Bijlage E-4 4695-BBI-pve-bmoai-01 (def)
Tekst van het document
PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELD- EN ONTRUIMINGSALARMINSTALLATIE
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
SGS Floriaan
Meerstraat 2 5473 AA Heeswijk-Dinther Netherlands t +31 (0)88 214 54 00 www.sgsfloriaan.nl
Member of the SGS Group (SGS SA) Division of SGS Search Ingenieursbureau B.V. - Meerstraat 2 – P.O. Box 83 – 5473 ZH Heeswijk – The Netherlands - CoC: 16078863 Unless otherwise agreed, all orders are executed in accordance with our general conditions. Upon simple request the conditions will again be sent to you.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 Adres:
Gemeentehuis Haarlemmermeer Raadhuisplein 1 2132 TZ Hoofddorp
Betreft:
Programma van Eisen brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie
Opgesteld door:
SGS Floriaan Meerstraat 2 5473 AA Heeswijk-Dinther
Telefoon:
088 – 214 54 00
E-mail:
herman.wessels@sgs.com
Contactpersoon:
de heer ing. H.W. Wessels
Dit document betreft alleen specificaties brandbeveiliging voor de installatietechnische/bouwkundige/organisatorische maatregelen van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie en is geen Uitgangspuntendocument brandbeveiliging.
Datum vrijgave 15 januari 2024
Beschrijving Definitief.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Auteur HWS
Vrijgave BvG
Pagina 2 van 27
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1. Omschrijving en gebruik van het gebouw 1.2. Reikwijdte van dit Programma van Eisen 1.3. Doel en opbouw van dit Programma van Eisen 1.4. Erkenning 1.5. Leeswijzer 1.6. Bouwbesluit 2012 en overige eisen in dit Programma van Eisen 1.7. Documentbeheer
5 5 5 5 6 6 6 6
2. GEGEVENS 2.1. Gegevens nodig voor de certificatieprocedure 2.2. Overige belangrijke gegevens en uitgangspunten
8 8 9
3. EISEN BRANDMELDINSTALLATIE Omvang brandmeldinstallatie Prestatie-eis brandgrootte Prestatie-eis ongewenste en onechte brandmeldingen Bijzondere omgevingsinvloeden Prestatie-eis voor systeembeschikbaarheid Detectiezones Plaats brandweeringang(en) Brandweerpaneel vereist Uitvoering brandweerpan(e)el(en) Nevenpanelen Opties brandmeldcentrale Handbrandmelders Doormelding van storing Doormelding van het brandalarm Signalering interne organisatie Overige eisen en opmerkingen
11 11 12 13 14 14 14 16 17 17 17 17 18 18 18 18 18
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 3 van 27
4. EISEN LUIDALARMINSTALLATIE Systeembeschikbaarheid De taal of talen waarin een bericht moet worden uitgezonden De wijze van activering Vertraging in de activering door automatische brandmelders Doormelding van storing Uitvoering bedieningspaneel Kleur optische signaalgever Omvang ontruimingsgebied Alarmeringszones Locatie en aantal bedieningspanelen Aanvullende eisen en opmerkingen
21 21 21 21 21 22 22 22 22 22 23 24
5. TEKENLIJST
27
Bijlagen:
▪
geen
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 4 van 27
1. INLEIDING 1.1. Omschrijving en gebruik van het gebouw Het gebouw betreft de nieuwbouw van het gemeentehuis Haarlemmermeer te Hoofddorp. De gebruiksfuncties, gebruiksoppervlakte en hoogte van de hoogste vloer van een verblijfsruimte boven het meetniveau volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn vermeld in hoofdstuk 2. 1.1.1. Bijzonderheden Sprinklerbeveiliging Het gehele gebouw wordt voorzien van een gecertificeerde sprinklerbeveiliging met o.a. als doel: ▪ invulling van de prestatie-eis functiebehoud bij brand van transmissiewegen in de gesprinklerde gebieden conform de NPR 2576. Voor details van de sprinklerbeveiliging wordt verwezen naar het Uitgangspuntendocument (UPD) nr. 4695-VBB-02, laatste versie, opgesteld door SGS Floriaan. Blusgasbeveiliging In het gebouw wordt een MER-ruimte gerealiseerd. Deze MER-ruimte wordt voorzien van een autonome niet gecertificeerde blusgasbeveiliging. De eisen die worden gesteld aan in deze paragraaf vermelde brandbeveiligingsinstallaties vallen buiten dit Programma van Eisen (PvE).
1.2. Reikwijdte van dit Programma van Eisen Dit PvE betreft de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie van het gehele gebouw. Brandveiligheid is een samenspel van bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen (kortweg BIO-maatregelen). Deze maatregelen komen voort uit een risico-inventarisatie en -evaluatie in relatie tot het gebruik en dienen de aanwezige risico's af te dekken binnen de kaders van de van toepassing zijnde regelgeving. Dit PvE heeft betrekking op twee onderdelen van het brandbeveiligingsconcept te weten de brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie, inclusief de voor deze installaties relevante bouwkundige en organisatorische maatregelen.
1.3. Doel en opbouw van dit Programma van Eisen Dit PvE betreft het Basisontwerp conform het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging. Dit PvE is de basis voor het ontwerpen, aanleggen, beheren en onderhouden van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie. Het is de eerste stap in het proces om tot een door de eisende partijen goedgekeurde gecertificeerde brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie te komen. De inhoud is gebaseerd op het model PvE zoals vastgelegd in de NEN 2535 en de NEN 2575. De inhoud is verder uitgebreid met: ▪ De eisen en/of gegevens waarvoor in de praktijk is gebleken dat zij noodzakelijk zijn om tot een doelmatige brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie te komen. ▪ De gegevens noodzakelijk voor het eventuele certificatieproces.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 5 van 27
1.4. Erkenning Voor het opstellen van PvE's/Specificaties brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties is SGS Floriaan gecertificeerd conform het CCV-Certificatieschema Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging onder nummer 0024-7.
1.5. Leeswijzer Dit PvE bestaat uit separate hoofdstukken voor de brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties. Alle hoofdstukken van dit PvE moeten echter geheel in samenhang met elkaar worden gelezen. Eventuele wijzigingen ten opzichte van een vorige versie van dit PvE zijn met een streepje in de linker kantlijn gemarkeerd. In hoofdstuk 2 zijn de gegevens over de gebruiker, de eisende partij en diverse administratieve gegevens noodzakelijk voor de certificatieprocedure vastgelegd. Ook worden hier de uitgangspunten en gegevens die hebben geleid tot het opstellen van dit PvE vastgelegd. In hoofdstukken 3 en 4 zijn de eisen weergeven in een tabel overeenkomstig het model uit de norm NEN 2535, respectievelijk de NEN 2575, waar nodig aangevuld met relevante toelichting en verduidelijking om onduidelijkheden voor de betrokken partijen te beperken. De nummers in de linker kolom van de tabellen verwijzen naar het betreffende artikel van de NEN 2535:2017, respectievelijk de NEN 2575:2012. Hoofdstuk 5 is bedoeld voor accordering door de eisende en/of belanghebbende partij(en). Door accordering verklaren de eisende partijen dat hun eisen correct zijn weergegeven. Het PvE dient conform de NEN 2535 en de NEN 2575 door alle eisende partijen te worden geaccordeerd.
Conform het antwoord van de Helpdesk Bouwregelgeving, is het echter niet nodig om reeds bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning al te beschikken over een door het bevoegd gezag goedgekeurd PvE. Bij de toepassing van NEN 2535 en NEN 2575 is het in die normen bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een vergunning voor het bouwen of voor brandveilig gebruik of een melding als bedoeld in de artikelen 2.18 en 6.7 van het Bbl. Er wordt geadviseerd om het PvE echter wel tijdig (voor het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning) door het bevoegd gezag te laten beoordelen en accorderen, om mogelijke vertraging door een door het bevoegd gezag afgekeurd PvE te voorkomen. De betrokken partijen dienen bij afwijking van het normatief kader contact op te nemen met de inspectie-instelling en de PvE-opsteller.
1.6. Bbl en overige eisen in dit Programma van Eisen Vanuit de overheid zijn de eisen voor de aanwezigheid, omvang en kwaliteit van brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties vastgelegd in het Bbl. Deze eisen zijn vermeld in dit PvE. Waar van toepassing zijn de eisen afgestemd op het brandbeveiligingsconcept van dit object en waar nodig aangevuld met de eisen van de overige eisende partijen.
1.7. Documentbeheer Het is noodzakelijk dat alle betrokkenen en met name de eisende partij(en) dit document inzien en in de gelegenheid worden gesteld om commentaar te leveren.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 6 van 27
Revisieblad PvE nr. 4695-BBI-01 Versie Datum Concept Definitief
01-03-2023 15-01-2024
Beschrijving Nieuw PvE Opmerkingen en aanvullingen op conceptversie verwerkt
Naam verantwoordelijke opsteller De heer ing. H.W. Wessels
Tabel 1.7-1
Het definitieve PvE dient door de eisende partijen te worden geaccordeerd.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 7 van 27
2. GEGEVENS 2.1. Gegevens nodig voor de certificatieprocedure Certificaat vereist:
Certificaat Leveren (CCV-Certificatieschema’s Leveren BMI, OAI): ☐ Brandmeldinstallatie. ☐ Ontruimingsalarminstallatie. ☒ Nee. Certificaat Onderhoud (CCV-Certificatieschema’s Onderhoud BMI, OAI): ☒ Brandmeldinstallatie. ☒ Ontruimingsalarminstallatie. ☐ Nee. Inspectiecertificaat Brandbeveiligingssysteem (CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging): ☒ Brandbeveiligingssysteem gebaseerd op een brandmeldinstallatie. ☒ Brandbeveiligingssysteem gebaseerd op een ontruimingsalarminstallatie. ☐ Nee.
Inspectiefrequentie:
☒ ☐
Bouwwerk en gebruiksfunctie(s):
Soort:
Gemeentehuis
Adres:
Raadhuisplein 1, 2132 TZ Hoofddorp
Jaarlijks (inspectiecertificaat met doormelding) (archiefruimte volgens de archiefregeling). N.v.t.
Gebruiksfunctie:
Gebruiksoppervlakte indicatie (m2)
Hoogste verblijfsruimte vloer indicatie (m)
☒ ☒
16.000 (gezamenlijk totaal)
15,2 15,2
Andere bijeenkomstfunctie (< 5.000 m2). Kantoorfunctie.
De bovenvermelde waarden zijn alleen bedoeld om een indicatie te geven van de omvang en de hoogte van de vloer van de gebruiksfuncties ten behoeve van de betrokken partijen die het PvE beoordelen aan de hand van bijlage II van het Bbl. Primaire doelen (zoals bedoeld in CCVInspectieschema):
☒ ☒
Veilig vluchten. Schadebeperking.
Afgeleide doelen (zoals bedoeld in CCVInspectieschema):
☒
Een beginnende brand tijdig ontdekken1), lokaliseren en signaleren, waarna de aangesloten brandbeveiligingsvoorzieningen tijdig in werking worden gesteld, binnen de context van het basisontwerp van de brandmeldinstallatie. Tijdig in voldoende mate akoestisch en/of optisch informatie geven aangaande de ontruiming, om veilig vluchten te initiëren, binnen de context van het basisontwerp van de ontruimingsalarminstallatie.
☒
1)
De wijze van ontdekken kan door personen gebeuren (niet-automatische bewaking) of automatisch (één en ander volgens bijlage 2 van het Bbl; eventuele afwijkingen zijn nader beschreven in dit PvE, indien nodig inclusief de gelijkwaardige invulling).
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 8 van 27
Doelen installatie (zoals bedoeld in NEN 2535):
☒ ☒ ☒ ☐ ☐ ☐
Persoonlijke bescherming. Sturen brandbeveiligingsinstallatie(s). Schadebeperking. Bescherming milieu. Continuïteit bedrijfsvoering. Anders, ……..
Toelichting: Omgevingsvergunning:
Niet bekend bij het opstellen van dit PvE.
Eigenaar/Gebruiker brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie:
Bedrijfsnaam:
Gemeente Haarlemmermeer
Adres:
Raadhuisplein 1, 2132 TZ Hoofddorp
Telefoon:
-
Naam beheerder:
-
Eisende partij(en):
☒ ☐ ☒
Bevoegd gezag. Verzekeraar. Eigenaar/Gebruiker.
Type(n) ontruimingsalarminstallatie(s):
☒ ☐ ☐ ☐ ☐
Luidalarminstallatie type A. Stilalarminstallatie met gesproken codebericht. Luidalarminstallatie type B. Stilalarminstallatie, draadloos. Stilalarminstallatie met attentiepanelen.
Toelichting:
2.2. Overige belangrijke gegevens en uitgangspunten 2.2.1. Uitgangspunten voor het opstellen van dit Programma van Eisen De volgende gegevens hebben gediend als informatiebron en uitgangspunt voor het opstellen van dit document: ▪ tekeningen projectnr. 3127050, tekeningnummers PE-30-00/01/02/03/04/05, d.d. 01-12-2023. ▪ Brandveiligheidsconcept, documentcode GHM2201R003, d.d. 15 december 2023 opgesteld door ZRi. Alle genoemde informatiebronnen zijn slechts gebruikt ter verkrijging van informatie over het betreffende gebouw. De eventueel ingetekende en/of omschreven brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie in deze informatiebronnen is hiermee niet beoordeeld. 2.2.2. Lijst van definities en afkortingen AM: Automatische brandmelder. ASD: Aspiratie detectiesysteem (aspiratierookmelder). ATGB: Adviescommissie toepassing en gelijkwaardigheid bouwvoorschriften. Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving BGC: Blusgascentrale. CCV: Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid te Utrecht. Dz: Detectiezone. EV: Elektrische voertuigen. HM: Handbrandmelder. IMM: Interfacemodule Managementsysteem. IPB: Integraal Plan Brandveiligheid.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 9 van 27
NvA: Ontstekingsbron:
PAC: PGS: PvE: RAC: SMC: Specificatie brandbeveiliging: UPD:
Nota van Aanvulling. Bron die voldoende energie ontwikkelt en kan afgeven om het eigen materiaal en/of het omgevingsmateriaal tot ontbranding te brengen. Bij normaal veilig gebruik en indien geïnstalleerd volgens de geldende voorschriften (zoals de NEN 1010) zijn elektrische boiler, verlichtingsarmatuur, verlichtingsschakelaar, wandcontactdozen, trek- en lasdozen, e.d. geen ontstekingsbronnen. Particuliere Alarmcentrale. Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Programma van Eisen. Regionale Alarmcentrale. Sprinklermeldcentrale. PvE zoals bedoeld in het CCV-Certificatieschema Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging. Uitgangspuntendocument.
2.2.3. Normatief kader De volgende wetten, normen en richtlijnen zijn gehanteerd voor het opstellen van dit document: ▪ CCV-Certificatieschema Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging. ▪ CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging. ▪ CCV-Certificatieschema BMI. ▪ CCV-Certificatieschema OAI. ▪ Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). ▪ Brandmeldinstallatie: de NEN 2535:2017 (hierna vermeld als de NEN 2535). Eventuele afwijkingen van deze norm zijn nader beschreven in dit PvE, indien nodig inclusief de gelijkwaardige invulling. ▪ Ontruimingsalarminstallatie: de NEN 2575-1+C1:2021, de NEN 2575-2+A2:2023 (hierna vermeld als de NEN 2575). Eventuele afwijkingen van deze norm zijn nader beschreven in dit PvE, indien nodig inclusief de gelijkwaardige invulling. ▪ Functiebehoud bij brand: de NPR 2576:2018 (hierna vermeld als de NPR 2576). ▪ Beheer, controle en onderhoud van brandmeldinstallaties: de NEN 2654-1+C1:2018 (hierna vermeld als de NEN 2654-1). ▪ Beheer, controle en onderhoud van ontruimingsalarminstallaties: de NEN 2654-2:2018 (hierna vermeld als de NEN 2654-2). Indien er meer eisende partijen zijn of indien de in dit PvE vermelde gegevens niet juist zijn, dient de opdrachtgever dit aan te geven bij controle van dit document.
Wij adviseren de opdrachtgever om dit document tijdig, als onderdeel van het Basisontwerp conform het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging, te laten beoordelen of inspecteren door de inspectieinstelling.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 10 van 27
3. EISEN BRANDMELDINSTALLATIE NEN 2535
Omschrijving
Eis
10.2
Omvang brandmeldinstallatie
Geëist door:
B
V
E
G
☐
Volledige bewaking
☐
☐
☐
☐
☒
Gedeeltelijke bewaking
☒
☐
☐
☐
☒
Ruimtebewaking (in relatie tot ontvluchten)
☒
☐
☐
☐
☐
Niet-automatische bewaking
☐
☐
☐
☐
☒
Ruimtebewaking (bewaken van een ruimte)
☒
☐
☐
☐
☒
Objectbewaking (toelichten)
☒
☐
☐
☐
B= V= E= G=
bevoegd gezag (brandweer) verzekeraar eigenaar gebruiker
Toelichting: Bbl Conform het Bbl is een brandmeldinstallatie vereist als volgt: ▪ Gehele gebouw (in verband met de verwevenheid van beide gebruiksfuncties): gedeeltelijke bewaking, aangevuld met ruimtebewaking en objectbewaking zoals hierna beschreven. Ruimtebewaking van samenvallende vluchtroutes (Bbl, art. 3.115-3 of art. 4.208-3) Voor zover vanuit de uitgang van een verblijfsruimte slechts in één richting kan worden gevlucht, zijn de buiten die verblijfsruimte gelegen ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert, en verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico en een doorgang die aan die buiten die verblijfsruimte gelegen ruimte grenst, voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking, indien er sprake is van één of meer van de volgende situaties: ▪ De loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht, bedraagt meer dan 10 meter. ▪ De totale oppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert, en van de daarop aangewezen verblijfsruimten is meer dan 200 m². ▪ Het aantal op de enkele vluchtroute aangewezen verblijfsruimten is meer dan twee. Bewaking liftschachten De apparatuur voor de aandrijving van de lift (schakelkast en/of motor) is in de liftschacht geplaatst. De schacht moet worden bewaakt met ruimtebewaking (bij gedeeltelijke of volledige bewakingsomvang).
De rookmelders moeten zodanig bereikbaar zijn, dat zij onafhankelijk van liftonderhoud zijn te onderhouden. Vanwege de bereikbaarheid voor service en onderhoud dient er te worden gekozen voor rookdetectie met ASD. De projectie wordt bij voorkeur uitgevoerd volgens interpretatiebesluit 2021-02 – Proefbranden bij aspiratiemelders, om te voorkomen dat er proefbranden noodzakelijk zijn. Koel- en vriesruimten Voor koel- en vriesruimten met een vloeroppervlakte groter dan 2 m 2 en met een volume kleiner dan 20 m3 geldt het volgende: In deze koel- en vriescellen zijn de condities voor automatische brandmelders zeer ongunstig. Indien in deze koelen vriescellen geen combinatie aanwezig is van brandbaar materiaal en een ontstekingsbron, behoeft deze ruimte niet te worden bewaakt. Indien deze combinatie wel aanwezig is, moeten het brandbaar materiaal en de ontstekingsbron bij voorkeur van elkaar worden gescheiden. Indien dit niet mogelijk is, moeten deze koel- en vriescellen worden bewaakt. Koel- en vriesruimten met een volume groter dan 20 m3 moeten altijd worden bewaakt. In te bewaken koel- en vriesruimten moet apparatuur worden toegepast die is geschikt voor de heersende condities (temperatuur- en r.v.-specificaties, waterdichte kabelinvoer en waterdichte sokkel, of aspiratiedetectie) en moet de positie van de betreffende melders en/of aspiratiebuis met de grootste zorg worden bepaald.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 11 van 27
NEN 2535
Omschrijving
Eis
Ruimtebewaking archiefruimte conform Archiefregeling De archiefruimte vallend onder de Archiefregeling moet worden voorzien van ruimtebewaking met rookdetectie en met doormelding naar de alarmcentrale van de brandweer (bron: https://wetten.overheid.nl). Objectbewaking bij deurvastzetinrichtingen Deuren in brand- en subbrandcompartimentscheidingen moeten zelfsluitend zijn. Indien deurvastzetinrichtingen (bijvoorbeeld kleefmagneten) zijn toegepast, moet objectbewaking worden toegepast conform bijlage C van de NEN 2535. Bewaking ten behoeve van sturing van rookwerende kleppen (NEN 6075) Door rookdetectie te sturen rookwerende kleppen (indien aanwezig) in rookwerende scheidingen moeten sluiten bij brandalarm van de bijbehorende rookdetectie. Deze rookdetectie kan worden uitgevoerd als ruimtebewaking in de ruimten van waaruit de rookdoorlatendheid wordt bepaald. Ook kan deze bewaking worden uitgevoerd als objectbewaking met kanaalmelders in de betreffende ventilatiekanalen nabij de rookkleppen, of als puntmelders nabij de af- en toevoerroosters in de ruimten van waaruit de rookdoorlatendheid wordt bepaald. Indien deze ruimten al zijn voorzien van rookdetectie van een vereiste automatische brandmeldinstallatie (bijvoorbeeld bij de vereiste gedeeltelijke- of ruimte-bewakingsomvang) is geen aanvullende ruimte of objectbewaking vereist.
Niet bewaakte ruimten De volgende ruimten hoeven niet te worden bewaakt: ▪ Vries- of koelruimten met een volume van minder dan 20 m 3 (zie ook toelichting op vorige blz.). ▪ Werkkasten en opslagruimten kleiner dan 2 m 2 indien hier geen ontstekingsbron aanwezig is. Bewaking in de MER-ruimte met blusgasinstallatie De aanwezige MER-ruimte moet vanuit de eis voor gedeeltelijke bewaking worden bewaakt met automatische rookdetectie. De rookmelders in de MER-ruimte ten behoeve van de aansturing van de blusgasinstallatie zijn daarop aanvullend en aangesloten op een autonome blusstuurcentrale. De automatische blusgasinstallatie is geen onderdeel van de certificering van de brandmeldinstallatie. De activering en terugkoppeling moeten bij inspecties van de brandmeldinstallatie wel worden gecontroleerd als stuurfunctie van de brandmeldinstallatie. Plaats handbrandmelders Handbrandmelders moeten worden geprojecteerd conform de NEN 2535, artikel 10.11.1. De receptie en de beveiligingsloge moet worden gezien als de ruimte waar mondelinge en/of telefonische brandmeldingen worden ontvangen en verwerkt en moet daarom worden voorzien van een handbrandmelder binnen 5 meter vanaf de plaats waar de meldingen worden verwerkt. 4.2
Prestatie-eis brandgrootte 1. 2. 5. 7. 8.
Polyurethaan matten. Beukenhouten blokjes. Pvc-draad BS 6266. Brandspiritus. Andere overeengekomen
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Ruimte
Nummer brandgrootte
Centrale keuken, spoelkeuken (stoom, rook)
7
Pantry’s met keukenblok (melder op afstand van het aanrecht plaatsen) 1 of 2 MER-ruimte (ventilatie, koeling)
2
Te bewaken koel- en vriesruimten (condens, kou, sterke temperatuurverschillen)
1 of 2
Bewaakte liftschachten (luchtwervelingen, stof) (*)
1 of 2
Traforuimte (**)
1 of 2
Pagina 12 van 27
NEN 2535
Omschrijving brandgrootte (omschrijven/ toelichten).
Eis NSA-ruimte, mogelijk dampen van rookgasdempers of van (olie)lekkages
1 of 2
Vide centrale hal/atrium (hoogte) (>12 en <16 meter: mogelijk één of twee lagen lineaire rookmelders of aspiratiedetectie)
1
Situaties met samenvallende vluchtroutes volgens Bbl art. 3.115-3 of artikel 4.208-3, indien aanwezig: smeulbranddetectie (witte rook)
2
Overige te bewaken ruimten
1 of 2
Toelichting: Indien bij geëiste automatische detectie van prestatie-eis brandgrootte 1 of 2 wordt afgeweken, moet (herleidbaar) akkoord van de eisende partijen worden verkregen (bijvoorbeeld door accordering van het PvE) en moet de reden van afwijking en de van toepassing zijnde brandgrootte in het PvE worden vastgelegd. (*) Voor proefbrand in een liftschacht met ASD zie interpretatiebesluit 2021-02 – Proefbranden bij aspiratiemelders. (**) Afsluitbare testmogelijkheid voor functionele test (bijvoorbeeld met rookpen) in de aanzuigbuis buiten de traforuimte. ASD-unit moet ook buiten de ruimte zijn aangebracht. Op deze wijze kan de ASD-detector functioneel getest worden zonder de traforuimte te betreden bij onderhoud en vervolginspecties. Tijdens de initiële inspectie moeten de buisleidingen in de traforuimte eenmalig door de inspectie-instelling worden geïnspecteerd. Indien wordt voldaan aan interpretatiebesluit 2021-02 – Proefbranden bij aspiratiemelders, is geen proefbrand noodzakelijk. Er bestaat de mogelijkheid dat voor de ruimten waarin proefbrand 7 is geëist, toch proefbranden 1 of 2 van toepassing kunnen blijven. Het toepassen voor rook- of multisensormelders heeft uit oogpunt van detectiesnelheid altijd de voorkeur boven thermische melders, indien kan worden voldaan aan de prestatie-eisen voor het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen.
Proefbranden zoals beschreven in de NEN 2535 moeten worden uitgevoerd in de situaties zoals vermeld in de NEN 2535 4.2.3, NEN 2535 bijlage B en NEN 2535, tabel 7. Zie eventueel ook interpretatiebesluit 2021-02 – Proefbranden bij aspiratiemelders. 4.3
Prestatie-eis ongewenste en onechte brandmeldingen Gebruiksfunctie: 1) Bijeenkomstfunctie. 2) Kantoorfunctie (*).
Risicoklasse extern: ☒ A. (2) ☒ B. (1) ☐ C. ☐ N.v.t.
Risicoklasse intern: ☒ B. (2) ☒ D. (1) ☐ E.
Risicoklasse
A
B
C
D
E
Ongewenst
0,35
0,7
1,05
1,4
2,1
Onecht
0,15
0,3
0,45
0,6
0,9
Totaal
0,5
1,0
1,5
2,0
3,0
Toelichting: Bovenstaande aantallen betreffen het maximaal aantal meldingen per jaar per 100 melders (zie ook tabel 4 in de NEN 2535). Het maximale aantal ongewenste en onechte brandmeldingen moet bij inbedrijfstelling of oplevering in het logboek worden vastgelegd. (*) Vanwege de verwevenheid van de beide gebruiksfuncties is voor het gehele gebouw de zwaarste eis van toepassing.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 13 van 27
NEN 2535
Omschrijving
Eis
10.11.3 Bijzondere omgevingsinvloeden Voor het voorkomen van ongewenste en onechte meldingen en storingen
Ruimte
Omstandigheden
Zie bij 4.2: prestatie-eis brandgrootte
Toelichting: 4.4
Prestatie-eis voor systeembeschikbaarheid De prestatie-eis voor de systeembeschikbaarheid is 99,7%. Toelichting bijzondere situaties:
10.3
Detectiezones 1.
Begane grond (4 detectiezones) *
2.
Eerste verdieping (4 detectiezones) *
3.
Tweede verdieping (4 detectiezones) *
4.
Derde verdieping (4 detectiezones) *
5.
Vierde verdieping (4 detectiezones) *
6.
Vijfde verdieping
Toelichting: Naast deze detectiezones, moeten nog de volgende separate detectiezones worden aangehouden. ▪ iedere bewaakte liftschacht. Trappenhuizen moeten signaleren volgens de NEN 2535, artikel 10.3.4 en zo nodig van nevenindicator worden voorzien volgens NEN 2535, artikel 10.10.e. De ruimte met een automatische blusgasinstallatie moet als separate detectiezone (en de blusinstallatie als externe melder) op de betreffende brandweer- en nevenpanelen worden gesignaleerd. De eisen aan de blusgasinstallatie valt verder buiten de reikwijdte van dit PvE. Iedere sprinklersectie moet als duidelijk herkenbare sprinklersectie op de betreffende brandweer- en nevenpanelen worden gesignaleerd. De eisen aan de sprinklerinstallatie vallen verder buiten de reikwijdte van dit PvE. De exacte detectiezone-indeling moet tijdens uitwerking van het detailontwerp door het branddetectiebedrijf worden bepaald in overleg met eigenaar/gebruiker. Definitieve indeling moet voldoen aan de NEN 2535 en wordt vastgelegd in de door de inspectie-instelling geïnspecteerde en goedgekeurde detectiezonetekeningen (detailontwerp). (*) benaming detectiezones af te stemmen met de eigenaar/gebruiker.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 14 van 27
NEN 2535
Omschrijving
8.6
Sturingen
Eis Installatie:
Stuurvoorwaarde: Algemeen
Selectief
AM
HM
SPR
Luid ontruimingsalarminstallatie (activeren, zie PvE ontruimingsalarminstallatie).
☒
☐
☒
☒
☒
Doormelding RAC (activeren, AM archiefruimte (sel.) + SPR (alg)).
☒
☒
☒
☐
☒
Doormelding PAC HM (activeren).
☒
☐
☐
☒
☐
Doormelding PAC 1e AM (activeren).
☒
☐
☒
☐
☐
Doormelding PAC 2e AM (activeren).
☒
☐
☒
☐
☐
Doormelding PAC SPR (activeren).
☒
☐
☐
☐
☒
Brandweeringang
Flitslicht (activeren).
☒
☐
☒
☒
☒
Brandweerpaneel (activeren).
☒
☐
☒
☒
☒
Nevenpanelen (activeren).
☒
☐
☒
☒
☒
Deurvastzetinrichtingen/kleefmagneten/vrijloopdrangers (deuren sluiten). Zie ook toelichting sturingen.
☒
☐
☒
☒
☒
Toegangscontrole: (deuren in vluchtroutes) (ontgrendelen, vrijgeven of openen, eventuele sluiswerking uit).
☒
☐
☒
☒
☒
Overige automatisch bediende deuren (ontgrendelen, vrijgeven, of openen, eventuele sluiswerking uit).
☒
☐
☒
☒
☒
Ontgrendelen buitendeur fietsenstalling
☒
☐
☒
☒
☒
Openen toegangsdeur vergaderzaal 0.10-D-01
☒
☐
☒
☒
☒
Luchtbehandelingsinstallaties (uitschakelen).
☒
☐
☒
☒
☒
Door BMI gestuurde brand-/rookkleppen in brand/rookwerende scheidingen (sluiten).
☒
☐
☒
☒
☒
Lift(en) waarmee personen kunnen worden vervoerd (sturen naar de bouwlaag waar de brandweeringang zich bevindt, deuren open en bediening uit).
☒
☐
☒
☒
☒
Automatische blusgasinstallaties met eigen autonome bijbehorende branddetectiesystemen (niet sturen vanuit gebouwbrandmeldinstallatie).
☐
☐
☐
☐
☐
Energietoevoer kook- en frituurapparatuur (afschakelen bij sprinkleralarm).
☒
☐
☐
☐
☒
Audio-/video-installaties (uitschakelen/geluid terug regelen) indien nodig om te voldoen aan de prestatie-eis geluidsniveau van de ontruimingsalarminstallatie.
☒
☐
☒
☒
☒
PV (zonne)panelen (afschakelen).
☒
☐
☒
☒
☒
Toelichting: Indien niet anders vermeld in het PvE moeten de in dit PvE vermelde sturingen worden uitgevoerd volgens de uitgave Brandbeveiligingsinstallaties 2012 van Brandweer Nederland.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 15 van 27
NEN 2535
Omschrijving
Eis
Elektrisch vergrendelde deuren Sturingen van toegangscontrolesysteem, deuren, deurvergrendelingen en deurvastzetinrichtingen dienen de ontvluchting niet te belemmeren. Indien de deuren niet zonder hulpmiddelen in de vluchtrichting te openen zijn, dienen er groene nooddrukkers te worden aangebracht waarmee de vergrendeling wordt vrijgegeven. Sturing deurvastzetinrichtingen/kleefmagneten/vrijloopdrangers/brandwerende schermen De sturing van een deurvastzetinrichting/kleefmagneet/vrijloopdrangers/brandwerend scherm moet automatisch worden geactiveerd bij storing en bij functies uitgeschakeld van minimaal de automatische brandmelders aan weerszijden van de deur met de betreffende deurvastzetinrichting/kleefmagneet/scherm. Sturing brand-/rookwerende kleppen De sturing brand/rookwerende kleppen moet failsafe zijn uitgevoerd (zoals ook gebruikelijk bij deurvastzetinrichtingen/kleefmagneten op brandwerende deuren); de sturing moet dan worden geactiveerd bij storing/functies uit (van de hele keten van detectie t/m sturing). Sturing elektrisch vergrendelde vluchtdeuren Indien (vanuit security-oogpunt) deurvergrendelingen worden toegepast die niet spanningsloos zijn ontgrendeld, moet de energievoorziening van de deurvergrendelingen voldoen aan artikel 6.4 van de NEN 2535.
Automatische blusgasinstallaties In de ruimten met automatische blusgasinstallaties worden externe autonome brandmeld-/blusgassystemen toegepast. De automatische blusgasinstallaties worden dus niet aangestuurd vanuit het brandmeldsysteem van het gebouw. Wél moeten de volgende signaleringen vanuit elk autonome brandmeld/blusgassysteem, worden ingekoppeld op de gebouwbrandmeldcentrale en op de gebouw brandweer- en nevenpanelen: ▪ vooralarm (indien aanwezig); ▪ automatisch brandalarm; ▪ gasblussing geactiveerd; ▪ storing en functies uitgeschakeld blusgasinstallatie. 10.7
Plaats brandweeringang(en)
☐ ☒ ☐
N.v.t. Hoofdingang. Anders, nl.: …….
Plaats nevenbrandweeringang(en)
☒
Uitgangen trappenhuizen.
Flitslicht brandweeringang(en)
☒ ☐
Ja, kleur: rood (eis vanuit sprinkler). Nee.
Toelichting: Dit flitslicht moet vanaf de openbare weg en/of de normale aanrijroute van de brandweer zichtbaar zijn. Aansturing ontsluiting brandweeringang
☐ ☐ ☒
N.v.t. Sleuteldepot type ………. Anders, SOS toegang (zie toelichting)
Toelichting: Om toegang te krijgen tot de (neven-)brandweeringangen wordt er gebruik gemaakt van een ‘SOS toegang’ in plaats van een sleutelbuis. Hiermee worden de ingangen elektronisch ontgrendeld indien het desbetreffende brandweervoertuig arriveert bij de (neven-)brandweeringang.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 16 van 27
NEN 2535
Omschrijving
Eis
Brandweerpaneel vereist
☐ ☒ ☐
Ja, omdat er een doormelding is vereist. Ja, eis vanuit sprinkler. Nee.
☐ ☒
N.v.t. Direct bij hoofdbrandweeringang.
☐ ☐ ☐ ☒
N.v.t. Geen specifieke eisen (tekstpaneel of alfanumeriek paneel). Tekstpaneel of alfanumeriek paneel met tekening. Geografisch paneel.
Toelichting: Locatie brandweerpan(e)el(en) Toelichting: 6.5
Uitvoering brandweerpan(e)el(en)
Toelichting: Het brandweerpaneel moet worden gecombineerd met het brandweerpaneel van de sprinklerinstallatie. De volgende meldingen van de gekoppelde blusgasbeveiligingen moeten per installatie worden gesignaleerd op het brandweerpaneel: ▪ brandalarm; ▪ blussing geactiveerd; ▪ storing, functies uit blusgasbeveiliging. Brandweerpan(e)el(en) ter goedkeuring aan het bevoegd gezag (brandweer) voorleggen
☐ ☒ ☐
N.v.t. Ja. Nee.
Toelichting: De exacte plaats van het brandweerpaneel nabij de brandweeringang moet tevens door de brandweer worden goedgekeurd. 10.8
Nevenpanelen
☐ ☒
N.v.t. Ja, locaties beveiligingsloge en receptie.
Toelichting: In de permanent bezette beveiligingsloge en de receptie moet een nevenpaneel worden aangebracht, waarop de brandmeldingen en de storingsmeldingen optisch en akoestisch worden gesignaleerd, zodat de interne organisatie tijdig de nodige maatregelen kan treffen. Bij het bedieningspaneel van de ontruimingsalarminstallatie moet informatie beschikbaar zijn over de toestand van de detectiezones van de brandmeldinstallatie. Indien het bedieningspaneel van de ontruimingsalarminstallatie niet in de directe nabijheid is gesitueerd van de brandmeldcentrale of het brandweerpaneel, moet daar een nevenpaneel van de brandmeldinstallatie worden aangebracht. De nevenpanelen moet worden uitgevoerd als alfanumeriek paneel. 6.2.2
Opties brandmeldcentrale
☒ ☒ ☒ ☒
Uitgang naar doormeldapparatuur voor brandmeldingen (E). Verificatie van meldingen (bijvoorbeeld meermelder- en meercriteria- afhankelijkheid, dubbeltoetsmethode, etc.). Vertraging van de uitgangssignalen naar C en/of G. Vertraging van uitgangssignalen naar E (aparte toestemming van de brandweer vereist).
Toelichting:
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 17 van 27
NEN 2535
Omschrijving
Eis
De brandmeldcentrale moet deze opties bezitten. Indien niet anders in dit PvE vermeld, worden deze opties niet toegepast. Deze opties moeten in de toekomst kunnen worden gebruikt bij eventueel gewijzigd gebruik en/of ter voorkoming van ongewenste meldingen. ☒ ☐
Standaarduitvoering. Speciale uitvoering (zie toelichting).
☒ ☐
Standaardhoogte. Afwijkende hoogte (zie toelichting).
☐ ☒
Intern, locatie: …. Extern: ☒ PAC. ☐ RAC. ☐ Andere locatie: ….
Doormelding van het brandalarm Categorie
☐ ☒ ☒
Geen doormelding vereist. Type 1 (RAC). Type 2 (PAC).
Aantal criteria
☐ ☒
Eén criterium brand (algemeen). Meerdere criteria brand (zie toelichting).
6.3 en Handbrandmelders 10.11.1 Montagehoogte handbrandmelders Toelichting: 8.2
Doormelding van storing naar 24 uur bezet ontvangststation voor storingsmeldingen
Toelichting: 8.4
Toelichting: De doormelding naar de RAC moet worden uitgesplitst in: ▪ brandalarm van de automatische melders in de archiefruimte; ▪ sprinklerinstallatie geactiveerd. De doormelding naar de PAC moet worden uitgesplitst in: ▪ 1e brandalarm van de automatische melders; ▪ 2e brandalarm van de automatische melders; ▪ brandalarm van de handbrandmelders; ▪ sprinklerinstallatie geactiveerd; ▪ storing. 10.6.2
Signalering interne organisatie
☐ ☒ ☐
☐ ☒ ☐
Brandmeldcentrale. Locatie: …. Nevenpanelen. Locatie: receptie en beveiligingsloge. Akoestische brandalarmsignaalgever(s), afwijkend signaal 6dB(A) boven omgevingsgeluid, minimaal 60 dB(A), waar persoon is die op melding moet reageren. Stil ontruimingsalarminstallatie (de NEN 2575) (zie hoofdstuk 4 voor het ontruimingsgebied). Luid ontruimingsalarminstallatie (de NEN 2575) (zie hoofdstuk 4 voor het ontruimingsgebied). Anders (PZI, portofoons, ….).
Toelichting: --
Overige eisen en opmerkingen TECHNISCHE EISEN
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 18 van 27
NEN 2535
Omschrijving
Eis
Afschakeling audio-/video-installaties De audio-/video-installaties moeten worden afgeschakeld door de ontruimingsalarminstallatie bij activering van de betreffende ontruimingsalarmzone indien nodig om te voldoen aan de prestatie-eisen voor het geluidsniveau. Handmatige bediening van de ventilatie bij brand Handmatige bediening van de ventilatie is niet vereist. Functiebehoud transmissiewegen Functiebehoud van de transmissiewegen volgens de NEN 2535, hoofdstuk 9 is verplicht. Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het branddetectiebedrijf en het installatiebedrijf om de juiste oplossing voor functiebehoud te kiezen. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van de NPR 2576. Door te voldoen aan de NPR 2576, zal in de meeste gevallen zijn voldaan aan de eis met betrekking tot functiebehoud. Daar waar de NPR 2576 strijdig zou zijn met de NEN 2535 of de NEN 1010, moet met de eisende partijen worden overlegd en moet er goedkeuring van de inspectie-instelling worden verkregen. Tussen stuurinterface (stuurrelais) en te sturen installatie/voorziening (component) hoeft de transmissieweg niet functiebehoudend te zijn uitgevoerd, wanneer beide zich in dezelfde ruimte bevinden, de onderlinge afstand tussen stuurrelais en component maximaal 10 meter bedraagt en de kabel voldoet aan de normale eisen met betrekking tot lijnbewaking en wijze van aanleg.
Functiebehoud met behulp van een sprinklerinstallatie Indien functiebehoud met behulp van een sprinklerinstallatie wordt gerealiseerd, moet worden voldaan aan de NPR 2576. Dit doel van de sprinklerinstallatie moet worden vastgelegd in het Uitgangspuntendocument (UPD) van de sprinklerinstallatie. Het certificaat van de sprinklerinstallatie, of de ja-conclusie of een verklaring van geen bezwaar van de inspectie-instelling van de sprinklerinstallatie, moet kunnen worden overgelegd. ORGANISATORISCHE EISEN Gebruikersinstructie De gebruiker moet zijn geïnstrueerd met betrekking tot de werking van de aangelegde installaties, teneinde bij brandalarm en/of ontruiming een zo effectief mogelijk optreden mogelijk te maken. Beheer en controles door de gebruiker De gebruiker dient de brandmeldinstallatie conform de NEN 2654-1 te beheren en te controleren, ook tijdens de garantieperiode. Hierbij is het van belang de aangelegde installaties en de onderdelen ervan regelmatig op goede werking en bedrijfsvaardige toestand te controleren. De resultaten van tests en controles moeten worden opgetekend in het logboek. De gebruiker moet één of meer personen hebben aangewezen als beheerder (opgeleid persoon). De beheerder is belast met het beheer en de periodieke controles van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie.
Daarnaast moeten er voldoende geïnstrueerde personen zijn die de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie kunnen bedienen. De beheerder moet aandacht schenken aan organisatorische aspecten om ongewenste en onechte brandmeldingen te voorkomen.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 19 van 27
NEN 2535
Omschrijving
Eis
Onderhoud De gebruiker is verplicht onderhoud uit te (laten) voeren conform het Bbl artikel 6.32. Hiertoe kan de gebruiker een onderhoudscontract afsluiten conform de NEN 2654-1. Indien er geen onderhouds- of servicecontract conform de NEN 2654-1 is afgesloten, dient de noodstroomvoorziening een functioneringsperiode van ten minste 72 uur te hebben. Het onderhoud van de gehele brandmeldinstallatie moet worden uitgevoerd en moet worden opgetekend in het logboek. INSPECTIE, CERTIFICERING EN OPLEVERING De brandmeldinstallatie moet worden opgeleverd conform de NEN 2535 bijlage B. Het brandbeveiligingssysteem gebaseerd op een brandmeldinstallatie moet conform het Bbl worden voorzien van een inspectiecertificaat volgens het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging (Inspectiecertificatie). Inspectie-instelling Waar in dit PvE staat "inspectie-instelling" wordt steeds bedoeld een inspectie-instelling geaccrediteerd als "Type A" volgens de NEN-EN-ISO/IEC 17020. Inspectie en certificering Inspectie Basisontwerp Het Uitgangspuntendocument (UPD, PvE) moet ter validatie worden geïnspecteerd door de inspectie-instelling. Het Inspectierapport Basisontwerp van de inspectie-instelling moet dan worden ingediend bij de eisende partijen.
Inspectie Detailontwerp Het Detailontwerp (projectietekeningen, blokschema, detectiezone-indeling, en overige detailontwerpgegevens) moet ter validatie worden geïnspecteerd door de inspectie-instelling. Het Inspectierapport Detailontwerp van de inspectie-instelling moet dan worden ingediend bij de eisende partijen.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 20 van 27
4. EISEN LUIDALARMINSTALLATIE NEN 2575
Omschrijving
Eis
4.4 (type A)
Systeembeschikbaarheid
Alleen specificeren in situaties waarbij moet worden afgeweken van de NEN 2575. ☐ ....%, vanwege ...........
Toelichting: 6.2.1 (type De taal of talen waarin een A) bericht moet worden uitgezonden
Alleen specificeren bij luidalarm A-installaties, stilalarminstallaties (uitgevoerd als type A-installatie) met gesproken codebericht en bij luidalarm type Binstallaties met een gesproken bericht. ☐ ☒ ☒
Niet van toepassing. Nederlands. Engels.
De wijze van activering
☒ ☒ ☒ ☒ ☒
BP. HM. AM. Ext (sprinklerinstallatie, blusgasinstallatie). AM in relatie tot samenvallende vluchtroutes.
Toelichting bij wijze van activering: BP = bedieningspaneel HM = handbrandmelder AM = automatische brandmelder Ext = externe melder
OPMERKING: Indien er sprake is van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking in situaties met samenvallende vluchtroutes conform het Bbl artikel 3.115-3 of artikel 4.2083,, moeten minimaal de ontruimingsalarmgevers in het desbetreffende deel automatisch worden aangestuurd bij het in alarm komen van een automatische melder in dat deel. Hier is sprake van indien: ▪ de loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 meter is, of; ▪ de totale vloeroppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede van de daarop aangewezen verblijfsruimten meer dan 200 m² is, of; ▪ het aantal aan de enkele vluchtroute gelegen verblijfsruimten meer dan twee is.
Toelichting: 6.4.1
Toelichting: De luid ontruimingsalarminstallatie moet onvertraagd worden geactiveerd door: ▪ de handbrandmelders, totaal; ▪ de automatische melders in situaties met samenvallende vluchtroutes, totaal; ▪ de overige automatische melders totaal; ▪ de sprinklerinstallatie, totaal; ▪ het bedieningspaneel, totaal. 6.4.1
Vertraging in de activering door automatische brandmelders
☐ ☒
Ja, ...... minuten. Nee.
Toelichting:
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 21 van 27
NEN 2575
Omschrijving
Eis
9.3
Doormelding van storing Zie PvE brandmeldinstallatie.
☐ ☐ ☒ ☐
Intern, locatie ....... Extern. PAC. Andere locatie.
Toelichting: Storingen moeten op dezelfde wijze worden doorgemeld als bij de brandmeldinstallatie. De storingsmelding van de ontruimingsalarminstallatie moet worden gekoppeld aan de brandmeldinstallatie. Dit mag niet leiden tot activering van de storingsmelding van de brandmeldinstallatie. Bij een niet-geïntegreerde luidalarminstallatie Type A moet de desbetreffende storing op de display van de brandmeldinstallatie duidelijk zijn te herleiden als storing van de ontruimingsalarminstallatie en duidelijk als storingsmelding van de ontruimingsalarminstallatie worden doorgemeld. 10.1.2
Uitvoering bedieningspaneel Alleen specificeren wanneer een tekstpaneel niet toereikend is: ☐ Geografisch paneel. ☐ Onbevoegde bediening moet worden voorkomen door bijvoorbeeld: ▪ een doorzichtige deur met slot; ▪ een sleutelschakelaar; ▪ een toegangscode op het bedieningspaneel. Toelichting:
11.2
Kleur optische signaalgever
☐ ☒ ☐
Wit. Rood. Anders, ......
☒ ☐
Het gehele gebouw (inclusief dakterras 2e en 4e verdieping). Het buitenterrein.
Toelichting: 14.2
Omvang ontruimingsgebied
Ruimten die van het ontruimingsgebied worden uitgesloten: ▪ bergruimten < 4 m² (alleen in gebruik met deur open); ▪ liften en liftschachten; ▪ kleine technische ruimten (zoals bouwkundige kasten met elektra verdeelkasten, waar men uitsluitend werkt met geopende deuren, niet betreedbare schachten, etc.); ▪ onbewaakte koel- en vriesruimten; ▪ niet voor de beheerder toegankelijke ruimten van het energiebedrijf zoals de traforuimte en het inkoopstation; ▪ ruimte met het ontruimingsalarmbedieningspaneel (vanwege verstaanbaarheid bhv’ers en communicatie met de hulpdiensten) – Beveiligingsloge; ▪ besloten ruimten, zoals kruipruimten. Toelichting: 14.3
Alarmeringszones
Afzonderlijke alarmeringszones
Aangestuurd door detectiezone
Het hele gebouw
Alle detectiezones en externe meldingen
Toelichting: Het gehele gebouw is één alarmeringszone.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 22 van 27
NEN 2575
Omschrijving
Eis Bij atria: ☐ Alle ruimten die aan de atria grenzen.
Toelichting: 15.2.2 en 15.2.3
Locatie en aantal bedieningspanelen
Hoofdbedieningspaneel ▪ Beveiligingsloge. Nevenbedieningspaneel ▪ Receptie.
Toelichting: 4.2 en 15.4 en 15.5 en 4.3 (type A)
Bijzondere omgevingsinvloeden alsmede akoestische eigenschappen van ruimten die van invloed kunnen zijn op de projectie (type A)
Ruimte
Omstandigheden
Ruimte met blusgasinstallatie
Blusgasalarm
Presentatieruimten/Raadzaal
Audio-/video-installatie
Centrale keuken
Hoog omgevingsgeluidsniveau
Technische ruimten
Hoog omgevingsgeluidsniveau
Opslag/archief
Veel obstakels/demping
NSA-ruimte
Hoog omgevingsgeluidsniveau
Sprinklerpompruimte
Hoog omgevingsgeluidsniveau
Dakterras
Weersomstandigheden
Toelichting: Niet vermelde ruimten in bovenstaand overzicht mogen niet automatisch als standaardruimte worden beschouwd. In elke ruimte van het ontruimingsgebied moeten geluiddrukniveau metingen worden uitgevoerd voor het omgevingsgeluid en voor het slow-whoop toonsignaal/voor gesproken berichten. De rapportage dient ter beschikking te worden gesteld aan de inspectie-instelling/aanwezig te zijn bij het logboek. Optische alarmgevers Conform de NEN 2575 is in de volgende omstandigheden, naast de vereiste akoestische alarmgevers, het gebruik van optische alarmgevers verplicht: ▪ bij een omgevingsgeluid van meer dan 99 dB(A) (geen akoestische alarmgevers toegelaten); ▪ arbeidsplaatsen bij equivalent geluidsniveau van meer dan 80 dB(A). Indien nodig moet de ontruimingsalarminstallatie eventuele achtergrondmuziek uitschakelen bij ontruimingsalarmering, zodat wordt voldaan aan de prestatie-eis. In de ruimten met een blusgasinstallatie geldt de prestatie-eis bij niet geactiveerde akoestische alarmgevers van de blusgasinstallatie. Het aantal en de projectie van de optische alarmgevers in de ruimte moet doelmatig zijn (de NEN 2575-2, 15.6).
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 23 van 27
NEN 2575
Omschrijving
Eis
--
Aanvullende eisen en opmerkingen
Omschrijving aanvullende eisen Sturingen bij activering ontruimingsalarm op bedieningspaneel Bij activering ontruimingsalarm op het bedieningspaneel ontruimingsalarm moeten de volgende sturingen van de brandmeldinstallatie in de betreffende alarmeringszone worden geactiveerd: ▪ elektrisch vergrendelde vluchtdeuren en toegangspoortjes; ▪ muziekinstallaties. Noodstroomvoorziening De noodstroomvoorziening moet een functioneringsperiode van ten minste 12 uur hebben, waarvan ten minste 30 minuten in alarm. Functiebehoud transmissiewegen Functiebehoud van de transmissiewegen volgens de NEN 2575, 16.8 is verplicht. Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de leverancier van de ontruimingsalarminstallatie en het installatiebedrijf om de juiste oplossing voor functiebehoud te kiezen. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van de NPR 2576. Door te voldoen aan de NPR 2576, zal in de meeste gevallen zijn voldaan aan de eis met betrekking tot functiebehoud. Daar waar de NPR 2576 strijdig zou zijn met de NEN 2575 of de NEN 1010, moet met de eisende partijen worden overlegd en moet er goedkeuring van de inspectie-instelling worden verkregen. Functiebehoud met behulp van een sprinklerinstallatie Indien functiebehoud met behulp van een sprinklerinstallatie wordt gerealiseerd, moet worden voldaan aan de NPR 2576.
Dit doel van de sprinklerinstallatie moet worden vastgelegd in het Uitgangspuntendocument (UPD) en het Inspectieplan van de sprinklerinstallatie. Het certificaat van de sprinklerinstallatie, of de ja-conclusie of een verklaring van geen bezwaar van de inspectie-instelling van de sprinklerinstallatie moet kunnen worden overgelegd. Storingen binnen alarmeringszones Een storing (niet als gevolg van brand) in de transmissieweg van een alarmeringszone mag de werking van de transmissiewegen van andere alarmeringszones niet beïnvloeden. Bij een eventuele storing (zowel kortsluiting als draadbreuk) in de transmissieweg naar de ontruimingssignaalgevers mogen niet meer dan 25 ontruimings-signaalgevers uitvallen in de desbetreffende alarmeringszone. Bouwkundige eisen Bouwkundige wijzigingen Bij bouwkundige wijzigingen en/of wijzigingen in materialen van wanden en deuren dient, door middel van nieuwe geluidsmetingen voor de luidalarminstallatie, te worden aangetoond dat nog wordt voldaan aan de relevante eisen voor de installatie.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 24 van 27
NEN 2575
Omschrijving
Eis Organisatorische eisen Ontruimingsplan, alarmorganisatie De gebruiker moet zorg dragen voor een actueel ontruimingsplan en adequate alarmorganisatie. Gebruikersinstructie De gebruiker moet zijn geïnstrueerd met betrekking tot de werking van de aangelegde installaties, teneinde bij brandalarm en/of ontruiming een zo effectief mogelijk optreden mogelijk te maken. Beheer en controles door de gebruiker De gebruiker dient de brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties conform de NEN 2654-2 te beheren en te controleren, ook tijdens de garantieperiode. Hierbij is het van belang de aangelegde installaties en de onderdelen ervan regelmatig op goede werking en bedrijfsvaardige toestand te controleren. De resultaten van tests en controles moeten worden opgetekend in het logboek. De gebruiker moet één of meer personen hebben aangewezen als beheerder (opgeleid persoon). De beheerder is belast met het beheer en de periodieke controles van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie. Daarnaast moeten er voldoende geïnstrueerde personen zijn die de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie kunnen bedienen. De beheerder moet aandacht schenken aan organisatorische aspecten om ongewenste en onechte brandmeldingen te voorkomen. Onderhoud De gebruiker is verplicht onderhoud uit te (laten) voeren conform het Bbl artikel 6.33.
Hiertoe kan de gebruiker een onderhoudscontract afsluiten conform de NEN 2654-2. Het onderhoud van de complete ontruimingsalarminstallatie moet worden uitgevoerd en moet worden opgetekend in het logboek. INSPECTIE, CERTIFICERING EN OPLEVERING De ontruimingsalarminstallatie moet worden opgeleverd conform de NEN 2575, bijlage B. Het brandbeveiligingssysteem gebaseerd op een ontruimingsalarminstallatie moet conform het Bbl worden voorzien van een inspectiecertificaat volgens het CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging (Inspectiecertificatie). Inspectie en certificering Inspectie Basisontwerp Het Uitgangspuntendocument (UPD, PvE) moet ter validatie worden geïnspecteerd door de inspectie-instelling. Het Inspectierapport Basisontwerp van de inspectie-instelling moet dan worden ingediend bij de eisende partijen. Inspectie Detailontwerp Het Detailontwerp (projectietekeningen, blokschema, alarmeringszone-indeling, en overige detailontwerpgegevens) moet ter validatie worden geïnspecteerd door de inspectie-instelling. Het Inspectierapport Detailontwerp van de inspectieinstelling moet dan worden ingediend bij de eisende partijen.
Toelichting:
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 25 van 27
Disclaimer Behoudens andersluidende overeenkomst worden alle opdrachten en documenten uitgevoerd en uitgegeven op basis van onze algemene voorwaarden. De aandacht wordt gevestigd op de beperking van aansprakelijkheid, de vergoedings-en bevoegdheidskwesties bepaald door deze voorwaarden. Elke houder van dit document dient te weten dat de informatie vervat in dit document enkel de bevindingen van SGS op het ogenblik van haar tussenkomst en binnen de grenzen van de eventuele instructies van de opdrachtgever, bevat. SGS is enkel aansprakelijk ten aanzien van haar opdrachtgever en dit document stelt de bij een handelstransactie betrokken partijen niet vrij van hun plicht al hun rechten en verplichtingen uit te oefenen voortkomend uit de handelsdocumenten. Vermenigvuldiging of publicatie van dit document mag alleen in zijn geheel en na schriftelijke goedkeuring van SGS gebeuren. Het aanbrengen van aanpassingen en/of toevoegingen aan dit document is exclusief voorbehouden aan SGS. Elke niet door SGS toegestane wijziging evenals de namaak of vervalsing van de inhoud of het uitzicht van dit document is onwettig en overtreders zullen worden vervolgd. Ondanks de zorgvuldigheid die betracht wordt, is SGS niet aansprakelijk voor schade, welke dan ook, als gevolg van onjuistheden in of problemen veroorzaakt door, (elektronische) communicatie. Dit document bevat vertrouwelijke informatie.
Indien u als niet geadresseerde dit rapport ontvangt, wordt u verzocht de afzender direct hieromtrent te informeren en het document te vernietigen.
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Pagina 26 van 27
5. TEKENLIJST Door accordering geven de eisende partijen aan dat hun eisen correct zijn weergegeven in dit PvE, respectievelijk geven de belanghebbenden aan geen bezwaar te hebben. Partij Bevoegd gezag
Gegevens Organisatie
☒ Eisende partij ☐ Belanghebbende
Adres
Datum/handtekening Datum:
Contactpersoon
Eventuele opmerking: Eigenaar/Gebruiker ☒ Eisende partij ☐ Belanghebbende
Organisatie
Datum:
Adres
Contactpersoon
PvE-opsteller
Organisatie
SGS Floriaan
Adres
Meerstraat 2 5473 AA Heeswijk-Dinther
Contactpersoon
de heer ing. H.W. Wessels
Programma van Eisen nr. 4695-BBI-01 15 januari 2024 Gemeentehuis Haarlemmermeer, Hoofddorp
Datum: 15 januari 2024
Pagina 27 van 27