Reactie dhr. Hagmeijer op nota van zienswijzen Bestemmingsplan Hoofddorp Bornholm 50.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad van de Haarlemmermeer.
Reactie op Nota van Zienswijzen door reclamant 1 behoort tot het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Hoofddorp Borbholm 50
Teksten uit nota van zienswijzen zijn in cursief lettertype weergegeven Reactie op Nota van Zienswijzen, dus de teksten van reclamant 1, zijn in staand lettertype weergegeven B. Beoordeling zienswijzen door gemeente Haarlemmermeer Reclamant 1. Ad 1.2 A Reclamant merkt op dat de Omgevingswet in 2023 van kracht wordt en dat daarom dit plan volgens de kaders van de Omgevingswet beoordeeld moet worden op positieve en negatieve effecten ten aanzien van de huidige situatie. Reclamant heeft daartoe zelf een lijst gemaakt met elf punten. Reactie De inwerkingtreding van de Omgevingswet is op 1 januari 2024. Zolang de Omgevingswet nog niet geldt, kan deze ook niet dienen als formeel toetsingskader. Reactie van Reclamant 1 op reactie Ad 1.2 A Naar aanleiding van het huidige gegeven dat de datum van inwerkingtreding Omgevingswet 1 januari 2024 is het volgende: Op de datum van indiening van de zienswijzen, 31-8-2022, was de vastgestelde datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet 1 januari 2023. Zie onderstaand overzicht en specifiek de kop “invoering meermaals uitgesteld”. Invoering meermaals uitgesteld. “De inwerkingtreding van de Omgevingswet is verschillende malen uitgesteld.
In juli 2017 werd de geplande datum van 1 juli 2019 uitgesteld naar een nog te bepalen datum.[3] Op 6 oktober 2017 werd bekend dat de nieuwe datum voor de inwerkingtreding 1 januari 2021 zou zijn, maar mede vanwege de coronacrisis in 2020 werd deze opnieuw uitgesteld tot 1 januari 2022.[4] Op 27 mei 2021 maakte de Rijksoverheid bekend dat de nieuwe datum voor de inwerkingtreding 1 juli 2022 werd. Dit zou het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties meer ruimte geven om de implementatie van de wet op een zorgvuldige en verantwoorde wijze af te ronden.[5] In februari 2022 werd bekend dat de invoering opnieuw werd uitgesteld, dit keer tot 1 januari 2023.[6] Op 14 oktober 2022 werd bekend dat de invoering opnieuw werd uitgesteld, dit keer tot 1 juli 2023.[7] In januari 2023 werd de invoering weer uitgesteld tot 1 januari 2024.[8] Op 14 maart 2023 ging de Eerste Kamer met 41 tegen 29 stemmen uiteindelijk akkoord met de ingangsdatum van 1 januari 2024.[9] “
Conclusie : Reclamant 1 is op 31-8-2022, moment van indiening van de zienswijze uitgegaan de meest recente bekende gegevens. Naderhand is genoemde datum diverse malen van
overheidswege gewijzigd. Genoemde opmerking van beoordelaar van de gemeente Haarlemmermeer is buitenproportioneel, volledig overbodig en irrelevant.
Ad 1.2 B Onduidelijk is waarop de aangereikte lijst gebaseerd is en waarom alleen die punten afgewogen zouden moeten worden. Zo ontbreken bijvoorbeeld de positieve effecten voor het algemeen belang, zoals meer woningen en meer zorgeenheden. Ook wordt voorbij gegaan aan het wettelijk vastgelegde uitgangspunt van verdichten binnen bestaand stedelijk gebied. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt stilgestaan bij alle effecten van het plan en wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving en het geldende beleid. Het plan zal inderdaad leiden tot enkele negatieve effecten voor de omgeving, bijvoorbeeld meer verkeersbewegingen op bepaalde wegdelen, een ander uitzicht en minder oppervlak aan groen. In de toelichting wordt beoordeeld of die effecten passen binnen geldende wet- en regelgeving en binnen het beleid en of die aanvaardbaar zijn. Er zijn echter ook positieve effecten, zoals een bijdrage aan het oplossen van de woningnood, meer voorzieningen en meer zorg. Uiteindelijk komt het dan neer op een afweging van allerlei factoren en belangen Reactie van Reclamant 1 op reactie Ad 1.2 B Meer verkeersbewegingen en meer woningen binnen het plangebied leidt tot meer uitstoot van schadelijke stoffen binnen het vastgestelde plangebied.
De strekking van de Omgevingswet is helder: De genoemde Omgevingswet is bedoeld om de fysieke (natuurlijke) leefomgeving binnen een specifiek gebied te verbeteren en daarmee ook de kwaliteit van leven binnen dat gebied te optimaliseren.
Ad 1.3 Compensatie negatieve effecten Reclamant stelt dat elk negatief effect ook gecompenseerd moet worden, zoals vermindering groenstroken (vermindering zuurstofproductie), toename CO2 productie, verslechtering luchtkwaliteit, vermindering waterbergend vermogen. Reactie Er is geen wet- of regelgeving die bepaalt dat negatieve effecten per definitie gecompenseerd moeten worden. Het hoogheemraadschap van Rijnland stelt wel eisen ten aanzien van watercompensatie, als er meer verhard oppervlak gecreëerd wordt. Aan die eisen wordt voldaan. Voor het overige wordt in de toelichting onderbouwd welke effecten het plan heeft en waarom die effecten toelaatbaar zijn Reactie van Reclamant 1 op reactie Ad 1.3 Compensatie negatieve effecten. De strekking van de Omgevingswet is helder: De genoemde Omgevingswet is bedoeld om de fysieke (natuurlijke) leefomgeving binnen een specifiek gebied te verbeteren en daarmee ook de kwaliteit van leven binnen dat gebied te optimaliseren. Reclamant 1 kan op basis van genoemde strekking niet anders concluderen dan dat binnen het plangebied optredende negatieve effecten binnen dat zelfde specifieke plangebied met positieve effecten gecompenseerd dienen te worden. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ad 1.4 Bouwhoogte Reclamant vraagt zich af waarom de bouwhoogte in het gebied verhoogt ( lees: verhoogd) wordt naar 35 m, waar het huidige bestemmingsplan ruimte biedt tot 20 m. Reactie De bouwhoogte van maximaal 32m en maximaal 10 bouwlagen is beperkt tot een klein deel van het plangebied (rood omrand in afbeelding). In datzelfde blok is een deel van 20m (blauw) en 23m (oranje) toegestaan. Alle overige bebouwing is lager. In de wet is vastgelegd dat stedelijke functies (zoals woningbouw en zorg) primair binnen stedelijk gebied gerealiseerd dienen te worden. Dit betekent automatisch verdichten en dus ook waar mogelijk de hoogte in. Er is gekozen om met maximaal 4 lagen en maximaal 11m hoogte aan te sluiten bij de omliggende woningen aan de kant van Skagerrak en Engelsholm. Richting de kruising Van Heuven Goedhartlaan – Kruisweg loop de hoogte in stappen op met bij de kruising een accent van 32m. Dit is stedenbouwkundig onderbouwd
Reactie van Reclamant 1 op reactie Ad 1.4 Bouwhoogte Verhoging van de bouwhoogte leidt tot mogelijkheid om meer wooneenheden te kunnen bouwen met alle reeds vermelde negatieve bijbehorende effecten binnen het genoemde specifieke plangebied e.e.a. zoals eerder in de Zienswijze verwoord bij de bouw van de 225 woningen. Deze negatieve effecten dienen uiteraard binnen het specifieke plangebied gecompenseerd te worden. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Ad 1.5 Tijdspad en fasering en effecten op omgeving van sloop en bouw Reclamant vindt dat voor vergunningverlening een eenduidig faseringsplan voor de realisatie gemaakt moet worden, waarin het tijdspad per optredende fase wordt weeggegeven. Hierin moet de bereikbaarheid van de locaties in het kader van leveranties en mogelijk plotseling optredende calamiteiten (Brandweer, politie en GGD) worden vastgelegd. Daardoor wordt ook de doorlooptijd duidelijk Reactie Op dit moment ligt het bestemmingsplan ter beoordeling voor. Het bestemmingsplan is gebaseerd op toelatingsplanologie. Fasering en doorlooptijd worden hierin niet vastgelegd. Het genoemde onderwerp is niet iets wat in deze procedure aan de orde komt. Onderdeel van de (latere) vergunningverlening is een bouwveiligheidsplan. Daarin wordt o.a.
ingegaan op veiligheid op de wegen, aanvoerroutes, bereikbaarheid en het voorkomen van overlast voor de omgeving tijdens de bouw. Reactie van Reclamant 1 op reactie Ad 1.5. Tijdspad en fasering en effecten op omgeving van sloop en bouw. Alle reeds door reclamant genoemde onderwerpen komen bij de uiteindelijke vergunningaanvrage ter sprake. De door beoordelaar voorgestelde struisvogelpolitiek (in een latere fase toevoegen van voorwaarden) leidt alleen maar tot verkwisting van pecunia, op te brengen door de inwoners van de Haarlemmermeer of door de vergunning-aanvrager. E.e.a. is wel erg kortzichtig en past niet (meer)in deze tijd. Duidelijkheid naar elkaar scheppen is de huidige visie en het huidige motto. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Ad 1.6 Diverse onderwerpen met betrekking tot de bouwfase • Reclamant vraagt zich af hoe Amstelring emissiearm of – loos gaat bouwen.
• Reclamant gaat ervan uit dat een geluidarme bouwmethodiek voorgeschreven wordt. Hij wijst erop dat de Circulaire Bouwlawaai 2010 van kracht is voor het project. • Reclamant vraagt aandacht voor het bouwverkeer en het effect daarvan op het reguliere verkeer. • Reclamant stelt dat Huisvesting en parkeergelegenheid voor opdrachtgever en aannemers moet binnen het plangebied moet worden opgelost. Reactie Op dit moment ligt het bestemmingsplan ter beoordeling voor. De genoemde onderwerpen zijn uitvoeringszaken rondom de sloop- en bouwwerkzaamheden die niet in deze procedure aan de orde komen. Onderdeel van de (latere) vergunningverlening is een bouwveiligheidsplan. Daarin wordt ingegaan op veiligheid op de wegen, aanvoerroutes, bereikbaarheid en het voorkomen van overlast voor de omgeving tijdens de bouw. Reactie van Reclamant 1 op reactie Ad 1.6 Diverse onderwerpen met betrekking tot de bouwfase. Zie reactie van Reclamant 1 op reactie Ad 1.5, Tijdspad en fasering en effecten op omgeving van sloop en bouw.
Tot zover mijn reactie op de Nota van Zienswijzen Bestemmingsplan Hoofddorp Bornholm 50. Met vriendelijke groet Jan Hagmeijer