Bijlage Advies commissie
Tekst van het document
Vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften Naam bezwaarde Datum hoorzitting Secretaris
Diverse bezwaarmakers besluiten Wvg Graan voor Visch Zuid 11 oktober 2022 R.C. Alblas
Advies aan de gemeenteraad van Haarlemmermeer Op 15 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders voor diverse percelen een aanwijzingsbesluit, met kenmerk 2022.0000476, genomen op grond van artikel 6, eerste lid van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg). Met dit besluit, hierna ‘het collegebesluit’ te noemen, is een voorlopig voorkeursrecht gevestigd op alle in het besluit aangewezen percelen in het gebied ‘Graan voor Visch Zuid’ te Hoofddorp. Dit besluit is op 16 maart 2022 aan alle betrokken grondeigenaren bekendgemaakt. De commissie stelt vast dat dit collegebesluit inmiddels van rechtswege is vervallen, omdat de gemeenteraad binnen drie maanden na het collegebesluit, namelijk op 2 juni 2022, heeft besloten (met kenmerk 2022.0000879) de in het collegebesluit genoemde percelen op grond van artikel 2, in samenhang met artikel 4 van de Wvg, aan te wijzen als gronden waarop een voorkeursrecht van toepassing is, als bedoeld in de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg. Dit besluit wordt hierna ‘het raadsbesluit’ genoemd. In artikel 6, derde lid van de Wvg staat dat bezwaren die zijn ingediend tegen het collegebesluit mede worden geacht te zijn gericht tegen het raadsbesluit. De bezwaren die zijn gericht tegen het collegebesluit zal de commissie dus ook opvatten als bezwaren tegen het raadsbesluit. In totaal zijn 37 bezwaarschriften ontvangen.
De gemeenteraad heeft verweerschriften opgesteld die aan alle bezwaarmakers zijn toegezonden. De bezwaarschriften zijn door de commissie gevoegd behandeld, in die zin dat alle bezwaarmakers, voor zover deze gebruik wilden maken van de gelegenheid om te worden gehoord, tijdens één gezamenlijke hoorzitting zijn gehoord. Deze hoorzitting heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2022. Het verslag van deze hoorzitting is bij dit advies gevoegd. In dit advies worden alle bezwaren besproken en wordt over alle bezwaarschriften advies uitgebracht. Uit privacy oogpunt bevat dit advies geen persoonsgegevens, maar worden alleen de zaaknummers genoemd die aan de diverse bezwaarschriften zijn toegekend. Wat adviseert de commissie? Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de bezwaren Alvorens aan de inhoudelijke behandeling van een bezwaarschrift kan worden toegekomen, moet worden vastgesteld dat er sprake is van een ontvankelijk bezwaar. Een bezwaar kan nietontvankelijk worden verklaard, als niet is voldaan aan de vereisten voor het indienen van een
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 2 van 14
bezwaar1. Zo moet een bezwaarschrift tijdig worden ingediend2, worden ondertekend, naam en adres bevatten van de indiener, en de gronden van het bezwaar bevatten 3. Ook moet kunnen worden vastgesteld dat, als het bezwaar namens iemand of namens een bedrijf of instelling wordt ingediend, de indiener bevoegd is om het bezwaar namens die ander in te dienen. Niet-ontvankelijkverklaring omdat niet aan de vereisten voor het indienen van een bezwaar wordt voldaan, mag alleen indien de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. De commissie adviseert de volgende bezwaren ontvankelijk te verklaren: 6193479 6105909 6198031 6193275 6192432 6193311 6198028 6193339 6198094 6065706 6065593 6105382 6198374 6193542 6198391 6198070 6192677 6192573 6105896 6468862 6339205 6482951 6198047 6198404 6193032 6688649 6193515 6198562 Deze bezwaren zijn tijdig ingediend en voldoen aan alle vereisten voor het indienen van een bezwaar. De commissie adviseert het volgende bezwaar ontvankelijk te verklaren voor zover gericht tegen het raadsbesluit en niet-ontvankelijk te verklaren voor zover gericht tegen het collegebesluit: 6198653: Het bezwaar is niet binnen zes weken na het collegebesluit van 15 maart 2022, dat op 16 maart 2022 is bekendgemaakt, ontvangen.
Een vakantie is geen geldige reden voor deze termijnoverschrijding, zodat de conclusie niet anders kan zijn dan dat het bezwaar, voor zover gericht tegen het collegebesluit niet-ontvankelijk is. 1 Zie artikel 6:6, aanhef en onder a van de Algemene wet bestuursrecht. 2
Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na de bekendmaking van het bestreden besluit zijn ontvangen, artikel 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht. 3 Zie artikel 6:5, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 3 van 14
Echter, omdat het bezwaar ook mede wordt geacht te zijn gericht tegen het raadsbesluit, dat nadien is genomen, kan het bezwaar wel worden geacht tijdig te zijn ingediend tegen het raadsbesluit. Omdat ook aan de overige vereisten voor het indienen van een bezwaar wordt voldaan, is het bezwaar voor zover gericht tegen het raadsbesluit, ontvankelijk. De commissie adviseert het volgende bezwaar ontvankelijk te verklaren: 6198142 Weliswaar zijn de gronden van het bezwaar niet binnen de aan bezwaarmaker gestelde termijn ontvangen, echter bezwaarmaker heeft verklaard dat in verband met een bedrijfsovernameproces de gronden te laat zijn ingediend. Die verklaring vindt de commissie redelijk. Bovendien is het pro forma bezwaar wel tijdig ingediend, en zijn de gronden weliswaar te laat, maar wel vóór de hoorzitting ingediend. Aangezien verder aan alle vereisten voor het indienen van een bezwaar wordt voldaan, vindt de commissie dat het bezwaar ontvankelijk kan worden geacht. De commissie adviseert de volgende bezwaren niet-ontvankelijk te verklaren: 6425215 6192402 6198792 6193379 Deze bezwaren zijn ingediend namens een onderneming. De commissie overweegt dat, wanneer degene die het bezwaarschrift heeft ondertekend niet voor zichzelf maar voor een ander bezwaar maakt, van de bevoegdheid tot het maken van bezwaar moet blijken.
Om dat te bepalen is een uittreksel van de Kamer van Koophandel vereist. Ook kan het bestuursorgaan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen 4. Bezwaarmakers hebben geen uittreksel van de Kamer van Koophandel en geen machtiging overgelegd. Hierdoor is niet vast te stellen dat de bezwaren bevoegdelijk (door de rechtsgeldige vertegenwoordiger, dan wel een gemachtigde) zijn ingediend. Gelet hierop is niet voldaan aan de bij de wet gestelde vereisten voor het in behandeling nemen van het bezwaar. Bezwaarmakers zijn per brief in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen, door alsnog een uittreksel van de Kamer van Koophandel en een machtiging over te leggen, binnen een hen daartoe gestelde termijn. Bovendien zijn bezwaarmakers er in die brief op gewezen dat het bezwaar niet-ontvankelijk zal worden verklaard, indien de ontbrekende gegevens niet (tijdig) zouden worden overgelegd. Gelet daarop zijn deze bezwaren naar het oordeel van de commissie niet-ontvankelijk en kunnen deze bezwaren niet inhoudelijk worden behandeld. De commissie adviseert het volgende bezwaar gedeeltelijk ontvankelijk en gedeeltelijk nietontvankelijk te verklaren: 6192379 Het bezwaar is, voor zover ingediend door de natuurlijke persoon, ontvankelijk, aangezien aan alle vereisten voor het indienen van een bezwaar is voldaan. Het bezwaar is echter mede ingediend namens een VVE.
De commissie overweegt dat, wanneer degene die het bezwaarschrift heeft ondertekend niet voor zichzelf maar (mede) voor een ander bezwaar maakt, van de bevoegdheid tot het maken van bezwaar namens die ander moet blijken. Om dat te bepalen zijn een uittreksel van de Kamer van Koophandel en de statuten van de 4 Ingevolge artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 4 van 14
vereniging vereist. Ook kan het bestuursorgaan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen. Bezwaarmaker heeft deze (bewijs)stukken niet overgelegd. Hierdoor is niet vast te stellen dat het bezwaar bevoegdelijk (door de rechtsgeldige vertegenwoordiger, dan wel een gemachtigde) zijn ingediend. Gelet hierop is in zoverre niet voldaan aan de bij de wet gestelde vereisten voor het in behandeling nemen van het bezwaar. Bezwaarmaker is per brief in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Bovendien is bezwaarmaker er in die brief op gewezen dat het bezwaar niet-ontvankelijk zal worden verklaard indien de ontbrekende gegevens niet (tijdig) zouden worden overgelegd. Gelet daarop is het bezwaar naar het oordeel van de commissie niet-ontvankelijk, voor zover het is ingediend namens de VVE. De commissie adviseert de volgende bezwaren niet-ontvankelijk te verklaren: 6198694 Het bezwaar is niet binnen zes weken na het collegebesluit van 15 maart 2022, dat op 16 maart 2022 is bekendgemaakt, ontvangen. Een vakantie is geen geldige reden voor deze termijnoverschrijding, zodat de conclusie niet anders kan zijn dan dat het bezwaar, voor zover gericht tegen het collegebesluit niet-ontvankelijk is.
Echter, omdat het bezwaar ook mede wordt geacht te zijn gericht tegen het raadsbesluit, dat nadien is genomen, kan het bezwaar wel worden geacht tijdig te zijn ingediend tegen het raadsbesluit. Het bezwaar is ingediend namens een onderneming. De commissie overweegt dat, wanneer degene die het bezwaarschrift heeft ondertekend niet voor zichzelf maar voor een ander bezwaar maakt, van de bevoegdheid tot het maken van bezwaar moet blijken. Om dat te bepalen is een uittreksel van de Kamer van Koophandel vereist. Ook kan het bestuursorgaan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen 5. Bezwaarmaker is per brief in de gelegenheid gesteld om een uittreksel van de Kamer van Koophandel en een machtiging over te leggen, binnen een hem daartoe gestelde termijn. In deze brief is bezwaarmaker erop gewezen dat het bezwaar niet-ontvankelijk zal worden verklaard indien de ontbrekende gegevens niet (tijdig) zouden worden overgelegd. Bezwaarmaker heeft vervolgens wel een machtiging overgelegd, echter geen uittreksel van de Kamer van Koophandel. Bovendien is de machtiging niet ondertekend. De commissie overweegt dat door het ontbreken van een uittreksel van de Kamer van Koophandel niet is vast te stellen of de machtiging door de rechtsgeldige vertegenwoordiger van de onderneming is afgegeven.
Daarom is niet vast te stellen dat de bezwaren bevoegdelijk (door de rechtsgeldige vertegenwoordiger, dan wel een gemachtigde) zijn ingediend. Gelet hierop is niet voldaan aan de bij de wet gestelde vereisten voor het in behandeling nemen van het bezwaar. Het bezwaar is naar het oordeel van de commissie niet-ontvankelijk en kan niet inhoudelijk worden behandeld. -
6192878: Het bezwaar is ingediend door het bestuur van een Stichting, namens de eigenaren van de percelen op Graan voor Visch Zuid. De commissie stelt vast dat niet uit het bezwaar
5 Ingevolge artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 5 van 14
is af te leiden om welke eigenaren het gaat. Volgens vaste rechtspraak moet de identiteit van de bezwaarmaker(s) binnen de bezwaartermijn bekend zijn en is, als die identiteit niet bekend is, dit niet aan te merken als een vormverzuim dat kan worden hersteld6. Gelet daarop is het bezwaar niet-ontvankelijk te achten. Voor zover het bezwaar zou zijn ingediend namens de Stichting zelf, hetgeen overigens niet uit het bezwaar blijkt, merkt de commissie op dat hooguit sprake zou kunnen zijn van een afgeleid belang, en geen rechtstreeks belang, nu de Stichting geen eigenaar is van gronden die in het aanwijzingsbesluit zijn betrokken. Ook in zoverre acht de commissie het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. Ten aanzien van de inhoud van de bezwaren Procedureel De commissie merkt op dat het collegebesluit door het genomen raadsbesluit van rechtswege is vervallen. Hiervoor heeft de commissie al overwogen dat de tegen het collegebesluit ingediende bezwaren mede worden geacht te zijn gericht tegen het raadsbesluit. De commissie overweegt dat, hoewel het collegebesluit inmiddels is vervallen, er toch nog een (proces)belang zou kunnen bestaan bij een heroverweging van dat besluit, bijvoorbeeld als aannemelijk is gemaakt door de bezwaarmaker dat hij schade heeft opgelopen door dat besluit.
Uit rechtspraak7 leidt de commissie af dat alleen in dat geval nog een afzonderlijke beslissing op het bezwaar, voor zover gericht tegen het collegebesluit, vereist kan zijn. Uit die rechtspraak blijkt ook dat de gemeenteraad in dat geval bevoegd is op het bezwaar tegen het collegebesluit te beslissen en dat een gevraagde proceskostenvergoeding geen grond is voor een afzonderlijke beslissing op het collegebesluit. De commissie stelt vast dat in een aantal bezwaren wel wordt gesteld dat de genomen besluiten nadelig zijn voor de waarde van de aangewezen gronden, echter in geen van de bezwaren wordt concreet onderbouwd of aannemelijk gemaakt dat er daadwerkelijk schade is geleden door de voorlopige aanwijzing in het collegebesluit. De commissie is gelet op voornoemde rechtspraak dan ook van mening dat de gemeenteraad geen afzonderlijke beslissing behoeft te nemen op de bezwaren voor zover gericht tegen het (vervallen) collegebesluit. Voor zover in het bezwaar tegen het collegebesluit is gevraagd om een proceskostenvergoeding, kan de gemeenteraad de beslissing daarover meenemen bij de beslissing op de bezwaren tegen het raadsbesluit. Welke regels gelden? In artikel 2 van de Wvg staat dat de gemeenteraad gronden kan aanwijzen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van toepassing zijn.
In artikel 4, eerste lid, en sub a van de Wvg staat dat, in afwijking van artikel 3, eerste lid, voor aanwijzing voorts in aanmerking komen gronden die zijn begrepen in een structuurvisie, waarbij aanwijzingen zijn gegeven voor de bestemming en waaraan bij de structuurvisie een nietagrarische bestemming is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. In artikel 6, eerste lid van de Wvg staat dat burgemeester en wethouders gronden voorlopig kunnen aanwijzen, mits bij het hiertoe strekkend besluit aan die gronden een niet-agrarische 6 Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 augustus 2018,
ECLI:NL:RVS:2018:2562. 7 Zie de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 11 februari 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:600, rechtsoverweging 3.3.1.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 6 van 14
bestemming is toegedacht en het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Het besluit vervalt van rechtswege drie maanden na dagtekening of zoveel eerder als een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing ingevolge artikel 3, 4 of 5 in werking treedt. In artikel 6, derde lid van de Wvg staat dat, indien bezwaar of beroep aanhangig is tegen een besluit tot voorlopige aanwijzing en dit besluit vervalt omdat een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing in werking is getreden, het bezwaar of beroep mede wordt geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraad. In artikel 10, eerste lid van de Wvg staat dat een vervreemder eerst tot vervreemding kan overgaan nadat de gemeente in de gelegenheid is gesteld het desbetreffende goed te verkrijgen. In het tweede lid van dit artikel staat een aantal uitzonderingen in welke gevallen het eerste lid niet geldt. Wat zijn de bezwaren Kort samengevat zijn de volgende gronden van bezwaar ingediend. 1. Bestaande gebruik wijkt niet af van toegedachte bestemming Het raadsbesluit is in strijd met de Wvg, omdat niet vaststaat dat het bestaande gebruik van het perceel van bezwaarmaker afwijkt van de toegedachte bestemming ‘gemengd gebied voor wonen, kantoren en bedrijven en de daarbij behorende voorzieningen’, mede omdat enige verdere toelichting op die herontwikkeling c.q.
toegedachte bestemming van het gebied ‘Graan voor Visch Zuid’ ontbreekt. 2. Strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, meer gronden dan nodig aangewezen Het raadsbesluit is in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel - en daarmee in strijd met de artikelen 3.2 en 3.4 van de Awb - omdat bezwaarmaker uit gesprekken met medewerkers van de gemeente Haarlemmermeer is gebleken dat de gemeente enkel voornemens is om de zogeheten ‘strategische zone’ te (doen) ontwikkelen, terwijl het perceel van bezwaarmaker buiten deze zone is gelegen, waardoor meer gronden in de aanwijzing zijn begrepen dan nodig voor de voorgenomen herontwikkeling. 3. Met huurder overeengekomen voorkeursrecht van koop wordt geschonden Er wordt afbreuk gedaan aan het door bezwaarmaker met de huurder van het perceel overeengekomen voorkeursrecht van koop, althans dit voorkeursrecht van huurder wordt illusoir, waardoor bezwaarmaker schadeplichtig wordt tegenover de huurder wegens schending van zijn contractuele afspraak. 4. Er zijn ook andere instrumenten dan het vestigen van een voorkeursrecht Het door de Wvg beoogde doel (lees: financiële en inhoudelijke regie) kan ook worden bereikt door een exploitatieplan, terwijl de regiefunctie van de Wvg tevens beperkt is voor zover geen koopplicht voor de gemeente wordt ingevoerd tegen vergoeding van de marktwaarde. 5.
Niet is onderzocht of er sprake is van een waardedaling Uit niets blijkt dat door de gemeente is onderzocht of de aanwijzing van het perceel onder de Wvg leidt tot een waardedaling en uit niets volgt dat hiermee rekening is gehouden. 6. Vestigen voorkeursrecht is geen noodzakelijk instrument Maatschappelijke aspecten zorgen ervoor dat de markt haar werk kan doen waardoor het voorkeursrecht geen noodzakelijk instrument is om regie en sturing te kunnen realiseren.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 7 van 14
7. Onduidelijk of beoogde herontwikkeling daadwerkelijk kan worden gerealiseerd Uit niets volgt dat de beoogde (her)ontwikkeling ook daadwerkelijk kan worden gerealiseerd. Het kan niet zo zijn dat de gemeente de (financiële) haalbaarheid van een voorgenomen bestemmingswijziging pas in een volgend stadium gaat onderzoeken. 8. Er heeft geen belangenafweging plaatsgevonden Het besluit geeft geen inzicht in de wijze waarop de belangen zijn afgewogen, respectievelijk aan de belangen van bezwaarmaker recht wordt gedaan. Het raadsbesluit is om dezelfde redenen ook in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. 9. De aangewezen gronden dalen in waarde Het raadsbesluit leidt tot waardevermindering van het perceel, omdat niet valt in te zien dat bezwaarmaker het perceel voor de hoogste waarde aan een belegger kan verkopen na het einde van de lopende (ver)huurperiode, zulks gecombineerd met de zorgen over een lang (verkoop)traject en de discussie over een uiteindelijke verkoopprijs in relatie tot de marktprijs, dan wel marktwaarde van het perceel. 10. Onvoldoende belangenafweging De belangen van bezwaarmaker zijn niet (voldoende) betrokken in het raadsbesluit, mede gelet op de uitleg c.q. het missen van een exploitatieplan en de wijziging van het bestemmingsplan. 11.
Voorkeursrecht is eerste stap tot onteigening Het raadsbesluit kan een mogelijke eerste stap zijn tot uiteindelijke onteigening, indien bezwaarmaker niet tot verkoop wil overgaan, maar het perceel (betreffende een mega garage box) niet verkocht kan worden vanwege de opslag en het gebruik voor bedrijfsactiviteiten. 12. Het voorkeursrecht beperkt het eigendomsrecht Het raadsbesluit beperkt het eigendomsrecht van bezwaarmaker. 13. Er is sprake van een eenzijdig besluit Het raadsbesluit is een eenzijdig besluit, zonder toepassing van hoor en wederhoor. 14. Niet is onderbouwd dat er sprake is van een beter of intensiever gebruik Het raadsbesluit is in strijd met het motiveringsbeginsel, omdat onvoldoende is onderbouwd waarom wordt voorzien in een beter of intensiever gebruik dan het bestaande gebruik. 15.
Het raadsbesluit is te summier en onvoldoende concreet Het raadsbesluit is te summier dan wel onvoldoende concreet, omdat uit het Gebiedsplan Hoofddorp en de Omgevingsvisie 2040 niet blijkt welk van het daaraan toegedachte gebruik gemengd gebied voor wonen, kantoren en bedrijven en de daarbij behorende voorzieningen – op het perceel van bezwaarmaker (volgens het voornemen van de gemeente Haarlemmermeer) komt te rusten, waardoor nergens uit volgt dat het perceel in het nog vast te stellen bestemmingsplan niet wederom de bestemming ‘ Bedrijf – Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg’ zal krijgen. 16. Het perceel is ten onrechte aangewezen Het perceel van bezwaarmaker ligt feitelijk net buiten de grens van het bedrijventerrein Graan voor Visch Zuid, zulks gelet op de fysieke scheiding in de vorm van water tussen het perceel en het bedrijventerrein, waardoor de bestemming of het gebruik van het perceel van bezwaarmaker niet in de weg staat aan de kennelijk bestaande ambitie om woningen te realiseren op het bedrijventerrein.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 8 van 14
17. De belangen van de grondeigenaren zijn onvoldoende afgewogen Het raadsbesluit is onrechtmatig, omdat de raad na afweging van alle betrokken belangen niet tot aanwijzing had kunnen komen, aangezien tegenover het belang van de gemeente om regie te kunnen voeren bij gebiedsontwikkeling het belang van het grondrecht van bezwaarmaker om ongehinderd haar eigendomsrecht te kunnen uitoefenen staat, waaraan niet lichtvaardig voorbij kan worden gegaan. Indien de noodzaak om gebruik te maken van de Wvg ontbreekt, dient daar ook van af te worden gezien. 18. De rechten van bezwaarmaker worden onnodig lang beperkt Het raadsbesluit beperkt de rechten van bezwaarmaker onnodig lang, omdat de ontwikkelingen nog buitengewoon onzeker en weinig concreet zijn en de financiële haalbaarheid, mede gelet op de aankoop van de vele percelen in het gebied alsmede mogelijke vervuiling hiervan, nog geheel onbepaald is. 19. Het raadsbesluit is onvoldoende concreet Het raadsbesluit is onvoldoende concreet, omdat het perceel van bezwaarmaker zich volgens het Gebiedsplan Hoofddorp op de grens van het voorkeursrechtgebied bevindt, waardoor het nog maar de vraag is of het perceel in de ontwikkeling wordt opgenomen. 20.
Er is sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel Het raadsbesluit (lees: collegebesluit) is in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat het college kort voor de verkiezingen het voorlopige voorkeursrecht heeft gevestigd en de raad, gelet op de verandering van het politieke landschap na de verkiezingen, mogelijkerwijs niet zal instemmen met het definitief vestigen van het voorkeursrecht, welke onzekerheid niet door het college is onderzocht. 21. Er heeft onvoldoende onderzoek plaatsgevonden Het raadsbesluit tast het fundamentele recht op eigendom aan, omdat bezwaarmaker zijn perceel niet zonder toestemming van het college kan verkopen op de vrije markt, aan welke beperking vooraf een gedegen belangenafweging en een zorgvuldig onderzoek dient plaats te vinden, maar daarvan is in dit geval geen sprake. 22. De gevolgen van het voorkeursrecht zijn ingrijpend Als de in het raadsbesluit voorziene plannen worden doorgevoerd, zal bezwaarmaker (en vele andere eigenaren en gebruikers van het verzamelgebouw) op zoek moeten naar andere bedrijfsruimten, terwijl die voor dezelfde bedragen in de omgeving Haarlemmermeer niet te vinden zijn, waardoor dat wel eens het einde van zijn bedrijf zou kunnen worden, omdat het werk van bezwaarmaker niet kan worden voortgezet zonder deze ruimten, en verzoekt de gemeente mitsdien de plannen voor het bedrijfsverzamelgebouw te herzien. 23.
De gemeente moet een alternatief bieden Als de gemeente Haarlemmermeer de in het raadsbesluit voorziene plannen toch wil doorvoeren en het verzamelgebouw waarvan het perceel onderdeel uitmaakt opeist, dan zou het volgens bezwaarmaker netjes en misschien wel de plicht van de gemeente moeten zijn om een vergelijkbaar gebouw op korte afstand te realiseren, zodat het werk kan worden voortgezet. 24. Onvoldoende belangenafweging Het raadsbesluit tot aanwijzing van de woningen in het appartementencomplex, en daarmee van de mogelijke aankoop van de appartementsrechten door de gemeente, beïnvloedt de cohesie tussen de bewoners nadelig of kan deze nadelig beïnvloeden (onrust, zorgen over verloedering etc.), welk belang in de afweging tot aanwijzing moet worden betrokken.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 9 van 14
25. Er zou een gesprek moeten plaatsvinden over de negatieve gevolgen Het verbaast bezwaarmaker dat (de assetmanager van) de gemeente Haarlemmermeer niet bereid is met hem in gesprek te gaan over het raadsbesluit (alsmede de negatieve gevolgen daarvan voor bezwaarmaker en over de vraag hoe die negatieve gevolgen kunnen worden gemitigeerd en welke bijdrage de gemeente daaraan levert), terwijl het voorkeursrecht juist is ingezet als anticipatie op de ruimtelijke (her)ontwikkeling van het gebied ‘Graan voor Visch Zuid’ , te meer daar de gemeente in ultimo het machtsmiddel onteigening moet inzetten om de (her)ontwikkeling uit te kunnen voeren als bezwaarmaker niet ‘beweegt’. 26. Strategische bedrijfsbeslissingen worden geblokkeerd Het raadsbesluit zet de voet dwars voor strategische bedrijfsbeslissingen, waaronder begrepen het voornemen van bezwaarmaker om op het perceel een extra verdieping te bouwen vanwege de groeiende vraag naar self storage, met als gevolg dat veel huurders elders ruimte zoeken waardoor bezwaarmaker grote huurverliezen zal lijden en een negatieve concurrentiepositie krijgt (lees: de concurrenten van bezwaarmaker de huurbehoefte zullen innemen). 27.
Er is een negatief effect op de beleggingswaarde van het perceel Het raadsbesluit zal om dezelfde redenen als genoemd een negatief effect hebben op de beleggingswaarde van het perceel, in relatie tot het feit dat de gemeente door het voorkeursrecht monopolist is geworden. 28. Er is sprake van strijd met het evenredigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel Het raadsbesluit is in strijd met het evenredigheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat uit niets blijkt dat de gemeente zich heeft vergewist van de belangen van bezwaarmaker. 29. Het raadsbesluit blokkeert de toekomstige overdracht van het bedrijf Het raadsbesluit blokkeert de toekomstige overdracht van het bedrijf, terwijl bezwaarmaker de vrijheid wil behouden om het bedrijf, inclusief het perceel, aan de toekomstige generaties over te dragen. Wat overweegt de commissie? A. Het gebruik maken van de bevoegdheid tot het vestigen van een voorkeursrecht (bezwaargronden 4, 6, 11, 12 en 13): De commissie overweegt dat de vestiging van een voorkeursrecht een discretionaire bevoegdheid is. Dat betekent dat de gemeenteraad in beginsel vrij is om van die bevoegdheid al dan niet gebruik te maken, mits aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan, en dat het gebruik maken van die bevoegdheid door een rechter slechts terughoudend wordt getoetst.
De commissie overweegt verder dat de hoogste bestuursrechter in haar uitspraak van 8 april 20158 heeft geoordeeld dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wvg volgt dat de wetgever met de invoering daarvan heeft beoogd om de positie van gemeenten bij de grondverwerving ten behoeve van de verwezenlijking van het ruimtelijke beleid te versterken door de gemeenteraad een middel te geven waarmee speculatie kan worden tegengegaan en de regie bij de verwezenlijking van de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen kan worden behouden. De commissie stelt vast dat in het raadsbesluit is toegelicht dat het doel van het vestigen van het voorkeursrecht is om, gelet op de ruimtelijke en maatschappelijke opgave van de gemeente Haarlemmermeer, de positie van de gemeente op de grondmarkt te verstevigen, 8 De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geregistreerd onder
ECLI:NL:RVS:2015:1089.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 10 van 14
speculatie tegen te gaan en een actieve en regisserende rol te spelen bij de invulling van haar plannen in het gebied ‘Graan voor Visch Zuid’. De commissie concludeert dat deze motieven in overeenstemming zijn met het doel en de strekking van de Wvg. De commissie merkt op dat zij de raad volgt in het standpunt dat dit doel niet kan worden bereikt met (bijvoorbeeld) een exploitatieplan. Een exploitatieplan is een faciliterend instrument en daarmee kan het dus juist niet worden ingezet om speculatie tegen te gaan en om de regie bij de verwezenlijking van de door haar voorgestane ruimtelijke ontwikkeling te behouden. De stelling in de bezwaren dat het vestigen van een voorkeursrecht niet noodzakelijk is, omdat maatschappelijke aspecten ervoor zorgen dat de markt haar werk kan doen, is verder niet onderbouwd, zodat de commissie daarin geen aanleiding ziet voor de conclusie dat de gemeenteraad in redelijkheid geen gebruik zou kunnen maken van zijn bevoegdheid op grond van de Wvg. In de bezwaren wordt verder nog, in zijn algemeenheid, gesteld dat er sprake is van een beperking van het eigendomsrecht en van een eenzijdig besluit.
De commissie merkt op dat dit inderdaad zo is, maar dat hierover in de rechtspraak 9 het volgende is gezegd: ‘Bij het vestigen van een voorkeursrecht is weliswaar sprake van een inbreuk op het ongestoorde genot van het eigendomsrecht, doch deze inbreuk vindt plaats in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de Wvg, terwijl niet kan worden gezegd dat daarbij niet een redelijk evenwicht is bereikt tussen het door die wet nagestreefde algemene belang en de fundamentele rechten van de eigenaar. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat het wettelijke voorkeursrecht slechts een betrekkelijk beperkte inbreuk op het eigendomsrecht maakt. Niet kan worden gezegd dat in de Wvg niet een redelijk evenwicht is bereikt tussen het door de wet nagestreefde algemene belang en de rechten van de eigenaar.
De vestiging van het voorkeursrecht heeft niet tot gevolg dat de eigenaar van het perceel waarop het voorkeursrecht is gevestigd niet langer de hem toekomende eigendomsrechten zou kunnen uitoefenen, doch uitsluitend dat hij - indien hij tot vervreemding zou willen overgaan - eerst de gemeente in de gelegenheid moet stellen de gronden te kopen.’ Ook het enkele feit dat er sprake is van een eenzijdig besluit en dat het eigendomsrecht van bezwaarmakers wordt beperkt is, hoewel de gevoelens van bezwaarmakers hierover begrijpelijk zijn, dus geen aanleiding voor de conclusie dat de gemeenteraad niet van zijn bevoegdheid op grond van de Wvg gebruik kon maken. Overigens stelt de commissie vast dat bezwaarmakers wel hun zienswijze kenbaar hebben mogen maken, alvorens het raadsbesluit is genomen, en zijn de ingediende zienswijzen door de gemeenteraad betrokken in de besluitvorming. Met betrekking tot de stelling in de bezwaren dat het vestigen van een voorkeursrecht mogelijk een eerste stap is tot onteigening, merkt de commissie op dat nu alleen het besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht voor heroverweging voorligt. De gemeenteraad heeft tijdens de hoorzitting uitgelegd dat onteigening en het vestigen van een voorkeursrecht twee verschillende zaken zijn en dat onteigening nu niet aan de orde is.
9 Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 oktober 2014,
ECLI:NL:RVS:2014:3786.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 11 van 14
B.
Het bestaande gebruik wijkt niet af van toegedachte bestemming (bezwaargronden 1, 7, 14 en 15): De commissie stelt vast dat het raadsbesluit is gebaseerd op artikel 4 van de Wvg. Hierin staat dat, in afwijking van artikel 3, eerste lid, ook voor aanwijzing in aanmerking komen gronden die zijn begrepen in een structuurvisie, waarbij aanwijzingen zijn gegeven voor de bestemming en waaraan bij de structuurvisie een niet-agrarische bestemming is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Er kan dus al voor aanvang van de procedure tot vaststelling van een bestemmingsplan een voorkeursrecht worden gevestigd op gronden die zijn begrepen in een structuurvisie. De commissie stelt vast dat de gemeenteraad in dit geval heeft verwezen naar de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040. In het raadsbesluit staat dat de toegedachte bestemming van de onder de aanwijzing vallende percelen is ‘gemengd gebied voor wonen, kantoren en bedrijven en de daarbij behorende voorzieningen’. In de toelichting op het raadsbesluit staat verder dat in de Omgevingsvisie een doorkijk wordt gegeven naar hoe de gemeente zich in de toekomst ziet en dat, voor wat betreft het gebied Hoofddorp, het accent verschuift naar binnenstedelijke vernieuwing en verdichting. Opgave is om de komende jaren nieuwe en andere woonmilieus toe te voegen.
Het stadscentrum en de stationsomgeving kunnen uitgroeien tot een (hoog)stedelijk woonmilieu, met een mix van wonen, werken, voorzieningen en aantrekkelijke straten, pleinen en een mooi stadspark. De commissie stelt vast dat in de toelichting op het raadsbesluit concreet wordt verwezen naar de passages (pagina’s) in de Omgevingsvisie waaruit volgens de gemeenteraad, in het bijzonder voor het deelgebied ‘Graan voor Visch Zuid’, de ruimtelijke voornemens die de gemeente ten aanzien van de aangewezen gronden heeft, kunnen worden afgeleid. De commissie vindt dat het raadsbesluit voldoende inzage biedt in en aanknopingspunten bevat voor de conclusie dat aan het gebied ‘Graan voor Visch Zuid’ de bestemming ‘gemengd gebied voor wonen, kantoren en bedrijven en de daarbij behorende voorzieningen’ is toegedacht en dat dus wordt voldaan aan de eis dat de structuurvisie aanwijzingen moet geven voor de bestemming van de aangewezen gronden. De commissie tekent daarbij aan dat, zoals ook uit vaste rechtspraak blijkt10, aan de vestiging van een voorkeursrecht op basis van een structuurvisie inherent is, dat op perceel niveau nog niet vaststaat hoe het uiteindelijke grondgebruik eruit zal zien.
Bij vestiging van een voorkeursrecht op basis van een structuurvisie behoeft ook nog geen zekerheid te bestaan over de verwezenlijking van de beoogde uitwerking, waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd. De systematiek van de Wvg brengt mee, dat op het moment dat het voorkeursrecht kan worden aangewend, veelal nog niet zeker zal zijn of de geplande uitwerking feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd. De commissie vindt (de toelichting op) het raadsbesluit, mede gelet op deze rechtspraak, op dit punt voldoende concreet. Het bezwaar dat niet vaststaat dat de beoogde (her)ontwikkeling ook daadwerkelijk kan worden gerealiseerd, en dat het niet zo kan zijn dat de gemeente de (financiële) haalbaarheid van een voorgenomen bestemmingswijziging pas in een volgend stadium gaat onderzoeken, slaagt daarom niet.
10 Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 januari 2011,
ECLI:NL:RVS:2011:BP1355.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 12 van 14
In de bezwaren wordt verder gesteld dat het bestaande gebruik van de gronden niet afwijkt van de toegedachte bestemming c.q. dat in het bestreden besluit onvoldoende is onderbouwd dat dit zo is. De commissie merkt allereerst op dat, bij de vraag of het bestaande gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming, moet worden uitgegaan van het bestaande feitelijke gebruik, en niet het gebruik dat volgens het huidige bestemmingsplan is toegestaan11. De commissie overweegt verder dat uit vaste rechtspraak12 ook blijkt dat de voorkeursregeling niet zo beperkt behoeft te worden opgevat dat deze alleen zou kunnen worden toegepast wanneer er sprake is van een bestemming voor wezenlijk andere gebruiksvormen. Ook wanneer de nieuwe bestemming voorziet in een vergelijkbaar, maar intensiever gebruik dan het bestaande, zal van een afwijkend gebruik kunnen worden gesproken.
De gemeenteraad heeft in dit verband in het raadsbesluit onder andere uitgelegd dat uit de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 volgt dat Hoofddorp stapsgewijs zal doorgroeien naar een diverse stad met meer dan 100.000 inwoners, waarbij het stadscentrum en de stationsomgeving (en daarmee het gebied Graan voor Visch Zuid waarin het percelen van bezwaarmakers zijn gelegen) kunnen uitgroeien tot een (hoog)stedelijk woonmilieu met een mix van wonen, werken en voorzieningen, en dat die toevoeging leidt tot een (sterke) intensivering van de reeds bestaande functies. In de verweerschriften is door de gemeenteraad over een aantal percelen nog een specifiekere uitleg gegeven. De commissie kan zich in die uitleg vinden en vindt dat voldaan wordt aan de eis van afwijkend gebruik. C.
Onvoldoende belangenafweging (bezwaargronden 3, 5, 8, 9, 10, 17, 18, 21, 22, 24, 26 tot en met 29): De commissie overweegt dat uit vaste rechtspraak13 volgt dat de wetgever zelf bij de totstandkoming van de Wvg het met het vestigen van een voorkeursrecht te dienen algemene belang heeft afgewogen tegen het individuele financiële belang van de betrokken grondeigenaren, zodat het enkele financiële belang niet meer afzonderlijk in de afweging behoeft te worden betrokken. Daarbij komt dat bij de vestiging van het voorkeursrecht door de gemeente moet worden voldaan aan een aantal in de wet gestelde procedurevoorschriften en in de wet gestelde eisen. De commissie ziet in de bezwaren geen aanknopingspunten dat niet aan deze voorschriften en eisen is voldaan. De commissie is daarbij van mening dat de gemeenteraad terecht heeft overwogen dat het wettelijke voorkeursrecht slechts een betrekkelijk beperkte inbreuk op het eigendomsrecht maakt. De vestiging van het voorkeursrecht heeft immers niet tot gevolg dat bezwaarmakers als eigenaren van een perceel niet langer de hen toekomende eigendomsrechten zouden kunnen uitoefenen, maar uitsluitend dat zij, indien zij tot vervreemding zouden willen overgaan, eerst de gemeente Haarlemmermeer in de gelegenheid moeten stellen het perceel te kopen. 11 Zie hiervoor de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 juli 2006,
ECLI:NL:RVS:2006:AY0385. 12 Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1638. 13 Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2332.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 13 van 14
De aanbiedingsplicht is dus alleen aan de orde als een bezwaarmaker vrijwillig zijn perceel wil gaan vervreemden. De commissie is van mening dat daarom ook de mogelijkheid tot het doen van strategische investeringen op gronden waarop een voorkeursrecht is gevestigd blijft bestaan, anders dan in de bezwaren wordt gesteld. Daar komt bij dat de gemeenteraad er naar het oordeel van de commissie terecht op heeft gewezen dat alleen een aanbiedingsplicht jegens de gemeente geldt, indien er sprake is van een voorgenomen ‘vervreemding’ in de zin van de Wvg en dat onder vervreemding in de zin van de Wvg alleen de in artikel 1 van de Wvg genoemde goederenrechtelijke rechtshandelingen vallen. De overdracht van aandelen in een vennootschap (tot wier vermogen een of meer onroerende zaken behoren die met een gemeentelijk voorkeursrecht zijn belast) valt hier bijvoorbeeld in beginsel niet onder. Verder overweegt de commissie dat in artikel 10 van de Wvg een aantal uitzonderingen is opgenomen, waarbij de grondeigenaar zijn grond niet eerst aan de gemeente hoeft aan te bieden. Bijvoorbeeld bij vervreemding ingevolge een overeenkomst tussen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn tot in de tweede graad of met een pleegkind.
De overdracht aan zoon of dochter van een familiebedrijf, zoals genoemd in één van de bezwaren, zou gelet hierop bijvoorbeeld niet door het voorkeursrecht worden geblokkeerd. Een aantal bezwaarmakers heeft gewezen op mogelijke waardedaling van hun perceel en/of ongunstige condities bij verkoop. De gemeenteraad heeft hierover gesteld dat bij de toepassing van de bevoegdheden uit de Wvg geen sprake is van waardedaling respectievelijk ongunstige condities bij verkoop, en dat, ingeval (een deel van) het aangewezen perceel aan de gemeente Haarlemmermeer te koop wordt aangeboden, het perceel kan worden verkocht tegen een waarde die gelijk is aan de waarde in het vrije commerciële verkeer tussen partijen als redelijk handelend koper en verkoper. Ook heeft de gemeenteraad erop gewezen dat, mochten partijen niet tot overeenstemming kunnen komen voor wat betreft de prijs, er daarvoor in de wet waarborgen zijn opgenomen. Zo kunnen bezwaarmakers, gelet op artikel 13 van de Wvg, aan burgemeester en wethouders verzoeken om de rechter te verzoeken een oordeel over de prijs te geven. De commissie kan deze uitleg van de gemeenteraad volgen.
De commissie is van mening dat, mede gelet op de ruime (discretionaire) bevoegdheid die de gemeenteraad heeft, de betrokken belangen voldoende door de gemeenteraad zijn betrokken bij de besluitvorming en dat de gemeenteraad zwaarder gewicht kon toekennen aan de belangen bij het vestigen van het voorkeursrecht op de betrokken gronden. Van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel of het evenredigheidsbeginsel is de commissie niet gebleken. D. Er zijn gronden ten onrechte aangewezen/meer dan nodig aangewezen (bezwaargronden 2, 16 en 19): De commissie overweegt dat het in beginsel aan de gemeenteraad is om de omvang van het aan te wijzen gebied te bepalen. Omdat het gaat om de vestiging van een voorkeursrecht op basis van een structuurvisie, die naar zijn aard nog slechts een globaal beeld geeft van de toekomstige bestemming, kan naar het oordeel van de commissie niet van de gemeenteraad worden verwacht dat hij een exact beeld heeft van de omvang van het gebied waaraan de toekomstige bestemming zal worden toegekend. Naar de mening van de commissie kan de omvang van het gebied waarop een voorkeursrecht wordt gevestigd daarom ruim worden aangewezen.
Advies bezwaren besluit Wvg Graan voor Visch Zuid
Pagina 14 van 14
Verder deelt de commissie de mening van de gemeenteraad dat de bestaande fysieke situatie ter plaatse niet relevant is, en dat die niet in de weg staat aan het gebruik van de bij wet gegeven bevoegdheid tot het vestigen van een voorkeursrecht. De commissie ziet, alles overwegende, in de bezwaren geen aanleiding voor de conclusie dat de gemeenteraad ten onrechte percelen heeft aangewezen, dat meer gronden dan nodig zijn aangewezen, of dat er percelen zijn aangewezen om andere redenen dan het tegengaan van speculatie en het behouden van de regie bij de verwezenlijking van de voorgestane ruimtelijke ontwikkeling in het gebied ‘Graan voor Visch Zuid’. Van een strategische zone, zoals genoemd in de bezwaren, is volgens de gemeenteraad geen sprake. De commissie heeft geen aanleiding daaraan te twijfelen. E.
Er moet een alternatief worden geboden en in gesprek worden gegaan over de gevolgen (bezwaargronden 23 en 25): De commissie overweegt dat, zoals zij hiervoor ook al heeft overwogen, het voorkeursrecht niet betekent dat bezwaarmakers gedwongen worden tot verkoop van het aangewezen perceel. Het betekent slechts dat, wanneer een bezwaarmaker zijn perceel vrijwillig wil vervreemden, hij het perceel eerst aan de gemeente moet aanbieden. In die zin kan de commissie de gemeenteraad volgen in zijn standpunt dat het bieden van een alternatief in dit stadium niet aan de orde is. De commissie merkt wel op dat het gebrek aan overleg en/of perspectief tijdens de hoorzitting door veel bezwaarmakers als signaal is afgegeven, en geeft de gemeenteraad in overweging om hier in het verdere proces aandacht aan te geven. F. Er liggen politieke beweegredenen ten grondslag aan het besluit (bezwaargrond 20): De commissie is niet gebleken van de gestelde onzorgvuldigheid. Bovendien heeft de gemeenteraad terecht opgemerkt dat het raadsbesluit en het collegebesluit twee separate besluiten zijn, waarbij het betrokken bestuursorgaan (de raad respectievelijk het college) ieder zijn eigen belangenafweging moet verrichten en heeft verricht. Wat is de conclusie en het advies over de bezwaren? Gelet op het voorgaande zijn de bezwaren, voor zover deze ontvankelijk zijn, ongegrond.
De bestreden raadsbesluiten kunnen ongewijzigd in stand blijven. Voor zover om een proceskostenvergoeding is verzocht, kunnen die verzoeken worden afgewezen, aangezien de bestreden besluiten niet behoeven te worden herroepen.
Getekend d.d. 14 november 2022 De vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften, De voorzitter,
De secretaris,
mevrouw D.P. Struijk
de heer R.C. Alblas