Bijlage - Uitgangspuntennotitie invulling motie Bikker
Tekst van het document
Uitgangspuntennotitie invulling motie Bikker Vastgesteld in het Dagelijks Bestuur van 8 februari 2024 1. Scope Invulling motie Bikker Maatregelpakketten voor inzet van een deel van het geld met als doel: verschraling van het ov voorkomen. Vanuit de motie Bikker gelden blijft tot 32 miljoen per jaar over om te besteden aan het voorkomen van verschraling van het ov, na voorkomen van de tariefverhoging per 2024. Het doel is om op basis van de uitgangspunten die we in deze notitie voorstellen te komen met maatregelpakketten om dit deel van het bedrag zo goed mogelijk te besteden. De pakketten stellen we samen uit combinaties van verschillende maatregelen. Het geld is weliswaar structureel beschikbaar, maar in lijn met de motie richten we ons op het besteden in de komende drie jaren. Waar wenselijk/nodig wordt wel een doorkijk naar de toekomst gegeven. Niet in scope want al bepaald: structureel voorkomen van de ov-tarief verhoging die per 2024 doorgevoerd zou zijn in een situatie zonder maatregelen Vanuit de motie is een deel van het geld reeds besteed: namelijk de verhoging van de ov-tarieven in 2024 voorkomen. Dit doen we structureel: we verhogen de subsidie aan de vervoerders dus structureel met het bedrag dat deze tariefverhoging vertegenwoordigt, zijnde €52 miljoen per jaar. Immers, een tariefverhoging als deze komt voort uit structurele kostenstijgingen.
Door deze nu vanuit een overheidsbijdrage te betalen voorkomen we dat ritprijzen voor reizigers duurder worden, maar de kostenstijgingen zijn structureel. Het vraagt dus permanent extra geld omdat we het niet besteden aan het verlagen van deze kosten óf verhogen van de opbrengsten. Een kostenstijging door een nieuwe index per 2025 ten opzichte van 2024 zou worden doorgevoerd, wordt hiermee dus niet voorkomen maar kan een uit te werken maatregel zijn. 2. Hoofduitgangspunt: verschraling van het ov voorkomen We willen bij het maken van de maatregelpakketten dicht bij de motie blijven. Daarom is het hoofduitgangspunt letterlijk het voorkomen van verschraling van het ov binnen de Vervoerregio. We hebben dit ook afgesproken: in landelijk verband hebben DO’s aangegeven het geld drie jaar lang voor dit specifieke doel in te zetten. We kijken daarbij ook naar maakbaarheid binnen deze periode en met ons eigen beleid. De uiteindelijke voorwaarden vanuit het Rijk worden begin februari overeengekomen in het NOVB. We kijken hoe we (structurele) vermindering van ov-aanbod kunnen voorkomen of terugdraaien maar ook naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen makkelijker, aangenamer en (daardoor) vaker het ov kunnen gebruiken.
pagina 1 van 3
3. Subuitgangspunten kaderen de maatregelen én scoren deze Hieronder worden de verschillende subuitgangspunten benoemd, waarop de maatregelen uiteindelijk allemaal getoetst worden. In een soort van matrix wordt later per maatregel kwantitatief en/of kwalitatief weergegeven hoe de maatregel scoort op de uitgangspunten (volgende stap in het proces). Vooralsnog geven wij nog geen waarde aan de uitgangspunten, waarbij uiteraard alle maatregelen passen binnen ons beleidskader. De mate waarin, kan echter verschillen. a. We dragen bij aan en denken in de lijn van het Beleidskader Mobiliteit Het recent vastgestelde nieuwe Beleidskader Mobiliteit geeft richting aan al het handelen van de Vervoerregio, dus ook aan de besteding van de extra BDU-middelen. Dat betekent dat we met de extra middelen optimaal willen bijdragen aan de vijf doelen en invulling willen geven aan de vier samenhangende principes van het Beleidskader. Dat betekent onder meer: - We redeneren vanuit de behoeften van de verschillende typen reizigers en hoe we kunnen zorgen dat die vaker het ov / publieke mobiliteit gebruiken, het ook hoger waarderen en evt.
nieuwe oplossingen ook accepteren en gaan gebruiken (mens als startpunt) - We willen ov vooral op de middellange afstand laten concurreren met de auto en (liever) niet met de fiets en lopen; en we willen geen onnodige km’s in de spits, zeker op de drukste dagen van de week (STOMP-principe) - We kijken per gebied welke oplossing het beste past en we zorgen dat op meer plekken en tijdstippen de bereikbaarheid met ov / publieke mobiliteit voldoende is (gebied bepaalt oplossing) - We kijken hoe we bij ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichtingen kunnen zorgen dat zo veel mogelijk mensen ov (direct) willen gaan gebruiken (link ruimte – mobiliteit) b. Het geld is structureel, we maken bestedingen voor de komende drie jaar concreet We zetten vooralsnog in om het geld 3 jaar lang te besteden voor het hoofddoel. Daarna kan het ook ingezet worden voor andere doelen van de Vervoerregio, binnen de kaders van de BDU. Ons uitgangspunt is echter dat dit alleen kan als verschaling dan niet alsnog optreed. c. We zetten in op maatregelen die zichzelf terugverdienen: ‘de verdubbelaar’ Door te kiezen voor incidentele bestedingen die de kosten verlagen en/of de opbrengsten verhogen door meer reizigers te trekken op een blijvende manier, verdienen deze zichzelf terug.
Door nu te investeren in zaken met dit specifieke effect, zorgen we voor een permanente doorwerking van de investering en maken we het structurele geld in de toekomst vrij om nógmaals uit te geven voor dit doel óf voor andere zaken die vallen binnen de kaders van de BDU. In zekere zin een verdubbelaar dus. We zoeken dus nadrukkelijk naar de positieve spiraal voor de reiziger én het systeem. d. De besteding van het geld is direct en ook later zichtbaar Naast investeringen die een langdurig effect hebben (en dus soms ook een lange aanloop) zoeken we ook naar bestedingen die direct effect hebben op één of meerdere doelgroepen. We willen nú verschraling voorkomen. We sluiten maatregelen met een later effect niet uit, maar willen niet eerst “dippen”. Omdat maakbaarheid als gevolg van personeelstekort op dit moment een groter probleem is dan geld tekort, zoeken we naar mogelijkheden om te kijken naar wat wél kan bijdragen. Simpelweg geld overmaken naar de vervoerders om ritten te rijden is namelijk in eerste instantie geen optie vanwege een tekort aan personeel.
pagina 2 van 3
e. Groots denken mag Het betreft geld dat aanvullend is op de begroting. We willen dit goed en verantwoord besteden, maar hebben nu ook de kans om grootser te denken dan normaal, in bijvoorbeeld investeringen die een groot effect hebben maar een looptijd hebben buiten de 3 jarige horizon van het plan nu. Dat is niet erg. Vooral als het verschraling op de lange termijn voorkomt en/of groei stimuleert en niet zorgt voor een verdere dip nú. f. We voorkomen verschraling in de gehele Vervoerregio Hoewel de behoeften van de verschillende deelregio’s anders zijn, zetten we de middelen wel in om verschraling op alle plaatsen binnen de Vervoerregio te voorkomen. Ons recent vastgestelde nieuwe beleidskader is hierin de leidraad: we vinden het belangrijker dat de brede welvaart van iedere persoon voldoende is, dan dat we daar waar het al (heel) goed is, het nóg beter maken. Daarom kijken we naar wát we exact willen voorkomen en verbeteren, voor wie en op welke plaats en welk tijdstip. Het breder kijken naar (infra)investeringen en naar openbaar vervoer binnen de context van publieke mobiliteit in de verschillende deelregio’s is daar onderdeel van, omdat dat ook nieuwe oplossingsmogelijkheden biedt. g. Bestuurlijke en publieke wensen nemen wij mee in de verkenning en meten we aan de uitgangspunten Vanzelfsprekend nemen we specifieke wensen en verzoeken mee.
We toetsen daarbij aan de overige uitgangspunten en beargumenteren waarom we iets wel of juist niet verder adviseren uit te werken en op te nemen in een maatregelpakket. h. Op gebied van ov-infra maken we méér mogelijk dan we normaal al doen De Vervoerregio heeft al een systematiek om bij te dragen aan verbeteringen in de OV-infrastructuur. Zo draagt de Vervoerregio vanuit de investeringsagenda mobiliteit voor 95% van de bouwkosten bij aan de onderdelen binnen een project dat het OV ten goede komt. Het is niet de bedoeling deze extra middelen simpelweg aan de investeringsagenda worden toegevoegd , ze moeten iets éxtra’s doen. Dat betekent dat we kijken naar investeringen die aanvullend zijn op wat we normaal al doen: wat kunnen we extra doen om infra-investeringen mogelijk te maken.
pagina 3 van 3