CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage toelichting 2.7 - Haalbaarheidsstudie.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 3 maart 2022, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels ( 2021.0003236 )42.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Haalbaarheidsstudie 150/20kV-transformatorstation Schiphol Logistics Park

Document ID Versie Status Datum laatste versie Projectmanager Auteur(s) Gezien door Goedgekeurd Verspreidingslijst

RTO822/RLO2402_HBS 1.1 Definitief 16-3-2021 Gemeente Haarlemmermeer: F. Breg Qirion: M. Oud Gemeente Haarlemmermeer: E. Scherpenhuijsen, F. Ex Qirion: D. Pasma, J. de Bruin, I. van Lith I. van Lith Gemeente Haarlemmermeer: F. Breg Qirion: M. Oud Gemeente Haarlemmermeer: F. Breg, E. Scherpenhuijsen, F. Ex TenneT: N. van der Zwet, M. Fick, P. van de Kragt Liander: F. van Kuijk, R. Bleumink, R. Bolhuis

1

INHOUD 1

2

3

4

5

Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1.1

Aanleiding ......................................................................................................................................... 3

1.2

Doel ................................................................................................................................................... 3

1.3

Leeswijzer ......................................................................................................................................... 3

Onderbouwing locatiekeuze .................................................................................................................. 4 2.1

Haalbaarheidsstudie 2017 ................................................................................................................ 4

2.2

Vervolgstudie stationslocatie ............................................................................................................. 5

Locatiebeschrijving ................................................................................................................................ 9 3.1

Beschrijving locatie ........................................................................................................................... 9

3.2

Gemeentelijke randvoorwaarden .................................................................................................... 11

Techniek ................................................................................................................................................ 12 4.1

Onderdelen station .......................................................................................................................... 12

4.2

Indeling station ................................................................................................................................ 14

4.3

Voedende kabelverbindingen .......................................................................................................... 14

Planologie en omgevingsaspecten .................................................................................................... 16 5.1

Bestemmingsplantoets .................................................................................................................... 16

5.2

Bodem ............................................................................................................................................. 17

5.3

Archeologie en aardkunde .............................................................................................................. 18

5.4

Conventionele explosieven ............................................................................................................. 18

5.5

Natuur ............................................................................................................................................. 19

5.6

Water ............................................................................................................................................... 20

5.7

Geluid .............................................................................................................................................. 21

5.8

Elektromagnetische velden ............................................................................................................. 22

5.9

Externe veiligheid ............................................................................................................................ 24

5.10

Luchthavenindelingsbesluit ......................................................................................................... 24

5.11

Inpassing ..................................................................................................................................... 25

5.12

Grondeigendom ........................................................................................................................... 26

6

Omgevingsconsultatie ......................................................................................................................... 27

7

Conclusie .............................................................................................................................................. 31

Bijlagen ......................................................................................................................................................... 32

2

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Er is een grote behoefte aan extra stroom in een groot deel van de Haarlemmermeer, voor woningbouw, nieuwe bedrijven, bedrijfsuitbreiding en vanwege de energietransitie. De vraag naar stroom is de laatste jaren sterk gegroeid waardoor de maximale capaciteit van transport van elektriciteit is bereikt. Dit betekent dat het elektriciteitsnet van Haarlemmermeer op code rood staat. Nieuwe grootverbruikers kunnen daardoor niet meer door Liander worden aangesloten. Dit geldt voor bedrijven, die zich willen vestigen in Hoofddorp, Schiphol-Rijk en Rijsenhout, maar bijvoorbeeld ook voor de bouw van liftinstallaties in wooncomplexen, warmtepompen en warmtenetvoorzieningen. Er is hiervoor geen (transport)capaciteit meer op het elektriciteitsnet. Er moeten daarom op korte termijn twee nieuwe transformatorstations worden gebouwd, zowel aan de oost- als westzijde van de A4 nabij Hoofddorp. De gemeente Haarlemmermeer (hierna: gemeente) heeft in november 2020 aangekondigd dat ze, samen met netbeheerders TenneT en Liander, gaat onderzoeken of er een transformatorstation kan komen aan de Incheonweg op bedrijventerrein Schiphol Logistics Park (SLP) in Rozenburg. Deze locatie heeft de voorkeur voor het bouwen van de eerste van de twee transformatorstations.

1.2

Doel

Doel van dit haalbaarheidsonderzoek is om te bepalen of het mogelijk is om ter plaatse van de Incheonweg op bedrijventerrein SLP-Zuid een transformatorstation (hierna: station) te realiseren. De locatie wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot omgevingsaspecten (planologie, milieu en veiligheid). Daarnaast wordt de technische haalbaarheid eveneens beoordeeld. En door middel van een communicatietraject is het draagvlak in de omgeving onderzocht.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de keuze voor de stationslocatie toegelicht. In hoofdstuk 3 is de locatie beschreven. Hoofdstuk 4 geeft informatie over het stationsontwerp en de -locatie (technische haarbaarheid). In hoofdstuk 5 is de haalbaarheid van de locatie beschreven op basis van planologie en omgevingsaspecten. De consultatie van de omgeving is beschreven in hoofdstuk 6. Tot slot is de conclusie van de haalbaarheidsstudie opgenomen in hoofdstuk 7.

3

2

Onderbouwing locatiekeuze

2.1

Haalbaarheidsstudie 2017

In de periode van 2015 tot en met 2017 is een haalbaarheidsonderzoek1 uitgevoerd om te komen tot een locatiekeuze voor een 150/20kV-station en een voorkeurstracé voor de 150kV-verbindingen. Uitgangspunten in deze studie zijn onder andere een AIS-station2 met een oppervlakte van circa 6 hectare, zes transformatoren van Liander, twee compensatiespoelen van TenneT en bliksemspitsen met een hoogte van 22 meter. Stationslocatie In het haalbaarheidsonderzoek zijn drie potentiële stationslocaties naar voren gekomen als haalbare stationslocaties, te weten locaties 1, 2A en 2B. Op onderstaande figuur zijn de drie locaties weergegeven, zie tevens bijlage 1.

Figuur 2.1: Zoekgebied en potentiële stationslocaties haalbaarheidsstudie 2017

Locaties 2A en 2B hadden de voorkeur van de netbeheerders ten opzichte van locatie 1. Echter voor deze locaties heeft de gemeenteraad op 18 juli 2018, na bezwaren van de omgeving, besloten dat ze niet langer beschikbaar zijn als mogelijke stationslocatie. TenneT en Liander hadden reeds een verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan ingediend bij de gemeente. Hierop is een weigering van het in procedure nemen van het bestemmingsplan ontvangen, zie bijlage 2. Daarmee valt het hele gebied PrimA4a, rondom locatie 2A en 2B af als zoekgebied voor een station.

1

Haalbaarheidsstudie fase 2, A4-zone, Afweging omtrent locatie- en tracékeuze 150/20 kV-transformatorstation en 150 kV-

kabelverbindingen, februari 2017 2

Dit is een open transformatorstation met een opstelling van de schakelcomponenten in de buitenlucht. AIS staat voor Air

Insulated Switchgear, wat betekent dat (normale) buitenlucht wordt gebruikt als isolatiemedium 4

Na het afvallen van locaties 2A en 2B zijn de netbeheerders verder in gesprek gegaan met de gemeente over locatie 1 op Schiphol Trade Park. Het onderzoek voor deze stationslocatie was in een ver gevorderd stadium. Echter, begin 2019 bleek dat door het mogelijk toekomstige metro-tracé en de ‘Uitgangspunten Schaalsprong Oostflank Haarlemmermeer’3 een station op deze locatie voor de gemeente ongewenst is. Hiermee is ook locatie 1 afgevallen. Tracé 150kV-verbindingen Het resultaat van de haalbaarheidsstudie was, naast potentiële stationslocaties, ook te komen tot een voorkeurstracé voor de 150kV-verbindingen van TenneT. Het voorkeurstracé loopt vanaf transformatorstation Vijfhuizen en vanaf transformatorstation Nieuwe Meer tot de hoek Rijnlanderweg/Geniedijk in Hoofddorp. De keuze van de stationslocatie heeft geen invloed op het tracé tot aan de Geniedijk. Dit voorkeurstracé is daarom nog steeds actueel. Er zijn door de gemeente twee voorbereidingsbesluiten4 voor het tracé genomen. Het ontwerpbestemmingsplan Vijfhuizen-Nieuwe Meer5 ligt inmiddels ter inzage en heeft daarmee de werking van het voorbereidingsbesluit overgenomen. Tevens is er een nieuw voorbereidingsbesluit6 genomen voor het tracé Raasdorp-Geniedijk.

2.2

Vervolgstudie stationslocatie

Met het afvallen van de drie potentiële stationslocaties is opnieuw gekeken waar een locatie gevonden kon worden. Ondertussen wordt de noodzaak voor een nieuw transformatorstation steeds groter. Door de dorpsraad Rijsenhout, bewonerscomité 'Rijsenhout zegt nee tegen 150kV' en de gemeente is een aantal locaties aangedragen, zowel binnen als buiten het zoekgebied uit de eerdere haalbaarheidsstudie. Echter, deze locaties bleken om diverse redenen niet haalbaar voor het vestigen van een transformatorstation. Dit geldt zowel voor een AIS7-station als een GIS8-station. Hieronder is toegelicht waarom deze locaties zijn afgevallen. De vraag naar stroom is sinds de start van de zoektocht naar een stationslocatie in 2015 veel groter geworden. Aanvankelijk waren de netbeheerders op zoek naar één locatie voor een station. Inmiddels is de vraag naar stroom zo groot dat er twee stationslocaties nodig zijn. Gezien de klantgebieden is er één station nodig aan de oostzijde van de rijksweg A4 en één station aan de westzijde. De meest urgente stroomvraag is met name in Schiphol-Rijk. Daarom wordt de eerste stationslocatie gezocht aan de oostzijde van de A4. Op figuur 2.2 is het zoekgebied weergegeven waarbinnen de netbeheerders een stationslocatie zoeken, zie ook bijlage 3.

Bij het bepalen van de zoekgebieden is onder meer gekeken naar het functioneren van het netwerk, nabijheid van de klantvragen, spreiding van transformatorstations, technische eisen aan lengte van kabeltracés en de natuurlijke of door cultuurhistorie bepaalde lijnen in het landschap.

3

Uitgangspunten voor de Schaalsprong van de Oostflank Haarlemmermeer, gemeente Haarlemmermeer, 23 december 2019

4

Voorbereidingsbesluit Knooppunt Raasdorp-Geniedijk en Voorbereidingsbesluit 150 kV-verbinding Vijfhuizen-Nieuwe Meer, 24-

02-2020 5

Ontwerp bestemmingsplan Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV-verbinding, Gemeente Haarlemmermeer, 11-02-2021

6

Voorbereidingsbesluit Lijnden-Hoofddorp Geniedijk 2021, 11-02-2021

7

Dit is een open transformatorstation met een opstelling van de schakelcomponenten in de buitenlucht. AIS staat voor Air

Insulated Switchgear, wat betekent dat (normale) buitenlucht wordt gebruikt als isolatiemedium 8

Dit is een station waarbij het hoogspanningsdeel in een gebouw is ondergebracht. GIS staat voor Gas Insulated Switchgear,

wat betekent dat een speciaal gas (onder druk) in een omsloten omhulling wordt gebruikt als isolatiemedium 5

Op figuur 2.2 is in het groen het gebied ten westen van de rijksweg A4 weergeven. Binnen dit gebied zijn de netbeheerders op zoek naar een tweede stationslocatie. In het deel van het zoekgebied ten oosten van de rijksweg A4 wordt de eerste stationslocatie gezocht. Hierbinnen is in het geel PrimA4a weergegeven. Het deel dat met enkel een gele kleur is weergegeven valt af als mogelijke stationslocatie door het raadbesluit van 18 juli 2018 (zie par. 2.1). Het deel van PrimA4a, dat is weergegeven met zowel een gele kleur als stippen, ligt te ver van de klantvragen in Schiphol-Rijk vandaan. De netverliezen over de kabels naar de klanten worden door de lengte van de kabels te groot. Dit gebied valt daarom ook af. Het gebied dat met paars, rood en oranje is weergegeven is de funnel van de Kaagbaan. Hierbinnen is het niet toegestaan een nieuw station te realiseren.

Figuur 2.2: Zoekgebied stationslocaties netuitbreiding A4-zone

Vervolgens hebben de netbeheerders onderzocht of het stationsontwerp aangepast kon worden, waarmee mogelijk nieuwe stationslocaties in beeld zouden komen. Het bleek mogelijk de bliksemspitsen te verlagen van 22 meter naar 17 meter, door meer bliksemspitsen te plaatsen. Hierdoor kwam een deel van het zoekgebied, dat eerder was afgevallen in verband met de bouwhoogtes uit het LIB 9, toch weer in beeld. Dit betreft het gebied ten noorden van de Geniedijk en ten oosten van de Rijksweg A4. Dit gebied is inmiddels grotendeels bebouwd (bedrijventerrein SLP), zie afbeelding hieronder. Ook ligt de reservering van de parallelle Kaagbaan (Barro10) in het gebied.

9

Luchthavenindelingbesluit Schiphol

10

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 6

Figuur 2.3: Uitsnede zoekgebied ten noorden Geniedijk

Hiermee kwamen de onbebouwde percelen aan de zuidzijde van de Incheonweg naar voren als mogelijke locatie voor het station. Deze percelen zijn in het groene kader weergegeven op figuur 2.4.

Figuur 2.4: Beoogde percelen voor stationslocatie (groene kader)

7

De gemeente heeft voor de locatie aan de Incheonweg de eis gesteld dat een station op deze locatie voor het hoofdspanningsdeel een GIS11-station moet worden. Hiermee wordt de benodigde oppervlakte van het station kleiner, dat gaat van circa 6 hectare naar circa 4 hectare. Daarnaast past een GIS-station binnen het beeldkwaliteitskader van bedrijventerrein Schiphol Logistics Park. Bij de door de dorpsraad Rijsenhout, Bewonerscomité 'Rijsenhout zegt nee tegen 150kV' en de gemeente aangedragen locaties lag ook een aantal locaties buiten het zoekgebied. Deze locaties zijn afgevallen vanwege onvoldoende beschikbare ruimte, het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) en de reservering van de parallelle Kaagbaan.

11

Dit is een station waarbij het hoogspanningsdeel in een gebouw is ondergebracht. GIS staat voor Gas Insulated Switchgear,

wat betekent dat een speciaal gas (onder druk) in een omsloten omhulling wordt gebruikt als isolatiemedium 8

3

Locatiebeschrijving

3.1

Beschrijving locatie

Het perceel waarop het station is beoogd, ligt tussen de Incheonweg en het nog te realiseren Geniepark, zie figuur 3.1. De ontsluiting van het perceel is op de Incheonweg. De locatie ligt dicht bij de bedrijven die aangesloten moeten worden op het nieuwe station.

Figuur 3.1: Locatie beoogde station (stippellijn: stationslocatie, groene zone: Geniepark)

Op onderstaande figuur is het straatbeeld van de stationslocatie afgebeeld.

Incheonweg

Locatie station

Geniedijk

Figuur 3.2: Straatbeeld stationslocatie richting het oosten

De reservering van de parallelle Kaagbaan valt over het westelijk deel van het kavel tussen de Aalsmeerderweg en de Arendshoeve, zie onderstaande figuur 3.3. Daarom is er door de netbeheerders voor gekozen om het station richting de oostzijde te plaatsen. Hierbij was het de wens van de grondeigenaar om de oostelijke grens van het station te laten samenvallen met de oostelijke grens van de percelen. Op deze manier blijft er geen reststrook over aan de oostzijde.

9

Figuur 3.3: Beoogde stationslocatie (rood), reservering parallelle Kaagbaan (groen)

Bij het maken van het stationsontwerp is in eerste instantie gekozen om de geluidsbronnen van het station zo veel mogelijk te situeren in midden van de woningen in omgeving (Aalsmeerderweg en Aalsmeerderdijk). Vervolgens bleek dat Schiphol bij de parallelle Kaagbaan uitgaat van een funnel over een deel van het terrein, waardoor het station ook niet verder richting de Aalsmeerderweg opgeschoven kan worden. De funnel is weergegeven in figuur 3.4.

Figuur 3.4: Stationslocatie met reservering parallelle Kaagbaan en niet-gereserveerde vliegfunnel (bron: Schiphol)

10

3.2

Gemeentelijke randvoorwaarden

Voor de realisatie van een station gelden veel technische eisen en eisen vanuit wet- en regelgeving. Aanvullend heeft de gemeente voor deze specifieke locatie de volgende randvoorwaarden gesteld: Voor het TenneT-deel van het station wordt een GIS (Gas Insulated Switchgear) in plaats van een AIS (Air Insulated Switchgear) gerealiseerd. In bijlage 4 is een brochure over het station opgenomen, waarin de verschillende onderdelen van het station zijn toegelicht; De inpassing van het station moet passen binnen de kaders uit het Beeldkwaliteitsplan Schiphol Logistics Park, alsmede rekening houden met het behoud van de cultuurhistorische en landschappelijke waarde van het Unesco-monument Fort Aalsmeer en de gemeentelijke plannen voor realisatie van het Geniepark. In een notitie zijn de uitgangspunten opgenomen ten aanzien van een goede landschappelijke inpassing van het station in de omgeving en is benoemd welke beleidskaders van toepassing zijn, zie bijlage 5. Dit wordt door een architect uitgewerkt in een ontwerp voor de gebouwen en bouwwerken op het station. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van het station.

Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 5.11; Naast het geldende beleid voor elektromagnetische velden, waarbij voor hoogspanningsstations en ondergrondse hoogspanningsverbindingen op basis van Europese normen een blootstellingslimiet van 100 microtesla geldt, heeft de gemeente een aanvullend verzoek gedaan aan de netbeheerders. Aanvullend is de stationslocatie ook getoetst aan het zogenaamde "voorzorgbeginsel voor bovengrondse hoogspanningslijnen". Hierbij wordt geadviseerd om bij nieuwe situaties zo veel mogelijk te voorkomen dat kinderen langdurig verblijven in een zone waarbij het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan op 0,4 microtesla. In paragraaf 8.8 is het onderwerp elektromagnetische velden beschreven.

11

4

Techniek

4.1

Onderdelen station

Het station betreft een 150/20kV-station van TenneT en Liander. Het station wordt met ondergrondse 150kVkabelverbindingen, vanaf transformatorstation Vijfhuizen, gevestigd op bedrijventerrein De Liede, en transformatorstation Nieuwe Meer in Amsterdam, aangesloten op het bestaande elektriciteitsnetwerk. Vervolgens worden de gebruikers/klanten vanuit dit station van stroom voorzien door aansluitingen op het 150kV-, 20kV- en achterliggende distributienet. Het station bestaat uit een hoogspanningsgedeelte (TenneT) en een middenspanningsgedeelte (Liander). Deze delen zijn van elkaar gescheiden, omdat er sprake is van twee netbeheerders die afzonderlijk van elkaar in staat moeten zijn beheer en onderhoud te plegen aan de eigen installaties. Op het stationsterrein wordt een aantal gebouwen/bouwwerken gerealiseerd, namelijk: 1. Een 150kV-GIS-station; 2. Zes transformatoren met wanden aan drie zijden en een geluidswerende voorzetwand; 3. Een 20kV-middenspanningsstation; 4. Twee compensatiespoelen met wanden aan drie zijden en een geluidswerende voorzetwand. De onderdelen 1 en 4 worden door TenneT beheerd. De onderdelen 2 en 3 zijn in beheer bij Liander. In het oorspronkelijke ontwerp van het station staan de transformatoren en compensatiespoelen in cellen met drie wanden.

In het gebied rondom de Incheonweg is sprake van een specifieke situatie waar al een relatief groot aantal geluidsbronnen zijn, zoals luchthaven Schiphol, snelwegen en bedrijventerreinen. Gelet op deze specifieke situatie hebben de netbeheerders besloten om de cellen van de transformatoren en compensatiespoelen te voorzien van een vierde geluidswerende voorzetwand. Dit is nader toegelicht in paragraaf 5.7.

In figuur 4.1 zijn de verschillende onderdelen op het station toegelicht. Hierbij is zowel het oude als het nieuwe stationsontwerp weergegeven. In bijlage 4 is een uitgebreide toelichting hierover opgenomen.

12

Compensatiespoelen TenneT

20kV-station Liander 150kV-GIS station TenneT

Transformatoren Liander Wegen Ondergrondse 150kV-verbindingen tussen beide stationsdelen TenneT

Figuur 4.1: Onderdelen station, links oude stationsontwerp, rechts nieuwe stationsontwerp met 4e wand in cellen

Op het station worden wegen aangelegd om de verschillende gebouwen/bouwwerken te bereiken voor onderhoud en vervanging van onderdelen. Er wordt tevens een beperkt aantal parkeergelegenheden aangelegd. Het station is onbemand, enkel tijdens beheer en onderhoud zijn er mensen aanwezig op het station. Het stationsterrein heeft een oppervlakte van circa 4 hectare. Het perceel is circa 193 bij 220 meter. Het GISgebouw is circa 12 meter hoog. De cellen van de transformatoren en de compensatiespoelen zijn circa 6,5 meter hoog. Het 20kV-gebouw is circa 4,25 meter hoog. Op de cellen van de transformatoren en de compensatiespoelen worden bliksemspitsen geplaatst waardoor de totale hoogte op circa 12 meter boven maaiveld komt. Er is voldoende ruimte op de locatie aan de Incheonweg om het station te realiseren. Uitgangspunt hierbij is wel dat de ontsluitingsweg van Liander en TenneT rechtstreeks op de Incheonweg wordt aangesloten en afgezien wordt van het in het Stedenbouwkundig Plan voor SLP opgenomen voornemen om een parallelle Incheonweg aan te leggen. De noodzaak daartoe is komen te vervallen door een verruiming van het kruispunt tussen de Incheonweg en de Aalsmeerderweg.

13

4.2

Indeling station

Deze paragraaf bevat een toelichting op de indeling, zoals afgebeeld op figuur 4.1. De positionering van het 20kV-gebouw van Liander is zo bepaald dat er voldoende ondergrondse ruimte is voor de afgaande 20kV-verbindingen naar afnemers in de omgeving. Deze 20kV-verbindingen worden richting het noordwesten aangelegd parallel aan de Incheonweg. Daarom is het middenspanningsgebouw van Liander haaks op de Incheonweg geprojecteerd. De transformatoren van Liander zijn zo gepositioneerd dat er voldoende ondergrondse ruimte op het station is voor de voedende 150kV-kabels vanuit het GIS-gebouw van TenneT. Voor het GIS-gebouw geldt ook dat deze zo is geprojecteerd dat er voldoende ruimte is voor de afgaande- en voedende 150kV-kabels. Ongewenste wederzijdse beïnvloeding tussen de kabels op het station en daarbuiten wordt op deze manier voorkomen. Zie figuur 4.3 voor de ligging van de 150kV-kabels op het stationsterrein. De transformatoren en compensatiespoelen (geluidsbronnen van het station) zijn zo ver als mogelijk noordelijk op het terrein geplaatst en staan ongeveer in het midden tussen de woningen aan de Aalsmeerderdijk en Aalsmeerderweg. Op het terrein is rekening gehouden met het onderhoud en de mogelijke toekomstige vervanging van de transformatoren, compensatiespoelen en de installaties in de gebouwen.

Dit is de reden dat het Lianderstation en TenneTstation niet recht tegenover elkaar zijn geplaatst en dat hiertussen voldoende ruimte is. Na dertig tot vijftig jaar is het GIS-station toe aan vervanging en dat moet in zijn geheel. Eerst wordt een volledig nieuw GIS-station gebouwd naast het huidige station om de levering van strook te garanderen. Na in bedrijf name van het nieuwe GIS-station wordt het oude GIS-station gesloopt. De transformatoren en compensatiespoelen kunnen individueel worden vervangen. Met deze stationsindeling zijn overigens ook de nodige vluchtroutes te realiseren die voldoen aan de Europese en Nederlandse elektriciteitsnormen.

4.3

Voedende kabelverbindingen

Het station wordt gevoed door vier ondergrondse 150kV-verbindingen, drie verbindingen vanuit station Vijfhuizen en één verbinding vanuit station Nieuwe Meer. Het beoogde tracé voor de voedende 150kV-verbindingen ligt ondergronds in het Geniepark. In deze strook is voldoende ruimte om de verbindingen aan te leggen. De functie van het Geniepark blijft ongewijzigd door de 150kV-verbindingen. Op onderstaande figuur is het tracé indicatief weergegeven.

14

Figuur 4.2: Indicatieve ligging voedende 150kV-verbindingen (zwarte lijn lijn)

Vanuit het Geniepark komen de voedende verbindingen op het stationsterrein naar het GIS-gebouw. Vanaf het GIS-gebouw liggen er 150kV-verbindingen naar de transformatoren en compensatiespoelen. Op onderstaande figuur is dit weergegeven.

Figuur 4.3: Ligging 150kV-verbindingen (zwarte lijnen) op stationsterrein

15

5

Planologie en omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk zijn de verschillende (planologische) omgevingsaspecten met betrekking tot milieu, veiligheid en landschap van de stationslocatie beschreven. De kabelverbindingen zijn buiten beschouwen gelaten.

5.1

Bestemmingsplantoets

Het beoogde station ligt binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan Rozenburg Schiphol Logistics Park. Het bestemmingsplan is vastgesteld op 11 februari 2016 en onherroepelijk geworden op 10 mei 2016. In onderstaande figuur is de verbeelding van het bestemmingsplan ter hoogte van de stationslocatie afgebeeld.

Figuur 5.1: Verbeelding bestemmingsplan met stationslocatie (zwarte kader) (bron: ruimtelijke plannen.nl).

De grond heeft de bestemming Agrarisch. De functie transformatorstation is strijdig met de bestemming Agrarisch. Er geldt een aanduiding ‘milieuzone-geurzone’, maar die is voor de beoogde functie niet relevant. Er geldt ook een aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone – lib’; de beoogde functie is daarmee is niet strijdig; zie voor nadere uitleg paragraaf 5.10. Voorts geldt er de aanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 4’. Deze biedt de mogelijkheid de bestemming te wijzigen in onder meer de bestemming Bedrijventerrein. Dit geeft aan dat de gemeente de locatie ziet als toekomstig bedrijventerrein. Om te beoordelen of de bouw van het station past binnen de bestemming Bedrijventerrein, is de bestemmingsomschrijving van toepassing. De relevante onderdelen daarvan luiden als volgt: “De voor ‘Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ bedrijfsactiviteiten behorende tot bedrijfscategorie 1, 2, 3.1 of 3.2 zijn toegestaan; met daarbij behorende: i. nutsvoorzieningen; l. voorzieningen ten behoeve van duurzame energieopwekking, zoals biogas en zonne-energie; met dien verstande dat: o. geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan;”

16

Uit het citaat is af te leiden dat nutsvoorzieningen met name zijn toegestaan als zij behoren bij een bedrijf. Een nutsvoorziening zou alleen als zelfstandige vestiging zijn toegestaan voor zover de nutsvoorziening voldoet aan de omschrijving van ‘bedrijf’. Omdat een transformatorstation een functie is waarvoor de hoofdbestemming Bedrijf het meest geëigend is, is dat een houdbare stelling. Echter het bepaalde onder letter o., dat geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan, levert een strijdigheid op, want het transformatorstation is zo’n inrichting. Dat laatste is dan ook de reden waarom het bepaalde ten aanzien van het wijzigingsgebied 4 niet van toepassing is. De andere strijdigheid is dat binnen bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 een transformatorvermogen van maximaal 200 MVA is toegestaan, terwijl het beoogde station meer opgesteld vermogen heeft. Voorts is het zo dat het beoogde station een inrichting is, als bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder; dat artikel gaat over vestigingen die zodanig veel geluid kunnen produceren dat het verplicht is een zone vast te stellen. Dit kan uitsluitend door middel van vaststelling van een bestemmingsplan. Zie voor het aspect geluid paragraaf 5.7. Voor de ondergrondse 150kV-verbindingen wordt een dubbelbestemming opgenomen in het bestemmingsplan.

De verbindingen worden in de onderzoeken ten behoeve van het bestemmingsplan getoetst aan de wet- en regelgeving. Conclusie: • De bouw van het station is strijdig met de bestemming Agrarisch; • Omdat het om een geluidzoneringsplichtige inrichting gaat en omdat het opgestelde vermogen de reikwijdte van de milieucategorie 3.2 te buiten gaat, is het maken van een wijzigingsplan niet aan de orde; • Het wijzigingsplan is evenmin aan de orde omdat in de voorschriften uitgegaan wordt van een verlegging van de Incheonweg. Deze verlegging is, zoals in 4.1 al werd aangegeven, niet meer aan de orde; • Omdat het om een artikel 40 Wgh-inrichting gaat, kan niet worden volstaan met een op zichzelf staande omgevingsvergunning; • Er is daarom zowel een herziening van het bestemmingsplan als een omgevingsvergunning activiteit milieu nodig. De omgevingsvergunning voor de activiteit milieu is enkel noodzakelijk voor Liander.

5.2

Bodem

Voor het opnemen van een nieuwe bestemming in een plan moet worden aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het plan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Vooronderzoek Er is een vooronderzoek conform de NEN575 uitgevoerd door Almad Eco BV op de locatie gelegen aan de Incheonweg in het kader van de ontwikkeling van het toekomstige station. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Op basis van dit vooronderzoek is geconcludeerd dat de bodemkwaliteit v.w.b. de stoffen uit het standaard NEN-pakket aangevuld met OCB’s afdoende is onderzocht. Echter, specifiek voor de PFASachtige stoffen is de kwaliteit van de bodem onvoldoende vastgesteld, omdat eerdere onderzoeken zich enkel hebben gericht op de aanwezigheid van PFOS en PFOA. Een aanvullend onderzoek is nodig voor het bepalen van eventuele aanverwante stoffen die behoren tot de PFAS-groep. Verkennend bodemonderzoek Door Almad Eco is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN5740, zie bijlage 7. Op basis van de beschikbare informatie uit het vooronderzoek en de terreininspectie is de locatie als “verdacht" beschouwd voor met name PFAS. De boringen en peilbuizen zijn geplaatst op basis van de contouren en onderdelen van het station.

Voor de volledigheid zijn de stoffen uit het NEN5740-pakket ook onderzocht. 17

Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat voor zowel de stoffen uit het NEN5740 pakket als de PFASgroep op basis van vigerend beleid geen nader onderzoek nodig is. Op één grondmengmonster na vallen alle grondmengmonsters binnen de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. Het grondmengmonster wat hier niet aan voldoet, voldoet wel aan de bodemfunctieklasse wonen/industrie. Alle grond voldoet aan de gestelde norm waar de meerderheid van de grondverwerkers zich momenteel aan conformeert. In het grondwater worden in alle zes de peilbuizen diverse PFAS boven de detectielimiet aangetroffen. De getalsmatige waarden zijn vergelijkbaar met gemeten waarden in eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Opgemerkt dient te worden dat hierbij enkel PFOS en PFOA zijn geanalyseerd. Zowel voor grond- als grondwater geldt dat er géén saneringsnoodzaak is. Zowel de grond als het grondwater is niet verontreinigd gebaseerd op de PFAS Beleidsregel Provincie Noord-Holland. Opgemerkt dient te worden dat er enkel waarden zijn vastgesteld voor PFOS en PFOA. Er is geen nader onderzoek nodig. Wanneer water wordt geloosd, moet wel rekeningen worden gehouden met de overschrijdende detectielimieten van diverse PFAS. Conclusie: uit het bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de vestiging van een station. Er is geen nader onderzoek nodig. Voor grond en grondwater geldt geen saneringsnoodzaak.

5.3

Archeologie en aardkunde

Archeologie In de Monumentenwet 1988 is de bescherming van het archeologisch erfgoed geregeld (conform het Verdrag van Malta en het Verdrag van Valletta). Deze wet verplicht, om bij de bestemming van het plan, rekening te houden met de in de bodem aanwezige en te verwachten archeologische waarden. De gemeente heeft een memo laten opstellen door NMF Erfgoedadvies. De memo is opgenomen in bijlage 8. In deze memo wordt geconcludeerd dat de archeologische verwachtingswaarde bij de toekomstige stationslocatie laag is. Nader archeologisch onderzoek is daardoor niet nodig. Aardkunde Aardkundige waarden zijn onderdelen van het landschap die de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied duiden. Deze waarden hebben een relatie met (een combinatie van) geologische, geomorfologische, geohydrologische en bodemkundige verschijnselen en processen. Aardkundige waarden kunnen beschermd zijn als aardkundig monument, waarop Omgevingsverordening NH2020 van toepassing is. Op basis van de informatie van Provincie Noord-Holland ligt het toekomstige station niet binnen een aardkundig monument of aardkundig waardevol gebied. Conclusie: voor het toekomstige station is nader archeologisch onderzoek niet nodig. Daarnaast ligt de locatie niet binnen een aardkundig monument of waardevol gebied.

5.4

Conventionele explosieven

De aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven (CE) uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog in de bodem brengt risico’s met zich mee bij grondroerende werkzaamheden. CE vormen een risico voor het personeel dat de aanleg uitvoert. Daarnaast kan het de openbare veiligheid in het geding brengen. Informatie over mogelijke aanwezigheid van CE is opgevraagd bij de gemeente Haarlemmermeer in de vorm van een adviesmemo (bijlage 9). De gemeente beschikt over een gemeente dekkend historisch onderzoek naar CE (kenmerk GPR 5887 versie 6.0 definitief d.d. 24.10.2018), uitgevoerd door T & A Survey. Op basis

18

van dit onderzoek blijkt dat de toekomstige stationslocatie en het omliggend terrein niet verdacht is op de aanwezigheid van CE. Conclusie: op basis van het historisch onderzoek naar CE van de gemeente Haarlemmermeer blijkt dat de stationslocatie en het omliggend terrein niet verdacht is voor de aanwezigheid van CE.

5.5

Natuur

De Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland12 verplichten vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen of activiteiten niet conflicteren met aanwezige beschermde plant- en diersoorten en habitats. Om de effecten te bepalen van het toekomstige station op deze beschermde natuurwaarden is een ecologische quickscan uitgevoerd door Witteveen + Bos (bijlage 10). De beschermde natuurwaarden zijn onder te verdelen in effecten op beschermde gebieden (Natura2000, Natuurnetwerk Nederland en weidevogelleefgebied) en effecten op beschermde soorten. Effecten op beschermde gebieden – Natura2000 De stationslocatie ligt op een minimale afstand van 11 km van Natura2000-gebieden. Als gevolg van deze afstand en de aard van de werkzaamheden wordt in de quickscan geconcludeerd dat de effecten op de instandhoudingdoelen (IHD) van de beschermde natuurgebieden op voorhand zijn uitgesloten. Effecten op beschermde gebieden - Natura2000 stikstof Ten aanzien van stikstofdepositie is een berekening uitgevoerd door De Roever Omgevingsadvies (bijlage 11). Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

Effecten op beschermde gebieden – Natuurnetwerk Nederland (NNN) en weidevogelleefgebied Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en natuurverbindingen zijn volgens de quickscan voldoende uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet nodig. Effecten beschermde soorten Op basis van de quickscan zijn negatieve effecten als gevolg van trilling veroorzakende werkzaamheden zoals heiwerkzaamheden op jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw niet uit te sluiten. Het is nog niet bekend of deze werkzaamheden daadwerkelijk gaan plaatsvinden. Als deze verstorende werkzaamheden niet buiten de broedperiode kunnen worden uitgevoerd, is een nader onderzoek noodzakelijk. Verder laat de quickscan zien dat negatieve effecten, als gevolg van de geplande werkzaamheden, onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten zijn uit te sluiten, mits enkele maatregelen in acht worden genomen ten aanzien van vleermuizen, vogels en amfibieën. Conclusie: uit de quickscan blijkt dat effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de beschermde natuurgebieden op voorhand zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof is een stikstofdepositie berekening gemaakt. De rekenresultaten laten geen stikstofwaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zien. Negatieve effecten op de Natura 2000 gebieden zijn daarmee uitgesloten.

Negatieve effecten door heiwerkzaamheden op jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw zijn niet uit te sluiten. Het is nog niet bekend of deze werkzaamheden daadwerkelijk gaan plaatsvinden. Zijn deze werkzaamheden nodig en kunnen ze enkel in de broedperiode worden uitgevoerd, wordt het benodigde vervolgonderzoek uitgevoerd.

12

Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur; EHS, genoemd) is het Nederlands netwerk van bestaande en

nieuw aan te leggen natuurgebieden. 19

5.6

Water

Hoogwaterbescherming Nederland bevat veel overstromingsgevoelige gebieden. Het is mogelijk dat voor deze gebieden als gevolg van de Deltabeslissingen andere normeringen en uitgangspunten ten aanzien van het overstromingsrisico zijn bepaald. Een gevolg kan zijn dat, binnen bepaalde dijkringen gelegen, (cruciale) hoogspanningsinstallaties met een zodanig overstromingsrisico te maken krijgen dat maatregelen genomen moeten worden. Dit om de leveringszekerheid van het elektriciteitsnet te garanderen. De stationslocatie ligt in de Haarlemmermeerpolder, een polder waar risico aanwezig is dat het waterpeil in geval van een overstroming tot circa + 2,5 meter kan stijgen. Voor transformatorstation Vijfhuizen heeft TenneT in 2015 een risicomatrix hoogwater laten opstellen, gebaseerd op de normen van het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO). Hieruit kwam naar voren dat er een dermate laag overstromingsrisico voor station Vijfhuizen geldt dat er geen maatregelen ter bescherming tegen hoogwaternoodzakelijk zijn. De stationslocatie aan de Incheonweg ligt in dezelfde dijkring als station Vijfhuizen en zal daarmee hoogstwaarschijnlijk een vergelijkbaar laag overstromingsrisico hebben. Voorts borgt het huidige landelijk en regionaal beleidskader geen extra uitgaven met betrekking tot hoogwater.

Dit tezamen met het lage overstromingsrisico van station Vijfhuizen maakt het niet aannemelijk dat er maatregelen om het overstromingsrisico te beperken, noodzakelijk zijn. De nut en noodzaak van hoogwaterbescherming dient te worden besproken met Hoogheemraadschap Rijnland. Watercompensatie Bij ruimtelijke plannen en besluiten moet een watertoets worden uitgevoerd, waarmee onder meer inzicht wordt verkregen in hoeverre compensatie van verhard oppervlak verplicht is. Het Hoogheemraadschap Rijnland heeft een “Handreiking Watertoets”13 opgesteld. Deze handreiking vormt een houvast voor het volwaardig meenemen van water in de planvorming. Voor dit station is deze toets nog niet uitgevoerd, dit wordt in het kader van het bestemmingsplan gedaan. Er is ruimte op de stationslocatie om de benodigde watercompensatie te realiseren. Oppervlaktewater Aan weerszijden van het toekomstige station ligt een watergang. Parallel aan de Incheonweg gaat het om een kavelsloot. Voor het realiseren van een inrit voor het station moet een dam met een duiker worden aangelegd. Aan de achterkant van het station, parallel aan de Geniedijk, ligt het Achterkanaal. Deze primaire watergang wordt niet beïnvloed door de bouw van het station. Waterbeschermingsgebieden en beschermingszones waterkeringen De locatie van het toekomstige station ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied.

Daarnaast valt de stationslocatie buiten de beschermingszones van de waterkeringen. Onttrekken en lozen van grondwater Voor de realisatie van het station is onttrekking en lozing van grondwater noodzakelijk. Gezien de geohydrologische situatie zijn risico’s te verwachten met betrekking tot de hoeveelheden en kwaliteit van het grondwater (mogelijk chloride houdend) en het opbarsten van sleuf- en putbodems. Deze aspecten dienen in een bemalingsadvies te worden onderzocht. Omdat dit niet bepalend is voor de haalbaarheid van het plan, wordt dit op een later moment uitgevoerd.

13

https://www.rijnland.net/plannen/watertoetsprocedure 20

Conclusie: een watertoets voor de stationslocatie wordt in het kader van het bestemmingsplan uitgevoerd. Daarnaast is een bemalingsadvies noodzakelijk om onder meer inzicht te krijgen in de risico’s ten aanzien van bemaling. Zowel de watertoets als het bemalingsadvies zijn niet bepalend voor de haalbaarheid van de locatie.

5.7

Geluid

Voor het station geldt een verplichting tot het vastleggen van een geluidszone, omdat het gelijktijdig in te schakelen elektrische vermogen van de buiten opgestelde transformatoren 200 MVA of meer bedraagt. Hiermee valt het station in categorie 20.1b van onderdeel C van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Conform onderdeel D van bijlage I bij het Bor moet het station worden gezien als een inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken. De bepalingen uit de Wet geluidhinder zijn van toepassing op het station. Om te voorkomen dat er nieuwe geluidgevoelige functies worden gerealiseerd in de nabijheid van het station, moet het station conform artikel 41 van de Wet geluidhinder worden voorzien van een geluidzone. Buiten deze geluidzone mag de geluidbelasting vanwege het station niet meer dan 50 dB(A) bedragen. De geluidsbronnen op het station zijn de transformatoren en compensatiespoelen. In het oorspronkelijke ontwerp van het station staan de transformatoren en compensatiespoelen in driewandige cellen. Voor dit ontwerp is geluidsonderzoek uitgevoerd, dat is opgenomen als bijlage 12.1. Door de gemeente is dit onderzoek beoordeeld (zie bijlage 12.2) en het onderzoeksbureau heeft hierop een reactie gegeven (zie bijlage 12.3). Uit dit onderzoek blijkt dat binnen de 50 dB(A) etmaalwaardecontour geen woningen liggen.

Wel liggen er enkele bedrijfsgebouwen binnen de geluidcontour, dit zijn echter geen geluidgevoelige objecten. Deze gebouwen zijn niet beschermd vanuit het oogpunt van geluid en de belasting heeft geen negatief effect op het gebruik. Uit het onderzoek blijkt verder dat dat de geluidbelasting op de gevel van de nabij geleden woningen maximaal 48 dB(A) etmaalwaarde is, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid. Uitgangspunt voor de geluidsberekeningen is dat het station overdag, 's-avonds en 's-nachts evenveel geluid produceert (worst-case benadering). Dit geluidsniveau is 38 dB(A) ten opzichte van de dichtstbijzijnde woning. Voor de avond en nacht geldt respectievelijk een toeslag van 5 dB(A) en 10 dB(A). Dit betekent dat de 38 dB(A) in de avond een etmaalwaarde heeft van 43 dB(A) door de toeslag van 5 dB(A). Voor de nacht komt de etmaalwaarde op 48 dB(A) voor de toeslag van 10 dB(A). De geluidproductie van maximaal 48 dB(A) is maatgevend voor de etmaalwaarde en die voldoet aan de maximaal toegestane waarde van 50 dB(A). Uit de consultatie van de omgeving, zie hiervoor hoofdstuk 6, blijkt dat er bij omwonenden veel zorgen zijn over mogelijke geluidshinder. Het uitgevoerde geluidsonderzoek laat zien dat het station voldoet aan de geluidsnormen. In de omgeving is al veel ander geluid te horen, onder andere van de industrie, Schiphol en de snelweg.

Het onderzoeksbureau doet nog nader onderzoek naar de gevolgen van het geluid van het transformatorstation in combinatie met het geluid dat nu al in de omgeving ervaren wordt (cumulatie). Ondanks dat voldaan wordt aan de gestelde geluidseisen hebben TenneT en Liander besloten om voor zowel de transformatoren als de compensatiespoelen een extra wand te plaatsen. Daarmee staan de transformatoren en compensatiespoelen tussen vier muren in plaats van drie, waar het ontwerp op gebaseerd was. De netbeheerders hopen hiermee recht te doen aan de specifieke situatie van deze omgeving, waar al een relatief groot aantal geluidsbronnen zijn. Het geluidsonderzoek waarin de transformatoren en compensatiespoelen in vierwandige cellen staan is opgenomen als bijlage 12.4. De vierde wand is uitneembaar en wordt aan de binnenzijde geluidabsorberend uitgevoerd. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting bij woningen in de omgeving beperkt zal blijven tot maximaal 47 dB(A) etmaalwaarde, inclusief toeslag voor het tonale

21

karakter van het geluid. Op de gevels van de individuele woningen verandert het geluidsniveau vaak wel. In het ongunstigste geval gaat de etmaalwaarde op een gevel 1 dB(A) omhoog. In het gunstigste geval gaat de etmaalwaarde op een gevel 4 dB(A) naar beneden. Conclusie: binnen de vastgestelde geluidcontour liggen geen woningen. De maximale geluidbelasting voldoet aan de maximaal toegestane waarden. Ten aanzien van geluid gelden daarom geen beperkingen voor de haalbaarheid van het station op deze locatie. De geluidcontour moet worden opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. De netbeheerders hebben besloten cellen van de transformatoren en compensatiespoel te voorzien van een vierde wand.

5.8

Elektromagnetische velden

100 microtesla grenswaardecontour Voor de blootstelling - kortdurend of langdurend - aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld, maar is er wel sprake van Europees en nationaal beleid. Voor transformatorstations heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. Mensen mogen in de openbare ruimte niet blootgesteld worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. Er is onderzoek uitgevoerd om de 100 microtesla grenswaardecontour (magneetveld) inzichtelijk te maken. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 13-1. De beoordeling van het onderzoek in opdracht van de gemeente is opgenomen als bijlage 13-2. Op onderstaande figuur is de 100 microtesla grenswaardecontour weergegeven. Uit het onderzoek blijkt dat de contour binnen de grenzen van de installaties en daarmee ruim binnen de grenzen van het station blijft.

Figuur 5.2: 100 microtesla grenswaardecontour eindsituatie (2 meter boven maaiveld)

Jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldcontour In 2005 heeft het voormalige ministerie van VROM, thans ministerie van I&W (Infrastructuur en Waterstaat), een advies over hoogspanningslijnen en hun magneetveld uitgebracht aan gemeenten en beheerders van het hoogspanningsnet14. Over de lange termijneffecten is op rijksniveau beleid ontwikkeld gebaseerd op het Europese voorzorgsbeginsel.

14

Dit beleidsadvies is te raadplegen op de website van het RIVM (www.rivm.nl/hoogspanningslijnen). 22

Het beleid houdt in dat bij de vaststelling van bestemmingsplannen voor tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, nieuwe situaties waarbij kinderen (0-15 jaar) langdurig in een gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen verblijven met een jaargemiddelde magneetveld hoger dan 0,4 microtesla, zoveel als mogelijk worden vermeden. Dit beleid is niet van toepassing op transformatorstations en ondergrondse kabelverbindingen. Ondanks dat dit beleid niet van toepassing is op transformatorstations heeft de gemeente verzocht aan de netbeheerders voor het station het jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldcontour van het station te onderzoeken. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 14.1. De beoordeling van het onderzoek in opdracht van de gemeente is opgenomen als bijlage 14-2. Op onderstaande figuur is de jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldcontour weergegeven. Uit het onderzoek blijkt dat de jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldzone in de beoogde eindsituatie aan enkele zijden net buiten de grens van het station ligt. Echter, worden hier geen huizen of andere gevoelige ruimtelijke objecten (zoals locaties waar kinderen langdurig verblijven) geraakt. Zie onderstaande figuur.

Figuur 5.3: Jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldcontour eindsituatie (1 meter boven maaiveld)

Vanuit de omgeving is de vraag gesteld om in het EM-veldenonderzoek er rekening mee te houden dat het maaiveld van de huizen aan de Aalsmeerderdijk circa 3,5 meter hoger ligt in vergelijking met maaiveld van het station. Het onderzoeksbureau heeft hier specifiek naar gekeken. Hierover is aangegeven dat door de grote afstand van de Aalsmeerderdijk tot de stationslocatie, het magneetveld van het station zal opgaan in het achtergrondniveau, wat door andere kabels e.d. veroorzaakt wordt. De hoogte heeft vanwege de afstand weinig invloed meer15. Conclusie: zowel de 100 microtesla grenswaardecontour als de jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldcontour liggen ver buiten gevoelige bestemmingen. Ten aanzien van elektromagnetische velden gelden daarom geen beperkingen voor de haalbaarheid van het station op deze locatie.

15

Op de site van RIVM staan grafieken voor 380kV-hoogspanningsllijnen. Hierbij wordt het magneetveld tot 150 meter afstand

van de lijn weergegeven. Dit geeft grafisch weer dat het magneetveld snel afneemt met toenemende afstand. https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/magneetvelden 23

5.9

Externe veiligheid

Het station is geen risicovolle inrichting zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Onderzoek naar het aspect externe veiligheid is daarom niet nodig. Volgens de risicokaart16 bevindt zich op circa 900 meter ten noorden van de locatie een ondergrondse gasleiding. Ten westen van het station is een risicovolle inrichting gevestigd, te weten afvalinzameling De Meerlanden. Gezien de afstand van deze inrichting en de gasleiding tot de stationslocatie vormen deze geen belemmering voor de haalbaarheid van het station. Op onderstaande figuur is een uitsnede van de risicokaart opgenomen.

Figuur 5.4: Uitsnede risicokaart in de omgeving van het station (zwarte kader)

Conclusie: er bevinden zich geen risicovolle inrichtingen of assets in de nabijheid van de stationslocatie die de bouw van het station belemmeren. Het station zelf is geen risicovolle inrichting.

5.10 Luchthavenindelingsbesluit Het station ligt circa 1,5 kilometer ten zuiden van één van de start- en landingsbanen van Schiphol. Om de veiligheid van zowel het vliegverkeer als de leefomgeving rondom Schiphol te waarborgen zijn in het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) maximale bouwhoogtes vastgelegd. Op basis van het LIB blijkt dat de maximale bouwhoogte van de locatie tussen 18 en 21 meter ten opzichte van het huidige maaiveldniveau bedraagt. De maximale bouwhoogte van het station is lager dan 18 meter, daarmee zijn er geen belemmeringen op basis van de hoogtebeperkingen uit het LIB. In bijlage 15 is een afbeelding opgenomen met de maximale bouwhoogtes uit het LIB ter hoogte van de stationslocatie. De stationslocatie ligt in gebied waar (maatgevende) toetshoogten voor radarapparatuur zijn vastgesteld. De Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft aan TenneT en Liander bevestigd dat er geen verstoring van de grondradarsystemen (of andere systemen) van LVNL wordt verwacht door de komst van het nieuwe station. Ten aanzien van mogelijke verstoring van boordcommunicatie-apparatuur aan boord van vliegtuigen geven geraadpleegde experts aan TenneT en Liander aan, dat een mogelijke verstoring niet aannemelijk is.

16

www.risicokaart.nl 24

Schiphol heeft aangegeven geen beperkingen ten aanzien van de ligging van de (bebouwing) op het stationsterrein aan de Incheonweg te zien, gebaseerd op het basisontwerp, gerelateerd aan de ligging van de reservering van de parallelle Kaagbaan en de gekoppelde, niet-gereserveerde vliegfunnel, zie afbeelding 5.5. Er gaat een positief advies naar de directie van Schiphol over de mogelijke stationslocatie. Onder voorbehoud van instemming van de directie van Schiphol ontvangt eind maart 2021 de gemeente een bevestiging dat er geen bezwaren zijn vanuit Schiphol.

Figuur 5.5: Stationslocatie met reservering parallelle Kaagbaan en niet-gereserveerde vliegfunnel (bron: Schiphol)

Conclusie: de bouwhoogtes uit het Luchthavenindelingsbesluit vormen geen belemmering voor de bouw van het station. Onder voorbehoud van instemming van de directie van Schiphol ontvangt eind maart 2021 de gemeente een bevestiging dat er geen bezwaren zijn vanuit Schiphol.

5.11 Inpassing De stationslocatie ligt binnen het bedrijventerrein Schiphol Logistics Park (SLP). Voor de ontwikkeling van SLP is in 2015 een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In dit plan staat beschreven waar nieuwe bedrijven voorzien zijn en op welke manier de nodige groenstructuren toegepast worden. De kaders uit het beeldkwaliteitsplan zijn vertaald naar de specifieke functie van het station op deze plek. In een notitie zijn de uitgangspunten opgenomen ten aanzien van een goede landschappelijke inpassing van het station in de omgeving en is benoemd welke beleidskaders van toepassing zijn (bijlage 5). De notitie is ambtelijk akkoord bevonden door de gemeente. De locatie ligt naast het UNESCO monument Stelling van Amsterdam, waar de naastgelegen Geniedijk en het Fort Aalsmeer onderdeel van uitmaken. Het station heeft als nutsvoorziening een bijzondere en afwijkende functie in het gebied. Daarom hebben de netbeheerders in overleg met de gemeente besloten een architect een ontwerp te laten maken voor het station. Een belangrijk aspect van de ontwerpopgave is om de bijzondere functie van het station tot uitdrukking te laten komen, op zodanige wijze dat deze én aansluit bij de uitgangspunten voor de beeldkwaliteit én een functioneel sobere uitstraling krijgt.

Een ander belangrijk aspect is dat de gebouwen een attractief aanzicht krijgen naar de openbare weg en dat een passende uitstraling naar de Stelling van Amsterdam wordt gevonden. Daarbij wordt ook gekeken naar een goede landschappelijke inpassing van het station.

25

In onderstaande figuur is weergegeven hoe het toekomstige station zich landschappelijk verhoudt tot de directe omgeving. De bomenrijen ten zuiden van het station zijn onderdeel van het nog te ontwikkelen Geniepark.

Figuur 5.6: Beoogde inpassing station tussen de Incheonweg en het toekomstige Geniepark

Conclusie: bij het ontwerp van het aanzicht van de gebouwen en terreininrichting van het station wordt rekening gehouden met de inpassing van het station in zijn omgeving. Het Q-team van de gemeente toetst of dit ontwerp voldoet aan het beeldkwaliteitsplan.

5.12 Grondeigendom De grond van de beoogde stationslocatie aan de Incheonweg is in eigendom van de provincie Noord-Holland. TenneT en Liander zijn in gesprek met de provincie over de aankoop van de grond. De partijen hebben overeenstemming over de grondprijs en zijn in gesprek over de uitwerking van een koopovereenkomst met de opschortende voorwaarde dat door de gemeente een definitief locatiebesluit wordt genomen. In onderstaande tabel zijn de aan te kopen kadastrale percelen opgenomen. In bijlage 16 is een kaart opgenomen met de aan te kopen percelen. Tabel 1: Eigendom en andere zakelijk gerechtigden (d.d. 14 december 2020) Perceel HLM03 - AL - 498

Opp. (m2) 27.636

Opp. aan te kopen deel (m2) 24.819

Eigenaar Provincie Noord-Holland

HLM03 - AL - 499

12.534

12.534

Provincie Noord-Holland

HLM03 - AL - 718

24.078

1.648

Provincie Noord-Holland

HLM03 - AL - 936

14.312

1.798

Provincie Noord-Holland

HLM03 - AL - 1093

23.775

1.625

Provincie Noord-Holland

Conclusie: de provincie Noord-Holland is de eigenaar van het perceel en heeft aangegeven het perceel aan TenneT en Liander te willen verkopen. Door een uitgevoerde gezamenlijke en bindende taxatie is de prijs van de grond tussen partijen al overeengekomen. De laatste voorwaarden worden op dit moment afgestemd.

26

6

Omgevingsconsultatie

Communicatie en participatie (tijdens) haalbaarheidsonderzoek locatie Incheonweg In deze paragraaf wordt de communicatie en consultatie voor het haalbaarheidsonderzoek naar de locatie aan de Incheonweg beschreven. De gemeente, TenneT en Liander geven aan wat de inbreng is geweest van bewoners en ondernemers in de buurt van de locatie. Hierbij geven zij ook in rubrieken samenvattend aan welke vragen er allemaal gesteld zijn en wat daar op het antwoord is. Ook wordt er een conclusie gegeven naar aanleiding van deze consultatie. De antwoorden op de vragen zijn in dit document als bijlage opgenomen. Aanpak communicatie De gemeente, TenneT en Liander besteden veel aandacht aan de communicatie over de beoogde locatie van transformatorstation. De aanpak van de communicatie is er op gericht zo open en persoonlijk mogelijk omwonenden en andere belanghebbenden te informeren en, daar waar gewenst, ook het gesprek aan te gaan. De gemeente werkt daarbij nauw samen met de netbeheerders TenneT en Liander, in het bijzonder waar het de technisch-inhoudelijke vragen betreft. Direct belanghebbenden persoonlijk benaderd Het voorlopige locatiebesluit van het college van B&W op 26 november 2020 was het startpunt van het vervolg van de haalbaarheidsstudie en het informeren van de omgeving.

Om te beginnen zijn op 26 november 2020 vertegenwoordigers van de stichting Oude Meer, Rozenburg en Aalsmeerderbrug (ORA), de dorpsraad Rijsenhout, de actiegroep Rijsenhout zegt nee tegen 150kV! en verschillende ondernemers, waaronder De Arendshoeve, Stadsherstel en Boer Bos, telefonisch geïnformeerd over het haalbaarheidsonderzoek naar de locatie aan de Incheonweg. Dat was voorafgaand aan de bekendmaking door het college van B&W over het voorgenomen haalbaarheidsonderzoek op diezelfde dag. Daarnaast zijn via de gemeentelijke contactpersonen luchthaven Schiphol, ontwikkelaar Schiphol Area Development Company (SADC), De Meerlanden en CRASH Luchtoorlog & Verzetsmuseum '40-'45 geïnformeerd. Brieven Op vrijdag 27 november 2020, vóór het persbericht en het persmoment, heeft de gemeente een bewonersbrief verspreid bij 65 adressen in Rozenburg en Aalsmeerderbrug, bij bewoners en bedrijven aan onder meer de Aalsmeerderdijk, Aalsmeerderweg en de Incheonweg. Omwonenden, die niet persoonlijk geïnformeerd zijn, zijn gevraagd direct contact op te nemen met de gemeente, TenneT of Liander bij vragen. In deze brief is een bewonersbijeenkomst in januari aangekondigd. Ook heeft de gemeente gemeld dat dit mogelijk een online bijeenkomst zou worden vanwege de Corona-regels.

Begin januari is een tweede bewonersbrief gestuurd naar dezelfde adressen met een uitnodiging voor de online informatiebijeenkomst op 21 januari 2021. Bij deze brief zat een brochure van TenneT en Liander met een uitleg over het bouwen van een transformatorstation, de haalbaarheidsstudie en het proces. De brochure is opgenomen als bijlage 4. Persbericht / persmoment Na het persoonlijk benaderen van direct belanghebbenden, en nadat er een brief aan omwonenden en aangrenzende bedrijven van de locatie was gestuurd, is een persbericht uitgegaan. Op vrijdag 27 november is er ook een persmoment geweest. Diverse kranten hebben hier een artikel aan gewijd, waaronder Haarlems Dagblad, NH Nieuws en HC nieuws.

27

Online informatiebijeenkomst 21 januari Op 21 januari 2021 is een online informatiebijeenkomst geweest. Deze bijeenkomst was vooral bedoeld om een grote groep te bereiken en te informeren. Een echte live bijeenkomst zat er niet in vanwege Corona. Omwonenden konden zich vooraf aanmelden en vragen doorgeven, maar dat hoefde niet. Behalve per brief werd de bijeenkomst ook bekend gemaakt op de Informeer, de websites van de gemeente, TenneT en Liander. Het bericht is gedeeld door de dorpsraad Rijsenhout in de nieuwsbrief van de dorpsraad, en via social media. De bijeenkomst was een live uitzending, waarbij gemeente en netbeheerders aan tafel geïnterviewd werden door een (externe) gespreksleider. De eerder gestelde vragen van geïnteresseerden stonden hierin centraal. Kijkers / aanwezigen konden via Whatsapp live vragen stellen. Deze werden zoveel als mogelijk behandeld tijdens de bijeenkomst. Er was extra tijd gereserveerd om een half uur langer door te gaan, om extra vragen te beantwoorden. Daar werd gebruik van gemaakt. Op 12 februari zijn alle vragen en antwoorden, na zorgvuldige beantwoording, gepubliceerd op de websites van de drie partijen. De deelnemers die zich hadden aangemeld, hebben ook per mail dit document gekregen. Vragen waar tijdens de bijeenkomst het antwoord niet op kon worden geven, zijn later alsnog beantwoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=6bc210c3-8a89-4251-91e5-ad798795bef2