Rekenkamernota Beheer en onderhoud
Tekst van het document
Grip op beheer en onderhoud Rekenkamernota
Colofon Tekst, vormgeving en drukwerk rekenkamer Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 023 567 6015 E-mail rekenkamer@haarlemmermeer.nl Internet www.haarlemmermeer.nl/rekenkamer
Fotografie Henk Rolvink Fotografie
oktober 2025
2
rekenkamer Haarlemmermeer
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................................................4
2. 2.1 2.2 2.3
Resultaten ........................................................................................................................................................5 Conclusies doeltreffendheid ............................................................................................................................ 5 Conclusies doelmatigheid ................................................................................................................................ 7 Positie van de raad .......................................................................................................................................... 9
3.1 3.2
Aanbevelingen ................................................................................................................................................ 11 Beschouwing .................................................................................................................................................. 11 Aanbevelingen ............................................................................................................................................... 12
3.
3
rekenkamer Haarlemmermeer
1. Inleiding De gemeenteraad van Haarlemmermeer heeft op 4 juli 2024 de motie ‘Sturen op effectief en efficiënt beheer en onderhoud’ unaniem aangenomen. Daarin verzocht de gemeenteraad de rekenkamer onderzoek te doen naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in de gemeente. De aanleiding hiervoor zijn de jaarlijks oplopende kosten van beheer en onderhoud. De gemeenteraad vroeg zich af hoe de gemeente stuurt op de kosten en of het beheer en onderhoud doeltreffender en doelmatiger kan. De rekenkamer is daarom een onderzoek gestart met als hoofdvraag: Welke mogelijkheden hebben de raad en het college om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte te verbeteren? Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Ecorys. De belangrijkste onderdelen van het onderzoek waren een documentenstudie, individuele en groepsgesprekken met raadsleden en binnen de gemeentelijke organisatie, en een benchmark met andere gemeenten. De resultaten zijn vastgelegd in een feitenrapport, dat als bijlage bij deze rekenkamernota is toegevoegd. In deze rekenkamernota worden de conclusies van het onderzoek beschreven. Daarnaast doet de rekenkamer aanbevelingen om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in Haarlemmermeer te verbeteren.
4
rekenkamer Haarlemmermeer
2. Resultaten 2.1
Conclusies doeltreffendheid
De doeltreffendheid omvat de vraag of de gemeente haar doelen rond beheer en onderhoud van de openbare ruimte bereikt. De rekenkamer trekt op basis van het feitenrapport twee conclusies over de doeltreffendheid. 1. Het is deels onduidelijk of het beheer en onderhoud doeltreffend is. Bij vier van de vijf doelen zijn kwaliteitsindicatoren afwezig of minder passend. Ook wordt de mening van de inwoners niet structureel gepeild. De programmabegroting stelt de gemeenteraad in staat om, zowel inhoudelijk als financieel, kaders te stellen. Het programma Kwaliteit fysieke omgeving geeft de werkterreinen van het cluster Beheer & onderhoud (B&O) weer. Binnen dit programma zijn vijf beleidsdoelen geformuleerd (tabel 1). Per beleidsdoel zijn activiteiten met kwaliteitsindicatoren en streefwaarden weergegeven.1 De gemeente doet inspecties om na te gaan of de gewenste streefwaarden worden gehaald. De doelen, kwaliteitsindicatoren en streefwaarden kunnen de gemeenteraad helpen te bepalen welke ambities hij heeft en na te gaan of deze worden gerealiseerd. De rekenkamer constateert dat de gemeente bij vier van de vijf beleidsdoelen geen of minder passende kwaliteitsindicatoren heeft geformuleerd. Dit is het geval bij de beleidsdoelen A (groen), B (afval), C (water) en E (gezond leefklimaat). De taken bij beleidsdoel E zijn belegd bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NKZG).
De OD NKZG voert een aantal wettelijk verplichte en een aantal aanvullende taken voor de gemeente uit. De gemeente heeft voor beide typen taken in de programmabegroting geen kwaliteitsindicatoren en geen streefwaarden opgenomen. Verder doet de gemeente geen onderzoek onder inwoners om hun beleving van de openbare ruimte te vragen. Door het deels ontbreken van (passende) kwaliteitsindicatoren en de keuze van de gemeente om inwoners niet structureel te raadplegen, is het voor de raad niet mogelijk een goede indruk te krijgen van de doeltreffendheid van het gevoerde beleid. Om een volledig beeld van doeltreffendheid te krijgen, is het overigens ook nodig om contextfactoren inzichtelijk te maken die de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte beïnvloeden, zoals droge zomers of hevige stormen. Zo kunnen het resultaat van inspecties van de openbare ruimte en de beoordeling van inwoners beter op waarde geschat worden. Het onderzoek laat zien dat de gemeente de gewenste streefwaarden realiseert daar waar wel (passende) kwaliteitsindicatoren zijn geformuleerd.
1 Inspecties van het areaal om de staat van de openbare ruimte te beoordelen.
5
rekenkamer Haarlemmermeer
Tabel 1 – Doelen van het programma ‘Kwaliteit fysieke omgeving’ A – Groen
Goed onderhouden openbaar groen en bomen, die bijdragen aan een positieve beleving van de openbare ruimte.
B – Afval
Het sturen van afvalstromen naar maximaal hergebruik.
C – Water/riolering
Zorgen voor een adequaat beheer in de openbare ruimte van grondwater, hemelwater en afvalwater.
D – Verhardingen
Gemeentelijke wegen, straten en pleinen zijn goed begaanbaar, schoon en veilig (inclusief civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties).
E – Gezond leefklimaat
Haarlemmermeer biedt een gezond leefklimaat: lucht, bodem, oppervlaktewater en grondwater moeten zo schoon mogelijk zijn en er moet zo min mogelijk hinder zijn van geluid, licht, geur of magneetvelden.
2. De kwaliteit van de openbare ruimte staat onder druk door krimpende budgetten en andere factoren die leiden tot achterstallig onderhoud. In de programmabegroting staat dat de gemeentelijke ambitie voor het programma Kwaliteit fysieke omgeving ‘een schone, duurzame, hele en veilige openbare ruimte’ is. En hoewel het dus lastig is om de doeltreffendheid vast te stellen, komen uit het onderzoek factoren naar voren die de kwaliteit van de openbare ruimte onder druk zetten. Deze factoren komen hieronder aan de orde. a. Naar beneden bijstellen van streefwaarden bij de kwaliteitsindicatoren De streefwaarden in de programmabegroting zijn bij sommige doelen, bijvoorbeeld groen en verhardingen, in de afgelopen jaren naar beneden bijgesteld. De aanleiding was vooral de wens van de raad om budget te besparen. Door de verlaging van de streefwaarden is een lager kwaliteitsniveau mogelijk. Dit betekent minder frequent of minder grondig onderhoud met als gevolg op den duur verslechtering van de staat van de openbare ruimte, achterstallig onderhoud, veiligheidsrisico’s en mogelijk meer klachten van inwoners. Dit roept de vraag op of de doelen op den duur nog gehaald kunnen worden. b. Personeelstekorten De gemeente en bedrijven waaraan de gemeente werk uitbesteedt, hebben te maken met personeelstekorten. De tekorten leiden er toe dat onderhoud later of zelfs helemaal niet wordt uitgevoerd.
In een eerder onderzoek door Berenschot is vastgesteld hoeveel fte’s nodig zouden zijn om de openbare ruimte adequaat te beheren. Deze formatie is tot op heden niet gerealiseerd. In het recente rapport van de rekenkamer over de uitvoeringskracht van de gemeente werd ook gewezen op de personeelstekorten bij de gemeente. c. Een grote vervangingsopgave en langdurige infrastructurele projecten De gemeente staat aan de vooravond van een grote vervangingsopgave van infrastructuur die aan het einde van zijn levensduur is. Een voorbeeld is de vervanging van de riolering. Daarnaast plegen ook andere instanties werkzaamheden aan bestaande infrastructuur, zoals de renovatie van bruggen door Rijkswaterstaat. Zulke complexe en vaak langlopende infrastructurele projecten zorgen voor uitstel van werkzaamheden in de openbare buitenruimte. Langdurig uitstel leidt tot achterstallig onderhoud en het stapelen van tijdelijke hersteloplossingen. Dit heeft als gevolg een lagere kwaliteit van de openbare ruimte en risico’s voor de samenleving.
6
rekenkamer Haarlemmermeer
d. De gehanteerde prijsinflatie-index De door de raad toegekende budgetten worden in de programma’s van de programmabegroting jaarlijks opgewaardeerd met de consumentenprijsinflatie (CPI). Voor het programma Kwaliteit fysieke leefomgeving is deze index lager dan de werkelijke prijsinflatie in de sector. Voor de fysieke leefomgeving zou de index voor de Grond- Weg- en Waterbouw (GWW) van het CBS passender zijn. De reden is dat de marktprijzen in de grond-, weg- en waterbouw sterker stijgen dan de consumentenprijzen. De GWW-prijsindex is dus hoger dan de CPI. Door het gebruik van de CPI neemt het reële budget voor beheer en onderhoud eigenlijk af. Op den duur kan daardoor een structureel tekort aan onderhoudsbudget ontstaan, wat weer leidt tot achterstallig onderhoud en tot een lager kwaliteitsniveau. Daarom wordt het verschil tussen de CPI-index en de werkelijke prijsinflatie elk jaar gecorrigeerd in de Voorjaarsrapportage. Ieder jaar zal deze correctie nodig blijven. e. De toepassing van de areaalsystematiek De oppervlakte te beheren openbare ruimte in Haarlemmermeer (het areaal) groeit sterk door woningbouw, de toename van het aantal inwoners en de aanleg van nieuwe parken. De gemeente past sinds enkele jaren de ‘areaalsystematiek’ toe om budgetten aan te passen op de groei van het aantal inwoners en het aantal woningen in het volgende jaar.
De groei van de oppervlakte te beheren openbare ruimte speelt hierbij geen rol. De systematiek biedt door de kenmerken van Haarlemmermeer (een grote oppervlakte en veel laagbouw) onvoldoende dekking voor het beheer van nieuwe openbare ruimte. De raad heeft daarom besloten dat cluster B&O elk jaar bij de voorjaarsnota extra budget mag aanvragen voor de werkelijke groei van het areaal. f.
2.2
Nieuwe wettelijke voorschriften De gemeente heeft regelmatig te maken met nieuwe voorschriften van bijvoorbeeld het Rijk en de gemeente zelf om steeds duurzamer, energiezuinig, circulair, klimaat adaptief en natuur inclusief te gaan werken. De gemeente wil bijvoorbeeld in het kader van klimaatadaptatie verhardingen vervangen door groen, wat geld kost in aanleg en vervolgens ook in onderhoud. Hiervoor heeft de gemeente geen budgetten beschikbaar zodat de investeringen ten koste gaan van bestaande budgetten voor beheer en onderhoud.
Conclusies doelmatigheid
De doelmatigheid van het beheer en onderhoud heeft betrekking op de vraag of de gemeente de beschikbare middelen (personeel, materieel, geld) optimaal benut. Op basis van het onderzoek trekt de rekenkamer vier conclusies. 1. Haarlemmermeer besteedt minder aan beheer en onderhoud dan andere gemeenten, per inwoner en met name per vierkante kilometer Uit het onderzoek komt het beeld naar voren dat de gemeente Haarlemmermeer binnen de mogelijkheden overwegend doelmatig werkt. In vergelijking met alle Nederlandse gemeenten en in vergelijking met middelgrote gemeenten geeft de gemeente per saldo (opbrengsten min kosten) tussen de 20% en 25% per inwoner minder uit. In tabel 2 staat een overzicht per beleidsdoel. De gemiddelde kosten per inwoner komen uit op circa € 327 voor alle gemeenten, op circa € 340 voor de middelgrote gemeenten en op circa € 252 voor de gemeente Haarlemmermeer.
7
rekenkamer Haarlemmermeer
Tabel 2 – Saldo (= kosten min opbrengsten) per beleidsdoel per inwoner in 2024 2 Beleidsdoel
Alle gemeenten
Gemeenten 100.000200.000 inwoners
Gemeente Haarlemmermeer
Openbaar groen en recreatie (beleidsdoel A)
€ 109
€ 112
€ 78
Afval (beleidsdoel B)
-€ 32
-€ 29
-€ 20
Water/riolering (beleidsdoel C)
-€ 25
-€ 17
-€ 23
Verkeer en parkeren (beleidsdoel D)
€ 221
€ 213
€ 173
Milieubeheer en begraafplaatsen (beleidsdoel E)
€ 54
€ 61
€ 44
Totaal
327
340
252
Een vergelijking met vier benchmarkgemeenten laat zien dat Haarlemmermeer per saldo ongeveer evenveel begroot per inwoner maar per vierkante kilometer minder geld beschikbaar heeft. Het verschil komt neer op ongeveer een derde. Dit komt doordat de gemeente een relatief grote oppervlakte aan openbare ruimte heeft. Tabel 3 - Benchmark begroting beheer en onderhoud voor 20253 Gemeente
Aantal inwoners
Begroting per inwoner
Oppervlakte groen en verhardingen
Begroting per km² openbare ruimte
Haarlemmermeer
162.000
€ 253 per inw.
21,9 km²
€ 1.874 per km²
Alkmaar
113.000
€ 174 per inw.
11,1 km²
€ 1.774 per km²
Nissewaard
88.000
€ 280 per inw.
5,0 km²
€ 1.771 per km²
Purmerend
95.000
€ 298 per inw.
8,7 km²
€ 3.237 per km²
Zoetermeer
128.000
€ 260 per inw.
14,0 km²
€ 2.388 per km²
Een lager bedrag per oppervlakte wijst nog niet onomstotelijk op een hoge doelmatigheid. Het geeft echter wel een indicatie, omdat de onderliggende variabelen bij de benchmark-gemeenten vergelijkbaar zijn. 2. Een verlaging van de kwaliteitsindicatoren leidt tot hogere kosten op termijn In de afgelopen jaren hebben de raad en het college het beschikbare budget bij verschillende beleidsdoelen verlaagd. De budgetten voor dagelijks beheer en onderhoud konden zo worden beheerst. Daardoor moesten de streefwaarden per beleidsdoel neerwaarts worden bijgesteld. Tegelijkertijd neemt de intensiteit van het gebruik van de openbare ruimte in de gemeente Haarlemmermeer toe als gevolg van woningbouw en zwaarder verkeer. Een verlaging van de streefwaarden heeft een negatief effect op de doelmatigheid op termijn want het achterstallig onderhoud neemt toe en investeringen worden vooruitgeschoven. Dit leidt op den duur tot hogere kosten om de kwaliteit weer op niveau te brengen. 3. Vertraging bij de uitvoering van projecten leidt tot hogere kosten die niet gedekt worden De raad geeft goedkeuring aan projecten en de bijhorende investeringen voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Ook komt het voor dat andere partijen dan de gemeente projecten uitvoeren in de openbare ruimte. Voorbeelden zijn het aanleggen van een Warmtenet in Rijsenhout of het onderhoud van een brug door Rijkswaterstaat.
De uitvoering van projecten loopt regelmatig vertraging op. De vertragingen 2 Bron: StatLine - Gemeentebegrotingen; baten en lasten naar regio en grootteklasse 3 Bron: diverse bronnen van de gemeenten (2025)
8
rekenkamer Haarlemmermeer
kunnen verschillende oorzaken hebben (zie ook het rekenkameronderzoek Uitvoeringskracht). De uitvoeringskosten, zowel loon- als materiaalkosten, stijgen als gevolg van de inflatie sterk, terwijl de reeds toegekende budgetten voor beheer en onderhoud niet worden geïndexeerd. Tegelijkertijd is het soms nodig om levensduur verlengende maatregelen te nemen, terwijl hiervoor geen dekking is in de begroting. 4. Meerwerk ontstaat doordat cluster B&O te weinig betrokken is bij de vormgeving van de openbare ruimte Het Ingenieursbureau van de gemeente is verantwoordelijk voor de opdrachtverlening aan aannemers om projecten in de openbare ruimte uit te voeren. Het uitgevoerde werk wordt daarna voor onderhoud overgedragen aan cluster Beheer en onderhoud (B&O), Het cluster B&O constateert regelmatig dat het uitgevoerde werk niet geheel voldoet aan de eisen en maatstaven voor doelmatig onderhoud. De correcties of meerwerk die het gevolg zijn van het gebrek aan afstemming leiden tot kosten die niet gedekt zijn.
2.3
Positie van de raad
In het onderzoek is gekeken naar de positie van de raad bij beheer en onderhoud: welke informatie ontvangt de raad en kan de raad zijn kaderstellende en controlerende rollen goed vervullen op basis van die informatie? De rekenkamer trekt twee conclusies over de positie van de raad. 1. De raad is niet goed in staat om tijdig en adequaat te sturen op beheer en onderhoud De gemeenteraad ontvangt veel informatie over de staat van het beheer en onderhoud. Voorbeelden hiervan zijn de programmabegroting, de voorjaarsrapportage, beheerplannen en beleidsnota’s over specifieke onderwerpen. Deze stukken geven de raad in theorie de noodzakelijke informatie om zijn kaderstellende en controlerende rol in te vullen. Ondanks de veelheid aan informatie concludeert de rekenkamer dat het voor de gemeenteraad lastig om is zich een goed beeld te vormen van de doeltreffendheid (en ook van de doelmatigheid), als kwaliteitsindicatoren ontbreken of minder passend zijn. Raadsleden4 zelf vinden de samenhang in de begrotingen uit de P&C cyclus (voorjaarsnota en programmabegroting) onvoldoende duidelijk om hun controlerende taak goed uit te kunnen voeren. Ook geven raadsleden aan dat zij behoefte hebben om meer bij de beleidsvoorbereiding te worden betrokken. Het beeldkwaliteitsplan wordt maar eens in de vijf jaar herzien, zodat het voorkomt dat een zittende raad zich daarover niet kan uitspreken.
De spreektijden tijdens het raadsplein geven raadsleden te weinig tijd om dieper in te gaan op wat hij wil bereiken in de samenleving en welke kwaliteitsindicatoren daarmee samenhangen. 2. Raadsleden voelen zich met regelmaat verrast door voorstellen van het college voor toekenning van extra budget Het college kan in de voorjaarsnota voorstellen voor aanvullende budgetten doen aan de gemeenteraad. In de najaarsrapportage worden soms correcties en aanvragen voor aanvullende budgetten voor het lopende jaar doorgevoerd. Redenen voor het aanvragen van aanvullende budgetten kunnen zijn: • Beheer- en onderhoudswerkzaamheden die nodig zijn voor het halen van de beleidsdoelen uit de programmabegroting, bijvoorbeeld een incidentele aanvraag voor extra budget voor achterstallig snoeionderhoud5. • De uitvoering van niet eerder voorziene werkzaamheden met betrekking tot (groot) onderhoud die vragen om een aanvullend budget (investeringen), als gevolg van nieuw rijksbeleid, inspecties en/of herstelwerkzaamheden bij incidenten (zoals een storm).
4 Deze resultaten zijn gebaseerd op een groepsgesprek met raadsleden tijdens het onderzoek. Tijdens dit groepsgesprek was een
gevarieerde afspiegeling van de gemeenteraad aanwezig. 5 De beheerplannen (2024-2028)5 laten zien dat dit incidenteel extra budget in 2024 en 2025 is aangevraagd.
9
rekenkamer Haarlemmermeer
• •
Het jaarlijks corrigeren voor het verschil tussen het berekende budget volgens de areaalsystematiek en het budget dat nodig is voor de werkelijke groei van de openbare ruimte. Het jaarlijks corrigeren van het budget voor het verschil in prijsinflatie volgens de CPI-prijsindex en de werkelijke prijsinflatie in de sector.
Door de correcties en aanvragen van aanvullende budgetten krijgen raadsleden het gevoel dat de budgettaire controle onvoldoende is.
10
rekenkamer Haarlemmermeer
3. Aanbevelingen In dit hoofdstuk doet de rekenkamer een aantal aanbevelingen aan de raad en het college, gericht op het verbeteren van de doelmatigheid en doeltreffendheid.
3.1
Beschouwing
De raad signaleerde dat de kosten van het programma Kwaliteit fysieke omgeving jaarlijks stijgen en vroeg zich af of het beheer en onderhoud van openbare ruimte in Haarlemmermeer doeltreffender en doelmatiger kan. De rekenkamer concludeert dat het voor de raad lastig is om een goed beeld van de doeltreffendheid van het beleid bij beheer en onderhoud te krijgen. Bij verschillende doelen in de programmabegroting worden geen of minder passende kwaliteitsindicatoren gebruikt. Ook wordt de mening van inwoners over de kwaliteit en de beleving van de openbare buitenruimte niet gevraagd. Wel is het in algemene zin lastig om de samenhang tussen inzet van middelen en effecten in de samenleving vast te stellen. Dat komt doordat een groot aantal contextfactoren van invloed is op dit effect, die deels buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen (zoals bijvoorbeeld een heel natte of juist een heel droge zomer). Door passende kwaliteitsindicatoren te gebruiken, het perspectief van inwoners te betrekken en daarnaast relevante contextfactoren te benoemen, kan de raad wel een beter beeld van de doeltreffendheid krijgen dan nu het geval is.
Ondanks dat het lastig is uitspraken te doen over de doelmatigheid als de doeltreffendheid niet kan worden vastgesteld, constateert de rekenkamer op basis van het onderzoek van Ecorys dat er geen reden is om aan te nemen dat beheer en onderhoud niet doelmatig is. Sterker nog, de indruk is dat de gemeente veel werk voor relatief weinig geld verzet. De gemeente probeert kostenbesparend te werk te gaan door de streefwaarden bij de kwaliteitsindicatoren te verlagen. Dat de gemeente minder geld per vierkante kilometer aan de openbare buitenruimte besteedt dan andere gemeenten is ook een indicatie. Daarentegen laat het onderzoek zien dat lagere kosten op de korte termijn gevolgen kunnen hebben voor de doelmatigheid en doeltreffendheid op de langere termijn. Het onderzoek toont verschillende factoren die de kwaliteit van de openbare ruimte op langere termijn bedreigen en tot hogere kosten leiden op langere termijn. Het naar beneden bijstellen van streefwaarden in de afgelopen jaren leidt tot een lagere kwaliteit en achterstallig onderhoud in de openbare ruimte. Na een aantal jaren zijn inhaaloperaties nodig om het achterstallig onderhoud in te lopen. Verder kunnen complexe, langdurige infrastructurele projecten en personeelstekorten bij de gemeente en aannemers leiden tot uitgesteld onderhoud en daarmee tot een lagere kwaliteit van de openbare buitenruimte.
Een belangrijke conclusie is verder dat het beheer en onderhoud van de gemeente te krap wordt begroot. Dit komt doordat de gehanteerde prijsindex onvoldoende compenseert voor de werkelijke prijsstijgingen in de sector van de afgelopen jaren. Daarnaast worden de kosten van het beheer van nieuw areaal aan openbare ruimte (door woningbouw) berekend op basis van de areaalsystematiek. Voor deze twee aspecten in de wijze van budgettering wordt jaarlijks gecorrigeerd in de voorjaarsrapportage. Dit is geen kwestie van budgettaire discipline bij cluster B&O, maar het gevolg van de afspraken die gemaakt zijn voor de planning- en controlcyclus. Daarnaast zorgen nieuwe wettelijke voorschriften of wensen van de gemeente zelf (bijvoorbeeld om klimaat-adaptief te zijn), evenals levensduur verlengende maatregelen bij uitgesteld onderhoud, voor meer beheer- en onderhoudskosten die niet in de begroting zijn opgenomen. Door deze oorzaken neemt het reële budget voor beheer en onderhoud af, wat op termijn ten koste gaat van de kwaliteit van de fysieke omgeving. 11
rekenkamer Haarlemmermeer
Het gevolg van de krappe begroting is bovendien dat het college jaarlijks ad hoc aanvragen doet bij de gemeenteraad voor extra budget, bijvoorbeeld om herstelwerkzaamheden te doen na een incident of voor de uitvoering van nieuw rijksbeleid. De confrontatie met deze onverwachte extra budgetaanvragen maakt dat de raad te weinig grip heeft op de uitvoering van het beleid en de daaraan gekoppelde budgetten. De raad wil eerder betrokken worden in de beleidsvorming en beter geïnformeerd zodat hij de consequenties van gemaakte keuzes, zowel kwalitatief als financieel, kan overzien en daar ook iets van kan vinden.
3.2
Aanbevelingen
Op basis van dit onderzoek adviseert de rekenkamer de gemeenteraad om het college te verzoeken de volgende aanbevelingen op te volgen. 1. Begroot de budgetten voor beheer en onderhoud realistischer. Dit kan bijvoorbeeld door: a. De prijsinflatie voor de budgetten van Beheer en onderhoud met de GWW-index van het CBS te berekenen in plaats van met de CPI-index. b. Alle budgetten jaarlijks te indexeren voor prijsstijgingen, ook die van vertraagde of uitgestelde projecten. c. Budgetten die nodig zijn om te voldoen aan wettelijke voorschriften in de begroting op te nemen. d. Een wijze van budgettoekenning te overwegen die de groei van het te beheren areaal aan openbare ruimte structureel incalculeert. Dit als vervanging van de areaalsystematiek en voor de jaarlijkse correctie die daardoor nodig is. e. Een pilot te overwegen met een rolling forecast. Een rolling forecast maakt het mogelijk om flexibeler in te spelen op veranderende omstandigheden. 2. Betrek de raad in de beleidsvoorbereiding, bijvoorbeeld door minstens een maal per raadsperiode een bijeenkomst te organiseren waarin de raadsleden zich kunnen uitspreken over de gewenste effecten van beheer en onderhoud in de samenleving, de formulering van de doelen en het gewenste kwaliteitsniveau van de activiteiten. 3.
Verbeter de kwaliteit en bruikbaarheid van de kwaliteitsindicatoren van de vijf beleidsdoelen bij het programma Kwaliteit fysieke omgeving. Bepaal de streefwaarden zodanig dat ze ook op lange termijn bijdragen aan doeltreffendheid en doelmatigheid van Beheer en onderhoud. Neem ook kwaliteitsindicatoren op voor beleidsdoel E en vraag de Omgevingsdienst informatie aan te leveren zodat de raad kan beoordelen of doelen worden behaald. Overweeg om ook het perspectief van inwoners mee te nemen en relevante contextfactoren inzichtelijk te maken. 4. Onderzoek op welke wijze de uitvoeringscapaciteit voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte zowel intern bij cluster B&O en het Ingenieursbureau als extern bij aannemers vergroot of doelmatiger ingezet kan worden. Onderzoek bijvoorbeeld ook hoe de gemeente de samenleving hierin kan betrekken (denk bijvoorbeeld aan inwoners die een groenstrook bij hun huis onderhouden). Bekijk daarnaast met het Ingenieursbureau hoe het cluster B&O structureel betrokken kan worden in de projectvoorbereiding.
12
rekenkamer Haarlemmermeer