CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota bestuurlijke reactie initiatiefvoorstel.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 11 februari 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 1: Initiatiefvoorstel VVD Wet inburgering 202X (2021.4402279)8.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Haarlemmermeer

nota van B&W Onderwerp

Portefeuillehouder Collegevergadering Inlichtingen Registratienummer

Bestuurlijke reactie op initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X Johan Rip 2 februari 2021 Beatrijs Aukema (+31235676753) 2021.0000198

1. Voorstel Collegebesluit(en)

Het college heeft besloten om: 1. kennis te nemen van het initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X; 2. hierop te reageren met bijgevoegde brief. 2. Samenvatting

Op 15 januari 2021 heeft het Presidium van de raad van Haarlemmermeer het 'initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X' naar ons college van B&W gezonden. De behandeling van het initiatiefvoorstel staat gepland voor het raadsplein van 11 februari aanstaande. Op grond van artikel 147a van de Gemeentewet wordt het college in de gelegenheid gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Deze voorliggende nota en de brief zijn een reactie op het initiatief raadsvoorstel. In Haarlemmermeer zijn we al geruime tijd bezig met de voorbereidingen van de nieuwe Wet inburgering. In november 2020 kregen gemeenten het bericht dat de ingangsdatum van deze wet een half jaar verschoven is van 1 juli 2021 naar 1 januari 2022. Over het uitstel van de invoeringsdatum van de nieuwe Wet is de raad middels een brief (16 december, kenmerk X.2020.06659) geïnformeerd. Ook is in deze brief vermeld dat het college in het eerste kwartaal van 2021 met voorstellen komt. De voorstellen over de wijze waarop wij in Haarlemmermeer invulling willen geven aan de nieuwe taken en hoe wij inburgeringsplichtigen gaan ondersteunen bij hun inburgeringsproces, werken we uit in de nota 'Conceptvoorstel aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering'. De uitkomsten van de raadsbijeenkomst over het initiatief raadsvoorstel op 11 februari betrekken we bij de uitwerking van deze nota.

Na vaststelling van de nota 'Conceptvoorstel aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering' in het college, wordt deze ter advies aangeboden aan de Participatieraad. De adviestermijn is vier weken. Dit advies wordt verwerkt in het raadsvoorstel 'Aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering'. Dit raadsvoorstel wordt na besluitvorming in het college aangeboden aan de raad, nog voor de behandeling van de voorjaarsrapportage.

Bestuurlijke reartie op initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X

Pagina 2

3. Uitwerking

3.1 Wat willen we bereiken? Met bijgevoegde brief geven wij een reactie op het initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X. Wat is de aanleiding, context? Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet inburgering in werking. Waar in de huidige Wet inburgering weinig tot geen taken zijn weggelegd voor gemeenten wordt vanaf 1 januari 2022 de gehele uitvoering gedecentraliseerd naar gemeenten. De nieuwe Wet inburgering is inmiddels door zowel de Tweede als Eerste Kamer aangenomen. In november 2020 hebben gemeenten het bericht ontvangen dat de ingangsdatum van de wet met een halfjaar wordt verschoven. De minister streeft naar een invoeringsdatum van de Wet inburgering op 1 januari 2022 in plaats van 1 juli 2021. Over het uitstel van deze Wet is de raad middels een brief (16 december, kenmerk X.2020.06659) geïnformeerd. In de nota 'Conceptvoorstel aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering' werken we voorstellen uit over de wijze waarop wij in Haarlemmermeer invulling willen geven aan de nieuwe taken en hoe wij inburgeringsplichtigen gaan ondersteunen bij hun inburgeringsproces. Deze nota in wording zal later in het college worden geagendeerd, omdat wij de behandeling op 11 februari in de raad van het initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X willen afwachten. We beogen een integrale aanpak.

De voorstellen die wij doen in de nota 'Conceptvoorstel aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering' richten zich op meerdere levensdomeinen en bevatten meer onderwerpen dan we nu in deze reactie op het initiatief raadsvoorstel behandelen. Welk doel wordt nagestreefd? Het doel van het initiatief raadsvoorstel is de kaders mee te geven aan het college waarbinnen de nieuwe Wet inburgering moet worden voorbereid en uitgewerkt. Deze verdere uitwerking dient in een beleidsstuk voorgelegd te worden aan de raad vóór de behandeling van de Voorjaarsrapportage 2021. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Het initiatief raadsvoorstel gaat in op de verschillende onderdelen van de wet en geeft richtlijnen mee voor de uitvoering. Met de bij deze nota gevoegde brief reageren wij inhoudelijk op de negen voorstellen die gedaan worden in het initiatief raadsvoorstel. De uitkomsten van de raadsbijeenkomst over het initiatief raadsvoorstel op 11 februari betrekken we bij de uitwerking van de nota 'Conceptvoorstel aanpak implementatie nieuw Wet inburgering'. Voor de overzichtelijkheid hebben we de letterlijke teksten van de negen voorstellen die in het initiatief raadsvoorstel gedaan zijn overgenomen en reageren we per punt. Voorstellen en reacties

Voorstel 1. Tijdens het opstellen van het Plan Integratie en Participatie (PIP), dat voor iedere statushouder moet worden opgesteld, wordt uitgegaan van de taalbeheersing, een arbeidscomponent en het Participatieverklaringstraject (PVT). Gedurende dit PVT leren de inburgeraars over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Dit traject moet worden toegespitst op het doorgeven van de vrijheden en verantwoordelijkheden die wij in Nederland genieten. De inhoud van de Participatieverklaring is het fundament van de inburgering. Aan het einde van het PVT wordt de Participatieverklaring ondertekend. Het is van belang dat de statushouder die de verklaring ondertekent zich ondubbelzinnig bewust is van wat hij ondertekent en wat het inhoudt. De verklaring is er niet voor de vorm en moet inhouden dat de statushouder akkoord gaat met de normen en waarden die in onze rechtstaat gelden. Indien de

Bestuurlijke reactie op initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X

Pagina 3

statushouder op het moment van ondertekenen de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de inhoud van de verklaring te begrijpen en toe te passen, zal er naast de authentieke Nederlandse versie, ook een versie worden uitgereikt die in de moedertaal van de statushouder is geschreven. Het college draagt er zorg voor dat de kennis van de inburgeraar over de Participatieverklaring gedurende het PVTfeitelijk wordt getoetst op inhoud. Reactie: Wij onderschrijven het belang van het participatieverklaringstraject (PVT) en dat de inburgeringsplichtige zich bewust moet zijn van wat hij/zij ondertekent. Het is een wettelijk verplicht onderdeel van het inburgeringsproces. Daar dit traject de start en basis is voor integratie en participatie in de eigen woonplaats en de Nederlandse samenleving zou het PVT reeds in de Brede intake een plek kunnen krijgen. De Brede intake is de periode waarin we de inburgeringsplichtige leren kennen en waarin met de inburgeringsplichtige wordt onderzocht wat het meest wenselijke en realistische inburgeringstraject is dat zal worden gevolgd. Onderwerpen die onder meer in het PVT aan de orde komen zijn: vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid van man en vrouw, geen discriminatie naar sekse, geloof of geaardheid, solidariteit en participatie.

Tijdens dit traject worden tolken ingezet om ervoor te zorgen dat de inburgeraar werkelijk de inhoud van het PVT begrijpt. Wij vinden het een goed voorstel om naast de verklaring in het Nederlands, waar nodig een vertaling te maken in de moedertaal van de inburgeraar. Wij werken dit voorstel verder uit. Voorstel 2. Iedereen moet mee kunnen doen in de Nederlandse samenleving. Daarom is er specifieke aandacht voorde activatie en participatie van vrouwen, om hun (economische) zelfstandigheid te bevorderen. Zo worden vrouwen actief geïnformeerd over hun rechten en plichten. De resultaten die uit de pilot 'vrouwelijke nareizigers en gezinsmigranten' worden opgedaan, worden meegenomen in de aanpak om dit doel te bereiken. Reactie: Wij zijn blij dat de regie op het inburgeringsproces bij de gemeente komt te liggen. Hierdoor kunnen wij vrouwen optimaal ondersteunen om kansen en mogelijkheden te benutten zich te ontplooien en (economisch) zelfstandig te worden. We kunnen daarbij gebruik maken van de geleerde lessen uit de pilot 'Nareizende vrouwelijke statushouders', die in Haarlemmermeer wordt uitgevoerd, (brief aan de raad juli 2019, kenmerk X.2019.10847) Voorstel 3. In de module arbeidsmarkt en participatie staat kennismaking en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt centraal.

Om statushouders te laten deelnemen in het arbeidsproces, zijn al in een vroeg stadium werkplekken nodig. De gemeente moet daarom nu al nieuwe samenwerkingen aangaan met het lokale bedrijfsleven en organisaties om die werkplekken te kunnen faciliteren en bestaande samenwerkingsverbanden hierop inrichten. Reactie: Waar mogelijk willen wij duale trajecten inzetten. Een duaal traject bestaat uit een combinatie van leren en werken. Ervaring opdoen met werken is ondergebracht bij de leerroutes en dus ook onderdeel van de aanbesteding voor de leerroutes. Wij willen tijdig aandacht hebben voor het faciliteren en creëren van stage- en werkplekken. Wij spreken ons netwerk aan en hebben hier aandacht voor in onze contacten met het bedrijfsleven en (maatschappelijke) organisaties. Wij spannen ons hier maximaal voor in. Voorstel 4. In de nieuwe Wet inburgering 202X is er ex art. 56a Participatiewet sprake van ontzorgen op financieel gebied (leefgeld) in de eerste 6 maanden. In deze periode worden statushouders klaargestoomd om zelfredzaam te zijn binnen de maatschappij. Het kan echter zo

Bestuurlijke reactie op initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X

Pagina 4

zijn dat statushouders langer de tijd nodig hebben. Daarom kan, als statushouders onvoldoende voortgang maken met inburgering of participatie, deze periode van ontzorging diverse keren worden verlengd. Hierdoor behoudt de gemeente de controle over de financiën en kan een vroege schuldopbouw van de statushouder worden voorkomen. Met deze verlenging hebben de statushouders een stimulans om de inburgering te voltooien en vergroot de gemeente de kansen van de statushouder voor volwaardige deelname aan de Haarlemmermeerse samenleving. Het geeft de statushouder ook de ruimte en de mogelijkheid om taalkundig voldoende vordering te maken en het geeft de gemeente voldoende ruimte voor maatwerk als dat nodig wordt geacht. Het doel is namelijk de statushouder taaltechnisch op een niveau te krijgen, zodat de statushouder zich zelfstandig in de maatschappij verstaanbaar kan maken. Het mag niet vanzelfsprekend zijn dat, bij onvoldoende behaalde resultaten, statushouders na 6 maanden automatisch een volledige uitkering krijgen, terwijl zij nog onvoldoende in staat zijn om zichzelf te redden in de maatschappij. Om deze reden wordt dus voorgesteld dat de gemeente deze periode van ontzorging verlengt, wanneer de inburgeraar daar aanleiding toe geeft.

Het college rapporteert jaarlijks aan de raad wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging en hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging. Reactie: Vanaf de invoering van de Wet zijn wij als gemeente verplicht nieuwe inburgeraars financieel te ontzorgen. Financieel ontzorgen betekent dat de inburgeringsplichtige gedurende zes maanden alleen leefgeld ontvangt en de vaste lasten direct door de gemeente worden voldaan vanuit de bijstandsuitkering. Binnen deze zes maanden hebben we ook de verantwoordelijkheid om de inburgeringsplichtige financieel zelfredzaam te maken. Dit is maatwerk en waar de ene persoon wellicht genoeg heeft aan een voldoende Nederlands taalniveau en kennis van de Nederlandse financiële infrastructuur is voor de andere de inzet van een budgetcoach nodig. Het beëindigen van de ontzorgingsperiode na zes maanden is in Haarlemmermeer geen vanzelfsprekendheid, de persoon moet er aan toe zijn. Te allen tijde willen we schuldopbouw voor de inburgeringsplichtige voorkomen. De kosten verbonden aan een dergelijke verlenging zijn wel een aandachtspunt. De vergoeding vanuit het Rijk voor de inzet tijdens de ontzorgingsperiode is berekend op een periode van zes maanden. Eveneens is tijdige huisvesting nadat de inburgeraar aan de gemeente is gekoppeld cruciaal.

Vanaf het moment van huisvesting gaat immers de periode van ontzorging in. Voorstel 5. De brede intake is een onderzoek naar mogelijkheden die de statushouder heeft om aan zijn of haar inburgeringsplicht te voldoen. Daarin is de vormgeving van deze brede intake belangrijk. Dit omvat bijvoorbeeld de /eerbaarheid voor het taalniveau. De nieuwe wet verlangt taalniveau BI, omdat dit de kans op zelfredzaamheid en een baan vergroot. Voorgesteld wordt dan ook dat de gemeente in beginsel altijd BI aanhoudt als gewenst taalniveau, ook als dat vraagt om extra maatregelen om het taalniveau BI te kunnen behalen. In principe kan er slechts van de Bl-route worden afgeweken, als de landelijke leerbaarheidstoets daar aanleiding voor geeft. Artikel 9, eerste lid (Z-routejzen artikel 17, derde lid (A2-eis) 3 Wet inburgering 202X blijven onverkort van toepassing. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging naar een uitkering en/of (deels) betaald werk. Dit omvat ook de vraag hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging van de periode van ontzorging. Reactie: Iedereen die daartoe in staat is, ook al is het met extra instrumenten en aandacht, moet de kans krijgen de BI route of hoger te volgen. Dit verhoogt de kansen van participatie in de Nederlandse samenleving en kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk.

Wij gaan wel uit van een realistisch einddoel. Indien uit de Brede intake, waar de onafhankelijke, landelijke

Bestuurlijke reactie op initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X

Pagina 5

leerbaarheidstoets een onderdeel van is, blijkt dat BI niveau niet behaald kan worden, wordt een andere route gekozen. De persoon moet een realistisch en zo kansrijk mogelijk inburgeringstraject volgen, waarna de persoon zelfredzaam is en stevig in de maatschappij staat. Voorstel 6. Taalachterstand komt ook voor bij kinderen. Daarmee starten deze kinderen met een achterstand ten aanzien van hun leeftijdsgenoten. Daarom wordt erdoor de gemeente op toegezien en actief op aangestuurd dat kinderen van statushouders gebruik maken van voorschoolse educatiea, zodat zij ook volwaardig kunnen meedoen op school en binnen de maatschappij, zoals bij de lokale sportvereniging. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad in hoeverre statushouders met kinderen wel of geen gebruik maken van voorschoolse educatie. Reactie: In de Brede Intake en het Persoonlijk Inburgerings- en Participatieplan (PIP) is nadrukkelijk aandacht voor de ontwikkeling van de kinderen binnen het gezin. Het gaat tenslotte om de integrale aanpak van de inburgering van het gehele gezin. We werken nauw samen met het onderwijs en maken gebruik van de regelingen van het onderwijsachterstandenbeleid om deze kinderen goed op te vangen. Onderwijs maakt ook deel uit van de projectmatige voorbereiding op de nieuwe Wet inburgering. Voorstel 7.

De inkoop van het inburgeringsaanbod voor de gemeente geschiedt naar de eisen zoals gesteld in dit initiatief raadsvoorstel. De keuze wordt gemaakt voor een taalschool die het keurmerk Blik op Werk (of vergelijkbaar) heeft. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad waar het inburgeringsaanbod is ingekocht en wat de behaalde resultaten zijn. Reactie: Wij kopen alleen taalvoorzieningen in bij taalscholen die het keurmerk Blik op Werk hebben. Voorstel 8. De beste weg naar inburgering is een succesvolle inzet voor taalniveau en participatie op de werkvloer. Het boetebeleid van de nieuwe Wet inburgering 202X is daarom dus niet vrijblijvend en dient te worden uitgevoerd bij verwijtbaar handelen. Reactie: Wij gaan het wettelijk vereiste boetebeleid uitvoeren bij verwijtbaar handelen. Voorstel 9. Diverse groepen zijn ex artikel 3, tweede lid. Wet inburgering 202X, of op basis van een eerdere wet, arrest of verdrag, uitgesloten van de plicht tot inburgering. Binnen deze groepen zijn er mensen die ondanks de vrijstelling wel een afstand tot de Nederlandse maatschappij hebben en/of onvoldoende kennis hebben van de Nederlandse taal. Het doel is om ook deze groepen beter te laten meedoen aan de Haarlemmermeerse samenleving.

Het college zal zich daarom actief inspannen om de middelen die beschikbaar zijn uit ondermeer de Participatiewet in te zetten om ook deze groepen te stimuleren en te activeren. Denk daarbij aan de beheersing van de Nederlandse taal, ex artikel 18b Participatiewet. Reactie: Voor inwoners die niet inburgeringsplichtig zijn maar de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen hebben wij de mogelijkheid om in het kader van re-integratie taaltrajecten in te zetten. Wij hebben hier een divers taalaanbod voor, dat ook nu al wordt ingezet.

Bestuurlijke reactie op initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X

Pagina 6

Wat zijn de kanttekeningen en risico's? Naast de thema's uit het initiatief raadsvoorstel zijn er nog meer onderwerpen die onderdeel vormen, of gerelateerd zijn aan de nieuwe Wet inburgering en waar wij als gemeente verantwoordelijk voor worden. De volgende onderwerpen komen naast de reeds genoemde onderwerpen aan de orde in de nota 'Concept aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering': het verzorgen van een 'Brede Intake' op basis waarvan een 'Persoonlijk Inburgeringsen Participatiplan' (PIP) wordt gemaakt; het aanbieden van de verschillende leerroutes die binnen drie jaar moeten leiden naar een volwaardige inburgering, het aanbieden van Kennis Nederlandse Taal (KNM), de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP); de monitoring en evaluatie van het inburgeringsproces; de huisvesting van inburgeringsplichtigen; de bekostiging van de inburgeringstrajecten en de begeleiding. Risico's Tijdige en passende huisvesting in de gemeente is voor de inburgeraar een vereiste om een goede start te kunnen maken met de inburgering (raadsbrief van 14 december taakstelling huisvesting vergunninghouders kenmerk X.2020.05345). Evenals bovenstaande onderwerpen werken we dit onderwerp in relatie tot inburgering het komende jaar verder uit. Ook wij staan een intensieve, kwalitatief goede aanpak voor van de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering, conform bovengenoemde voorstellen.

Wij weten nog niet of we voor deze aanpak voldoende middelen vanuit het Rijk krijgen. De tot nu toe bekende bedragen voor de financiering van de inburgering zijn beperkt. Hier wordt op Rijksniveau nog over gediscussieerd maar wellicht is het niet mogelijk alle bovengenoemde voorstellen binnen het beschikbare budget te verwezenlijken. Wij zullen onze voorstellen dan moeten bijstellen om binnen het budget te blijven. 3.3 Wanneer en hoe zal de raad/ het college over de voortgang worden geïnformeerd? De uitkomsten van de raadsbijeenkomst over het initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X nemen wij mee in de nota 'Conceptvoorstel aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering'. Na akkoord van de nota in het college, wordt deze ter advies aangeboden aan de Participatieraad Haarlemmermeer. De adviestermijn is vier weken. Het advies wordt verwerkt en na besluitvorming in het college aangeboden aan de raad, nog voor de behandeling van de Voorjaarsrapportage 2021.

4. Ondertekening

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de secretaris, de burgemeester.

drs. Carel Brugman

Bijlage(n) • Bestuurlijke reactie initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X • Initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X

gemeente Haarlemmermeer

De leden van de gemeenteraad Haarlemmermeer

Postbus 250 2130 AG Hoofddorp

Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Faxnummer 023 563 95 50

cluster contactpersoon Telefoon uw brief Ons kenmerk Bijiage(n) onderwerp

Maatschappelijke Ondersteuning en Zorg mevrouw B. Aukema 0900 1852 15 januari 2021 X.2021.00459 Geen Bestuurlijke reactie initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X

Verzenddatum

- 5 FEB. 2521

Geachte heer, mevrouw, Op 15 januari 2021 ontvingen wij van het Presidium het initiatief raadsvoorstel Wet inburgering 202X. Dit voorstel wordt op 11 februari in de raad besproken. Wij danken u voor dit initiatief raadsvoorstel. We waarderen de betrokkenheid bij het onderwerp en de bruikbare voorstellen die u doet. Op grond van artikel 147a uit de gemeentewet stelt u ons in staat te reageren. Met deze brief maken we van deze gelegenheid gebruik. Waar in de huidige Wet inburgering weinig tot geen taken zijn weggelegd voor gemeenten wordt vanaf 1 januari 2022 (de verwachte ingangsdatum van de nieuwe Wet inburgering) de gehele uitvoering gedecentraliseerd naar gemeenten. Het huidige inburgeringsstelsel waarbij inburgering, zonder ondersteuning vanuit gemeente of Rijk, de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige is, is niet succesvol gebleken. Gemeenten hebben nadrukkelijk de wens uitgesproken om binding te houden met en zicht te houden op inburgeringsplichtigen in hun eigen gemeente. Zij willen de integratie en participatie van hun nieuwe inwoners bevorderen. De nieuwe Wet inburgering is inmiddels door zowel de Tweede als Eerste Kamer aangenomen. In november 2020 hebben gemeenten het bericht ontvangen dat de ingangsdatum van de wet met een halfjaar wordt verschoven.

De minister streeft naar een invoeringsdatum van de Wet inburgering op 1 januari 2022 in plaats van 1 juli 2021. Over het uitstel van deze wet heeft uw raad op 16 december een brief (kenmerk X.2020.06659) ontvangen. In Haarlemmermeer zijn we al geruime tijd bezig met de voorbereidingen van de nieuwe Wet inburgering. De voorbereidingen en de implementatie in de uitvoering kennen een projectmatige aanpak. De voorstellen over de wijze waarop wij in Haarlemmermeer invulling willen geven aan de nieuwe taken en hoe wij inburgeringsplichtigen gaan ondersteunen bij hun inburgeringsproces, werken we uit in de nota 'Conceptvoorstel aanpak implementatie nieuwe

Ons kenmerk: X.2021.00459

Pagina 2

Wet inburgering'. De uitkomsten van de raadsbijeenkomst over het initiatief raadsvoorstel op 11 februari betrekken we bij de uitwerking van deze nota. Na vaststelling van de nota 'Conceptvoorstel aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering' in het college, wordt deze ter advies aangeboden aan de Participatieraad Haarlemmermeer. De adviestermijn is vier weken. Dit advies wordt verwerkt in het raadsvoorstel 'Aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering'. Dit raadsvoorstel wordt na besluitvorming in het college aangeboden aan uw raad, nog voor de behandeling van de voorjaarsrapportage. Aandachtspunt is dat we een intensieve, kwalitatief goede aanpak op meerdere onderdelen voorstellen, maar nog niet weten of we voor deze aanpak voldoende middelen vanuit het Rijk krijgen. De tot nu toe bekende bedragen voor de financiering van de inburgering zijn beperkt. Hier wordt op Rijksniveau nog over gediscussieerd maar wellicht is het niet mogelijk alle voorstellen binnen het beschikbare budget te verwezenlijken. Wij zullen onze voorstellen dan moeten aanpassen om binnen het budget te blijven. Voor de overzichtelijkheid hebben we de letterlijke teksten van de negen voorstellen die u in het initiatief raadsvoorstel hebt gedaan overgenomen en reageren we per punt. We beogen een integrale aanpak.

De voorstellen die wij doen in de nota 'Conceptvoorstel aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering' richten zich op meerdere levensdomeinen en bevatten meer onderwerpen dan we nu in deze reactie op het initiatief raadsvoorstel behandelen.

Voorstellen en reacties Voorstel 1. Tijdens het opstellen van het Plan Integratie en Participatie (PIP), dat voor iedere statushouder moet worden opgesteld, wordt uitgegaan van de taalbeheersing, een arbeidscomponent en het Participatieverklaringstraject (PVT). Gedurende dit PVT leren de inburgeraars over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Dit traject moet worden toegespitst op het doorgeven van de vrijheden en verantwoordelijkheden die wij in Nederland genieten. De inhoud van de Participatieverklaring is het fundament van de inburgering. Aan het einde van het PVT wordt de Participatieverklaring ondertekend. Het is van belang dat de statushouder die de verklaring ondertekent zich ondubbelzinnig bewust is van wat hij ondertekent en wat het in houdt. De verklaring is er niet voor de vorm en moet in houden dat de statushouder akkoord gaat met de normen en waarden die in onze rechtstaat gelden. Indien de statushouder op het moment van ondertekenen de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de inhoud van de verklaring te begrijpen en toe te passen, zal er naast de authentieke Nederlandse versie, ook een versie worden uitgereikt die in de moedertaal van de statushouder is geschreven. Het college draagt er zorg voor dat de kennis van de inburgeraar over de Participatieverklaring gedurende het PVT feitelijk wordt getoetst op inhoud.

Reactie: Wij onderschrijven het belang van het participatieverklaringstraject (PVT) en dat de inburgeringsplichtige zich bewust moet zijn van wat hij/zij ondertekent. Het is een wettelijk verplicht onderdeel van het inburgeringsproces. Daar dit traject de start en basis is voor integratie en participatie in de eigen woonplaats en de Nederlandse samenleving zou het PVT reeds in de Brede intake een plek kunnen krijgen. De Brede intake is de periode waarin we de inburgeringsplichtige leren kennen en waarin met de inburgeringsplichtige wordt onderzocht wat het meest wenselijke en realistische inburgeringstraject is dat zal worden gevolgd. Onderwerpen die onder meer in het PVT aan de orde komen zijn: vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid van man en vrouw, geen discriminatie naar sekse, geloof of geaardheid, solidariteit en participatie. Tijdens dit traject worden tolken ingezet om ervoor te zorgen dat de

Ons kenmerk: X.2021.00459

Pagina 3

inburgeraar werkelijk de inhoud van het PVT begrijpt. Wij vinden het een goed voorstel om naast de verklaring in het Nederlands, waar nodig een vertaling te maken in de moedertaal van de inburgeraar. Wij werken dit voorstel verder uit. Voorstel 2. Iedereen moet mee kunnen doen in de Nederlandse samenleving. Daarom is er specifieke aandacht voorde activatie en participatie van vrouwen, om hun (economische) zelfstandigheid te bevorderen. Zo worden vrouwen actief geïnformeerd over hun rechten en plichten. De resultaten die uit de pilot 'vrouwelijke nareizigers en gezinsmigranten' worden opgedaan, worden meegenomen in de aanpak om dit doel te bereiken. Reactie: Wij zijn blij dat de regie op het inburgeringsproces bij de gemeente komt te liggen. Hierdoor kunnen wij vrouwen optimaal ondersteunen om kansen en mogelijkheden te benutten zich te ontplooien en (economisch) zelfstandig te worden. We kunnen daarbij gebruik maken van de geleerde lessen uit de pilot 'Nareizende vrouwelijke statushouders', die in Haarlemmermeer wordt uitgevoerd, (brief aan de raad juli 2019, kenmerk X.2019.10847) Voorstel 3. In de module arbeidsmarkt en participatie staat kennismaking en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt centraal. Om statushouders te laten deelnemen in het arbeidsproces, zijn al in een vroeg stadium werkplekken nodig.

De gemeente moet daarom nu al nieuwe samenwerkingen aangaan met het lokale bedrijfsleven en organisaties om die werkplekken te kunnen faciliteren en bestaande samenwerkingsverbanden hierop inrichten. Reactie: Waar mogelijk willen wij duale trajecten inzetten. Een duaal traject bestaat uit een combinatie van leren en werken. Ervaring opdoen met werken is ondergebracht bij de leerroutes en dus ook onderdeel van de aanbesteding voor de leerroutes. Wij willen tijdig aandacht hebben voor het faciliteren en creëren van stage- en werkplekken. Wij spreken ons netwerk aan en hebben hier aandacht voor in onze contacten met het bedrijfsleven en (maatschappelijke) organisaties. Wij spannen ons hier maximaal voor in. Voorstel 4. In de nieuwe Wet inburgering 202X is er ex art. 56a Participatiewet sprake van ontzorgen op financieel gebied (leefgeld) in de eerste 6 maanden. In deze periode worden statushouders klaargestoomd om zelfredzaam te zijn binnen de maatschappij. Het kan echter zo zijn dat statushouders langer de tijd nodig hebben. Daarom kan, als statushouders onvoldoende voortgang maken met inburgering of participatie, deze periode van ontzorging diverse keren worden verlengd. Hierdoor behoudt de gemeente de controle over de financiën en kan een vroege schuldopbouw van de statushouder worden voorkomen.

Met deze verlenging hebben de statushouders een stimulans om de inburgering te voltooien en vergroot de gemeente de kansen van de statushouder voor volwaardige deelname aan de Haarlemmermeerse samenleving. Het geeft de statushouder ook de ruimte en de mogelijkheid om taalkundig voldoende vordering te maken en het geeft de gemeente voldoende ruimte voor maatwerk als dat nodig wordt geacht. Het doel is namelijk de statushouder taaltechnisch op een niveau te krijgen, zodat de statushouder zich zelfstandig in de maatschappij verstaanbaar kan maken. Het mag niet vanzelfsprekend zijn dat, bij onvoldoende behaalde resultaten, statushouders na 6 maanden automatisch een volledige uitkering krijgen, terwijl zij nog onvoldoende in staat zijn om zichzelf te redden in de maatschappij. Om deze reden wordt dus voorgesteld dat de gemeente deze periode van ontzorging verlengt, wanneer de inburgeraar daar aanleiding toe geeft. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging en hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging.

Ons kenmerk: X.2021.00459

Pagina 4

Reactie: Vanaf de invoering van de Wet zijn wij als gemeente verplicht nieuwe inburgeraars financieel te ontzorgen. Financieel ontzorgen betekent dat de inburgeringsplichtige gedurende zes maanden alleen leefgeld ontvangt en de vaste lasten direct door de gemeente worden voldaan vanuit de bijstandsuitkering. Binnen deze zes maanden hebben we ook de verantwoordelijkheid om de inburgeringsplichtige financieel zelfredzaam te maken. Dit is maatwerk en waar de ene persoon wellicht genoeg heeft aan een voldoende Nederlands taalniveau en kennis van de Nederlandse financiële infrastructuur is voor de andere de inzet van een budgetcoach nodig. Het beëindigen van de ontzorgingsperiode na zes maanden is in Haarlemmermeer geen vanzelfsprekendheid, de persoon moet er aan toe zijn. Te allen tijde willen we schuldopbouw voor de inburgeringsplichtige voorkomen. De kosten verbonden aan een dergelijke verlenging zijn wel een aandachtspunt. De vergoeding vanuit het Rijk voor de inzet tijdens de ontzorgingsperiode is berekend op een periode van zes maanden. Eveneens is tijdige huisvesting nadat de inburgeraar aan de gemeente is gekoppeld cruciaal. Vanaf het moment van huisvesting gaat immers de periode van ontzorging in. Voorstel 5. De brede intake is een onderzoek naar mogelijkheden die de statushouder heeft om aan zijn of haar inburgeringsplicht te voldoen.

Daarin is de vormgeving van deze brede intake belangrijk. Dit omvat bijvoorbeeld de /eerbaarheid voor het taalniveau. De nieuwe wet verlangt taalniveau BI, omdat dit de kans op zelfredzaamheid en een baan vergroot. Voorgesteld wordt dan ook dat de gemeente in beginsel altijd BI aanhoudt als gewenst taalniveau, ook als dat vraagt om extra maatregelen om het taalniveau BI te kunnen behalen. In principe kan er slechts van de Bl-route worden afgeweken, als de landelijke leerbaarheidstoets daar aanleiding voor geeft. Artikel 9, eerste lid (Z-routejzen artikel 17, derde lid (A2-eis) 3 Wet inburgering 202X blijven onverkort van toepassing. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging naar een uitkering en/of (deels) betaald werk. Dit omvat ook de vraag hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging van de periode van ontzorging. Reactie: Iedereen die daartoe in staat is, ook al is het met extra instrumenten en aandacht, moet de kans krijgen de BI route of hoger te volgen. Dit verhoogt de kansen van participatie in de Nederlandse samenleving en kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk. Wij gaan wel uit van een realistisch einddoel.

Indien uit de Brede intake, waar de onafhankelijke, landelijke leerbaarheidstoets een onderdeel van is, blijkt dat BI niveau niet behaald kan worden, wordt een andere route gekozen. De persoon moet een realistisch en zo kansrijk mogelijk inburgeringstraject volgen, waarna de persoon zelfredzaam is en stevig in de maatschappij staat. Voorstel 6. Taalachterstand komt ook voor bij kinderen. Daarmee starten deze kinderen met een achterstand ten aanzien van hun leeftijdsgenoten. Daarom wordt er door de gemeente op toegezien en actief op aangestuurd dat kinderen van statushouders gebruik maken van voorschoolse educatie*, zodat zij ook volwaardig kunnen meedoen op school en binnen de maatschappij, zoals bij de lokale sportvereniging. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad in hoeverre statushouders met kinderen wel of geen gebruik maken van voorschoolse educatie. Reactie: In de Brede Intake en het Persoonlijk Inburgerings- en Participatieplan (PIP) is nadrukkelijk aandacht voor de ontwikkeling van de kinderen binnen het gezin. Het gaat tenslotte om de integrale aanpak van de inburgering van het gehele gezin. We werken nauw samen met het onderwijs en maken gebruik van de regelingen van het onderwijsachterstandenbeleid om deze

Ons kenmerk: X.2021.00459

Pagina 5

kinderen goed op te vangen. Onderwijs maakt ook deel uit van de projectmatige voorbereiding op de nieuwe Wet inburgering. Voorstel 7. De inkoop van het inburgeringsaanbod voor de gemeente geschiedt naar de eisen zoals gesteld in dit initiatief raadsvoorstel. De keuze wordt gemaakt voor een taalschool die het keurmerk Blik op Werk (of vergelijkbaar) heeft. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad waar het inburgeringsaanbod is ingekocht en wat de behaalde resultaten zijn. Reactie: Wij kopen alleen taalvoorzieningen in bij taalscholen die het keurmerk Blik op Werk hebben. Voorstel 8. De beste weg naar inburgering is een succesvolle inzet voor taalniveau en participatie op de werkvloer. Het boetebeleid van de nieuwe Wet inburgering 202X is daarom dus niet vrijblijvend en dient te worden uitgevoerd bij verwijtbaar handelen. Reactie: Wij gaan het wettelijk vereiste boetebeleid uitvoeren bij verwijtbaar handelen. Voorstel 9. Diverse groepen zijn ex artikel 3, tweede lid, Wet inburgering 202X, of op basis van een eerdere wet, arrest of verdrag, uitgesloten van de plicht tot inburgering. Binnen deze groepen zijn er mensen die ondanks de vrijstelling wel een afstand tot de Nederlandse maatschappij hebben en/of onvoldoende kennis hebben van de Nederlandse taal. Het doel is om ook deze groepen beter te laten meedoen aan de Haarlemmermeerse samenleving.

Het college zal zich daarom actief inspannen om de middelen die beschikbaar zijn uit onder meer de Participatiewet in te zetten om ook deze groepen te stimuleren en te activeren. Denk daarbij aan de beheersing van de Nederlandse taal, ex artikel 18b Participatiewet. Reactie: Voor inwoners die niet inburgeringsplichtig zijn maar de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen hebben wij de mogelijkheid om in het kader van re-integratie taaltrajecten in te zetten. Wij hebben hier een divers taalaanbod voor, dat ook nu al wordt ingezet.

Ons kenmerk: X.2021.00459

Pagina 6

Naast de thema's uit het initiatief raadsvoorstel zijn er nog meer onderwerpen die onderdeel vormen, of gerelateerd zijn aan de nieuwe Wet inburgering en waar wij als gemeente verantwoordelijk voor worden. De volgende onderwerpen komen naast de reeds genoemde onderwerpen aan de orde in de nota 'Concept aanpak implementatie nieuwe Wet inburgering': het verzorgen van een 'Brede Intake' op basis waarvan een 'Persoonlijk Inburgeringsen Participatiplan' (PIP) wordt gemaakt; het aanbieden van de verschillende leerroutes die binnen drie jaar moeten leiden naar een volwaardige inburgering, het aanbieden van Kennis Nederlandse Taal (KNM), de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP); de monitoring en evaluatie van het inburgeringsproces; de huisvesting van inburgeringsplichtigen; de bekostiging van de inburgeringstrajecten en de begeleiding. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien de bespreking van het initiatief raadsvoorstel op 11 februari met belangstelling tegemoet.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de secretaris,

drs. Carel Brugman

1. Vo

Initiatief raadsvoorstel

Onderwerp Portefeuillehouder Steller

Wet inburgering 202X Johan Rip mr. Mark Achterbergh-Copier

Collegevergadering Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer

2021. 4402279 De fractie van VVD Haarlemmermeer stelt de raad voor om: 1. Het college opdracht te geven de beleidskaders zoals gepresenteerd in dit initiatiefvoorstel ter voorbereiding op de nieuwe ‘Wet inburgering 202X’ verder uit te werken; 2. De uitwerking als beleidsstuk voor te leggen aan de gemeenteraad Haarlemmermeer; 3. Dit te realiseren voor de voorjaarsnota 2021. 2. Samenvatting Op 1 december 2020 is het wetsvoorstel ‘Wet inburgering 202X’ door de Eerste Kamer aangenomen en zal mogelijk in werking treden op 1 januari 2022. De wet decentraliseert de uitvoering van het inburgeren naar de gemeenten. De wet regelt onder meer dat de taaleis wordt verhoogd van A2 naar B1, vervalt de vrije keuze van statushouders in het selecteren van een taalschool en moeten deze taalscholen worden voorzien van een keurmerk. Door middel van een Plan Inburgering en Participatie (PIP) zal de gemeente de progressie van het inburgeringstraject van de statushouder monitoren. Op basis van de progressie zal de statushouder de eerste zes maanden leefgeld krijgen. In de nieuwe wet zijn een aantal onderdelen die nadere invulling vanuit de gemeente behoeven. In dit initiatiefvoorstel wordt op die punten daarom nader beleid voorgesteld.

Zo wordt het Participatieverklaringstraject (PVT) toegespitst op de kernwaarden van de Nederlandse samenleving, specifiek op het doorgeven van de vrijheden en verantwoordelijkheden die wij in Nederland genieten. Er wordt specifiek aandacht gegeven aan de activatie en participatie van vrouwen ter bevordering van hun (economische) zelfstandigheid. Daarbij zal de gemeente nu al nieuwe samenwerkingen aangaan met het lokale bedrijfsleven en organisaties om voor de statushouders werkplekken te kunnen faciliteren. Daarbij wordt de mogelijkheid gecreëerd om de ontzorgperiode van 6 maanden te verlengen als een statushouder dat nodig heeft voor zijn

pagina 2

ontwikkeling. De statushouder krijgt daarmee de ruimte en de mogelijkheid om taalkundig voldoende vordering te behalen en het geeft de gemeente voldoende ruimte voor maatwerk en controle over de financiën. Ook wordt het taalniveau B1 de norm en wordt er extra op ingezet als een statushouder dit in eerste instantie niet lijkt te kunnen halen. Er wordt actief ingezet op voorschoolse educatie om taalachterstand bij kinderen van statushouders te voorkomen. Inkoop van het inburgeringsaanbod moet voldoen aan het keurmerk Blik op Werk (of vergelijkbaar). Ook zullen groepen die niet inburgeringsplichtig zijn, maar wel een afstand hebben tot de maatschappij, worden gestimuleerd en geactiveerd om mee te doen, onder meer via de middelen van de Participatiewet. Tot slot wordt het boetebeleid bij verwijtbaar gedrag niet vrijblijvend toegepast en dus uitgevoerd. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken? Met dit initiatief raadsvoorstel worden een aantal kaders voorgesteld om te kunnen anticiperen op de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering 202X. Dit initiatiefvoorstel bevat daarom beleidskaders die bijdragen aan een voorspoedige en rechtvaardige inburgering zodat statushouders (vol)waardig kunnen deelnemen aan de Nederlandse maatschappij.

3.1.1 Wat is de aanleiding, context? Op 2 juli 2020 is, op voorstel van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), de wet voor een nieuw inburgeringsstelsel aangenomen door de Tweede Kamer: de Wet inburgering 202X. Op 1 december 2020 is het wetsvoorstel door de Eerste Kamer zonder stemming aangenomen. De wet zal voor nu mogelijk inwerking treden op 1 januari 2022. 1 De nieuwe wetgeving zal erop toezien dat de regie over het inburgeren wordt gedecentraliseerd naar gemeenten, wat betekent dat de uitvoering bij gemeenten komt te liggen. Daarnaast worden er strengere eisen gesteld aan het taalniveau van statushouders. Dat betekent dat er in het kader van inburgeren in de Nederlandse samenleving meer taken in handen komen van de gemeente Haarlemmermeer. De gemeente dient zich hier bij voorbaat zo goed mogelijk op voor te bereiden. Dit initiatiefvoorstel is bedoeld om onze gemeente hiervoor goed voor te bereiden en definieert daarom een aantal specifieke beleidskaders voor de uitvoering. De vrije keuze die statushouders hebben in het selecteren van een taalschool komt te vervallen. In plaats daarvan dienen gemeenten te gaan samenwerken met lesaanbieders die verplicht een landelijk keurmerk dienen te hebben.

Tevens wordt de taaleis verhoogd van A2 naar B1, wat als gevolg heeft dat de inburgeraars de Nederlandse taal beter eigen zullen worden en beter kunnen integreren in de Nederlandse samenleving. Op basis van een intake zal een Plan Inburgering en Participatie (PIP) tot stand komen. In het PIP staan afspraken over onder andere taal, arbeidservaring, zelfredzaamheid en de zorgbehoefte. Hierdoor heeft de gemeente inzicht in het inburgeringstraject van ieder individu en kan dit waar nodig worden bijgestuurd. Op basis van behaalde resultaten in het PIP keert de gemeente de eerste 6 maanden leefgeld uit, wat een extrinsieke prikkel geeft en daarmee mogelijk bijdraagt aan betere en snellere inburgering. 1

Kamerstukken II 2020/21, 35483, nr. 63.

pagina 3

3.1.2 Welk doel wordt nagestreefd? De Tweede Kamer heeft het wenselijk geacht om het huidige stelsel van inburgering in de Nederlandse samenleving te herzien zodat inburgeringsplichtigen, de gemeenten en de rijksoverheid optimaal in positie worden gebracht. Dit heeft tot doel dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren op het voor hen hoogst haalbare niveau en zo volwaardig aan de Nederlandse samenleving kunnen gaan deelnemen, bij voorkeur door middel van betaald werk. Het doel dat voor de gemeente Haarlemmermeer wordt nagestreefd is om binnen de beleidskaders de statushouders binnen de gemeente zo goed mogelijk op weg te helpen op een efficiënte, maar tevens op een realistische en voor de statushouder haalbare wijze. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.2.1 Wat is/zijn de oplossing(en) De nieuwe Wet inburgering 202X is voortgekomen uit problematiek die bij de huidige aanpak naar voren kwam en een goede inburgering van statushouders in de weg stond. Denk daarbij aan een vroege schuldopbouw bij statushouders die financieel gezien te snel werden losgelaten of frauduleuze taalscholen die certificaten verkochten. Een volwaardige deelname van statushouders aan de Nederlandse maatschappij werd hierdoor niet altijd bereikt en dat is een onwenselijke situatie.

Naast de inhoud van de nieuwe Wet inburgering 202X, zijn er een aantal onderdelen binnen de nieuwe aanpak die nadere invulling vanuit de gemeente behoeven. Het college wordt daarom verzocht aan de hand van de volgende kaders nader beleid op te stellen en dit voor te leggen aan de gemeenteraad: 1.

Tijdens het opstellen van het Plan Integratie en Participatie (PIP), dat voor iedere statushouder moet worden opgesteld, wordt uitgegaan van de taalbeheersing, een arbeidscomponent en het Participatieverklaringstraject (PVT). Gedurende dit PVT leren de inburgeraars over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Dit traject moet worden toegespitst op het doorgeven van de vrijheden en verantwoordelijkheden die wij in Nederland genieten. De inhoud van de Participatieverklaring is het fundament van de inburgering. Aan het einde van het PVT wordt de Participatieverklaring ondertekend. Het is van belang dat de statushouder die de verklaring ondertekent zich ondubbelzinnig bewust is van wat hij ondertekent en wat het inhoudt. De verklaring is er niet voor de vorm en moet inhouden dat de statushouder akkoord gaat met de normen en waarden die in onze rechtstaat gelden. Indien de statushouder op het moment van ondertekenen de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de inhoud van de verklaring te begrijpen en toe te passen, zal er naast de authentieke Nederlandse versie, ook een versie worden uitgereikt die in de moedertaal van de statushouder is geschreven. Het college draagt er zorg voor dat de kennis van de inburgeraar over de Participatieverklaring gedurende het PVT feitelijk wordt getoetst op inhoud.

pagina 4

2.

Iedereen moet mee kunnen doen in de Nederlandse samenleving. Daarom is er specifieke aandacht voor de activatie en participatie van vrouwen, om hun (economische) zelfstandigheid te bevorderen. Zo worden vrouwen actief geïnformeerd over hun rechten en plichten. De resultaten die uit de pilot ‘vrouwelijke nareizigers en gezinsmigranten’ worden opgedaan, worden meegenomen in de aanpak om dit doel te bereiken.

3.

In de module arbeidsmarkt en participatie staat kennismaking en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt centraal. Om statushouders te laten deelnemen in het arbeidsproces, zijn al in een vroeg stadium werkplekken nodig. De gemeente moet daarom nu al nieuwe samenwerkingen aangaan met het lokale bedrijfsleven en organisaties om die werkplekken te kunnen faciliteren en bestaande samenwerkingsverbanden hierop inrichten.

4.

In de nieuwe Wet inburgering 202X is er ex art. 56a Participatiewet sprake van ontzorgen op financieel gebied (leefgeld) in de eerste 6 maanden. In deze periode worden statushouders klaargestoomd om zelfredzaam te zijn binnen de maatschappij. Het kan echter zo zijn dat statushouders langer de tijd nodig hebben. Daarom kan, als statushouders onvoldoende voortgang maken met inburgering of participatie, deze periode van ontzorging diverse keren worden verlengd. Hierdoor behoudt de gemeente de controle over de financiën en kan een vroege schuldopbouw van de statushouder worden voorkomen. Met deze verlenging hebben de statushouders een stimulans om de inburgering te voltooien en vergroot de gemeente de kansen van de statushouder voor volwaardige deelname aan de Haarlemmermeerse samenleving. Het geeft de statushouder ook de ruimte en de mogelijkheid om taalkundig voldoende vordering te maken en het geeft de gemeente voldoende ruimte voor maatwerk als dat nodig wordt geacht. Het doel is namelijk de statushouder taaltechnisch op een niveau te krijgen, zodat de statushouder zich zelfstandig in de maatschappij verstaanbaar kan maken. Het mag niet vanzelfsprekend zijn dat, bij onvoldoende behaalde resultaten, statushouders na 6 maanden automatisch een volledige uitkering krijgen, terwijl zij nog onvoldoende in staat zijn om zichzelf te redden in de maatschappij.

Om deze reden wordt dus voorgesteld dat de gemeente deze periode van ontzorging verlengt, wanneer de inburgeraar daar aanleiding toe geeft. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging en hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging.

5.

De brede intake is een onderzoek naar mogelijkheden die de statushouder heeft om aan zijn of haar inburgeringsplicht te voldoen. Daarin is de vormgeving van deze brede intake belangrijk. Dit omvat bijvoorbeeld de leerbaarheid voor het taalniveau. De nieuwe wet verlangt taalniveau B1, omdat dit de kans op zelfredzaamheid en een baan vergroot. Voorgesteld wordt dan ook dat de gemeente in beginsel altijd B1 aanhoudt als gewenst taalniveau, ook als dat vraagt om extra maatregelen om het taalniveau B1 te kunnen behalen. In principe kan er slechts van de B1-route worden afgeweken, als de landelijke

pagina 5

leerbaarheidstoets daar aanleiding voor geeft. Artikel 9, eerste lid (Z-route)2 en artikel 17, derde lid (A2-eis) 3 Wet inburgering 202X blijven onverkort van toepassing. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging naar een uitkering en/of (deels) betaald werk. Dit omvat ook de vraag hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging van de periode van ontzorging.

2

6.

Taalachterstand komt ook voor bij kinderen. Daarmee starten deze kinderen met een achterstand ten aanzien van hun leeftijdsgenoten. Daarom wordt er door de gemeente op toegezien en actief op aangestuurd dat kinderen van statushouders gebruik maken van voorschoolse educatie 4, zodat zij ook volwaardig kunnen meedoen op school en binnen de maatschappij, zoals bij de lokale sportvereniging. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad in hoeverre statushouders met kinderen wel of geen gebruik maken van voorschoolse educatie.

7.

De inkoop van het inburgeringsaanbod voor de gemeente geschiedt naar de eisen zoals gesteld in dit initiatief raadsvoorstel. De keuze wordt gemaakt voor een taalschool die het keurmerk Blik op Werk (of vergelijkbaar) heeft. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad waar het inburgeringsaanbod is ingekocht en wat de behaalde resultaten zijn.

8.

De beste weg naar inburgering is een succesvolle inzet voor taalniveau en participatie op de werkvloer. Het boetebeleid van de nieuwe Wet inburgering 202X is daarom dus niet vrijblijvend en dient te worden uitgevoerd bij verwijtbaar handelen.

9.

Diverse groepen zijn ex artikel 3, tweede lid, Wet inburgering 202X, of op basis van een eerdere wet, arrest of verdrag, uitgesloten van de plicht tot inburgering. Binnen deze groepen zijn er mensen die ondanks de vrijstelling wel een afstand tot de Nederlandse maatschappij hebben en/of onvoldoende kennis hebben van de Nederlandse taal. Het doel is om ook deze groepen beter te laten meedoen aan de Haarlemmermeerse samenleving. Het college zal zich daarom actief inspannen om de middelen die beschikbaar zijn uit onder meer de Participatiewet in te zetten om ook deze groepen te stimuleren en te activeren. Denk daarbij aan de beheersing van de Nederlandse taal, ex artikel 18b Participatiewet.

Artikel 9, eerste lid, Wet inburgering 202X: ‘De inburgeringsplichtige die naar het oordeel van het college redelijkerwijs niet in staat is het inburgeringsexamen of het taalschakeltraject te behalen binnen de termijn, bedoeld in artikel 11, eerste lid, volgt een intensief traject dat aansluit bij de persoonlijke capaciteiten van de inburgeringsplichtige, gericht op het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, zelfredzaamheid, activering en participatie in de Nederlandse maatschappij.’ 3 Artikel 17, derde lid, Wet inburgering 202X: ‘Wanneer, na aanzienlijke inspanningen van de inburgeringsplichtige die de leerroute, bedoeld in artikel 7 volgt, uit de relevante feiten en omstandigheden blijkt dat deze inburgeringsplichtige niet in staat is het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen te behalen binnen de termijn, bedoeld in artikel 11, eerste lid, of de op grond van artikel 12 verlengde termijn, kan het college bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, in afwijking van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd.’ 4 Zoals bijvoorbeeld het geven van een VE-indicatie, zie: https://haarlemmermeergemeente.nl/taak/kinderopvang.

pagina 6

3.2.2 Wat zijn de argumenten? Een voldoende beheersing van de Nederlandse taal is noodzakelijk om goed te kunnen deelnemen aan de Nederlandse maatschappij. Ook ervaring op de werkvloer is voor statushouders van groot belang. Daarom is het belangrijk om de taaleis en de wijze waarop werkervaring kan worden opgedaan nader uit te werken en om te bereiken dat statushouders volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Daarbij moeten wel incentives worden ingebouwd, zoals het belonen van statushouders als zij hun taaleis hebben behaald. Denk daarbij aan het geven van meer vrijheid in hun bestedingspatroon door middel van een volledige uitkering (ten opzichte van leefgeld), of nog beter, een betaalde baan. 3.2.3 Wat zijn de kanttekeningen? De nieuwe wet Inburgering 202X geeft landelijke kaders voor de uitwerking. Hier moet de gemeente hoe dan ook aan voldoen, alleen de wijze waarop is niet gespecificeerd. Haarlemmermeer werkt daarbij samen met andere gemeenten voor participatie, waaronder ook inburgering wordt geplaatst. 3.2 Wat mag het kosten? De gemeente Haarlemmermeer heeft inmiddels incidentele middelen van het Rijk ontvangen ter bekostiging van de invoeringskosten. 5 De gemeente Haarlemmermeer blijft ook na de invoering van de nieuwe Wet inburgering 202X de middelen ontvangen voor de maatschappelijke begeleiding (jaarlijks € 2.370,00 per statushouder).

De gemeente Haarlemmermeer zal daar bovenop structureel vanuit het Rijk middelen ontvangen in de vorm van een inburgeringsbudget.6 Vanaf 1 januari 2026 zal 10% van de bekostiging worden gerekend als prestatiebekostiging waarbij het aandeel geslaagden geldt. 7 Als er sprake is van een plotselinge verhoging van de asielinstroom die zo groot is dat niet redelijkerwijs verwacht mag worden dat gemeenten deze voorfinancieren, kan SZW na overleg met de VNG overgaan tot het verlenen van extra voorschotten. Indien daar aanleiding toe bestaat, zal verdere besluitvorming over realisatie van maatregelen en de financiële dekking hiervan door het college in separate raadsvoorstellen worden voorgelegd aan de raad.

5

Conform de meicirculaire gemeentefonds 2020 (pagina 86) is er voor de gemeente Haarlemmermeer € 307.048 beschikbaar gesteld voor de bekostiging van de invoeringskosten. 6 Conform de decembercirculaire gemeentefonds 2020 (pagina 80) is er voor de gemeente Haarlemmermeer structureel een integratie-uitkering Inburgering beschikbaar: € 254.240 (2021), € 565.055 (2022) en € 621.629 (2023 en verder). 7 Als de eerste inburgeringstrajecten pas kunnen starten vanaf 2022, zal de afronding van inburgeringstrajecten in de meeste gevallen niet eerder zijn dan in 2024. Een gemiddeld inburgeringstraject duurt immers 2 tot 3 jaar. Prestatiebekostiging zal zo worden vormgegeven dat de inburgeringsresultaten twee jaar later meewegen in de verdeling van het budget. Daar is voor gekozen in het kader van budgetzekerheid voor gemeenten. Het eerste jaar waarin dus rekening kan worden gehouden met de voorgaande resultaten zal dus 2026 zijn in plaats van 2025.

pagina 7

3.3 Wie is daarvoor verantwoordelijk? De raad heeft budgetrecht en heeft een kaderstellende en controlerende taak. Door middel van dit initiatief raadsvoorstel worden nieuwe kaders voorgesteld. Binnen het college is de wethouder werk en inkomen het eerste aanspreekpunt voor de uitvoering en de terugkoppeling aan de raad. 3.4 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? Het college wordt verzocht de uitwerking van het beleid te realiseren voor de voorjaarsnota 2021. Daarbij rapporteert het college aan de raad jaarlijks:  wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging (leefgeld) naar een uitkering en/of (deels) betaald werk en hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging;  in hoeverre statushouders met kinderen wel of geen gebruik maken van voorschoolse educatie;  waar het inburgeringsaanbod is ingekocht en wat de behaalde resultaten zijn. 4. Ondertekening

mr. Mark Achterbergh-Copier VVD Haarlemmermeer

Bijlage(n): • Kamerstukken II 2020/21, 35483, A (voorstel van wet, Wet inburgering 202X)

OPLEGNOTITIE INITIATIEFVOORSTEL Onderwerp: Wet inburgering 202X Nummer Versie Thema Indiener Steller Verzoek portefeuillehouder Beslispunten voor de raad

Overwegingen portefeuillehouder m.b.t. proces

4402279 1 Sociale Zaken mr. Mark Achterbergh-Copier mr. Mark Achterbergh-Copier De raad voor te stellen dit raadsvoorstel ter bespreking en besluitvorming te agenderen. 1. Het college opdracht te geven de beleidskaders zoals gepresenteerd in dit initiatiefvoorstel ter voorbereiding op de nieuwe ‘Wet inburgering 202X’ verder uit te werken; 2. De uitwerking als beleidsstuk voor te leggen aan de gemeenteraad van Haarlemmermeer; 3. Dit te realiseren voor de voorjaarsnota 2021. In het Reglement van Orde van de gemeenteraad is de procedure bij een Initiatiefvoorstel beschreven in artikel 29. De gemeentewet, artikel 147a, lid 4, bepaalt dat de raad geen besluit over een initiatiefvoorstel neemt, dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen.

Proces formele besluitvorming afronden vóór (wettelijk vereiste termijn)

Historie: Programmabegroting 2021 – 2024, 2020.0002223, Programma Zorg en werk (p.52 Inburgering), raadsbesluit van 5 november 2020 Brief (d.d. 16 december 2020) betreffende informatie over uitstel nieuwe Wet inburgering (kenmerk X.2020.06659) Wanneer en hoe wordt de raad over de voortgang geïnformeerd. Het college wordt verzocht de uitwerking van het beleid te realiseren voor de voorjaarsnota 2021. Planning proces Thema: Stap Datum

Doel

Gewenste rol college

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=0f6c0eae-d0b6-47b9-9138-a0f396f824c8