CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 2021.0002886 Vaststelling bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 10 februari 2022, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding (2021.0002886)29.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel

Onderwerp

Portefeuillehouder Steller Collegevergadering

Vaststelling bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker J. Monster 7 december 2021

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021.0002886

1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. de ingediende zienswijzen ontvankelijk te verklaren; 2. gedeeltelijk met de zienswijzen in te stemmen en bovendien het plan op de verbeelding en in de regels ambtshalve te wijzigen volgens de bijlage Nota van zienswijzen bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding; 3. geen exploitatieplan vast te stellen voor het bestemmingsplan, omdat het kostenverhaal anderszins is verzekerd; 4. het bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding met planidentificatie NLIMR0.0394.BPGIgbvyfnwml50kv-C001, bestaande uit een verbeelding en bijbehorende regels met bijlagen, conform de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 van het Besluit ruimtelijke ordening in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm vast te stellen, een en ander overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde stukken en op grond van de overwegingen genoemd in het voorstel van burgemeester en wethouders; 5. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrichten. 2.

Samenvatting

Hiermee doen wij het voorstel het bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding vast te stellen. Dit bestemmingsplan bevat de juridisch-planologische regeling voor uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk, waarbij de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding tussen de transformatorstations 'Vijfhuizen' in De Liede en 'Nieuwe Meer' (in Amsterdam) in capaciteit wordt vergroot. Het gaat om een ondergrondse verbinding. Het voorontwerp is aan de wettelijke overlegpartners gezonden. In deze periode hebben ook de betreffende lokale platformorganisaties de gelegenheid gekregen een reactie te geven; dat zijn in dit geval de Vereniging Dorp Vijfhuizen, de Ondernemingsvereniging Zwanenburg, Halfweg, Boesingheliede & omstreken, de dorpsraad Lijnden, de dorpsraad Badhoevedorp en de

Vaststelling bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding

pagina 2

buurtvereniging Nieuwe Meer. Ook is naar stikstofdepositie onderzoek gedaan. Dat is gestoeld op de recentste versie van de Aerius-calculator, Wij zien reden om, als tegemoetkoming aan diverse zienswijzen, voor te stellen dat geen omgevingsvergunning nodig is voor werkzaamheden van agrariërs die vallen onder het begrip 'het normale beheer en onderhoud'. Bevindingen van TenneT over technische uitvoerbaarheid zijn reden geweest om de breedte van de opgenomen strook grond op enkele locaties te verschuiven en/of marginaal te verruimen. Dat heeft geleid tot ambtshalve wijzigingsvoorstellen. 3.

Uitwerking

3.1 Wat willen we bereiken? De aanleiding voor het bestemmingsplan is de ontstane noodzaak van netuitbreiding om capaciteitsknelpunten elders in het 150 kV-netwerk te voorkomen en bij een grootschalige calamiteit of een ernstig defect adequaat en snel te kunnen handelen. Ook de autonome groei van de vraag naar elektriciteit maakt de extra kabels urgent. Het doel is om de voorgestane oplossing - extra ondergrondse 150 kV-kabels - publiekrechtelijk mogelijk te maken. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Ligging en inhoud bestemmingsplan Ligging plangebied: de rode lijn

Het plangebied van het bestemmingsplan beslaat een strook grond die aan de westzijde aansluit op het 150 kV-transformatorstation 'Vijfhuizen' in De Liede. De strook ligt langs de Schipholweg en langs de zuid(west)zijde van de A9. Verder loopt zij door het gebied Nieuwe Meer tot aan de gemeentegrens met Amsterdam. Binnen het plangebied, dus binnen de rode lijn op de afbeelding, worden meerdere kabels of eigenlijk meerdere circuits gelegd. Het plan voorziet in een netuitbreiding waarbij de bestaande 150 kV-verbinding tussen het transformatorstation in De Liede en dat in Amsterdam aan de overzijde van Nieuwe Meer in capaciteit wordt vergroot. Deze netuitbreiding bestaat uit de realisatie van twee nieuwe

Vaststelling bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding

pagina 3

ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen tussen Vijfhuizen en Nieuwe Meer en een nieuwe ondergrondse 150 kV-kabelverbinding tussen Vijfhuizen en Lijnden, met een reservering (extra ruimte in de dubbelbestemming) om nog een of meer 'circuits' (onderdeel van een 150 kVkabelverbinding) toe te voegen. Binnen het plangebied kan men nog schuiven met de precieze ligging, uit praktisch oogpunt. Daartoe is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De capaciteitsverzwaring is nodig, gelet op prognoses, opgesteld vanuit een marktanalyse en lopende klantaanvragen bij TenneT. De netverzwaring biedt ook bij een grootschalige calamiteit of een ernstig defect in het 380 kV-net extra robuustheid bovenop het wettelijk vereiste. Zo is snel gedeeltelijk herstel via het 150 kV-net mogelijk. Herstel kan zo al plaatsvinden terwijl op het 380 kV-niveau nog onderzocht wordt welke delen weer in bedrijf genomen kunnen worden. Ter gelegenheid van het voorontwerpbestemmingsplan namen wij op 16 juni 2020 (2020.0001495) tevens een besluit over de ingediende mer-aanmeldingsnotitie, namelijk dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijke negatieve milieueffecten kan veroorzaken, die de opstelling van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk maken. Voor het tracédeel tussen de Hoofdweg-oostzijde en de A4 geldt nu de beheersverordening 'Haarlemmermeer 2014'.

Een beheersverordening lijkt op een bestemmingsplan, maar een nieuwe ontwikkeling mag de gemeente daarin niet toestaan. Daarom is het tracédeel waar nu de beheersverordening geldt, in het nieuwe bestemmingsplan meegenomen met de volledige bestemmingsregeling en niet uitsluitend de dubbelbestemming voor de 150 kV-verbinding. Procedure en zienswijzen Het ontwerpraadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan is op 18 februari 2021 bekendgemaakt en heeft met daarop betrekking hebbende stukken vanaf 19 februari 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode kon iedereen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan indienen bij de gemeenteraad. Er zijn tien personen en instanties die een zienswijze hebben ingediend. Zij zijn - of vertegenwoordigen - gebruikers, eigenaren, exploitanten van gronden in het plangebied. Alle zienswijzen zijn tijdig verzonden, daarmee zijn ze ontvankelijk. De zienswijzen zijn in bijgaande Nota van zienswijzen samengevat en per zienswijzeonderdeel van onze reactie voorzien. De voornaamste aanpassing is dat tot zekere diepte van gronden met de bestemming Agrarisch geen vergunningplicht geldt als het gaat om 'normaal beheer en onderhoud'.

En bij de kruising Schipholweg-A5 is na uitvoerig onderzoek en overleg door TenneT met de betreffende reclamant voor een andere oplossing gekozen voor de locatie van bovengrondse putten die nodig zijn om kabeldelen aan elkaar te verbinden. In de Nota van zienswijzen zijn ook ambtshalve voorstellen tot gewijzigde vaststelling van het plan gedaan. De ambtshalve voorstellen betreffen enkele aanpassingen van het plangebied op de verbeelding en aangepaste redactie van onderdelen van de regels. De Nota van zienswijzen is als bijlage inhoudelijk onderdeel van het raadsvoorstel. Wij lichten er een element uit, te weten: tot welke diepte zijn agrarische werkzaamheden zonder omgevingsvergunning toelaatbaar? Nadat de kabelverbinding gerealiseerd is, is drainage tot 1,00 meter diepte mogelijk zonder vergunning. Het draineren van de grond wordt gezien als onderdeel van het 'normale beheer en onderhoud'. De 1 meter voor drainage is dus bedoeld om de administratieve last voor boeren te verminderen. Het is bekend dat drainage die tot een diepte van 1,00 meter gaat, geen invloed op de kabels heeft. Daarom is het aanvaardbaar om drainage tot een diepte van 1,00 meter zonder vergunning toe te laten. Dat is ongewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan staat voor diverse andere werkzaamheden dat tot een diepte van 0,80 meter geen vergunning nodig is.

Er is ogenschijnlijk iets voor te zeggen om de

Vaststelling bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding

pagina 4

vergunningvrije diepte voor alle werkzaamheden die in artikel 7.5 van de regels genoemd zijn, gelijk te schakelen ten aanzien van de vergunningvrije diepte. Maar voor de diversiteit aan werkzaamheden, waarvoor de standaardmaat van 0,80 meter is gesteld, is het volgende van belang. Het verschil met andere vormen van 'normaal beheer en onderhoud-werkzaamheden' ten opzichte van drainage is, dat het effect van die werkzaamheden niet zo bekend is als het effect van drainage. Het gaat om een waaier aan werkzaamheden. Door de onbekendheid van het effect van die werkzaamheden ontstaat een risico voor de veiligheid van degene die de werkzaamheden uitvoert. Daarom is het noodzakelijk een iets grotere veiligheidsmarge aan te houden. Anders ontstaat ook een risico voor het functioneren van de kabel. Daarom blijft de vergunningsvrije diepte voor 'normaal beheer en onderhoud'-werkzaamheden' anders dan drainage, op 0,80 meter. Ook dit is ongewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 3.3 Wat mag het kosten? Aan de uitvoering van het voorgestelde besluit zijn, naast de beschikbare ambtelijke capaciteit, geen kosten verbonden. Wat zijn de financiële risico’s? Onze gemeente loopt geen noemenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel, mede door de anterieure overeenkomst, waarin het wettelijk verplichte kostenverhaal is opgenomen.

3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? Op grond van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening is het eerste aanspreekpunt binnen het college. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is de gemeentelijke besluitvorming daarover afgerond. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? Na vaststelling door de raad volgen de bekendmaking en terinzagelegging van het vastgestelde plan. De inzagetermijn van zes weken is tevens beroepstermijn voor belanghebbenden, vooral voor hen die een zienswijze hebben ingediend. Na deze termijn is het plan van kracht, tenzij beroep wordt ingesteld. Als tegen het plan beroep wordt ingesteld, maar niet binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Raad van State is gedaan, dan treedt het plan direct na de beroepstermijn in werking. Wij zullen de raad in kennis stellen van de uitspraak van de Raad van State over een eventueel beroep.

pagina 5

Vaststelling bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding

3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)? Voor de MRA betekent het plan een welkome bijdrage aan de stroomvoorziening, mede omdat de 150 kV-verbinding vanuit Nieuwe Meer doorloopt tot aan het transformatorstation 'Nieuwe Meer' in Amsterdam. 4. Ondertekening

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de loco-secretaris, /de burgemeester.

K Michiel Ruis

chuurmans-Wijdeven

Bijlage(n): het bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 k f verbinding: • Nota van zienswijzen bestemmingsplan Vijfhuizej I Nieuwe Meer 150 kV verbinding, die •

onderdeel vormt van het raadsvoorstel; verbeelding, regels, toelichting met bijlagen.

1

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding behoort tot het raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding

A. Procedure B. Beoordeling zienswijzen C. Ambtshalve wijzigingsvoorstellen

A. Procedure Het ontwerpraadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan is op 18 februari 2021 bekendgemaakt. Het ontwerpraadsvoorstel en bijbehorende stukken hebben vanaf 19 februari 2021 gedurende zes weken ter visie gelegen. In deze periode kon iedereen zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan indienen bij de gemeenteraad. Er zijn van tien reclamanten zienswijzen binnengekomen. Zij zijn ingediend door mensen en instanties die land in eigendom en/of gebruik hebben in het plangebied. De raadsleden is een overzicht verstrekt met de nodige gegevens van de zienswijze-indieners (hierna: reclamanten). In deze nota van zienswijzen zijn de reclamanten met een nummer aangeduid dat correspondeert met de nummering in het overzicht. Van de natuurlijke personen zijn geen persoonsgegevens vermeld. Dat is gedaan om te voldoen aan de regelgeving over privacy. Wij zullen individueel de reclamanten meedelen welk nummer overeenkomt met hun eigen zienswijze. De zienswijzen zijn alle binnen de termijn ingediend. Ze zijn daarom alle ontvankelijk.

B.

Beoordeling zienswijzen

Algemeen De meeste reclamanten noemen de agrarische bedrijfsvoering in verhouding tot de regeling over benodigde toestemming voor een aantal soorten werkzaamheden. Daarom gaan wij daarop eerst in. Daarna hebben wij de overige onderwerpen van de zienswijzen per reclamant samengevat en per zienswijzeonderdeel van onze reactie voorzien. De samenvattingen van de zienswijze-onderdelen zijn cursief gezet. Per reclamant hebben wij onze reactie van een conclusie voorzien en aan het eind van deze nota zijn de conclusies vertaald in voorstellen tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Zienswijzen over agrarische bedrijfsvoering Veel reclamanten vragen om aanpassing van de plicht om een vergunning aan te vragen voor diverse werkzaamheden. In de artikelen 6, 7 en 8 van de regels van het bestemmingsplan staat het verbod om zonder vergunning allerlei werkzaamheden uit te voeren. Deze artikelen zijn opgenomen wegens aanwezige brandstofleidingen, waterleidingen en de nog aan te leggen hoogspanningsverbinding. De boeren en hun vertegenwoordigers vinden dat onnodig beperkend en niet praktisch. Men vindt dat uit de regels van het bestemmingsplan duidelijk moet blijken dat voor reguliere agrarische werkzaamheden op het land geen omgevingsvergunning nodig is. Er is wel een uitzondering op de vergunningplicht opgenomen, maar die betreft het normale onderhoud.

Bij de reguliere agrarische werkzaamheden gaat het echter niet om onderhoud, maar om de dagelijkse bedrijfsactiviteiten van het grondgebonden agrarisch bedrijf, inclusief bijvoorbeeld drainage. Het is van groot belang agrarische grond te draineren en de drainage op peil te houden. Een reclamant vraagt of een Klic-melding kan volstaan. (Klic staat voor: Kabels en leidingen informatiecentrum.) Een reclamant vermeldt dat er dertien leidingen door het land gaan, terwijl hem niet eerder is opgevallen dat die in een bestemmingsplan zijn verwerkt. Een reclamant vraagt waarom de regeling zo is omschreven dat de hoofdregel de vergunningplicht is. Het zou andersom hebben gekund, dus als hoofdregel omschrijven wat er wel zonder vergunning mag. Een reclamant vermeldt dat de beperkingen en onduidelijkheden zorgen voor een lagere waarde van het land en de pacht.

2

Reactie over Agrarische bedrijfsvoering Boeren en hun vertegenwoordigers vinden het beperkend en niet praktisch om voor elke grondbewerking een vergunning te moeten vragen. Daar hebben wij begrip voor. We willen de systematiek van de regeling behouden, maar de regeling wel zo aanpassen dat voor de reguliere activiteiten van boeren geen vergunning nodig is. Naast ‘normaal onderhoud’ is ook voor ‘normaal beheer’ dan geen vergunning meer nodig. De opzet van de regeling blijft hetzelfde, omdat we anders elke activiteit, waarvoor een vergunning nodig is, moeten benoemen. Dat maakt het bestemmingsplan erg uitgebreid en ingewikkeld. Het is verplicht om kabels en leidingen van een zeker belang en omvang in een bestemmingsplan op te nemen. Dat geldt voor lang niet alle leidingen. Daarom komt men niet vaak met dit onderwerp in aanraking in het kader van een bestemmingsplan, ook al liggen er veel leidingen in het land. In Haarlemmermeer en elders in het land is de regeling zoals die in het voorliggende bestemmingsplan staat, zeer gebruikelijk. De hoofdregel is dat een vergunning nodig is voor diverse soorten werkzaamheden. Als uitzondering zijn enkele situaties omschreven, waarvoor geen vergunning nodig is. Een vergunningplicht als hoofdregel is handig, omdat het de eenvoudigste omschrijving oplevert.

Voor het grootste deel van ons grondgebied gelden bestemmingsplannen die zijn voorzien van een regeling van leidingen zoals nu opgenomen. Dat gaat om alle bestemmingsplannen voor het hele buitengebied van de gemeente, maar ook tientallen andere plannen. De essentie van de regeling is gelijk, de bewoordingen zijn nagenoeg gelijk. Een voorbeeld van een leiding die in een geldend bestemmingsplan is geregeld, is de waterleiding die langs de Schipholweg ligt tussen de IJweg en de Hoofdweg. Die is in het bestemmingsplan Buitengebied Noord opgenomen met een vergelijkbare regeling. Dit beseffende, hoeft het niet te verwonderen dat nu dezelfde methodiek is gebruikt. Ook elders in het land is dit gebruikelijk. Wij hebben de indruk dat deze regeling in de boerenpraktijk niet vaak tot een vergunningaanvraag heeft geleid. Daarom denken wij dat dezelfde regeling in het nieuwe bestemmingsplan ook niet tot extra vergunningaanvragen leidt. De volgende tegemoetkoming wordt voorgesteld. In het ontwerpbestemmingsplan staat in artikel 6 lid 4 en in artikel 7 lid 5 en in artikel 8 lid 4 dat geen vergunning nodig is voor normaal onderhoud van de bestemde functies. Voor het grootste deel van het plangebied geldt de bestemming Agrarisch. De boeren vinden dat normaal onderhoud niet hetzelfde is als de gewone boerenpraktijk van alle dag. Het begrip normaal onderhoud is te beperkt.

Daarom vinden zij het nuttig de begrippen ‘normaal beheer’ en ‘normaal onderhoud’ beide in de genoemde artikelen onder te brengen. Wij kunnen ons vinden in deze wijze van zien. Daarom stellen wij voor om de zinsnede in de regels te wijzigen in ‘normaal beheer en onderhoud’. De vergunningvrije diepte Over drainage meldt TenneT het volgende. Indien drainage moet worden hersteld na uitvoering van het werk, gebeurt dit in eerste instantie met een tijdelijke oplossing. Na drie jaar wordt de drainage hersteld in verband met werking van de grond. Nadat de kabelverbinding gerealiseerd is, is drainage tot 1,00 meter diepte mogelijk zonder vergunning. Het draineren van de grond wordt gezien als onderdeel van het 'normale beheer en onderhoud'. De 1 meter voor drainage is dus bedoeld om de administratieve last voor boeren te verminderen. Het is bekend dat drainage die tot een diepte van 1,00 meter gaat, geen invloed op de kabels heeft. Daarom is het aanvaardbaar om drainage tot een diepte van 1,00 meter zonder vergunning toe te laten. Dat is ongewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan staat voor diverse andere werkzaamheden dat tot een diepte van 0,80 meter geen vergunning nodig is.

Er is ogenschijnlijk iets voor te zeggen om de vergunningvrije diepte voor alle werkzaamheden die in artikel 7.5 van de regels genoemd zijn, gelijk te schakelen ten aanzien van de vergunningvrije diepte. Maar voor de diversiteit aan werkzaamheden, waarvoor de standaardmaat van 0,80 meter is gesteld, is het volgende van belang. Het verschil met andere vormen van ‘normaal beheer en onderhoud-werkzaamheden’ ten opzichte van drainage is, dat het effect van die werkzaamheden niet zo bekend is als het effect van drainage. Het gaat om een waaier aan werkzaamheden. Door de onbekendheid

3

van het effect van die werkzaamheden ontstaat een risico voor de veiligheid van degene die de werkzaamheden uitvoert. Daarom is het noodzakelijk een iets grotere veiligheidsmarge aan te houden. Anders ontstaat ook een risico voor het functioneren van de kabel. Daarom blijft de vergunningsvrije diepte voor ‘normaal beheer en onderhoud’-werkzaamheden’ anders dan drainage, op 0,80 meter. Ook dit is ongewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast blijft, buiten het bestemmingsplan, de verplichting bestaan om een Klic-melding te doen in voorkomende situaties. En, ook buiten het bestemmingsplan, is een privaatrechtelijke toestemming van TenneT nodig. Wij verwachten geen lagere grondwaarde en geen lagere pachtwaarde als gevolg van de vergunningplicht, omdat hiermee de onduidelijkheid is weggewerkt en omdat geen sprake is van beperkingen ten opzichte van de gebruikelijke geldende regeling. Zie voor alle wijzigingsvoorstellen aan het eind van deze Nota.

4

Overige onderwerpen per reclamant Reclamant 1 1A In artikel 7 lid 4 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan wordt verwezen naar bovengrondse hoofspanningsleidingen. In dit bestemmingsplan gaat het echter om ondergrondse hoofspanningsleidingen. Reactie 1A De reclamant heeft gelijk. Het gaat om een kennelijke verschrijving. Wij stellen voor die te corrigeren. 1B De reclamant verzoekt drainage zonder vergunning te mogen uitvoeren. Reactie 1B Zie ‘Reactie op Agrarische bedrijfsvoering’. Conclusie t.a.v. reclamant 1: leidt tot wijziging van het plan. Zie voor alle wijzigingsvoorstellen aan het eind van deze Nota. Reclamant 2 Gedeputeerde Staten van Noord-Holland Reclamant 2 voert geen andere onderwerpen aan dan wat bij Agrarische bedrijfsvoering is behandeld. Conclusie t.a.v. reclamant 2: leidt tot wijziging van het plan. Zie voor alle wijzigingsvoorstellen aan het eind van deze Nota. Reclamant 3 GEM Badhoevedorp-Zuid cv 3A kruising wegen en leidingen, de verticale component Deze reclamant heeft belang bij het ontwikkelen van onder meer Badhoevedorp Catharinahoeve en van Badhoevedorp Zuid. Deze gebieden liggen respectievelijk ten noorden en ten zuiden van de A9, tussen de Sloterweg en de A4. De reclamant heeft de ambitie een verbinding te maken tussen Catharinahoeve en Zuid. Die komt voor in het Verkeersstructuurplan Badhoevedorp.

Hij noemt ook het streven naar doortrekking van de Noord-Zuidlijn. Ook die kruist de A9 én het plangebied van de 150 kV-kabels, want dat loopt langs de zuidzijde van de A9. De reclamant vraagt of het tracé van de 150 kV-kabels de realisatie van de kruising c.q. ondertunneling bemoeilijkt of onmogelijk maakt en/of leidt tot een toename van kosten. Reactie 3A In 2008 heeft de raad het Verkeersstructuurplan Badhoevedorp vastgesteld (2018/15034). In 2013 werd tot de eerste actualisatie besloten in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan Badhoevedorp LijndenOost (2013.0029418). Daarin staat als een van de veranderingen ten opzichte van 2008: “in de werkzaamheden van de omlegging A9 wordt een voorbereiding getroffen om later op eenvoudige wijze in het verlengde van de Pa Verkuijllaan over een extra onderdoorgang in de A9 te kunnen beschikken”. In de kaart op pagina 9 ‘Eindbeeld Actualisatie VSP’ is de geciteerde verbinding met een grijze lijn getekend. In het kader van de verhoopte afwaardering van de Schipholweg staat op dezelfde kaart een rode stippellijn met de betekenis ‘Omleggen Provinciale weg’. Deze stippellijn takt van de Schipholweg af aan de zuidoostrand van Badhoevedorp, loopt door het gebied Catharinahoeve, kruist de A9, loopt door het gebied Badhoevedorp Zuid en takt aan op Tweeduizend El.

Op 11 juni 2020 (2020.0000444) heeft de raad de tweede actualisatie vastgesteld. Het besproken aspect is daarin niet gewijzigd. Overigens is de voorbereiding, waarvan in het citaat sprake is, feitelijk niet getroffen. Er is dus sprake van een ruimtereservering, zij het voor een ander doel dan dat van deze reclamant. Als nieuw element sinds 2013 streeft ook de gemeente naar doortrekking van de Noord-Zuidlijn (metro) naar Schiphol en Hoofddorp. Daarom ligt het voor de hand ten behoeve van de verruiming van de doelstellingen de eventueel benodigde extra ruimte te reserveren.

5

In de praktijk zal zo concreet mogelijke afstemming aan de orde zijn. Maar voor het gebied Badhoevedorp Zuid, dus zuidelijk van de A9, is de inhoud van de ontwikkeling nog niet bepaald. De status is ‘studiegebied’. Daarom kan nu geen uitspraak worden gedaan over de doelstelling van de reclamant voor het bedoelde gebied. Wegens onvoldoende concreetheid kan een tegemoetkoming over dit onderdeel van de zienswijze niet aan de orde zijn. In relatie met de metro merken wij ambtshalve op dat TenneT sinds de indiening van de zienswijze onderzoek heeft gedaan naar de diepteligging van de 150 kV-kabels in het voorliggende plan. Er is in het besproken deeltraject grotendeels sprake van een zogeheten gestuurde boring. TenneT heeft een concreet ontwerp laten maken. Uit onze beoordeling van dat ontwerp in relatie tot de eerste ideeën voor de tracés van de metro zijn geen conflicten gebleken.

3B kabeltracé nog iets verschuiven, de horizontale component De reclamant verzoekt het kabeltracé en het wijzigingsgebied zo dicht mogelijk langs de A9 te leggen, meer nog dan naar aanleiding van een eerder contact met TenneT in het ontwerpbestemmingsplan staat. Het lijkt hem of het nog strakker langs de A9 zou kunnen dan volgens de bedoelde optimalisatie die al is doorgevoerd. Ook vraagt hij om de kabels zodanig diep aan te leggen dat de door hem beoogde ontwikkeling zo min mogelijk wordt beperkt. Reactie 3B Wij merken op dat de wijzigingsbevoegdheid enkel is opgenomen ten behoeve van mogelijke noodzakelijke verschuivingen voorafgaand aan de aanleg. Aan gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid is een voorafgaande belangenafweging gekoppeld. Er zijn in artikel 12.1 van de regels vier voorwaarden genoemd. Twee ervan luiden: mits “a. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; b. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad;”. Daarmee is voldoende geborgd dat er aandacht zal zijn voor de belangen van deze reclamant. De gevraagde verkleining van de afstand tot de A9 is om technische redenen niet mogelijk: de kans op het opbarsten van de grond als gevolg van de boring neemt toe als de boring dichter bij de watergang langs de A9 zou moeten gebeuren.

Het opbarsten van de grond is zeer onwenselijk, vindt ook Rijnland. Voorts is geconstateerd dat op het deel van het tracé langs de A9 tussen de Sloterweg en de A4 een verkeerd uitgangspunt is gehanteerd ten aanzien van de huidige situatie: de watergang langs de snelweg was niet correct weergegeven. Daardoor zou de boring te dicht bij de watergang komen te liggen. Dit is hersteld door alsnog de juiste kaarten te gebruiken en de boring vervolgens op de juiste afstand van de watergang te projecteren. Deze aanpassing is ook weergegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan. Deze zijdelingse verschuiving varieert tussen 2 meter en 7,5 meter. Het is goed op te merken dat deze aanpassing feitelijk, in het veld, geen gevolgen heeft. De afstand tot de watergang blijft immers gelijk. Er is alleen een wijziging aangebracht in de weergave van de verbinding op de kaart. De verschuiving speelt zich geheel binnen het plangebied af. 3C ontwikkelschade De reclamant vraagt een nadere toelichting over het aspect schadeloosstelling. Hij interesseert zich vooral voor “de schade die in de toekomst, bij het verwezenlijken van een hoogwaardige werklocatie, zal plaatsvinden als gevolg van het verminderen van het ontwikkelpotentieel en mogelijke verhoging van de kosten voor het bouwen woonrijp maken vanwege toegenomen complexiteit m.b.t.

dit kabeltracé.” Reactie 3C In de plantoelichting staat over het onderwerp schadeloosstelling samengevat het volgende. “TenneT hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling (volledige schadevergoeding) zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent. […] De schade dient wel een rechtstreeks gevolg te zijn van de vestiging van het zakelijk recht.” Dit betekent dat het niet gaat over de situatie die de reclamant in de uit haar zienswijze geciteerde tekst bedoelt. De in het plan bedoelde schade(loosstelling) heeft een beperktere strekking.

6

Conclusie t.a.v. reclamant 3: leidt niet tot wijziging van het plan. Reclamant 4 4A alternatief tracé De reclamant stelt dat TenneT kiest voor een tracé dat door zijn grond gaat, breder dan volgens een eerder onderling besproken alternatief tracé. Daarmee belemmert TenneT reclamants wens om zijn gronden te laten bebouwen voor bedrijfsdoeleinden. De reclamant pleit voor een van zijn twee varianten te kiezen, de noordelijke of de zuidelijke, zoals aangetekend op een kaart in de zienswijze. Reactie 4A De voorgestelde alternatieven zijn moeilijker aan te leggen en niet wenselijk wegens de niet toegestane schuine kruising onder de N205. De 150 kV-kabels worden vanaf het trafostation aan de Spaarnwouderweg tot aan de eerste lasmof-locatie net voor de Polderbaan aangelegd met een gestuurde boring. Op deze wijze worden de N205/ N232 en verschillende watergangen gekruist op een manier waar de omgeving weinig overlast van zal hebben. Door hier te kiezen voor een gestuurde boring heeft het magneetveld van de kabels geen nadelig effect op gevoelige bestemmingen, zoals in dit geval woningen aan de Kromme Spieringweg. Het tracé van het voorliggende bestemmingsplan sluit ook beter aan bij bestaande kabels en leidingen in dit gebied. De in de zienswijze aangegeven varianten zijn niet uitvoerbaar met een gestuurde boring, omdat er bochten in zitten.

Dit betekent dat een combinatie van boringen en open ontgravingen nodig is. Dit is technisch minder wenselijk en niet in het belang van omwonenden (bij open ontgravingen liggen de kabels minder diep); voor de grondgebruikers is van belang dat een gestuurde boring een kleiner effect heeft op de cultuurtechnische eigenschappen van hun gronden dan aanleg in open ontgraving. In de voorgestelde alternatieven is sprake van een schuine kruising onder de N205. Dat wordt niet geaccepteerd door de provincie, de wegbeheerder van de N205. De voorgestelde zuidelijke variant bevindt zich een stuk dichter bij woonbebouwing dan in het voorliggende plan. Tot slot is de noordelijke variant langer en daardoor duurder. 4B initiatief voor andere functie De reclamant heeft eind 2018 een initiatief bij de gemeente ingediend voor bebouwing van zijn grond voor bedrijfsdoeleinden; de ambtelijke reactie was in beginsel positief. Hij vraagt het bestemmingsplan in het licht van zijn bouwwensen te bezien. Reactie 4B Als vervolg op wat de reclamant in 2018 heeft ingediend, heeft hij begin 2021 drie varianten bij de gemeente naar voren gebracht. De ambtelijke reactie daarop is positief en is net als anderhalf jaar eerder voorzien van enkele voorwaarden. Het voldoen aan de voorwaarden vergt aanpassingen van de aard en de omvang. Het initiatief is nog niet concreet gemaakt.

Zo lang de reclamant geen reactie heeft gegeven op de vragen van de gemeente, is geen sprake van voldoende concreetheid en kan het initiatief niet als uitgangspunt worden gebruikt voor de huidige beoordeling van de verhouding met voorliggende bestemmingsplan. Daarom kan niet worden ingestemd met dit aspect van de zienswijze. 4C kostenvergoeding Als het niet mogelijk is om het tracé aan te passen en er geen andere optie is dan het over zijn percelen te laten lopen, dan wil hij een extra vergoeding voor het aanpassen van de al reeds in gang gezette projectontwikkelingen. Reactie 4C TenneT laat weten dat in de gesprekken over het vestigen van een zakelijk recht alle mogelijke vergoedingen worden besproken. Conclusie t.a.v. reclamant 4: zie voor alle wijzigingsvoorstellen, inclusief die over het ‘normale onderhoud’, aan het eind van deze Nota; de zienswijze leidt voor het overige niet tot wijziging van het plan. Reclamant 5

7

Deze reclamant voert dezelfde argumenten aan met dezelfde strekking als reclamant 9. Het gaat over dezelfde gronden; de ene reclamant is pachter, de andere reclamant schrijft namens de eigenaar. 5A gang van zaken De reclamant vindt het een rare gang van zaken dat hij de uitnodiging voor een digitale informatieve bijeenkomst ontving op de laatste dag van aanmelding voor de bijeenkomst. Hij is gewend om vooraf met de partij te bespreken hoe een leiding het best gerealiseerd kan worden en dat er meegedacht wordt over de beste/ redelijke oplossing voor alle belanghebbenden. Reactie 5A Wij erkennen dat de datering en verzending van de brief zorgvuldiger en eerder hadden gekund en gemoeten. Gelukkig kon de reclamant bij de bijeenkomst aanwezig zijn en heeft hij ook daar zijn inbreng kunnen leveren. Zowel tijdens als voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure zijn gesprekken gevoerd, over zowel tracering als de betredingstoestemming, ook met deze reclamant. TenneT meldt ons dat de resultaten waar mogelijk zijn meegenomen in de verdere uitwerking van het tracé. Tijdens de inzageperiode van het ontwerp bestemmingsplan heeft een digitale informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Voor de resultaten daarvan geldt hetzelfde. 5B putten in het land De reclamant heeft grote moeite met het feit dat op zijn land putten worden geplaatst.

Dergelijke grote obstakels in het land zijn voor het akkerbouwbedrijf desastreus. Hij stelt dat door de putten 15 ha grond moeilijk te bewerken is. Reactie 5B Daargelaten of de putten 15 ha grond moeilijk agrarisch bewerkbaar maken, kunnen wij melden dat TenneT gesprekken met de reclamant heeft gevoerd en uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar de uitvoerbaarheid van een tegemoetkoming. TenneT heeft onderzocht of de crossbondingsputten zo verschoven kunnen worden, dat het effect op de agrarische bedrijfsvoering kan worden verminderd of weggenomen. Uitkomst van dit onderzoek is dat het mogelijk is om de putten zo te verschuiven, dat ze in het talud van de watergang ten zuidoosten van het betreffende perceel komen te liggen. In dit geval zal de constructie zodanig zijn dat er geen te nadelige gevolgen voor de waterhuishouding zullen zijn. Van een belemmering van de agrarische bedrijfsvoering na aanleg van de hoogspanningsverbinding is dan ook geen sprake meer. Conclusie t.a.v. reclamant 6: leidt tot wijziging van het plan. Zie voor alle wijzigingsvoorstellen aan het eind van deze Nota. Reclamant 6 Reclamant 6 voert geen andere onderwerpen aan dan wat bij Agrarische bedrijfsvoering is behandeld. Conclusie t.a.v. reclamant 6: leidt tot wijziging van het plan. Zie voor alle wijzigingsvoorstellen aan het eind van deze Nota.

Reclamant 7 Prorail 7A spoorveiligheid Deze reclamant behartigt de belangen van de spoorlijn. Het bestemmingsplan omvat een stuk van de spoorlijn. De reclamant wil er zeker van zijn dat het bestemmingsplan voldoet aan de wet- en regelgeving over de elektromagnetische eigenschappen en beïnvloeding tussen hoogspanningskabels en de spoorweg. Uit een risicoanalyse moet blijken dat het bestemmingsplan c.q. de netuitbreiding geen negatief effect heeft op de hoofdspoorweginfrastructuur. De normering, vooral over de horizontaal en verticaal aan te houden afstanden, is vooral te vinden in het Besluit hoofdspoorweginfrastructuur. De reclamant hanteert ook de ‘Richtlijn Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hoofdspoorweginfrastructuur’; hij heeft die richtlijn bij de zienswijze gevoegd. De reclamant wil de gevraagde zekerheid hebben voordat gestart wordt met de realisatie van het werk bij de spoorlijn. Dan kan hij tijdig eventueel nodige mitigerende maatregelen laten uitvoeren.

8

Reactie 7 TenneT hanteert voor dit onderwerp een standaardwerkwijze. Eerst wordt een beïnvloedingsstudie gedaan. Aan de hand van de resultaten overlegt TenneT met hen die belang hebben bij eventuele maatregelen. Er moet tijdig overeenstemming worden bereikt. TenneT bekostigt het onderzoek en de nodige maatregelen. In dit geval heeft overleg plaatsgevonden tussen de reclamant en TenneT op 2 februari en 2 juni 2021 en is er vertrouwen dat onderlinge overeenstemming wordt bereikt. Conclusie t.a.v. reclamant 7: leidt niet tot wijziging van het plan. Reclamant 8 Waternet 8A verhouding bestemmingsplan - beheersverordening De reclamant wijst erop dat de dubbelbestemming Leiding Hoogspanningsverbinding 150kV op diverse plaatsen samenvalt met een dubbelbestemming Leiding – Water, terwijl het nieuwe bestemmingsplan op de meeste plaatsen alleen de 150 kV-verbinding regelt. Reactie 8A Voor een deel van het plangebied geldt een bestemmingsplan. Die bestemmingsplannen laten we intact. Als aanvulling erop wordt in het nieuwe plan alleen het nieuwe element, de 150 kV-verbinding, geregeld. Voor het andere deel van het plangebied geldt nu een beheersverordening. Wettelijk is een beheersverordening een instrument waarin geen nieuwe ontwikkeling mag worden opgenomen. Een beheersverordening is bedoeld om planologisch-juridisch zo ongeveer alleen de toestand zoals die geldt, opnieuw vast te leggen.

De beoogde aanleg van de 150 kV-verbinding is een nieuwe ontwikkeling. Een nieuwe ontwikkeling vergt een bestemmingsplan. Daarom is voor het gedeelte van het nieuwe plan, waarvoor nu een beheersverordening geldt, de volledige bestemmingsregeling opgenomen. Dat is de verklaring van het feit dat voor een gedeelte van het plan een waterleiding en een brandstofleiding zijn meegenomen en voor het andere gedeelte alleen de 150 kV-verbinding. 8B verhouding bestemming – dubbelbestemming In artikel 7 lid 1 staat de zinsnede “waarbij de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 150 kV‘ voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en)”. De reclamant heeft de indruk dat die voorrang ook geldt ten opzichte van de waterleiding, zoals die in het plan voorkomt. Reactie 8B De indruk van de reclamant is onjuist, maar wel begrijpelijk. In bestemmingsplanregels zijn bestemmingen onderscheiden van dubbelbestemmingen. Voorbeelden van bestemmingen, ook wel enkelbestemmingen genoemd, zijn Agrarisch, Verkeer, Water, Wonen. Er is sprake van een dubbelbestemming, als op een stuk grond twee of meer bestemmingen gelden die onafhankelijk van elkaar zijn. Daarbij is sprake van een rangorde tussen de dubbelbestemming en de daarmee samenvallende enkelbestemming.

Er bestaan enkele soorten dubbelbestemmingen, bijvoorbeeld voor leidingen (brandstof, CO2, gas, hoogspanning, riool, water) en voor waarden (archeologie, natuur, Stelling van Amsterdam). Er bestaat wel een rangorde tussen (enkel)bestemmingen en dubbelbestemmingen, maar niet tussen dubbelbestemmingen onderling. Dit laatste is niet nodig. Want een werkzaamheid, waarvoor toestemming nodig is, wordt beoordeeld in relatie tot de belangen van de leiding die er voorkomt/ de leidingen die er voorkomen. Er wordt advies gevraagd aan alle betreffende leidingbeheerders. De waterleiding is dus niet ondergeschikt aan enige andere leiding die van een dubbelbestemming is voorzien. Juridisch zijn zij nevengeschikt. Kort en goed: in artikel 7 lid 1 worden met ‘andere daar voorkomende bestemming(en)’ uitsluitend enkelbestemmingen bedoeld. Alle dubbelbestemmingen, zijn nevengeschikt. In de bepalingen van de beheersverordening Haarlemmermeer 2014 die nu voor de waterleiding gelden, staat niet de gebruikelijke tekst over het inwinnen van advies van de leidingbeheerder. In het ontwerpplan is één op één die geldende regeling overgenomen. Het is bij nader inzien goed om ook voor de waterleiding het inwinnen van advies in de regels te zetten. Wij stellen voor daartoe een nieuw artikellid 8.4.4 toe te voegen met tekst van dezelfde strekking als 7.5.4. 8C belemmeringenstrook

9

De reclamant voert ook aan dat de belemmeringenstrook van de waterleiding die van de hoogspanningsverbinding overlapt. Ook hier is de wens van de reclamant dat de belangen van de waterleiding het gewicht krijgen die ze verdienen. Reactie 8C Hiervoor geldt hetzelfde als vermeld in Reactie 8B. In aanvulling hierop vermelden wij dat we dat in praktijksituaties in overleg altijd een voor betrokken partijen goede oplossing bereikbaar is. Ook wijzen wij op de extra marge die geboden wordt in artikel 12 van de regels, om nog enigermate te kunnen schuiven. Conclusie t.a.v. reclamant 8: leidt tot wijziging van het plan. Zie voor alle wijzigingsvoorstellen aan het eind van deze Nota. Daar gaat het in de ambtshalve voorgestelde wijzigingen ook over aanpassing van het bestemmingsplan door toedoen van waterleidingen. Reclamant 9 Deze reclamant voert dezelfde argumenten aan met dezelfde strekking als reclamant 5. Het gaat over dezelfde gronden; de ene reclamant is pachter, de andere reclamant schrijft namens de eigenaar. Aanvullend schrijft deze reclamant dat de situatie in het ontwerpbestemmingsplan zó wordt geschetst dat alle beperkingen worden opgelegd op de gehele oppervlakte, iets wat reuze onpraktisch is en voor de landbouw niet werkbaar.

Reactie 9 De indruk dat het bestemmingsplan zijn werking zou hebben over het gehele landbouwareaal van deze reclamant, zijnde bijna 80 ha, is niet juist. Dat het bestemmingsplan betrekking zou hebben op het kadastrale perceel dat als geheel ongeveer 70 ha groot is, is evenmin juist. Het bestemmingsplan heeft zijn werking uitsluitend binnen het plangebied, dus alleen binnen de strook grond van ongeveer 50 meter die het plan ter plaatse van reclamants gronden breed is. In de praktijk van het aanleggen van 150 kV-kabels blijkt het nuttig een marge te hebben, waarbinnen men werkend in het veld nog iets kan schuiven met de uiteindelijke ligging. Wegens die marge is het plangebied hier ongeveer 50 meter breed, terwijl na realisering van het bestemmingsplan een geringere breedte nodig is voor het functioneren van de kabels met een zone aan weerszijden wegens veiligheid en onderhoud. Om uiteindelijk het werkingsgebied terug te brengen naar wat netto aan breedte nodig blijft, is in het plan een wijzigingsgebied opgenomen. Door gebruikmaking van de regels over het wijzigingsgebied (artikel 12 lid 1), na het onherroepelijk worden van het plan en realisering van de kabels, kan de werking begrensd worden tot een breedte van tussen 15 en 20 meter. Conclusie t.a.v. reclamant 9: leidt tot wijziging van het plan. Zie voor alle wijzigingsvoorstellen aan het eind van deze Nota.

Reclamant 10 Gasunie overleg Deze reclamant merkt op dat het plangebied verscheidene gasleidingen kruist die bij hem in beheer zijn. Hij vraagt via deze zienswijze om overleg met TenneT. Reactie 10 TenneT is het gevraagde overleg aangegaan. Over de leidingen die in het bestemmingsplan zijn en worden bestemd, is voorgeschreven dat advies wordt ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder(s). Ook hier geldt dat deze publiekrechtelijke regeling de belangen die met de leidingen zijn gemoeid, voldoende waarborgt. TenneT stemt het ontwerp van de nieuwe verbinding af met de bestaande infrastructuur van de Gasunie en met het ontwerp van een nieuwe verbinding van Gasunie. Deze afstemming vindt plaats volgens de regelingen die van toepassing zijn. Conclusie t.a.v. reclamant 10: leidt niet tot wijziging van het plan.

10

C. Voorstellen tot wijziging van het bestemmingsplan C1. Voorstellen tot wijziging van het plan naar aanleiding van zienswijzen Wij stellen voor in de regels artikel 6.4.2 onder b, in artikel 7.5.2 onder b onder 2 en in artikel 8.4.2 onder b. de zinsnede ‘het normale onderhoud’ te wijzigen in ‘het normale beheer en onderhoud’. Wij stellen voor in de regels artikel 6 lid 4 aan te vullen met: ‘6.4.4 De in artikel 6.4.1 bedoelde vergunning kan niet eerder worden verleend dan nadat de leidingbeheerder gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.’ Wij stellen voor in de regels artikel 7 lid 4, zowel onder a. als onder b. het woord ‘bovengrondse’ te wijzigen in ‘ondergrondse’. Wij stellen voor in de regels een nieuw artikellid 8.4.4 op te nemen met de volgende tekst: ‘De in artikel 8.4.1 bedoelde vergunning kan niet eerder worden verleend dan nadat de leidingbeheerder gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.’ Wij stellen voor de verbeelding iets ten westen van de kruising Schiphol-A5 te Lijnden zó te wijzigen, dat de bestemmingsplangrenzen de gronden omvat waar de crossbondingsputten in het talud van de watergang langs de A5 komen.

Op de tekening hierna is het plangebied volgens het ontwerpbestemmingplan het gebied binnen de zwarte lijnen; de uitbreiding van het plangebied is aangeduid met de rode belijning. Dezelfde gronden vormen onderdeel van het bestemmingsplan Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels. Wij zullen de raad in ons komende voorstel tot vaststelling van dat bestemmingsplan voorstellen deze gronden buiten dat plan te laten. Gebied bij kruising Schipholweg (gele lijn) met A5 (roze lijnen) met uitbreiding plangebied (rode lijn, aansluitend op de zwarte lijn

11

C2. Voorstellen tot ambtshalve wijziging van het plan t.a.v. de verbeelding Locatie langs A9 tussen 450 meter achter Hoofdweg en A4 Er is nadere veldstudie gedaan in het trajectgedeelte dat langs de A9 loopt, dus tussen een punt dat ongeveer 450 meter zuidoostelijk van de Hoofdweg ligt en de A4. Gebleken is dat de eerder doorgevoerde optimalisatie, waarbij het tracé van de 150 kV-kabels iets dichter naar de waterpartij langs de zuidzijde van de A9 was verschoven, technisch niet uitvoerbaar is. Reclamant 3 heeft gevraagd nog verder te schuiven, daarop is eerder in deze nota van zienswijzen ingegaan. Het gevolg van de bevindingen van de technisch specialist is dat de ligging van de kabels juist met een maat variërend tussen 2 meter en 7,5 meter in zuidelijke richting geschoven moet worden. In de afweging tussen de fysieke onmogelijkheid om dichter bij de A9 te traceren en het potentiële belang van reclamant 3, dat momenteel niet concreet vast te stellen en niet concreet te waarderen valt, kiezen wij voor een tracé dat zo dicht als technisch mogelijk is, bij de A9 ligt.

Wij stellen voor op de verbeelding de ligging van de kabels tussen een punt ongeveer 450 meter zuidoostelijk van de Hoofdweg en A4, dat wil zeggen inclusief de belemmeringenstrook aan weerszijden, binnen het intact gelaten plangebied over een afstand van 2 à 7,5 meter haaks op de lengterichting van de waterpartij langs de A9 in ongeveer zuidelijke richting te verschuiven, volgens de aangepaste verbeelding. Zeer globaal is dat met de rode lijnen op de twee situatietekeningen hierna aangeduid. Verschuiving binnen het plangebied (rode belijning)

Rekening houden met waterleidingen bij het Polderbaanpad en bij de IJweg te Boesingheliede

12

In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat waterleidingen van Waternet in open ontgraving gekruist worden door de 150 kV-kabels bij het Polderbaanpad en bij de IJweg. Een initiatiefnemer, zoals nu TenneT, is verplicht om aan te tonen dat een ongestoorde ligging van bestaande kabels en leidingen, zowel tijdens de aanleg- als de beheerfase, geborgd is. Er zijn twee uitvoeringsmethoden gangbaar: open ontgraving; gestuurde boring. Open ontgraving is een vaak toegepaste uitvoeringsmethode waarbij de bestaande leidingen beschermd worden als ze mogelijk bloot komen te liggen (of hangen) in de kabelsleuf tijdens de aanleg van de nieuwe verbinding. Uit onder meer kostenoverwegingen heeft een open ontgraving de algemene voorkeur. In dit geval is bij de uitwerking in nauwe afstemming met Waternet gebleken dat open ontgraving op twee locaties niet mogelijk is. De waterleidingen blijken bij het Polderbaanpad en bij de IJweg op exact dezelfde diepte te liggen als het nu beoogde 150 kV-kabels van TenneT. In open ontgraving onderlangs kruisen betekent een onacceptabel risico voor de stabiliteit van de constructie van de hoofdwaterleidingen. Bovenlangs kruisen is wegens ruimtegebrek evenmin mogelijk. Specifiek voor de locatie Polderbaanpad geldt het volgende: wegens toekomstig beheer en onderhoud is ruimte nodig aan weerszijden van de bestaande leiding.

In het ontwerpbestemmingsplan is die ruimte niet beschikbaar. Daarom zou de TenneT-verbinding bij werkzaamheden aan de Waternet-leidingen uitgeschakeld moeten worden. Dit is voor TenneT onacceptabel. Specifiek voor de locatie IJweg geldt dat niet alleen leidingen van Waternet, maar ook van WRK en PWN gekruist moeten worden. De conclusies zijn dat een gestuurde boring moet worden toegepast en dat wegens tracé-eisen die horen bij een gestuurde boring, op beide locaties een aanpassing van het plangebied nodig is. Hierna lichten we deze aanpassingen nader toe. Bij het Polderbaanpad Om op de locatie bij het Polderbaanpad de waterleidingen van Waternet onderlangs te kruisen, maakt TenneT gebruik gemaakt van horizontaal gestuurde boringen. De intrede- en uittredepunten van de boringen liggen op het oorspronkelijk ontworpen kabeltracé, dat nog uitging van een open ontgraving. De diepte van de boring is van belang wegens de bereikbaarheidseisen van Waternet en de minimale afstanden tussen bestaande infrastructuur en de nieuwe 150 kV-verbinding. Om aan de eisen te voldoen, wordt er geboord tot een diepte van circa -14m NAP. De lengte van de boring is afhankelijk van beperkingen in bochtstralen en komt op deze locatie uit op minimaal 70 meter.

De voorgestelde aanpassing past qua ruimtelijke ordening het beste, omdat hierdoor het gewijzigde plangebied zo min mogelijk afwijkt van het ontwerpbestemmingsplan. Ook over technische aspecten is een gunstig effect ter vermelden. De aan te leggen hoogspanningsverbinding bestaat uit 4 circuits. Een circuit is een op zichzelf staand onderdeel van een hoogspanningsverbinding. Elk circuit wordt door een eigen boring aangelegd. Door het doen van vier boringen over 70 meter lengte in plaats van het graven van vier sleuven van circa 60 meter lengte hoeft er minder grondroering plaats te vinden en is grondwaterbemaling voor dit deel niet meer nodig. Dit zal een positief effect hebben op het te lozen water en, in het belang van de boeren die de grond bewerken, op het behoud van de bodemstructuur. Alternatieven, zoals een diepe ontgraving met een damwandkuip en gestuurde avegaars, heeft TenneT laten onderzoeken. Deze zijn niet haalbaar of brengen zeer grote uitvoeringsrisico’s met zich. Hierbij valt te denken aan het risico op het breken van de leiding bij het vrijgraven van de vier betonnen hoofdwaterleidingen van >1,0m doorsnede. Uitvoering binnen het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan is niet mogelijk. Bij een open ontgraving zijn scherpere bochten mogelijk dan bij een gestuurde boring.

De twee scherpe bochten in het kabeltracé, en daarmee de bestemmingsplangrens, zijn gebaseerd op een aanleg in open ontgraving. De aanleg door middel van gestuurde boringen vraagt meer ruimte om de bochten te kunnen maken. Ook is er ruimte nodig om hoogspanningsmoffen te maken om de kabels met elkaar te verbinden. Een omvangrijkere aanpassing van bestemmingsplangebied zou daarmee gepaard moeten gaan. Wij stellen voor de verbeelding bij het Polderbaanpad te wijzigen zoals op de tekening hierna is weergeven en zoals het plangebied ten aanzien van deze locatie is gewijzigd op de verbeelding.

13

Wijziging plangebied bij het Polderbaanpad volgens de rode lijnen i.p.v. de zwarte lijnen ernaast

Bij de IJweg Ook hier zal TenneT, om vergelijkbare redenen als bij de locatie bij het Polderbaanpad, volgens de nieuwe opzet gestuurde boringen toepassen. Om aan de eisen te voldoen, wordt er geboord tot een diepte van ongeveer -13,5 meter NAP. De lengte van de boring is afhankelijk van beperkingen in bochtstralen en komt op deze locatie uit op minimaal 77 meter. Dat de voorgestelde oplossing bij de IJweg het gunstigst is ten opzichte van onderzochte alternatieven, heeft dezelfde redenen als hiervoor vermeld voor de locatie bij het Polderbaanpad, zij het dat het bij de IJweg gaat om vier sleuven van circa 65 meter lang die door 4 boringen van ongeveer 77 meter lang worden vervangen. Op de locatie bij de IJweg komen geen alternatieven in aanmerking, mede omdat er in de directe omgeving al middenspanningskabels en hoogspanningskabels aanwezig zijn. Om aan de eisen ten aanzien van een veilige afstand tot deze kabels te voldoen, zou het in het alternatief noodzakelijk zijn om het kabeltracé, en daarmee de bestemmingsplangrens, verdergaand aan te passen dan nu wordt voorgesteld. Wij stellen voor de verbeelding bij de IJweg te wijzigen zoals op de tekening hierna is weergeven en zoals het plangebied ten aanzien van deze locatie is gewijzigd op de verbeelding. Aanpassing plangebied bij de IJweg volgens de rode lijnen i.p.v. de zwarte lijnen ernaast

14

Voorstellen tot ambtshalve wijziging van het plan t.a.v. de regels Gebleken is dat in de artikelen 6, 7 en 8 de naam van een wet verouderd is. Het is goed om de actuele naam te vermelden. Wij stellen voor artikel 6.4.2 onder c te wijzigen in: ‘graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken;’. Wij stellen voor artikel 7.5.2 onder b aan te vullen met: ‘4. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.’ Wij stellen voor artikel 8.4.2 onder c te wijzigen in: ‘die graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.’ Uit een oogpunt van goed begrip en overzichtelijkheid gebruiken we zo veel mogelijk dezelfde teksten over onderwerpen die met hetzelfde oogmerk in de regeling staan. Het gelijktrekken van teksten is aan de orde bij het inwinnen van advies bij leidingbeheerders. Ter tegemoetkoming aan reclamant 8 is een aanvulling van artikel 8 voorgesteld. Dezelfde tekst ware te hanteren in de artikelen 6 en 7. Aanvullend merken wij op dat in het ontwerpbestemmingsplan in artikel 7.5.4 bij het inwinnen van advies gewag wordt gemaakt van enkele voorwaarden. De voorwaarden staan al in artikel 7.5.3 en zijn daarmee in 7.5.4 overbodig.

Wij stellen voor artikel 6 lid 4 aan te vullen met: ‘6.6.4 De in artikel 6.4.1 bedoelde vergunning kan niet eerder worden verleend dan nadat de leidingbeheerder gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.’ Wij stellen voor artikel 7.5.4 te wijzigen in: ‘De in artikel 7.5.1 bedoelde vergunning kan niet eerder worden verleend dan nadat de leidingbeheerder gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen dan wel zoveel eerder als het advies is uitgebracht.’

Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding

verbinding

bestemmingsplan – november 2021 Toelichting Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding

1

Inhoud 1

2

Inleiding .............................................................................................................................. 6 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................... 6

1.2

Ligging en begrenzing plangebied .......................................................................................... 8

1.3

Doel en planvorm ................................................................................................................... 9

1.4

Geldende bestemmingsplannen en regelingen...................................................................... 9

1.5

Planproces ............................................................................................................................ 13

1.6

Leeswijzer ............................................................................................................................. 13

Beschrijving huidige situatie .............................................................................................. 14 2.1

2.1.1

Algemeen ................................................................................................................................... 14

2.1.2

Historie....................................................................................................................................... 14

2.1.3

Infrastructuur en landschap ...................................................................................................... 14

2.2

3

Functionele structuur ........................................................................................................... 15

2.2.1

Snelwegen en agrarische gronden............................................................................................. 15

2.2.2

Luchthaven ................................................................................................................................ 15

Beleid en regelgeving ........................................................................................................ 16 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 16

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie.......................................................................................................... 16

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ........................................................................... 17

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening ...................................................................................................... 17

3.1.4

Luchthavenindelingbesluit Schiphol .......................................................................................... 18

3.1.5

Structuurvisie Buisleidingen ...................................................................................................... 18

3.1.6

Inpassingsplan Randstad 380 kV................................................................................................ 18

3.1.7

Nationaal waterplan 2016-2021 ................................................................................................ 19

3.1.8

Beleidsnota mainport en metropool ......................................................................................... 19

3.2

Provinciaal en regionaal beleid............................................................................................. 20

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 ........................................................................................ 20

3.2.2

Omgevingsverordening NH2020................................................................................................ 22

3.2.3

Beleidsagenda Energietransitie 2016-2020 ............................................................................... 22

3.3

4

Ruimtelijke structuur ............................................................................................................ 14

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 23

3.3.1

Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012) ........................................................................... 23

3.3.2

Milieu en klimaat ....................................................................................................................... 24

Nieuwe situatie ................................................................................................................. 26 4.1

Visie op het plangebied ........................................................................................................ 26 Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV verbinding

2

4.1.1

Inleiding ..................................................................................................................................... 26

4.1.2

Duurzaamheid............................................................................................................................ 26

4.2

4.2.1

Tracékeuze ................................................................................................................................. 26

4.2.2

Het voorkeurstracé transformatorstations Vijfhuizen – Nieuwe Meer..................................... 27

4.2.3

Tracé knooppunt Badhoevedorp ............................................................................................... 30

4.3

5

Ruimtelijke structuur ............................................................................................................ 26

Functionele structuur ........................................................................................................... 31

4.3.1

Ondergrondse kabelverbinding en bovengrondse functies ...................................................... 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=35643ba9-32c8-47d6-9a63-c65e27c48258