Nota Vaststellen uitwerkingsplan 'Hoofddorp Tudorpark H'.pdf
Tekst van het document
Het is daarom niet aannemelijk dat zich vlinders in het gebied zouden bevinden die thans wel beschermd zijn. Op grond van de Natuurtoets in het bestemmingsplan “Hoofddorp Tudorpark en omgeving” alsmede de uitgevoerde Natuurtoets in 2011 is niet aannemelijk dat zich thans soorten in het gebied bevinden die op grond van het regime van de Wet natuurbescherming een specifieke bescherming verdienen. Aangezien de Natuurtoets uit 2011 inmiddels gedateerd is en vanwege de inwerkingtreding van de Wet Natuurbescherming is ten behoeve van dit uitwerkingsplan door het bureau Aqua Terra Nova een aanvullend advies opgesteld. Het aanvullende advies bevestigt de eerdere conclusies uit het onderzoek van 2011. Concreet is de conclusie dat uit het onderzoek is gebleken dat effecten op (strikt) beschermde soorten kunnen worden uitgesloten. Het advies van Aqua Terra Nova is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. 5.4.2 Gebiedsbescherming Juridisch kader De locatie is gelegen op ruime afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Er is in het algemeen geen rechtstreekse relatie tussen een bestemmingsplan en het effect op een Natura 2000 gebied. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het wel van belang een dergelijk effect te bezien.
Indien namelijk sprake is van een significant effect op een Natura 2000-gebied, dan schrijft de Wet milieubeheer voor dat een milieu-effectrapportage dient te uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 33
33
worden opgesteld. De Wet natuurbescherming verplicht in dat geval een zogenaamde passende beoordeling op te stellen. Op vergunningniveau is er een rechtstreekse relatie. Indien een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor de activiteit bouwen, en vaststaat dat sprake kan zijn van een significant effect op een Natura 2000gebied, dan kan de omgevingsvergunning niet worden verleend zonder een verklaring van geen bedenkingen van gedeputeerde staten van de provincie. Als eerder al een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor de desbetreffende activiteit is verleend, dan is een dergelijke verklaring niet nodig. Als gelijktijdig of na de aanvraag om omgevingsvergunning tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor dezelfde activiteit is aangevraagd, dan kan de omgevingsvergunning niet worden verleend, voordat de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is verleend. De vergunning op grond van de Wet natuurbescherming haakt dan zogenaamd aan op de vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Wanneer is nu sprake van een significant effect ? De wet zegt niet wanneer sprake is van een significant effect. In de praktijk blijkt dat alle Natura 2000-gebieden overbelast zijn. Voor elk Natura 2000gebied is namelijk een aanwijzingsbesluit genomen door de Staatssecretaris.
Bij dat aanwijzingsbesluit is een lijst opgenomen van natuurdoeltypen en is ook bepaald hoe gevoelig die zijn voor bepaalde stoffen, waaronder stikstof. Voor elk natuurdoeltype wordt de kritische depositiewaarde bepaald en wordt aangegeven of in de huidige situatie reeds sprake is van een overschrijding. Als dat zo is, dan mag op geen enkele manier een toevoeging plaatsvinden waardoor die kritische depositiewaarde nog meer wordt overschreden. Het PAS In 2015 is het Programma Aanpak Stikstof opgesteld. Dit programma bevatte mogelijkheden om toch de kritische depositiewaarden te overschrijden. Het argument daarvoor was dat in de toekomst maatregelen zouden worden genomen die ertoe zouden leiden dat de stikstofbelasting op de diverse natuurdoeltypen zou verminderen. Vooruitlopend daarop zou er onder voorwaarden en binnen marges extra toevoeging als gevolg van activiteiten mogen plaatsvinden. Om die mogelijkheden te benutten, was een rekentool opgesteld, de zogenaamde Aerius calculator. In deze rekentool konden de bronnen worden ingevoerd die voor het effect van de desbetreffende activiteit in aanmerking dienden te worden genomen. Deze bronnen werden dan in het model verwerkt en doorgerekend voor het effect op de diverse natuurdoeltypen inclusief de ruimte die het PAS vanwege toekomstige maatregelen zou bieden.
PAS onverbindend, wat nu ? Deze methode, waarin dus vooruitgelopen werd op toekomstig te nemen maatregelen en waarbij dus geaccepteerd werd dat een tijdelijke overschrijding zou plaatsvinden van de kritische depositiewaarde is door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onverbindend verklaard. Dat betekent dus dat, wanneer een activiteit leidt tot enige toevoeging in een uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 34
34
overbelast Natura 2000 gebied, direct de conclusie is dat een vergunning vereist is op grond van de Wet natuurbescherming. Of een dergelijke vergunning kan worden verleend is onzeker. De wet biedt wel de mogelijkheid om vergunning te verlenen, maar dat is alleen mogelijk als direct vaststaat dat elders compensatie wordt geboden (extern gesaldeerd) of als de ontwikkeling in de plaats komt voor een bestaande situatie die wordt opgeheven en de nieuwe ontwikkeling minder stikstofdepositie veroorzaakt op het Natura 2000 gebied. (interne saldering). Als externe saldering en interne saldering niet mogelijk zijn, dan is het toch mogelijk om een vergunning te verlenen. Dat kan in dat geval alleen maar als voldaan wordt aan de zogenaamde ADC-criteria. Aangetoond moet dan worden dat geen alternatieven aanwezig zijn, sprake is van een dringende reden van openbaar belang en elders gecompenseerd wordt. Toepassing van de ADC-criteria is een hoge uitzondering. Voortoets Aan de hand van een voortoets dient te worden beoordeeld of er als gevolg van het bestemmingsplan dat de ontwikkeling mogelijk maakt, kan worden uitgesloten dat sprake is van significant negatieve effecten op gevoelige habitattypen in het nabijgelegen Natura 2000 gebied.
Of er sprake is van significant negatieve effecten hangt onder andere af van de instandhoudingsdoelstellingen van het betrokken Natura 2000-gebied en de vraag welke gevolgen de toename van stikstofdepositie heeft voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen. De instandhoudingsdoelstellingen zijn te vinden in het aanwijzingsbesluit van het betrokken Natura 2000-gebied en uitgewerkt in het beheerplan voor het desbetreffende gebied. Beschrijving van de activiteit Als bijlage bij deze toelichting is een aerius-berekening uitgevoerd voor de gebruiksfase. Voor de aanlegfase zal per aanvraag om omgevingsvergunning een aeriusberekening worden gemaakt, zodat per aanvraag kan worden geconstateerd dat ook hier geen toename van de stikstofdepositie zal plaatsvinden. Uit de opgestelde aerius-berekening blijkt dat er geen sprake is van een depositietoename op relevante Natura 2000 gebieden. Conclusie De regelgeving op het gebied van de soorten- en gebiedsbescherming zoals deze thans is opgenomen in de Wet natuurbescherming staat deze ontwikkeling niet in de weg.
uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 35
35
5.5 Geluid 5.5.1 Wettelijk kader Wegverkeer In de Wet geluidhinder is bepaald dat het bevoegd gezag bij vaststelling van een bestemmingsplan de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wet geluidhinder vindt plaats per weg. Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 48 dB. Indien dit geluidsniveau wordt overschreden kan de gemeente een hoger geluidsniveau toestaan, de zogenaamde ‘Hogere waarde’. De Hogere waarde mag enkel worden verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting te brengen niet mogelijk is. Aan de Hogere waarde is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Deze niveaus zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. Conform artikel 110g mag een correctie worden toegepast op het berekende geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer. Voor wegen waar 70 km/uur of harder gereden mag worden is de aftrek 2 dB en voor de overige wegen 5 dB.
De wettelijk toegestane snelheid is hier van belang. Voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur geldt geen aftrek aangezien deze wegen geen zone hebben en hierdoor niet onder de werkingssfeer van de Wet geluidhinder vallen. Enkel bij toetsing in het kader van het aspect "goede ruimtelijke ordening" wordt ten behoeve van een goede beoordeling de aftrek wel toegepast.) Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wet geluidhinder kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde "zware lawaaimakers" als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB niet te boven gaan. De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen – vastgelegd in eerder genomen besluiten – blijven gelden.
uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 36
36
Luchtverkeerslawaai Op grond van artikel 8.30a van de Wet luchtvaart stelt de minister elk vijfde kalenderjaar een geluidsbelastingkaart vast. Die heeft betrekking op de geluidsbelasting (overdag (Lden) en ‘s nachts (Lnight)) veroorzaakt door de luchthaven op woningen en bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen. Cumulatie In artikel 110a staat dat alleen een hogere waarde mag worden vastgesteld als de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Er dient gemotiveerd te worden dat er rekening is gehouden met de gecumuleerde geluidsbelasting bij de te treffen maatregelen. Overig Geluid van andere inrichtingen dan zogeheten ‘grote lawaaimakers’ in het kader van een aangewezen industrielawaai, wordt getoetst en geregeld in het kader van de Wet Milieubeheer of Activiteitenbesluit. Dit vergt geen nader toets in relatie tot het bestemmingsplan. Wel zijn er enkele inrichtingen en activiteiten die buiten die regelgeving vallen, die in het kader van de ruimtelijke ordening een boordeling vergen en waarbij geluid een rol speelt. 5.5.2 Akoestisch onderzoek Door het bureau M+P is op 22 april 2020 een rapportage opgesteld naar aanleiding van een uitgevoerd akoestisch onderzoek.
Het plangebied is gelegen binnen de geluidszone van de Bennebroekerweg, de Nieuwe Bennebroekerweg, de Hoofdweg West en de Hoofdweg Oost. Het plangebied ondervindt geen verhoogde geluidsbelasting vanwege de gezoneerde wegen. Het vaststellen van een hogere waarde is daarom niet nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens onderzoek naar de geluidsbelasting van de Laan van Dorset en de Laan van Tudor. Dit zijn niet gezoneerde wegen. Vanwege de niet gezoneerde Laan van Dorset bedraagt de geluidsbelasting maximaal Lden 53 dB en vanwege de Laan van Tudor maximaal Lden 49 dB. Deze geluidsbelasting is iets hoger dan de voorkeursgrenswaarde maar er is ondanks deze lichte overschrijding wel sprake van een acceptabel woonklimaat. Geconcludeerd kan worden dat de Wet geluidhinder geen belemmeringen vormt voor dit uitwerkingsplan. Het akoestisch rapport gaat als bijlage bij deze toelichting.
5.5.3 Luchtverkeerslawaai Het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) bevat ruimtelijke maatregelen op rijksniveau die verband houden met het waarborgen van de veiligheid van het vliegverkeer rond de luchthaven Schiphol. Het LIB legt het luchthavengebied vast alsmede een beperkingengebied rondom de uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 37
37
luchthaven. Aan de zuidzijde van het plan Tudorpark raakt de 20 Ke contour het plangebied van het moederplan. Op grond van de tekst van het huidige Luchthavenindelingsbesluit gelden hier geen beperkingen voor woningbouw. In de toelichting op het moederplan is hierop ingegaan. Daar waar de 20 Kecontour over het moederplan ligt, is thans sprake van een gedetailleerde en reeds onherroepelijke bestemming. De woningen ter plaatse zijn reeds gerealiseerd. Onderhavig uitwerkingsplan valt buiten de 20 Ke contour, zoals aangegeven op onderstaande afbeelding. De locatie Tudorpark valt binnen bestaand stedelijk gebied.
Ligging 20 Ke contour (gele kleur) ten opzichte van plan (met pijl aangegeven)
Conclusie Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het aspect geluid c.q. wegverkeerslawaai geeft geen belemmering voor de uitvoering van dit uitwerkingsplan.
5.6 Luchtkwaliteit
uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 38
38
In het moederplan is voor het gehele plan het aspect luchtkwaliteit een verantwoording gegeven. Daarbij is de capaciteit die in onderhavig uitwerkingsplan is opgenomen, betrokken. Geconcludeerd is dat er geen overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen zal plaatsvinden. Besluit NIBM Conform art. 5.16 van de Wet milieubeheer is voor een plan dat niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit geen uitgebreid luchtkwaliteitsonderzoek nodig en kan het plan zonder uitgebreide toetsing aan de luchtkwaliteitseisen doorgang vinden. Een plan met een bijdrage aan de luchtkwaliteit van minder dan 3% van de grenswaarde voor de stoffenNO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijn stof), is conform het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) gedefinieerd als NIBM. Een concretisering van NIBM is de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). In bijlage 3A van deze regeling worden onder meer woningbouwlocaties kleiner dan 1.500 woningen aangeduid als NIBM (bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen). De bepaling van de NIBM-grens is vastgelegd in het DHV- rapport ‘Bepaling van NIBM planomvang op basis van herziene uitgangspunten’, Ministerie van VROM (december 2006).
Uit dit rapport blijkt dat de verkeersaantrekkende werking die bij de norm van 1.500 woningen is gehanteerd, 2,6 vervoersbewegingen per etmaal per woning bedraagt. Hieruit volgt dat een plan met een verkeersaantrekkende werking van ten hoogste 3.900 motorvoertuigbewegingen per etmaal niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Omdat het aantal woningen beneden de grens blijft van 3000 woningen voor het totale plan waarvan onderhavig uitwerkingsplan onderdeel uitmaakt, is geen aanvullend onderzoek vereist. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het onderhavige plan NIBM bijdraagt en daarom voldoet aan de Wet milieubeheer, Titel 5.2. Het uitvoeren van een uitgebreid luchtkwaliteitsonderzoek is op basis van de huidige wetgeving niet vereist. Opgemerkt wordt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de ontwikkelingslocatie volgens de NSL monitoringstool (2015) aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer voldoet. Het plan voorziet niet in gevoelige functies als bedoeld in het Besluit gevoelige functies. Toetsing hieraan kan derhalve achterwege blijven.
5.7 Milieueffectrapportage 5.7.1 Wet- en regelgeving In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Omdat dit project wordt genoemd in de D-lijst (categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject), maar de omvang onder de drempelwaarde van 2.000 woningen ligt, kan worden volstaan met een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling’, die onderdeel moet zijn van de toelichting van uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 39
39
dit bestemmingsplan. 5.7.2 Onderzoek Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een 'volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Plan/besluit Dit bestemmingsplan voorziet in het oprichten van circa 100 woningen. De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de grens voor een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit. Op basis van de kenmerken genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen MER noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken.
• Kenmerken van het project Sprake is van een geringe omvang van het plangebied, terwijl er geen cumulatie is met andere projecten. Evenmin is het gebruik van natuurlijke hulpbronnen aan de orde. Voorts is er geen sprake van productie van afvalstoffen en verontreiniging. Er is geen sprake van hinderlijke bedrijvigheid maar uitsluitend het realiseren van een beperkte aantal woningen. Risico van ongevallen speelt eveneens niet bij het onderhavige uitwerkingsplan. • Plaats van het project Het plangebied is niet van historisch, cultureel of archeologisch belang. Dit aspect is beschreven in paragraaf 5.5. van de toelichting van het bestemmingsplan Hoofddorp Tudorpark en omgeving (het moederplan). Verder is een onderzoek uitgevoerd op het gebied van Flora en fauna (zie paragraaf 5.4 van de toelichting van het onderhavige uitwerkingsplan). De nieuw op te richten woningen liggen niet binnen de invloedssfeer van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000- gebied, 'Kennemerland Zuid', bevindt zich op een afstand van circa 12 km ten westen van het plangebied. De nieuwe woningen liggen niet binnen de invloedssfeer van dit Natura 20û0-gebied voor wat betreft stikstofdepositie. Dit aspect is beschreven in paragraaf 5.4. • Kenmerken van het potentiële effect uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 40
40
Het project heeft in samenhang met de hiervoor genoemde criteria geen aanzienlijke effecten op de bevolking. Evenmin is er sprake van een grensoverschrijdend karakter. De complexiteit is gering gelet
uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 41
41
op de omvang van het plangebied. 5.7.3 Conclusie Op basis van bovenstaande korte toelichting in relatie tot vormvrije M.e.r.beoordeling kan worden geconcludeerd dat de beoogde planontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg zal hebben. De aanmeldnotitie is bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd (Bijlage 3), zodat deze procedureel wordt verankerd. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer heeft naar aanleiding van de aanmeldnotitie besloten dat er geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Dit besluit is als bijlage bij de toelichting opgenomen (Bijlage 4 M.e.r.-beslissing).
uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 42
42
HOOFDSTUK 6:UITVOERBAARHEID 6.1 Financiële uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan (daaronder wordt ook een uitwerkingsplan verstaan) een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal. Dat gaat over ‘aangewezen bouwplannen’ volgens artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Ten opzichte van de samenwerkingsovereenkomst die in 2009 is aangegaan met Ymere, is in 2012 een uitwerking (allonge) gemaakt. De conclusie voor het uitwerkingsplan is dat het kostenverhaal anderszins, namelijk via een overeenkomst met Ymere, is verzekerd.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De maatschappelijke uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan wordt getoetst aan de (mogelijke) reacties van de reguliere overlegpartners. Het wordt ook getoetst aan reacties van omwonenden en andere belanghebbenden tijdens de zienswijzenperiode. Daaraan voorafgaand heeft Ymere gesproken met de omwonenden. Van dit overleg is een verslag opgesteld. Het verslag en de daarbij behorende bijlagen zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Verder is de wijkraad Toolenburg geïnformeerd over dit plan. 6.2.1 Resultaten wettelijk vooroverleg Het moederplan is in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro in de voorontwerpfase voorgelegd aan de wettelijke overlegpartners. De uitwerkingsverplichting c.q. het plandeel waar die geldt, is op die manier reeds betrokken geweest in het overleg. Er zijn geen aspecten die nader overleg vergen met rijksdiensten. Het plan is aangeboden aan de Provincie, maar er is geen provinciaal belang in het geding. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op het plan een positief wateradvies gegeven en dit in het kader van het vooroverleg bevestigd. De brandweer Kennemerland heeft positief geadviseerd. 6.2.2 Ter inzage gelegd ontwerp Het ontwerp uitwerkingsplan heeft in het kader van de wettelijke procedure in de Wet ruimtelijke ordening gedurende een periode van zes weken ter visie gelegen.
Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 43
43
HOOFDSTUK 7: JURIDISCHE ASPECTEN 7.1 Opzet regels en verbeelding De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar kan wel gebruikt worden als nadere uitleg bij de regels. Op de bij het uitwerkingsplan behorende verbeelding zijn alle noodzakelijke gegevens ingetekend. Er wordt onderscheid gemaakt in (dubbel)bestemmingen en aanduidingen. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. De op de verbeelding opgenomen bestemmingen zijn in overeenstemming met de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Door deze standaarden wordt de kleur en de codering van de bestemmingen bepaald. De bestemmingen zijn op het renvooi weergegeven in alfabetische volgorde. Elke op de verbeelding weergegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsregel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze de gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt en bebouwd mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de verbeelding. Aanduidingen in samenhang met de regels, geven duidelijkheid over datgene wat binnen een bestemmingsvlak al dan niet is toegestaan.
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: de ‘Inleidende regels’, de ‘Bestemmingsregels’, de ‘Algemene regels’ en de ‘Slotregel’ die bestaat uit de naam waaronder het uitwerkingsplan moet worden aangehaald.
7.2 Inleidende bepalingen en algemene regels Het eerste hoofdstuk bevat inleidende bepalingen. In artikel 1 is in de begripsbepalingen het uitwerkingsplan nader gedefinieerd. Hoofdstuk 2 omvat de bestemmingsregels.
7.3 Bestemmingsregels De volgende bestemmingen zijn in het plan opgenomen: Woongebied (wonen, Tuin, Wonen-Gestapeld, Verkeer,Groen) De regels voor de bestemming Woongebied zijn voor het grootste deel gelijk aan de tekst van artikel 16 van het moederplan. Binnen deze bestemming is het zowel mogelijk om grondgebonden woningen te realiseren als gestapelde woningbouw. De maximale hoogte voor grondgebonden woningen bedraagt 13 meter, de maximale hoogte voor gestapelde woningen bedraagt 25 meter.
uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 44
44
Parkeerregels Sinds een regeling over het parkeren niet meer in de bouwverordening mag voorkomen, worden parkeerregels over nieuw te maken functies, zoals in dit geval woningen, in het bestemmingsplan opgenomen. De normen zijn overgenomen uit de uitwerkingsregels opgenomen in artikel 17.2 van het moederplan.
7.4 Verwijzing naar ‘moederplan’; Slotregel Dit bestemmingsplan is van het type uitwerkingsplan. Het is het resultaat van een verplicht gestelde uitwerking van wat in het zogeheten moederplan is omschreven. Een aantal algemene bepalingen uit het moederplan wordt van toepassing verklaard op het uitwerkingsplan. Dan behoeven die regels niet te worden herhaald in het uitwerkingsplan. In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 45
45
uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark H’
Pagina 46
46
Planregels Uitwerkingsplan Tudorpark H
NL.IMRO.0394.UPGhfdTudorparkH-C001
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE BEPALINGEN ARTIKEL 1 Begripsbepalingen plan: (digitaal) het uitwerkingsplan 'Tudorpark uitwerkingsplan H' van de gemeente Haarlemmermeer. uitwerkingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand (NL.IMRO.0394.UPGhfdTudorparkH-C001') met de bijbehorende regels bestemmingsplan: het door de raad van de gemeente Haarlemmermeer op 9 januari 2014 vastgestelde bestemmingsplan Tudorpark Voor de overige begrippen is artikel 1 van het bestemmingsplan ‘Tudorpark' van toepassing.
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS
Artikel 2 Woongebied 2.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a wonen; b aan huis verbonden beroepsuitoefening; c verkeer; d groen; met daarbij behorend(e): a. tuinen;
b c d e f g h i j k l m n
terreinverhardingen; erven; bergingen; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; voet- en fietspaden; speelvoorzieningen; dagrecreatieve voorzieningen; (ondergrondse) inzamelpunten voor huishoudelijk afval; nutsvoorzieningen; kunstobjecten; groenvoorzieningen; woonstraten
2.2 Bouwregels 2.2.1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. de hoogte van gestapelde woningen mag niet meer zijn dan 25 meter; c. de hoogte van grondgebonden woningen mag niet meer zijn dan 13 meter; d. de diepte van voortuinen bij grondgebonden woningen bedraagt minimaal 3 meter; e. bij grondgebonden woningen mag per bouwperceel de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen, hoofdgebouwen daarbij niet meegerekend, niet meer zijn dan 50% van dat bouwperceel tot een maximum van 75 m², dan wel de gezamenlijke oppervlakte van bestaande bouwwerken met inachtneming van de bestaande lengte, breedte, goot- en bouwhoogte per gebouw; f. bij grondgebonden woningen mag op de gronden buiten het bouwvlak, wanneer deze gronden 750 m2 of meer per perceel bedragen, de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen niet meer zijn dan 10% van de buiten het bouwvlak gelegen gronden met een maximum van 250 m2; g. bij geschakelde grondgebonden woningen, niet zijnde geschakelde twee-onder-éénkapwoningen, geldt dat de diepte van tegen het hoofdgebouw aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer mag zijn dan 3 meter, gemeten vanaf de achterste bebouwingsgrens dan wel het denkbeeldige verlengde daarvan; h.
bij grondgebonden woningen geldt dat de bouwhoogte van tegen het hoofdgebouw aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer mag zijn dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de tweede en de derde bouwlaag van het hoofdgebouw, tot een maximum van 7 meter; i. bij grondgebonden woningen geldt dat de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer mag zijn dan 3 meter en de nokhoogte niet meer dan 7 meter; 2.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de vorgevel mag niet meer zijn dan 1
meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3 meter. 2.2.3 Voor het bouwen van ondergrondse gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. ondergrondse gebouwen ook mogen worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig bovengronds gebouw. b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter. 2.3 Specifieke gebruiksregels 2.3.1 Het gebruik van een woning ten dienste van aan huis verbonden beroepsuitoefening Het gebruik van een woning ten dienste van aan huis verbonden beroepsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan 40% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning, tot een maximum van 50 m². 2.3.2 Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening van een beroep hoe gering ook van omvang, tenzij een afwijkend gebruik is toegestaan. b. het bij aan huis verbonden beroepsuitoefening ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten die vallen in een hogere categorie dan categorie 1 uit de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten of die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer; c. het ten behoeve van beroepsuitoefening aan huis hebben van bedrijfsmatige opslag in de open lucht; d.
het gebruiken van het hoofdgebouw ten behoeve van detailhandel, met uitzondering van webwinkels aan huis, wanneer deze voldoen aan de bepalingen van 2.3.1. e. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte, voor zover het betreft bergingen.
2.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 2.3.2. sub a en toestaan dat vrijstaande bijbehorende bouwwerken tijdelijk worden gebruikt als afhankelijke woonruimte, met dien verstande dat: a. het gebruik van gebouwen als afhankelijke woonruimte noodzakelijk is uit oogpunt van mantelzorg; b. voor de beoordeling van de noodzaak tot mantelzorg een advies is verkregen van een door de gemeente aangewezen deskundige.
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 3 Parkeerregels 3.1 Bij een rechtstreekse bouwtitel Indien in het kader van dit bestemmingsplan gebouwd kan worden dienen bij het verlenen van een daartoe benodigde omgevingsvergunning de parkeernormen in acht te worden genomen zoals deze zijn opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. 3.2 Bij een afwijking van de bouwregels Indien burgemeester en wethouders op basis van artikel 3.6.1 sub c van de Wet ruimtelijke ordening afwijken van de bouwregels dienen bij het verlenen van de omgevingsvergunning de parkeernormen in acht te worden genomen zoals deze zijn opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. 3.3 Afwijking van de toepassingsregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 1, in die zin dat ontheffing kan worden verleend van de parkeernormering, indien op basis van gegronde redenen kan worden aangetoond dat het voldoen aan de parkeernorm door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Een ontheffing wordt niet verleend als het bouwplan redelijkerwijs zodanig gewijzigd kan worden dat alsnog wordt voldaan aan de parkeernormen. Ontheffing kan worden verleend indien: a.
aanvrager kan aantonen dat het voldoen aan de parkeernormen feitelijk en/of economisch gezien redelijkerwijs onmogelijk is en het belang dat gediend is met het voldoen aan de parkeernormen niet onevenredig wordt aangetast; en b. op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien. 3.4 Specifieke gebruiksregels Ruimte(n) voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen, bromfietsen en fietsen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimten krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
ARTIKEL 4 Van toepassing verklaring Op dit uitwerkingsplan zijn de artikelen 1, 2, 22 t/m 25 en 28 van het bestemmingsplan 'Tudorpark' van toepassing.
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGEL
ARTIKEL 5 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: regels van het uitwerkingsplan ‘Tudorpark uitwerkingsplan H’ van de gemeente Haarlemmermeer.
Bijlage bij de regels
uitwerkingsplan ‘Hoofddorp Tudorpark G’
Pagina 51
Bijlage van regels bestemmingsplan Hoofddorp Tudorpark en omgeving: Staat van Bedrijfsactiviteiten
AFSTANDEN IN METERS GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
VISUEEL
BODEM
LUCHT
15 151 151 151
0 1 2 3 4 6 7 0 1 2 0 3 5 6 0 1 2 3 4
0 5 6
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) Tuinbouw: - bedrijfsgebouwen - kassen zonder verwarming - kassen met gasverwarming - champignonkwekerijen (algemeen) - bloembollendroog- en prepareerbedrijven - witlofkwekerijen (algemeen) Fokken en houden van overige graasdieren: - paardenfokkerijen - overige graasdieren Fokken en houden van overige dieren: - huisdieren - bijen - overige dieren Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² KI-stations
10
30
C
10
30
2
1 G
1
B
L
10 10 10 30 30 30
10 10 10 10 10 10
30 30 30 30 30 30
C C C C C C
10 10 10 10 10 10
30 30 30 30 30 30
2 2 2 2 2 2
1 1 1 1 1 1
G G G G G G
1 1 1 1 1
B B B B B
L L L
50 50
30 30
30 30
C C
0 0
50 50
3.1 3.1
1 G 1 G
1 1
30 10 30
0 0 10
50 30 30
C C C
10 10 0
50 30 30
3.1 2 2
1 G 1 G 1 G
1 1 1
30 30 30 30 30
10 10 10 10 10
50 30 50 30 30
C
10 10 10 10 0
50 30 50 30 30
3.1 2 3.1 2 2
2 1 2 1 1
G G G G G
1 1 1 1 1
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
50 30
0 0
50 50
30 10
50 50
3.1 3.1
1 G 1 G
1 1
C
D D
VERKEER
STOF
10
01 0111, 0113 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0122 0122 0122 0125 0125 0125 0125 014 014 014 014 014 0142
CATEGORIE
INDICES
GEUR
OMSCHRIJVING nummer
SBI-CODE
151
7
- loonslachterijen
151 152 152 1531 1531 1532, 1533 1551 1552 1581 1581 1584
8 0 6 0 2 0 0 2 0 1 0
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaarmaaltijden met p.o. < 2.000 m² Visverwerkingsbedrijven: - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: Zuivelprodukten fabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 2500 kg meel/week Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
1584 1584 1585 1586 1593 t/m 1595 16 17 172 173 174, 175 176, 177 18
3 6
18 181 182 183 19
-
19 192 193 20
-
20
-
0 0
50
0
50
10
50
3.1
1 G
1
50
0
50
10
50
3.1
2 G
1
50
10
30
10
50
3.1
1 G
1
50
10
50
50
50
3.1
1 G
1
10
0
30
0
30
2
1 G
1
30
10
30
10
30
2
1 G
1
30 30 50
10 10 30
30 30 10
10 10 10
30 30 50
2 2 3.1
1 G 1 G 2 G
1 1 2
10
0
30
0
30
2
1 G
1
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Weven van textiel: Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
50 10 0
0 0 10
50 50 50
10 10 10
50 50 50
3.1 3.1 3.1
2 G 1 G 1 G
2 1 2
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
30 10 50
0 10 10
50 30 10
0 10 10
50 30 50
3.1 2 3.1
1 G 2 G 1 G
1 2 1
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken
50 50
10 10
30 50
10 10
50 50
3.1 3.1
2 G 2 G
2 1
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen: Vervaardiging van wijn, cider e.d.
C
C
R
B
-
-
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.
D
B
L
2010.2 2010.2
0 2
203, 204, 205 205 21
1
21 2112 2112 22
0 1 -
22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 23 24 24 2442 2442 2442 2466 25
-
Houtconserveringsbedrijven: - met zoutoplossingen Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
10
30
50
10
50
3.1
2 G
1
0 10
30 10
50 30
0 0
50 30
3.1 2
1 G 1 G
1 1
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Papier- en kartonfabrieken: - p.c. < 3 t/u
50
30
50
50
3.1
1 G
2
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media
0 10 0 30 30 30 0
0 0 0 0 0 0 0
10 30 10 30 10 30 10
0 0 0 0 10 10 0
10 30 10 30 30 30 10
1 2 1 2 2 2 1
1 1 1 2 2 2 1
P P G G G G G
1 1 1 1 1 1 1
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - formulering en afvullen geneesmiddelen - verbandmiddelenfabrieken Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
50 10 50
10 10 10
50 30 50
50 10 50
50 30 50
3.1 2 3.1
2 G 2 G 3 G
1 1 2
50
10
30
30
50
3.1
1 G
1
50
30
50
30
50
3.1
2 G
1
10
30
50
10
50
3.1
1 G
1
B
-
A B
0 1 2 A -
25 2512 2512 252
0 1 0
252 26
3 -
26 261 2615
0
VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF Loopvlakvernieuwingsbedrijven: - vloeropp. < 100 m2 Kunststofverwerkende bedrijven: - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALKEN GIPSPRODUKTEN Glasfabrieken: Glasbewerkingsbedrijven
C
30
R
R R
D
B
B B
B B
L
262, 263 262, 263 267 267 2681 28
0 1 0 2
28 281 281 284 2851 2852 287 29 29 30 30 30 31
0 1a B1 0 2 B A -
31 316 32
-
32 321 t/m 323 3210 33
-
33
-
33 34 35
A -
35 351 351 36
0 1 -
Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
10
10
30
10
30
2
1 G
1
10 10
30 30
50 50
0 10
50 50
30 30
30 30
50 50
10 10
50 50
10 30
30 30
50 50
10 10
50 50
Kantoormachines- en computerfabrieken
30
10
30
10
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g.
30
10
30
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. Fabrieken voor gedrukte bedrading
30 50
0 10
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.
30
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: - houten schepen
30
L
D
3.1 3.1
1 G 1 G
1 2
D
3.1 3.1
1 G 1 G
1 2
B
3.1 3.1
1 G 1 G
2 2
B B
30
2
1 G
1
10
30
2
1 G
1
50 50
30 30
50 50
3.1 3.1
2 G 1 G
1 2
0
30
0
30
2
1 G
1
30
50
10
50
3.1
2 G
1
VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) Constructiewerkplaatsen: - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2
D
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
-
D
B B
-
B
36 361 362 363 364 365 3661.1 3661.2 40
2
40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 41 41 41 41 41 41 45 45 45 45 45 50 50 501, 502, 504 5020.4 5020.4 5020.5
B0 C0 C1 C2 D0 D3 D4 D5 E0 E2 A0 A2 B0 B1 1 2 3 -
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
0 30 30 30 30 0 30
10 10 10 10 10 30 10
10 10 30 50 50 30 50
0 10 10 30 30 0 30
10 30 30 50 50 30 50
1 2 2 3.1 3.1 2 3.1
1 1 2 2 2 1 2
P G G G G P G
1 1 2 2 2 1 2
0 0
0 0
30 50
C C
10 30
30 50
2 3.1
1 P 1 P
1 1
0 0 0
0 0 0
10 30 50
C C C
10 10 50
10 30 50
1 2 3.1
1 P 1 P 1 P
1 1 1
10
0
30
C
10
30
2
1 P
1
10
0
50
C
30
50
3.1
1 G
2
0
0
30
C
10
30
2
1 P
1
BOUWNIJVERHEID - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²
10 10 0
30 30 10
50 50 30
10 10 10
50 50 30
3.1 3.1 2
2 G 2 G 1 G
1 1 1
B B B
REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; reparatie- en servicebedrijven Autobeklederijen Autospuitinrichtingen Autowasserijen
10 0 50 10
0 0 30 0
30 10 30 30
10 10 30 0
30 10 50 30
2 1 3.1 2
2 1 1 3
1 1 1 1
B
D
B
-
B C
PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe: Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 MVA - 10 - 100 MVA Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C - gasontvang- en -verdeelstations, cat. D Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - blokverwarming WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 MW
R
R
P G G P
B B
B
L
503, 504 51 51 511 5121 5122 5124 5125, 5131 5132, 5133 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7 5148.7 5148.7 5148.7 5151.1 5151.1 5153 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5154 5155.2 5156 5157 5157.2/3 5162 5162 517 52 52
Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires 0
0 1 2 5 0 1 0 1 2 4 6 0 1 2
1 1 0 2 -
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vuurwerk en munitie: - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton - munitie Grth in vaste brandstoffen: - klein, lokaal verzorgingsgebied Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. > 2000 m² - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. > 2.000 m² - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen - autosloperijen: b.o. <= 1000 m² - overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m² Grth in machines en apparaten: - overige Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN
0
0
30
10
30
2
1 P
1
0 30 10 50 30 10 0 10 10 30 10 10
0 30 10 0 10 0 0 0 10 10 10 10
10 50 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30
0 30 0 0 50 50 0 0 0 0 10 10
10 50 30 50 50 50 30 30 30 30 30 30
1 3.1 2 3.1 3.1 3.1 2 2 2 2 2 2
1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
P G G G G G G G G G G G
1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
10 10 0
0 0 0
30 30 30
10 50 30
30 50 30
2 3.1 2
2 G 2 G 2 G
1 1 1
10
50
50
30
50
3.1
2 P
2
0 0
10 10
50 30
10 10
50 30
3.1 2
2 G 1 G
2 1
0
10
30
0
30
2
1 G
1
0 0 30 10 10 10
0 0 30 10 10 10
50 30 30 30 50 50
10 0 30 10 10 10
50 30 30 30 50 50
3.1 2 2 2 3.1 3.1
2 1 1 2 2 2
G G G G G G
2 1 1 2 2 2
0 0
10 0
50 30
0 0
50 30
3.1 2
2 G 2 G
1 1
R
R R
V V
R
B B
5261 527 55 60 601 6022 6024 603 61, 62 61, 62 61, 62 63 63 6311.2 6312 6322, 6323 633 634 64 64 641 642 642 642 642 65, 66, 67 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70 70 71 71 711 712 713 714
0
1 A 0
Postorderbedrijven Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
0 0
0 0
50 10
0 10
50 10
3.1 1
2 G 1 P
1 1
VERVOER OVER LAND Spoorwegen: Taxibedrijven - Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² Pomp- en compressorstations van pijpleidingen
0
0
30
C
0
30
2
2 P
1
0 0
0 0
50 30
C C
30 10
50 30
3.1 2
2 G 1 P
1 1
VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)
0
0
10
0
10
1
2 P
1
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart: Veem- en pakhuisbedrijven, koelhuizen Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)
30 0 0 0
10 0 0 0
50 10 10 10
C
3.1 1 1 1
2 2 1 1
G P P P
2 1 1 1
0 0
0 0
30 10
C C
0 0
30 10
2 1
2 P 1 P
1 1
0 0
0 0
0 0
C C
10 10
10 10
1 1
1 P 1 P
2 2
0
0
10
C
0
10
1
1 P
1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
10 10 10 10
0 0 0 10
30 50 50 30
10 10 10 10
30 50 50 30
2 3.1 3.1 2
2 2 2 2
1 1 1 2
50 0 0 0
R
50 10 10 10
D
D
D
B
-
POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV B3 - GSM en UMTS-steunzenders - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed -
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
D D D
P G G G
B
72 72 72 72 73 73 731 732 74 74 74 747 7481.3 7484.4 75
A B -
75 75 7525
A
90 9001 9002.1 9002.1 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 93 93 9301.1 9301.1 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9303 9303
B A B A0 A4 A7 C0 A B
A
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Switchhouses
0 0
0 0
10 30
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
30 0
10 0
30 10
30 0
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Reinigingsbedrijven voor gebouwen Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
0 50 10 0
0 10 0 0
10 30 30 10
0 30 10 0
10 50 30 10
OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN Openbaar bestuur (kantoren e.d.) Brandweerkazernes
0 0
0 0
10 50
0 0
30 50 30
0 30 30
10 50 50
0 10 30
50 10
10 10
30 30
10 30
30 30 30 0 0 0
0 0 0 0 0 0
50 50 30 30 10 10
0
0
10
C
C
0 0
10 30
1 2
1 P 1 P
1 1
30 10
2 1
1 P 1 P
1 1
1 3.1 2 1
2 1 2 2
P P G P
1 1 1 1
10 50
1 3.1
2 P 1 G
1 1
R
30 50 50
2 3.1 3.1
1 P 2 G 2 G
1 1 1
B
R
50 30
3.1 2
1 G 1 G
2 1
B
L L
50 50 30 30 10 10
3.1 3.1 2 2 1 1
2 2 2 1 1 1
G G G G P P
1 1 1 1 1 1
B
L L
10
1
2 P
1
R
D D
B B
-
A B 0 1
MILIEUDIENSTVERLENING rioolgemalen Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. Gemeentewerven (afval-inzameldepots) Afvalverwerkingsbedrijven: - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) - verwerking fotochemisch en galvano-afval Composteerbedrijven: OVERIGE DIENSTVERLENING Wasserijen en strijkinrichtingen Tapijtreinigingsbedrijven Chemische wasserijen en ververijen Wasverzendinrichtingen Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten Begrafenisondernemingen: - uitvaartcentra
C
C
C
30 30 30 0 0 0 0
R
9303 9305
2 B
- begraafplaatsen Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
0 0
0 0
10 10
C
0 0
10 10
D
1 1
2 P 1 P
1 1
Bijlage 1
Eco-effectscan d.d. 4 juni 2018
Eco-effectscan Tudorpark fase 4 en 5 te Hoofddorp
Opdrachtgever Emphasis te Waalwijk
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79
Eco-effectscan Tudorpark fase 4 en 5 te Hoofddorp
2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl
Opdrachtgever Emphasis te Waalwijk
Datum: Rapportnr: Status:
4 juni 2018 217205/AQT301FF/RvS Definitieve rapportage
IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55
•
BTW: NL-8105.67878.B01
•
K.v.K. nr. 27240696
COLOFON Titel
: Eco-effectscan Tudorpark fase 4 en 5 te Hoofddorp
Opdrachtgever Contactpersoon
: Emphasis : dhr. P.J.A. Engelvaart
Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Kwaliteitsborger
: mw. M.M. Konings Bsc : mw. T. Schelling Bsc : R. van Schie : mw. T. Schelling Bsc
Projectnummer
: 217205
Aqua-Terra Nova is lid van het Netwerk Groene Bureaus, de branche organisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van groene adviesbureaus.
Datum vrijgave
4 juni 2018
Status
Vrijgave auteur
Goedkeuring kwaliteitsborger
Definitief
© 2018 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ......................................................................................................... 5
2
METHODE............................................................................................................ 6
1.1 1.2 1.3 1.4 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Aanleiding ................................................................................................................ 5 Doelstelling .............................................................................................................. 5 Leeswijzer ................................................................................................................ 5 Verantwoording ........................................................................................................ 5 Inleiding .................................................................................................................. 6 Projectbeschrijving .................................................................................................... 6 Wettelijk kader Wet natuurbescherming ....................................................................... 6 Aanwezigheid beschermde planten en dieren ................................................................ 6 Beoordeling beschermde natuurgebieden ..................................................................... 6 Effectbeoordeling en toetsing ...................................................................................... 7
3
PLANGEBIED ....................................................................................................... 8
4
RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING............................................................... 10
3.1 3.2 3.3 4.1 4.2
Ligging .................................................................................................................... 8 Bestaande situatie ..................................................................................................... 8 Beoogde situatie en activiteiten .................................................................................. 9
Natura 2000-gebieden ............................................................................................. 10 Ecologische verbindingszones ................................................................................... 11
5
RESULTATEN SOORTBESCHERMING .................................................................. 12
6
EFFECTBEOORDELING EN TOETSING ................................................................ 15
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 6.1 6.2
7
Vaatplanten ............................................................................................................ 12 Vogels ................................................................................................................... 12 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................... 12 Vleermuizen ........................................................................................................... 13 Amfibieën............................................................................................................... 13 Reptielen................................................................................................................ 14 Vissen.................................................................................................................... 14 Overige beschermde soorten .................................................................................... 14 Gebiedsbescherming................................................................................................ 15 Soortbescherming ................................................................................................... 15
CONCLUSIES EN ADVIES ................................................................................... 17 7.1 7.2 7.3
Gebiedsbescherming................................................................................................ 17 Soortbescherming ................................................................................................... 17 Vervolgstappen ....................................................................................................... 17
8 REFERENTIES ................................................................................................... 19 BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER .............................................................................. 20 BIJLAGE 2 LIGGING PLANGEBIED ........................................................................ 23 BIJLAGE 3 BESCHERMDE NATUURGEBIEDEN ........................................................ 24
217205/Aqua-Terra Nova 301FF/RvS definitieve rapportage 4 juni 2018
4
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
1.2
Doelstelling
In opdracht van Emphasis heeft Aqua-Terra Nova BV een onderzoek uitgevoerd naar de consequenties van natuurwetgeving ten behoeve van de herinrichtingswerkzaamheden van het Tudorpark te Hoofddorp. Voor dit project wordt onder andere de gevolgen van de ruimtelijke ingrepen op de aanwezige flora en fauna weergegeven.
De Eco-effectscan heeft als doel te inventariseren of het project mogelijk in strijd is met de Wet natuurbescherming of het Natuurnetwerk Nederland in de Wet ruimtelijke ordening. Hiertoe worden de effecten van de activiteiten op beschermde gebieden en soorten inzichtelijk gemaakt en wordt geadviseerd hoe te handelen in het kader van de natuurwetgeving. Voor de vigerende wetgeving zie bijlage 1.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethode en het toetsingskader van de Eco-effectscan beschreven. In hoofdstuk 3 worden het project en het plangebied beschreven. Mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden en het Nederlands Natuur Netwerk worden beschreven in hoofdstuk 4. De resultaten van de inventarisatie worden in hoofdstuk 5 beschreven. De te verwachten effecten met betrekking tot beschermde soorten staan in hoofdstuk 6. Tot slot volgen in hoofdstuk 7 de conclusies en worden de maatregelen geadviseerd. Bronvermeldingen zijn in de tekst met een nummer aangegeven, wat naar het desbetreffende nummer in de referentielijst verwijst. In de bijlagen wordt de natuurwetgeving toegelicht, zijn kaarten van het plangebied opgenomen en is een inventarisatielijst opgenomen met de resultaten van het locatiebezoek en de literatuurstudie.
1.4
Verantwoording Bij ecologische veldwerkzaamheden is een volledige garantie over de afwezigheid van soorten niet te geven. Door de inzet van ter zake kundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt onze onderzoekskwaliteit gewaarborgd.
217205/Aqua-Terra Nova 301FF/RvS definitieve rapportage 4 juni 2018
5
2
METHODE
2.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de resultaten van de voorliggende rapportage tot stand zijn gekomen. Dit hoofdstuk dient tevens als onderbouwing van de conclusies. In het kort wordt weergegeven hoe de Wet natuurbescherming in het project wordt geborgd.
2.2
Projectbeschrijving
2.3
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
Het project wordt beschreven aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte informatie. Hiertoe wordt de omvang en ligging van het plangebied beschreven in relatie tot groenstructuren in de omgeving, wordt de bestaande situatie geschetst en worden de beoogde activiteiten omschreven.
Voor een uitgebreide omschrijving van de wet- en regelgeving zie bijlage 1. In de Wet natuurbescherming zijn beschermde soorten en gebieden aangewezen. Hierbij zijn soorten ingedeeld in 2 beschermingscategorieën (categorie 1 en 2). Categorie 1 betreffen de strikt beschermde soorten van de Europese Habitat- en vogelrichtlijn aangevuld met soorten van de Bern en Bonn conventies. De categorie 2 soorten betreffen de nationaal en provinciaal beschermde soorten. Categorie 2 bestaat voor een groot deel uit de kwetsbare rode lijst soorten. De beschermde gebieden bestaan uit de Europese aangewezen Natura 2000-gebieden, aangevuld met provinciaal aangewezen beschermde natuurgebieden. De bescherming van soorten is met name gericht op instandhouding van populaties en verblijfplaatsen van individuen. Hierbij wordt het ‘nee, tenzij’-principe gehanteerd. Handelingen in strijd met de verbodsbepalingen zijn per definitie verboden. Uitzonderingen voor overtreding van de verbodsbepalingen kunnen worden verleend middels vrijstellingen en ontheffingen. Tevens is de zorgplicht te allen tijde van kracht voor alle planten en dieren. Zie bijlage 1 voor de relevante verbodsbepalingen bij ruimtelijke inrichting en ontwikkelingen.
2.4
Aanwezigheid beschermde planten en dieren Aan de hand van een veldbezoek, verspreidingsatlassen, overige naslagwerken en lokale waarnemingen wordt een lijst samengesteld van categorie 1 en 2-soorten en vogels met jaarrond beschermde nesten welke in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen of potentieel aanwezig zijn. Deze lijst met soorten is een momentopname, is niet limitatief en kan aangevuld worden met beschermde soorten waarvan de aanwezigheid aannemelijk is. Voor deze soorten wordt op basis van het verkennend locatiebezoek de geschiktheid van biotopen in het plangebied beoordeeld. De beoordeling van de aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het plangebied resulteert in de vaststelling: Niet aanwezig c.q. afwezig: de soort is niet in de omgeving waargenomen of het plangebied vormt geen geschikt biotoop voor soort welke in de omgeving waargenomen is; de beoordeling van de afwezigheid wordt uitsluitend in uitzonderingen behandeld; soorten welke op de inventarisatielijst zijn opgenomen en niet worden behandeld, worden per definitie beoordeeld als niet aanwezig c.q.
afwezig; niet uit te sluiten: de soort is in de omgeving waargenomen of kan op basis van betrouwbare bronnen* verwacht worden en het plangebied vormt geschikt biotoop voor verblijfplaatsen of andere functionele onderdelen van de leefomgeving van de soort; aanwezig: de soort is tijdens het locatiebezoek waargenomen of de soort is in het plangebied waargenomen op basis van betrouwbare bronnen*. *Betrouwbare bronnen zijn minder dan 3 jaar oude gegevens van overige ter zake kundige en de NDFF.
2.5
Beoordeling beschermde natuurgebieden
Op basis van provinciale en lokale kaartendatabases wordt de ligging van natuurgebieden in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. Het betreft gebieden uit de Wet natuurbescherming en gebieden in het Natuurnetwerk Nederland. Indien dergelijke beschermde natuurgebieden binnen een straal van 5 km van het plangebied gelegen zijn of de ingreep een zodanig karakter heeft dat effecten op grotere afstand mogelijk zijn, wordt de wettelijke status beschreven en wordt beoordeeld of negatieve effecten op de gebieden uitgesloten kunnen worden.
217205/Aqua-Terra Nova 301FF/RvS definitieve rapportage 4 juni 2018
6
Indien noodzakelijk zal bij de effectbeoordeling in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof gebruikt worden gemaakt van het rekenmodel AERIUS Calculator. AERIUS Calculator berekent de emissie van stikstof als gevolg van economische activiteiten en de depositie op Natura 2000-gebieden.
2.6
Effectbeoordeling en toetsing Voor de aanwezige beschermde soorten of beschermde soorten waarvan de aanwezigheid niet uitgesloten kan worden, worden de effecten van de voorgenomen handelingen beoordeeld en getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en de zorgplicht (bijlage 1). De toetsing is gericht op aantasting en verstoring van individuen en hun functionele leefomgeving en mogelijke effecten op nabijgelegen natuurgebieden. De toetsing is afhankelijk van de kwetsbare periode waarin handelingen een effect kunnen hebben. Vervolgens wordt beoordeeld of aantasting van individuen en hun functionele leefomgeving een effect heeft op de gunstige staat van instandhouding van de regionale of landelijke populatie. Per soortgroep worden de handelingen getoetst aan de verbodsbepalingen en de zorgplicht. Per beschermingscategorie worden hierbij verschillende toetsingskaders gehanteerd (zie tabel 2.1). Tabel 2.1. Toetsingskader per beschermingscategorie Categorie Toetsingskader Categorie 1 Effecten dienen te allen tijde voorkomen te worden. Indien effecten op soorten uit (Strikt beschermde categorie 1 niet uitgesloten kunnen worden, dient de omvang van de mogelijke effecten soorten) inzichtelijk gemaakt te worden middels vervolgonderzoek. Categorie 2 (Overige beschermde soorten