Initiatiefvoorstel Wet inburgering 202X_Mark Achterbergh_nr.4402279 (versie 2021.01.13).pdf
Tekst van het document
1. Vo
Initiatief raadsvoorstel
Onderwerp Portefeuillehouder Steller
Wet inburgering 202X Johan Rip mr. Mark Achterbergh-Copier
Collegevergadering Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2021. 4402279 De fractie van VVD Haarlemmermeer stelt de raad voor om: 1. Het college opdracht te geven de beleidskaders zoals gepresenteerd in dit initiatiefvoorstel ter voorbereiding op de nieuwe ‘Wet inburgering 202X’ verder uit te werken; 2. De uitwerking als beleidsstuk voor te leggen aan de gemeenteraad Haarlemmermeer; 3. Dit te realiseren voor de voorjaarsnota 2021. 2. Samenvatting Op 1 december 2020 is het wetsvoorstel ‘Wet inburgering 202X’ door de Eerste Kamer aangenomen en zal mogelijk in werking treden op 1 januari 2022. De wet decentraliseert de uitvoering van het inburgeren naar de gemeenten. De wet regelt onder meer dat de taaleis wordt verhoogd van A2 naar B1, vervalt de vrije keuze van statushouders in het selecteren van een taalschool en moeten deze taalscholen worden voorzien van een keurmerk. Door middel van een Plan Inburgering en Participatie (PIP) zal de gemeente de progressie van het inburgeringstraject van de statushouder monitoren. Op basis van de progressie zal de statushouder de eerste zes maanden leefgeld krijgen. In de nieuwe wet zijn een aantal onderdelen die nadere invulling vanuit de gemeente behoeven. In dit initiatiefvoorstel wordt op die punten daarom nader beleid voorgesteld.
Zo wordt het Participatieverklaringstraject (PVT) toegespitst op de kernwaarden van de Nederlandse samenleving, specifiek op het doorgeven van de vrijheden en verantwoordelijkheden die wij in Nederland genieten. Er wordt specifiek aandacht gegeven aan de activatie en participatie van vrouwen ter bevordering van hun (economische) zelfstandigheid. Daarbij zal de gemeente nu al nieuwe samenwerkingen aangaan met het lokale bedrijfsleven en organisaties om voor de statushouders werkplekken te kunnen faciliteren. Daarbij wordt de mogelijkheid gecreëerd om de ontzorgperiode van 6 maanden te verlengen als een statushouder dat nodig heeft voor zijn
pagina 2
ontwikkeling. De statushouder krijgt daarmee de ruimte en de mogelijkheid om taalkundig voldoende vordering te behalen en het geeft de gemeente voldoende ruimte voor maatwerk en controle over de financiën. Ook wordt het taalniveau B1 de norm en wordt er extra op ingezet als een statushouder dit in eerste instantie niet lijkt te kunnen halen. Er wordt actief ingezet op voorschoolse educatie om taalachterstand bij kinderen van statushouders te voorkomen. Inkoop van het inburgeringsaanbod moet voldoen aan het keurmerk Blik op Werk (of vergelijkbaar). Ook zullen groepen die niet inburgeringsplichtig zijn, maar wel een afstand hebben tot de maatschappij, worden gestimuleerd en geactiveerd om mee te doen, onder meer via de middelen van de Participatiewet. Tot slot wordt het boetebeleid bij verwijtbaar gedrag niet vrijblijvend toegepast en dus uitgevoerd. 3. Uitwerking 3.1 Wat willen we bereiken? Met dit initiatief raadsvoorstel worden een aantal kaders voorgesteld om te kunnen anticiperen op de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering 202X. Dit initiatiefvoorstel bevat daarom beleidskaders die bijdragen aan een voorspoedige en rechtvaardige inburgering zodat statushouders (vol)waardig kunnen deelnemen aan de Nederlandse maatschappij.
3.1.1 Wat is de aanleiding, context? Op 2 juli 2020 is, op voorstel van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), de wet voor een nieuw inburgeringsstelsel aangenomen door de Tweede Kamer: de Wet inburgering 202X. Op 1 december 2020 is het wetsvoorstel door de Eerste Kamer zonder stemming aangenomen. De wet zal voor nu mogelijk inwerking treden op 1 januari 2022. 1 De nieuwe wetgeving zal erop toezien dat de regie over het inburgeren wordt gedecentraliseerd naar gemeenten, wat betekent dat de uitvoering bij gemeenten komt te liggen. Daarnaast worden er strengere eisen gesteld aan het taalniveau van statushouders. Dat betekent dat er in het kader van inburgeren in de Nederlandse samenleving meer taken in handen komen van de gemeente Haarlemmermeer. De gemeente dient zich hier bij voorbaat zo goed mogelijk op voor te bereiden. Dit initiatiefvoorstel is bedoeld om onze gemeente hiervoor goed voor te bereiden en definieert daarom een aantal specifieke beleidskaders voor de uitvoering. De vrije keuze die statushouders hebben in het selecteren van een taalschool komt te vervallen. In plaats daarvan dienen gemeenten te gaan samenwerken met lesaanbieders die verplicht een landelijk keurmerk dienen te hebben.
Tevens wordt de taaleis verhoogd van A2 naar B1, wat als gevolg heeft dat de inburgeraars de Nederlandse taal beter eigen zullen worden en beter kunnen integreren in de Nederlandse samenleving. Op basis van een intake zal een Plan Inburgering en Participatie (PIP) tot stand komen. In het PIP staan afspraken over onder andere taal, arbeidservaring, zelfredzaamheid en de zorgbehoefte. Hierdoor heeft de gemeente inzicht in het inburgeringstraject van ieder individu en kan dit waar nodig worden bijgestuurd. Op basis van behaalde resultaten in het PIP keert de gemeente de eerste 6 maanden leefgeld uit, wat een extrinsieke prikkel geeft en daarmee mogelijk bijdraagt aan betere en snellere inburgering. 1
Kamerstukken II 2020/21, 35483, nr. 63.
pagina 3
3.1.2 Welk doel wordt nagestreefd? De Tweede Kamer heeft het wenselijk geacht om het huidige stelsel van inburgering in de Nederlandse samenleving te herzien zodat inburgeringsplichtigen, de gemeenten en de rijksoverheid optimaal in positie worden gebracht. Dit heeft tot doel dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren op het voor hen hoogst haalbare niveau en zo volwaardig aan de Nederlandse samenleving kunnen gaan deelnemen, bij voorkeur door middel van betaald werk. Het doel dat voor de gemeente Haarlemmermeer wordt nagestreefd is om binnen de beleidskaders de statushouders binnen de gemeente zo goed mogelijk op weg te helpen op een efficiënte, maar tevens op een realistische en voor de statushouder haalbare wijze. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.2.1 Wat is/zijn de oplossing(en) De nieuwe Wet inburgering 202X is voortgekomen uit problematiek die bij de huidige aanpak naar voren kwam en een goede inburgering van statushouders in de weg stond. Denk daarbij aan een vroege schuldopbouw bij statushouders die financieel gezien te snel werden losgelaten of frauduleuze taalscholen die certificaten verkochten. Een volwaardige deelname van statushouders aan de Nederlandse maatschappij werd hierdoor niet altijd bereikt en dat is een onwenselijke situatie.
Naast de inhoud van de nieuwe Wet inburgering 202X, zijn er een aantal onderdelen binnen de nieuwe aanpak die nadere invulling vanuit de gemeente behoeven. Het college wordt daarom verzocht aan de hand van de volgende kaders nader beleid op te stellen en dit voor te leggen aan de gemeenteraad: 1.
Tijdens het opstellen van het Plan Integratie en Participatie (PIP), dat voor iedere statushouder moet worden opgesteld, wordt uitgegaan van de taalbeheersing, een arbeidscomponent en het Participatieverklaringstraject (PVT). Gedurende dit PVT leren de inburgeraars over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Dit traject moet worden toegespitst op het doorgeven van de vrijheden en verantwoordelijkheden die wij in Nederland genieten. De inhoud van de Participatieverklaring is het fundament van de inburgering. Aan het einde van het PVT wordt de Participatieverklaring ondertekend. Het is van belang dat de statushouder die de verklaring ondertekent zich ondubbelzinnig bewust is van wat hij ondertekent en wat het inhoudt. De verklaring is er niet voor de vorm en moet inhouden dat de statushouder akkoord gaat met de normen en waarden die in onze rechtstaat gelden. Indien de statushouder op het moment van ondertekenen de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de inhoud van de verklaring te begrijpen en toe te passen, zal er naast de authentieke Nederlandse versie, ook een versie worden uitgereikt die in de moedertaal van de statushouder is geschreven. Het college draagt er zorg voor dat de kennis van de inburgeraar over de Participatieverklaring gedurende het PVT feitelijk wordt getoetst op inhoud.
pagina 4
2.
Iedereen moet mee kunnen doen in de Nederlandse samenleving. Daarom is er specifieke aandacht voor de activatie en participatie van vrouwen, om hun (economische) zelfstandigheid te bevorderen. Zo worden vrouwen actief geïnformeerd over hun rechten en plichten. De resultaten die uit de pilot ‘vrouwelijke nareizigers en gezinsmigranten’ worden opgedaan, worden meegenomen in de aanpak om dit doel te bereiken.
3.
In de module arbeidsmarkt en participatie staat kennismaking en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt centraal. Om statushouders te laten deelnemen in het arbeidsproces, zijn al in een vroeg stadium werkplekken nodig. De gemeente moet daarom nu al nieuwe samenwerkingen aangaan met het lokale bedrijfsleven en organisaties om die werkplekken te kunnen faciliteren en bestaande samenwerkingsverbanden hierop inrichten.
4.
In de nieuwe Wet inburgering 202X is er ex art. 56a Participatiewet sprake van ontzorgen op financieel gebied (leefgeld) in de eerste 6 maanden. In deze periode worden statushouders klaargestoomd om zelfredzaam te zijn binnen de maatschappij. Het kan echter zo zijn dat statushouders langer de tijd nodig hebben. Daarom kan, als statushouders onvoldoende voortgang maken met inburgering of participatie, deze periode van ontzorging diverse keren worden verlengd. Hierdoor behoudt de gemeente de controle over de financiën en kan een vroege schuldopbouw van de statushouder worden voorkomen. Met deze verlenging hebben de statushouders een stimulans om de inburgering te voltooien en vergroot de gemeente de kansen van de statushouder voor volwaardige deelname aan de Haarlemmermeerse samenleving. Het geeft de statushouder ook de ruimte en de mogelijkheid om taalkundig voldoende vordering te maken en het geeft de gemeente voldoende ruimte voor maatwerk als dat nodig wordt geacht. Het doel is namelijk de statushouder taaltechnisch op een niveau te krijgen, zodat de statushouder zich zelfstandig in de maatschappij verstaanbaar kan maken. Het mag niet vanzelfsprekend zijn dat, bij onvoldoende behaalde resultaten, statushouders na 6 maanden automatisch een volledige uitkering krijgen, terwijl zij nog onvoldoende in staat zijn om zichzelf te redden in de maatschappij.
Om deze reden wordt dus voorgesteld dat de gemeente deze periode van ontzorging verlengt, wanneer de inburgeraar daar aanleiding toe geeft. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging en hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging.
5.
De brede intake is een onderzoek naar mogelijkheden die de statushouder heeft om aan zijn of haar inburgeringsplicht te voldoen. Daarin is de vormgeving van deze brede intake belangrijk. Dit omvat bijvoorbeeld de leerbaarheid voor het taalniveau. De nieuwe wet verlangt taalniveau B1, omdat dit de kans op zelfredzaamheid en een baan vergroot. Voorgesteld wordt dan ook dat de gemeente in beginsel altijd B1 aanhoudt als gewenst taalniveau, ook als dat vraagt om extra maatregelen om het taalniveau B1 te kunnen behalen. In principe kan er slechts van de B1-route worden afgeweken, als de landelijke
pagina 5
leerbaarheidstoets daar aanleiding voor geeft. Artikel 9, eerste lid (Z-route)2 en artikel 17, derde lid (A2-eis) 3 Wet inburgering 202X blijven onverkort van toepassing. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging naar een uitkering en/of (deels) betaald werk. Dit omvat ook de vraag hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging van de periode van ontzorging.
2
6.
Taalachterstand komt ook voor bij kinderen. Daarmee starten deze kinderen met een achterstand ten aanzien van hun leeftijdsgenoten. Daarom wordt er door de gemeente op toegezien en actief op aangestuurd dat kinderen van statushouders gebruik maken van voorschoolse educatie 4, zodat zij ook volwaardig kunnen meedoen op school en binnen de maatschappij, zoals bij de lokale sportvereniging. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad in hoeverre statushouders met kinderen wel of geen gebruik maken van voorschoolse educatie.
7.
De inkoop van het inburgeringsaanbod voor de gemeente geschiedt naar de eisen zoals gesteld in dit initiatief raadsvoorstel. De keuze wordt gemaakt voor een taalschool die het keurmerk Blik op Werk (of vergelijkbaar) heeft. Het college rapporteert jaarlijks aan de raad waar het inburgeringsaanbod is ingekocht en wat de behaalde resultaten zijn.
8.
De beste weg naar inburgering is een succesvolle inzet voor taalniveau en participatie op de werkvloer. Het boetebeleid van de nieuwe Wet inburgering 202X is daarom dus niet vrijblijvend en dient te worden uitgevoerd bij verwijtbaar handelen.
9.
Diverse groepen zijn ex artikel 3, tweede lid, Wet inburgering 202X, of op basis van een eerdere wet, arrest of verdrag, uitgesloten van de plicht tot inburgering. Binnen deze groepen zijn er mensen die ondanks de vrijstelling wel een afstand tot de Nederlandse maatschappij hebben en/of onvoldoende kennis hebben van de Nederlandse taal. Het doel is om ook deze groepen beter te laten meedoen aan de Haarlemmermeerse samenleving. Het college zal zich daarom actief inspannen om de middelen die beschikbaar zijn uit onder meer de Participatiewet in te zetten om ook deze groepen te stimuleren en te activeren. Denk daarbij aan de beheersing van de Nederlandse taal, ex artikel 18b Participatiewet.
Artikel 9, eerste lid, Wet inburgering 202X: ‘De inburgeringsplichtige die naar het oordeel van het college redelijkerwijs niet in staat is het inburgeringsexamen of het taalschakeltraject te behalen binnen de termijn, bedoeld in artikel 11, eerste lid, volgt een intensief traject dat aansluit bij de persoonlijke capaciteiten van de inburgeringsplichtige, gericht op het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, zelfredzaamheid, activering en participatie in de Nederlandse maatschappij.’ 3 Artikel 17, derde lid, Wet inburgering 202X: ‘Wanneer, na aanzienlijke inspanningen van de inburgeringsplichtige die de leerroute, bedoeld in artikel 7 volgt, uit de relevante feiten en omstandigheden blijkt dat deze inburgeringsplichtige niet in staat is het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen te behalen binnen de termijn, bedoeld in artikel 11, eerste lid, of de op grond van artikel 12 verlengde termijn, kan het college bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, in afwijking van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd.’ 4 Zoals bijvoorbeeld het geven van een VE-indicatie, zie: https://haarlemmermeergemeente.nl/taak/kinderopvang.
pagina 6
3.2.2 Wat zijn de argumenten? Een voldoende beheersing van de Nederlandse taal is noodzakelijk om goed te kunnen deelnemen aan de Nederlandse maatschappij. Ook ervaring op de werkvloer is voor statushouders van groot belang. Daarom is het belangrijk om de taaleis en de wijze waarop werkervaring kan worden opgedaan nader uit te werken en om te bereiken dat statushouders volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Daarbij moeten wel incentives worden ingebouwd, zoals het belonen van statushouders als zij hun taaleis hebben behaald. Denk daarbij aan het geven van meer vrijheid in hun bestedingspatroon door middel van een volledige uitkering (ten opzichte van leefgeld), of nog beter, een betaalde baan. 3.2.3 Wat zijn de kanttekeningen? De nieuwe wet Inburgering 202X geeft landelijke kaders voor de uitwerking. Hier moet de gemeente hoe dan ook aan voldoen, alleen de wijze waarop is niet gespecificeerd. Haarlemmermeer werkt daarbij samen met andere gemeenten voor participatie, waaronder ook inburgering wordt geplaatst. 3.2 Wat mag het kosten? De gemeente Haarlemmermeer heeft inmiddels incidentele middelen van het Rijk ontvangen ter bekostiging van de invoeringskosten (zie meicirculaire gemeentefonds 2020).
De gemeente Haarlemmermeer blijft ook na de invoering van de nieuwe Wet inburgering 202X de middelen ontvangen voor de maatschappelijke begeleiding (jaarlijks € 2.370,00 per statushouder). De gemeente Haarlemmermeer zal daar bovenop vanuit het Rijk middelen ontvangen in de vorm van een inburgeringsbudget.5 Vanaf 1 januari 2026 zal 10% van de bekostiging worden gerekend als prestatiebekostiging waarbij het aandeel geslaagden geldt. 6 Als er sprake is van een plotselinge verhoging van de asielinstroom die zo groot is dat niet redelijkerwijs verwacht mag worden dat gemeenten deze voorfinancieren, kan SZW na overleg met de VNG overgaan tot het verlenen van extra voorschotten. Indien daar aanleiding toe bestaat, zal verdere besluitvorming over realisatie van maatregelen en de financiële dekking hiervan door het college in separate raadsvoorstellen worden voorgelegd aan de raad. 3.3 Wie is daarvoor verantwoordelijk? De raad heeft budgetrecht en heeft een kaderstellende en controlerende taak. Door middel van dit initiatief raadsvoorstel worden nieuwe kaders voorgesteld. Binnen het college is de wethouder werk en inkomen het eerste aanspreekpunt voor de uitvoering en de terugkoppeling aan de raad.
5
Conform de meicirculaire gemeentefonds 2020 (pagina 86) is er voor de gemeente Haarlemmermeer een integratieuitkering Inburgering beschikbaar: € 307.048 (2020), € 246.494 (2021), € 547.840 (2022) & € 602.690 (2023 en verder). 6 Als de eerste inburgeringstrajecten pas kunnen starten vanaf 2022, zal de afronding van inburgeringstrajecten in de meeste gevallen niet eerder zijn dan in 2024. Een gemiddeld inburgeringstraject duurt immers 2 tot 3 jaar. Prestatiebekostiging zal zo worden vormgegeven dat de inburgeringsresultaten twee jaar later meewegen in de verdeling van het budget. Daar is voor gekozen in het kader van budgetzekerheid voor gemeenten. Het eerste jaar waarin dus rekening kan worden gehouden met de voorgaande resultaten zal dus 2026 zijn in plaats van 2025.
pagina 7
3.4 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? Het college wordt verzocht de uitwerking van het beleid te realiseren voor de voorjaarsnota 2021. Daarbij rapporteert het college aan de raad jaarlijks: wat de resultaten zijn van het uitstromen van de periode van ontzorging (leefgeld) naar een uitkering en/of (deels) betaald werk en hoe vaak en waarom er gebruik is gemaakt van een verlenging; in hoeverre statushouders met kinderen wel of geen gebruik maken van voorschoolse educatie; waar het inburgeringsaanbod is ingekocht en wat de behaalde resultaten zijn. 4. Ondertekening
mr. Mark Achterbergh-Copier VVD Haarlemmermeer
Bijlage(n): • Kamerstukken II 2020/21, 35483, A (voorstel van wet, Wet inburgering 202X)
OPLEGNOTITIE INITIATIEFVOORSTEL Onderwerp: Wet inburgering 202X Nummer Versie Thema Indiener Steller Verzoek portefeuillehouder Beslispunten voor de raad
Overwegingen portefeuillehouder m.b.t. proces
4402279 1 Sociale Zaken mr. Mark Achterbergh-Copier mr. Mark Achterbergh-Copier De raad voor te stellen dit raadsvoorstel ter bespreking en besluitvorming te agenderen. 1. Het college opdracht te geven de beleidskaders zoals gepresenteerd in dit initiatiefvoorstel ter voorbereiding op de nieuwe ‘Wet inburgering 202X’ verder uit te werken; 2. De uitwerking als beleidsstuk voor te leggen aan de gemeenteraad van Haarlemmermeer; 3. Dit te realiseren voor de voorjaarsnota 2021. In het Reglement van Orde van de gemeenteraad is de procedure bij een Initiatiefvoorstel beschreven in artikel 29. De gemeentewet, artikel 147a, lid 4, bepaalt dat de raad geen besluit over een initiatiefvoorstel neemt, dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen.
Proces formele besluitvorming afronden vóór (wettelijk vereiste termijn)
Historie: Programmabegroting 2021 – 2024, 2020.0002223, Programma Zorg en werk (p.52 Inburgering), raadsbesluit van 5 november 2020 Brief (d.d. 16 december 2020) betreffende informatie over uitstel nieuwe Wet inburgering (kenmerk X.2020.06659) Wanneer en hoe wordt de raad over de voortgang geïnformeerd. Het college wordt verzocht de uitwerking van het beleid te realiseren voor de voorjaarsnota 2021. Planning proces Thema: Stap Datum
Doel
Gewenste rol college