CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

grenzen_in_beweging_gebiedsverkenning_haarlemmermeer-noord_toegankelijke_tekstversie

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 25 april 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: Kamp Style Outlet: Gebiedsverkenning Haarlemmermeer-Noord, Grenzen in Beweging (Koos Langeveld)16.992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Grenzen in Beweging Gebiedsverkenning Haarlemmermeer-Noord

2

Gemeente Haarlemmermeer

Voorwoord Vijf jaar geleden zijn de gemeenten Haarlemmerliede & Spaarnwoude en Haarlemmermeer samengevoegd. De Ringvaart was niet langer een bestuurlijke grens, maar werd de verbinding tussen de twee voormalige gemeenten. In de spiksplinternieuwe gemeente ontstond een nieuw gebied: Haarlemmermeer-Noord. Omlijst door Schiphol, Haarlem en Amsterdam is het gebied ogenschijnlijk Haarlemmermeer in het klein; met open ruimte, meerdere kernen en veel infrastructuur en bedrijvigheid. Maar als je inzoomt op het gebied blijkt het toch een heel specifieke hoek van onze gemeente te zijn. Een gebied waar de tijd verder teruggaat en de invloed van de omgeving nog intenser voelbaar is. Het eerste lustrum van onze gloednieuwe gemeente vieren wij daarom met een verkenning van het nieuwe gebied HaarlemmermeerNoord. Het is goed om stil te staan bij de grote gebeurtenissen die onze gemeente vormgeven, zoals de samenvoeging van 2019. Het biedt perspectief op de vraagstukken waar we vandaag de dag mee bezig zijn en op de gemeenschap(pen) waar we het voor doen. Het plaatst ons werk in een breder verhaal. Een divers verhaal van dorpen en wegen, van steden en groen, van ruimte en vliegroutes; van bedrijven, bewoners en bezoekers. Eén van die verhalen is het verhaal van gebied Noord. Een verhaal dat wij niet eerder zo uitvoerig hebben opgesteld.

Deze jubileumuitgave Grenzen in Beweging geeft ons als gemeentebestuur inzicht in wat wij van Noord kunnen leren en waar dit gebied specifiek om vraagt. Het biedt onze gemeentelijke organisatie handvatten bij het gebiedsgericht werken en om maatwerk toe te passen waar dat moet. Bewoners en buitenstaanders kunnen via dit document het gebied op een andere manier leren kennen en hopelijk tegelijk een feest van herkenning beleven. Ik wens alle lezers in dit geval dan ook grenzeloze inspiratie toe.

Marianne Schuurmans - Wijdeven Burgemeester Haarlemmermeer Hoofddorp, maart 2024

3

Gemeente Haarlemmermeer

Inhoudsopgave Voorwoord .................................................................................................................................................................. 3 Inleiding ...................................................................................................................................................................... 5 Gebied Noord ................................................................................................................................................................ 5 Grenzen in beweging .................................................................................................................................................... 5 Leeswijzer ...................................................................................................................................................................... 6 1.

2.

3.

4.

5.

4

Noord op de grens van stad en land .................................................................................................................7 Stad en land ..................................................................................................................................................... 7 Omvang in ontwikkeling .................................................................................................................................. 7 De paradoxen van de niet-stad........................................................................................................................ 8 1.3.1 De niet-stad: Gebied Noord als bufferzone ........................................................................................... 8 1.3.2 Door open ruimte zoeken steden de randen op .................................................................................. 10 1.3.3 LIB houdt gebied open en versterkt bufferzonebeleid ........................................................................ 10 1.3.4 Recreatie houdt gebied open, maar hoe gezond is het hier? .............................................................. 10 1.4 De toekomst in het vizier ...............................................................................................................................

11 1.5 Conclusies ...................................................................................................................................................... 12 1.6 Case Badhoevedorp: tuindorp of stadswijk ................................................................................................... 12 1.1 1.2 1.3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Begrensd bestuur en gemeenschappen in beweging ...................................................................................... 16 De samenvoeging .......................................................................................................................................... 16 Bestuurlijke grenzen en identiteit ................................................................................................................. 16 Stedelijke annexaties ..................................................................................................................................... 17 Het ene is niet per se het andere .................................................................................................................. 17 Meervoudige vertegenwoordiging ................................................................................................................ 18 Conclusies ...................................................................................................................................................... 18 Case Spaarndam: grenzen en bestuurlijke druk ............................................................................................ 19 Case Ruigoord: behoeders en kolonisten ...................................................................................................... 21

Pionieren mét nostalgie .................................................................................................................................. 25 3.1 Op de grens tussen oud en nieuw ................................................................................................................. 25 3.2 Conclusies ...................................................................................................................................................... 26 3.3 Case Halfweg: Onze Lieve Vrouw Geboortekerk, van parochie naar projectontwikkelaar ........................... 27

4.1 4.2

Algemene conclusies en aanbevelingen .......................................................................................................... 30 Een gebiedsverkenning voor Haarlemmermeer-Noord ................................................................................ 30 Vooruitblik ..................................................................................................................................................... 31

Bijlagen ........................................................................................................................................................... 32 Kernen van Noord, een beschrijving uit 2021 ............................................................................................... 32 5.1.1 Badhoevedorp en Nieuwe Meer .......................................................................................................... 32 5.1.2 Lijnden en Boesingheliede ................................................................................................................... 33 5.1.3 Spaarndam en Spaarnwoude ............................................................................................................... 34 5.1.4 Haarlemmerliede en Penningsveer ...................................................................................................... 35 5.1.5 Halfweg ................................................................................................................................................ 35 5.1.6 Zwanenburg ......................................................................................................................................... 36 5.2 Begrippenlijst .................................................................................................................................................

38 5.3 Onderzoeksverantwoording .......................................................................................................................... 38 5.4 Bronnenlijst ................................................................................................................................................... 39 5.5 Colofon .......................................................................................................................................................... 43 5.1

Gemeente Haarlemmermeer

Inleiding Gebied Noord Op 1 januari 2019 gingen de gemeenten Haarlemmermeer en Haarlemmerliede & Spaarnwoude op in één gemeente en ontstond het huidige gebied Haarlemmermeer-Noord1. Ingeklemd tussen Haarlem en Amsterdam vormt Noord een thuis voor dertigduizend inwoners, die wonen en leven in een tiental kernen en buurtschappen, ontstaan in uitgestrekt polderlandschap. De leefgemeenschappen verschillen in omvang en samenstelling, maar hebben met elkaar gemeen dat hun geschiedenis en heden voor een groot deel is bepaald door het krachtenspel dat zich buiten de gemeentegrenzen voltrok. De druk op de schaarse ruimte is er nog steeds groot. In deze meest noordelijke punt van de gemeente zal de druk van de omliggende steden en Schiphol ook de toekomst sterk beïnvloeden. Wie een poging doet om het gebied te kenmerken ziet op het eerste gezicht veel overeenkomsten met de rest van de gemeente. In Noord treffen we ook dubbeldorpen (Zwanenburg-Halfweg), historische kernen (Lijnden), en contrastdorpen (Spaarndam) aan. Evenmin laten gegevens over inkomen, opleidingsniveau, demografie en gebruik van sociale verzekeringen noemenswaardige verschillen zien. De specifieke kenmerken van dit gebied vallen pas op als je de blik niet richt op het gebied, maar vanuit het gebied zelf kijkt.

Niet vanuit de verschillende beleidsdomeinen of statistische gemiddelden, maar vanuit de historie en de transformaties die het gebied heeft doorstaan. Veranderingen in het ontwerp van de ruimte en van infrastructuur, maar ook veranderingen in de ervaringen van oude én nieuwe inwoners in hun strijd voor vernieuwing en/of behoud van het oude. Een blik vanuit het gebied zelf, ondersteunt en stimuleert het gebiedsgericht werken en maakt het ook mogelijk om de blik van de hectiek van het moment te richten op mogelijkheden in een nabije toekomst. Vanuit deze blik springt één specifiek kenmerk van Noord vooral in het oog: de dynamische grens.

Grenzen in beweging Bij het woord grens denken we vaak aan een geografische of een bestuurlijke grens, maar het woord kent meer betekenissen. In het alledaagse gebruik betekent grens niet alleen scheiding, maar ook nabijheid en verbinding, zoals in de zin: ‘mijn huis grenst aan het bos’. En het woord ‘grens’ verwijst niet slechts naar een materiële grens, maar ook naar ideële aspecten of waarden. Zo spreken we over de grens tussen de kinderjaren en de pubertijd, of van grensoverschrijdend gedrag, als we bepaalde handelingen afkeuren. In deze verkenning gebruiken we ‘grens’ in de volle breedte van de betekenis van het woord. Naast de talrijke verschuivingen van de gemeentegrenzen, met in de eerste plaats bestuurlijke implicaties, zijn er in het noordelijk deel van Haarlemmermeer namelijk óók andere grenzen en barrières beslecht. Sommige grenzen lieten zichtbare sporen na in het landschap, waar anderen vooral in de hoofden en harten van mensen voortleven; maar ook deze laatste mentale grenzen beïnvloeden de toekomst van gebied en gemeenschappen. Wanneer we de druk van de omliggende verstedelijking in samenhang bezien met de identiteiten en mentaliteiten van de inwoners in dat gebied, krijgen we beter zicht op de mogelijkheden en waarschijnlijke ontwikkelingen in de toekomst.

Het gebied Haarlemmermeer-Noord telt tien kernen: Spaarndam, Spaarnwoude, Penningsveer, Haarlemmerliede, Halfweg, Zwanenburg, Boesingheliede, Lijnden, Badhoevedorp en Nieuwe Meer

1

5

Gemeente Haarlemmermeer

Vanuit deze typering van Noord dringt het thema ‘grensverschuiving’ zich op als leidraad voor deze jubileumpublicatie: het wegvallen van een gemeentegrens, het trekken van een gebiedsgrens en het overgaan van het verleden naar de toekomst. Methodisch hebben we daarom twee scherpe keuzes gemaakt: we nemen het perspectief vanuit het gebied zelf én gebruiken het woord ‘grens’ in zijn volle betekenis. Daarmee stond de opzet vast. Deze opzet verklaart tevens de titel van de verkenning: Grenzen in Beweging.

Leeswijzer In drie hoofdstukken komen achtereenvolgens de verschillende soorten grenzen aan bod die in Noord in beweging zijn. In hoofdstuk één behandelen we de ruimtelijke grens tussen stad en land. In het tweede hoofdstuk gaan we in op de bestuurlijke grenswijzigingen en hun effect op gemeenschapsvorming en actiebereidheid. In het derde hoofdstuk laten we zien hoe de mentale grensverschuivingen, tussen traditioneel en modern en (op zijn Haarlemmermeers) tussen pioniersmentaliteit en nostalgie helpen om te innoveren, te behouden en soms beide tegelijkertijd. In hoofdstuk vier formuleren we algemene conclusies en aanbevelingen. De verkenning met casestudies biedt een uitgebreide blik op huidige en toekomstige ontwikkelingen van het gebied. De lokale kennis van nu kan zo houvast bieden bij te nemen besluiten van morgen. In de bijlage is een beschrijving uit 2021 opgenomen van alle kernen in gebied Noord, met daarin de belangrijkste kenmerken van het gebied en zijn inwoners.

6

Gemeente Haarlemmermeer

1. Noord op de grens van stad en land 1.1

Stad en land

Gebied Noord beslaat een vierde van de omvang van de gemeente Haarlemmermeer. Het ligt ingeklemd tussen twee grote steden en een internationale luchthaven. Haarlem in het westen, Amsterdam in het oosten en Schiphol in het zuiden. Noord is ogenschijnlijk platteland; een groen, open gebied met grote kernen en kleinere dorpen en buurtschappen. De omranding van het gebied lijkt de grens tussen stad en land te markeren, maar vormt allesbehalve een strikte scheidslijn. Op verschillende manieren dringt de stad binnen en verandert het gebied in atypisch platteland. Overal zijn mengvormen tussen stad en land zichtbaar en ervaarbaar. Je fietst er langs bos én loods, paarden grazen onder de 380kV hoogspanningskabels en Halfweg doet zijn naam nog steeds eer aan; een dorp opgesplitst door spoor en wegen, halverwege tussen Haarlem en Amsterdam. Dit traject is sinds jaar-en-dag Nederlands oefenterrein voor snellere verbindingen, van trekvaart naar eerste spoorlijn, naar eerste telefoon- of kabellijnen. Halfweg is niet de enige plek in Noord waar stedelijke verbindingen zichtbaar zijn. Waar het Haarlemmermeer ooit een belangrijke waterweg was tussen de steden is het nu een netwerk van spoorwegen, snelwegen, vaarroutes, N-wegen, aanvliegroutes en hoogspanningskabels.

Deze infrastructurele netwerken die voor verbindingen zorgen vormen in Noord ook fysieke barrières voor de bewoners van het gebied. De A9 die dwars door Badhoevedorp liep, was hiervan een sprekend voorbeeld.

1.2

Omvang in ontwikkeling

Het grootste deel van wat nu gebied Noord is, bestond in 1876 nog uit water. In 1812 vindt de eerste fusie in dit gebied plaats. Zuid-Schalkwijk, Nieuwerkerk aan de Drecht, Vijfhuizen, Halfweg, Spaarnwoude, Noord-Schalkwijk en Hofambacht tot aan gemeente Spaarnwoude worden samengevoegd; het kleine inwonertal van de afzonderlijke delen vormt de belangrijkste aanleiding tot éénwording. Vijf jaar later (1817) valt de eenheid weer uiteen in Haarlemmerliede én Spaarnwoude. In 1855 verschijnt een nieuwe gemeente in het gebied; het recent gedroogde meer wordt officieel de gemeente Haarlemmermeer. Twee jaar later (1857) worden Haarlemmerliede en Spaarnwoude samen opnieuw één gemeente. In 1863 worden Zuid-Schalkwijk en Houtrijk, en Polanen (Halfweg) bij deze gemeente gevoegd. Door inpoldering van het oer-IJ groeit Haarlemmerliede en Spaarnwoude verder uit. In 1876 bereikt gebied Noord hierdoor de grootste omvang in zijn geschiedenis. Haarlem wil zijn centrumfunctie in de regio veiligstellen en annexeert in 1927 een deel van de polder. In 1963 wordt het Haarlemse grondgebied nog verder uitgebreid voor woningbouw. In 1997 neemt Amsterdam een deel van de oostelijke polder in ten behoeve van het haven-terrein. Met de komst van de nieuwe Polderbaan in 2003 neemt Schiphol nog een stukje land in.

7

Gemeente Haarlemmermeer

Gebied Noord valt voor het eerst binnen één gemeente wanneer de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude in 2019 Haarlemmermeer uitkiest als fusiepartner. Door de ligging tussen twee grote steden in heeft Noord te maken gehad met veel grens- en omvangwijzigingen. En er zijn nog talrijke voorstellen tot wijziging geweest die niet zijn gerealiseerd.

1.3

De paradoxen van de niet-stad

1.3.1 De niet-stad: Gebied Noord als bufferzone Om te voorkomen dat grote steden aan elkaar zouden groeien tot nog omvangrijkere stedelijke agglomeraties voerde het Rijk in de jaren ’50 van de vorige eeuw het ‘bufferzonebeleid’ in. Nederlandse steden dienden hun eigen karakter en identiteit te behouden en niet te vergroeien tot één grijze massa. Open, landelijke gebieden dienden de steden van elkaar te houden. Het begrip ‘bufferzone’ was geboren. Het mes sneed hier aan twee kanten: enerzijds werd het open landschap beschermd tegen de oprukkende drang van de stad. En anderzijds werden steden zelf beschermd tegen hun neiging tot megacityvorming, met alle leefbaarheidsproblemen van dien. De bufferzone zou op deze manier de kwaliteit van het Randstedelijk weefsel op regionaal niveau helpen behouden. Amsterdam en Haarlem, oude grote historische steden in het noorden van het land, mochten evenmin aan elkaar groeien. En dus bestempelde het Rijk een deel van het huidige gebied Noord als bufferzone (Nota Westen des Lands, 1958). In eerste instantie ging het slechts om een beperkte strook in het noorden, maar in 1995 werd de bufferzone uitgebreid met het noordelijke deel van de Haarlemmermeerpolder. Het bufferzonebeleid was ambitieus, maar het begrip ‘bufferzone’ bleef een leeg begrip; het was vooral iets ‘niet’! ‘Niet-stad’.

Zo werd gebied Noord in het landelijk bufferzonebeleid een contramal van de omliggende steden, een soort ‘negatiefruimte’. Binnen deze begrensde ruimte moest de stad wegblijven. Maar over wat er in het gebied zelf al was, behouden of versterkt moest worden, of welke ontwikkelingen wél mogelijk of wenselijk waren, zweeg men in alle talen. Deze ambiguïteit van de bufferzone komt goed naar voren in de (eerste) Nota inzake de Ruimtelijke Ordening uit 1960 (zie onderstaand citaat) (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 2008). Bufferzones kennen geen speciale ruimtelijke regelgeving. Het aankopen van gronden was lange tijd het belangrijkste instrument van het Rijk om deze gebieden open te houden. In 2001 stopt het Rijk met dit actieve grondbeleid (Alterra, 2001). Sinds de Rijksstructuurvisie uit 2012 is nagenoeg al het landschapsbeleid een provinciale verantwoordelijkheid. Op dit moment houdt vooral ander rijksbeleid het gebied open: het Luchthavenindelingbesluit (LIB). Doordat de bufferzone een contramal van de stad bleef en niet verder werd ingevuld of wettelijk beschermd, werd het een hybride gebied waar zich allerlei paradoxen voordoen op de grens tussen stad en land.

8

Gemeente Haarlemmermeer

“Men moet zulke gebieden niet zien als een vele malen vergroot stadspark. Het is juist de bedoeling de scheidende stroken tussen de steden zoveel mogelijk als in normaal gebruik zijnde ‘landschap’ te behandelen, maar dit tegelijkertijd door ontsluiting voor kleine verkeersmiddelen en recreatieve voorzieningen op bescheiden schaal meer onder het bereik van de stadsbewoners te brengen.” Aan de rand van de stad, langs de gemeentegrens, wonen de meeste mensen in dit gebied. Badhoevedorp en Zwanenburg zijn de twee grootste kernen in Noord. Ooit waren ze de grootste van de gemeente; nu volgen ze na Hoofddorp en Nieuw-Vennep. De woningen langs het lint en in de dorpen zijn zeer gewild. Het groene en dorpse karakter van deze kernen dicht bij de stad trekt stedelingen aan. Er verhuizen meer Amsterdammers en Haarlemmers naar de noordelijke kernen dan Haarlemmermeerders 2. De voormalige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude kende al lange tijd een grote stroom inwoners van buiten de gemeente (laatste twintig jaar zo’n driekwart van de verhuisden). De druk op de woningmarkt doet de huizenprijzen stijgen tot boven het Haarlemmermeers gemiddelde 3. De banden tussen Amsterdam en Badhoevedorp en Zwanenburg zijn van oudsher sterk en een deel van Spaarndam ligt zelfs in Haarlem.

Deze kernen kennen een sterke verwevenheid met de stad; niet alleen door de herkomst van veel inwoners uit de steden, maar ook door het regionaal netwerk waar deze inwoners deel van 2 3

9

60% van de vestigers, in heel Haarlemmermeer is dat 45; Bron: BRP Haarlemmermeer, 2021 o.b.v. WOZ-waarde/m2; Bron: BAG en Cocensus, 2021

Gemeente Haarlemmermeer

uitmaken. En toch hebben deze kernen een sterk dorpsgevoel kunnen behouden. Het zijn nog steeds ‘Randstedelijke dorpen’. De aantrekkelijkheid van deze groene dorpen in de nabijheid van de stad kan in de toekomst een keerzijde krijgen. Te veel groei zou het dorpse en groene karakter ervan kunnen bedreigen en daarmee een belangrijk deel van de woonaantrekkelijkheid in hartje Randstad aantasten. 1.3.2 Door open ruimte zoeken steden de randen op Noord is voor het grootste deel agrarisch met weilanden op veengrond ten noorden van de ringvaart en teeltgronden op klei aan de zuidkant. Op sommige plekken is het gebied idyllisch platteland, zoals rondom de Stompe Toren in Spaarnwoude. Op andere plekken valt juist het moderne grootschalige - bijna industriële - agrarische landschap op. Het is de nalatenschap van de grote kavels van de Haarlemmermeerpolder waar de moderne landbouw vorm kreeg op boerderijen als de Badhoeve. Vanaf het hoge land bij de Stompe Toren zie je overal de grenzen van het groen. Je ziet en ruikt en hoort hier overal de stad. Waar wonen door LIB-normen niet mogelijk is, krijgt de openheid in Noord bezoek van de rafelranden van de stad. Aan de periferie op de grens tussen stad en land - op zoek naar ruimte voor nieuwe economische en technologische bedrijvigheid - dringt de stad op weer een andere manier Noord binnen.

Uit het zicht voor de stedeling, maar toch zo dichtbij mogelijk, verreizen magazijnen voor het opkomend online-winkelen, vraagt de digitalisering om datacenters en maakt de fossiele industrie langzaam maar zeker een transitie naar zonneweides. De ruimte voor deze grootschalige bedrijvigheid vinden de steden aan hun grenzen. Hier werken veel mensen uit de omliggende steden, terwijl veel Haarlemmermeerders in de stad werkzaam zijn. De stedelijke economie is sterk verknoopt met dit gebied. In deze rafelranden van de stad vinden soms praktijken plaats die gedijen bij de schaduw die de nabijheid van de stad en de rust en ruimte van het platteland bieden (112Meerlanden, 31 mei 2021). 1.3.3 LIB houdt gebied open en versterkt bufferzonebeleid De contouren van het Luchthavenindeling-besluit Schiphol (LIB) overschaduwen gebied Noord. Vanwege veiligheid en geluidsbeperkingen kunnen er binnen deze contouren geen woningen worden gebouwd. Het LIB van Amsterdam Airport City hebben op deze paradoxale manier bijgedragen aan het behouden van het open landelijke karakter van Noord. Onder de rook van Schiphol mag niet gewoond worden, maar men kan er wel ondernemen. Bedrijvigheid bleef het gebied dus wel insluipen. De kernen Spaarndam en Badhoevedorp vallen, als uitzondering, niet onder de beperkingen van het Luchthavenindelingbesluit van Schiphol.

Dat betekent echter niet dat ze er geen last van ondervinden. Hoewel hier meer gebouwd mag worden; is het er niet stil! Gebied Noord kent een dubbele geluidsbelasting: door de opstijgende en dalende vliegtuigen, én ook door snelwegen, N-wegen en industrie en bedrijvigheid. 1.3.4 Recreatie houdt gebied open, maar hoe gezond is het hier? Recreatiegebied Spaarnwoude ligt voor een groot deel in Noord. Dit recreatiegebied is volgens de website: “Een oase van groen. Wie de drukte van de stad wil ontvluchten, komt in deze omgeving volledig tot rust” (website Spaarnwoude). 10

Gemeente Haarlemmermeer

Deze groene oase biedt niet enkel rust. Er is veelvuldig onderzoek gedaan naar de helende werking van groen en daaruit blijkt dat een groene omgeving goed is voor de gezondheid. Het draagt bij aan minder stress, meer geluk, minder ziek zijn, vitaliteit, creativiteit en sociaal contact (Stuiver et al., 2019). Met zijn vele mogelijkheden tot ontspanning en natuurbeleving draagt het recreatiegebied bij aan een gezonde omgeving voor inwoners van de regio en bezoekers. De helende werking van het groen wordt afgezwakt door de steeds verdere verstedelijking van het landschap. Wie het gebied betreedt, hoort, ruikt en voelt de stad. Luchtvervuiling, geluids- en geuroverlast worden nergens in de gemeente zo sterk ervaren als in gebied Noord (GGD Kennermerland, 2020).

1.4

De toekomst in het vizier

Of het nu gaat om wonen, bedrijvigheid, infrastructuur, stedelijke recreatie of neven-effecten als geluid-, lucht- of lichtvervuiling; stedelijke elementen veranderen Noord en zullen dat in de toekomst ook blijven doen. De urbanisatie neemt de komende dertig jaar namelijk niet af: Amsterdam wil langdurig elk jaar 7.500 woningen bijbouwen, Haarlem 10.000 tot 2030 en Haarlemmermeer 20.000 tot 2040. In de toekomstvisies van de omliggende steden, andere overheden en Haarlemmermeer worden om en aan dit gebied daarom nog meer functies toegevoegd ten behoeve van de stad en het moderne leven. Sommige visies zijn wensen, andere al harde plannen. Er zijn plannen en wensen voor meer woningbouw en betere toegang tot de recreatiegebieden. In Haarlemmermeer zijn er woningbouw- en groenplannen voor Badhoevedorp. Het project Oostpoort in Haarlem moet plaats bieden aan nieuwe bedrijven en (hoogbouw)woningen. Groene zones zijn aangewezen in de visies van Amsterdam en het Noordzeekanaalgebied. Deze zones zijn de ‘groene scheggen’ die de stad leefbaar moeten houden en een snelle toegang tot recreatiegebieden moeten garanderen. Recreatiepark Spaarnwoude beschrijft vijf kerngebieden om ontwikkelingen te ontplooien, en meerdere manieren om het gebied toegankelijker te maken voor de omliggende stedelingen.

Ook Haarlem zet in op versterking van fietsroutes richting Noord om meer recreatie van Haarlemmers in het ‘oostelijk poldergebied’ mogelijk te maken. Ook vanuit Amsterdam en Haarlemmermeer wordt ingezet op het verbeteren van snelfiets- en recreatieve routes. De provincie Noord-Holland en de gemeenten Haarlem, Haarlemmermeer en Amsterdam onderzoeken de kansen voor de trekvaart als trage vaarroute. Daarnaast zijn er ook wensen voor betere ecologische verbindingen in de gemeentelijke natuurvisie. Ook de verbindingen tussen de steden blijven in ontwikkeling. De provincie Noord-Holland doet onderzoek naar de mogelijkheid om de A9 als nieuwe regioring te benutten die de bulk van het regionale verkeer rond Amsterdam moet afwikkelen en daarmee de A10 moet vrijwaren van regionaal verkeer. De provincie ziet het oostelijk deel van de ringvaart als hoofdvaarroute, ook juist voor beroepsvaart en dus vrachtvaart. Er is een plan om de Noord/Zuidlijn door te trekken naar Hoofddorp, waar nog sprake is van meerdere mogelijke tracés. In de Omgevingsvisie wordt een zoekgebied voor een nieuwe ondergrondse 150kV hoogspanningsleiding aangegeven. Bedrijvigheid wordt ook steeds verder uitgebreid. In de visies van Haven en het Noordzeekanaalgebied wordt de Houtrakpolder genoemd als potentieel havengebied.

De urgentie van deze claim verandert door de tijd en de gemeente Haarlemmermeer is tegen deze claim op het grondgebied. De reservering voor een

11

Gemeente Haarlemmermeer

tweede terminal van Schiphol, die aan de noordkant van de luchthaven moet komen, wordt wel meermaals als mogelijkheid gezien (in de visie van Schiphol, de provincie Noord-Holland, de gemeente Amsterdam en de Omgevingsvisie Haarlemmermeer). Ten slotte kan de toenemende vraag naar schone energie in de toekomst een beeldbepalend element worden in het landschap. In de Regionale Energie Strategie (RES) zijn zoekgebieden aangegeven voor zonneweides en windmolens. Het zeer grote zoekgebied voor zonneenergie ligt in het hart van het gebied en windmolens kunnen in de toekomst de randen van het gebied verder definiëren.

1.5

Conclusies

•

Gebied Noord maakt onderdeel uit van een regionaal krachtenspel van uiteenlopende belangen in de strijd om de schaarse ruimte in de dichtbevolkte Randstad. Dit speelde in het verleden, speelt in het heden en zal ook in de toekomst belangrijk blijven.

•

Ingeklemd tussen Haarlem en Amsterdam kreeg het noordelijk deel van de gemeente Haarlemmermeer van het Rijk de functie om het aaneengroeien van de steden te verhinderen. Noord diende als groene, landschappelijke buffer de stedelijke kwaliteit in de Randstad te waarborgen.

•

Het beëindigen van het bufferzone-Rijksbeleid betekende niet het einde van de wil om grote delen van gebied Noord open te houden. Maar het niet invullen van het begrip ‘bufferzone’ maakte het open gebied/buffer kwetsbaar voor invloeden van de stad.

•

Het door het Rijk ingestelde Luchthavenindelingbesluit (LIB) is nog altijd een bepalende factor voor het verhinderen van grootschalige woningbouw.

•

Ondanks de wens om groen en open te zijn/blijven, dringen talloze stedelijke invloeden het landelijk gebied binnen. In plaats van een scherpe scheiding tussen stad en land is het een gebied vol mengvormen en paradoxen. Een ander perspectief dient zich aan, waarin het stedelijk weefsel onderdeel is van een nieuw soort landschap.

1.6

Case Badhoevedorp: tuindorp of stadswijk

De aansluiting van Noord-Holland op het rijkswegennet krijgt in de jaren ’60 de hoogste prioriteit. Een snelweg tussen Diemen en Alkmaar met een aansluiting op de A2 moet een impuls geven aan de mobiliteit en daarvoor mag veel wijken. Een dubbelbaansweg in twee richtingen wordt dwars door Amstelveen, het Amsterdamse Bos én Badhoevedorp aangelegd. En hoewel er, ten zuiden van Badhoevedorp, voldoende ruimte lijkt om de weg het tuindorp te laten passeren, besluit men deze ruimte te reserveren voor uitbreidingsmogelijkheden van luchthaven Schiphol. Dit heeft flinke consequenties voor het dorp. Langs de Kromme Tocht in Badhoevedorp is weliswaar ruimte gespaard voor de aanleg van een provinciale weg, maar dat is onvoldoende voor de vier rijbanen, twee vluchtstroken en een middenberm die de A9 vergt (Nieuwe Haarlemsche Courant, 1963). Daarom verrijst boven op de oude watergang een betonnen constructie die, verhoogd door viaducten, het verkeer dwars door het dorp leidt. Het kruisende verkeer uit het dorp kan onderlangs passeren.

12

Gemeente Haarlemmermeer

Vanuit hun woningen zien directe omwonenden hoe de bomen worden gerooid en de Kromme Tocht wordt gedempt (HCnieuws, 2018a). Bij de bestaande bouw is geen rekening gehouden met het intensieve autoverkeer, waardoor het geluid en de trillingen de woningen binnendringen. In het lokaal dat direct aan de rijksweg grenst volgen leerlingen van de Burgemeester Amersfoordtschool de lessen via koptelefoons totdat het lokaal geluidsdicht is gemaakt (Parool, 1969). Verenigd in actie-groep Snel-weg-ermee weten omwonenden in de jaren ’70 de komst van een geluidswal af te dwingen. Omleggen en verbreden

Waar de rijksweg het dorp fysiek in tweeën deelt, brengt het Badhoevedorpers juist dichter bij elkaar. Het omleggen van de A9 wordt een collectief gekoesterde wens. In de jaren ’90 komt de zuidelijke variant van de A9 weer in beeld. De toegenomen verkeersdrukte maakt een verbreding noodzakelijk en Schiphol heeft de gereserveerde ruimte om te groeien niet benut. Badhoevedorpers komen in actie en halen via de dorpsraad 8.000 handtekeningen op. Uiteindelijk besluit de minister in mei 1992 dat de A9 niet wordt verlegd. Begin 20e eeuw werd de mogelijkheid tot een zuidelijk tracé toch weer besproken en in 2005 wordt besloten de A9 alsnog om te leggen. Beslissend is de bijdrage van het Rijk dat in de kosten wil delen (Achterstraat 2015). Tijdelijke invulling

Met de voorgenomen omlegging verdwijnt niet alleen de overlast, maar ontstaan er nieuwe kansen om het vrijgekomen gebied te benutten. Bewoners mogen voorstellen aandragen voor de invulling van het gebied, zolang die tijdelijk én duurzaam zijn en bijdragen aan de sociale gemeenschap in het dorp (website Haarlemmermeer). Op de plek waar eerst auto’s en vrachtwagens reden, verschijnen moestuintjes en fietsen kinderen op de BMX-baan (Parool 2019; website Quatrebras). Bij Q-beach verrijst een stadsstrand: “een ontmoetingsplek voor alle inwoners van en rondom Badhoevedorp.” Uiteindelijk zou het dorp door deze activiteiten weer meer als ‘één dorp’ moeten voelen. De tijdelijke invulling moet ook de doelgroep van Quatrebras aanspreken, en staat zo “in dienst van de gebiedspromotie” (website de Firma Stek). De partijen die verantwoordelijk zijn voor de nieuwbouwprojecten (gemeente en ontwikkelaars AM en Bohemen) faciliteren deze projecten. Toekomst van het gebied

De omlegging van de A9 heeft echter een prijskaartje en die kosten (minimaal 55,4 miljoen euro) dekt de gemeente met hoogwaardige gebiedsontwikkeling (Gemeente Haarlemmermeer et al., 2005) die de initiatieven moet vervangen. Zo zullen er meerdere woningen, nieuwe winkelruimten in het op te knappen centrum en bedrijventerreinen worden ontwikkeld. De woningen zullen vooral in Schuilhoeve en Quatrebras worden gebouwd. Wanneer alle projecten zijn afgerond komen er 4.000 mensen bij in het dorp. Dat is bijna een derde van het aantal van 13.000 inwoners in 2021. Na de fysieke grens van de A9 en de verbinding door de tijdelijke initiatieven is het onduidelijk wat de nieuwe invulling Badhoevedorp gaat brengen. Blijft het karakter van het tuindorp behouden of krijgt het dorp meer en meer het gezicht van een stadswijk? Na de vernietiging van het bestemmingsplan door de Raad van State in 2022 is de toekomst van Schuilhoeve onduidelijk, maar in Quatrebras Park zijn veel van de ruime vrijstaande- en rijwoningen (170 tot 219 m2) al klaar. Deze wijken, en daarmee het dorp Badhoevedorp, worden gepromoot als: “groene

13

Gemeente Haarlemmermeer

buitenplaats van Amsterdam” waar men “ruim en zorgeloos kan leven op fietsafstand van theater Carré, de Pijp en het Vondelpark” (website Quatrebras). Deze campagne slaat aan bij Amsterdammers: die driekwart van de nieuwe bewoners vormen (tegenover 41% in de rest van Badhoevedorp). De vraag is of nieuwbouwprojecten op deze grote schaal onderdeel zullen worden van het mozaïek van wijken dat Badhoevedorp nu is, of juist een sterk contrast gaan vormen met het ‘oude’ dorp. Zoals we dat eerder in de Haarlemmermeerse kernen Rijsenhout, Lisserbroek en Vijfhuizen (alle drie contrastdorpen) hebben gezien. Toekomst als herhaling van het verleden?

In Badhoevedorp zijn buiten het oude traject van de A9 ook andere ontwikkelingen gaande. Door een gebrek aan belangstelling waren er lange tijd geen plannen voor het gebied ten zuiden van de nieuwe sportparken en de Groene AS. Nu er de afgelopen jaren toch vraag ontstond, wordt er in Badhoevedorp weer tot de A9 gebouwd. In 2020 is dit plan verder ingevuld: er zou plek zijn voor kantoor- en bedrijfsruimten (Voortgangsrapportage 2020), terwijl een datacentrum juist uit de plannen is verdwenen (Voortgangsrapportage 2021). De stad rukt dus niet alleen op via stedelingen als bewoners van nieuwgebouwde huizen. Ook bedrijven en infrastructuur krijgen een plek in Badhoevedorp. De Sloterbrug en de vele sociale contacten van de (oud) Amsterdammers in Badhoevedorp zijn niet de enige verbinding met de noorderburen, ook in de plannen voor Badhoevedorp wordt duidelijk dat het dorp grenst aan Amsterdam, en een verbinding vormt tussen Amsterdam en Schiphol. Het vrijgekomen gebied - door de omlegging van de A9 - brengt dus veel veranderingen met zich mee, niet alleen komt er rust in het dorp door de afwezigheid van een snelweg, maar er is ook drukte voor teruggekomen door de vele nieuwbouwprojecten.

Deze veelheid aan projecten kan als overweldigend worden ervaren, zoals de aankondiging van een openbare bijeenkomst van de Vereniging Dorpsraad Badhoevedorp (VDB) op 25 februari 2020 luidde: “met het definitief verdwijnen van de A9 is Badhoevedorp dan wel weer één dorp, maar met alle nieuwe projecten en plannen is het overzicht inmiddels een beetje zoek” (website VDB). Badhoevedorp zal veranderen en hoewel het geen onderdeel van de stad is, is het zeker een dorp in de Randstad. Dat Badhoevedorp meedoet aan de ‘stedelijke dynamiek’ is niet nieuw. Met haar tuindorpwijken, Schipholwerkers en kinderen die in Amsterdam naar schoolgaan is Badhoevedorp inderdaad al langer verbonden met Amsterdam. Maar de schaal van veranderingen die nu in gang zijn gezet is misschien wel groter dan ooit.

14

Gemeente Haarlemmermeer

Het Tuindorp

Badhoevedorp is een voorbeeld van een Tuindorp, de Nederlandse uitvoering van het 19e-eeuwse Engelse idee van een ‘Garden City’. Hier zouden fabrieksarbeiders, voormalige boeren en hun gezinnen die werkten in de stad, komen te wonen. Arbeiders zouden zonder de armoe en de verleidingen van de stad ‘landelijk’ wonen in losstaande huizen met een eigen tuin. Het landelijke wonen dat zich, in tegenstelling tot het meer publieke leven in de stad, meer in de private sfeer voltrok zou moeten leiden tot meer fatsoenlijke burgers. Deze jarendertigwoningen zijn nog steeds erg in trek, tegenwoordig vooral bij de middenklasse.

15

Gemeente Haarlemmermeer

2. Begrensd bestuur en gemeenschappen in beweging 2.1

De samenvoeging

Gebied Noord is het hart van de gemeentelijke samenvoeging van 2019 en beslaat het deel waar de bestuurlijke grens werd opgeheven. In rechtstatelijke zin dan. Want de Ringvaart, die als fysieke grens het gebied doorsnijdt, stroomt nog altijd tussen beide delen. Grenswijzigingen zijn niet nieuw voor Noord. Zoals in hoofdstuk 1 wordt beschreven, staat het gebied onder druk van stedelijke ontwikkelingen in Haarlem en Amsterdam. Dat leidde in het verleden al tot verschillende grenswijzigingen en annexaties. En die bleken later doorslaggevend voor de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude om voor de gemeente Haarlemmermeer als fusiepartner te kiezen. De samenvoeging uit 2019 was het gevolg van een landelijke opgave van opschaling door gemeentelijke herindeling; met als doel meer bestuurlijke en uitvoerende slagkracht. Maar vanuit die verplichting koos de oud-gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude strategisch voor de jarenlange Haarlemmermeerse bestuurservaring met verschillende dorpen, kernen, groepen agrariërs en uiteenlopende soorten groengebieden. En zocht daarmee steun bij het behouden van de groene buffer in het gebied, bij het verkrijgen van een sterke positie in de regio en bij de inzet van strategieën om de uitbreiding van de Amsterdamse haven tegen te gaan (Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude & Gemeente Haarlemmermeer, 2017).

Toch was de keuze voor Haarlemmermeer niet onomstreden. De praktisch en strategisch ingegeven motivaties gingen voorbij aan dieper gewortelde wensen en verlangens die ook binnen lokale gemeenschappen leven. In dit hoofdstuk laten we zien dat gemeenschap en bestuur elkaar weliswaar overlappen maar niet vanzelfsprekend een eenheid vormen. In de case Spaarndam zien we hoe de samenvoeging tegenstrijdige verlangens binnen het dorp blootlegde. En in de case van Ruigoord zien we hoe stapsgewijs een grenswijziging werd geforceerd en daarmee een bestaande gemeenschap spleet, maar ook een nieuwe smeedde.

2.2

Bestuurlijke grenzen en identiteit

Gemeenteraden zijn representatieve democratische organen: zij vertegenwoordigen ‘iets’. Zij zijn de vertegenwoordigers van de gemeente; in de zin van een gemeenschap, van wat Haarlemmermeerders met elkaar gemeen hebben, van wat zij in gemeenschap van goederen met elkaar delen. Het woord ‘gemeente’ in de zin van bestuurlijke eenheid van de verzamelde burgerij, heeft dezelfde oorsprong als ‘gemeente’ in de zin van parochie, van geloofsgemeenschap (Philippa, 2005). De gemeente is niet alleen of vooral een ambtelijk apparaat, een college van burgemeester en wethouders en een gemeenteraad. De gemeentelijke overheid is de vertegenwoordiging van de lokale burgerij, een burgerij die zich identificeert met haar gemeenschap.

16

Gemeente Haarlemmermeer

‘De gemeente’ is meer dan een bestuurlijk idee in de hoofden van bestuurders en ambtenaren; het verleent een gemeenschap identiteit. Een geografische grenswijziging raakt naast bestuur en uitvoering ook de identiteit van een gemeenschap. Vragen zoals: waar horen wij bij? Welke gemeenschap vertegenwoordigt de nieuwe gemeenteraad? dienen zich bij een grenswijziging dan ook direct aan. Een grenswijzigingen betekent ook een naamsverandering en een wijziging van de arena waarbinnen uiteenlopende belangen worden behartigd. En dat doet ertoe! Zoals blijkt uit de samenvoeging van de gemeenten Haarlemmerliede en Spaarnwoude in 1857: “Haarlemmerliede verzette zich aanvankelijk fel omdat men daar, al of niet terecht, van mening was dat vooral Spaarnwoude zou profiteren van een samengaan, omdat deze gemeente armlastig was, Haarlemmerliede niet. Na wat gesteggel werd een compromis bereikt: de nieuwe gemeente zou Haarlemmerliede en Spaarnwoude heten, en niet andersom, ook al had Spaarnwoude een oudere geschiedenis” (Website Noord-Hollands Archief).

Gevoelens van verbondenheid werden ook benoemd door de gemeenteraad van deze gemeente toen zij ‘verdween’ in de samenvoeging van 2019: “Daarnaast was en is er een sterk gevoel dat Haarlemmermeer het beste past bij de historie en de kleinschaligheid van Haarlemmerliede en Spaarnwoude” (Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude & Gemeente Haarlemmermeer, 2017).

2.3

Stedelijke annexaties

Met de invoering van de gemeentewet in 1851 kregen plattelandsgemeenten dezelfde status als stadsgemeenten (met stadsrechten). Toch kon dit de opmars van steden niet remmen, want bij fusies is het vooral éénrichtingsverkeer. Steden breiden steeds weer hun grondgebied uit via annexatie van platteland (zie kaarten op pagina 14 en 15). Zo ook in Noord, dat in 1927 Schalkwijk en de Waarder- en Veerpolder aan Haarlem verloor. En na jarenlange strijd Ruigoord (in 1997) aan Amsterdam. Die bestuurlijke grenswijzigingen lijken in de kern administratieve handelingen, maar hebben wel degelijk impact op de fysieke en sociale werkelijkheid. Soms liggen die meer in details door verschillen in dienstverlening, beleid, planning en beheer. Maar onder een nieuw bestuur kunnen lokale belangen ondergeschikt raken aan de ambities die het algemeen belang dienen van de nieuwe representatie. En die verschillen nemen alleen maar toe onder besturen van een andere politieke kleur. Een project zoals de Sloterbrug overbrugt letterlijk die administratieve gemeentegrens bij Badhoevedorp en vergt van twee gemeenteraden een besluit over één en hetzelfde project. Beide raden hanteren een eigen perspectief: de Haarlemmermeerder wil over de brug naar werk in Amsterdam en het Amsterdamse kind gaat naar school in Badhoevedorp.

Dezelfde mensen zijn vanuit een andere kant van de bestuurlijke grens werknemer in Amsterdam en scholier in Haarlemmermeer. Wiens belang in welke gemeenteraad wordt vertegenwoordigd is dus nog niet eenvoudig vast te stellen.

2.4

Het ene is niet per se het andere

Achter het verhaal over bestuurlijke grenzen en identiteit gaat een vooronderstelling schuil: bestuurlijke grenzen en gemeenschappen dienen met elkaar samen te vallen. Maar gemeenschappen houden zich niet per se aan bestuurlijke grenzen en bestuurlijke grenzen lopen soms dwars door gemeenschappen heen. Dat heeft consequenties voor de discussies over waar bestuurlijke grenzen (moeten) liggen en wat een gemeenschap eigenlijk is. Wie horen daar wel en niet bij? De mate van overlap tussen gemeenschap en vertegenwoordiging is echter iets wat in beweging is, zoals gemeenschappen zelf. Dit laten de cases

17

Gemeente Haarlemmermeer

Spaarndam en Ruigoord goed zien. Gemeenschappen groeien in omvang, veranderen van karakter, of vallen uiteen. En dit brengt ook beweging in de verhouding tussen de gemeenschap en bestuurlijke grens. De samenvoeging van 2019 maakte een einde aan de bestuurlijke scheiding tussen Zwanenburg en Halfweg, en verenigde bestuurlijk wat feitelijk in werk en vereniging, al heel lang één dubbeldorp en één gemeenschap was geweest. Waar in de jaren ’20 en ’50 de dorpsvereniging ‘Plaatselijk Belang’ Zwanenburg bij Halfweg wilde voegen en de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland in 1957 juist Halfweg aan Haarlemmermeer wilde toevoegen, was het uiteindelijk de samenvoeging van 2019 die de gemeenschappelijk dorpsraad Zwanenburg-Halfweg één gemeentelijk aanspreekpunt bezorgde in Haarlemmermeer (Gemeente Haarlemmermeer, 2018, p.42).

2.5

Meervoudige vertegenwoordiging

Het laten samenvallen van bestuurlijke grens en gemeenschap is één van de grote uitdagingen van de hedendaagse Nederlandse representatieve democratie. Want, onder ons kiesstelsel gaat namelijk de volgende vooronderstelling schuil: de gemeenteraad van Haarlemmermeer vertegenwoordigt één gemeenschap, de Haarlemmermeerse gemeenschap bezien als één geheel. Iedereen die deel uitmaakt van deze gemeenschap heeft dezelfde mate van invloed op alle besluiten van de gekozen raad. Maar Haarlemmermeer bestaat uit meerdere gemeenschappen, via het participatiebeleid wordt hen alternatieve vormen van belangenbehartiging geboden. Eén van die alternatieve vormen is de samenwerking met de dorps- en wijkraden. Deze samenwerking gaat evengoed uit van genoemde vooronderstelling. Ook hier domineert het idee dat deze raden één dorpsgemeenschap vertegenwoordigen. Op deze manier worden deelbelangen van verschillende gemeenschappen binnen de Haarlemmermeerse context toch nog, zij het getrapt, vertegenwoordigd. Eigenlijk speelt eenzelfde vooronderstelling ook bij andere belangengroepen waar Gebieds- en Relatiemanagement contact mee heeft: ondernemersverenigingen die een groep ondernemers vertegenwoordigen, een fietsers-bond die fietsers vertegenwoordigt, et cetera.

Het is dus zeer relevant om in de gaten te houden wanneer gemeenschappen veranderen en te weten hoe de bestuurlijke grenzen met bestaande gemeenschappen wel en niet overlappen. De cases van dit hoofdstuk – Spaarndam en Ruigoord – laten zien welke gevolgen deze dynamiek door de tijd heen kan hebben.

2.6

18

Conclusies

•

Een bestuurlijke grens kan een gemeenschap doorkruisen, of juist voorheen verschillende gemeenschappen tot één collectief verbinden. Noord heeft een verleden van fusies, grensverschuivingen en een recente samenvoeging. Deze bestuurlijke grenswijzigingen beïnvloeden de verhouding tussen representanten en gerepresenteerden.

•

De dynamische grens in Noord verandert de gemeenschappen in Noord en beïnvloedt hun identiteitsgevoel. Soms voelt een gemeenschap zich meer verbonden met de buren aan de overkant, dan weer vormt de grenswijziging aanleiding om samen actie te ondernemen, wat het gevoel van identiteit en collectief kan versterken.

•

Wanneer een gemeenschap zich minder gerepresenteerd voelt kan zij naar alternatieve manieren zoeken om invloed uit te oefenen op besluiten over haar woonomgeving.

Gemeente Haarlemmermeer

•

2.7

Niet alleen bestuurlijke grenzen veranderen; dat doen gemeenschappen zelf ook. Zij groeien in omvang, veranderen van karakter of vallen uiteen. Dit zien we terug bij het ontstaan en weer verdwijnen van parallelle dorpsvertegenwoordiging in Spaarndam.

Case Spaarndam: grenzen en bestuurlijke druk

Rond 1900 is er behalve scheepsbouw nauwelijks industrie in Spaarndam en gaat de bevolking gebukt onder armoede (van den Brink, 2014). Tot overmaat van ramp wordt bij een dubbele moordaanslag in 1910 de gemeentekas van 1250 gulden gestolen (Stichting Spaarndam 700 jaar, 2015). De moord werd nooit opgelost. De gemeente Spaarndam kwam verder in financiële nood. In 1919 richtten B&W zich tot de provincie met de boodschap dat zij geen noodzaak zagen tot opheffing van de zelfstandige gemeente Spaarndam, maar meldden dat als dat wel zou gebeuren, de aansluiting bij Haarlem hun voorkeur had (Algemeen Handelsblad, 1919). In 1927 annexeerde Haarlem, onder meer, het westelijke deel van Spaarndam om haar grondgebied te vergroten. Het nieuwe Haarlemse grondgebied reikte tot en met de Grote Sluis, zodat alle sluizen onder beheer van dezelfde gemeente kwamen te liggen (van de Poll, 2018). Het ministerie van Oorlog besloot tegen verdere uitbereiding van Haarlem naar het oosten. Dit was inundatiegebied van de Stelling van Amsterdam en kon volgens het ministerie beter onder een landelijke gemeente vallen (van de Poll, 2018). Hiermee was de opdeling van Spaarndam West (Haarlem) en Spaarndam Oost (Haarlemmerliede en Spaarnwoude) een feit. In 1959 diende minister van binnenlandse zaken E. H. Toxopeus een wetsontwerp in.

Hierin stond het voorstel om Spaarndam Oost en Zuid-Schalkwijk bij Haarlem te voegen en Haarlemmerliede en Spaarnwoude als gemeente samen te voegen met Haarlemmermeer. Haarlem had ruimte nodig voor het bouwen van woningen en “bovendien noopt het opdringen van de Amsterdamse en Haarlemse agglomeratie, die elkaar thans tot ongeveer zes kilometer zijn genaderd, tot een herindeling van dit gebied” (Trouw, 1959). Alleen in handen van een sterk gemeentebestuur zou dit gebied als agrarische zone in stand gehouden kunnen worden (Parool, 1959). Het voorstel werd door de kamer verworpen, vooral door de opheffing van gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude. In 1960 verloren de forten van de Stelling van Amsterdam hun status als verdedigingswerk (website Stelling van Amsterdam). Hierdoor werd woningbouw in Spaarndam Oost mogelijk. Haarlem had een woningtekort en wilde uitbreiden (van de Poll, 2018). In 1963 verloor Haarlemmerliede en Spaarnwoude Zuid-Schalkwijk aan Haarlem. In maart 1971 stuurde de Dorpsraad-Spaarndam een nota - naar instanties en overheden - met als titel ‘Spaarndam en de gewenste bestuurlijke herorganisatie’ (Dorpsraad-Spaarndam, 1971).

Het uitgangspunt hier was dat de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude niet langer als zelfstandige gemeente door zou kunnen gaan, omdat de minister van Binnenlandse Zaken als richtlijn had gegeven dat gemeenten met minder dan 6000 inwoners in groter verband dienden op te gaan. De aanwezigen op de openbare dorpsraadvergadering stemden unaniem voor het samenvoegen van Spaarndam Oost met West, onder de vlag van Haarlem.

19

Gemeente Haarlemmermeer

De eerste editie van het Dorps-Orgaan, het blad van Dorpsraad-Spaarndam, opent met de zin “Wij zijn op Spaarndam nooit erg fortuinlijk geweest met instellingen die beoogden de Spaarndamse dorpsbelangen te behartigen” (Dorpsraad-Spaarndam, 1967, p.1). Een halve eeuw later is die eerste zin actueler dan ooit, wanneer in de aanloop naar de fusie van gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude de spanningen in Spaarndam oplopen. De dorpsvereniging zet zich hierbij in voor een hereniging van Oost en West Spaarndam door fusie met Haarlem. Zij voelde zich gesterkt door de uitslagen van een enquête uitgezet onder Spaarndammers om hun fusievoorkeuren te peilen. Het merendeel bleek voor hereniging van het dorp onder eenzelfde gemeente; 95% van de respondenten in West en 75% van de respondenten in Oost. Op de vraag of Spaarndam één dorp in gemeente Haarlem moest worden, was West eensgezinder dan Oost. In West waren 143 van de 154 respondenten voor, in Oost 263 van de 504. Bij een informatiebijeenkomst in het dorpscentrum over de aanstaande samenvoeging van Haarlemmerliede en Spaarnwoude met Haarlemmermeer waren relatief weinig ‘gewone inwoners’ aanwezig; zo’n twintig van de tachtig aanwezigen (Haarlems Dagblad, 2017a). Verder waren er raadsleden, wethouders, vertegenwoordigers van dorpsverenigingen, ambtenaren en inwoners uit Halfweg en Zwanenburg.

De dorpsraad legde zich niet neer bij de beslissing over de samenvoeging. Zij lobbyde tot in de Tweede Kamer voor het samenvoegen van beide Spaarndamse delen binnen de gemeente Haarlem en pleitte voor een grenscorrectie. De provincie Noord-Holland werd gevraagd om het belang van een grenscorrectie te verkennen en concludeerde dat er geen reden was tot herindeling (provincie NoordHolland, 2019). Als redenen hiervoor droeg zij aan dat de gemeenteraden van Haarlemmerliede en Spaarnwoude en Haarlemmermeer unaniem hadden gestemd voor een ongedeelde samenvoeging, dat er geen maatschappelijk probleem was waar een grenscorrectie de oplossing voor zou betekenen en dat de herindelingswens van de dorpsraad niet door alle inwoners werd gedeeld. Ook Dorpsvereniging Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Ondernemersvereniging Halfweg, Zwanenburg, Boesingheliede en omstreken, en Dorpsraad Zwanenburg-Halfweg waren tegen een grenscorrectie. Als reactie op het handelen van de dorpsraad in het fusieproces ontstond initiatiefgroep Spaarndam=1. Zij trokken de onafhankelijkheid van de dorpsraad in twijfel, die volgens hen uit eigen beweegredenen zou handelen, niet alle inwoners vertegenwoordigde en als wijkraad van de gemeente Haarlem zou fungeren (NH Nieuws, 2019). In 2021 krijgt de dorpsraad een nieuw bestuur waarin ook leden van Spaarndam=1 zitten.

Zij zetten zich bij de dorpsraad in voor verbinding en heffen om die reden Spaarndam=1 weer op. Hechte gemeenschap en groei van Spaarndam Oost

De geschiedenis van het dorp is onlosmakelijk verbonden met het water. De dam, dijk en sluizen moesten bescherming bieden tegen stormvloeden en de eerste inwoners waren voornamelijk vissers. In de gezamenlijke strijd tegen het water, smeedde zich een hechte gemeenschap (van den Brink, 2014). Tussen 1840 en 1920 kende Spaarndam een instroom van arbeiders uit Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen. Zij trokken naar de regio om te werken aan het Noordzeekanaal en de drooglegging van het Haarlemmermeer. 20

Gemeente Haarlemmermeer

Toen in 1927 de gemeente opgedeeld werd in West en Oost, woonde het merendeel van de Spaarndammers aan de westkant. Tot 1950 bestond Spaarndam Oost slechts uit het gemeenlandshuis van Hoogheemraadschap Rijnland en een aantal kleine arbeiderswoningen en boerderijen (van de Poll, 2018). Vanaf midden jaren ’60 groeide het aantal woningen in Spaarndam Oost. De woningen vulden zich met oud-inwoners van Ruigoord en de Grote IJ-polder, beide werden ontruimd, en met arbeiders van grote bedrijven in de regio (van de Poll, 2018). Spaarndam Oost groeide van 50 inwoners in 1960 naar ruim 3.200 in 2018. In Spaarndam West werd veel minder gebouwd (zie kaart woningen). Hierdoor sloeg de numerieke verhouding tussen West en Oost om. In 1978 werd de bouw van een dorpscentrum aan de oostkant voltooid en ook andere voorzieningen kwamen aan deze kant te liggen (Dorpscentrum Spaarndam, 2018). Spaarndammers vormen een hechte gemeenschap waarin de saamhorigheid groot is (Haarlems Weekblad, 2018; Gemeente Haarlem et.al., 2014). Het dorp kent een rijk verenigingsleven, er zijn sterke sociale structuren en mensen blijven er graag wonen (Groenland & Klouwen, 2014). Jongeren kunnen moeilijk een huis vinden in Spaarndam. Zij worden hierin belemmerd door de hoge prijzen, die het gevolg zijn van de aantrekkingskracht die het dorp heeft op buitenstaanders.

De komst van nieuwbouwwijk SpaarneBuiten bood mogelijkheden. Onder de bewoners van de nieuwbouw is een aanzienlijk deel (oud)Spaarndammer (Groenland & Klouwen, 2014).

2.8

Claim

Case Ruigoord: behoeders en kolonisten

Het Amsterdamse gemeentebestuur heeft, met wethouder Den Uyl als portefeuillehouder, in de jaren ’60 ambitieuze plannen met het havenbedrijf. Een industriële expansie over 1.500 hectaren langs het Noordzeekanaal moet de stad een economische impuls geven en werkgelegenheid scheppen. De plannen reiken tot ver over de gemeentegrens. Wat feitelijk betekent dat de nieuwe haven tot Zijkanaal C zal raken, dat is tot het huidige Spaarndam West (Trouw, 1965). Burgemeester van Haarlemmerliede en Spaarnwoude Frans van Hövell tot Westerflier zoekt naar een compromis en besluit een deel van 750 hectaren beschikbaar te stellen maar eist vanaf daar een harde grens die dient als een ‘bufferzone’. Het gehucht Ruigoord en omliggende agrarische percelen uit de Houtrakpolder worden geofferd om de rest van de polder te behouden. Amsterdam voert een agressieve strategie en heeft grond- en woningbezitters in het gebied al uitgekocht. Dit zorgt voor een schifting in het dorp. Vooral de grondbezitters cashen op de uitkoop terwijl pachters, huurders en landarbeiders zich in het nauw gedreven voelen (Karsten, 2020). Door het uitkopen vertrekken de eerste gezinnen uit het dorp, sommigen met een zak geld, anderen verdreven door de Amsterdamse bluf. De lokale gemeenschap brokkelt zo langzaam af. Eind ‘69 begint Amsterdam met de voorbereidingen voor het aanleggen van de haven.

Baggermaatschappij Bos & Kalis start met het opspuiten van zand in de Houtrakpolder. Het eilanddorp Ruigoord wordt niet langer omringd door landbouwpercelen van de drooggelegde Houtrakpolder, maar door een metersdikke laag wit, zout zeezand dat op sommige plaatsen tot op een paar meter van de huizen reikt (Hellinga, 1991). Terwijl het dorp verder leegstroomt worden de achtergelaten woningen ontdekt door enkele ‘gelukszoekers’ uit Amsterdam.

21

Gemeente Haarlemmermeer

Bescherming van buiten

In december 1972 treedt een groep Amsterdamse kunstenaars naar voren onder de naam ‘Werkgroep Ruigoord’. Zij willen een nieuwe gemeenschap stichten in het (half)verlaten dorp. In de hoofdstad is gebrek aan atelier- en repetitieruimte en in Ruigoord zien zij tal van mogelijkheden (Parool, 1972). Het dorp is gesitueerd rondom de Sint-Gertrudiskerk; een katholieke kerk met parochie. Pastor Van Dijk ziet in het collectief een kans om de kerk voor sloop te behoeden. Teleurgesteld in het bisdom Haarlem-Amsterdam dat hem niet steunt om te blijven, maar liever verdient aan de verkoop van de kerk. Zo ontstaat een situatie waarin het dorp in een vreemde transitie beland. Voor een groot deel is het dorp verlaten, maar enkele gezinnen en de pastor zijn gebleven. Zij hebben gezelschap gekregen van twee Joegoslavische kraakwachten en enkele kunstenaars die een woning wisten te kraken. Met hun gezinnen kamperen initiatiefnemers van de werkgroep, Hans Plomp en Rooie Kees, in de achtertuin van de parochie. Pastor Van Dijk belooft de kerk aan hen over te dragen zodra hij het dorp definitief verlaat. Per 1 februari 1973 is Frank IJsselmuiden als burgemeester van Haarlemmerliede en Spaarnwoude aangesteld. Hij heeft een andere visie op de zaak dan voorgangers en steunt de bewoners in hun verzet.

“Het vroegere gemeentebestuur van Haarlemmerliede en Spaarnwoude en ook de meeste bewoners van het omstreden gebied hebben de strijd tegen ‘het grote’ Amsterdam niet aangedurfd en hebben zich laten inpakken door Amsterdam. Deze mensen zijn er dan ook gewoon ingetuind. Als men nu nog met bezwaren naar de burgerrechter loopt, wint men zijn zaak geheid”, aldus drs. F.J.R. IJsselmuiden, die afgestudeerd is met een scriptie over het onderwerp ‘Het goedkeuringsrecht van Gedeputeerde Staten ten aanzien van gemeentelijke bestemmingsplannen’. “Ik weet dus donders goed waar ik het over heb. Ik begrijp dan ook niet dat Amsterdam het met zoveel terzake kundige juristen in het midden en een professor Samkalden (burgemeester van Amsterdam) aan het hoofd het aangedurfd heeft om het zover te laten komen”, aldus de burgemeester (Telegraaf, 1973). Op 23 juli 1973 weet de Werkgroep Ruigoord in een confrontatie met de slopers het dorp voorlopig te behouden: “Een langgevreesde, met een ijzeren bal uitgeruste hijskraan rijdt het dorpje tegemoet om het kerkje en de laatste huizen van Ruigoord voorgoed in puin te slaan. Deze wordt gevolgd door een busje vol communistische havenarbeiders, gewapend met sloophamers en collectief dromend van de geweldige vloten die zij hier eens zullen mogen lossen. Dan gebeurt er een godswonder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=efe0dbd3-949e-4487-986c-57806623e8e9