Bijlage F - BP Hfd Bornholm 50 - Toelichting
Tekst van het document
Hoofddorp Bornholm 50 bestemmingsplan voor vaststelling gemeente Haarlemmermeer 15 maart 2023
Hoofddorp Bornholm 50
Inhoudsopgave
Toelichting
3
2
Hoofddorp Bornholm 50
Toelichting
3
Hoofddorp Bornholm 50 Bestemmingsplan – 15 maart 2023 Toelichting
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1
Aanleiding ............................................................................................................................... 4
1.2
Ligging en begrenzing plangebied .......................................................................................... 4
1.3
Doel en planvorm ................................................................................................................... 5
1.4
Geldende bestemmingsplannen en regelingen...................................................................... 5
1.5
Planproces .............................................................................................................................. 7
1.6
Leeswijzer ............................................................................................................................... 7
Beschrijving huidige situatie ................................................................................................ 8 2.1
Ruimtelijke ontwikkelingen .................................................................................................... 8
2.2
Ruimtelijke structuur .............................................................................................................. 9
2.3
Functionele structuur ........................................................................................................... 10
Beleid en regelgeving ........................................................................................................ 12 3.1
Rijksbeleid ............................................................................................................................. 12
3.2
Provinciaal en regionaal beleid............................................................................................. 16
3.3
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 21
Nieuwe situatie ................................................................................................................. 28 4.1
Toekomstige ontwikkelingen in het plangebied .................................................................. 28
4.2
Ruimtelijke structuur ............................................................................................................ 29
4.3
Functionele structuur ........................................................................................................... 31
Onderzoek en beperkingen ................................................................................................ 33 5.1
Bodem ................................................................................................................................... 33
5.2
Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................. 35
5.3
Externe veiligheid ................................................................................................................. 36
5.4
Explosieven ........................................................................................................................... 38
5.5
Flora en fauna ....................................................................................................................... 39
5.6
Geluid .................................................................................................................................... 40
5.7
Geur ...................................................................................................................................... 44
5.8
Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties ............................................................. 44
5.9
Licht....................................................................................................................................... 44
5.10
Lucht .................................................................................................................................. 45
5.11
Luchtvaartverkeer ............................................................................................................. 47
5.12
Milieueffectrapportage ..................................................................................................... 47
5.13
Milieuzoneringen............................................................................................................... 48 Hoofddorp Bornholm 50
2
6
7
5.14
Verkeer en parkeren.......................................................................................................... 50
5.15
Water ................................................................................................................................. 52
5.16
Duurzaamheid ................................................................................................................... 55
Uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 56 6.1
Financiële uitvoerbaarheid ................................................................................................... 56
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 56
Juridische aspecten ........................................................................................................... 58 7.1
Opzet regels en verbeelding ................................................................................................. 58
7.2
Inleidende regels .................................................................................................................. 58
7.3
Bestemmingsregels ............................................................................................................... 59
7.4
Algemene regels ................................................................................................................... 65
7.5
Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 65
7.6
Handhaafbaarheid ................................................................................................................ 66
Hoofddorp Bornholm 50
3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Stichting Amstelring Groep, een instelling die gericht is op zorgverlening, is van plan om zijn bestaand verpleeghuis Bornholm in Hoofddorp te herontwikkelen door sloop van het bestaande verpleeghuis en nieuwbouw van reguliere woningen, zorgwoningen met bijbehorende faciliteiten en maatschappelijke voorzieningen. Hierdoor ontstaat een nieuw gebied met een mix van zorg en wonen. Deze ontwikkeling past deels niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan, zodat het nodig is om een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Voor de ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan (SP) opgesteld (zie hoofdstuk 4). Dit SP vormt de basis voor het nu voorliggende bestemmingsplan 'Hoofddorp Bornholm 50'.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan bevindt zich tussen de Kruisweg en het Skagerrak in de woonwijk Bornholm (Bornholm 48-54) in Hoofddorp. Hoofddorp is centraal gelegen in de gemeente Haarlemmermeer en vormt tevens de hoofdkern van de gemeente. In volgende afbeelding is de plangrens van dit bestemmingsplan weergegeven.
Afbeelding: ligging en begrenzing plangebied (indicatief)
Hoofddorp Bornholm 50
4
1.3 Doel en planvorm De doelstelling van voorliggend bestemmingsplan Hoofddorp Bornholm 50 is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor het plangebied zoals beschreven in paragraaf 1.2 en voor de beoogde ontwikkelingen zoals beschreven in hoofdstuk 4. Het plan is flexibel opgezet, opdat verdere uitwerking in concrete bouwplannen niet onnodig belemmerd wordt. Het biedt niettemin de nodige rechtszekerheid en waarborgt de stedenbouwkundige en ruimtelijk gewenste kwaliteit voor het gebied. Vast staan de maximale ontwikkelingsmogelijkheden (bouwmassa en programma). Hierop zijn ook de in het kader van het bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken gebaseerd.
1.4
Geldende bestemmingsplannen en regelingen
Het bestemmingsplan Hoofddorp Bornholm 50 vervangt een gedeelte van het volgende bestemmingsplan: Plannaam Hoofddorp Bornholm en Vrijschot Paraplubestemmingsplan 'Parkeerregels' Paraplubestemmingsplan 'Datacenters' Paraplubestemmingsplan 'Wonen'
Vastgesteld 15 oktober 2009 4 oktober 2018 22 oktober 2020 10 maart 2022
Onherroepelijk 23 februari 2011 1 januari 2019 19 januari 2022
1.4.1 Bestemmingsplan Bornholm en Vrijschot Het onderhavige plangebied is in het bestemmingsplan ‘Bornholm en Vrijschot’ bestemd als 'Maatschappelijk', 'Water' en 'Groen' (zie volgende afbeelding).
Afbeelding: uitsnede bestemmingsplan 'Hoofddorp Bornholm en Vrijschot'
Hoofddorp Bornholm 50
5
In de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn educatieve voorzieningen, voorzieningen gericht op jeugd en kinderopvang, sociale en levensbeschouwelijke voorzieningen, medische voorzieningen in combinatie met ondersteunende horeca, ondersteunende detailhandel en ondersteunende dienstverlening toegestaan. Daarnaast zijn hier ook de bij de bestemming horende verhardingen, parkeren, groen en water toegestaan. Zorgwoningen zijn niet toegestaan. De bouwhoogte varieert van 6 tot 20 meter. Het bouwvlak mag volledig bebouwd worden. In de bestemming ‘Groen’ zijn de gronden bestemd voor groen, wandel- en fietspaden, speelvoorzieningen, water, ondergrondse voorzieningen ten behoeve van het rioleringsstelsel en aan de bestemming ondergeschikt ook parkeren. Er zijn geen gebouwen toegestaan. De bestemming ‘Water’ voorziet in water, waarbij vlonders, steigers, overkappingen of vergelijkbare bouwwerken in eerste instantie zijn uitgesloten. Deze kunnen via een binnenplanse ontheffing (tegenwoordig afwijking) alsnog gerealiseerd worden. Daarnaast zijn betreffende gronden bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van waterstaatkundige infrastructuur en het waterkwaliteitsbeheer. Ook zijn aan de bestemming ondergeschikte voorzieningen voor fiets- en voetverkeer, groen en recreatie toegestaan. Ook hier zijn geen gebouwen toegestaan.
Het geldende bestemmingsplan 'Hoofddorp Bornholm en Vrijschot' legt de bestaande bouwmassa's vrij gedetailleerd vast, zodat de nieuwe bouwplannen niet binnen deze kaders passen. Verder laat het bestemmingsplan op de locatie maatschappelijke voorzieningen reeds toe. Het gebruik van gronden en bebouwing voor medische (zorg) voorzieningen is toegelaten, maar zorgwoningen niet. Ook de nu beoogde reguliere woningen zijn niet toegestaan, waardoor het nodig is om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.
1.4.2 Paraplubestemmingsplannen 'Parkeeregels', 'Datacenters' en 'Wonen' Voor het gehele grondgebied van de gemeente gelden de Paraplubestemmingsplannen 'Parkeeregels', 'Datacenters' en 'Wonen'. Het parapluplan 'Datacenters' is voor de herontwikkeling van Bornholm niet relevant, de beide andere parapluplannen wel. De gemeente Haarlemmermeer stelt bij nieuwbouwplannen of wijzigingen van het gebruik waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, voorwaarden aan het aantal parkeerplaatsen en toetst hierbij aan het parkeernormenbeleid dat geldt op het moment van ontvangst van een aanvraag omgevingsvergunning. In het paraplubestemmingsplan 'Parkeeregels' is dat juridisch verankerd. Het paraplubestemmingplan 'Wonen' harmoniseert in alle bestemmingsplannen de begripsbepalingen en/of de bestemmingen die de functie wonen, woningen, woongebouwen dan wel andere benamingen die zien op de functie wonen. Het heeft voorts als doel expliciet te regelen dat een woning door één huishouden wordt bewoond om zo de leefbaarheid te behouden, met uitzondering van niet bedrijfsmatige verhuur van maximaal twee kamers. Daarnaast regelt het bestemmingsplan dat woningen niet gebruikt kunnen als een logiesfunctie of Hoofddorp Bornholm 50
6
voor het uitoefenen van een bed & breakfast (B&B). Voor het gebruik van de woning voor andere woonvormen, voor een logiesfunctie en voor het uitoefenen van een B&B moet een vergunning worden aangevraagd. Passende ontwikkelingen kunnen vervolgens gefaciliteerd worden door middel van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.5 Planproces Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan wordt ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan de provincie en het waterschap. Door de gemeente Haarlemmermeer wordt in dit stadium van planvorming ook de betreffende dorps- of wijkraad in de gelegenheid gesteld op het bestemmingsplan te reageren. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg worden verwerkt in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Tijdens de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan kan een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt nogmaals ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State. Dit kan uitsluitend door belanghebbenden die ook een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan hebben ingediend, of door een ieder voor zover het onderdelen betreft die door de gemeenteraad gewijzigd zijn vastgesteld.
1.6 Leeswijzer Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan.
Hoofddorp Bornholm 50
7
2 Beschrijving huidige situatie 2.1 Ruimtelijke ontwikkelingen Op 5 mei 1840 wordt gestart met het graven van de Haarlemmermeerpolder. Met de drie stoomgemalen de Leeghwater, de Lynden en de Cruquius wordt daarna de polder drooggemalen. Juli 1852 is de droogmaking gereed na het wegpompen van meer dan 8.000 miljoen kubieke meter water. Sinds 11 juli 1855 vormt de Haarlemmermeerpolder in zijn geheel, inclusief Ringvaart en Ringdijk, de gemeente Haarlemmermeer. De verkaveling van de Haarlemmermeerpolder werd uitgevoerd in een patroon van langgerekte kavels tussen wegen die op twee kilometer afstand van elkaar in de lengterichting van de polder, van noordoost naar zuidwest liepen. Haaks daarop kwamen de dwarswegen, onderling op drie kilometer afstand. Op dezelfde wijze groef men de vaarten en tochten op één kilometer afstand van de lengtewegen. De Hoofdvaart is de breedste en van oorsprong belangrijkste waterloop in de polder. Deze loopt centraal in het midden van de polder, van gemaal Leeghwater te Buitenkaag in het zuidwesten via Abbenes, Nieuw-Vennep en Hoofddorp naar gemaal Lynden te Lijnden. Bij de droogmaking van de Haarlemmermeer werden Kruisdorp (sinds 1868 Hoofddorp genoemd) en Venneperdorp (sinds 1868 Nieuw-Vennep genoemd) aangewezen tot verzorgingskern in het nieuwe landbouwgebied. Hoofddorp vormde al spoedig het administratieve en economische centrum van de gemeente.
Hoofddorp telde in 1947 bijna 3.400 inwoners. In 1960 was dit gegroeid tot 5.000 inwoners en in 1970 tot ruim 9.000 inwoners. Na 1970 is het aantal inwoners zeer fors gegroeid als gevolg van grootschalige uitbreidingen met nieuwe woonwijken, voornamelijk ten westen van het oude centrum. In 1980 telde Hoofddorp bijna 23.000 inwoners, in 1990 ruim 42.000 inwoners en in 2000 ruim 57.000 inwoners. In 2021 telt Hoofddorp al rond 78.000 inwoners. Eind jaren ’70 werd gestart met de bouw van de wijk Bornholm. Vijf jaar later waren de 3.400 woningen gerealiseerd. In deze typische woonerfwijk is geprobeerd om een echt ‘eigen’ woonplek te ontwikkelen: de wegenstructuur is kronkelig en woningen staan aan collectieve pleintjes, bedoeld om intimiteit te creëren. Bornholm werd echter gebouwd in een tijd van laagconjunctuur. Om te besparen op de schaarser en duurder wordende grond, bouwde men in hogere dichtheden. Het compacte karakter leidde ertoe dat de kronkelige wegen de belofte van geborgenheid nauwelijks konden waarmaken. Bornholm is in rap tempo aan het vergrijzen. Sinds 2011 is het aandeel 65-plussers verdubbeld en deze trend lijkt zich de komende jaren voort te zetten. De behoefte aan (informele) zorg en het beroep op mantelzorgers blijft hierdoor een belangrijk punt van aandacht. In de wijk zijn veel verschillende zorginstellingen gevestigd die mensen in nood te hulp kunnen schieten.
Hoofddorp Bornholm 50
8
2.2 Ruimtelijke structuur Het plangebied van dit bestemmingsplan grenst aan de zuidwest en zuidoostzijde aan de jaren '70 woonwijk Bornholm. Aan de noordwestzijde en noordoostzijde wordt het plangebied omsloten door infrastructuur. De woonwijk Bornholm is gesitueerd ten westen van het centrum van Hoofddorp, ten zuidwesten van de Kruisweg, ten zuidoosten van de IJweg, ten noordoosten van Cannenburg en Clingenburg, ten noorden van Altenburg, ten noordoosten van de Van Heuven Goedhartlaan en ten noordwesten van de Nieuwerkerkertocht. In algemene zin kan de woonwijk worden omschreven als een woongebied met, gelet op de woningdifferentiatie, een suburbaan karakter. Het onderhavige plangebied heeft een geïsoleerde ligging in de wijk. Het verpleeghuis ligt in deze structuur als een solitair object omsloten door groen, met weinig relatie tot de omgeving. Het centrum van de wijk Bornholm ligt niet direct gerelateerd aan de projectlocatie, en de structuur van de bestaande wijk is stedenbouwkundig aan verbetering toe. Er bevinden zich dan ook geen doorgaande loop- of fietsroutes binnen het gebied en er zijn alleen toegangsroutes voor de in het gebied aanwezige functies. Komende vanuit de omgeving vindt de toegang tot de locatie veelal plaats via de hoofdontsluitingsweg de Van Heuven Goedhartlaan.
Vanaf deze weg die ten noordwesten van het plangebied ligt is het Holmkwartier goed zichtbaar. Aan de kenmerkende voorzijde ten zuidwesten van het plangebied ligt het Skagerrak met de grote waterpartij voortkomend uit de karakteristieke polderstructuur die door heel Hoofddorp herkenbaar is. Hier bevindt zich een belangrijke toegangsweg naar het plangebied, die aansluiting vindt op de rest van de wijk. De locatie ligt aan de zuidoostzijde enigszins beschut tegen de naastgelegen buurt aan de Engelsholm en Rosenholm en heeft een groenbuffer naar deze zijde. Aan de noordoostzijde ligt een grote groene parkachtige strook die het plangebied afscheidt van de Kruisweg. De gebouwen zijn verouderd en passen niet meer in het huidige beeld van kleinschalige verzorging. Het betreft een aaneenschakeling van (middel)hoogbouw (max. 20 meter) met daaromheen gegroepeerd verblijf en voorzieningen in laagbouw. Het heeft een deel van de feitelijke entreefunctie aan de achterzijde. Aan de voorzijde (zuidwestkant) bevindt zich een aantal openbare parkeerplaatsen en een bushalte op enige afstand.
Hoofddorp Bornholm 50
9
Afbeelding: situatie bestaande bebouwing plangebied
2.3 Functionele structuur In tegenstelling tot de rest van de wijk Bornholm is in het onderhavige plangebied geen woonfunctie aanwezig. De locatie wordt gekenmerkt door zorg- of zorg gerelateerde functies. Hier bevindt zich het verpleeghuis Bornholm. Het verpleeghuis biedt plaats aan ongeveer 180 bewoners, waarvan 90 somatische patiënten en 90 psychogeriatrische patiënten. Daarnaast heeft het verpleeghuis een speciale afdeling waar CVA (Cerebro Vasculair Accident, beroerte of ongeluk in de vaten van de hersenen) patiënten kunnen revalideren. Op het terrein van het verpleeghuis bevindt zich het Hospice Bardo (palliatieve terminale zorg) dat ook onderdeel is van de zorgorganisatie Amstelring. Tevens bevindt zich op het terrein van het verpleeghuis een gebouw ten behoeve van uitvaartvereniging Monuta.
Hoofddorp Bornholm 50
10
Afbeelding: huidige bebouwing verpleeghuis Bornholm
Hoofddorp Bornholm 50
11
3 Beleid en regelgeving In dit hoofdstuk zijn de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen getoetst aan het voor dit bestemmingsplan relevante beleid van de diverse overheden.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ‘Duurzaam perspectief voor onze samenleving’ komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten hierin zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn: 1. Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting op 1 januari 2023) geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie §3.1.2). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (zie §3.1.3).
In het voorliggende bestemmingsplan wordt een monofunctioneel zorggebied herontwikkeld tot een inclusieve wijk waar zorg en wonen met elkaar worden verweven. Stedenbouwkundig wordt aangesloten op de kenmerken en identiteit van de woonwijk Bornholm, waarvan het plangebied deel gaat uitmaken.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. Voor gemeente Haarlemmermeer is hierin van belang: • Toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; • De ruimte reservering voor de parallelle Kaagbaan; • Zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; • Aan de provincies is opgedragen om Natuurnetwerk Nederland (NNN) te beschermen; • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming;
Hoofddorp Bornholm 50
12
•
Nationale landschappen, zoals het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, worden ruimtelijk beschermd; • Kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking en voor de bufferzones. Dit bestemmingsplan wordt niet beïnvloed of belemmerd door voornoemde regels.
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De begrippen “bestaand stedelijk gebied” en “nieuwe stedelijke ontwikkeling” zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder bepaalt niet voor welke regio de behoefte in beeld moet worden gebracht. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt.
De afbakening van het onderzoeksgebied is dus afhankelijk van het beoogde programma in het bestemmingsplan. De Ladder biedt de mogelijkheid om in geval van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingsplichten en/of wijzigingsbevoegdheden, in het moederplan te bepalen dat het Ladderonderzoek pas hoeft te worden verricht bij vaststelling van het uitwerkingsplan of het wijzigingsplan. Woningbehoefte De regio kent een nijpend tekort aan woningen. Hierbij gaat het zowel om een tekort aan reguliere woningen als zorgwoningen. Uit de provinciale en gemeentelijke beleidsstukken (zie paragraaf 3.2 en 3.3) blijkt dat er een grote behoefte is aan nieuwe woningen, met name voor speciale doelgroepen. Deze woningen moeten vooral binnenstedelijk worden gerealiseerd, door verdichting, zoals dat nu in dit bestemmingsplan wordt voorzien. Zorgbehoefte Ter plaatse van dit bestemmingsplan bevinden zich reeds maatschappelijke zorgfuncties. Door de in dit bestemmingsplan voorziene sloop en nieuwbouw van deze functies wordt vooral voorzien in een kwaliteitsverbetering van de zorg en minder in een uitbreiding in omvang. De behoefte aan zorgvoorzieningen en zorgwoningen zal de komende jaren blijven toenemen. Ouderen blijven langer zelfstandig thuis wonen. Daarnaast wordt de groep ouderen door de maatschappelijke vergrijzing toe. Daardoor neemt de vraag naar ambulante zorg en ondersteuning toe.
In de visie Hoofddorp Bornholm 50
13
'Wonen met Zorg 2030' wordt gesteld, dat de gemeente Haarlemmermeer te maken krijgt met een verwachte stijging van 9.000 ‘oudste’ ouderen ( > 75 jaar) in 2017 naar ruim 18.000 in 2035. Meer dan de helft (53%) van de huidige 75-plussers in Nederland heeft te maken heeft met langdurige aandoeningen, ziekten of beperkingen in het dagelijks leven. Het aantal ouderen met dementie in Haarlemmermeer neemt in absolute aantallen toe van 550 in 2016 tot 1.250 in 2040. Ook de vraag naar geschikte woonruimte neemt daardoor toe. Op dit moment is hier sprake aan een tekort en zijn oplossingen nodig om aan de toenemende behoefte te kunnen voldoen. De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte zorgvoorzieningen en woningen leveren hieraan een belangrijke bijdrage.
3.1.4 (ontwerp) Luchtvaartnota De luchtvaartnota 2020-2050 ‘Verantwoord vliegen naar 2050’ zet in op een duurzame luchtvaartsector die Nederland blijft verbinden met de rest van de wereld. Daarnaast moet luchtvaart stiller en duurzamer worden. ‘Slim en Duurzaam’ is het uitgangspunt voor de nota, met veiligheid op één. Daarnaast brengt de nota balans aan in de verschillende publieke belangen. Vier staan er centraal: 1. Nederland veilig in de lucht en op de grond; 2. Nederland goed verbinden met de rest van de wereld; 3. Aantrekkelijke en gezonde leefomgeving; 4. Luchtvaart duurzaam. Dit bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die in strijd zijn met de belangen van de Luchtvaartnota.
3.1.5 Luchthavenindelingbesluit Schiphol De ruimtelijke consequenties van het rijksbeleid voor Schiphol zijn geformuleerd in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. De gemeente zorgt ervoor dat nieuwe inwoners in een zo vroegtijdig mogelijk stadium deugdelijk en objectief geïnformeerd worden over geluidsbelasting en mogelijke hinder door vliegtuiggeluid (of –uitstoot en kerosinegeur) door de aanwezigheid van de luchthaven Schiphol. In paragraaf 5.11 wordt verder ingegaan op de gevolgen van de aanwezigheid van Schiphol en de beperkingen van het LIB voor dit bestemmingsplan.
3.1.6 Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (2015) geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Het Nationaal Waterplan gaat in op het robuust en toekomstgericht inrichten van het Nederlands watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een Hoofddorp Bornholm 50
14
gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. De volgende onderdelen komen in het plan naar voren: • De Deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie); • De Beleidsnota Noordzee; • De verankering van afspraken die betrekking hebben op water vanuit het Energieakkoord; • De Natuurvisie; • De Internationale Waterambitie; • De geactualiseerde plannen en maatregelenprogramma’s om te voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico's en het mariene milieu. Het plan omvat een integrale benadering door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving. In paragraaf 5.8 wordt verder ingegaan op het aspect water en de gevolgen voor dit bestemmingsplan.
3.1.7 (ontwerp) Nationaal Water Programma 2022-2027 In dit programma worden de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen beschreven aan de hand van drie hoofdambities voor het waterbeleid: 1. Een veilige en klimaatbestendige delta 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Daarbij is het van groot belang dat ‘aansluiten op de karakteristieken van het watersysteem’ en meebewegen met water’ leidende principes blijven voor de integrale aanpak van ruimtelijke ontwikkelingen in ons land. In paragraaf 5.8 wordt verder ingegaan op het aspect water en de gevolgen voor dit bestemmingsplan.
3.1.8 Beleidsnota mainport en metropool Het Rijk heeft in samenwerking met de zogenaamde regiopartijen en de partijen uit de luchtvaartsector een beleidsnota (2016) opgesteld voor de Schipholregio. Deze beleidsnota is een uitwerking van het programma SMASH (Structuurvisie Mainport Amsterdam Schiphol Haarlemmermeer) en is erop gericht de mainport Schiphol en haar regio te versterken en helderheid te bieden wat betreft de mogelijkheden voor de verdere ruimtelijke en infrastructurele ontwikkeling. De nota heeft de ambitie om de kracht en kwaliteiten van de regio verder uit te bouwen, de economische ontwikkeling van de regio en Schiphol te stimuleren en kansen en Hoofddorp Bornholm 50
15
potenties in de regio beter te benutten. Daarnaast willen de partijen binnen de regio de verwachte woningbehoefte van 440.000 geschatte woningen accommoderen. De kracht en kwaliteit van de Schipholregio komt voort uit de compactheid ervan en haar diversiteit aan functies. De focus ligt hierbij op vier beleidsopgaven: 1. Het versterken van de ruimtelijk-economische structuur 2. Het ruimte bieden voor verstedelijking, kwaliteit van leefomgeving en leefbaarheid 3. Het ruimte bieden voor verdere ontwikkeling van een veilige, concurrerende en duurzame luchtvaart in combinatie met een optimale netwerk- en mainportkwaliteit 4. Meer en betere samenwerking tussen Rijk, regio, marktpartijen en luchtvaartsector De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen passen binnen dit beleid en leveren een belangrijke bijdrage aan het accommoderen van nieuwe woningen en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid.
3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen: • Klimaatverandering • Overgang naar duurzame energie • Verdere verstedelijking • Bereikbaarheid • Gezonde leefomgeving • Economische transitie • Natuur en biodiversiteit De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ heeft de provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de omgevingsverordening. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3.
Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. Hoofddorp Bornholm 50
16
5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Ten aanzien van de metropoolregio Amsterdam wordt geconstateerd dat deze zich snel ontwikkelt. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de provincie de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer. Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt, de plancapaciteit binnenstedelijk blijkt door een andere kijk op stad en stedelijkheid een stuk groter te zijn dan lang is gedacht. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw moeten worden ingezet op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Dit alles moet samen gaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij onderkent de provincie dat verdichting in de kernen leidt tot toenemende druk op het landschap. Wonen, werken en voorzieningen worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten).
Hierbij dient men oog te hebben voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. Ook dient er een vinger aan de pols te worden gehouden voor wat betreft de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag door er voor te zorgen dat regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen bij de vraag blijven aansluiten. Het bestemmingsplan maakt de verdichting in binnenstedelijk gebied mogelijk. De bestaande zorgfunctie wordt behouden en verbeterd, zodat voldaan kan worden aan de huidige eisen aan de zorg. Daarnaast vindt een menging plaats met zorg- en reguliere woningen en bijbehorende medische/zorg voorzieningen. Hierdoor vindt er een kwalitatieve verbetering van het gebied plaats, zowel qua functies als qua bebouwing, wat ook ten goede komt aan de wijk Bornholm. Door de verdichting wordt de beschikbare binnenstedelijke ruimte zo optimaal mogelijk benut en wordt het landschap gespaard. Dit past binnen de hoofddoelstellingen in het provinciale beleid.
3.2.2 Omgevingsverordening De provincie heeft op 22 oktober 2020 een nieuwe verordening vastgesteld, zijnde de Omgevingsverordening NH2020. De Omgevingsverordening NH2020 vervangt de bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid is daarbij van belang. In de Omgevingsverordening NH2020 worden de eerste stappen gezet om de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in juridische regels. Deze sturingsfilosofie luidt als volgt: We gaan uit van het principe 'Lokaal wat kan, regionaal wat moet', Hoofddorp Bornholm 50
17
gelet op de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. Voor het onderhavige plangebied zijn alleen de regels ten aanzien van een nieuwe stedelijke ontwikkeling relevant. Een ruimtelijk besluit of plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Ten aanzien van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen geldt dat deze ontwikkelingen vanwege de aard en omvang zijn aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De projectlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. In paragraaf 3.1.2 is de behoefte voor de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen reeds behandeld en aangetoond. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de Omgevingsverordening.
3.2.3 Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 Eind 2016 heeft de voormalige Stadsregio Amsterdam het Regionaal Actieprogramma Stadsregio Amsterdam 2016-2020 (RAP, 2016) aangeboden aan de provincie Noord-Holland. Dit actieprogramma was geënt op het samenwerkingsprogramma van de gemeenten (Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020) en gericht op nieuwbouw, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. Voor plannen in Amstelland-Meerlanden is de marktregio het gebied Amstelland-Meerlanden inclusief Amsterdam. In het RAP hebben de gemeenten hun gezamenlijke inzet beschreven voor de versnelling van de woningbouw en is een kwantitatieve en kwalitatieve prognose van de woningbehoefte opgenomen per marktgebied in drie scenario’s. Dit ten behoeve van de beschrijving van de behoefte aan binnenstedelijke woningbouw. Ten behoeve van buitenstedelijke plannen is een handleiding ontwikkeld met daarin nadere analyses en bouwstenen, waarin is aangegeven in welke milieus en marktsegmenten de behoefte niet volledig binnenstedelijk kan worden opgevangen en hoe daarvoor een goede onderbouwing kan worden gemaakt. De Provincie NoordHolland heeft hierover aangegeven explicieter in beeld te willen hebben wat de buitenstedelijke plannen voor de komende periode zijn en nogmaals goed te kijken wat de binnenstedelijke potentie is voor woningbouw.
De gevraagde aanvullingen zowel ten aanzien van het regionale woningbouwprogramma als beleidsmatige onderwerpen op het gebied van wonen, zijn in de vorm van een oplegger bij de RAP 2016-2020 gevoegd. Met de realisatie van woningen past dit bestemmingsplan binnen het Actieprogramma Wonen.
Hoofddorp Bornholm 50
18
3.2.4 Samenwerkingsagenda wonen 2016-2020 De portefeuillehouders Wonen van de 15 gemeenten die tot en met 2016 de Stadsregio Amsterdam vormden, hebben opdracht gekregen een regionale woonvisie op te stellen. Daarbij zijn 10 opgaven voor regionale samenwerking geformuleerd: 1. Bevorderen van de woningbouwproductie om tegemoet te komen aan de snelgroeiende Woningbehoefte en om de prijzen niet te snel te laten stijgen. Doel is om 20.000 woningen naar voren te halen in de periode 2016-2020. 2. Zo veel mogelijk locaties versnellen, naar voren halen en te zorgen voor meer harde plancapaciteit. 3. Aanvullend op de huidige locaties nieuwe plekken voor woningbouw zoeken, vooral in binnenstedelijk gebied. Transformatie en benutten van leegstand spelen hierin een belangrijke rol. 4. Bevorderen van het aanbod middensegment huur. Er is behoefte aan minimaal 5.000 woningen in het middensegment huur tot prijsgrens €900. 5. Werken aan een gezonde woningmarkt. Doel is een 'complete metropool', met aanbod in de verschillende woonmilieus, prijssegmenten en type woningen. 6. Op basis van inzicht in de positie van de verschillende doelgroepen te sturen op de ontwikkelingen in het aanbod en de voorraad van 'betaalbare' woningen. Een belangrijk toetspunt hierbij is de spreiding van de sociale voorraad en de beschikbaarheid over de regio, naar deelregio. 7.
De sociale voorraad beter te benutten door doorstroming te stimuleren en te zorgen voor meer flexibiliteit. 8. Investeringen in duurzaamheid bevorderen. 9. Zorgen voor een toegankelijke, rechtvaardige en transparante verdeling van sociale huurwoningen. Streven is woningzoekenden één etalage voor sociale huurwoningen te bieden. 10. Samen met de corporaties en marktpartijen te werken aan oplossingen om de grote Huisvestingsopgave van vergunninghouders te realiseren. Dit moet niet leiden tot verdringing van 'reguliere' woningzoekenden. Om aan deze doelen te werken voeren de samenwerkende gemeenten de volgende activiteiten uit: • Het in beeld brengen van de vraag door woningmarktonderzoek, ook in kwalitatieve zin. • Het in beeld brengen van het aanbod. Met de jaarlijkse Monitor Plancapaciteit die de Stadsregio en Provincie Noord-Holland samen laten uitvoeren, wordt de geplande woningbouwlocaties en de voorgenomen programmering bijgehouden. Ook participeert de Stadsregio in de Monitor Woningproductie, die de nieuwbouwproductie voor de MRA en de gehele Noordvleugel monitort. • Het agenderen van de versnellingsopgave. Zo effectief mogelijk gebruik van binnenstedelijke locaties, in het bijzonder transformatielocaties, heeft nadrukkelijk de aandacht de komende jaren. • Het inzetten van marketing en communicatie over wonen en nieuwbouw.
• Het stimuleren van de realisatie van middeldure huur.
Hoofddorp Bornholm 50
19
•
•
Het opstellen van een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) 2016-2020 in opdracht van de provincie Noord-Holland. Met deze regionale samenwerkingsagenda legt de Stadsregio de basis voor het RAP. Vanuit een gezamenlijke strategie wordt gestreefd naar creëren van een woningaanbod dat past bij de kwaliteiten van regio en gemeenten en aansluit op de vraag. Het organiseren van de regionale afstemming over nut en noodzaak van woningbouwplannen in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking en gemeenten hierin ondersteunen ten behoeve van woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied om aan de vereisten te voldoen vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2.5 Monitor Woningbouw 2020 Het monitoren van de in de RAP’s gemaakte afspraken over woningbouwproductie gebeurt in de jaarlijkse Monitor Woningbouw. Deze vormt input voor een jaarlijkse analyse van de match tussen vraag en aanbod. Het aanbod is opgetekend in de ‘monitor plancapaciteit’ die is opgenomen in de woningbouwmonitor. De meest recente is de Monitor Woningbouw 2020. In onderstaande tabel afkomstig uit de monitor is de woningbehoefte (prognose 2019) voor de periode 2019-2040 afgezet tegen de harde en zachte woningbouwplancapaciteit.
Uit bovenstaande tabel blijkt, dat er in principe voldoende plancapaciteit is om aan de woningbehoefte te voldoen. Echter gaat het voor het grootste deel om zachte plannen. Hierdoor is de plancapaciteit onvoldoende geborgd en zullen er naar verwachting ook veel plannen niet doorgaan. Het is daarom van groot belang om harde plannen te maken, die als basis kunnen dienen voor vergunningverlening voor de nieuwbouw van woningen, zoals het nu voorliggende bestemmingsplan, dat voorziet in een concreet initiatief voor de bouw van onder andere woningen.
Hoofddorp Bornholm 50
20
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 De gemeenteraad heeft de 'Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040' op 3 maart 2022 vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat over de toekomst van Haarlemmermeer. We willen dat mensen hier gezond en veilig kunnen leven. We willen veel: ruimte voor wonen, werken, ontspannen in het groen en het polderlandschap behouden. Haarlemmermeer wil slim en zuinig omgaan met de ruimte. Hoe doen we dat op een manier die past bij het gebied en de mensen die er leven? Daarvoor staan in de Omgevingsvisie alle ambities en opgaven op een rij. De gemeente gebruikt de Omgevingsvisie om keuzes te maken over ontwikkelingen zoals nieuwe woonwijken, wegen, winkels, bedrijven of groengebieden. De Omgevingsvisie begint met een visie op de toekomst. Deze is verdeeld over vier verhaallijnen. 1. Wonen waar dorp en stad samenkomen 2. Economisch krachtig en divers 3. Ontspannen in het buitengebied 4. Slim en stevig verbonden met onze netwerken De verhaallijnen 1 en 4 worden hierna uitgelicht, voor zover deze van toepassing zijn op het plangebied van dit bestemmingsplan. 1. Wonen waar dorp en stad samenkomen We willen het leven in de grote kernen meer ‘stads’ maken. Dat zijn de plekken waar de meeste nieuwe woningen komen. Dit worden niet alleen de huizen met tuin waarvan er nu veel zijn, maar ook appartementen en andere soorten woningen.
Bijvoorbeeld op plekken waar openbaar vervoer en ander verkeer samenkomt. Dit is ook een goede plek voor voorzieningen. Ook in de stedelijke gebieden kan je overal makkelijk komen te voet of op de fiets. Er zijn groene straten en pleinen waar wat te beleven is en waar allerlei soorten mensen zich thuis voelen, jong en oud. Als er meer woningen komen op stadse plekken kunnen we andere plekken open houden. Er is ook ruimte nodig voor groen en water in de stad en we willen onze huizen energieneutraal maken. 4. Slim en stevig verbonden met onze netwerken Er zijn sociale netwerken van collega’s, familie of vrienden en virtuele netwerken, zoals sociale media. Virtuele netwerken worden steeds belangrijker. Ook de netwerken van mensen hebben een plaats nodig in de omgeving. Want we houden behoefte om elkaar te ontmoeten. Daarom zorgen we voor aantrekkelijke pleinen en andere plekken waar mensen kunnen afspreken. De opgave voor Hoofddorp is als volgt geformuleerd. Meer dan de helft van de Haarlemmermeerders woont in Hoofddorp. Woonwijken aan de zuidkant van Hoofddorp zoals Tudorpark en Lincolnpark zijn de laatste wijken gebouwd op akkers aan de rand van de stad. We bouwen woningen steeds meer in de bestaande kernen. Hoofddorp groeit door naar een stad met meer dan 100.000 inwoners. In Hoofddorp-Noord komen er veel woningen bij.
In het centrum komt een mix van wonen, werken, voorzieningen en aantrekkelijke straten, pleinen en een stadspark. We ontwikkelen werklocaties als De President en de oostkant van Hoofddorp en we zorgen voor goede mogelijkheden voor ontspanning. De opgaven gaan bijvoorbeeld over nieuwe, stedelijke vormen van wonen, bereikbaarheid, fietsroutes en ommetjes.
Hoofddorp Bornholm 50
21
De locatie Bornholm maakt op de Visiekaart deel uit van het suburbaan wonen. Het is niet aangewezen als Stedelijke ontwikkeling, zoals Hoofddorp-Noord of de locaties rond OVknooppunten.
Afbeeling: uitsnede van de Visiekaart, projectlocatie rood omlijnd
In het kader van de Verdichtingsvisie (pagina 88) wordt geconstateerd dat er grote vraag is naar meer stedelijke woontypen; een meer stadse omgeving met voorzieningen dichtbij en goed openbaar vervoer. Voor starters of voor de groeiende groep ouderen die kleiner wil wonen binnen het bereik van diverse voorzieningen. Door verschillen in typen woonomgeving te realiseren voorkomen we dat we een te eenzijdig aanbod krijgen. Door verdichting wordt het op sommige plaatsen meer stads. Daar is het drukker en staan gebouwen dichter bij elkaar. Daar wonen en werken mensen, zijn winkels, horeca en andere voorzieningen nabij. Die plekken zijn goed bereikbaar met de fiets en openbaar vervoer. Ten aanzien van wonen (pagina 115 en 116) is aangegeven dat de centrale kernen in Haarlemmermeer zich in de laatste vijftig jaar ontwikkeld hebben door uitbreiding met woonwijken die een sterk suburbaan karakter hebben. De komende jaren bouwen we nog een substantieel aantal woningen, zowel in het stedelijk gebied als in onze uitleglocaties aan de westzijde van de gemeente. Meer diversiteit in woonmilieus bereiken we door in de centrale kernen, met een meer regionale oriëntatie (Hoofddorp, Nieuw-Vennep en Badhoevedorp) bij transformatie op binnenstedelijke locaties te bouwen in het centrum-stedelijke woonmilieu. Daarbij wordt gesteld dat nieuw woningaanbod moet passen bij de vraag.
Behoefte is er aan eengezinswoningen én appartementen voor een- en tweepersoonshuishoudens. Onze doelgroepen zijn gezinnen, jongeren en starters die in Haarlemmermeer willen blijven wonen, ouderen die willen doorstromen naar een geschikte woning voor hun oude dag, mensen die na Hoofddorp Bornholm 50
22
echtscheiding een eigen woning zoeken, kwetsbare mensen die zorg nodig hebben en vergunninghouders. Ook behoeft de huisvesting van arbeidsmigranten aandacht. Door de verschuiving van intramurale zorg naar ambulante begeleiding bij GGZ, beschermd wonen en maatschappelijke opvang zetten we in op woonruimte voor kwetsbare mensen in de wijk. Voor deze specifieke groepen is het essentieel om meer diverse woningtypes in het goedkoopste segment toe te voegen, ook in de bestaande wijken. In onze kernen en wijken willen we geen eenzijdig woningbestand of een eenzijdige samenstelling van de bevolking. Bij de bouw van woningen houden wij rekening met woonbehoeften van verschillende inkomensgroepen en van specifieke doelgroepen – en blijven we ons ervan bewust dat woonbehoeften ook veranderen door de tijd. Op pagina 144 wordt ten aanzien van sociaal welzijn aangegeven dat een dak boven het hoofd de basis vormt van het sociaal welzijn van onze inwoners. Een problematische woonsituatie leidt vaak tot een stapeling van problemen en benodigde zorg en ondersteuning. Betaalbaar wonen is daarom een belangrijke voorwaarde voor sociaal welzijn. Er zijn ook inwoners in een kwetsbare situatie die niet kunnen wonen zonder begeleiding of zorg.
Denk aan ouderen met een beperking, aan kwetsbare jongeren die niet bij hun ouders kunnen wonen, aan inwoners met een verstandelijke of fysieke beperking en aan inwoners die psychische zorg nodig hebben. Voor inwoners zoals ouderen met een beperking zijn woningen en geclusterde woonvormen nodig in de wijk. De vraag naar geclusterde woonvormen voor ouderen en mensen met een lichamelijke beperking verdubbelt in de komende 20 jaar. Als we niets doen zal er in 2040 een tekort zijn van 980 plekken in voorzieningen met 24 uurszorg, en een tekort aan 2.195 geclusterde woningen (zonder zorg). Voor mensen met een verstandelijke beperking zullen we in 2040 een extra vraag van 440 woonplekken hebben. Voor inwoners die beschermd wonen met psychische hulp wordt een tekort van 110 woonplekken verwacht.4 Aandachtspunt is de mogelijke concentratie van kwetsbare inwoners in wijken met veel sociale huur. Dat is onwenselijk vanuit het oogpunt van leefbaarheid en veiligheid. We moeten goed kijken naar de draagkracht van wijken en naar de acceptatie van inwoners met een beperking in de wijk. Het mengen van functies – zoals stedenbouwkundig en economisch wenselijk op specifieke plaatsen – kan voor meer levendigheid en ruimte voor ontmoeten in de wijk zorgen. Voorkomen moet worden dat dit bestaande voorzieningencentra uitholt.
3.3.2 Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025 In 2020 heeft de gemeenteraad het 'Woonbeleidsprogramma 2019-2025: Het verschil maken' vastgesteld. In vergelijking met eerdere beleidsvisies op het wonen legt het 'Woonbeleidsprogramma 2019-2025 nieuwe en andere accenten. De nieuwbouw wordt fors opgevoerd. De aanstaande schaalsprong zal het karakter van de gemeente blijvend beïnvloeden. De gemeente wil daarom samen met de ontwikkelaars, zorgpartijen en woningcorporaties ervoor zorgen dat de groei van de gemeente aansluit bij de veranderende woningbehoefte. Men wil de gemeente verder diversificeren. Dat betekent: meer woningen in landelijke, centrum-dorpse en centrumstedelijke woonmilieus, meer appartementen voor starters en ouderen en uitbreiding van het aantal woonzorginitiatieven. Met een groter aanbod van betaalbare huur- en koopwoningen wil men de zoektijden verkorten. Bij de verdeling van sociale huurwoningen zal meer gestuurd Hoofddorp Bornholm 50
23
worden op slaagkansen dan voorheen. Door tijdelijke huurcontracten aan te bieden wil de gemeente jongerenwoningen vaker vrij laten komen. Er wordt maximaal gebruik gemaakt van lokale voorrang bij de toewijzing van vrijkomende sociale huurwoningen. Er zijn een viertal beleidslijnen waarop de gemeente gaat sturen. Dit zijn: 1. Divers aanbod door middel van nieuwbouw 2. Vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en kernen 3. Beschikbaarheid van betaalbare woningen 4. Goede huisvesting van aandachtsgroepen De richtlijn voor het gemeentelijk nieuwbouwprogramma is: • Sociaal segment en middeninkomens 50%. • Marktsegment 50% Het bestemmingsplan voorziet in nieuwe woningen voor diverse doelgroepen en bestaat uit mix van sociaal, middensegment en vrije sector. Van de 225 woningen en zorgwoningen wordt 30% gerealiseerd als sociale huurwoningen en 20% als betaalbare koopwoningen en/of middenhuurwoningen. Daarnaast wordt ook voorzien in zorgfuncties. Dit past binnen de kaders van het woonbeleid.
3.3.3 Nota Betaalbaar wonen Er gelden aanvullende eisen en voorwaarden voor woningbouwprojecten, groter dan 30 woningen. Vijftig procent van de nieuw te bouwen woningen worden betaalbaar voor mensen met een inkomen tot anderhalve keer modaal. Dit geldt zowel voor huur- als koopwoningen. Tot 2040 worden er 20.000 woningen gebouwd en met het doortrekken van de Noord/Zuidlijn kunnen daar nog eens 10.000 woningen bijkomen. Verder komt er voor koopwoningen een verplichting voor de koper om er zelf in te gaan wonen voor minimaal vijf jaar. Maatregelen De eisen en voorwaarden bestaan uit een breed palet van zeventien maatregelen. Zo gelden voor projectontwikkelaars eisen aan de maximale huur- en verkoopprijs. De grenzen waarbinnen deze prijzen gelden wordt door de Rijksoverheid vastgesteld. Hierbij valt te denken aan de grens voor Nationale Hypotheek Garantie en liberalisatie- en aftoppingsgrens. Daarbij moeten woningen in dit segment minimaal 25 jaar als huurwoning beschikbaar blijven en is er een maximale jaarlijkse huurverhoging vastgesteld. Om een sociale huurwoning te huren wordt er een huisvestingsvergunning ingevoerd. Een huurder van een sociale huurwoning moet voldoen aan inkomens- en verblijfseisen. Zij krijgen dan een huisvestigingsvergunning. Hiermee voorkom je dat deze huizen niet bij de juiste doelgroep terecht komt.
De gemeente Haarlemmermeer wil ook zorgen dat sociale huurwoningen kunnen worden toegewezen aan inwoners van Haarlemmermeer. Dit mag vanuit de huisvestingswet tot maximaal 30 procent van de sociale huurwoningen. Hoofddorp Bornholm 50
24
Koopwoningen Voor koopwoningen in het betaalbare segment moet de koper de woning zelf gaan bewonen en er geldt een anti-speculatiebeding van vijf jaar zodat de bewoner het huis niet met winst kan doorverkopen. Dit wordt vastgelegd in de overeenkomsten met de projectontwikkelaars. Met de ontwikkelaars worden afspraken vastgelegd om het minimale woonoppervlak vast te stellen om zo de woonkwaliteit te garanderen. Als er meer dan 60 woningen worden ontwikkeld, wordt de projectontwikkelaar met klem geadviseerd om de verhuur van deze woningen bij een woningbouwcorporatie onder te brengen. Woningbouwcorporaties hebben ervaring met de verdeling en zo wordt de wachtlijst (nu achttien jaar) van betaalbare huurwoningen ook korter. Hierover zijn afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst. Pas als de projectontwikkelaar schriftelijk aantoont dat samenwerking met de corporaties niet mogelijk is, zijn alternatieven bespreekbaar.
3.3.4 Beleid voor commerciële voorzieningen Haarlemmermeer; regels en ruimte Dit beleid betreft detailhandel, horeca, ambulante handel, motorbrandstoffenverkooppunten en commerciële dienstverlening. De gemeente wil de commerciële voorzieningenstructuur en -centra in Haarlemmermeer vitaal en toekomstbestendig houden. In het beleid wordt vasthouden aan clustering en waar nodig wordt in de centra met betrokkenen in overleg gegaan over het compacter maken van gebieden. De basis van dit commerciële voorzieningenbeleid bestaat uit drie pijlers: a. Concentratie in toekomstbestendige centra; b. Stimuleren van kwaliteit en diversiteit in de voorzieningencentra; c. Basis op orde in alle centra. Gemeente Haarlemmermeer wil via ‘blurring’ (functiemenging van detailhandel, horeca en commerciële dienstverlening) ruimte bieden aan innovatieve initiatieven van ondernemers, binnen de wettelijke vereisten hiervoor. Hierbij geldt dat de ondergeschikte commerciële dienstverlening, horeca of detailhandel alleen tijdens openingstijden van de hoofdactiviteit toegankelijk is en er geen aparte ingang is. Menging met het aanbieden van alcohol kan uitsluitend binnen de kaders die de (nieuwe) drank- en horecawet geeft.
Een ondergeschikte functie zoals detailhandel, horeca of commerciële dienstverlening is mogelijk met een maximum van 25% van het beschikbare bedrijfsoppervlakte met een maximum van 150 m² wvo. Bij functiemenging is het mogelijk om meerdere ondergeschikte activiteiten uit te voeren. Om te voorkomen dat ondergeschikte functies de overhand krijgen geldt bij twee of meer ondergeschikte functies een maximum van 50% van de totale bedrijfsoppervlakte met een maximum van 300 m² wvo. De (ondergeschikte) activiteiten vinden plaats door een en dezelfde exploitant. In overleg kan hiervan worden afgeweken.
Hoofddorp Bornholm 50
25
Ondergeschikte detailhandel wordt onder de volgende voorwaarden toegestaan binnen een hoofdfunctie: • Maximaal 25% van de totale bedrijfsoppervlakte met een maximum van 150 m² wvo mag als ondergeschikte detailhandel worden gebruikt. • De openingstijden van de ondersteunende activiteit vallen binnen de openingstijden van de hoofdactiviteit en er is geen aparte ingang. • Laden en lossen en parkeren wordt geregeld op eigen terrein. • Zie verder de regels over blurring.
3.3.5 Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer Het aantal inwoners en ondernemers groeit zowel in Haarlemmermeer als in de regio. De druk op de verkeers- en vervoersnetwerken zal daardoor toenemen. Daarnaast zet de groei van de verkeersstromen van en naar de luchthaven de bereikbaarheid van de Multimodale Knoop Schiphol onder druk. Er zijn voor de visie de volgende ambities opgesteld: • vrijheid van bewegen en vrijheid om een vervoermiddel te kiezen; • ruimte voor innovatie voor het 'nieuwe bewegen'; • een efficiënt en flexibel mobiliteitssysteem: klaar voor de toekomst; door een slimme fasering, wat nodig is wordt aangelegd, ruimte voor toekomstige uitbreiding wordt gereserveerd. Uitgangspunt is ‘eerst bewegen, dan bouwen’; • bestaande knelpunten in het netwerk oplossen; • mobiliteit met oog voor de leefomgeving; overlast zoveel mogelijk beperken; • veilig bewegen; • evenwichtige ontwikkeling op de juiste plek, met de juiste functies; • mobiliteit in en door Haarlemmermeer: gedeeld belang van gemeente, regio, rijk en bedrijfsleven; • faciliteren van schone en stille mobiliteit; • monitoring en indicatoren. De mobiliteitsvisie benoemt vervolgens een aantal thema’s waarvoor doelstellingen zijn benoemd. De thema’s zijn: 1. Netwerken verknopen 2. Auto 3. Goederenvervoer 4. Openbaar vervoer 5. Fiets 6. Voetgangers 7. Verkeersveiligheid 8.