CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Haalbaarheidsstudie 150 kV transformatorstation en ondergrondse verbindingen.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 11 februari 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Reactie omwonenden in Aalsmeerderbrug en Rijsenhout - Transformatorstation21.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

gemeente

Haarlemmermeer

Nota van B&W onderwerp Haalbaarheidsstudie 150 kV transformatorstation en ondergrondse verbindingen Portefeuillehouder Adam Elzakalai Collegevergadering 15 m a a r t 2 0 1 6

inlichtingen C. Verbeek (0900-1852) Registratienummer

2016.0011511

Samenvatting De beschikbare capaciteit in het elektriciteitsnetwerk loopt tegen grenzen aan door een groeiende vraag, onder meer afkomstig door de ontwikkeling van glastuinbouw en door de realisatie van datacenters op bedrijventerreinen. Om te kunnen blijven voldoen aan de vermogensvragen en de stabiliteit van het energienetwerk te kunnen garanderen is een nieuw 150/20 kV transformatorstation nodig in het gebied tussen Hoofddorp en Rijsenhout met bijbehorende kabeltracés richting de bestaande stations in De Liede ('Vijfhuizen') en Amsterdam ('Nieuwe Meer'). De netwerkbeheerders hebben in een 'haalbaarheidsstudie fase 1' de zoekgebieden bepaald en de ruimtelijke randvoorwaarden voor een locatie voor een transformatorstation en voor de kabeltracés benoemd. In de tweede fase van het haalbaarheidsonderzoek wordt toegewerkt naar definitieve locaties en tracés. Voor het project zal een bestemmingsplan worden opgesteld. Vooruitlopend op het bestemmingsplan zal het project aangemeld worden voor de 12 tranche Crisis- en herstelwet. Voor projecten die zijn aangewezen in bijlage II van de Crisisen herstelwet geldt een aantal bepalingen die ervoor zorgen dat eventuele beroepsprocedures sneller beslecht worden. e

Inleiding en probleemstelling De netbeheerders TenneT en Liander constateren dat de beschikbare capaciteit in het elektriciteitsnetwerk naar verwachting rond 2017/2018 niet meer voldoende is om aan de vraag te voldoen. Deze vraag is onder meer afkomstig vanuit de ontwikkeling van glastuinbouw en datacenters, met de vestiging van datacenters als specifieke energievragers. Verdere uitbreiding van bestaande stations is niet meer mogelijk. Om te kunnen blijven voldoen aan de vermogensvragen is een nieuw 150/20 kV transformatorstation nodig in het gebied rond de A4-zone (tussen Hoofddorp en Rijsenhout). Dit station wordt gevoed door nieuwe 150 kV kabeltracés richting de bestaande ondergrondse 150 kV verbinding tussen transformatorstation Vijfhuizen (De Liede) en transformatorstation Nieuwe Meer (Amsterdam). Deze bestaande 150 kV verbinding tussen Nieuwe Meer en Vijfhuizen moet eveneens in capaciteit vergroot worden door een nieuw ondergronds kabeltracé toe te voegen. De uitbreiding van de structuur moet tevens zorgen voor een stabieler regionaal elektriciteitsnetwerk. TenneT en Liander hebben een haalbaarheidsonderzoek ('fase 1') uitgevoerd waarin de groeiende vermogensvraag, de technische oplossingsrichtingen en de randvoorwaarden voor zoekgebieden voor een nieuw 150/20 kV transformatorstation en bijbehorende ondergrondse kabeltracés aan de orde komen.

TenneT is de beheerder van het hoogspanningsnetwerk (150 kV en hoger), Liander is verantwoordelijk voor het midden- en laagspanningsnetwerk en heeft ook zicht op de klantvragen.

onderwerp Volgvel

Haalbaarheidsstudie 150 kV transformatorstation en ondergrondse verbindingen 2

Huidige structuur hoogspanningsnet In Haarlemmermeer zijn twee 150 kV transformatorstations gevestigd; station 'Haarlemmermeer' in Hoofddorp Overbos en station 'Vijfhuizen' bij De Liede. Dit zijn gezamenlijke stations van Liander en TenneT waarbij 150 kV wordt getransformeerd naar lagere spanningsniveaus. In Amsterdam is het 150 kV station 'Nieuwe Meer' gevestigd. Naast het 150/50/10 kV station Vijfhuizen (De Liede) is het 380/150 kV station in aanbouw als onderdeel van de Randstad 380 kV verbinding. Het 150 kV station Haarlemmermeer is recent uitgebreid (zie raadsvoorstel 2014/0046594, vaststelling bestemmingsplan Hoofddorp Leenderbos 95). In Hoofddorp (Binnenweg) en Rozenburg zijn twee 50 kV transformatorstations gevestigd van Liander waarbij 50 kV wordt getransformeerd naar lagere spanningsniveaus. De bestaande stations Hoofddorp, Rozenburg en Haarlemmermeer hebben nog een reservecapaciteit die benut kan worden door uitbreiding van deze stations. Deze reservecapaciteit zal in 2017 beschikbaar zijn en ook direct benut worden om in de actuele vraag te voorzien. Achtergrond groeiende vraag Liander registreerde het afgelopen jaar in de omgeving van Schiphol een sterk groeiende vraag naar elektriciteit van bedrijven die zich in het gebied willen vestigen of die hun huidige bedrijfsvoering willen uitbreiden.

Deze vraag komt voornamelijk van twee sectoren: datacenters en glastuinbouw. De klantvragen hebben een relatie met de bedrijventerreinen de President, Schiphol Tradepark, Schiphol Logistics Park, Schiphol Rijk, Corneliahoeve, Anthony Fokker Business Park en het glastuinbouwgebied PrimA4a. Op vier van deze terreinen zijn datacenters gevestigd, in aanbouw of in ontwikkeling. Op basis van klantvragen en trends heeft Liander scenario's opgesteld voor de te verwachten belastinggroei. In het lage scenario is een oplossing met belastinggroei van 200 tot 250 MegaVoltAmpère (MVA) tot 2026 voldoende. In het maximale scenario moet de oplossing een belastinggroei tot 400 MVA tot 2026 mogelijk maken. In de prognose is vooralsnog geen rekening gehouden met de groei van elektrisch vervoer. Wel is rekening gehouden met de realisatie van 10.000 nieuwe woningen in Haarlemmermeer. Ook op de lange termijn verwacht Liander een groei in datacenters, glastuinbouw en elektrisch vervoer. Netwerkvraagstukken rond elektrisch vervoer en zonnepanelenparken worden - evenals het effect van warmtepompen - door de netbeheerders op landelijk niveau onderzocht.

Doelstelling Voor de gemeente Haarlemmermeer (en omliggende regio) is van belang dat; • er een stabiele en duurzame regionale energieinfrastructuur aanwezig is; • er een goed onderbouwd beeld is van de energiebehoefte van bestaande en toekomstige functies; • het elektriciteitsnetwerk (met bijbehorende voorzieningen) de vraag naar energie kan faciliteren; • de locatie voor een nieuw 150 kV station zorgvuldig en op planologisch toekomstvaste wijze wordt gekozen en zorgvuldig wordt ingepast in het landschap en/of in omringende ontwikkelingen zonder dat bestaande functies of toekomstige functies hier onevenredig nadeel van ondervinden; • de tracés voor de verbindingen waar mogelijk gebundeld worden met bestaande verbindingen om onnodige versnippering en onzorgvuldig ondergronds ruimtegebruik te voorkomen;

onderwerp Volgvel

Haalbaarheidsstudie 150 kV transformatorstation en ondergrondse verbindingen 3

•

de tracés voor de verbindingen bestaande en toekomstige functies niet belemmeren en op planologisch toekomstvaste wijze worden gekozen; • waar nodig voor technische oplossingen wordt gekozen om knelpunten in techniek of ruimtegebruik op te lossen; • eventueel overbodig geworden verbindingen worden gesaneerd. In het vervolg van de haalbaarheidsstudie zullen deze belangen gewaarborgd worden. Daarnaast is het van belang dat ook andere partijen betrokken worden bij deze studie. TenneT en Liander hebben hiertoe al contacten gelegd - of hebben hiertoe het voornemen met partijen als het Hoogheemraadschap van Rijnland, Prorail, de provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, Schiphol en gebiedsontwikkelaars. Vanuit de gemeente zal nadrukkelijk het belang van bewoners, bedrijven en agrariërs in de zoekgebieden in ogenschouw worden genomen. Oplossingen Oplossing belastinggroei netwerk: nieuw 150/20 kV transformatorstation De concreetheid van de vermogensvraag legitimeert het doen van financiële investeringen in het netwerk. TenneT en Liander hebben de nettechnische mogelijkheden onderzocht om te kunnen voldoen aan de toenemende belastingvraag.

Het is niet mogelijk om de uitbreiding tot 400 MVA te realiseren op het bestaande station Haarlemmermeer (Overbos) door de beperkte ruimte, de ligging in een woonwijk en de noodzaak om risico's te spreiden voor de belastingvraag (station Haarlemmermeer heeft al vijf transformatoren). De stations Vijfhuizen en Nieuwe Meer liggen te ver weg van de klantvragen. Er zijn dan meer en langere 20 kV kabelverbindingen nodig wat - in combinatie met een aanzienlijke toename van zogenaamde 'netverliezen' (energieverliezen) - maatschappelijk duurder is. De oplossing ligt in een nieuw 150/20 kV transformatorstation dat gevoed wordt via een ondergrondse 150 kV verbinding en waarop klanten met een 20 kV kabelverbinding worden aangesloten. Het benodigd ruimtebeslag voor een 150/20 kV station met zes transformatoren is 4,5 hectare. Bij het ruimtebeslag is rekening gehouden met ruimte die nodig is voor landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing, die integraal onderdeel van de opgave is. De maximale hoogte is 24 meter in verband met de noodzakelijke 'bliksemspitsen'. Een dergelijk transformatorstation is een milieucategorie 4.2 bedrijf en moet worden voorzien van een milieuzone. Benodigde ondergrondse verbindingen naar nieuw 150/20 kV station Onderzocht is vanuit welk 150 kV station of vanuit welke verbinding het nieuwe 150/20 kV station gevoed kan worden.

Onderstaand is schematisch de oplossing voor het voeden van het nieuwe 150/20 kV station aangegeven. Deze variant wordt in fase 2 van het haalbaarheidsonderzoek verder uitgewerkt.

onderwerp Volgvel

Haalbaarheidsstudie 150 kV transformatorstation en ondergrondse verbindingen 4

De bovenstaande schematische weergave betreft geeft geen exacte ligging van tracés voor voeding van het nieuwe 150 kV station noch een exacte ligging van het station weer. Door een scopewijziging zal in fase 2 van het haalbaarheidsonderzoek een inhaalslag gemaakt moeten worden voor het zoekgebied voor het ondergrondse tracé bezuiden Badhoevedorp richting transformatorstation Nieuwe Meer. De planologische en ruimtelijke belemmeringen zullen in beeld gebracht worden en het tracé mag geen belemmering vormen voor gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. De totale maximale benodigde ruimte voor het kabeltracé met vier 'bedden' is 19 meter bij een zogenaamde 'open ontgraving' en 23 meter bij 'gestuurde boringen'. Gestuurde boringen worden gebruikt als open ontgravingen technisch niet uitvoerbaar of anderszins niet wenselijk zijn. Bij een open ontgraving wordt er een zakelijk recht gevestigd en een dubbelbestemming tot 3 meter aan weerszijden van de buitenste kabel en bij boringen wordt er een zakelijk recht gevestigd en een dubbelbestemming tot 5 meter aan weerszijden van de buitenste kabel. Omdat onder meer rond De Hoek en rond het knooppunt A4 - A9 knelpunten voor open ontgravingen verwacht worden houdt TenneT rekening met de noodzaak voor het toepassen van gestuurde boringen. Ook kunnen kabeltracés mogelijk boven elkaar geplaatst worden.

Dit wordt onderzocht in fase 2 van het haalbaarheidsonderzoek. Zoekgebieden locatie 150 kV station en tracés benodigde verbindingen In de haalbaarheidsstudie fase 1 zijn in samenspraak met de gemeente twee zoekgebieden benoemd: een zoekgebied voor een locatie voor een nieuw 150 kV station in nabijheid van de klantvragen en een zoekgebied voor de tracés voor de benodigde verbindingen richting de stations Vijfhuizen (De Liede) en Nieuwe Meer (Amsterdam). Op onderstaande kaart zijn de zoekgebieden aangegeven.

onderwerp Volgvel

Haalbaarheidsstudie 150 kV transformatorstation en ondergrondse verbindingen 5

Zoekgebied 150 kV station

Zoekgebied verbindingen

Bij het bepalen van de zoekgebieden is onder meer gekeken naar het functioneren van het netwerk, nabijheid van de vraag (met name datacenters en glastuinbouw), spreiding van transformatorstations en technische eisen aan lengte kabeltracés. Voor een toelichting wordt verwezen naar het haalbaarheidsonderzoek fase 1. Tevens is in de haalbaarheidsstudie fase 1 verkend wat de mogelijke knelpunten en/of aandachtspunten in beleid en regelgeving zijn voor zowel een 150 kV station locatie als voor de bijbehorende tracés. Dit onder meer voor de thema's aanwezige (woon)bebouwing en milieuzonering; kabels en leidingen; Luchthavenindelingbesluit; natuur en water; externe veiligheid; bodem, archeologie en cultuurhistorie. Zo is voor het 150 kV station het uitgangspunt dat een afstand van minimaal 300 meter van hindergevoelige bebouwing wordt aangehouden. Voor de kabelverbindingen is relevant dat elektriciteitsverbindingen en gasbuisleidingen (zie de 'Structuurvisie buisleidingen') met elkaar interfereren en dus niet zo maar gecombineerd kunnen worden. Zie de haalbaarheidsstudie voor een uitgebreide toelichting. Gekomen is tot een aantal 'focusgebieden' waarbij de noordkant van PrimA4a en de westkant van Schiphol Trade Park (focusgebieden 1 en 2) als potentiële locaties voor een 150 kV station naar voren komen.

Voor de verbindingen is in de haalbaarheidsstudie fase 1 een drietal corridors benoemd waarbinnen verder gezocht kan worden naar een tracé vanaf om en nabij de Schipholweg naar het nieuwe 150 kV station. Voor de benodigde verbindingen ten zuiden van Badhoevedorp naar station Nieuwe Meer is een inhaalslag nodig. TenneT heeft in een separate studie een zestal mogelijkheden benoemd. Deze worden nader uitgewerkt in fase 2 van het haalbaarheidsonderzoek. Vervolg haalbaarheidsstudie en ruimtelijk juridisch traject In fase 2 van de haalbaarheidsstudie worden in een verdiepingsslag verschillende tracévarianten ontworpen. Deze varianten worden onderzocht op de ruimtelijke, technische en financiële haalbaarheid. Ook voor de locatie van het 150 kV station wordt gezocht naar haalbare locaties. Naar verwachting zal fase 2 van de haalbaarheidsstudie in de zomer van 2016 afgerond worden. De conclusies zullen ter besluitvorming aan het college worden voorgelegd. Ter voorbereiding op de benodigde juridische procedures wordt overleg gevoerd met het Rijk, de provincie, de gemeente Amsterdam en de omgevingsdienst NZKG. Voor het planologisch mogelijk maken van het 150 kV station met bijbehorende ondergrondse kabelverbindingen zal een ontwerpbestemmingsplan (inclusief bijbehorende

Onderwerp Volgvel

Haalbaarheidsstudie 150 kV transformatorstation en ondergrondse verbindingen 6

zone voor industriegeluid) worden opgesteld. Mogelijk wordt de zogenaamde Coördinatieregeling Wro toegepast, waarbij bestemmingsplan en overige vergunningen een parallel besluitvormingstraject doorlopen. Juridische aspecten; toepassing Crisis- en herstelwet De eerste fase van het 150 kV station en de bijbehorende verbindingen moeten in 2017/2018 kunnen functioneren om te kunnen voldoen aan de klantvragen in de periode 2018-2020. De Crisis- en herstelwet biedt de mogelijkheid om regionale projecten met een nationale betekenis toe te voegen aan 'Categorie Aa Gebiedsontwikkeling met nationale uitstraling' van bijlage II van de Crisis- en herstelwet. ACT/A4 Zone West (Schiphol Trade Park) en Schiphol Logistics Park zijn hier reeds in opgenomen. Voor projecten die zijn aangewezen in bijlage II van de Crisis- en herstelwet geldt een aantal bepalingen die ervoor zorgen dat eventuele beroepsprocedures sneller beslecht worden. Zo is het instellen van pro forma beroep niet toegestaan en dient de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes maanden een uitspraak te doen. Daarom wordt voorgesteld om de realisatie van het 150 kV station met bijbehorende verbindingen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu aan te melden als bijlage II project voor de 13e tranche van de Crisis- en herstelwet.

Het is hiervoor niet nodig om de definitieve locaties en tracés te weten, het benoemen van de zoekgebieden volstaat. Duurzaamheidseffecten De voorgestelde realisatie van een 150 kV station met bijbehorende tracés heeft betrekking op het laten functioneren van het energienetwerk en de wettelijke taak van de netwerkbeheerders om in de energiebehoefte te voorzien. De ruimtelijk mogelijk gemaakte ontwikkelingen op de verschillende bedrijventerreinen en glastuinbouwlocaties moeten ook van energie worden voorzien. In het kader van het project Samenwerkingsagenda Energie uit het programma Haarlemmermeer Duurzaam 2015-2018 willen wij tegelijk de duurzaamheidskansen van dergelijke nieuwbouwontwikkelingen zien te benutten in samenwerking met de betrokken stakeholders. Datacenters kennen daarin een groot potentieel onder andere via de hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende warmte die via een slimme ruimtelijke ordening kunnen worden gekoppeld aan de bijbehorende vraag. Participatie en communicatie Bij de start van fase 2 van het haalbaarheidsonderzoek zal een participatie- en communicatieplan worden opgesteld voor het project. De stakeholders zijn al in beeld gebracht door de netbeheerders. In overleg met de gemeente zal de mate van participatie bepaald worden, dit is ook afhankelijk van locatie-aspecten.

Voor de ondergrondse tracés is - ondanks dat deze niet zichtbaar zijn in het landschap ook van belang dat belanghebbenden worden meegenomen in het proces. De ondergrondse kabelstrook brengt immers ook planologische beperkingen met zich mee. Middelen De kosten voor voorbereiding en realisatie van het transformatorstation en de bijbehorende kabeltracés, de kosten voor grondaankoop en de kosten voor participatie komen voor rekening van de netbeheerders. Voor het verhalen van de door de gemeente te maken kosten voor de begeleiding, de toetsing en/of het opstellen van plannen - waaronder het bestemmingsplan - zal een overeenkomst met de initiatiefnemers worden afgesloten.

Onderwerp Volgvel

Haalbaarheidsstudie 150 kV transformatorstation en ondergrondse verbindingen 7

Besluit Op grond van het voorgaande hebben wij besloten om 1. in te stemmen met het starten van fase 2 van het haalbaarheidsonderzoek; 2. het project Transformatorstation en kabeltracés A4-zone' aan te melden voor de 13 tranche van de Crisis- en herstelwet (bijlage II); 3. deze nota ter informatie te zenden aan de raad.

e

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, namens dezen,

Bijlage(n)

Haalbaarheidsstudie fase 1, Project A4-zone, station en verbinding; Reddyn in opdracht van Liander en TenneT

Haalbaarheidsstudie Projectnummer: RT0585/RLO (Reddyn) Project A4-zone, station en verbinding FASE I

Opdrachtgever: Uitgevoerd door: Project Manager: Auteur: Gezien door: Datum: Documentnummer:

Liander en TenneT Reddyn Ron Smit Saskia Gietema, Ada Uiterwijk (kaartmateriaal) Violet Wattenberg 8 januari 2016

Versie: 1.0 Haalbaarheidsstudie A4-zone

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

COLOFON

Reddyn B.V. Bij Reddyn zijn de strategische kennis en kunde op het gebied van energieopwek, -opslag, energie- en waterinfrastructuren alsmede eindverbruikerstoepassingen gebundeld. Deze gebundelde kennis dient als basis voor het uitvoeren van turnkey projecten alsmede het doen van advisering en onderzoek. Daarmee wil Reddyn het mogelijk maken dat haar klanten kunnen acteren als World Class spelers. Postadres: Reddyn PAC 3NJ8120 Postbus 50 6920 AB DUIVEN Bezoekadressen: Duiven: Dijkgraaf 4, 6921 RL Duiven Telefoon: (026) 844 71 11 Fax: (026) 844 72 00 Alkmaar: Voltastraat 2, 1817 DD Alkmaar Telefoon: (072) 514 52 08 Fax: (072)514 53 08 Leeuwarden: Melkemastate 2, 8925 AP Leeuwarden Telefoon: (058) 267 62 66 Fax: (058) 267 63 65 Versie 1.0 Status Definitief Datum 08-01-2016 Documentnummer Opdrachtgever Projectleider Auteurs Gezien door Goedgekeurd Verspreidingslijst

TenneT TSO B.V. en Liander Ron Smit Saskia Gietema, Ada Uiterwijk Violet Wattenberg Ron Smit

Versie Datum

Auteur(s)

Opmerking

Paraaf PM

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, in enige vorm of enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Reddyn.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 2 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie Inhoudsopgave Managementsamenvatting

6

1

8

Projectomschrijving 1.1 1.2 1.3

2

AANLEIDING DOELSTELLING HAALBAARHEIDSSTUDIE LEESWIJZER

Nut & noodzaak en zoekgebied 2.1 2.2

2.3

3.1 3.2 3.3

transformatorstation Voeding van het station

12 14 17

Uitgangspunten afbakening per windrichting

17 18

AFBAKENING ZOEKGEBIED 150 KV KABELVERBINDING

2.4.1 3

10 12

AFBAKENING ZOEKGEBIED STATION

2.3.1 2.3.2 2.4

10

ONTWIKKELING VAN BELASTINGGROEI MOGELIJKE OPLOSSINGEN BELASTINGGROEI

2.2.1 2.2.2

19

afbakening per windrichting

20

Aanpak haalbaarheidsstudie

22

RELEVANTE OMGEVINGSTHEMA'S BESCHRIJVING OMGEVINGSTHEMA'S VERBEELDING IN KAARTEN

22 23 23

Haalbaarheid station - Thematisch

25

4.1 4.2

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE BEBOUWING EN MILIEUZONERING

25 26

4.3

BODEM 4.3.1 Ernstige Bodemverontreiniging 4.3.2 Aardkundige monumenten

28 28 29

4

4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

4.10 5

KABELS EN LEIDINGEN LUCHTHAVENINDELINGSBESLUIT NATUUR RUIMTELIJKE BEÏNVLOEDING EN VEILIGHEID WATERBESCHERMINGSGEBIEDEN TOTAALOVERZICHT STRUCTUURVISIE HAARLEMMERMEER 2030

29 31 33 37 39 39

40

haalbaarheid kabelverbinding - thematisch 5.1 5.2 5.3

5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

42

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE BEBOUWING BODEM

5.3.1 5.3.2

6

8 8 9

42 43 44

Ernstige bodemverontreiniging Aardkundige monumenten

44 45

KABELS EN LEIDINGEN NATUUR RUIMTELIJKE BEÏNVLOEDING EN VEILIGHEID RIJKSWATERSTAAT BEHEERSGEBIED WATERBESCHERMINGSGEBIEDEN TOTAALOVERZICHT

46 47 49 51 52 53

planologische procedures en mer

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

54

Page 3 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie 6.1 6.2

6.3 7

54 54

55

Totaalbeeld station en verbinding 7.1 7.2 7.3 7.4

8

DEFINITIE PROJECT PLANOLOGISCHE PROCEDURE MER

58

TOTAALBEELD STATION VIER FOCUSGEBIEDEN VOOR MOGELIJKE STATIONSLOCATIES TOTAALBEELDVERBINDING DRIE CORRIDORS VERBINDING

58 58 59 60

De aftrap voor Fase 2

62

Bijlage 1 ThemaKaart station: Archeologie en cultuurhistorie

63

Bijlage 2 ThemaKaart station: Bebouwing en milieuzondering

64

Bijlage 3 ThemaKaart station: Kabels en leidingen

65

Bijlage 4 ThemaKaart station: LIB - beperking bebouwing

66

Bijlage 5 ThemaKaart station: LIB - beperking bouwhoogte

67

Bijlage 6 ThemaKaart station: Natuur

68

Bijlage 7 ThemaKaart station: Ruimtelijke beïnvloeding en Veiligheid

69

Bijlage 8 Totaalkaart station

70

Bijlage 9 Themakaart station: Structuurvisie haariemmermeer

71

Bijlage 10 Themakaart verbindingen: Archeologie en cultuurhistorie

72

Bijlage 11 Themakaart verbindingen: Bebouwing

73

bijlage 13 Themakaart verbindingen: Kabels en leidingen

75

bijlage 14 themakaart verbindingen: Natuur

76

Bijlage 15 themakaart verbindingen: Ruimtelijke beinvloeding en veiligheid .. 77 Bijlage 16 themakaart verbindingen: RWS beheersgebied

78

Bijlage 17 Totaalkaart verbindingen

79

Bijlage 18 Focusgebieden

80

Bijlage 19 Corridors

81

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 4 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 5 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie MANAGEMENTSAMENVATTING

Het gebied rond de A4 in de Haarlemmermeer is na jaren van stilstand, in ontwikkeling gekomen. Datacenters willen zich in het gebied dichtbij het internetknooppunt vestigen, glastuinbouwers breiden uit en bedrijven gaan ontwikkelen. De beschikbare capaciteit in het elektriciteitsnetwerk is naar verwachting rond 2017 niet meer voldoende om aan de vraag te voldoen. Verdere uitbreiding van bestaande stations is niet meer mogelijk. Om ook op de middellange termijn te kunnen blijven voldoen aan de vermogensvragen, hebben TenneT en Liander besloten om een nieuw transformatorstation te vestigen in het gebied 'A4-zone'. Dit station wordt gevoed door middel van een inlussing op de verbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer. Reddyn heeft middels deze haalbaarheidsstudie fase 1 vier focusgebieden geïdentificeerd waar een transformatorstation gevestigd kan worden (zie figuur 1.1).

Figuur 1.1: Totaalkaart zoekgebied station met in totaal vier focusgebieden

Drie corridors bieden mogelijkheden voor een tracé van een 150 kV kabelverbinding (zie figuur 1.2). De focusgebieden en de corridors zijn tot stand gekomen door in kaart te brengen waar planologische en ruimtelijke mogelijkheden en onmogelijkheden zijn om een 150/20 kV station en een 150 kV kabelverbinding te realiseren.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 6 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

In fase 2 van de haalbaarheidsstudie worden twee van de focusgebieden verder uitgewerkt tot mogelijke stationslocaties. Binnen de corridors worden tracés ontworpen. Hierbij is extra aandacht voor het bedrijventerrein De Hoek, waar de ondergrondse ruimte beperkt is. De opties voor de stations en de tracés worden vervolgens afgewogen op basis van ruimtelijke, technische en financiële aspecten en op basis van de mogelijkheden ten aanzien van grondzaken en draagvlak vanuit stakeholders. Daarnaast worden in deze fase de mogelijkheden van de planologische procedure en de benodigde vergunningen geïnventariseerd.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 7 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie 1

PROJECTOMSCHRIJVING

Dit project omvat de verkennende fase van de haalbaarheidsstudie voor de realisatie van een nieuw 150/20 kV-transformatorstation in de Haarlemmermeer en voor de realisatie van een 150 kV (kiloVolt) kabelverbinding om het station te kunnen voeden. In deze studie wordt verkend of de realisatie van deze plannen planologisch en ruimtelijk mogelijk is en waar kansen en knelpunten liggen in het gebied. De formele besluitvorming over de gekozen oplossingsrichting vindt in een latere fase plaats bij TenneT (landelijke netbeheerder) en Liander (regionale netbeheerder). De uitkomsten van deze haalbaarheidsstudie zijn hiervoor mede bepalend. 1.1

AANLEIDING

In de regio Haarlemmermeer, rond de Rijksweg A4, is sprake van een sterk toenemende elektriciteitsvraag (vermogen). De aanwezigheid van Schiphol en een groot internetknooppunt zorgen ervoor dat de regio een goede vestigingsplaats is voor bedrijven zoals datacentra en glastuinbouw. Verschillende datacenters en glastuinbouwbedrijven hebben verzoeken tot aansluiting op het netwerk van Liander ingediend. De verwachting is dat de komende jaren de vermogensvraag in het gebied blijft groeien. Liander breidt momenteel haar capaciteit op bestaande transformatorstations uit, maar kan naar verwachting eind 2017 niet meer voldoen aan de energievraag in het gebied. Uitbreiding van het netwerk is daarom noodzakelijk. Voeding voor deze uitbreiding moet komen vanuit het landelijke 150 kV netwerk, dat in beheer is bij TenneT. Voor een beschrijving van de gekozen oplossingsrichting en mogelijke alternatieven wordt verwezen naar hoofdstuk 2. 1.2

DOELSTELLING HAALBAARHEIDSSTUDIE

TenneT en Liander hebben Reddyn gevraagd om te onderzoeken of de beoogde oplossing (realisatie van een transformatorstation en nieuwe ondergrondse 150 kV kabelverbinding) planologisch en ruimtelijk mogelijk is. In hoofdstuk 2 gaan wij nader in op de keuze voor de beoogde oplossing en op de onderbouwing voor de afbakening van de zoekgebieden waarbinnen het station en de verbindingen gerealiseerd dienen te worden. Deze fase van de haalbaarheidsstudie heeft als doel om: • De nut en noodzaak van de uitbreiding van het elektriciteitsnet in de regio • vast te stellen of er binnen deze zoekgebieden, planologisch en ruimtelijk gezien, mogelijkheden zijn om een transformatorstation te realiseren en 150 kV kabelverbinding aan te leggen naar dit station. In de haalbaarheidsstudie zijn de 20 kV tracés niet expliciet meegenomen, omdat op dit moment niet duidelijk is waar de klanten zich zullen vestigen en omdat deze verbindingen planologisch niet zullen worden bestemd. Wel is bij de uitgangspunten rekening gehouden met de afgaande kabels; druk bebouwde gebieden zijn buiten beschouwing gelaten omdat deze onvoldoende ruimte bieden voor de noodzakelijke 20 kV kabelverbindingen. Mocht er binnen de zoekgebieden geen ruimte worden gevonden voor het station en de 150 kV kabelverbinding, dan zal een alternatief zoekgebied moeten worden aangewezen.

Op basis van de uitkomsten van de haalbaarheidsstudie stellen TenneT en Liander, bij een positief advies, een investeringsvoorstel op. In een tweede fase van de haalbaarheidsstudie zullen wij verschillende opties voor de locatie van het transformatorstation en de ligging van de (meer gedetailleerde) tracés onderling afwegen. Het project vormt daarnaast een pilotproject vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in het kader van de nieuwe Omgevingswet. Het ministerie ondersteunt TenneT en Liander bij het vormgeven van het stakeholdermanagement en de participatie. Daarnaast wil het ministerie inzicht krijgen in de werking van de omgevingswet binnen de energiesector.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 8 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie 1.3

LEESWIJZER

In hoofdstuk 2 lichten wij nut en noodzaak van de uitbreiding van het net toe en beschrijven wij hoe wij zijn gekomen tot het zoekgebied. In hoofdstuk 3 lichten wij de gevolgde werkwijze om tot focusgebieden en corridors te komen toe. Hierin beschrijven wij welke werkzaamheden binnen deze verkennende fase zijn uitgevoerd en welke in een latere fase dienen te worden uitgevoerd. Ook is de wijze van weergave op de kaart beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van de verschillende thema's toegelicht voor de stationslocatie. In hoofdstuk 5 zijn de resultaten voor de 150 kV kabelverbinding beschreven Het totaalbeeld en de conclusies van deze verkennende fase zijn weergegeven in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 bevat een doorkijk richting de tweede fase van de haalbaarheidsstudie. De kaarten zijn opgenomen in de bijlagen. Ter illustratie zijn zij tevens in het klein aan de hoofdtekst toegevoegd.

Versie: 1.0 Datum . 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 9 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

2

NUT & NOODZAAK EN ZOEKGEBIED

In dit hoofdstuk beschrijven wij waarom uitbreiding van het elektriciteitsnet in de Haarlemmermeer noodzakelijk is, hoe TenneT en Liander zijn gekomen tot de beoogde oplossing, welke nettechnische uitgangspunten van belang zijn bij de keuze voor een locatie van een transformatorstation en de 150kV kabelverbinding en op welke wijze wij zijn gekomen tot de afbakening van het zoekgebied voor zowel het station als de 150 kV kabelverbinding. 2.1

ONTWIKKELING VAN BELASTINGGROEI

Liander registreert in de omgeving van Schiphol een sterk groeiende vraag naar elektriciteit van bedrijven die zich in het gebied willen vestigen of die hun huidige bedrijfsvoering willen uitbreiden. Deze vraag komt voornamelijk van twee groepen klantsectoren: datacenters en glastuinbouw. In de prognoses is hierbij vooralsnog geen rekening gehouden met de groei van elektrisch vervoer. Wel is rekening gehouden met de realisatie van 10.000 nieuwe woningen in de regio Hoofddorp. Er ontstaat een toenemende behoefte aan datacenters vanwege toenemend dataverkeer. • Nederland is een uitstekende vestigingslocatie voor datacenters vanwege het internetknooppunt bij Amsterdam, goede en betrouwbare infrastructuur (o.a. elektriciteit) en hoog opgeleid personeel; • In de nabijheid van Schiphol met business offices die gebruik maken van datacenters; • Er is een trend dat data buiten Europa steeds meer teruggehaald worden naar Europa in verband met de privacy wetgeving. De algemene trend dat datacenters zich in Nederland willen vestigen, en in het bijzonder in het gebied rond de Haarlemmermeer, wordt ook bevestigd door onafhankelijke studies, uitgevoerd door onder meer Dutch datacenter association en Deloitte.

Toenemende belastingvraag door ontwikkelingen in het glastuinbouwgebied PrimA4a: • Trekt geleidelijk aan in glastuinbouwgebied PrimA4a (nieuwe tuinders); • Er is een trend bij huidige tuinders om hun gewassen intensiever te belichten; • Tuinders faseren hun WKK installaties uit vanwege verscherpte NOX-wet en gasprijs. In onderstaand figuur zijn de verwachtingen en concrete aanvragen indicatief ruimtelijk weergegeven op basis van de gegevens aangeleverd door Liander. Deze kaart wordt intern gebruikt binnen Liander om globaal inzicht te hebben in de ligging van mogelijke vermogensvragen. Uit het figuur blijkt verder dat er sprake is van lokale opwek. Deze opwek is afkomstig van de Warmtekrachtkoppelinginstallaties (WKK's) van glastuinbouwers.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 10 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

Figuur 2.1: Overzicht van de klantvragen (in bruin), de lokale opwek (in lichtblauw) en de verwachte bouw van bedrijventerreinen (in paars).De bedrijvigheid rond Aalsmeer wordt niet aangesloten op het nieuw te bouwen station

Een aantal van deze klanten heeft al een concreet offerteverzoek voor aansluiting op het netwerk van Liander ingediend. Op basis van de concrete klantvragen, de klantvragen in ontwikkeling en de zichtbare trends heeft Liander een aantal scenario's doorgerekend met betrekking tot de verwachte belastinggroei. Vermogensvragen worden uitgedrukt in MegaVoltAmpère (MVA). Deze scenario's zijn weergegeven in onderstaand figuur. In het figuur 2.2 is in rood het beschikbare vermogen weergegeven. Het lage scenario (paars) gaat ervan uit dat alleen de klantvragen waarvoor Liander een offerte heeft opgesteld, doorgang hebben. Daarnaast krijgen de klanten in dit scenario de helft van het door hen gevraagde vermogen, omdat de vermogensvragen vanuit de klanten zijn gebaseerd op een 'worst case' bedrijfsvoering. In de praktijk zal de helft van dit vermogen voldoen in normale bedrijfsomstandigheden. Bij het mediumscenario (blauw) is het uitgangspunt dat alle offertes van Liander naar de klanten resulteren in opdrachten, maar dat deze klanten nog steeds de helft van het gevraagde vermogen krijgen. Bij het maximale scenario is het uitgangspunt dat alle openstaande offertes opdracht worden en dat alle klanten het vermogen krijgen waar zij om vragen.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 11 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

Vermogenstoename versus reservecapaciteit in Haarlemmermeer

Maximale scenario: vermogenstoename HMM met alle klantvragen - Medium scenario: vermogenstoename HMM met alle klantvragen inclusief 50% gelijktijdigheid datacenters —Laag scenario: vermogenstoename met alleen klantvragen met kans > 50% inclusief 50% gelijktijdigheid datacenters ••-Reservecapaciteit HMM rekening gehouden met uitbreiding op HMM, HFD en RZB 2016

2017

2018

2019

2020

2021 2022 Jaartal

Figuur 2.2: Overzicht van vermogenstoename

2023

2024

2025

2026

versie de beschikbare reservecapaciteit,

stand van zaken oktober 2015

In de figuur is te zien dat in 2017 120 MVA beschikbaar komt als gevolg van de uitbreiding van de bestaande stations Hoofddorp (HFD), Rozenburg (RZB) en Haarlemmermeer (HMM). Hiermee kunnen de nu actuele vragen worden opgelost. In het lage (paarse lijn) en het medium scenario (blauwe lijn) zijn deze uitbreidingen voldoende om tot in 2018 aan de vraag te voldoen. Bij het maximale scenario ontstaat al in 2017 een knelpunt in het beschikbare vermogen. Het is technisch en planologisch niet mogelijk om op korte termijn (in 2017/2018) al een permanente oplossing te hebben om te voldoen aan alle klantvragen zoals verwacht in de drie scenario's. TenneT en Liander zoeken daarom samen naar mogelijke tussentijdse maatregelen om te voldoen aan de klantvragen in de periode tussen 2018 en 2020. Naar verwachting kan eind 2019 / begin 2020 een permanente oplossing worden gerealiseerd voor de middellange termijn (10 jaar). Deze permanente oplossing kan, afhankelijk van de daadwerkelijke belastinggroei, gefaseerd worden uitgevoerd. In geval van het lage scenario (paarse lijn), zou een oplossing met belastinggroei 200 tot 250 MVA voldoende zijn. Mocht het maximale scenario (groene lijn) uitkomen, dan zou de oplossing een belastinggroei tot 400 MVA mogelijk moeten maken. Op de lange termijn verwacht Liander een groei in datacenters, glastuinbouw en elektrisch vervoer.

Daarnaast zullen warmtepompprojecten mogelijk een rol gaan spelen. 2.2

MOGELIJKE OPLOSSINGEN BELASTINGGROEI

2.2.1

TRANSFORMATORSTATION

TenneT en Liander hebben gezamenlijk de nettechnische mogelijkheden onderzocht om te kunnen voldoen aan de toenemende belastingvraag. Gezien de grootte van de belastingvraag (mogelijk 400 MVA ten opzichte van de al geplande uitbreidingen van stations Hoofdddorp, Rozenburg en Haarlemmermeer) is het noodzakelijk om een nieuw 150/20-kV station in de regio Haarlemmermeer te realiseren dat gevoed wordt via een 150-kV verbinding (bestaande uit één of meerkabelcircuits) en waarop klanten door middel van 20 kV kabelverbindingen kunnen worden aangesloten. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 12 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie • •

•

• •

•

TenneT realiseert een nieuw station met een 150kV-installatie die als openlucht installatie wordt uitgevoerd (zogeheten AIS); Liander hanteert het beleid om bij nieuwbouw de middenspanning op het 20 kVniveau te bedrijven. Ook de bestaande infrastructuur zal op lange termijn naar 20 kV overgaan. 150/20 kV transformatoren hebben ieder een vermogen van 80 MVA. In eerste aanleg worden twee 150/20 kV transformatoren geplaatst en aangesloten, met een mogelijkheid tot uitbreiding naar maximaal zes 150/20 kV transformatoren; De 150kV-installatie van TenneT, de 150/20kV-transformatoren en de 20kV-installatie van Liander worden op dezelfde locatie gerealiseerd. Voor zowel de 150/20kV-transformatoren als voor de 150kV kabelverbinding geldt dat als een storing optreedt, er reservecapaciteit beschikbaar moet zijn om de duur van een storing zoveel mogelijk te beperken. Dit principe staat bekend als het n-1 principe. Indien de belasting van TenneT hoger wordt dan 100 MVA, dan geldt deze n-1 regel ook tijdens onderhoud om zo extra zekerheid in het netwerk te borgen. Het moet mogelijk zijn om het nieuw te bouwen transformatorstation en de verbinding gefaseerd te realiseren.

In onderstaand figuur zijn de transformatorstations en bestaande 150 kV kabelverbindingen in de omgeving weergegeven. De blauwe transformatorstations zijn gezamenlijke stations van TenneT en Liander, waarbij 150 kV wordt getransformeerd naar lagere spanningsniveaus. In groen zijn de transformatorstations van Liander weergegeven, waarbij 50 kV wordt getransfomeerd naar lagere spanningsniveaus. De 150 kV kabelverbindingen zijn weergegeven onderstaand figuur.

Figuur 2.3: Ligging van de bestaande transformatorstations (blauwe en groen) en 150 kV kabelverbindingen (zwart) in de regio

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 13 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

Uitgaande van de maximaal verwachte belastinggroei op de middellange termijn (binnen 10 jaar), hebben TenneT en Liander geconcludeerd dat een nieuw transformatorstation noodzakelijk is met maximaal zes transformatoren met elk een vermogen van 80 MVA. Rekening houdend met de noodzakelijke reserve (in verband met mogelijk uitval van één 150/20 kV transformator), is dan 480- 80 = 400 MVA beschikbaar. Een dergelijk station kan gefaseerd gerealiseerd worden, waardoor rekening gehouden wordt met de daadwerkelijke vermogensvragen (in eerste instantie kan worden volstaan met minder transformatoren en kabelcircuits). Het is niet mogelijk om de uitbreiding met 400 MVA te realiseren door bijvoorbeeld uitbreidingen op de bestaande nabij gelegen stations. Door de beperkte ruimte, de ligging in een woonwijk en de noodzaak om risico's te spreiden met betrekking tot de belastingvraag (station Haarlemmermeer heeft al vijf transformatoren) is het niet mogelijk om de gewenste uitbreiding op station Haarlemmermeer te realiseren. Daarnaast liggen de stations Vijfhuizen en Nieuwe Meer te ver weg van de klantvragen (zie paragraaf 2.3) om als optie te worden meegenomen. In onderstaand figuur is het benodigd ruimtebeslag voor een 150/20 kV-station met zes transformatoren weergegeven. Hierbij is ook rekening gehouden met de benodigde ruimte voor landschappelijke en/of stedenbouwkundige inpassing.

De maximale hoogte van een dergelijk station bedraagt 24 meter, in verband met de noodzakelijke bliksemspitsen. Hoewel er technische mogelijkheden zijn om de hoogte iets te beperken, is de hoogte van 24 meter als uitgangspunt aangehouden in deze studie. Onderstation met zes 150/20kV transformatoren (BZSV: 400MVA)

| c n r . | ^ ? i .nam

3 Uk V * CDG * trafoboxen (Liander) 60m x 90m i

AIS 150kV + CDG (TenneT) 229m x 87m x Z4m (Ixbxh)

Tm (Ixbxh)

l h rr . -.

20kV schakelhal (Llanderl M m x 15m x 5m flxtoxh)

OF 61)1* m e i

J

Transformator box 6£n x i«m x 7m (btbxhl

t t t n N M r f M . VMÉMr*n,**ntF!

Figuur 2.4: Overzicht benodigde ruimte 150/20 kV transformatorstation (CDG = centraal dienstengebouw, BZSV = bedrijfszeker stationsvermogen)

2.2.2 VOEDING VAN HET STATION

TenneT en Liander hebben vervolgens onderzocht vanuit welk station of welke verbinding het nieuw te realiseren station zou kunnen worden gevoed. De 150 kV stations in de omgeving zijn stations Haarlemmermeer, Nieuwe Meer en Vijfhuizen.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 14 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

Er is onderzocht of het mogelijk is om een 'inlussing' te maken op de verbinding tussen station Haarlemmermeer en station Sassenheim of op de verbinding tussen station Vijfhuizen en station Haarlemmermeer of direct vanuit station Haarlemmermeer. Bij een inlussing wordt een kabelverbinding niet aangelegd tussen twee bestaande stations, maar wordt er aangesloten op een bestaande verbinding. Hiermee ontstaat een extra 'lus' in de bestaande verbinding. Een inlussing op de verbinding tussen station Haarlemmermeer en station Sassenheim en op de verbinding tussen station Vijfhuizen en station Haarlemmermeer blijkt niet mogelijk te zijn vanwege een aantal nettechnische redenen: • Het 150kV-netwerk in Noord-Holland en Zuid-Holland is in een 'normale' situatie niet gekoppeld. De 150kV kabelverbinding tussen de stations Haarlemmermeer (NoordHolland) en Sassenheim (Zuid-Holland) wordt als netopening bedreven. Dit betekent dat deze 150kV kabelverbinding aan één zijde is uitgeschakeld (open staat). Het sluiten van deze 150kV kabelverbinding en het daarmee koppelen van de 150kVnetwerken in Noord-Holland en Zuid-Holland zal leiden tot ontoelaatbare vermogenstransporten en knelpunten.

• Een inlussing of een extra verbinding vanuit station Haarlemmermeer zou ertoe leiden dat er knelpunten optreden en dat er daarmee geen reservecapaciteit meer beschikbaar zou zijn in het geval van een storing (n-1). Dit zal leiden tot een niet wenselijke netverzwaring van het 150kV-netwerk in Noord-Holland en Zuid-Holland en dit komt bovenop de netverzwaringen die al worden gerealiseerd binnen het project Randstad380 Noord. Indien gekozen zou worden om de voeding direct vanuit station Nieuwe Meer te realiseren, leidt dit tot praktische problemen. Tijdens een eerdere haalbaarheidsstudie naar twee nieuwe kabelcircuits tussen de 150kV-stations Vijfhuizen en Nieuwe Meer is gebleken dat er zeer beperkt ruimte beschikbaar is voor de realisatie van twee nieuwe kabelcircuits in de omgeving van de stationslocatie Nieuwe Meer. Daarnaast is op de stationslocatie Nieuwe Meer een type 150kV-installatie aanwezig dat lastig uitbreidbaar is. Het is wel mogelijk om een nieuw 150/20kV-station te voeden vanuit een inlussing op één nieuw te realiseren kabelcircuit tussen de 150kV-stations Vijfhuizen en Nieuwe Meer. Dit kan vervolgens worden uitgebreid met een kabelcircuit vanuit het 150kV-station Vijfhuizen of door middel van een tweede inlussing op een nieuw te realiseren kabelcircuit tussen de 150kV-stations Vijfhuizen en Nieuwe Meer.

Door gebruik te maken van een inlussing, is het niet noodzakelijk om extra ruimte te zoeken in de nabijheid van de 150kV-stations Vijfhuizen en/of Nieuwe Meer (naast de twee geplande nieuwe verbindingen) en dit moet als een belangrijk voordeel worden aangemerkt. Voor het bepalen van de ruimtebehoefte voor de voeding naar het nieuwe 150/20kV-station toe, zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • De nieuw te realiseren 150kV-kabelverbinding (4 kabelcircuits) moet in alle gevallen de stationslocatie kunnen bereiken. • Maximale situatie betreft twee keer een inlussing op de nieuw te realiseren 150kVkabelcircuits Vijfhuizen - Nieuwe Meer. Dit betekent dat er vier kabelcircuits (4x3x1 kabels) worden aangelegd naar een nader te bepalen punt van inlussing. • Per kabelcircuit van drie kabels is het kabelbed 1 meter breed; • De onderlinge afstand tussen de afzonderlijke kabelcircuits bedraagt drie meter; • Bij open ontgraving wordt er zakelijk recht gevestigd en een dubbelbestemming tot 3 meter aan weerszijden van de buitenste kabel;

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 15 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie •

Bij boringen wordt er zakelijk recht gevestigd en een dubbelbestemming tot 5 meter aan weerszijden van de buitenste kabel.

Op basis van bovenstaande uitgangspunten bedraagt de totale maximale benodigde breedte van het kabelbed daarmee 19 meter bij open ontgraving en 23 meter bij gestuurde boringen. In onderstaand figuur is schematisch een dergelijke kabelstrook weergegeven.

O^Om 0.S(|in

CpOm 0 50^

JOOm

3.00i»

•• • •: \ i :*w.r. 4ttv-*ao»

Figuur 2.5: schematische dwarsdoorsnede van kabelstrook

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 16 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie 2.3

AFBAKENING ZOEKGEBIED STATION

2.3.1

UITGANGSPUNTEN

Op basis van de gekozen nettechnische oplossing dient een zoekgebied te worden gedefinieerd waarbinnen een nieuw 150/20 kVtransformatorstation kan worden gerealiseerd. Bij het vaststellen van het zoekgebied hebben wij de volgende nettechnische uitgangspunten gehanteerd: • In de zuidelijke regio van Amsterdam worden in de toekomst twee deelnetten gecreëerd. Eén deelnet (deelnet Vijfhuizen) wordt gevoed vanuit het nieuw te realiseren 380 kV-station Vijfhuizen. Het andere deelnet (Amsterdam Zuidoost) wordt gevoed vanuit 380 kV station Diemen. Er wordt vervolgens een netopening gecreëerd tussen beide deelnetten en het permanent koppelen van deze deelnetten via het nieuw te realiseren 150/20kV-station leidt tot ontoelaatbare knelpunten. Binnen deelnet Vijfhuizen kunnen de gewenste uitbreidingen plaatsvinden, zonder dat dit tot knelpunten elders in het net leidt. Indien de uitbreidingen in deelnet Amsterdam Zuidoost plaatsvinden, leidt dit wel tot nieuwe knelpunten in dit deelnet. • Het station dient bij voorkeur te worden gerealiseerd in de nabijheid van de verwachte grote belastingvragen (met name de datacenters en de glastuinbouw). Deze oplossing leidt tot de laagste maatschappelijke kosten. Als er afgeweken wordt van de gekozen oplossing, dan moeten er meer en langere 20 kV kabelverbidingen worden aangelegd.

Dit is, in combinatie met een aanzienlijke toename van de netverliezen, maatschappelijk duurder. • Het station wordt ingelust op de verbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer. Het station zal gezien de locaties van de belastingvragen, zuidelijk van deze nog de realiseren verbinding worden gerealiseerd. • De 150 kV kabelverbinding die het station voedt, kan niet langer dan 10 tot 15 kilometer worden. Boven deze afstand kunnen negatieve effecten optreden in het net (inschakelverschijnselen, voltage collapse, spanningsdip). Deze effecten kunnen deels verholpen worden door technische maatregelen, maar dit leidt tot extra kosten. • Ten zuiden van de lijn Hoofddorp - Rijsenhout - Aalsmeer is nog geen 150 kV infrastructuur aanwezig. TenneT wil graag haar transformatorstations spreiden, zodat dit zo goed mogelijk aansluit bij de vragen van haar klanten (Liander). Daarom is het wenselijk om het nieuwe station ten zuiden van deze lijn te realiseren. Naast de nettechnische uitgangspunten zijn de volgende ruimtelijke uitgangspunten gehanteerd om te komen tot een zoekgebied. • Het station heeft een maximale hoogte van 24 meter in verband met bliksemspitsen. Realisatie van een dergelijk station in de directe omgeving van start- en landingsbanen is daarmee niet mogelijk. In het beleid van TenneT wordt hiervoor een kilometer in het verlengde van de start- en landingsbaan gehanteerd.

• De begrenzing volgt zoveel mogelijk natuurlijke lijnen in het landschap (wegen, spoorwegen, watergangen). • Naast de 150 kV kabelverbinding zullen vanuit het station 20 kV kabelverbindingen richting de klanten gaan. Ook hiervoor is ruimte benodigd. De benodigde ruimte wordt ingeschat op circa 40 meter (0,5 meter afstand tussen de 20 kV kabelverbindingen) bij een n-1 vermogen. Het is daarom niet mogelijk om het station in dichtbebouwd gebied te realiseren. Op basis van bovenstaande uitgangspunten is de afbakening in de vier windrichtingen als volgt tot stand gekomen.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 17 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie 2.3.2

AFBAKENING PER WINDRICHTING

In onderstaande figuur is de afbakening van het zoekgebied van het station weergegeven.

Figuur 2.5 Begrenzing van het zoekgebied van het station (Bron: googlemaps.com)

Noord In noordelijke richting vormen de aanwezigheid van Schiphol en de daarmee samenhangende risico's met betrekking tot het vliegverkeer een grote beperking voor een eventueel station. Rond Schiphol wordt daarnaast rekening gehouden met een mogelijke tweede Kaagbaan, ten oosten van de huidige Kaagbaan. Daarom is de grens van het zoekgebied gelegd ter hoogte van een natuurlijke lijn, de N196, de Kruisweg. Het noordelijk deel van het gebied De Hoek is niet meegenomen. Met een station in het noordelijk deel van De Hoek, zouden alle afgaande 20 kV kabelverbindingen (circa 80) via bedrijventerrein De Hoek naar de datacenters en het glastuinbouwgebied moeten worden geleid. Hiervoor is niet voldoende ruimte.

West

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 18 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

De begrenzing aan de westzijde wordt bepaald door de aanwezige bebouwing van Hoofddorp, de beperking van maximaal 15 kilometer afstand tot de verbinding Vijfhuizen Nieuwe Meer (via het geplande punt van inlussing, zie figuur 2.3) en de afstand tot de belastingvraag (bij voorkeur zo kort mogelijk). Langs de westzijde loopt de grens als volgt: • Langs de oostzijde van de bedrijventerreinen van Beukenhorst (Rijnlanderweg); • De grens verspringt in westelijke richting langs de zuidzijde van Beukenhorst naar de spoorverbinding. Ten westen van het spoor zijn woonbebouwing en bestaande bedrijventerreinen van Hoofddorp aanwezig; Ter hoogte van de Johan Enschedelaan verspringt de grens opnieuw in westelijke richting, tot aan de Hoofdweg. Hierdoor valt het nog te ontwikkelen deel van bedrijventerrein 'De President' binnen het zoekgebied. Het vergroten van het zoekgebied westelijk van de Hoofdweg is niet wenselijk, omdat de afstand tot de belastingvraag en de vanaf verbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer in dat geval te groot wordt. Zuid Aan de zuidzijde vormt de natuurlijke lijn van de noordzijde van bebouwing van NieuwVennep de grens (Noordelijke randweg). Naar de oostzijde toe is de grens getrokken in het verlengde van deze weg. Oost Aan de oostzijde van het gebied vormt de Aalsmeerderweg de grens. Ten oosten van deze weg is dichtbebouwd woongebied aanwezig.

In het noordelijk deel verspringt de grens naar het oosten, langs het Achterkanaal naar de Aalsmeerderdijk. Het gebied is minder dicht bebouwd en biedt mogelijkheden voor ontwikkelingen. 2.4

AFBAKENING ZOEKGEBIED 150 KV KABELVERBINDING

Om het nieuw te bouwen 150/20kV-station te kunnen voeden, dient de nieuw te realiseren 150kV kabelverbinding te worden ingelust op de 150kV kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer. Het zoekgebied voor deze verbinding ligt daarom logischerwijs tussen de 150kV kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer en de zuidelijke grens van het zoekgebied voor het station. Bij het vaststellen van het zoekgebied zijn de volgende nettechnische uitgangspunten gehanteerd: • Het geniet de voorkeur om de lengte van de nieuwe 150kV kabelverbinding te beperken tot maximaal 15 kilometer. Bij langere afstanden kunnen negatieve effecten optreden in het net (inschakelverschijnselen, voltage collapse, spanningsdip). Deze effecten kunnen deels verholpen worden door technische maatregelen, maar dit leidt tot extra kosten. Daarnaast leiden grotere kabellengtes tot hogere kosten en meer netverliezen. • In de zuidelijke regio van Amsterdam worden in de toekomst twee deelnetten gecreëerd Eén deelnet (deelnet Vijfhuizen) wordt gevoed vanuit het nieuw te realiseren 380 kV-station Vijfhuizen. Het andere deelnet (Amsterdam Zuidoost) wordt gevoed vanuit 380 kV station Diemen. Er wordt vervolgens een netopening gecreëerd tussen beide deelnetten en het permanent koppelen van deze deelnetten via het nieuw te realiseren 150/20kV-station leidt tot ontoelaatbare knelpunten.

Binnen deelnet Vijfhuizen kunnen de gewenste uitbreidingen plaatsvinden, zonder dat dit tot knelpunten elders in het net leidt. Indien de uitbreidingen in deelnet Amsterdam Zuidoost plaatsvinden, leidt dit wel tot nieuwe knelpunten in dit deelnet. • Ten zuiden van de lijn Hoofddorp - Rijsenhout - Aalsmeer is nog geen 150 kV infrastructuur aanwezig. TenneT wil graag haar stations spreiden, zodat dit zo goed mogelijk aansluit bij de vragen van haar klanten (Liander). Daarom is het wenselijk om het nieuwe station ten zuiden van deze lijn te realiseren.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 19 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

De begrenzing volgt daarnaast zoveel mogelijk natuurlijke lijnen in het landschap (wegen, spoorwegen, watergangen). 2.4.1 AFBAKENING PER WINDRICHTING In figuur 2.6 is de begrenzing van het zoekgebied voor de nieuwe verbinding weergegeven.

Figuur 2.6: Zoekgebied van de verbindingen

Noord De nieuwe verbinding wordt ingelust op één of twee van de nog te realiseren kabelcircuits Vijfhuizen - Nieuwe Meer. De verwachting van TenneT is dat deze nog aan te leggen kabelcircuits in de nabijheid van de bestaande verbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer komen te liggen, net ten zuiden van de huidige A9. Daarom is als noordelijke begrenzing de A9 aangehouden. Het ontwerp voor deze nog aan te leggen verbinding wordt nog opgesteld door TenneT.

West De begrenzing aan de westzijde wordt bepaald door de afstand tot het zoekgebied van het station A4-zone en het punt van inlussing (verbinding kan maximaal 15km lang zijn in verband met mogelijke negatieve effecten die in het net kunnen optreden, zoals inschakelverschijnselen, voltage collapse, spanningsdip) en de ligging van Hoofddorp. Aan de westzijde is daarom de begrenzing van noord naar zuid als volgt: • Vanaf de kruising met de A9 volgt de grens de N205 in zuidelijke richting. • Vervolgens loopt de grens ten noorden van de bebouwingscontour van Hoofddorp (Weg om de Noord) naar het oosten. Aan de oostzijde van Hoofddorp sluit de begrenzing vervolgens aan bij de begrenzing van het zoekgebied van het station en ontstaat er logischerwijs een overlap met dat zoekgebied.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 20 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

Zuid Aan de zuidzijde vormt de noordzijde van bebouwing van Nieuw-Vennep de grens (Noordelijke randweg). Naar de oostzijde toe is de grens getrokken in het verlengde van deze weg. Deze grens is gelijk aan de begrenzing van het zoekgebied van het station, zodat de logische overlap met dat zoekgebied ontstaat. Oost Aan de oostzijde van het gebied vormt de Ringvaart van de Haarlemmermeer de grens. Door de grens net iets oostelijk van de grens van het zoekgebied van het station te leggen, blijft de mogelijkheid in principe bestaan om de verbinding direct aan de oostzijde van Schiphol aan te leggen.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 21 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

3

AANPAK HAALBAARHEIDSSTUDIE

Dit hoofdstuk beschrijft de aanpak van de haalbaarheidsstudie. 3.1 RELEVANTE OMGEVINGSTHEMA'S De haalbaarheid van een nieuw 150/20 kV-station in de Haarlemmermeer en nieuwe 150kV kabelverbinding naar dit station is aan de hand van een aantal thema's in beeld gebracht. Daarnaast wordt gezocht naar kansen en knelpunten in dit gebied. Dit rapport doet verslag van de verkennende fase (fase 1) waarin voor de meest bepalende thema's is onderzocht hoe deze de haalbaarheid van de plannen beïnvloeden. Op basis van deze verkenning is het zoekgebied voor een station verkleind tot een aantal kleinere focusgebieden en voor de kabelverbinding verkleind tot corridors. In deze fase is gefocust is op de onderwerpen (thema's) die de haalbaarheid van het project kunnen beïnvloeden. In de volgende stap (fase 2, verdiepingsslag) zal voor méér thema's worden ingezoomd op de situatie ter plaatse. Een aantal thema's is niet in de verkennende fase onderzocht, omdat de informatie voor het maken van de keuze voor een of meerdere corridors niet bepalend is. Voordat de definitieve keuze voor het tracé binnen de corridorjen het station gemaakt kan worden, moet een aantal zaken gedetailleerd moet worden uitgezocht. Dat gebeurt in fase 2. Daarnaast worden de thema's in fase 2 zoveel mogelijk gekwantificeerd, tegenover het kwalitatieve oordeel in fase 1.

Een overzicht van de thema's die in beide fases worden onderzocht, is opgenomen in onderstaande tabel. In deze rapportage gaan we verder in op de thema's die betrekking hebben op de verkennende fase (fase 1) van de haalbaarheidsstudie.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 22 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie Tabel 3.1. Thema's voorfase 1 en 2 Fase 1 station

Fase 1 verbinding

Fase 2 station

Fase2 verbinding

Archeologie en cultuurhistorie Bebouwing (en milieuzonering)

V V

V V

V V

V V

Bodem Ernstige bodemverontreiniging Aardkundige monumenten Niet gesprongen explosieven

V V

V V

V V

V V V

V V

V

V

V

V

V

laijjjjjl

Kabels en leidingen Luchthavenindelingsbesluit Grondeigendom Natuur Natuurnetwerk Nederland Natura 2000 gebieden Beschermde flora en fauna

V V

V V

V V V

V V •

Ruimtelijke beïnvloeding en veiligheid Transportassen (gevaarlijke stoffen) Vliegveld Windturbines overige gevaarlijk gebruik / stoffen

V V V V V

V V V V V

V V V

V V V V V

Rijkswaterstaat beheersgebied

V

V

V

Techniek & uitvoering Lengte van het tracé Gestuurde boringen/persingen

V V V

Water Waterbeschermingsgebieden Watergangen (A,B,C-watergangen) Waterkerings- vrijwaringszone Overstromingsgebieden

3.2

V

V

V V V

V V V

V

v

BESCHRIJVING OMGEVINGSTHEMA'S

Voor elk thema's is beschreven of en onder welke voorwaarden de realisatie van een station en de aanleg van kabelverbinding mogelijk is. Dit gebeurt niet alleen aan de hand van de wet- en regelgeving, maar ook op basis van beleid dat TenneT en Liander hanteren om stations en kabelverbinding te kunnen realiseren en in stand te houden. Vervolgens is per thema toegelicht welke onderwerpen wel en niet in de studie zijn meegenomen. Het resultaat van deze exercitie is vastgelegd in afbeeldingen. De paragraaf 'Bevindingen' geeft tenslotte een beschrijving van de afbeeldingen en doet een uitspraak over de haalbaarheid van het station en de kabelverbinding. 3.3

VERBEELDING IN KAARTEN

Op de afbeeldingen zijn de verschillende omgevingsthema's van fase 1 visueel gemaakt. Wanneer de realisatie van het station of de aanleg van een kabelverbinding vanwege het omgevingsthema niet mogelijk is, denk bijvoorbeeld aan de realisatie van het station ter plaatse van bebouwing, dan is dit thema met een volle kleur verbeeld. Is de realisatie van het station of de aanleg van een kabelverbinding alleen onder voorwaarden mogelijk, denk

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 23 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie

bijvoorbeeld aan het uitvoeren van onderzoek of het treffen van maatregelen, dan is het thema verbeeld door middel van een arcering. Ter illustratie is voor de kaarten met betrekking tot het station in de totaalkaart een vlakje opgenomen van de gewenste omvang van het station. Het betreft hier expliciet niet de beoogde locatie voor het station. In het totaaloverzicht zijn vervolgens de verschillende kaartlagen van de omgevingsthema's over elkaar heen gelegd. Daarna zijn door ons de focusgebieden voor het station en de corridors voor de kabelverbinding gedefinieerd.

Versie: 1.0 Datum: 8 januari 2016

Haalbaarheidsstudie A4-zone

Page 24 of 81

REDDYN

Haalbaarheidsstudie 4

HAALBAARHEID STATION - THEMATISCH

In dit hoofdstuk is per omgevingsthema beschreven of de realisatie van een station binnen het zoekgebied haalbaar is. Hierbij geven wij allereerst een beschrijving van de huidige weten regelgeving. Voorts lichten wij toe op welke wijze het omgevingsthema is meegenomen in de haalbaarheidsstudie. Het kan bijvoorbeeld zijn dat TenneT en, of Liander aan het betreffende omgevingsthema, vanwege het station, specifieke eisen stelt. De brondata die gehanteerd zijn om het thema in beeld te brengen, is tevens vermeld. In de paragraaf 'bevindingen' beschrijven wij het kaartbeeld en geven wij aan of de realisatie van het station binnen het zoekgebied voor wat betreft het omgevingsthema haalbaar is. Het hoofdstuk sluit af met een totaaloverzicht van de omgevingsthema's binnen het zoekgebied. Het overzicht werpt een eerste blik op de kansrijke locaties voor het station. 4.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=4b195abb-de52-428f-bd19-cfba748288a7