CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage K_Aanvullend onderzoek kleine marterachtigen

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 20 juli 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIEDEBAT 2 - Heijezaal 19.00 – 20.00 uur: RV Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een zonneakker ten noordoosten van Hoofddorp, achter de Rijnlanderweg 751 t/m 763, gelegen tussen de Kagertocht, de A5 en De Groene Carré Zuid (7895783)2.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORTAGE Aanvullend onderzoek kleine marterachtigen Rijnlanderweg Hoofddorp

Rapportage aanvullend onderzoek kleine marterachtigen Rijnlanderweg, Hoofddorp

Opdrachtgever

Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht

Rapportnummer

15846.002

Versienummer

D3

Status

Eindrapportage

Datum

4 november 2022

Opsteller

De heer ing. R.M. Sanders

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

De heer J.N.C.M. Koumans, MSc

DAAROM ECONSULTANCY KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een onderzoek geldig is voor een periode van 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van het onderzoek opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen .................................. 4

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK .................................................................................................. 5

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 6

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ........................................................................................................................ 7

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING.................................................................................................... 8

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN............................................................................................................. 9

15846.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Bosch & van Rijn opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend onderzoek naar kleine marterachtigen aan de Rijnlanderweg te Hoofddorp. Het onderzoek is op verzoek van de gemeente Haarlemmermeer uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van een zonnepark. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

15846.002 versie D3

1/9

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (± 59 ha) ligt aan de Rijnlanderweg ten oosten van de kern van Hoofddorp. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 109.747, Y = 480.097. In figuur 2-1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2-1. Topografische ligging onderzoekslocatie (rood kader).

De onderzoekslocatie betreft landbouwgrond met op en aan de rand van de onderzoekslocatie een aantal sloten. Aan de zuidwestgrens van de onderzoekslocatie bevindt zich een brede sloot (de Vijfhuizertocht) met aan de overkant daarvan Zonneakker Groene Hoek. Aan de noordwestgrens van de onderzoekslocatie bevindt zich de Kagertocht. Ten westen van de onderzoekslocatie bevindt zich de kern van Hoofddorp. Ten zuidoosten van de onderzoekslocatie bevinden zich een aantal woningen/bedrijven aan de Rijnlanderweg. Ten oosten van de onderzoekslocatie bevindt zich de snelweg A5 en Schiphol en verder is de onderzoekslocatie omgeven door overige landbouwgronden. In figuur 2-2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 2-3 t/m 2-8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek van de quickscan Wet natuurbescherming op 28 april 2021 (rapport 15846.001, d.d. 18 juli 2021).

15846.002 versie D3

2/9

Figuur 2-2. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving (wit kader).

Figuur 2-3. Grasland op de onderzoekslocatie.

Figuur 2-4. Akkerland op de onderzoekslocatie.

Figuur 2-5. Een van de sloten op de onderzoekslocatie.

Figuur 2-6. Zandpad op de onderzoekslocatie met rechts grasland en links akkerland.

Figuur 2-7. Overgang van grasland naar akkerland met op de achtergrond de bebouwing aan de Rijnlanderweg.

Figuur 2-8. Zuidwestgrens van de onderzoekslocatie met de Vijfhuizertocht.

15846.002 versie D3

3/9

2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens op de onderzoekslocatie een zonnepark te realiseren. In figuur 2-9 is een inrichtingsschets van de onderzoekslocatie weergegeven. De zuidwestelijke rand van de onderzoekslocatie wordt landschappelijk ingepast met bloemrijk grasland en struweel. Daarnaast zullen een aantal sloten verbreed worden.

Figuur 2-9. Inrichtingsschets onderzoekslocatie.

15846.002 versie D3

4/9

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Op basis van de quickscan Wet natuurbescherming is het van belang om voor uitvoering van de plannen vast te stellen wat de functie van de onderzoekslocatie is voor de bunzing, hermelijn en wezel en of deze soorten gebruik maken van de onderzoekslocatie middels aanvullend veldonderzoek. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen. Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient de onderzoekslocatie vanaf de start van het broedseizoen broedvogelvrij gehouden te worden. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. In het kader van de zorgplicht dienen werkzaamheden aan de sloten (zoals het verbreden van de sloten) buiten de gevoelige voortplantingsperiode van algemene amfibieën en vissen (februari - augustus) en buiten vorstperioden uitgevoerd te worden.

Met betrekking tot Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden worden bij de voorgenomen werkzaamheden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen herontwikkeling op de onderzoekslocatie.

15846.002 versie D3

5/9

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Om te bepalen of de bunzing, hermelijn en/of wezel gebruik maken van de onderzoekslocatie is conform de handreiking Wezel, Hermelijn en Bunzing beschermd in Noord-Holland in de periode mei tot en met augustus vier weken onderzoek uitgevoerd. Hiervoor zijn drie wildcamera’s ingezet voor de bunzing en drie mostela’s voor de hermelijn en de wezel. Tijdens het eerste veldbezoek op 2 augustus 2022 zijn de wildcamera’s en mostela’s geplaatst. Bij het plaatsen van de vallen is gelet op de geschiktheid van de locatie voor de mogelijk aanwezige marters. In figuur 4-1 zijn de locaties van de geplaatste wildcamera’s en mostela’s weergegeven. Na twee weken, op 16 augustus 2022, zijn de camera’s gecontroleerd. De camera’s zijn op 31 augustus 2022 opgehaald tijdens een derde veldbezoek.

Figuur 4-1 Locaties wildcamera’s (blauwe stippen) en mostela’s (rode stippen).

15846.002 versie D3

6/9

5

ONDERZOEKSRESULTATEN

Op de beelden van de camera’s van de mostela’s is op 26 augustus 2022 eenmalig de wezel waargenomen. De wezel werd waargenomen met de camera van mostela 2 zoals aangegeven in figuur 4-1. De bunzing en de hermelijn zijn niet waargenomen. Verder zijn waarnemingen gedaan van rat, egel, haas, vos, torenvalk en algemene broedvogels, muizen en insecten.

15846.002 versie D3

7/9

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

Beschermingsregime De bunzing, hermelijn en wezel zijn nationaal beschermd via de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat deze soorten beschermd zijn tegen opzettelijk doden en vangen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- en rustplaatsen. Functie van de onderzoekslocatie voor de bunzing, hermelijn en wezel De bunzing en hermelijn zijn zowel met de losse wildcamera’s als met de camera’s van de mostela’s niet waargenomen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de onderzoekslocatie geen deel uitmaakt van het vaste territorium van deze soorten. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soorten is niet aan de orde en er hoeven geen mitigerende maatregelen getroffen te worden. De wezel is slechts eenmalig waargenomen met de camera’s op de onderzoekslocatie. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een vast verblijfgebied van de wezel. Door het nemen van maatregelen, vastgelegd in een ecologisch werkprotocol, kan overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen worden. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de wezel is in dat geval niet aan de orde. In de voorschriften van de omgevingsvergunning kan opgenomen worden dat gewerkt dient te worden conform de maatregelen in het ecologisch werkprotocol.

15846.002 versie D3

8/9

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van Bosch & van Rijn een aanvullend onderzoek naar kleine marterachtigen uitgevoerd aan de Rijnlanderweg te Hoofddorp. Het onderzoek is op verzoek van de gemeente Haarlemmermeer uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van een zonnepark. Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens op de onderzoekslocatie een zonnepark te realiseren. De zuidwestelijke rand van de onderzoekslocatie wordt landschappelijk ingepast met bloemrijk grasland en struweel. Daarnaast zullen een aantal sloten verbreed worden. Functie van de onderzoekslocatie voor de bunzing, hermelijn en wezel De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het vaste territorium van de bunzing en de hermelijn. Er is eenmalig een individu van de wezel waargenomen op de onderzoekslocatie. Er is geen sprake van een vast verblijfgebied van de wezel. Conclusie Een ontheffing van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de bunzing en hermelijn is niet aan de orde en er hoeven voor deze soorten geen mitigerende maatregelen getroffen te worden. Door het nemen van maatregelen, vastgelegd in een ecologisch werkprotocol, kan overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de wezel voorkomen worden. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de wezel is in dat geval niet aan de orde.

In de voorschriften van de omgevingsvergunning kan opgenomen worden dat gewerkt dient te worden conform de maatregelen in het ecologisch werkprotocol.

Econsultancy 4 november 2022

15846.002 versie D3

9/9

GERAADPLEEGDE BRONNEN Provincie Noord-Holland (z.d.), Wezel, Hermelijn en Bunzing beschermd in Noord-Holland. Sanders, R.M. 2021 Rapportage quickscan Wet natuurbescherming; Rijnlanderweg te Hoofddorp. Econsultancy, 15846.001, d.d. 18 juli 2021

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.

Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd.

Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=1cf1d71f-3823-489f-a4ce-6ea25f0109bb