Raadsvoorstel Herstelbesluit bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247'.pdf
Tekst van het document
gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel
Onderwerp
Portefeuillehouder Steller Collegevergadering
Herstelbesluit bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247' mr. Mariëtte Sedee-Schuitemaker Dominique Ong (023 5676075) 26 januari 2021
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2021.0000124 1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. het raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247' (2020.0002988) en raadsbesluit van 17 december 2020 in te trekken; 2. de ingediende zienswijzen ontvankelijk te verklaren; 3. niet in te stemmen met de zienswijzen; 4. geen exploitatieplan vast te stellen voor het bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247' omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is; 5. het bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247' met planidentificatie 'NL.IMR0.0394.BPGnwvHoofdwegl247-C001', bestaande uit een verbeelding en bijbehorende regels, conform de artikelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in elektronische vorm vast te leggen en in die vorm vast te stellen, één en ander overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bescheiden en op grond van de overwegingen genoemd in het voorstel van Burgemeester en Wethouders; 6. het college van burgemeester en wethouders te machtigen het verder nodige te verrichten. 2. Samenvatting
De raad heeft op 17 december 2020 het bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247' (2020.0002988) vastgesteld. Door een onjuiste registratie in het postsysteem is pas na vaststelling van het bestemmingsplan gebleken dat er tijdig twee zienswijzen waren ingediend. De zienswijzen zijn daardoor ten onrechte niet meegewogen bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Met dit voorstel worden de zienswijzen alsnog aan de raad voorgelegd en wordt na afweging en beantwoording van de zienswijzen (zie paragraaf 3.5) opnieuw besloten over de vaststelling van het bestemmingsplan. Inhoud bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bevat de juridisch-planologische regeling voor de bouw van
Herstelbesluit bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247'
pagina 2
23 grondgebonden woningen. De bestaande bedrijfsbebouwing op de locatie wordt gesloopt. Het naastgelegen tankstation aan de Zuiderdreef 4 levert geen LPG meer. De LPG-opslag en verkoop wordt in dit bestemmingsplan wegbestemd. De aangeduide contouren 'veiligheidszone LPG' worden verwijderd. Deze strekken zich ook uit over gronden die niet tot het plangebied voor de woningen behoren. Deze gronden worden ook meegenomen in het bestemmingsplan en worden conserverend bestemd. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken?
Het doel van het bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247' is het bieden van een actueel juridisch en planologisch kader voor het plangebied. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen?
Het plangebied In het plangebied zijn drie aaneengebouwde bedrijfsloodsen en bijbehorende verharde terreinen aanwezig. De bedrijfsloodsen worden gesloopt en op de vrijgekomen gronden worden 23 woningen gerealiseerd. Het gaat om grondgebonden eengezinsrijwoningen. De woningen keren zich alle naar binnen in de richting van een nieuw, groen aan te leggen middengebied. Zo ontstaat een kleinschalig, op zichzelf staand woonhofje. Het parkeren vindt plaats aan de noordwest- en noordoostrand van het plangebied en de woningen worden via een in-/uitrit ontsloten op het Kreilerhof. De woningen krijgen een maximum bouwhoogte van 11 meter. Het gehele plangebied wordt voorzien van een groene omzoming in de vorm van een haag. De navolgende afbeelding laat het stedenbouwkundig plan zien van de beoogde situatie van het plangebied.
Stedenbouwkundig plan
MER-beoordelingsplicht en stikstof De beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie
Herstelbesluit bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247'
pagina 3
D.ll.2 in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r), namelijk 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden. Om die reden is formeel een vormvrije m.e.r.-beoordeling vereist. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan (hoofdstuk 5). Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde aspecten geldt dat er geen (negatief) milieueffect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig. In het kader hiervan is ook onderzoek verricht naar stikstofdepositie. Onze conclusie op dit punt is dat zich geen tot de ontwikkeling herleidbare stikstofdepositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zal voordoen. Het aspect stikstof staat de ontwikkeling daarmee niet in de weg.
Geluid De bouw van een geluidscherm is noodzakelijk ter bescherming van de bewoners; het plan ligt direct naast een tankstation met een aantal faciliteiten (wassen, stofzuigen, reinigen en aanhangerverhuur). Het geluidscherm beperkt de overschrijdingen voor een groot deel maar niet volledig. Er resteren beperkte overschrijdingen op de kopgevels, deze worden doof uitgevoerd. In verband met wegverkeerslawaai is het is nodig om hogere waarden vast te stellen. De procedure tot vaststelling van de hogere waarde loopt gelijk met die van het bestemmingsplan. 3.3 Wat mag het kosten?
Het voorliggende plan ziet op het realiseren van 23 woningen. Dat is volgens artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening een bouwplan waarvoor kosten verhaald moeten worden. Het kostenverhaal is in dit geval verzekerd door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Haarlemmermeer en de initiatiefnemer, zodat het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig is. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk?
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. De wethouder Ruimtelijke Ordening is eerste aanspreekpunt binnen het college voor het opstellen van het bestemmingsplan. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar?
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 15 september 2020 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de periode van terinzagelegging zijn twee digitale zienswijzen ingediend door één persoon (reclamant 1). Eén zienswijze is medeondertekend door een andere persoon (reclamant 2). In deze zienswijze wordt voorts aangegeven dat er namens een aantal bewoners gesproken wordt. Uit de zienswijze blijkt niet wie deze bewoners zijn, de zienswijze is niet namens hen ondertekend en namen en adresgegevens ontbreken.
Herstelbesluit bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247'
pagina 4
Deze bewoners kunnen daarom niet als ontvankelijke indieners van zienswijzen worden aangemerkt. De gezamenlijke zienswijze van reclamant 1 en 2 heeft uitsluitend betrekking de verkeersafwikkeling (punt 3). In de zienswijze van reclamant 1 komt dit aspect terug en wordt er dieper op ingegaan. Hierna hebben wij de zienswijzen puntsgewijs samengevat en van onze reactie voorzien. 1.
Externe veiligheid In de plantoelichting wordt gesteld dat uit de guickscan externe veiligheid blijkt dat de ontwikkellocatie niet binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) en/of piasbrandaandachtsgebied van een risicobron ligt. Naast het geplande woongebied is echter het tankstation van Shell gevestigd, waarbij het lospunt van de tankwagen voor het vullen van de ondergrondse voorraadtanks gelegen is aan de Zuiderdreef. Het Scenarioboek Externe Veiligheid bevat beschrijvingen van ongeval-scenario's met gevaarlijke stoffen, waaronder een ongeval met een tankwagen met benzine en de plasbrand die daarbij ontstaat. Uit de tabellen in het scenarioboek kan worden afgeleid dat er tenminste 75 meter afstand tot woningen in acht moet worden genomen. In de huidige situatie wordt daar met betrekking tot de woningen aan de Kreilerhofen Kalslagerring aan voldaan. Dit geldt echter niet voor de nieuwe woningen in het plangebied. Een deel van de woningen zit binnen de 75 meter contour en één of twee woningen binnen de 50 meter contour. Gelet hierop is er geen sprake van een goed woon- en leefklimaat en wordt er niet voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.
Reactie De term piasbrandaandachtsgebied beschrijft een ruimtelijke zone langs of nabij een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vastgelegde transportroute voor gevaarlijke stoffen. In lijn met wet- en regelgeving heeft het piasbrandaandachtsgebied derhalve uitsluitend betrekking op aangewezen wegtrajecten, spoortrajecten of vaarroutes. Conform de in de quickscan externe veiligheid in 2019 weergegeven kenmerken van de ontwikkellocatie bevinden zich in de nabijheid van het plan geen aangewezen transportroutes die een risicobron vormen voor de ontwikkellocatie. Na analyse van de vigerende gegevens op de risicokaart en de lijst wegvakken van de Rijksoverheid is deze informatie ook anno 2021 nog correct. In het verlengde daarvan kan worden opgemerkt dat het tankstation op basis van de beschikbare informatie niet is aangewezen als risicovolle inrichting conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Daarmee kan samengevat worden dat de in 2019 getrokken conclusie in de quickscan externe veiligheid voldoet aan de destijds en nu geldende wet- en regelgeving en daarmee geen sprake is van een piasbrandaandachtsgebied. Bovendien wordt volgens de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeentenj-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (2009) voldaan aan de minimaal aan te houden afstand in het kader van gevaar.
Een benzineservicestation zonder LPG heeft voor het aspect gevaar namelijk een richtafstand van tien meter. De beoogde woningen zijn op meer dan tien meter afstand van de bestemming 'Bedrijf-Verkooppunt motorbrandstoffen' gelegen. Het afleveren en de opslag van vloeibare brandstoffen in/vanuit een ondergrondse tank kent uiteraard risico's. Om deze te beperken heeft de wetgever diverse regels opgesteld en normen ingevoerd die van toepassing zijn op tankstations en bijbehorende activiteiten. Het is evident dat de exploitant van het nabije tankstation moet voldoen aan alle geldende veiligheidseisen. Met betrekking tot mogelijke risico's rondom het in de zienswijze genoemde vulpunt verwijzen wij naar de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, editie 28, 'Vloeibare brandstoffen in
Herstelbesluit bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247'
pagina 5
ondergrondse installaties en aflevertoestellen' waarin het volgende wordt toegelicht: 'Voor de interne veiligheidsafstanden zijn verder de bovengrondse installatieonderdeien (zoals de vulpunten, de be- en ontluchtingspunten, de afleverzuil, inclusief slang en vulplstool, en de schacht van de dompelpomp) beschouwd in relatie tot interne afstanden. Deze bovengrondse installatie-onderdelen bevatten echter zo weinig vloeibare brandstof dat dit ook nagenoeg geen invloed heeft op een brand. [...] In PGS 28 zijn voor zowel de tankwagen als de opslag van gevaarlijke stoffen dus geen aanvullende voorschriften opgenomen.' De in het Scenarioboek Externe Veiligheid opgenomen effectafstanden hebben geen planologisch en juridisch bindend effect op de voorgenomen ontwikkeling.
2.
Nadere beschouwing verkeersafwikkeling Duurzaam Veilig De gemeente stelt dat het Kreilerhof een erftoegangsweg is van 6 meter breed en hiermee berekend is op de toename van verkeersbewegingen. Reclamant geeft aan dat we volgens de principes van duurzaam veilig drie wegcategorieën kennen: erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen en stroomwegen. Vervolgens geeft reclamant een opsomming van kenmerken van een erftoegangsweg, waaronder: • erftoegangswegen bieden toegang tot woningen, bedrijven, scholen, winkels, enzovoort; • erftoegangswegen liggen in een gebied met de functie 'verblijven'; • allerlei soorten verkeer mengen met elkaar; • de snelheid van het gemotoriseerde verkeer op erftoegangswegen moet laag zijn; • er geldt een snelheidslimiet van 30 km/uur; • er zijn meestal fysieke snelheidsremmers nodig; Daarna plaatst reclamant de opmerking dat er naast erftoegangswegen ook erven bestaan, waar: • maximaal 15 km/uur gereden mag worden. • voetgangers de gehele breedte van de straat mogen benutten om te lopen en te spelen. Reclamant concludeert dat er geen sprake is van een erftoegangsweg. Het eerste gedeelte van de Kreilerhof vanaf de Kalslagerring, tot net voorbij de afvalcontainers, is wellicht nog aan te merken als erftoegangsweg. De beide andere gedeeltes van de Kreilerhof: tussen Kreilerhof 1 tot en met 15 en tussen Kreilerhof 17 tot en met 55 zijn woonerven.
Reactie Zoals reclamant in zijn zienswijze aangeeft, kennen we volgens de principes van duurzaam veilig drie wegcategorieën: erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen en stroomwegen. Het Kreilerhof heeft alle door reclamant opgesomde kenmerken van een erftoegangsweg: • de straat biedt toegang tot woningen; • door het ontbreken van een doorgaande route (aangeduid door verkeersbord L8 uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) 1990) staat de verblijfsfunctie centraal; • op een suggestiestrook voor voetgangers na, is het verkeer gemengd en zijn er geen aparte voorzieningen voor overige verkeersdeelnemers zoals bijvoorbeeld fietsers; • de straat nodigt niet uit tot hard rijden;
Herstelbesluit bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247'
•
•
pagina 6
aan begin van de straat staat zowel op het wegdek, als door middel van verkeersbord Al(Zone) uit bijlage I van het RVV 1990 duidelijk aangegeven dat er een maximum snelheid geldt van 30 km/uur; er is zowel een verticale snelheidsremmer (drempel nabij huisnummer 17) als een horizontale snelheidsremmer (slinger in de weg nabij huisnummer 17).
Het ontbreekt bij het Kreilerhof aan het belangrijkste kenmerk van een (woon)erf, namelijk verkeersbord G5 uit bijlage I van het RVV 1990, wat aangeeft dat men een erf betreedt en verkeersbord G6 uit bijlage I van het RVV 1990 wat aangeeft dat men een erf verlaat. Daarentegen staat aan het begin van de straat wel een verkeerbord waarop staat dat men een 30km-zone betreedt (verkeersbord Al(Zone) uit bijlage I van het RVV 1990) en geldt er dus een maximumsnelheid van 30 km/uur in plaats van 15 km/uur wat bij een erf geldt. Bovendien is het volgens het RVV 1990 voor het bestuurders van een motorvoertuig verboden binnen een erf te parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven (Hoofdstuk 2, Paragraaf 17, Artikel 46. Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990). Parkeerplaatsen worden aangeduid met verkeersbord E4 uit bijlage I van het RVV 1990 of een P-tegel. Dat is in het Kreilerhof ook niet het geval. Het is daarmee duidelijk dat het Kreilerhof een erftoegangsweg is en geen erf. Ook als het Kreilerhof een erf zou zijn, wat dus niet het geval is, dan zou dat nog niet betekenen dat dit erf niet vergroot zou kunnen worden met 23 nieuwe woningen. Er geldt geen officieel intensiteitscriterium voor erven of verblijfsgebieden.
Binnen de gemeente Haarlemmermeer komen intensiteiten van 2.000 tot 4.000 motorvoertuigen per etmaal voor op wegen binnen verblijfsgebieden. 3.
Nadere beschouwing verkeersafwikkeling De in- en uitrit naar de nieuwe woningen is gelegen aan de Kreilerhof. De gemeente heeft niet gemotiveerd waarom alle verkeer via de Kreilerhof moet worden afgewikkeld en waarom er geen sprake kan zijn van een toegang vanaf de Zuiderdreef. Een mogelijkheid zou zijn dat de helft van het verkeer wordt afgewikkeld via de Kreilerhof.
Reactie Volgens de wegcategorisering uit de Mobiliteitsvisie van de gemeente Haarlemmermeer is de Zuiderdreef, net als de Kalslagerring, een gebiedsontsluitingsweg waar een maximum snelheid van 50 km/uur geldt. Op gebiedsontsluitingswegen is de verkeersfunctie het belangrijkste. Een gebiedsontsluitingsweg wordt gekenmerkt door de mogelijkheid voor het verkeer om door te stromen en moeten er zo weinig mogelijk verstoringen in deze verkeersstroom optreden. De kans op conflicten met kruisend en overstekend verkeer moeten op gebiedsontsluitingswegen sterk gereduceerd worden. (ASVV 2012). Ook is een van de functionele eisen voor een duurzaam veilig wegennet, dat er zo groot mogelijke aaneengesloten verblijfsgebieden zijn. Door de 23 woningen aan te sluiten op het Kreilerhof i.p.v. op de Zuiderdreef, ontstaat er één verblijfsgebied en één gezamenlijke aansluiting op een gebiedsontsluitingsweg (op de Kalslagerring). Dat scheelt een conflictpunt en dat is gunstiger voor de doorstroming en beter voor de verkeersveiligheid. Bovendien is de intensiteit op de Kalslagerring ruim de helft lager dan op de Zuiderdreef, waardoor het makkelijker en veiliger is om het gebied via de Kalslagerring te ontsluiten dan via de Zuiderdreef. Gebundeld kan het verkeer van het Kreilerhof en de nieuwe woningen vervolgens naar de Zuiderdreef. Op de kruising van de Zuiderdreef met de Kalslagerring kan
pagina 7
Herstelbesluit bestemmingsplan 'Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247'
eerst het fietspad worden overgestoken en vervolgens de hoofdrijbaan opgereden worden. Deze kruising is overzichtelijker dan via een inrit pal naast de inrit van het benzinestation. Het verdwijnen van de voormalige inrit van het autobedrijf, heeft dus een gunstig effect op de verkeersveiligheid en de doorstroming op de Zuiderdreef en vermindert het aantal conflictpunten op ontsluitingswegen. De ontsluiting van de nieuwe 23 woningen via het Kreilerhof i.p.v. via de Zuiderdreef is daarmee een logische en veilige keuze. Conclusie Wij stellen voor niet in te stemmen met de zienswijzen. Procedure
Na vaststelling van het bestemmingsplan door de raad wordt het vastgestelde plan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Na die termijn is het plan van kracht, tenzij beroep wordt ingesteld en voorlopige voorziening wordt gevraagd bij de Raad van State. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd?
Met de vaststelling van het bestemmingsplan is het plan afgerond. Wel staat nog de mogelijkheid open van beroep bij de Raad van State. De raad zal in kennis worden gesteld van de uitspraak van de Raad van State in een eventuele beroepsprocedure. 3.7 Wat betekent dit voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)?
Tot 2040 zijn er ongeveer 250.000 woningen nodig in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit plan draagt, ook al is het op beperkte schaal, bij aan de realisering van de woningbouwopgave in de MRA.
4. Ondertekening
/
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlehimermeer,
drs. Carel Brugman Bijlage(n): • Toelichting • Regels • Verbeelding
’ijdeven
Vast te stellen bestemmingsplan
NIEUW-VENNEP HOOFDWEG 1247 toelichting
Versie: 13 januari 2021
Cluster Ruimtelijke Ontwikkeling 2021
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1: 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 1.6.
AANLEIDING ............................................................................................................................ 1 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED .......................................................................................... 1 DOEL EN PLANVORM ................................................................................................................. 3 GELDENDE BESTEMMINGSPLANNEN EN REGELINGEN........................................................................ 3 PLANPROCES ........................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ............................................................................................................................. 5
HOOFDSTUK 2: 2.1. 2.2.
BELEID EN REGELGEVING ............................................................................ 10
RIJK EN EUROPA..................................................................................................................... 10 PROVINCIAAL EN REGIONAAL BELEID........................................................................................... 13 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................................................. 16
HOOFDSTUK 4: 4.1. 4.2.
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ................................................................. 6
RUIMTELIJKE STRUCTUUR ........................................................................................................... 6 FUNCTIONELE STRUCTUUR ......................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 3: 3.1. 3.2. 3.3.
INLEIDING ..................................................................................................... 1
NIEUWE SITUATIE ....................................................................................... 20
VISIE OP HET PLANGEBIED ........................................................................................................ 20 RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR.................................................................................. 21
HOOFDSTUK 5:
ONDERZOEK EN BEPERKINGEN ................................................................... 22
5.1. WATER ................................................................................................................................ 22 5.2. BODEM ................................................................................................................................ 25 5.3. FLORA EN FAUNA ................................................................................................................... 27 5.4. CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE .......................................................................................... 29 5.5. GELUID ................................................................................................................................ 32 5.6. LUCHT.................................................................................................................................. 35 5.7. EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................... 37 5.8. MILIEUZONERINGEN ............................................................................................................... 39 5.9. MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ...................................................................................................... 40 5.10. VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................
42 HOOFDSTUK 6: 6.1. 6.2.
FINANCIËLE UITVOERBAARHEID ................................................................................................. 44 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................................................................................... 44
HOOFDSTUK 7: 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6.
UITVOERBAARHEID ..................................................................................... 44
JURIDISCHE ASPECTEN ................................................................................ 46
OPZET REGELS EN VERBEELDING ................................................................................................ 46 INLEIDENDE REGELS ................................................................................................................ 46 BESTEMMINGSREGELS ............................................................................................................. 46 ALGEMENE REGELS ................................................................................................................. 48 OVERGANGS- EN SLOTREGELS ................................................................................................... 48 HANDHAAFBAARHEID .............................................................................................................. 48
BIJLAGEN BIJLAGE 1: TOETS LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING BIJLAGE 2: WATERTOETS BIJLAGE 3: ORIËNTEREND BODEMONDERZOEK BIJLAGE 4: MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK BIJLAGE 5: NADER BODEMONDERZOEK BIJLAGE 6: QUICK SCAN NATUUR BIJLAGE 7: AKOESTISCH ONDERZOEK WEG- EN LUCHTVERKEERSLAWAAI BIJLAGE 8: AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI BIJLAGE 9: QUICK SCAN EXTERNE VEILIGHEID BIJLAGE 10: VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING
HOOFDSTUK 1:
INLEIDING
1.1. Aanleiding Ontwikkelcombinatie Hoofdweg Nieuw-Vennep VOF heeft het voornemen om op de locatie Hoofdweg 1247 in Nieuw-Vennep woningbouw bestaande uit 23 grondgebonden woningen te realiseren. De bestaande bedrijfsbebouwing op de locatie wordt gesloopt. Daarnaast wordt bij het naastgelegen tankstation aan de Zuiderdreef 4 geen LPG meer geleverd en de wens is om dit in hetzelfde bestemmingsplan vast te leggen. Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn op de gewenste woningbouwlocatie geen woningen toegestaan. Bovendien biedt het geldende bestemmingsplan de mogelijkheid voor de levering van LPG bij het tankstation, waarvoor ook bijbehorende veiligheidszones zijn opgenomen. De hiervoor beschreven voornemens zijn daarom niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden herzien. Voorliggend document voorziet in een planologisch-juridisch kader dat bovenstaande ontwikkeling mogelijk maakt. 1.2. Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in de kern Nieuw-Vennep (gemeente Haarlemmermeer, provincie Noord-Holland). Nieuw-Vennep ligt ten zuidwesten van Amsterdam en ten zuiden van Haarlem. In de directe omgeving liggen de dorpen Hoofddorp, Aalsmeer, Lisse en Hillegom. De voor Nieuw-Vennep belangrijkste verkeersaders zijn de A4 en de A44.
Het plangebied ligt aan de rand van het centrum in een omgeving met zowel woonhuizen als bedrijven en maatschappelijke functies. Het plangebied wordt aan de zuidwestzijde begrensd door het Kreilenhof en aan de noordwestzijde door de Kalslagerring. Aan de noordoostzijde loopt de grens gedeeltelijk langs de Zuiderdreef en daarnaast over het terrein van het Apostolisch Genootschap Haarlemmermeer aan de Zuiderdreef 3. Aan de zuidoostzijde wordt het plangebied begrensd door de Hoofdweg Westzijde en het perceel bij de woning aan de Hoofdweg 1243. Op de navolgende afbeeldingen is de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 1
Topografische kaart met de globale ligging van het plangebied (rood omkaderd).Bron: pdokviewer.pdok.nl. Bewerking: SAB.
Luchtfoto met de globale ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: maps.google.nl. Bewerking: SAB.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 2
1.3. Doel en planvorm De doelstelling van het bestemmingsplan ‘Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247’ is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor het plangebied zoals beschreven in paragraaf 1.2. De planvorm is een gedetailleerd bestemmingsplan. Voor het tankstation en de omgeving is het bestemmingsplan consoliderend, met uitzondering van het toegestane gebruik van LPG bij het tankstation en de bijbehorende veiligheidszone. 1.4. Geldende bestemmingsplannen en regelingen De geldende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied zijn: bestemmingsplan ‘Nieuw-Vennep’ (vastgesteld op 11 juni 2014); bestemmingsplan ‘parapluplan parkeerregels’ (vastgesteld op 4 oktober 2018). Bestemmingsplan ‘Nieuw-Vennep’ Op grond van het bestemmingsplan ‘Nieuw-Vennep’ heeft het plangebied de bestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg’, ‘Bedrijf - Garage’, ‘Verkeer’, ‘Groen’ en ‘Maatschappelijk’. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Leiding - Water’ opgenomen In het zuidoostelijke deel van het plangebied is de woningbouwontwikkeling gepland. De gronden hebben in dit deel de bestemming ‘Bedrijf’ met de gedeeltelijk de aanduiding ‘garage’ en gedeeltelijk de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’.
Daarnaast is in dit deel van het plangebied de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - lib’ opgenomen: De bestemming ‘Bedrijf’ staat ter plaatse bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bij de planregels behorende ‘Staat van Bedrijfsactiviteiten’ toe. Daarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ bedrijfsactiviteiten behorende tot bedrijfscategorie 1 en 2 zijn toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘garage’ zijn de gronden bestemd voor een garagebedrijf. Verder zijn bijbehorende verhardingen, in- en uitritten, fiets- en voetpaden, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming ‘Bedrijf is één bouwvlak aangeduid. Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, waar een maximum goot- en bouwhoogte van 4 respectievelijk 7 meter zijn opgenomen. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden gebouwd, met een bouwhoogte van maximaal 6 meter. Voor erf- en terreinafscheidingen geldt een maximale bouwhoogte van 2 meter. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - lib’ gelden beperkingen voor gevoelige functies en de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde en objecten. De beperkingen zijn opgenomen in artikel 2.2.1 en 2.2.2 van het ‘Luchthavenindelingbesluit Schiphol’.
Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het voorliggende plangebied is daarop met een rode arcering weergegeven.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 3
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Nieuw-Vennep’ met aanduiding plangebied in rood.
Bestemmingsplan ‘parapluplan parkeerregels’ Het bestemmingsplan ‘parapluplan parkeerregels’ bevat regels die ervoor te zorgen dat er bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Het bestemmingsplan verwijst voor de te hanteren parkeernormen naar de beleidsregels voor het parkeren van de gemeente Haarlemmermeer. Dat is op het moment van het vaststellen van het bestemmingsplan het ‘Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018’. Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan Op basis van de bestemming ‘Bedrijf’ is het niet toegestaan bebouwing op te richten ten behoeve van de woonfunctie. Bovendien is de nieuwe bebouwing niet passend binnen het opgenomen bouwvlak. De voorgenomen woningbouw past daarom niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Verder is het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg’ niet in overeenstemming met de huidige situatie, aangezien hier geen lpg meer wordt verkocht.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 4
1.5. Planproces Tijdens de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan kan een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden beantwoord in een bijlage bij het vast te stellen bestemmingsplan. 1.6. Leeswijzer Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In het hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 5
HOOFDSTUK 2: 2.1.
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE
Ruimtelijke structuur
2.1.1. Algemeen Nieuw-Vennep is ontstaan als zogeheten ‘kruisdorp’ op de kruising van de Hoofdvaart/Hoofdweg met de Vennepertocht/Venneperweg. Tot aan het begin van de 20e eeuw bleef alle bebouwing geconcentreerd in de vier kwadranten rond deze kruising. De bebouwing tussen de beide kerken aan de Venneperweg en de molen aan de Madeliefstraat is het oudste deel van het dorp. Direct na de Tweede Wereldoorlog werd een uitbreidingsplan vastgesteld waarin de bestaande Noorderdreef, Oosterdreef, Zuiderdreef, Westerdreef het belangrijkste element vormden. Het plangebied ligt ten zuiden van de Zuiderdreef in de wijk Linquenda, welke na 1965 aan de zuidzijde van het dorp is ontwikkeld. Een belangrijke ruimtelijke structuurdrager in de directe omgeving van het plangebied is de Hoofdvaart/Hoofdweg, die aan de zuidoostzijde aan het plangebied grenst. De bebouwing in de omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit rijwoningen met een bouwhoogte tussen de 10 en 13 meter. Aan de noordoostzijde grenst het plangebied aan percelen met vrijstaande woningen op ruimere kavels en het park Dokter van Haeringenplantsoen. 2.1.2.
Plangebied
Het grootste deel van het plangebied ligt tussen de Zuiderdreef, de Hoofdweg, het Kreilenhof en de Kalslagerring. Dit deel van het plangebied is nagenoeg geheel verhard. Daarnaast maakt aan de overzijde van de Zuiderdreef een gedeelte van het perceel aan nummer 3 onderdeel uit van het plangebied, samen met het tussenliggende deel van de Zuiderdreef. Hier zijn rondom de aanwezige bebouwing en verharding groenstroken aanwezig. Het deel van het plangebied waar de woningen gerealiseerd worden is in gebruik ten behoeve van een autobedrijf. Er staan drie aaneengesloten loodsen op het perceel. Verder is het perceel geheel verhard en in gebruik ten behoeve van opslag en het parkeren van auto’s. Het perceel wordt ontsloten via een uitrit op de Hoofdweg en een inrit op de Zuiderdreef. Dit deel van het plangebied wordt aan drie zijden begrensd door wegen: de Kreilenhof, de Hoofdweg (met aansluitend de Hoofdvaart) en de Zuiderdreef. Tussen de Kreilenhof en het plangebied ligt een smalle groenstrook. Aan de noordwestzijde zijn een tankstation en wasstraat aanwezig, welke onderdeel uitmaken van het gehele plangebied.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 6
Luchtfoto met globale ligging plangebied (rode lijn)
Impressie bedrijfsloodsen in plangebied gezien vanaf de Hoofdweg
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 7
Impressie noordwestelijke deel plangebied gezien vanaf de Zuiderdreef
Impressie bedrijfsloodsen in plangebied, gezien vanaf de Zuiderdreef
Impressie noordoostelijke deel plangebied, gezien vanaf de Zuiderdreef
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 8
2.2.
Functionele structuur
In de directe omgeving van het plangebied komen voornamelijk woningen voor, maar ook bedrijven en maatschappelijke functies. De gronden in het plangebied zijn grotendeels in gebruik door bedrijven, waaronder een tankstation, een wasstraat en een autobedrijf. Daarnaast hebben de gronden aan de noordoostzijde een maatschappelijke functie.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 9
HOOFDSTUK 3: 3.1.
BELEID EN REGELGEVING
Rijk en Europa
3.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR heeft als horizon 2040, maar geeft vooral het kader voor de acties en beslissingen die op de korte termijn worden genomen. In de SVIR is uiteengezet dat het Rijk drie doelen kiest om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Rijk benoemt 13 nationale belangen waarvoor zij verantwoordelijk is en resultaten wil boeken. Vergroten concurrentiekracht 1. Nationaal belang 1: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. Nationaal belang 2: Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3.
Nationaal belang 3: Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. Nationaal belang 4: Efficiënt gebruik van de ondergrond. Verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid 5. Nationaal belang 5: Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. Nationaal belang 6: Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7. Nationaal belang 7: Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 10
Waarborgen kwaliteit leefomgeving 8. Nationaal belang 8: Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. Nationaal belang 9: Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. Nationaal belang 10: Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. Nationaal belang 11: Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. Nationaal belang 12: Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. Nationaal belang 13: Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Toetsing Het voorgenomen plan raakt geen van de rijksbelangen uit de SVIR. 3.1.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Randstad 2040 geeft aan hoe de Randstad tot 2040 kan uitgroeien tot een internationaal krachtige, duurzame en aantrekkelijke regio. In de visie staan de steden centraal: door nieuwe woonhuizen en kantoren vooral in de steden te bouwen kan de stad sterker en aantrekkelijker gemaakt worden. Het platteland wordt daarmee ontzien waardoor dit open en groen kan blijven. Nabij de steden komen plekken van groene topkwaliteit.
Toetsing Het voorgenomen plan raakt geen nationale belangen uit het Barro en is niet in strijd met het rijksbeleid. 3.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De Ladder is in artikel 3.1.6 Bro vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het doel dat met de ladder wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd.
Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 11
mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Niet elke ontwikkeling van stedelijke aard wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6. lid 2 Bro. Uit diverse uitspraken blijkt dat de Afdeling de realisatie van 11 woningen of minder niet beschouwt als een woningbouwlocatie. In dit geval is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is het niet noodzakelijk om de ladder te doorlopen. Toetsing Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van 23 grondgebonden rijwoningen. Aangezien sprake is van de ontwikkeling van meer dan 12 woningen, is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Daarom 1 is een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen , welke als bijlage bij deze toelichting is opgenomen. In deze toets wordt geconcludeerd dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. De ontwikkeling voorziet in een behoefte en vindt binnen bestaand stedelijk gebied plaats. Daarmee wordt de ontwikkeling als haalbaar geacht voor wat de betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4.
Luchthavenindelingsbesluit Schiphol Het rijksbeleid ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van Schiphol is geformuleerd in de Wet tot wijziging van de Wet Luchtvaart die op 20 februari 2003 in werking is getreden (verder gewijzigde Wet Luchtvaart genoemd). De gewijzigde Wet Luchtvaart is gericht op het tot stand brengen van een wettelijke grondslag voor het nieuwe regime voor de luchthaven Schiphol. Deze wet vormt de grondslag voor twee uitvoeringsbesluiten: het Luchthavenverkeersbesluit en het Luchthavenindelingbesluit (LIB). Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen in overeenstemming te zijn met het Luchthavenindelingbesluit. In dit Besluit wordt een beperkingengebied aangegeven. Hierin worden beperkingengebieden ten aanzien van Schiphol weergegeven met betrekking tot externe veiligheid, geluidbelasting, hoogtebeperkingen en vogelaantrekkende werking. Toetsing In het LIB Schiphol zijn begrenzingen opgenomen voor het luchthavengebied en het beperkingengebied. Daaruit volgt dat het plangebied binnen het beperkingengebied ligt. Voor ontwikkelingen binnen het beperkingengebied gelden aanvullende regels. Deze regels zijn afhankelijk van de specifieke ligging van de ontwikkellocatie. Beperkingen bebouwing In de volgende afbeelding is de kaart met de beperkingsgebieden voor bebouwing opgenomen (LIB 15).
Hierop is te zien dat er ter plaatse van het plangebied geen beperkingen voor bebouwing gelden.
1
Toets ladder voor duurzame verstedelijking Nieuw-Vennep, Hoofdweg 1247, SAB, projectnummer 190191, 25 november 2019. Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 12
Uitsnede webapplicatie LIB Schiphol met beperkingsgebieden voor bebouwing en globale ligging plangebied (gele cirkel) Maatgevende toetshoogte Het plangebied ligt in een gebied waar maximale hoogtes gelden voor objecten. De maatgevende toetshoogte in het plangebied (exclusief de radar) is 130 meter. De maatgevende toetshoogte met betrekking tot de radar is 71 meter. In het plangebied worden geen objecten hoger dan 10 meter mogelijk gemaakt. Aan de toetshoogtes wordt hiermee ruimschoots voldaan. Beperkingen vogels Het plangebied ligt tot slot buiten de zone waarin beperkingen gelden voor het aantrekken van vogels. Conclusie Het voorliggende plan is niet in strijd met het LIB Schiphol. 3.2.
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1. Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. In de Omgevingsvisie NH2050 staat een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving centraal. De leefomgeving is de basis, met een samenleving die wensen en behoeften heeft en de leefomgeving gebruikt voor ruimtelijk- economische ontwikkelingen. De hoofdambitie is gericht op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 13
De belangrijkste onderwerpen zijn: 1. Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving; de ambitie is een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland 2. Verbetering van bodem, water- en luchtkwaliteit; de ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; 3. Biodiversiteit; de ambitie luidt deze te vergroten; 4. Economische transitie; ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. 5. Energietransitie; de ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. 6. Mobiliteit: de ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden 7. Wonen en Werken: de ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn; 8. Landschap: de ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. In overeenstemming brengen vraag en aanbod van woon- en werklocaties In de provincie Noord-Holland blijft een aanhoudende vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven.
De provincie wil wonen en werken binnenstedelijk concentreren (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij heeft de provincie oog voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden en de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag. Regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen moeten bij de vraag blijven aansluiten, waarbij de bestaande voorraad woningen wordt betrokken. Toetsing Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van maximaal 23 woningen. In paragraaf 3.1.3 is het plan getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Geconcludeerd wordt dat het plan gerealiseerd wordt binnen bestaand stedelijk gebied en dat het plan voorziet in zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte. De ontwikkeling sluit hiermee aan bij het beleid uit de Omgevingsvisie voor woonlocaties. 3.2.2. Provinciale ruimtelijke verordening Bij de Structuurvisie Noord-Holland 2040 hoort de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) zijn de regels opgenomen waaraan bestemmingsplannen in Noord-Holland moeten voldoen. Toetsing Raadpleging van de PRV wijst uit dat de verordening locatiespecifiek voor het plangebied regels stelt ten aanzien van windturbines. Aangezien voorliggend initiatief geen ontwikkelingen met windturbines bevat, zijn deze regels hier niet relevant.
Daarnaast gelden de algemene regels uit de PRV, bijvoorbeeld ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen, detailhandel, weidewinkels en de transformatie van glastuinbouw. Daaruit volgt dat voor dit plan de regels ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen en de regels ten aanzien van energie en duurzaam bouwen van toepassing zijn.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 14
De regels voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in artikel 5a van de Verordening (zie volgende kader). Hieruit volgt dat de ontwikkeling in overeenstemming moet zijn met de binnen de regio gemaakte afspraken. De woningbouwafspraken zijn regionaal vastgelegd in het Regionaal Actie Programma Wonen. In paragraaf 3.2.3 is het voorliggende plan hieraan getoetst. Hierin wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de afspraken. Het plan voldoet hiermee aan het gestelde in artikel 5a van de verordening. Artikel 5a Nieuwe stedelijke ontwikkeling 1. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. De regels voor energie en duurzaam bouwen zijn opgenomen in artikel 33 van de Verordening (zie volgende kader). Hieruit volgt dat bestemmingsplannen moeten beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en dat moet worden voldaan aan de eisen van duurzaam bouwen. In paragraaf 3.3.2 wordt het voorliggende plan getoetst aan het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Haarlemmermeer. Hier is toegelicht op welke wijze het initiatief bijdraagt aan energiebesparing.
Het plan voldoet hiermee aan het gestelde in artikel 33 van de verordening. Artikel 33 Energie en duurzaam bouwen 1. Bestemmingsplannen voor woningbouw, renovatie, (herstructurering) bedrijventerreinen, kantoorlocaties en glastuinbouw dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame energiebesparing en inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte, Warmte Koude Opslag en aardwarmte, zonne-energie, biomassa. 2. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient aan eisen van duurzaam bouwen te voldoen.
3.2.3. Regionaal Actie Programma Wonen Conform het gestelde in de provinciale verordening zijn op regionaal niveau woningbouwafspraken gemaakt. Voor de regio Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland geldt dat in juli 2017 een tweede Regionaal Actie Programma (RAP) is vastgesteld. In de RAP’s maken de regio’s afspraken over de woningbouwproductie, de kwantitatieve opgave op basis van de (provinciale) prognoses. Ook worden er in de RAP’s kwalitatieve afspraken gemaakt, zoals op het gebied van zorg en duurzaamheid. Het nu geldende RAP voor de regio richt zich op de periode 2016-2020. Kwantitatief gezien is bij de vaststelling van het RAP voor de regio inzichtelijk gemaakt wat de behoefte is in de periode 2017-2027 en hoe de plancapaciteit er uit ziet. Het RAP laat zien dat de woningbouwproductie tot 2027 kan worden gerealiseerd binnen de nu al bekende planvoorraad. Het gaat hierbij om het totaal aan harde (onherroepelijke en vastgestelde bestemmingsplannen) en zachte plannen (in voorbereiding en potentieel). Daarbij wordt aangegeven dat een groot deel van de plannen nog een zachte planstatus heeft en de regio nog een forse inspanningsopgave heeft om deze plannen daadwerkelijk tot productie te brengen. In het RAP is ook gekeken naar de kwalitatieve woonbehoefte in de regio. In het RAP wordt geconcludeerd dat in vrijwel alle marktsegmenten een tekort bestaat.
Deze tekorten zijn het grootste bij eengezinswoningen, betaalbare huurwoningen en betaalbare/middeldure koopwoningen. Alleen
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 15
voor de meergezinswoningen in het stedelijk woonmilieu geldt dat er voldoende plancapaciteit beschikbaar is om in de vraag te kunnen voorzien. Dit geldt ook voor de dure huurwoningen. Toetsing De provincie Noord-Holland en de Metropoolregio Amsterdam monitoren jaarlijks de aanwezige woningbouwcapaciteit. De resultaten hiervan zijn op de website www.plancapaciteit.nl terug te vinden. De monitor biedt een actueel beeld van de huidige capaciteit en maakt daarbij een onderscheid in ‘harde’ (vastgestelde) en ‘zachte’ (potentiële) woningbouwplannen. Het plangebied is reeds opgenomen als ontwikkeling binnen de plancapaciteit. Daarbij wordt aangegeven dat de realisatieperiode van de ontwikkeling 2020-2024 is en dat er rekening wordt gehouden met 25 woningen. Daarnaast sluit de realisatie van eengezinswoningen in het plangebied ook aan op de kwalitatieve woonbehoefte in de regio. Hiermee voldoet het plan dus aan het Regionaal Actie Programma Wonen. 3.3.
Gemeentelijk beleid
3.3.1. Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012) De Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012) beschrijft de belangrijke ambities, speerpunten en opgaven voor Haarlemmermeer in de periode tot 2030. Hierin wordt ingegaan op structurerende zaken met ontwerpprincipes voor duurzaamheid, een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, energie, netwerk- en ketenmobiliteit, de synergie met Schiphol, ruimte voor attracties, en de cultuurhistorie en diversiteit als drager van de ontwikkelingen. Ook over de wijze waarop wordt ontwikkeld en het centraal stellen van de mens in dit ontwikkelproces worden belangrijke uitspraken gedaan. Het accent ligt hierbij op sociale duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Het doel van de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is het bieden van een kader, waarmee Haarlemmermeer: 1. de ruimtelijk bestaande situatie, de huidige ontwikkelingen en de gewenste toekomstige ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang (voor de periode tot 2030) borgt; 2. het toetsingskader voor het ruimtelijk beleid voor de periode 2010-2020 geeft; 3. de kaders voor het maken van financiële afspraken met overheden en marktpartijen voor bovenplanse verevening biedt. Haarlemmermeer positioneert zich ook in de toekomst als een attractieve ontmoetings- en vestigingsplaats.
Duurzaamheid en oog voor bestaande structuren zijn leidend bij de toekomstige ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen. De ambities voor Haarlemmermeer in 2030 zijn daarmee: a) sterk gevarieerd en gebruikmakend van de atypische stedelijkheid; b) duurzaam en klimaatbestendig; c) fysiek en sociaal verbonden met elkaar en met de omgeving, en d) blijvend gepositioneerd als attractieve ontmoetingsplaats.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 16
Deze ambities wil de gemeente verwezenlijken door: 1. Het realiseren van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat, dat klaar is voor de realiteit van morgen; 2. netwerken en knooppunten, die bijdragen aan een evenwichtige balans tussen dynamiek en rust; 3. een ruimtelijk raamwerk dat de gewenste ontwikkelingen mogelijk maakt en ze herkenbaar en samenhangend inbedt in de bestaande situatie. Voor het voorliggende plan is het realiseren van een aantrekkelijk woon-, werk- een leefklimaat relevant. Hiervoor zet de gemeente onder andere in op de bouw van voldoende en op de vraag afgestemde nieuwe woningen, met ruimte voor ontspanning in de omgeving. De stedelijke functie is en blijft geconcentreerd in Schiphol, Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Uitbreiding hiervan krijgt zijn vertaling vooral in een sterke verdichting van het grondgebruik en niet zozeer in hoogbouw. Toetsing De structuurvisie van de gemeente Haarlemmermeer bevat geen concrete ambities of beleidsdoelstellingen ten aanzien van het plangebied en haar omgeving. Het voorliggende plan voor de herontwikkeling van een binnenstedelijke bedrijfslocatie naar woningbouw past binnen de ambities van de gemeente voor de bouw van nieuwe woningen onder andere binnen Nieuw-Vennep. Bovendien is sprake van op de vraag afgestemde woningen.
In paragraaf 3.1.3 is het plan namelijk getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking en wordt geconcludeerd dat het voorziet in zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte. 3.3.2. Duurzaamheidsbeleid gemeente Haarlemmermeer Duurzaamheid is een belangrijk thema voor de gemeente Haarlemmermeer. Het duurzaamheidsbeleid is beschreven is verschillende beleidsdocumenten, zoals het "Programma Haarlemmermeer Duurzaam 2015 - 2018", het "Uitvoeringsprogramma 2017 - 2018 en monitor 2016", de "Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (2015)" en de "Gemeentelijke Prestatie Richtlijn". Hieronder is het beleid samengevat. De Gemeentelijke Prestatie Richtlijn geeft streefwaarden aan op vijf verschillende duurzaamheidsthema’s. Voor woningbouw zijn deze vastgesteld op 8,5 voor energie; 7,0 voor milieu; 8,0 voor gezondheid; 7,5 voor gebruikswaarde en 7,0 voor de toekomstwaarde. Naast deze streefwaarden zijn er op de afzonderlijke thema’s ook andere richtlijnen en ambities vastgesteld. In Haarlemmermeer wordt gestreefd naar een aardgasloze en energieleverende gemeente. Hierdoor kunnen energienota’s op nul uitkomen of zelfs positief zijn. Ook voorziet deze ambitie in de groeiende vraag naar energie voor elektrische mobiliteit. Naast deze ambitie is sinds 2015 de energieprestatiecoëfficiënt (EPC-waarde) vastgesteld op 0,4.
Het uitvoeringsprogramma 2017 - 2018 heeft als hoofdambitie om te streven naar een circulaire samenleving. De gemeente wil namelijk grondstoffen zo lang mogelijk in de kringloop houden en voorkomen dat er afval ontstaat. Vanuit de principes van de circulaire economie stimuleert de gemeente het hergebruik van aanwezig grondstoffen, het toepassen van een grondstoffenpaspoort en het remontabel en flexibel bouwen van woningen. Hiermee kunnen woningen gemakkelijker aangepast worden aan veranderende woonwensen en demografie waardoor toekomstige sloop zoveel mogelijk wordt uitgesteld of voorkomen. Daarnaast wordt het gebruik van herbruikbare
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 17
biobased materialen in de bouw ook aangemoedigd waardoor minder fossiele grondstoffen nodig zijn en CO2 uitstoot wordt verminderd. Naast energie en circulariteit zijn er in Haarlemmermeer polderspecifieke wateropgaven. Klimaatverandering zal voor heftigere buien zorgen die niet meer altijd direct door riolering opgevangen kunnen worden. Hierdoor is het van belang om vertraagde afvoer te realiseren en infiltratie van water in de bodem mogelijk te houden. Dit kan bijvoorbeeld door het maken van groene daken en tuinen, het afkoppelen van regenpijpen, het creëren van oppervlaktewater en het aanleggen van wadi’s. Deze maatregelen dragen daarnaast bij aan het voorkomen van hittestress, het stimuleren van biodiversiteit en het afvangen van fijnstof. Toetsing Bij de realisatie van de toekomstige woningen zal rekening worden gehouden met de duurzaamheidsambities van de gemeente. De nieuw te bouwen woningen zullen voldoen aan de wettelijke en gemeentelijke vereisten op het gebied van isolatie. Bovendien is aardgasvrij bouwen (wet VET) de norm. In de wet voortgang energietransitie is bepaald dat per 1 juli 2018 de nieuw te bouwen bouwwerken niet meer aangesloten worden op het gasnet. Met de nieuw te bouwen woningen ontstaat bovendien een uitgelezen kans tot verduurzaming. Daarnaast is herstructurering van deze locatie met verdichting de ultieme vorm van duurzaam ruimtegebruik. 3.3.3.
Woonvisie Haarlemmermeer Het woonbeleid van de gemeente Haarlemmermeer is vervat in een Woonvisie. De Woonvisie heeft een looptijd van 2012 tot en met 2015, maar bij het opstellen van de Woonvisie is rekening gehouden met een blik op de woningmarkt met een termijn die verder reikt dan 2015. De centrale doelstelling in de woonvisie is: ‘Haarlemmermeer zet zich in voor duurzame en betaalbare woningen in leefbare dorpen en wijken en aangenaam wonen in diverse woonmilieus: stedelijk, suburbaan, dorps en landelijk’. Daarbij zijn drie pijlers verwoord, die aangevuld zijn met de facetten inbraakpreventie, duurzaamheid en toegankelijkheid. Het gaat om de volgende pijlers: 1. Woongenot in dorpen en wijken. Maatwerk in regelgeving op lokaal niveau, aandacht voor woonwijken met stadse en suburbane woonmilieus (Hoofddorp, Nieuw‐Vennep) en versterken van uniek karakter in de kernen en het buitengebied. 2. Inspelen op de woningmarkt. Dit heeft zijn weerslag in het woningbouwprogramma en de toewijzing aan woningzoekenden. Nieuwbouwaanbod is minder dan voorheen een ‘draaiknop’ omdat de vraagzijde de markt regeert. 3. Wonen en zorg / bijzondere doelgroepen. De vergrijzing zorgt voor een veranderende woonvraag en het huisvesten van bijzondere doelgroepen krijgt extra aandacht.
Mede door het scheiden van wonen en zorg en de decentralisatie van taken naar de gemeente, spelen partners die gespecialiseerd zijn in wonen, zorg en welzijn hierbij een sleutelrol.
Vast te stellen bestemmingsplan Nieuw-Vennep Hoofdweg 1247
Pagina 18
Toetsing Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van 23 grondgebonden rijwoningen. De richtlijn voor het gemeentelijk nieuwbouwprogramma omvat drie categorieën, te weten het sociale segment (30%), het derde segment voor middeninkomens (10%) en het marktsegment (60%). Het college van burgemeester en wethouders heeft op 11 juli 2017 besloten dat dit uitgangspunt niet geldt bij nieuwbouw- en transformatiegebieden met 30 of minder woningen in een binnenstedelijk gebied. In voorliggende situatie is dan ook sprake van programmatische vrijheid. Dit neemt niet weg dat met voorliggend project ingespeeld wordt op de woonbehoefte van gezinnen in een suburbaan woonmilieu. Het voorliggende plan voldoet hiermee aan het beleid uit de Woonvisie Haarlemmermeer.