CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage G_Opbarstberekening

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 20 juli 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIEDEBAT 2 - Heijezaal 19.00 – 20.00 uur: RV Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een zonneakker ten noordoosten van Hoofddorp, achter de Rijnlanderweg 751 t/m 763, gelegen tussen de Kagertocht, de A5 en De Groene Carré Zuid (7895783)4.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

memonummer datum aan van gecontroleerd vrijgave

472423.100 Opbarstberekeningen Zonnepark Haarlemmermeer 29 juli 2021 K. van Dijk Vattenfall Duurzame Energie N.V. V. Verdonk Antea Group M. Stark Antea Group P. Leemans Antea Group E. Matla Antea Group

project projectnr. betreft

Zonnepark Haarlemmermeer 0472423.100 Opbarstberekeningen watergangen

1

Algemeen

Vattenfall en gemeente Haarlemmermeer zijn voornemens een zonnepark te realiseren in de Haarlemmermeerpolder ten noorden van de kern Hoofddorp zoals weergegeven in figuur 1-1. Voorgenomen is om de watergangen aan de zuidwestzijde en noordoostzijde te verbreden van ca. 2 m naar 4 m en om de watergangen te voorzien van rietoevers. De waterdiepte wordt daarbij vergroot van 0,1 m naar 0,25 m.

figuur 1-1: Projectlocatie zonneakker hoofddorp A5 in wit gestippeld, te verbreden watergangen met blauwe lijnen

1.1

Doel

Door het vergraven van de deklaag neemt de neerwaartse druk af en bestaat het gevaar dat bij gelijkblijvende opwaartse druk de waterbodem gaat opbarsten. Een opbarstberekening moet worden uitgevoerd om aan te tonen of opbarsten plaatsvindt. In een tijdelijke situatie is er ook een retourbemaling in deze omgeving, waardoor de stijghoogte in het watervoerende pakket tijdelijk hoger ligt. In deze memo worden meerdere opbarstberekeningen uitgevoerd waarna wordt ingegaan op de haalbaarheid van de voorgenomen graafwerkzaamheden. Hierbij wordt rekening gehouden met de aangereikte uitgangspunten van het hoogheemraadschap van Rijnland:

blad 1 van 7

memonummer: 472423.100 Opbarstberekeningen Zonnepark Haarlemmermeer betreft: Opbarstberekeningen watergangen

 

1.2

Bij de berekening moet rekening worden gehouden met bronbemaling/infiltratie van project Hydepark. De waterdiepte van de te verbreden sloten is momenteel 0,1 meter diep, na verbreding moet de sloot een diepte van minimaal 0,25 m bedragen.

Raakvlakdocumenten voor deze memo

Deze memo sluit aan bij andere documentatie rondom dit project. Dit zijn:  Landschappelijke inpassing (2021), Zonnepark Hoofddorp A5; Referentie: IND-0467135-02, 15-06-2021, CB5.  CRUX Engineering (2020), Bemalingsadvies Hyde Park, Referentie: versie 2.  NEN (2017), Geotechnisch Ontwerp van constructies- deel 1: Algemene regels, Referentie: NEN 9997-1+C2.  TAW (1999), Technisch Rapport Zandmeevoerende Wellen. Hiernaast is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:  Legger Hoogheemraadschap van Rijnland  Dinoloket

2

Uitgangspunten

In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten voor de opbarstberekeningen vermeld.

2.1

Algemene Uitgangspunten

Het uitgangspunt van de berekeningen is dat de sloot een breedte heeft van 4 m zoals voorgenomen in het landschappelijke inpassingsdocument. Getoetst wordt of er sprake is van een aanvaardbaar opbarstrisico bij een waterdiepte van 0,25 m. Indien de bodem bij deze waterdiepte niet opbarst is bepaald bij welke dieper gelegen waterdiepte dit risico optreedt.

2.2

Geometrie

Door de opdrachtgever is een profiel aangeleverd waarin de beoogde situatie is weergegeven voor zowel de noordoost- als zuidwestzijde (zie figuur 2-1). De maaiveldhoogte op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3) varieert tussen de NAP –4,4 m en de NAP –4,8 m. De maximale ontgraving vindt plaats ter plekke van de oude watergangen waar een waterdiepte van 25 cm wordt gerealiseerd, hier wordt ontgraven van NAP –6,12 m tot een diepte van NAP –6,27 m. Uit de legger van het hoogheemraadschap van Rijnland en de aangeleverde profielgegevens zijn de breedte van de slootbodem, de taludhelling en het bodemniveau afgeleid voor de geometrie van de watergang, deze zijn opgenomen in tabel 2-1. Tabel 2-1: De slootbodem, taludhelling, bodemniveau en het waterpeil in de sloot Breedte slootbodem

Talud

Bodemniveau huidig

m 4

blad 2 van 7

Bodemniveau beoogd

winterpeil

m NAP 1:1

–6,12

–6,27

–6,02

memonummer: 472423.100 Opbarstberekeningen Zonnepark Haarlemmermeer betreft: Opbarstberekeningen watergangen

figuur 2-1: Beoogd slootprofiel na verbreding en aanleg rietoever

2.3

Grondwaterstanden

2.3.1

Bodemkaart van Nederland

De bodem ter plaatse van het werkgebied bestaat uit kalkrijke poldervaaggronden van lichte zavel en klei. Op basis van de grondwatertrappenkaart is de noordelijke sloot gelegen in grondwatertrap ‘VI’. Hier is de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) tussen de 0,4 en 0,8 m -mv. en de Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) meer dan 1,2 m -mv. Voor de zuidelijke sloot is een grondwatertrap ‘VII’ vastgesteld, hier is een GHG gedefinieerd tussen de 0,8 en 1,2 m -mv. Hierbij moet worden opgemerkt dat de bodemkaart gedateerd is en dat in de huidige situatie de grondwaterstanden anders kunnen zijn.

2.3.2

DINOloket

Voor deze opbarstberekening zijn de beschikbare boringen en peilbuizen uit Dinoloket geraadpleegd om een analyse te doen van de bodemopbouw en de stijghoogten. Rond de tracédelen staan enkele peilbuizen. De extreme grondwaterstanden zijn samengevat in tabel 2-2. Tabel 2-2: Gemeten grondwaterstanden in de omgeving van het plangebied Peilbuis

Filterdiepte

Maaiveld

m- mv. B25D0594001

–7,6 – –8,6

GLG

GHG

m NAP –4,0

–6,0

–4,9

–5,5

–4,6

–4,1 B25D0594002

–21,6 – –22,6

–4,0 –4,1

B25C0430001

–5,9 – –6,4

–4,4

–5,9

–5,4

B25C0293001

–6,0 – –7,0

–4,2

–5,9

–5,4

–6,0

–5,7

–6,0

–5,5

–4,3 B25C0293002

–33,2 – –34,2

–4,2 –4,3

B25C0293003

–58,2 – –59,2

–4,2 –4,3

blad 3 van 7

memonummer: 472423.100 Opbarstberekeningen Zonnepark Haarlemmermeer betreft: Opbarstberekeningen watergangen

Voor het watervoerende pakket kan dus op de locatie een maatgevende GHG van NAP -4.9 m worden aangehouden. Bemaling Hyde Park Voor de bemaling en retournering in het watervoerend pakket vanuit het nabijgelegen Hyde Park is in het beschikbaar gestelde bemalingsplan een invloedsgebied bepaald. De verlaging en verhoging van de stijghoogte gedurende de werkzaamheden ter plekke van het zonnepark zijn weergegeven in figuur 2-2. Hierbij zijn de westelijke lijnen verlagingslijnen door de bemaling. De oostelijke lijnen zijn verhogingen door de retournering van het bemalingswater. In verschillende fasen (september 2020 t/m december 2024) zijn verschillende verhogingslijnen van toepassing. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden neemt de stijghoogte maximaal met circa 0,5 meter toe bij de zuidwestelijke watergang. Bij de noordoostelijke watergang is de verhoging van de stijghoogte veel kleiner, tussen 0,10 à 0,25 m (afhankelijk van de fase).

figuur 2-2: Verlagingen en verhogingen als gevolg van de bemaling en retourneren in het watervoerend pakket (bron: CRUX Engineering, 2020)

Als maatgevend is een ‘worst case’ verhoging van de stijghoogte van 0,8 m gehanteerd. Conclusie grondwaterstanden Meetpunten met peilbuizen geven een aanwijzing van de waargenomen grondwaterstand met de verwachte fluctuatie. Op basis van de afgeleide grondwaterstanden en de werkzaamheden bij het nabijgelegen Hyde Park zijn de volgende waarden voor deze rapportage afgeleid:  GHG : NAP –4,1 m (worst case met retourbemaling) : NAP –4,9 m (normale situatie)  GLG : NAP –6,0 m

blad 4 van 7

memonummer: 472423.100 Opbarstberekeningen Zonnepark Haarlemmermeer betreft: Opbarstberekeningen watergangen

2.4

Bodemopbouw en (geo)hydrologie

2.4.1

Regionale bodemopbouw op basis van REGIS II (TNO)

De diepere bodemopbouw is in figuur 2-3 weergegeven als hydrogeologisch profiel volgens REGIS II v2.2. In dit profiel zijn de lagen aangeduid als de stratigrafische eenheid waartoe zij behoren en de aard van de afzettingen waaruit zij bestaan. Voor de bovenste holocene deklaag zijn in REGIS geen parameterwaarden (c-waarden, k-waarden, k0-waarden) aanwezig. Voor de verschillende zandige formaties zijn in REGIS kh-waarden en k0-waarden opgenomen. Voor de kleiige formaties zijn kv-waaarden en c-waarden vermeld.

Figuur 2-3: Geohydrologische bodemopbouw (bron: REGIS II)

In figuur 2-3 is te zien dat vanaf het maaiveld tot en met NAP –11 m tot NAP –13 m een holocene deklaag aanwezig is. Voor deze deklaag zijn geen doorlatendheden bekend zijn i.v.m. de afwisseling tussen zand-, klei- en veenlagen. De diepere ondergrond ter plaatse van de werklocatie bestaat uit zandlagen van de formaties Boxtel tot circa NAP –21 m en Kreftenheye tot circa NAP –24 m. Hieronder volgt een gestuwde afzetting tot circa NAP –54 m. Op basis van de regionale beschrijving van de bodemopbouw heeft de holocene deklaag een dikte van circa 4,7 m onder het beoogde slootpeil (NAP –6,27 m).

2.4.2

DINOloket

Om een beeld te krijgen van de diepere bodemopbouw is een maatgevende grondboring B25C0316 en een viertal sonderingen (CPT62869, CPT62870, CPT64468 en CPT64469) van het DINOloket geraadpleegd. Voor de opbarstberekeningen is uitgegaan van een volumegewicht van de deklaag voor veen van 12 kN/m3 en klei 17 kN/m3. Voor de grondlagen aan weerszijden van de sloot boven de ontgraving is als conservatieve benadering veen beschouwd conform grondboring B25C0316. Grondlagen zijn beschouwd tot het eerste watervoerende pakket en opgenomen in bijlage 1.

blad 5 van 7

memonummer: 472423.100 Opbarstberekeningen Zonnepark Haarlemmermeer betreft: Opbarstberekeningen watergangen

3

Opbarstberekeningen

3.1

Berekeningsmethode

Gekozen is om de opbarstveiligheden te bepalen volgens de methode NEN 9997-1 met een belastingfactor G;stb = 0,90 conform Tabel A.15 NEN-EN 9997-1. Hierdoor is het de invloed van de sloottaluds relatief eenvoudig te bepalen. In de volgende paragraaf wordt deze methode kort beschreven.

3.1.1

NEN 9997-1

In de NEN 9997-1 wordt in hoofdstuk 10 een methode beschreven voor het ontwerpen van veilige bouwputten tegen opbarsten. Bij sloten met beperkte bodembreedte (zie figuur 3-1) dragen de grondlagen aan weerszijden van de sloot bij tot een extra neerwaartse druk. Dit heeft een gunstig effect ten aanzien van de veiligheid tegen opbarstgevaar. De extra verticale tegendruk kan worden berekend met de theorie van Boussinesq of met de volgende formule: uz;d  2;d * d2;d + f * 1;d * d1;d

figuur 3-1: Opbarsten van de bodem van een sloot volgens NEN 9997-2016

Waarbij: uz;d is de rekenwaarde van de grondwaterdruk in de te bemalen watervoerende laag juist onder de afsluitende laag op diepte z beneden de slootbodem d is de laagdikte 1;d is de rekenwaarde van het volumegewicht van de grond van laag d1, 2;d is de rekenwaarde van het volumegewicht van de grond van laag d2, f factor a is de breedte van de helling b is de halve breedte van de bodem

blad 6 van 7

[kN/m²] [m] [kN/m³] [kN/m³] [-] [m] [m]

memonummer: 472423.100 Opbarstberekeningen Zonnepark Haarlemmermeer betreft: Opbarstberekeningen watergangen

3.2

Analyse opbarsten

Conform NEN-EN 9997-1 is een opbarstberekening uitgevoerd. Het gevaar van opbarsten wordt uitgedrukt in een veiligheidsfactor. Dit is de verhouding tussen de neerwaartse en opwaartse krachten. Bij een veiligheidsfactor groter dan 1 barst de waterbodem niet op. De berekende veiligheidscoëfficiënt, waarbij rekening is gehouden met de bijdrage van het talud en de neerwaartse waterdruk, is weergegeven in Tabel 3-1. Zowel de opwaartse waterdruk als de neerwaartse grondspanningen samen met de waterdruk op ontgravingsniveau zijn hierbij per locatie weergegeven. In bijlage 1 zijn voor alle vijf de beschouwde locaties, zoals genoemd in paragraaf 2.4.2, de berekeningen opgenomen. Tabel 3-1: Gemeten grondwaterstanden inclusief bronbemaling/infiltratie van project Hydepark bij een stijghoogte van NAP -4,1 m Boring/sondering

Opwaartse waterdruk

Gewicht deklaag en waterdruk

Veiligheid incl. talud

Maximale ontgraving

kN/m2

kN/m2

B25C0316

72

81

1,13

–6,8

CPT62869

76

84

1,10

–6.7

CPT62870

73

80

1,09

–6.6

CPT64468

74

84

1,13

–6,8

CPT64469

73

81

1,11

–6,7

m NAP

Bij een ontgraving tot NAP –6,27 m is de neerwaartse druk (ca. 82 kN/m2) groter dan de opwaartse druk (ca. 73 kN/m2) vanuit het watervoerend pakket. Er is hierdoor geen risico op opbarsten. Ter indicatie is bepaald bij welke dieper gelegen waterdiepte risico van opbarsten optreedt. De aanvullende neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau is hierbij niet beschouwd. Resultaten tonen aan dat risico op opbarsten optreedt bij een ontgraving tot NAP –6,6 m. Dit is ruim 0,3 m dieper dan de voorgenomen ontgravingsdiepte. Deze resultaten zijn bij de situatie inclusief retourbemaling van Hyde Park. In de normale situatie ligt de stijghoogte in het watervoerende pakket lager. De veiligheid tegen opbarsten is in de normale situatie dus groter.

4

Conclusie

De opbarstberekeningen zijn uitgevoerd voor de situatie waarbij de stijghoogte als gevolg van de (tijdelijke) retourbemaling van het project Hyde Park) met 0,8 m is verhoogd tot NAP -4,1 m. Verder is uitgegaan van een volumegewicht van de deklaag voor veen van 12 kN/m3 en klei 17 kN/m3, en een toekomstig waterpeil van NAP -6,02 m, In deze (worst case) situatie bedraagt de veiligheid tegen opbarsten minimaal 1,09. Dit is groter dan de vereiste factor van 1,0. In de situatie zonder retourbemaling is de veiligheid tegen opbarsten groter. Geconcludeerd wordt dat op basis van de bekende gegevens de waterbodem niet opbarst als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden.

blad 7 van 7

Blad: 1

Datum:

Juli. 2021

Projectnr. 0472423.100

Opsteller:

Verdonk

Titel: Zonnepark Haarlemmermeer

Revisie:

Toetsing opbarsten bouwputbodem conform Eurocode 7 (NEN-EN 9997-1), par. 10.2 Algemene invoer Maaiveldniveau

-4.80

[m NAP]

Ontgravingsniveau

-6.27

[m NAP]

Niveau bovenkant 1e watervoerende grondlaag

-11.30

[m NAP]

Stijghoogte in 1e watervoerende grondlaag

-4.10

[m NAP]

= Hd

Grondwaterstand boven ontgravingsniveau?

Ja

->

-6.02

Volumieke gewicht grondwater

10.00

[kN/m3]

= gw

Partiële factoren voor belastingen

0.9

[-]

= gG;stb Conform Tabel A.15 NEN-EN 9997-1

1.0

[-]

= gG;dst

Van

Tot

d1;i;d

g1;i

g1;i;d

u1

s'v1;d

[m NAP] [m NAP]

[m]

[kN/m³]

[kN/m³]

[kN/m²]

[kN/m²]

[kN/m²]

-4.80

1.47

12.00

[m NAP]

𝒊=𝐧

Grondlagen d1

෍ 𝛄𝟏;𝒊;𝐝 ∙ 𝐝𝟏;𝒊;𝐝 (= 𝛔𝐯𝟏;𝐝 ) 𝒊=𝟏

veen

10.80

15.88

2.50

13.38

-6.27

-6.27

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

15.9 kN/m²

2.5 kN/m²

13.4 kN/m²

Totalen 1.47 m 𝐣=𝐧

d2;j;d

g2;j

g2;j;d

[m NAP] [m NAP]

[m]

[kN/m³]

[kN/m³]

veen

-6.27

-6.40

0.13

12.00

10.80

1.40

klei

-6.40

-11.30

4.90

17.00

15.30

76.37 -

Grondlagen d2

Van

Tot

෍ 𝛄𝟐;𝐣;𝐝 ∙ 𝐝𝟐;𝐣;𝐝 (= 𝛔𝐯𝟐;𝐝 ) 𝐣=𝟏

-11.30

-

-

-

-

-

[kN/m²]

-

Totalen 5.03 m

76.4 kN/m²

uz;d = hd ∙ gw (= opwaartse waterdruk in 1e wvp)

72.0 kN/m²

Conform NEN 9997:2012, figuur 10.b - Opbarsten van de bodem van een bouwput

Exclusief bijdrage van gewicht talud Controle uz;d ≤ (g2;d ∙ d2;d) Veiligheidscoëfficient: (g2;d∙d2;d)/uz;d=

76.4/72.0 =

1.06

[-]

= neerwaartse grondspanning t.g.v. op te barsten laag d2 / opwaartse waterdruk

(g2;d∙d2;d+u1;d)/uz;d=

(76.4+0.9*2.5)/72.0 =

1.09

[-]

= (idem + neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau) / opwaartse waterdruk

Inclusief bijdrage van gewicht talud Controle uz;d ≤ (g2;d ∙ d2;d + f ∙ g1;d ∙ d1;d) Bepaling van invloedsfactor f Vorm ontgraving

Strook

b (= halve breedte bouwput)

4.00

[m]

𝑓𝑠𝑡𝑟𝑜𝑜𝑘 = ∙ ൬1 + ൰ 𝑎𝑟𝑐𝑡𝑎𝑛 ൬

i (= taludhelling X/1) (V:H)

1.00

[-]

𝑓𝑣𝑖𝑒𝑟𝑘𝑎𝑛𝑡 =

a (= breedte taludhelling)

1.47

[m]

2 𝜋

𝑏 𝑎 𝑑2 3

3 (𝑎+2∙𝑏)2 2 𝑑2 2 + 𝜋

𝑑2 𝑏 𝑑 ൰ − 𝑎𝑟𝑐𝑡𝑎𝑛 ൬ 2 ൰ 𝑎+𝑏 𝑎 𝑏

=

=

0.20

[-]

-

[-]

Veiligheidscoëfficient: (g2;d∙d2;d+f∙g1;d∙d1;d)/uz;d=

(76.4+0.20*15.9)/72.0=

1.11

[-]

= neerwaartse grondspanning t.g.v. lagen d2 en d1 / opwaartse waterdruk

(g2;d∙d2;d+f∙g'1;d∙d1;d+u1;d)/uz;d)=

(76.4+0.20*13.4+0.9*2.5)/72.0=

1.13

[-]

= (idem + neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau) / opwaartse waterdruk

Neerwaartse grondspanning en waterdruk

81.353 [kN/m2]

Blad: 2

Datum:

Juli. 2021

Projectnr. 0472423.100

Opsteller:

Verdonk

Titel: Zonnepark Haarlemmermeer

Revisie:

Toetsing opbarsten bouwputbodem conform Eurocode 7 (NEN-EN 9997-1), par. 10.2 Algemene invoer Maaiveldniveau

-4.80

[m NAP]

Ontgravingsniveau

-6.27

[m NAP]

Niveau bovenkant 1e watervoerende grondlaag

-11.70

[m NAP]

Stijghoogte in 1e watervoerende grondlaag

-4.10

[m NAP]

= Hd

Grondwaterstand boven ontgravingsniveau?

Ja

->

-6.02

Volumieke gewicht grondwater

10.00

[kN/m3]

= gw

Partiële factoren voor belastingen

0.9

[-]

= gG;stb Conform Tabel A.15 NEN-EN 9997-1

1.0

[-]

= gG;dst

Van

Tot

d1;i;d

g1;i

g1;i;d

u1

s'v1;d

[m NAP] [m NAP]

[m]

[kN/m³]

[kN/m³]

[kN/m²]

[kN/m²]

[kN/m²]

-4.80

1.47

12.00

[m NAP]

𝒊=𝐧

Grondlagen d1

෍ 𝛄𝟏;𝒊;𝐝 ∙ 𝐝𝟏;𝒊;𝐝 (= 𝛔𝐯𝟏;𝐝 ) 𝒊=𝟏

veen

10.80

15.88

2.50

13.38

-6.27

-6.27

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

15.9 kN/m²

2.5 kN/m²

13.4 kN/m²

Totalen 1.47 m 𝐣=𝐧

d2;j;d

g2;j

g2;j;d

[m NAP] [m NAP]

[m]

[kN/m³]

[kN/m³]

[kN/m²]

klei

-6.27

-10.70

4.43

17.00

15.30

67.78

veen

-10.70

-11.70

1.00

12.00

10.80

78.58 -

Grondlagen d2

Van

Tot

෍ 𝛄𝟐;𝐣;𝐝 ∙ 𝐝𝟐;𝐣;𝐝 (= 𝛔𝐯𝟐;𝐝 ) 𝐣=𝟏

-11.70

-

-

-

-

-

-

Totalen 5.43 m

78.6 kN/m²

uz;d = hd ∙ gw (= opwaartse waterdruk in 1e wvp)

76.0 kN/m²

Conform NEN 9997:2012, figuur 10.b - Opbarsten van de bodem van een bouwput

Exclusief bijdrage van gewicht talud Controle uz;d ≤ (g2;d ∙ d2;d) Veiligheidscoëfficient: (g2;d∙d2;d)/uz;d=

78.6/76.0 =

1.03

[-]

= neerwaartse grondspanning t.g.v. op te barsten laag d2 / opwaartse waterdruk

(g2;d∙d2;d+u1;d)/uz;d=

(78.6+0.9*2.5)/76.0 =

1.06

[-]

= (idem + neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau) / opwaartse waterdruk

Inclusief bijdrage van gewicht talud Controle uz;d ≤ (g2;d ∙ d2;d + f ∙ g1;d ∙ d1;d) Bepaling van invloedsfactor f Vorm ontgraving

Strook

b (= halve breedte bouwput)

4.00

[m]

𝑓𝑠𝑡𝑟𝑜𝑜𝑘 = ∙ ൬1 + ൰ 𝑎𝑟𝑐𝑡𝑎𝑛 ൬

i (= taludhelling X/1) (V:H)

1.00

[-]

𝑓𝑣𝑖𝑒𝑟𝑘𝑎𝑛𝑡 =

a (= breedte taludhelling)

1.47

[m]

2 𝜋

𝑏 𝑎 𝑑2 3

3 (𝑎+2∙𝑏)2 2 𝑑2 2 + 𝜋

𝑑2 𝑏 𝑑 ൰ − 𝑎𝑟𝑐𝑡𝑎𝑛 ൬ 2 ൰ 𝑎+𝑏 𝑎 𝑏

=

=

0.23

[-]

-

[-]

Veiligheidscoëfficient: (g2;d∙d2;d+f∙g1;d∙d1;d)/uz;d=

(78.6+0.23*15.9)/76.0=

1.08

[-]

= neerwaartse grondspanning t.g.v. lagen d2 en d1 / opwaartse waterdruk

(g2;d∙d2;d+f∙g'1;d∙d1;d+u1;d)/uz;d)=

(78.6+0.23*13.4+0.9*2.5)/76.0=

1.10

[-]

= (idem + neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau) / opwaartse waterdruk

Neerwaartse grondspanning en waterdruk

83.914 [kN/m2]

Blad: 3

Datum:

Juli. 2021

Projectnr. 0472423.100

Opsteller:

Verdonk

Titel: Zonnepark Haarlemmermeer

Revisie:

Toetsing opbarsten bouwputbodem conform Eurocode 7 (NEN-EN 9997-1), par. 10.2 Algemene invoer Maaiveldniveau

-4.80

[m NAP]

Ontgravingsniveau

-6.27

[m NAP]

Niveau bovenkant 1e watervoerende grondlaag

-11.40

[m NAP]

Stijghoogte in 1e watervoerende grondlaag

-4.10

[m NAP]

= Hd

Grondwaterstand boven ontgravingsniveau?

Ja

->

-6.02

Volumieke gewicht grondwater

10.00

[kN/m3]

= gw

Partiële factoren voor belastingen

0.9

[-]

= gG;stb Conform Tabel A.15 NEN-EN 9997-1

1.0

[-]

= gG;dst

Van

Tot

d1;i;d

g1;i

g1;i;d

u1

s'v1;d

[m NAP] [m NAP]

[m]

[kN/m³]

[kN/m³]

[kN/m²]

[kN/m²]

[kN/m²]

-4.80

1.47

12.00

[m NAP]

𝒊=𝐧

Grondlagen d1

෍ 𝛄𝟏;𝒊;𝐝 ∙ 𝐝𝟏;𝒊;𝐝 (= 𝛔𝐯𝟏;𝐝 ) 𝒊=𝟏

veen

10.80

15.88

2.50

13.38

-6.27

-6.27

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

15.9 kN/m²

2.5 kN/m²

13.4 kN/m²

Totalen 1.47 m 𝐣=𝐧

d2;j;d

g2;j

g2;j;d

[m NAP] [m NAP]

[m]

[kN/m³]

[kN/m³]

[kN/m²]

klei

-6.27

-10.50

4.23

17.00

15.30

64.72

veen

-10.50

-11.40

0.90

12.00

10.80

74.44 -

Grondlagen d2

Van

Tot

෍ 𝛄𝟐;𝐣;𝐝 ∙ 𝐝𝟐;𝐣;𝐝 (= 𝛔𝐯𝟐;𝐝 ) 𝐣=𝟏

-11.40

-

-

-

-

-

-

Totalen 5.13 m

74.4 kN/m²

uz;d = hd ∙ gw (= opwaartse waterdruk in 1e wvp)

73.0 kN/m²

Conform NEN 9997:2012, figuur 10.b - Opbarsten van de bodem van een bouwput

Exclusief bijdrage van gewicht talud Controle uz;d ≤ (g2;d ∙ d2;d) Veiligheidscoëfficient: (g2;d∙d2;d)/uz;d=

74.4/73.0 =

1.02

[-]

= neerwaartse grondspanning t.g.v. op te barsten laag d2 / opwaartse waterdruk

(g2;d∙d2;d+u1;d)/uz;d=

(74.4+0.9*2.5)/73.0 =

1.05

[-]

= (idem + neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau) / opwaartse waterdruk

Inclusief bijdrage van gewicht talud Controle uz;d ≤ (g2;d ∙ d2;d + f ∙ g1;d ∙ d1;d) Bepaling van invloedsfactor f Vorm ontgraving

Strook

b (= halve breedte bouwput)

4.00

[m]

𝑓𝑠𝑡𝑟𝑜𝑜𝑘 = ∙ ൬1 + ൰ 𝑎𝑟𝑐𝑡𝑎𝑛 ൬

i (= taludhelling X/1) (V:H)

1.00

[-]

𝑓𝑣𝑖𝑒𝑟𝑘𝑎𝑛𝑡 =

a (= breedte taludhelling)

1.47

[m]

2 𝜋

𝑏 𝑎 𝑑2 3

3 (𝑎+2∙𝑏)2 2 𝑑2 2 + 𝜋

𝑑2 𝑏 𝑑 ൰ − 𝑎𝑟𝑐𝑡𝑎𝑛 ൬ 2 ൰ 𝑎+𝑏 𝑎 𝑏

=

=

0.21

[-]

-

[-]

Veiligheidscoëfficient: (g2;d∙d2;d+f∙g1;d∙d1;d)/uz;d=

(74.4+0.21*15.9)/73.0=

1.07

[-]

= neerwaartse grondspanning t.g.v. lagen d2 en d1 / opwaartse waterdruk

(g2;d∙d2;d+f∙g'1;d∙d1;d+u1;d)/uz;d)=

(74.4+0.21*13.4+0.9*2.5)/73.0=

1.09

[-]

= (idem + neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau) / opwaartse waterdruk

Neerwaartse grondspanning en waterdruk

79.508 [kN/m2]

Blad: 4

Datum:

Juli. 2021

Projectnr. 0472423.100

Opsteller:

Verdonk

Titel: Zonnepark Haarlemmermeer

Revisie:

Toetsing opbarsten bouwputbodem conform Eurocode 7 (NEN-EN 9997-1), par. 10.2 Algemene invoer Maaiveldniveau

-4.80

[m NAP]

Ontgravingsniveau

-6.27

[m NAP]

Niveau bovenkant 1e watervoerende grondlaag

-11.50

[m NAP]

Stijghoogte in 1e watervoerende grondlaag

-4.10

[m NAP]

= Hd

Grondwaterstand boven ontgravingsniveau?

Ja

->

-6.02

Volumieke gewicht grondwater

10.00

[kN/m3]

= gw

Partiële factoren voor belastingen

0.9

[-]

= gG;stb Conform Tabel A.15 NEN-EN 9997-1

1.0

[-]

= gG;dst

Van

Tot

d1;i;d

g1;i

g1;i;d

u1

s'v1;d

[m NAP] [m NAP]

[m]

[kN/m³]

[kN/m³]

[kN/m²]

[kN/m²]

[kN/m²]

-4.80

1.47

12.00

[m NAP]

𝒊=𝐧

Grondlagen d1

෍ 𝛄𝟏;𝒊;𝐝 ∙ 𝐝𝟏;𝒊;𝐝 (= 𝛔𝐯𝟏;𝐝 ) 𝒊=𝟏

veen

10.80

15.88

2.50

13.38

-6.27

-6.27

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

15.9 kN/m²

2.5 kN/m²

13.4 kN/m²

Totalen 1.47 m 𝐣=𝐧

d2;j;d

g2;j

g2;j;d

[m NAP] [m NAP]

[m]

[kN/m³]

[kN/m³]

[kN/m²]

klei

-6.27

-11.20

4.93

17.00

15.30

75.43

veen

-11.20

-11.50

0.30

12.00

10.80

78.67 -

Grondlagen d2

Van

Tot

෍ 𝛄𝟐;𝐣;𝐝 ∙ 𝐝𝟐;𝐣;𝐝 (= 𝛔𝐯𝟐;𝐝 ) 𝐣=𝟏

-11.50

-

-

-

-

-

-

Totalen 5.23 m

78.7 kN/m²

uz;d = hd ∙ gw (= opwaartse waterdruk in 1e wvp)

74.0 kN/m²

Conform NEN 9997:2012, figuur 10.b - Opbarsten van de bodem van een bouwput

Exclusief bijdrage van gewicht talud Controle uz;d ≤ (g2;d ∙ d2;d) Veiligheidscoëfficient: (g2;d∙d2;d)/uz;d=

78.7/74.0 =

1.06

[-]

= neerwaartse grondspanning t.g.v. op te barsten laag d2 / opwaartse waterdruk

(g2;d∙d2;d+u1;d)/uz;d=

(78.7+0.9*2.5)/74.0 =

1.09

[-]

= (idem + neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau) / opwaartse waterdruk

Inclusief bijdrage van gewicht talud Controle uz;d ≤ (g2;d ∙ d2;d + f ∙ g1;d ∙ d1;d) Bepaling van invloedsfactor f Vorm ontgraving

Strook

b (= halve breedte bouwput)

4.00

[m]

𝑓𝑠𝑡𝑟𝑜𝑜𝑘 = ∙ ൬1 + ൰ 𝑎𝑟𝑐𝑡𝑎𝑛 ൬

i (= taludhelling X/1) (V:H)

1.00

[-]

𝑓𝑣𝑖𝑒𝑟𝑘𝑎𝑛𝑡 =

a (= breedte taludhelling)

1.47

[m]

2 𝜋

𝑏 𝑎 𝑑2 3

3 (𝑎+2∙𝑏)2 2 𝑑2 2 + 𝜋

𝑑2 𝑏 𝑑 ൰ − 𝑎𝑟𝑐𝑡𝑎𝑛 ൬ 2 ൰ 𝑎+𝑏 𝑎 𝑏

=

=

0.22

[-]

-

[-]

Veiligheidscoëfficient: (g2;d∙d2;d+f∙g1;d∙d1;d)/uz;d=

(78.7+0.22*15.9)/74.0=

1.11

[-]

= neerwaartse grondspanning t.g.v. lagen d2 en d1 / opwaartse waterdruk

(g2;d∙d2;d+f∙g'1;d∙d1;d+u1;d)/uz;d)=

(78.7+0.22*13.4+0.9*2.5)/74.0=

1.13

[-]

= (idem + neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau) / opwaartse waterdruk

Neerwaartse grondspanning en waterdruk

83.827 [kN/m2]

Blad: 5

Datum:

Juli. 2021

Projectnr. 0472423.100

Opsteller:

Verdonk

Titel: Zonnepark Haarlemmermeer

Revisie:

Toetsing opbarsten bouwputbodem conform Eurocode 7 (NEN-EN 9997-1), par. 10.2 Algemene invoer Maaiveldniveau

-4.80

[m NAP]

Ontgravingsniveau

-6.27

[m NAP]

Niveau bovenkant 1e watervoerende grondlaag

-11.40

[m NAP]

Stijghoogte in 1e watervoerende grondlaag

-4.10

[m NAP]

= Hd

Grondwaterstand boven ontgravingsniveau?

Ja

->

-6.02

Volumieke gewicht grondwater

10.00

[kN/m3]

= gw

Partiële factoren voor belastingen

0.9

[-]

= gG;stb Conform Tabel A.15 NEN-EN 9997-1

1.0

[-]

= gG;dst

Van

Tot

d1;i;d

g1;i

g1;i;d

u1

s'v1;d

[m NAP] [m NAP]

[m]

[kN/m³]

[kN/m³]

[kN/m²]

[kN/m²]

[kN/m²]

-4.80

1.47

12.00

[m NAP]

𝒊=𝐧

Grondlagen d1

෍ 𝛄𝟏;𝒊;𝐝 ∙ 𝐝𝟏;𝒊;𝐝 (= 𝛔𝐯𝟏;𝐝 ) 𝒊=𝟏

veen

10.80

15.88

2.50

13.38

-6.27

-6.27

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

15.9 kN/m²

2.5 kN/m²

13.4 kN/m²

Totalen 1.47 m 𝐣=𝐧

d2;j;d

g2;j

g2;j;d

[m NAP] [m NAP]

[m]

[kN/m³]

[kN/m³]

[kN/m²]

klei

-6.27

-10.80

4.53

17.00

15.30

69.31

veen

-10.80

-11.40

0.60

12.00

10.80

75.79 -

Grondlagen d2

Van

Tot

෍ 𝛄𝟐;𝐣;𝐝 ∙ 𝐝𝟐;𝐣;𝐝 (= 𝛔𝐯𝟐;𝐝 ) 𝐣=𝟏

-11.40

-

-

-

-

-

-

Totalen 5.13 m

75.8 kN/m²

uz;d = hd ∙ gw (= opwaartse waterdruk in 1e wvp)

73.0 kN/m²

Conform NEN 9997:2012, figuur 10.b - Opbarsten van de bodem van een bouwput

Exclusief bijdrage van gewicht talud Controle uz;d ≤ (g2;d ∙ d2;d) Veiligheidscoëfficient: (g2;d∙d2;d)/uz;d=

75.8/73.0 =

1.04

[-]

= neerwaartse grondspanning t.g.v. op te barsten laag d2 / opwaartse waterdruk

(g2;d∙d2;d+u1;d)/uz;d=

(75.8+0.9*2.5)/73.0 =

1.07

[-]

= (idem + neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau) / opwaartse waterdruk

Inclusief bijdrage van gewicht talud Controle uz;d ≤ (g2;d ∙ d2;d + f ∙ g1;d ∙ d1;d) Bepaling van invloedsfactor f Vorm ontgraving

Strook

b (= halve breedte bouwput)

4.00

[m]

𝑓𝑠𝑡𝑟𝑜𝑜𝑘 = ∙ ൬1 + ൰ 𝑎𝑟𝑐𝑡𝑎𝑛 ൬

i (= taludhelling X/1) (V:H)

1.00

[-]

𝑓𝑣𝑖𝑒𝑟𝑘𝑎𝑛𝑡 =

a (= breedte taludhelling)

1.47

[m]

2 𝜋

𝑏 𝑎 𝑑2 3

3 (𝑎+2∙𝑏)2 2 𝑑2 2 + 𝜋

𝑑2 𝑏 𝑑 ൰ − 𝑎𝑟𝑐𝑡𝑎𝑛 ൬ 2 ൰ 𝑎+𝑏 𝑎 𝑏

=

=

0.21

[-]

-

[-]

Veiligheidscoëfficient: (g2;d∙d2;d+f∙g1;d∙d1;d)/uz;d=

(75.8+0.21*15.9)/73.0=

1.08

[-]

= neerwaartse grondspanning t.g.v. lagen d2 en d1 / opwaartse waterdruk

(g2;d∙d2;d+f∙g'1;d∙d1;d+u1;d)/uz;d)=

(75.8+0.21*13.4+0.9*2.5)/73.0=

1.11

[-]

= (idem + neerwaartse waterdruk op ontgravingsniveau) / opwaartse waterdruk

Neerwaartse grondspanning en waterdruk

80.858 [kN/m2]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=674f6078-fb39-4788-aa92-ead3d9b51d81