CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Jaarstukken 2025 (13262720)

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 11 juni 2026, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RAADSDEBAT 1 – Raadzaal 19.00 - 20.30 uur: RV Jaarstukken 2025 (13262720)3.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Haarlemmermeer

raadsvoorstel Onderwerp

portefeuillehouder inlichtingen Collegevergadering

Jssrstukken 2025 mr. drs. Beryl van Straten Marga Heijenk 21 april 2026

Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

13262720 1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. de Jaarstukken 2025 vast te stellen, met een gerealiseerd voordelig resultaat van € 20,738 miljoen en dit toe te voegen aan de Algemene dekkingsreserve; 2. € 3,552 miljoen te bestemmen voor budgetoverhevelingen ten laste van de Algemene dekkingsreserve en hiertoe vast te stellen de 10e begrotingswijziging van 2026; 3. de bestemmingsreserve Realisatiestimulans woningbouw in te stellen en ten laste van de Algemene dekkingsreserve € 5,313 miljoen te storten in deze reserve; 4. het restant voordelig resultaat van € 11,873 miljoen te onttrekken aan de Algemene dekkingsreserve en toe te voegen aan de reserve Schaalsprong; 5. voor de verwerking van de beslispunten 3 en 4 de lle begrotingswijziging van 2026 vast te stellen; 6. de begrotings- en de kredietoverschrijdingen conform het 'Overzicht begrotings- en kredietoverschrijdingen' te autoriseren; 7. in te stemmen met de rechtmatigheidsverantwoording; 8. in te stemmen met een bedrag van € 8,407 miljoen als 13e kredietverstrekking van 2026 voor het doorschuiven van in 2025 vrijgegeven restantjaarschijven van investeringen naar 2026. 2.

Samenvatting

Met de Jaarstukken 2025 leggen we financiële en beleidsmatige verantwoording af over de beleidsdoelen en activiteiten uit de Programmabegroting 2025-2028. Wij moeten de jaarstukken vóór 15 juli 2026 aanleveren bij de provincie Noord-Holland in verband met het interbestuurlijk toezicht. In de Najaarsrapportage 2025 werd rekening gehouden met een voordelig resultaat van € 5,707 miljoen. We hebben over 2025 een voordelig resultaat behaald van € 20,738 miljoen (zie voor een toelichting hierop het hoofdstuk 'Resultaat overzicht baten en lasten' van de Jaarstukken 2025). Voorgesteld wordt om € 3,552 miljoen aan niet-bestede budgetten over te hevelen naar 2026, zoals toegelicht in het hoofdstuk 'budgetoverhevelingen' van de Jaarstukken 2025. Het netto resultaat komt daarmee uit op € 17,186 miljoen voordelig. Hiervan wordt voorgesteld € 5,313 miljoen te storten in de nieuw in te stellen bestemmingsreserve Realisatiestimulans woningbouw.

Jaarstukken 2025

pagina 2

Door het instellen van een aparte bestemmingsreserve realisatiestimulans woningbouw kunnen we de middelen die we de komende jaren hiervoor gaan ontvangen voor dit doel reserveren. De ontvangsten en uitgaven zullen vaak niet in hetzelfde jaar liggen waardoor we zo overzicht houden over de besteding van deze middelen. Er zullen nog nadere afspraken worden gemaakt over de exacte inzet van deze middelen binnen de woningbouwopgave. Voorgesteld wordt om het daarna resterende bedrag van € 11,873 miljoen toe te voegen aan de Reserve schaalsprong. Voor het realiseren van de Schaalsprong wonen zijn investeringen in infrastructuur, supra bovenwijks groen en maatschappelijke voorzieningen (onderwijs en sport) noodzakelijk. Door tijdig financiële middelen 'vooruit te sparen' borgen we dat woningbouw en de bijbehorende voorzieningen in balans met elkaar kunnen worden ontwikkeld. Dit is nodig voor de tijdige realisatie van nieuwe woningen, het mede voorkomen van vertragingen in de realisatie daarvan en het voldoen aan de resultaatverplichtingen die vastzitten aan verleende rijkssubsidies. Dit laatste voorkomt (gedeeltelijke) terugbetaling van omvangrijke verkregen subsidies. Bij het instellen van de reserve Schaalsprong (2020.0000409) is afgesproken bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat een incidentele storting in de Reserve Schaalsprong aan de raad voor te stellen.

Verder wordt voorgesteld met de rechtmatigheidsverantwoording in te stemmen. Uit deze verantwoording blijkt dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen of waar onduidelijkheid over is € 16,5 miljoen bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 12,7 miljoen. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, is volgens ons een bedrag van € 0,1 miljoen acceptabel op basis van door de gemeenteraad vastgestelde afspraken. Het betreft hier overschrijdingen van lasten die gedekt worden door een bijdrage van derden. De resterende € 16,4 miljoen zijn onrechtmatig tot stand gekomen lasten als gevolg van het niet voldoen aan het voorwaardencriterium. Dit laatste betreft voornamelijk het aanbestedingsbeleid, waarbij € 12,7 miljoen wordt veroorzaakt door de opvang ontheemden uit Oekraïne waar de raad al over geïnformeerd is. Ook wordt voorgesteld om een bedrag van € 8,4 miljoen aan voor 2025 vrijgegeven restantjaarschijven van kredieten door te schuiven naar 2026 (zie voor een toelichting hierop het hoofdstuk 'Restantkredieten'). 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?

Met de Jaarstukken 2025 leggen we beleidsmatige en financiële verantwoording af over het jaar 2025. 3.2

Wat gaan we daarvoor doen?

In de Jaarstukken 2025 geven we antwoord op de volgende drie W-vragen: • Wat wilden we bereiken? • Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? • Wat heeft het gekost? De jaarstukken bestaan uit twee onderdelen, te weten het jaarverslag en de jaarrekening. Het onderdeel jaarverslag omvat de verantwoording per programma over de uitvoering van de beleidsvoornemens. Hierbij wordt antwoord gegeven op de eerste twee W-vragen. In de verplichte paragrafen wordt aanvullende informatie gegeven over programma-overstijgende onderwerpen zoals lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, bedrijfsvoering, grondbeleid, financiering, verbonden partijen en

pagina 3

Jaarstukken 2025

Openbaarheid Wet open overheid (Woo). Dit onderdeel bevat ook de niet verplichte paragrafen vastgoed, subsidies en toezichtinformatie. De jaarrekening bevat de financiële verantwoording, bestaande uit de balans, het overzicht van baten en lasten en een toelichting op beide. In de jaarrekening is ook de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Rekeningresultaat 2025

We hebben over 2025 een voordelig resultaat behaald van € 20,738 miljoen. In de Najaarsrapportage 2025 werd rekening gehouden met een voordelig resultaat van € 5,707 miljoen. Het verschil ad € 15,031 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door het saldo van incidentele voor- en nadelen die nog niet bekend waren bij het opstellen van de Najaarsrapportage 2025. Omdat het resultaat over 2025 vooral incidenteel van aard is blijft er sprake van een negatief meerjarenbeeld vanaf 2028. In het hoofdstuk 'Verloop jaarrekeningresultaat' is een samenvatting van de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de vastgestelde programmabegroting opgenomen. In onderstaande tabel worden vanuit deze samenvatting de grootste verschillen ten opzichte van de stand van de Najaarsrapportage 2025 uitgelicht. Deze verschillen zijn incidenteel van aard. Omschrijving Specifieke uitkering (SPUK) Realisatiestimulans Voorziening pensioenverplichting wethouders Lagere lasten Jeugdzorg zonder verblijf Algemene uitkering, decembercirculaire Zonnepanelen, schitteringsproblematiek Leges omgevingsvergunningen

Bedrag x € 1.000 5.313 3.429 2.735 1.572 1.400 -5.509

Toelichting op de grootste verschillen Specifieke uitkering Realisatiestimulans Het Rijk heeft op 5 november 2025 de SPUK lijdelijke regeling realisatiestimulans (realisatiestimulans) vastgesteld. Met deze uitkering steunt het Rijk alle gemeenten in Nederland bij het realiseren van betaalbare woningen, met zo min mogelijk administratie. We hebben de bijdrage aangevraagd voor alle woningen waarvan de start van de bouw in 2025 was en binnen het betaalbare segment vallen (projecten die eerder een Rijksbijdrage uit bijvoorbeeld de Woningbouwimpuls hebben ontvangen uitgezonderd). De bijdrage bedraagt € 7.000 per woning. In totaal gaat het over een bedrag van € 5,313 miljoen. Op basis van deze aanvraag wordt de subsidie na controle door de accountant verstrekt. Hoewel de middelen in 2026 aan ons worden uitgekeerd, moeten zij - op grond van regelgeving van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) - worden opgenomen in de Jaarrekening 2025. Op het moment van het opstellen van de Najaarsrapportage 2025 was dit niet bekend. De regeling is bedoeld om lokale woningbouw te versterken en biedt gemeenten de vrijheid om de middelen te besteden op de manier die het beste bij hun woningbouwopgave past.

We kunnen de middelen bijvoorbeeld gebruiken voor investeringen in maatschappelijke voorzieningen in de gebiedsontwikkelingen, het opzetten van een fonds voor betaalbare woningbouw of het reserveren van de middelen voor toekomstige projecten. Het doel is om de middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten zodat een zo'n groot mogelijk maatschappelijk effect wordt bereikt. Om de raad in staat te stellen hierover een weloverwogen besluit te nemen, wordt voorgesteld deze middelen te storten in de nieuw in te stellen bestemmingsreserve Realisatiestimulans woningbouw. Deze reserve is bedoeld om woningbouw in de brede zin te

Jaarstukken 2025

pagina 4

stimuleren op een zo efficiënt mogelijk manier die het beste bij onze woningbouwopgave past. Voor de exacte bestemming van deze middelen ontvangt de raad in 2026 een afzonderlijk voorstel, waarin de mogelijke bestedingsdoelen worden uitgewerkt en ter besluitvorming worden voorgelegd. Voorziening pensioenverplichting wethouders Per 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel en wordt de pensioenvoorziening overgedragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Hierdoor moet een eenmalige kapitaalstorting aan het ABP gedaan worden. Uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties (BZK) is gebleken dat onze voorziening ultimo 2024 ruim voldoende is om de overdrachtswaarde per 1 januari 2028 te kunnen voldoen. Rekening houdend met de ontwikkelingen in 2025 kan een bedrag van € 3,429 miljoen vrijvallen. De belangrijkste oorzaak van deze vrijval is de hogere rekenrente per 31 december 2025 (2,954% eind 2025 ten opzichte van 2,325% op de actuariële waardeberekeningen per 31 december 2024). Jaarlijks wordt de stand van de voorziening geactualiseerd tot en met de overdracht naar ABP per 1 januari 2028. Vanaf dat moment zal een voorziening niet langer nodig zijn.

Lagere lasten Jeugdzorg zonder verblijf In de Najaarsrapportage 2025 is geconstateerd dat in de eerste maanden van het jaar voor jeugd GGZ 10% meer uren zorg per jeugdige zijn geleverd dan in voorgaand jaar. Wij hebben de kostenstijging die hiermee samenhangt voor de rest van het jaar doorgetrokken en incidenteel verwerkt in de Najaarsrapportage 2025. Uiteindelijk zijn er in het laatste halfjaar van 2025 minder uren geleverd door de zorgaanbieders dan voorgaand jaar. Hierdoor ontstaat een incidentele onderschrijding. Algemene uitkering, decembercirculaire Op 16 december 2025 is de decembercirculaire van het gemeentefonds gepubliceerd. Over de uitkomsten is de raad geïnformeerd per brief van 27 januari 2026 (kenmerk XS-25121710.1782). De uitkering voor 2025 is met € 1,084 miljoen verhoogd. Van dit voordeel heeft € 0,805 miljoen betrekking op taakmutaties. Omdat de middelen voor deze taakmutaties pas in december zijn toegekend door het Rijk, wordt voor een aantal mutaties een voorstel tot budgetoverheveling gedaan. Daarnaast is er een voordeel van € 0,4 miljoen over de afrekening over het uitkeringsjaar 2023. Dit wordt veroorzaakt door de definitieve vaststelling van de Waardering onroerende zaken (Woz)-waarden waardoor de uitkeringsfactor met twee punten is verhoogd.

Zonnepanelen, schitteringsproblematiek In 2025 heeft het college van B&W ingestemd (12444387) met de vaststellingsovereenkomst met de Groene Energie Corridor (DGEC) inzake de schitteringsproblematiek. Hierin hebben de gemeente. Schiphol, DGEC en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat afspraken gemaakt over het voorkomen van de hinder die piloten ondervinden van de reflectie van de zonnepanelen van het zonnepark DGEC. Dit brengt mogelijk de vliegveiligheid in gevaar en in de vaststellingovereenkomst is een oplossing hiervoor afgesproken. In de Najaarsrapportage 2025 zijn de kosten hiervan verwerkt en verdeeld over de jaren 2025 en 2026. Het beschikbare budget is in 2025 niet volledig benut omdat er meer kosten in het jaar 2026 terecht zullen komen dan eerder ingeschat. Om deze verschuiving van kosten naar 2026 te kunnen opvangen, stellen wij in het hoofdstuk budgetoverhevelingen voor het resterende budget van 2025 over te hevelen naar 2026. Het betreft een bedrag van € 1,4 miljoen. Ten opzichte van de bedragen die zijn opgenomen in de vaststellingsovereenkomst is de bijdrage in een herziene afspraak neerwaarts bijgesteld. Dit is nog niet verwerkt in onze begroting en is in de Voorjaarsrapportage 2026 opgenomen. Dit betreft een verlaging van circa

Jaarstukken 2025

pagina 5

€ 1 miljoen van ons aandeel en hetzelfde bedrag voor het deel van het Rijk dat via ons betaald wordt. Leges omgevingsvergunningen Uit verkregen informatie, onder meer vanuit de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, blijkt dat de vergunningaanvragen van grootschalige projecten vorig jaar fors achter zijn gebleven bij de eerdere planningen. Dit levert een incidenteel nadeel op van € 5,5 miljoen. Hierover is de raad separaat geïnformeerd bij de brief aan de raad van 10 februari jl., kenmerk XS26012812.1932. Rechtmatigheidsverantwoording

Met de rechtmatigheidsverantwoording leggen we verantwoording af over de naleving van de regels voor het financiële reilen en zeilen in de organisatie. Bijvoorbeeld over naleving van de voorwaarden voor subsidies en Europese aanbestedingen of van regels met betrekking tot lasten waarvoor geen voorafgaande dekking opgenomen was in de begroting. Uit deze verantwoording blijkt dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen of waar onduidelijkheid over is € 16,5 miljoen bedraagt. Onze conclusie is dat de in de Jaarrekening 2025 verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens van € 12,7 miljoen. Voor een belangrijk deel betreft dit het voorwaardencriterium, waarbij de belangrijkste oorzaak de opvang van ontheemden uit Oekraïne is waar de raad al over geïnformeerd is via de nota van B&W Onrechtmatigheid aanbestedingsprocedure contracten opvang Oekraïners (10193428). Budgetoverhevelingen

Voorgesteld wordt om € 3,552 miljoen aan niet-bestede budgetten over te hevelen naar 2026, zoals toegelicht in het onderdeel 'Budgetoverhevelingen'. De belangrijkste overheveling betreft een bedrag van € 1,4 miljoen voor de schitteringsproblematiek van de zonnepanelen Schiphol. Alle budgetoverhevelingen zijn getoetst op de criteria zoals deze zijn gesteld in de Financiële verordening Haarlemmermeer 2023 (10164435) (inclusief eerste wijziging). Deze criteria zijn: 1. het achterwege blijven van de budgetoverheveling leidt tot een significante vertraging in de oorspronkelijk voorgenomen uitvoering; 2. het minimumbedrag voor een budgetoverheveling bedraagt € 200.000; 3. de overheveling moet betrekking hebben op incidenteel beschikbaar gestelde budgetten; 4. door de overheveling mag het betreffende budget niet worden overschreden. Vier budgetoverhevelingen zijn lager dan € 200.000 en voldoen hierdoor niet aan het tweede toetsingscriterium. We vinden het noodzakelijk dat hier een uitzondering op wordt gemaakt. Dit betreffen: a. aanvullende ondersteuning lokale energiehulp € 42.000; b. veilig vergaderen gemeenteraad € 82.000; c. subsidieregeling Van groot naar beter € 86.000; d. dóórontwikkeling Ondernemersplein € 125.000. Budgetoverhevelingen a en b betreffen middelen die pas in de decembercirculaire 2025 beschikbaar zijn gesteld.

De subsidieregeling Van groot naar beter, over een verhoging van de verhuiskostenvergoeding, betreft de gelijknamige motie van de raad die vlak voor het zomerreces 2025 is aangenomen. In de tweede helft van 2025 is de regeling voorbereid waarna de subsidie vanaf 1 januari 2026 van kracht is gegaan. De middelen voor de dóórontwikkeling

pagina 6

Jaarstukken 2025

ondernemersplein zijn in 2026 nog nodig om de plannen van het ondernemersplein in 2026 te realiseren. Bestemming jaarrekeningresultaat

In de eerste plaats wordt voorgesteld een bedrag van € 5,313 miljoen te storten in de nieuw in te stellen bestemmingsreserve Realisatiestimulans woningbouw zoals hiervoor is toegelicht. In de tweede plaats wordt voor het restant nettoresultaat van € 11,873 miljoen, evenals in voorgaande jaren, voorgesteld dit toe te voegen aan de reserve Schaalsprong. Bij het instellen van de reserve Schaalsprong (2019.0027574) is besloten om elk jaar bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat een afweging te maken om het restant voordelige resultaat toe te voegen aan deze reserve. Met een ratio weerstandsvermogen die valt onder de classificatie 'Uitstekend', waarbij de Algemene dekkingsreserve meer dan toereikend is, kan een incidentele toevoeging worden gedaan van het jaarrekeningresultaat in de Reserve schaalsprong. We hebben de ambitie om het grote woningtekort terug te dringen. Dit betekent dat het gewenst is om ten opzichte van de huidige woningvoorraad tot en met 2030 ongeveer 20% aan woningen bij te bouwen. De Reserve schaalsprong en de stelpost kapitaallasten Schaalsprong zijn ingericht om de voor deze groei benodigde investeringen in infrastructuur, supra bovenwijks groen (2020.0000409) en wettelijk vereiste maatschappelijke voorzieningen (onderwijs en sport) (2021.0002603) te bekostigen.

Door tijdig financiële middelen 'vooruit te sparen' borgen we dat woningbouw en de bijbehorende voorzieningen in balans met elkaar kunnen worden ontwikkeld. Dit is nodig voor de tijdige realisatie van nieuwe woningen, het mede voorkomen van vertragingen in de realisatie daarvan en het voldoen aan de resultaatverplichtingen die vastzitten aan verleende rijkssubsidies. Dit laatste voorkomt (gedeeltelijke) terugbetaling van omvangrijke verkregen subsidies. Voor de dekking van de investeringsstrategie Schaalsprong Wonen zijn drie voedingsbronnen vastgesteld door de raad: 1. het surplus (alle middelen boven € 5 miljoen) van de Algemene reserve grondzaken storten in de reserve Schaalsprong Op basis van het MPG 2026 is een bedrag van € 5,2 miljoen gestort; 2. bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat een incidentele storting in de reserve Schaalsprong overwegen; 3. een stelpost kapitaallasten Schaalsprong van € 2 miljoen. Per 31 december 2025 is het saldo van de reserve Schaalsprong € 27,9 miljoen.

Dit saldo is als volgt tot stand gekomen: Omschrijving (bedragen x € 1.000) Afroming Algemene reserve grondzaken (2019, 2021, 2022 en 2025) Storting jaarrekeningresultaat (2021 en 2024) Restant stelpost Schaalspong wonen (2024 en 2025) Dekking uitvoeringsprogramma mobiliteit (2020, 2021, 2023 en 2024) Bovenplans groen (2022 en 2024) Exploitatieresultaat strategische aangekochte panden (2023, 2024 en 2025) Voorbereidings- en studiekosten (2021, 2023 en 2024)

bedrag .17.084 14.689 3.993 -5.029 -1.384 -667 -780

Totaal

27.906

In 2025 is de Investeringsstrategie (12848270) geactualiseerd. Hierin voorzien we een aanvullende dekkingsopgave van € 26 miljoen voor de investeringen die volgen uit de

Jaarstukken 2025

pagina 7

schaalsprong. Bij de bepaling van deze opgave zijn de geprognosticeerde stortingen uit de Algemene reserve Grondzaken en uit de stelpost schaalsprong wonen (kapitaallasten) al geraamd. De bestemming van een jaarrekeningresultaat 2025 is niet meegenomen in de berekening van de dekkingsopgave. Een storting verlaagt hiermee de opgave. In 2026 komen we met een voorstel hoe we met de resterende opgave kunnen omgaan. Een alternatieve optie is het jaarrekeningresultaat (deels) niet te bestemmen en in de Algemene dekkingsreserve te laten. Hiermee kunnen dan eventuele incidentele tekorten in 2026 opgevangen worden. Deze optie wordt niet voorgesteld, omdat de Algemene dekkingsreserve voldoende is om incidentele tekorten op te vangen. Dit blijkt uit de ratio weerstandsvermogen die, zoals hiervoor aangegeven, uitstekend is. Doorschuiven investeringen

We stellen verder voor om voor een bedrag van € 8,4 miljoen aan voor 2025 vrijgegeven investeringen door te schuiven naar 2026. In het Strategisch Perspectief Investeringen (SPI) voorjaar en najaar 2025 zijn de vrijgegeven investeringen in 2025 geactualiseerd en was er een bedrag beschikbaar van € 101,9 miljoen. In totaal is in 2025 € 91,5 miljoen aan investeringsuitgaven gerealiseerd. Dit geeft een realisatiegraad van 89,8%. Per 31 december 2025 resteert van de vrijgegeven jaarschijven nog een bedrag van € 10,4 miljoen. Hiervan wordt na toetsing van de richtlijnen een bedrag van € 8,4 miljoen doorgeschoven naar 2026. Een bedrag van € 2,0 miljoen komt te vervallen, dit bedrag heeft betrekking op investeringen die zijn afgerond. Een uitgebreide toelichting hierop is opgenomen in het hoofdstuk 'Restantinvesteringen' in de Jaarstukken 2025. 3.3

Wat mag het kosten?

Voor de uitvoering van de beleidsdoelen en de bijbehorende activiteiten van 2025 vormde de Programmabegroting 2025-2028 de basis. In het onderdeel 'Wat heeft het gekost' staan per programma de afwijkingen toegelicht ten opzichte van de begroting inclusief de wijzigingen die de raad heeft vastgesteld. Begrotingsrechtmatigheid In het hoofdstuk 'Overzicht begrotings- en kredietoverschrijdingen' zijn de overschrijdingen gespecificeerd en toegelicht. De conclusie hiervan is dat de afwijkingen plaatsvinden binnen de vastgestelde budgettaire en beleidskaders en daarmee acceptabel zijn. Wat zijn de financiële risico's?

Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4

Wie is daarvoor verantwoordelijk?

De raad heeft het budgetrecht en een controlerende taak. Ons college is, binnen de door de raad vastgestelde beleidsmatige en financiële kaders, integraal verantwoordelijk voor het uitvoeren van de beleidsdoelen en activiteiten in de programmabegroting en de verantwoording en verslaglegging van de resultaten in de Jaarstukken 2025. De portefeuillehouder Financiën is binnen het college eerste aanspreekpunt voor de planning en controlproducten. 3.5

Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?

De controleverklaring van de accountant bij de Jaarstukken 2025 is nog niet beschikbaar. Deze wordt door de accountant rechtstreeks aan de raad aangeboden. Tevens wordt dan de door de

pagina 8

Jaarstukken 2025

accountant gewaarmerkte Jaarstukken 2025 bij de vergaderstukken gevoegd. De gewaarmerkte versie van de jaarstukken is het document waarover de raad een besluit neemt. Met de vaststelling van de Jaarstukken 2025 is de planning- en controlcyclus van 2025 afgerond. 3.6 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de MRA en er zijn met betrekking tot dit onderwerp geen regionale afspraken gemaakt 4.

Ondertekening

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, . de secretaris,

Hermineke van Bockxmeer f* \JKXs~i

Bijlage(n): 1.

Jaarstukken 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=b2edea5f-f94f-4686-80b2-9ecebaaa925f