Economische paragraaf
Tekst van het document
GEHEIM
Economische paragraaf Lisserbroek anno 2040 is een dorp waar het prettig wonen is. Het aangename woon- en leefklimaat wordt versterkt door de aanwezigheid van niet-woonfuncties. De economische functie zorg voor levendigheid, juist ook overdag. In Lisserbroek wordt ingezet op het faciliteren van nieuwe en bestaande lokale economie. Daar zijn drie sporen voor te volgen: transformatie, behoud en het faciliteren van nieuwe economische ontwikkelingen.
Transformatie Voor de tuinbouw, de tuinbouwgerelateerde bedrijvigheid en/of bedrijvigheid met een verkeersaantrekkende werking, voor zover gelegen in de toekomstige woonwijken, wordt transformatie voorgestaan. Het gaat hier om bedrijven die qua milieuaspecten en/of verkeersaantrekkende werking op termijn minder wenselijk zijn midden in een woonwijk. Hierbij is te denken aan kwekers in Binnen Turfspoor, Agrariërs in Noord en zwaardere dienstverlening, zoals de scheepswerf en enkele logistieke bouwbedrijven. De juridisch-planologische rechten van zittende bedrijven worden gerespecteerd, dus voortzetting van het bedrijf is mogelijk, maar transformatie naar wonen is uiteindelijk gewenst. Voor deze bedrijven geldt dat uitbreiding of aanpassing van bedrijfsgebouwen of een andere verkaveling overwogen kan worden zolang deze ruimtelijke ingrepen niet leiden tot grotere milieuhindercirkels en/of hindercirkels niet verschuiven ten opzichte van de huidige situatie.
Behoud Voor de agrarische bedrijvigheid ten oosten van Turfspoor en ten westen van het gebied Noord is behoud van deze economische functie het uitgangspunt. Het zijn de bedrijven die hier de openheid van het landschap garanderen. Het uitgangspunt voor het bedrijventerrein Kruisbaak is eveneens behoud, daarbij wordt functieverruiming in de toekomst niet uitgesloten. Uitbreiding van het areaal van het bedrijventerrein ligt niet in de rede, omdat het bedrijventerrein op termijn omsloten wordt door woningbouw. Voor beide functies heeft dat consequenties. Woningbouw is ruimtelijk inpasbaar door het respecteren van richtafstanden en juridisch-planologische rechten horend bij de milieucategorieën van bedrijven. Voor het bedrijventerrein geldt dat uitbreiding of aanpassing van gebouwen of een andere verkaveling overwogen kan worden zolang deze ruimtelijke ingrepen niet leiden tot grotere milieuhindercirkels en/of hindercirkels niet verschuiven ten opzichte van de huidige situatie. Bovendien dienen aanpassingen zich te voegen in de maat en schaal van het huidige bedrijventerrein. Herhuisvesting Voor de sporen transformatie en behoud kan er bij ondernemers de wens ontstaan om hun bedrijf te herhuisvesten. Zij willen bijvoorbeeld niet ingesloten worden door een woonwijk, of willen nog kunnen uitbreiden. De gemeente voert geen actief beleid op herhuisvesting of uitplaatsing.
De gemeente kan wel behulpzaam zijn met het zoeken naar andere locaties binnen de gemeente. Gezien de gedachte van uitnodigingsplanologie ligt het initiatief hiervoor bij de ondernemer. Ondernemers gaan zelf op zoek naar een locatie en zorgen voor een sluitende businesscase. Enkele agrarische en glastuinbouwbedrijven kunnen aanspraak maken op een POP3-subsidie (plattelandsontwikkelingsprogramma), kijk voor de voorwaarden bij provincie Noord-Holland. Tevens kunnen ondernemers aanspraak maken op een kleine subsidie ten behoeve van de verhuiskosten.
GEHEIM Deze subsidie is een uitvoering van het voorstel herstructurering en transformatie uit Uitvoeringsplan Haarlemmermeer-West (2014.0010031). Informatie over deze subsidie is te verkrijgen bij de Gemeente.
Nieuwe economische ontwikkeling Er is ook ruimte voor de ontwikkeling van (nieuwe) lokale economie. Op de eerste plaats in het voorzieningenhart waar maatschappelijke en commerciële functies zorgen voor nieuwe werkgelegenheid. In de woonwijken zelf is enige vorm van functiemenging wenselijk uit oogpunt van levendigheid en leefbaarheid. Planologisch gezien is het uitoefenen van een beroep aan huis hoe dan ook mogelijk, waar ruimtelijk inpasbaar is ook een bedrijf aan huis mogelijk. Verspreid door de woonwijk, primair gekoppeld aan routes, zijn verspreid liggende voorzieningen wenselijk. Voor nieuwe werkgelegenheid/bedrijvigheid in de woonwijken geldt in beginsel een maximale milieucategorie 2 zoals bedoeld in de handreiking milieuzonering van de VNG. Het gaat hier om bedrijven die zich kunnen vestigen in de nabijheid van de woningen.
Bereikbaarheid Om in 2040 maximaal 4000 woningen te kunnen faciliteren en de benodigde maatschappelijke en commerciële voorzieningen zijn er ingrepen nodig aan de infrastructuur. Voornamelijk in de bouw- en aanlegfase kan dit hinder opleveren voor zittende bedrijven. Daarom is het uitgangspunt dat bestaande bedrijven en voorzieningen ten alle tijden bereikbaar moeten blijven. Daarnaast moet bouwverkeer zoveel mogelijk gescheiden worden van het verkeer van gebruikers zoals: huidige bewoners, vrachtverkeer en bezoekers. Mocht het scheiden van verkeer fysiek niet mogelijk zijn, mogen de diverse verkeersstromen alleen op een veilige manier gemengd worden. In het eindbeeld voor 2040 zijn diverse knips en kruisingen van wegen te zien. In sommige gevallen leidt dit tot een aanpassing van de doorgaande weg, zoals bij Turfspoor. Bovendien is Turfspoor aangemerkt als een agrarische route en wordt de weg gebruikt door zwaarder vrachtverkeer. Het uitgangspunt is dat woningen en (agrarische) bedrijven altijd op een veilige manier bereikbaar zijn voor bestemmingsverkeer, ook wanneer dit een kruising met een doorgaande weg betreft.