.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
4
Evaluatie De gevolgen van klimaatverandering kunnen anders uitvallen dan verwacht. Daarom evalueren we ons beleid in ieder geval elke drie jaar en waar nodig eerder. We kijken wat de verwachte situatie in Haarlemmermeer is en of de maatregelen nog toereikend zijn. Elke zes jaar evalueren we op grotere schaal door opnieuw stresstesten en risicodialogen uit te voeren, die vertaald worden in een nieuwe risicokaart. We nemen klimaatadaptatie ook mee in andere beleidstrajecten.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
5
Inhoudsopgave Voorwoord ...................................................................................................................................................3 Samenvatting ................................................................................................................................................4 1. Inleiding ..............................................................................................................................................7 1.1 Gevolgen van klimaatverandering ...................................................................................................... 7 1.2 Definitie van klimaatadaptatie ............................................................................................................ 8 1.3 Waarom klimaatadaptatiebeleid?....................................................................................................... 8 1.4 Ambitie................................................................................................................................................ 9 1.5 Wat doen wij al aan klimaatadaptatie? ...............................................................................................
9 1.6 Wat doen we samen met anderen aan klimaatadaptatie? ...............................................................10 1.7 Toepassing van het beleid.................................................................................................................11 1.8 Leeswijzer .........................................................................................................................................11 2. Ambitie ............................................................................................................................................. 12 2.1 Drie ambities .....................................................................................................................................12 2.1.1 Een koele woon- en werkomgeving ..........................................................................................12 2.1.2 Droogtegevoeligheid verminderen ...........................................................................................12 2.1.3 Een waterrobuuste leefomgeving .............................................................................................13 2.2 Basisveiligheidsniveaus .....................................................................................................................13 3.
Risicogebieden .................................................................................................................................. 17 3.1 Risicokaart.........................................................................................................................................17 3.2 Signaleringsvraagstukken ..................................................................................................................20 4. Strategie ........................................................................................................................................... 23 4.1 Adaptiviteit .......................................................................................................................................23 4.2 Kaders stellen ....................................................................................................................................23 4.3 Stapsgewijze governance ..................................................................................................................23 5. Uitvoering .........................................................................................................................................
29 5.1 Toepassing basisveiligheidsniveaus ..................................................................................................29 5.2 Nieuwe ontwikkelingen.....................................................................................................................30 5.3 Onderhoud........................................................................................................................................31 6. Evaluatie ........................................................................................................................................... 38 6.1 Adaptief beleid: waarom monitoren? ...............................................................................................38 6.2 Nulmeting .........................................................................................................................................38 6.3 Hoe gaan we monitoren?..................................................................................................................38 6.4 Evaluatiemomenten ..........................................................................................................................40 Begrippenlijst ..............................................................................................................................................
42 Bijlage 1: Probleemanalyse .......................................................................................................................... 46 Bijlage 2: Urgentiekaart ............................................................................................................................... 59
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
6
1. Inleiding Klimaatverandering stelt Nederland voor een grote opgave. Het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering is een belangrijk onderdeel hiervan. Dit noemen we klimaatadaptatie. Voor klimaatadaptatie hebben het Rijk en lokale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (2014) het doel gesteld: “Klimaatbestendig en waterrobuust inrichten is uiterlijk in 2020 onderdeel van het beleid en handelen van de overheden”. Het uiteindelijke doel is dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Grote veranderingen zijn nodig in het denken en handelen om opgewassen te zijn tegen een stijgende zeespiegel en perioden van extreem weer. Het voorliggende klimaatadaptatiebeleid biedt handvatten om Haarlemmermeer klimaatbestendig in te richten en te ontwikkelen.
1.1 Gevolgen van klimaatverandering De temperatuur op Aarde stijgt en dit heeft gevolgen voor ons klimaat. Klimaatverandering wordt ook in Nederland steeds meer voelbaar. Het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) heeft op basis van het rapport van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) een viertal klimaatscenario’s opgesteld. De scenario’s beschrijven op welke manier de klimaatverandering in Nederland zich waarschijnlijk zal voltrekken. Binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een vertaling gemaakt van deze scenario’s en is door middel van kaarten en interactieve grafieken te zien wat klimaatverandering voor de regio betekent1. Klimaatverandering heeft vier belangrijke gevolgen: hetere zomers (hitte), langere droge perioden (droogte), toenemend aantal buien met veel regen in een korte tijd (wateroverlast) en het stijgen van de zeespiegel en toenemen van overstromingskans (overstroming). Dat veel regen en een hoge rivierenstand kan leiden tot veel schade, hebben we in 2021 in Limburg, België en Duitsland gezien2. De overstromingen daar zorgden voor veel schade. Klimaatverandering heeft ook grote gevolgen voor Figuur 1: iconen voor de vier gevolgen van Haarlemmermeer. Door de droogte komt meer zoute kwel3 in de klimaatverandering; hitte, droogte, wateroverlast en bodem en vermindert de waterkwaliteit van sloten en plassen. Dit overstroming.
kan leiden tot bijvoorbeeld blauwalg. Om dit tegen te gaan moeten we meer zoetwater van buiten de polders binnenlaten. Extreme hitte leidt tot gezondheidsproblemen bij kwetsbare groepen zoals ouderen en kinderen. Slecht slapen door hitte heeft ook invloed op de arbeidsproductiviteit. Langdurige neerslag kan leiden tot wateroverlast en -schade aan gebouwen en openbare ruimte. Overstromingen kunnen ervoor zorgen dat vitale infrastructuur zoals toegangswegen en vitale functies zoals ziekenhuizen onder water komen te staan. We staan als gemeente niet alleen aan de lat. Het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering kan niet alleen in de openbare ruimte. Er is een rol voor iedereen; inwoners, (energie)bedrijven, 1
http://klimaatverandering-mra.vormgeving.com/ https://www.worldweatherattribution.org/heavy-rainfall-which-led-to-severe-flooding-in-western-europe-mademore-likely-by-climate-change/ 3 Kijk voor meer uitleg in de begrippenlijst (pagina 39) 2
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
7
projectontwikkelaars, waterschappen en andere overheden. Zo zijn de waterschappen bijvoorbeeld als eerste verantwoordelijk voor het voorkomen van overstromingen en is de veiligheidsregio verantwoordelijk voor evacuatie en rampenbestrijding.
Klimaatverandering in Haarlemmermeer In Haarlemmermeer kennen we al problemen als gevolg van klimaatverandering. Zo hebben bewoners in Spaarndam en Zwanenburg bij de gemeente aan de bel getrokken, omdat ze wateroverlast ervaarden. In juli 2014 liep in Zwanenburg het water meerdere dagen de woningen en tuinen binnen met waterschade tot gevolg. In Spaarndam spoelde half augustus 2020 veel regenwater over de openbare weg, wat leidde tot natte voeten en mindere bereikbaarheid. Ook hogere temperaturen geven overlast. Zo zet het staal van bruggen uit waardoor beweegbare bruggen niet meer open of dicht kunnen. In juli 2020 kon de Aalsmeerderbrug niet meer open vanwege de hitte. Zowel scheepvaart als autoverkeer werd gestremd. De brug werd natgespoten om te koelen, zodat deze weer open en dicht kon. Ook winkelgebieden of (school)pleinen worden erg warm. Dit komt door de hoeveelheid steen en gebrek aan schaduw. Een temperatuur van 38 graden Celsius voelt hier al snel aan als boven de 40 graden. Aanhoudende droogte heeft vaak zoute kwel (opkomend oud zeewater uit de ondergrond) en lagere waterstanden tot gevolg. In augustus 2018 moest het Hoogheemraadschap van Rijnland door een te lage waterstand de Grote Sluis in Spaarndam sluiten voor alle recreatievaart.
1.2 Definitie van klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is het aanpassen aan de effecten van klimaatverandering; hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. Door klimaatadaptatie wordt een samenleving minder kwetsbaar voor klimaatverandering, en kan zij profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Er is tegenwoordig veel aandacht voor energietransitie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Dit wordt mitigatie genoemd . Het plaatsen van zonnepanelen of windmolens is een mitigerende maatregel. Mitigerende maatregelen zijn maatregelen die verdere klimaatverandering voorkomen door de CO2-uitstoot te verminderen. We merken al dat het klimaat aan het veranderen is. Zomers worden droger en extreme buien komen vaker voor. Ook de zeespiegel is in de 20ste eeuw al ongeveer 20 centimeter gestegen (bron: KNMI), en stijgt in de 21e eeuw verder. Mitigatie alleen is niet genoeg. Daarom is inzicht nodig in wat klimaatverandering voor Haarlemmermeer betekent en vooral wat we kunnen doen. Welke keuzes moeten we maken om Haarlemmermeer klimaatbestendig te maken?
1.3 Waarom klimaatadaptatiebeleid? Klimaatadaptatiebeleid is nodig om de leefomgeving van Haarlemmermeer toekomstbestendig en veerkrachtig te maken. Zodat Haarlemmermeer, net als Nederland, in 2050 klimaatbestendig is.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
8
In een klimaatbestendig Haarlemmermeer hoeft de grote Sluis niet te worden afgesloten voor de pleziervaart (2018), hebben de bewoners in Zwanenburg droge voeten (2014) en kan de Aalsmeerderbrug op warme dagen gewoon open en dicht (2019). In het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is met het Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatrobuust is. Om in 2050 de gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk te beperken, moeten we nu de omgeving al aanpassen. In 2020 moesten we volgens het DPRA klimaatbestendig en waterrobuust inrichten als vast onderdeel verankeren in beleid en handelen. Hiervoor hebben we in januari 2021 de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (2020.0003314) vastgesteld.
1.4 Ambitie Om Haarlemmermeer zo goed mogelijk voor te bereiden op de klimaatverandering willen we: de klimaatbestendigheid vergroten door de gevolgen en schade van droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen te beperken voor nu en de toekomstige generaties. Dit beleid besteedt vooral aandacht aan droogte, hitte en wateroverlast, en minder aan overstromingen. Voor het voorkomen van ernstige gevolgen van overstromingen werken we nauw samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland en zijn we volgend in hun aanpak.
1.5 Wat doen wij al aan klimaatadaptatie? In Haarlemmermeer hebben we stresstesten uitgevoerd. Dit zijn simulaties van extreme weersomstandigheden. De resultaten van de stresstesten zijn te vinden in de klimaatatlas Haarlemmermeer (https://haarlemmermeer.klimaatatlas.net/). Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat bij een extreme bui het centrum van Nieuw-Vennep met 25 centimeter wateroverlast te maken krijgt. Naar aanleiding van deze resultaten zijn er risicodialogen gevoerd met verschillende betrokkenen, waaronder de brandweer, de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) en verschillende dorps- en wijkraden. Uit de dialogen zijn een aantal ambities gekomen, die we hebben beschreven in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (2020.0003314). Deze ambities zijn de basis voor het hier beschreven beleid. Klimaatadaptatie is al opgenomen in verschillende beleidsstukken. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (2020.0002929) beschrijven we hoe we ons rioolsysteem toekomstbestendig maken. Water en klimaat(adaptatie) zijn ook als opgave opgenomen in de (ontwerp-)Omgevingsvisie (2021.000.1265). Hierin worden klimaatbestendigheid en waterkwaliteit als belangrijke opgaven gezien. Uiteindelijk komt klimaatadaptatie ook terug in het omgevingsplan. Klimaatadaptatie wordt daarnaast opgenomen in te ontwikkelen beleidsstukken, zoals de nieuwe Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (LIOR verwacht 2023-2024).
We voeren ook projecten en maatregelen uit op het gebied van klimaatadaptatie. We zijn in de uitvoering bezig met het aanleggen van drainage en het toepassen van holle wegen. Daarnaast leggen we al 20 jaar gescheiden riolering voor hemel- en afvalwater aan bij nieuwbouw en vervanging (om de druk op de riolering en het risico op vuil water op straat te verminderen) en werken we aan waterbergingsgebieden. De Standaard Klimaatbestendige Inrichting biedt handvatten voor klimaatbestendigheid in bestaande wijken.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
9
Dat klimaatadaptatie terugkomt in al deze taken en rollen van de gemeente is een belangrijk doel van het DPRA; het verankeren van een klimaatadaptieve handelswijze. Daarnaast zien we dat klimaatadaptatie raakvlakken heeft met verschillende beleidsdoelen en andere ambities die we als gemeente hebben (figuur 2). Deze thema’s kunnen elkaar versterken, maar er zullen ook situaties zijn waarin de ruimteclaims conflicteren. Op zulke momenten zullen we keuzes moeten maken en compromissen moeten sluiten.
Figuur 2: Het rad van klimaatadaptatie met alle thema’s waar klimaatadaptatie raakvlakken mee heeft
1.6 Wat doen we samen met anderen aan klimaatadaptatie? We werken niet alleen lokaal en nationaal aan klimaatadaptatie. Ook regionaal werken we samen met andere organisaties. In de MRA doen we mee in het programma Klimaatadaptatie. Binnen dit programma is onder andere de Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw opgesteld. Het doel van deze overeenkomst is om duidelijkheid te scheppen voor alle betrokkenen en een gelijk speelveld te creëren voor initiatiefnemers en marktpartijen. Het uiteindelijke doel is om een kader te scheppen welke binnen de gehele regio gevolgd wordt.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
10
In het Woonakkoord Amsterdam-Meerlanden (AM) hebben we klimaatadaptatie als ambitie opgenomen. Het woonakkoord is een samenwerking binnen de AM-regio met provincie Noord-Holland waar invulling is gegeven aan de omgevingsregeling NH2020. Naast het woonakkoord houden we ons aan de kaders voor klimaatadaptatie zoals die in de Provinciale Omgevingsverordening en het Bouwbesluit zijn opgenomen. In de Strategische Samenwerkingsagenda (2021.0001877) die we hebben met het Hoogheemraadschap van Rijnland is opgenomen dat we streven naar een duurzaam, robuust en klimaatbestendig watersysteem. Daartoe zetten we in op het vergroten van de klimaatadaptiviteit en het verbeteren van de waterkwaliteit. Binnen deze samenwerking zijn de klimaateffectatlassen voor onze gemeente en het hoogheemraadschap opgesteld (https://rijnland.klimaatatlas.net/). Tot slot stimuleren we in samenwerking met duurzaamheidscentrum NMCX, inwoners, bedrijven en scholen om hun terrein klimaatadaptiever te maken via het programma Haarlemmermeer Waterproof. Dit voorkomt wateroverlast en houdt de omgeving koeler. Hiervoor hebben we in 2018 een subsidie groene daken aangeboden. In 2021 heeft NMCX het Haarlemmermeers Kampioenschap tegelwippen georganiseerd om te zorgen voor klimaatbestendige tuinen.
1.7 Toepassing van het beleid Het beleid is van toepassing op het moment van vaststelling door de gemeenteraad. Vanaf dat moment moeten ontwikkelaars en initiatiefnemers aantonen dat zij de basisveiligheidsniveaus in hun plannen opnemen. Tevens moeten bij gemeentelijk onderhoud de basisveiligheidsniveaus worden meegenomen. Het beleid hoeft niet van toepassing te zijn indien er al een concrete overeenkomst met de gemeente is ten tijde van de vaststelling van het beleid in de raad. Dit kan zijn een ingediend (ontwerp) bestemmingsplan/omgevingsplan, ingediende omgevingsvergunning, getekend koopcontract met projectspecifieke afspraken, getekende anterieure overeenkomst, getekende raamcontracten en dergelijke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke afspraken. We bedoelen hiermee niet intentieovereenkomsten of concept (stedenbouwkundige) ontwerpen of plannen. We blijven initiatiefnemers ook tijdens vergaande planontwikkeling stimuleren om klimaatbestendig in te richten.
1.8 Leeswijzer In hoofdstuk 4 beschrijven we onze ambities op het gebied van klimaatbestendigheid en werken we deze verder uit in kaders voor nieuwbouw en onderhoud. In hoofdstuk 5 wijzen we een aantal risicogebieden aan voor klimaatverandering op een risicokaart. Deze dienen als uitgangspunt bij het opstellen van een vervangingsplanning. Daarnaast signaleren we enkele belangrijke vraagstukken. Hoofdstuk 6 beschrijft onze strategie. De drie belangrijke pijlers hiervan zijn adaptiviteit, kaders stellen en stapsgewijze governance. We leggen uit op welke manier we samenwerken met verschillende partners. In hoofdstuk 7 gaan we in op de uitvoering. We leggen uit hoe we de kaders toepassen bij nieuwe ontwikkelingen en bij onderhoud. In hoofdstuk 8 gaan we tot slot in op monitoring en evaluatie van het beleid. Hoe vaak passen we het beleid aan en op welke manier pakken we dat aan?
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
11
2. Ambitie De klimaatopgaven waar Haarlemmermeer voor staat worden in de toekomst groter. We kunnen bijvoorbeeld regelmatig water op straat en warme zomers verwachten. De kwetsbare gebieden zijn geïdentificeerd via stresstesten en risicodialogen. Deze inzichten maken dat we nu al kunnen zien waar we stappen moeten zetten om Haarlemmermeer klimaatbestendiger te maken. Ons uiteindelijke doel is namelijk: het vergroten van klimaatbestendigheid door de gevolgen en schade van droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen te beperken voor nu en toekomstige generaties.
2.1 Drie ambities Om te komen tot een klimaatbestendig Haarlemmermeer formuleren we drie ambities. De ambities zijn een vertaling van de vier effecten van klimaatverandering, die steeds vaker gevoeld en gemerkt worden: hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. We kunnen warmere dagen niet voorkomen, maar we kunnen wel onze omgeving hierop voorbereiden. Daarom willen we inzetten op een omgeving die hitte- en droogtebestendig is en waar slechts beperkte wateroverlast optreedt, met de volgende ambities:
Een koele woon- en werkomgeving
Droogtegevoeligheid verminderen
Een waterrobuuste leefomgeving
Figuur 3: de drie ambities; een koele woon- en werkomgeving, droogtegevoeligheid verminderen en een waterrobuuste leefomgeving
De ambities zijn te vertalen in een aantal onderliggende doelen. Deze doelen geven aan met welke handvatten we de omgeving voorbereiden op klimaatverandering. 2.1.1 Een koele woon- en werkomgeving In een koele omgeving zorgen we ervoor dat er beperkte gezondheidsschade optreedt in de vorm van oververhitting, hitte-uitputting of hitteberoerte met soms levensbedreigende gevolgen. Een belangrijk hulpmiddel om inzicht te krijgen in de temperatuur van de omgeving is de hittekaart (www.haarlemmermeer.klimaatatlas.net). Hierop staat met kleur aangegeven wat de gevoelstemperatuur van de omgeving is op een zomerse dag. Voor een koele omgeving moeten we ervoor zorgen dat de maximale gevoelstemperatuur beperkt blijft. Dit betekent dat we de kleuren op de kaart niet laten verkleuren naar donkeroranje en rood (gevoelstemperatuur boven de 35° Celsius). Daarbij hebben we extra aandacht voor kwetsbare groepen. Dit zijn bijvoorbeeld senioren, bewoners van verzorg- en verpleeghuizen, basisschoolleerlingen en patiënten van ziekenhuizen. We zorgen voor voldoende koelte en schaduw bij verblijfsplekken van deze groepen en in de omgeving van kwetsbare functies. Denk hierbij aan schoolpleinen en zit- en verblijfsplekken op loopafstand (300 meter) van woonlocaties voor senioren.
2.1.2 Droogtegevoeligheid verminderen Droogtegevoeligheid verminderen gaat om het vergroten van de beschikbaarheid van zoet grond- en oppervlaktewater. Dit hebben we nodig om te drinken, wassen, recreëren en voor de landbouw. Het Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
12
terugdringen van zoute kwel en het vasthouden van zoete kwel zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. Ook weten grootgebruikers van zoet water (landbouw, industrie, drinkwaterbedrijven, etc.) wat ze van de overheid kunnen verwachten en waar hun eigen verantwoordelijkheid ligt. Als gemeente zetten we in op het opslaan van water, hiervoor moeten mogelijkheden zijn zowel in de openbare ruimte als op privaat terrein. Ook willen we waar mogelijk regenwater in de bodem laten infiltreren. Daarnaast is het van belang om schade aan funderingen, landbouwgewassen en biodiversiteit te beperken, door grondwaterstanden te monitoren en noodzakelijke acties te ondernemen. 2.1.3 Een waterrobuuste leefomgeving Met waterrobuustheid dringen we het water terug waar het moet, maar geven we water ook de ruimte waar het kan. Dit betekent dat het vaker voorkomt dat er door hevige neerslag water op straat of op aangewezen (groene) plekken in de openbare ruimte staat. Samen met het hoogheemraadschap maken we ons sterk voor het behoud van veilige dijken, maar de regie hiervoor ligt vooral bij het hoogheemraadschap, de provincie en het Rijk. Wij zetten ons in om wateroverlast door neerslag te beperken. Een belangrijk principe hierbij is hemelwater opvangen waar het valt. We volgen daarvoor de drietrapsstrategie: vasthouden, bergen en afvoeren (figuur 4).
Water vasthouden doen we voor de korte termijn, zoals in een wadi of op straat. Daarna kan het water infiltreren in de bodem of afgevoerd worden. Het bergen van water doen we voor de langere termijn, zoals in een waterberging en oppervlaktewater. Belangrijk is om daarbij de sponswerking van de polder te vergroten en te behouden op plekken zoals het open agrarische landschap. De laatste stap is het water afvoeren, dit kan via een hemelwaterriool of oppervlaktewater. Er zijn ook plekken waar we het water niet willen, zoals in huis en in verkeerstunnels. Het doel is daarom het beperken van schade aan gebouwen en infrastructuur.
Figuur 4: de drietrapsstrategie; vasthouden, bergen en afvoeren (bron: waterbeleid voor de 21ste eeuw)
2.2 Basisveiligheidsniveaus Om te komen tot een klimaatbestendig Haarlemmermeer in 2050 ontwerpen en veranderen we de leefomgeving in onze gemeente aan de hand van een aantal minimale normen. Deze normen, basisveiligheidsniveaus genoemd, is wat er minimaal nodig is om een toekomstbestendige en veerkrachtige leefomgeving te realiseren. In het hoofdstuk uitvoering (Hoofdstuk 5) is toegelicht op welke manier we de basisveiligheidsniveaus toepassen. De basisveiligheidsniveaus zijn gebaseerd op de probleemanalyse, die in detail in beeld brengt waar de kwetsbaarheden voor hitte, droogte, wateroverlast en overstroming voor ons grondgebied zijn (zie de bijlage). Hierbij hebben we de stresstesten en risicodialogen gebruikt. Daarnaast is geput uit documenten met reeds gestelde normen, onder andere: de MRA basisveiligheidsniveaus, het handboek klimaatrobuuste inrichting en de straaDkrant (samenwerking van waterschappen en onderzoeksbureaus). Er is gekozen voor een kwantificeerbaar basisveiligheidsniveau, waarbij er ruimte is voor maatwerk en ontwerpafwegingen. Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
13
Zowel nieuwe ontwikkelingen als onderhoudsmatige en civiele ingrepen moeten voldoen aan de basisveiligheidsniveaus. In sommige situaties is maatwerk nodig, als blijkt dat de normen niet haalbaar zijn. Onderbouwd kan er dan een voorstel worden gedaan tot aanpassing van de normen, welke in dialoog met ons en andere betrokkenen kan worden vastgesteld. Sommige basisveiligheidsniveaus gelden alleen voor nieuwe ontwikkelingen. Dit onderscheid wordt duidelijk aangegeven (zie figuur 5). Basisveiligheidsniveaus met gekleurde vlakken gelden alleen voor nieuwe ontwikkelingen.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
14
Ambitie
Alleen van toepassing op nieuwe ontwikkelingen
Basisveiligheidsniveau Binnen 300 meter (loopafstand) is een koeltepleka van minimaal 200 m2 aanwezig. Er is tenminste 40% schaduw voor belangrijke langzaam verkeersroutesb en verblijfsplekkenc in het plangebied, tijdens de hoogste zonnestandd in de zomer. 50% van het totaal aan verticale en horizontale oppervlakken van verblijfsgebouwene worden warmtewerendf ingericht.
Een koele woon- en werkomgeving
De volgende vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen hitte: • Beweegbare bruggen bij hoofdinfrastructuur monitoren tussen 22 – 24 graden, bij 25+ graden kan koelen met water nodig zijn om klemzittende bruggen te voorkomen. • Asfalt van hoofdinfrastructuur mag niet heter dan 50 graden worden, om smelten te voorkomen. • Drinkwater- en afvalwaterleidingen mogen niet warmer worden dan 25 graden, om virus- en bacteriegroei tegen te gaan.
Een nulmeting van het grondwater met bemalingsadviesg voor toekomstige inrichting.
Droogtegevoeligheid verminderen
Een waterneutrale ontwikkelingh die niet leidt tot extra aan- en afvoer van water.
100% afkoppelen hemelwater van gemengde riolering. Binnen kernen en ontwikkelgebieden 15% van maatgevende buii in het riool afvoeren, 85% vasthouden waar het valt. In het gebied buiten de kernen 100% van de maatgevende bui vasthouden waar het valt. Er is zoveel mogelijk natuurlijke en oppervlakkige afwatering aanwezig.
Een waterrobuuste leefomgeving
De volgende vitale en kwetsbare functies moeten waterrobuust zijn: • Op hoofdinfrastructuur mag maximaal 20 cm water komen te staan, zodat kernen toegankelijk blijven voor hulpdiensten en calamiteitenverkeer. • Een bui van 60 mm per uur mag geen schade veroorzaken aan gebouwen en infrastructuur.
Figuur 5: basisveiligheidsniveaus in Haarlemmermeer
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
15
a Koelteplek: een beschaduwde en/of kunstmatig gekoelde plek van minimaal 200 m2 die (semi)openbaar toegankelijk is. (zie bijvoorbeeld: https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/afstand-tot-koeltekaart) b Belangrijke langzaam verkeerroutes: Een hoofdfietsroute of een fiets- of voetpad aangrenzend aan een vitale functie; gezondheidszorg, school, station, (winkel)centrum. c Belangrijke verblijfsplekken: een gebied waar iemand buitenshuis verblijft nabij een vitale functie; pleinen bij scholen, station of (winkel)centra en parken, speeltuinen, haltes. d Hoogste zonnestand zomer: gemeten op 21 juni tussen 11:00 en 15:00 uur. e Verblijfsgebouwen: gebouwen met ruimten primair gericht op verblijven. Waaronder woningen, kantoren, scholen en andere ruimten waar men langer dan vier uur verblijft. f Warmtewerend: een gebouw zo bouwen dat het er binnen minder warm wordt en dat opwarming van het stedelijk gebied wordt verminderd. Bijvoorbeeld door isolatie, een groen dak, lichte kleur of zonnewering, reflectie. g Bemalingsadvies: inzicht geven in de (blijvende) maatregelen die worden genomen om de oppervlaktewaterstand en daarmee de grondwaterstand te reguleren. h Waterneutrale ontwikkeling: hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht of hergebruikt in het plangebied. De bergingscapaciteit van het gebied mag zo min mogelijk afnemen.
i Maatgevende bui: 70 mm regen die in 1 uur valt.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
16
3. Risicogebieden Om schade te kunnen voorkomen, willen we weten waar de grootste kans is op overlast. Daarom hebben we een risicokaart gemaakt en een aantal vraagstukken geïdentificeerd. De kaart gebruiken we als uitgangspunt voor onze aanpak van de bestaande gebouwde omgeving (§5.3). Ook beschrijven we een aantal signaleringsvraagstukken. Met de vraagstukken signaleren we problematiek die nu nog niet speelt, maar wel voor de toekomst onderzocht en gemonitord moet worden.
3.1 Risicokaart Waar we ingrijpen besluiten we op basis van de kwetsbaarheden zoals die voortkomen uit de stresstesten en risicodialogen. Lees hier meer over in de probleemanalyse in de bijlage. Met de risicokaart (figuur 6) maken we inzichtelijk waar we moeten ingrijpen. Aan deze kwetsbare gebieden besteden we de komende zes jaar extra aandacht met onderhoud, herstructurering en nieuwe ontwikkelingen. De inschatting van kwetsbare gebieden is gemaakt op basis van de bestaande omgeving. De klimaatkwetsbaarheden bij de grote woningbouwopgaves in Haarlemmermeer is hierin niet meegenomen. Dit komt omdat nieuwe gebieden klimaatbestendig worden ingericht, volgens de basisveiligheidsniveaus. Hierbij is het mogelijk dat er gevolgen worden afgewenteld op omliggende gebieden. Zo moet er misschien meer water worden afgevoerd, of is er sprake van een grotere kans op hittestress. Daarom evalueren we de stresstesten en risicodialogen elke zes jaar en passen we aan de hand daarvan de risicokaart aan. Door deze aanpak houden we grip op eventuele nieuwe knelpunten kunnen we onze werkwijze bijsturen. Kwetsbaarheden zien we vooral in de centra van Hoofddorp, Nieuw-Vennep, Badhoevedorp en HalfwegZwanenburg. Hier treedt zowel hitte als wateroverlast op. We zien ook wateroverlast in enkele kleinere kernen, zoals Buitenkaag, Weteringbrug, Rijsenhout en Spaarndam.
Droogte is vooral een risico voor de landbouwgebieden en voor gebouwen die niet op betonnen palen gefundeerd zijn.
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
17
Figuur 6: risicokaart met daarop de buurten die gevoelig zijn voor droogte, wateroverlast en hitte
Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
18
Risico’s wateroverlast Wateroverlast komt door extreme neerslag. Bij een harde regenbui kan het riool niet al het water afvoeren. Dit leidt tot een (te) hoge grondwaterstand, overstroming van oppervlaktewater of water op straat. Om de kwetsbare gebieden voor wateroverlast op de kaart aan te wijzen is er gebruik gemaakt van drie indicatoren: 1. Waterdiepte (klimaatatlas): dit is de hoeveelheid water die op straat blijft staan na een bui van 120 mm in twee uur. Als dit over de drempel van gebouwen komt, kan dit leiden tot schade. We kijken naar een waterdiepte van 10-25 cm of meer dan 25 cm. Hierbij is er een kans dat er water tegen de drempel staat. We accepteren dus wel tijdelijk water op straat. 2. Begaanbaarheid van wegen (klimaatatlas): dit geeft aan voor welk verkeer wegen bereikbaar zijn na een bui van 120 mm in twee uur. Hierbij is de toegankelijkheid van wegen voor nood- en hulpdiensten het uitgangspunt. Dit betekent dat er maximaal 20 cm water op hoofdwegen mag staan. We accepteren daarbij dat sommige wegen tijdelijk niet begaanbaar zijn voor auto’s. 3. Kwetsbaarheid van panden (klimaatatlas): dit geeft aan welke panden kwetsbaar zijn voor wateroverlast. We gaan uit van kwetsbaarheid bij panden die 10-25 cm en meer dan 25 cm water tegen de gevel krijgen na een bui van 120 mm in 2 uur. De kans is groot dat het water hier ook over de drempel komt en schade veroorzaakt.
4 Buurten waar er veel water op straat staat, de wegen slecht begaanbaar zijn voor hulpdiensten en panden als kwetsbaar staan aangegeven hebben we gemarkeerd op de risicokaart. Risico’s droogte Langdurige droogte kan leiden tot een (te) lage grondwaterstand, hoog zoutgehalte in grond- en oppervlaktewater en mogelijke schade aan openbaar groen of landbouwgewassen. De drie indicatoren voor droogtegevoelige gebieden zijn: 1. Verzilting in vaarten en tochten (klimaatatlas): hier hebben we gekeken naar het zoutgehalte in watergangen in de Haarlemmermeerpolder in 2012. Hier is te zien dat vooral in het zuiden veel zout in de watergangen zit. Dit water is dan ongeschikt om gewassen te beregenen. Dat kan leiden tot waardeverlies voor agrariërs. 2. Risico op funderingsproblemen (klimaatatlas): hierbij is gekeken naar kwetsbaarheid van panden voor funderingsproblemen zoals paalrot. Dit is gebaseerd op de grondwaterstanden en de manier van bouwen. Door een te lage grondwaterstand kan de bodem inzakken of kunnen houten palen gaan rotten. Vooral oudere panden, niet gefundeerd op betonnen palen, zijn kwetsbaar. Wij zien dit vooral bij oudere bebouwing langs (dijk)linten of in dorpscentra. 3. Droogtestress (klimaateffectatlas): dit wordt gemeten door te kijken naar hoeveel water een grasmat elk jaar maximaal tekortkomt voor een periode van 10 dagen.
Op plekken met veel droogtestress hebben planten dus water te kort. Dit leidt tot een bepaald verlies van opbrengst in landbouwgewassen. In Haarlemmermeer zien we dit vooral in het zuidoosten en het uiterste noorden. Landbouwgebieden in het zuiden en oosten van de Haarlemmermeerpolder hebben we gemarkeerd als risicogebied. Ook oudere bebouwing langs linten hebben we gemarkeerd. Risico’s hitte Warm weer kan leiden tot gezondheidsproblemen door een tekort aan schaduw of verkoeling. Vooral ouderen en kinderen zijn hiervoor gevoelig. Ook kan het leiden tot een slechte nachtrust. Om kwetsbare gebieden voor hitte aan te wijzen hebben we gebruik gemaakt van de volgende indicatoren:
4
Voor een toelichting op de begrippen ‘wijk’ en ‘buurt’, zie de begrippenlijst op pagina 39. Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer
19
1. Gevoelstemperatuur (klimaateffectatlas): dit is de temperatuur zoals deze aanvoelt tijdens een extreem warme zomermiddag, zowel voor nu als voor 2050. De gevoelstemperatuur wordt beïnvloed door de aanwezigheid van wind, schaduw en koelteplekken, mate van verharding en water en groen. We kijken welke woon- en verblijfsgebieden nu al warmer worden dan 40 graden. 2. Stedelijk hitte-eiland effect (klimaateffectatlas): dit is het verschil in luchttemperatuur tussen het bebouwde gebied en de omliggende landelijke gebieden. Hier is goed te zien dat de centra van grote kernen als Hoofddorp en Nieuw-Vennep bijna 2 graden warmer zijn dan bijvoorbeeld Buitenkaag. 3. Percentage 65-plussers (klimaateffectatlas): hier wordt per buurt aangegeven welk percentage van de bevolking 65-plus is. Oudere mensen zijn meer gevoelig voor hittestress. We hebben gekeken naar buurten met meer dan 30% 65-plussers. 4. Aantal ernstig eenzame 75-plussers (klimaateffectatlas): dit is het aantal eenzame 75-plussers per buurt zoals opgenomen in de Gezondheidsmonitor van 2016 van het RIVM. Eenzame 75-plussers zijn kwetsbaar voor hitte, omdat niemand ze kan attenderen op drinken of koelen. Wij hebben gekeken naar de buurten waar meer dan 30 ernstig eenzame 75-plussers wonen. Gebieden met een hoge temperatuur en een stedelijk hitte-eiland effect hebben we aangemerkt als risicogebied.
Ook gebieden waar het iets minder warm wordt, maar waar veel ouderen wonen hebben we gemarkeerd. Op de risicokaart hebben we ook de risico’s voor bedrijfspanden aangegeven, bijvoorbeeld kassen, logistieke centra of datacenters. De klimaatbestendigheid van deze panden en de omliggende gronden is de verantwoordelijkheid van de eigenaar zelf. Als er bijvoorbeeld een verdiept laaddock bij het pand zit, is er een verhoogd risico op wateroverlast. Het is aan de eigenaar om te onderzoeken tot hoeveel schade dit leidt en of dit extra maatregelen vereist.
3.2 Signaleringsvraagstukken Bij het beschrijven van de kwetsbaarheden op het Haarlemmermeers grondgebied zien we ook enkele vraagstukken die op de middel- en lange termijn aandacht behoeven. Bij deze vraagstukken hoeven we niet meteen in te grijpen, maar het mogen geen blinde vlekken worden in het klimaatbestendig maken van Haarlemmermeer. Deze vraagstukken moeten we blijven signaleren. Samen met diverse gebiedspartners moeten we op basis van dit beleid onderzoeks- en monitoringstrajecten opstarten, zodat we op tijd kunnen ingrijpen. 3.2.1 Gevolgbeperking van overstromingen Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het zoveel mogelijk voorkomen van overstromingen, door keringen, sluizen en dijken te monitoren. Klimaatverandering leidt tot een grotere kans op overstromingen door extreme neerslag, stormen en hogere rivierwaterstanden. Door gebieden op een bepaalde manier in te richten, kunnen de ernstige gevolgen van overstromingen beperkt worden. De kans op overstromingen is in de polders boven de Ringvaart middelgroot (1/100 jaar), waarbij er meer dan 50cm water in de polders staat. Ontwikkelingen in dit gebied zijn risicovol. Deze polders zijn voor ons belangrijke landbouw-, natuuren recreatiegebieden en we zijn terughoudend met economische en woningbouwontwikkelingen. We schatten de noodzaak voor gevolgbeperking als beperkt in.