Bijlage A_Ecologisch en recreatief inrichtings- en beheerplan
Tekst van het document
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N
Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5 GEMEENTE HAARLEMMERMEER
COLOFON ZONNEPARK HOOFDDORP A5 Ecologisch en recreatief inrichtings- en beheerplan Oosterhout, 18-01-2023 IND-0467135-02H
Vestiging Oosterhout Beneluxweg 125 Postbus 40 4900 AA Oosterhout +31 (0) 162 487 500
Vestiging Maastricht Wim Duisenbergplantsoen 21 Postbus 959 6200 AZ Maastricht +31 (0) 43 325 32 23
info@croonenburo5.com
www.croonenburo5.com
VRIJGAVE Opsteller: VS/EvT
Vestiging Amsterdam Hoekenrode 8 1102 BR Amsterdam +31 26 845 02 71
Projectleider: EvT
I N H O U D S O P G AV E
1. P L A N G E B I E D E N O M G E V I N G
4
2. O N T W E R P U I T G A N G S P U N T E N 5 3. O N T W E R P 6 4. O P S T E L L I N G E N H E K W E R K
11
5. D O E L S O O R T E N 12 6. B E P L A N T I N G & B E H E E R 14 7. M O N I T O R I N G B O D E M 16 8. B E H E E R PA R K Z O N E 17 9. V I S U A L S 18
E C O L O G I S C H I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
3
PLANGEBIED EN OMGEVING
N520
PLANGEBIED EN OMGEVING Vattenfall en gemeente Haarlemmermeer zijn voornemens een zonnepark te realiseren met een oppervlakte van ca. 59 hectare. Het plangebied is gelegen in de Haarlemmermeerpolder (droogmakerij) ten noorden van de kern Hoofddorp. Kenmerkend voor de locatie is het weidse open landschap, de rationele verkaveling, het slotenpatroon (vaarten en tochten) en de lange polderlinten. Om de kernkwaliteiten van de droogmakerij en de bijbehorende linten te waarborgen is het belangrijk om rekening te houden met de openheid en de structuur van de verkaveling te volgen.
A5
14 ha
Schiphol 21 ha
A
Zonnepark Groene Hoek
24 ha
B
Hoofddorp
Verder wordt het plangebied aan de oostzijde begrensd door de Rijnlanderweg (polderlint), met daarachter de A5 en de Zwanenburgbaan. De zuidzijde van het plangebied wordt begrensd door de Vijfhuizertocht en een gedeelte van het Groene carré dat al in uitvoering is gebracht. Verder is ten zuiden van het plangebied het zonnepark ‘Groene Hoek’ gelegen. Ten westen van het plangebied is de Kagertocht gelegen, vanaf deze zijde zijn fraaie doorzichten op het open landschap. De noordzijde van het plangebied heeft geen harde begrenzing. De begrenzing bestaat op deze locatie uit een kavelsloot, vanaf waar doorzichten zijn op het open landschap. B E E L D K WA L I T E I T S P L A N Z O N N E C A R R É Om ruimte en richting te geven bij ontwikkelingen binnen het zoekgebied voor grootschalige zonneakkers heeft de gemeente Haarlemmermeer het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré opgesteld. Dit document biedt handvatten om een goede invulling te geven aan de geldende kaders. Het is belangrijk dat er een samenhangend geheel ontstaat binnen het zonnecarré. Daarbij worden de volgende perspectieven belicht: 1. Beleving vanaf recreatieroutes door wandelaars en fietsers. Hierbij staan de beleving van het landschap, de openheid, de zichtlijnen en een groene uitstraling centraal. 2. Beleving vanaf (snel) wegen door passanten.
Hierbij staan een rustige uitstraling, een samenhangend beeld, orde en ritme centraal. 3. Beleving vanuit de lucht door reizigers in een vliegtuig. Hierbij staan de karakteristieke kavelstructuur van de Haarlemmermeerpolder en een iconisch beeld als entree van Nederland centraal.
A - Zicht vanaf Pad om Noord op het plangebied (zuidzijde) 4
|
B - Zicht vanaf Rijnlander weg op het plangebied (oostzijde)
E C O L O G I S C H I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
Voorliggend ecologisch inrichtings- en beheerplan geeft invulling het behoud en versterking van de kernkwaliteiten van de Haarlemmermeerpolder en de uitgangspunten die geformuleerd zijn in het beeldkwaliteitsplan Zonnecarré.
ONTWERPUITGANGSPUNTEN
HOOFDVORM INGETOGEN EN SLUIT AAN BIJ HET RAAMWERK
M I N I M A A L 125 M A F S TA N D TOT HET POLDERLINT ‘RIJNLANDERWEG’
125 m
MAAK DE VERBINDING MET GROENE CARRÉ ZUID
Z O N N E PA N E L E N E V E N W I J D I G M E T K AV E L S T R U C T U U R, H O O G T E 2 M , R I J A F S TA N D 3,5 M
Rijnlanderweg
POLDERGRID MET SLOTEN VORMT HET RAAMWERK
M A A K ( D WA R S ) D O O R Z I C H T E N OV E R K AV E L S LOT E N
Groene Carré
E C O L O G I S C H I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
5
ONTWERP
Ka ge r
to c
ht
Oppervlakte plangebied: 59 ha Oppervlakte zonnepanelen: ca. 26.1 ha (45%) Groen, water, onderhoudspaden: ca 32.9 ha (55%)
A5
LEGENDA
Zonnepanelen Hekwerk met struweel Wandelpad Bloemrijk grasland Struweel 751
Nieuwe brug
Ca
rré
Zu
id
Zonneakker Groene Hoek
Inkoopstation Onderhoudspad
6
|
763
E C O L O G I S C H I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
jfh
761
rw eg
Vi
Grondwal Transformator
759A
767
Takkenril
759
ui
de
Informatie- en rustpunt
662 Ruimtereservering bebouwing zonnepark
765
ze r
to c
769
ht
lan
ne
jn
Sport- en speelplaats
Gr oe
757
Multifunctioneel ruimtegebruik Aan de zuidzijde van de zonneakker is een zone van ca 70 meter vrijgehouden van zonnepanelen. Op deze locatie wordt de verbinding gezocht met de Groene Carré zuid. Door het realiseren van een nieuwe brug over de Vijfhuizertocht is het mogelijk om een ommetje te maken in deze nieuwe parkzone. Je kan hier de hond uitlaten, een rondje hardlopen / wandelen. • er worden 2 ontmoetingsplekken aangelegd: een sport- en speelplaats en een informatie- en rustpunt; • de parkzone wordt ingezaaid met een bloemrijk mengsel, verspreid over de parkzone en rondom de ontmoetingsplekken worden plukjes struweel gerealiseerd om de recreant beschutting te geven. Verder wordt aan de noordzijde een rietoever gerealiseerd. • De vrijkomende grond door de verbreding van de watergangen wordt op grondwallen van ca. 1 meter hoog gelegd verspreid over de parkzone. Hierdoor wordt het gebied aantrekkelijker gemaakt voor o.a. kleine marterachtigen. Bij het onderdeel ‘Doelsoorten’ wordt hier nader op ingegaan. • Verspreid over het terrein worden ook takkenrillen aangelegd, dit zijn waardvolle elementen voor kleine insecten. De takkenrillen worden gevormd van snoeiafval, de gemeenschap kan daarbij meewerken aan de inpassing van het zonnepark. • Het struweel aan de zijde van het bedrijf heeft een beperkte hoogte en wordt regelmatig gesnoeid.
Ri
Rietoever
Landschappelijke inpassing & biodiversiteit De belangrijkste uitgangspunten bij de inpassing van het zonnepark zijn de balans tussen inpassen van het zonneakker en behouden van de kernkwaliteiten van de Haarlemmermeerpolder. Hiervan zijn de openheid en de orthogonale verkavelingsstructuur de belangrijkste kwaliteiten. Dit wordt op de volgende wijze ingevuld: • De randen worden ingepast met rietoevers en bloemrijke randen, op deze manier blijft de openheid van de polder gewaarborgd en wordt het zicht op de onderconstructie van de zonnepanelen weggenomen; • De zichtlijnen tussen de panelen worden ook voorzien van een bloemrijk mengsel, om zo de biodiversiteit te bevorderen; • er wordt alleen gebruik gemaakt van inheemse en gebiedseigen beplantingen om zo de biodiversiteit te bevorderen; • De watergang aan de zuid-westzijde en noord-oostzijde wordt verbreed van ca. 2 m naar 4 m en voorzien van rietoevers. Op de manier is er langs deze randen geen hekwerk benodigd. • Alleen de zijde aan de Rijnlanderweg wordt voorzien van een hekwerk. Voor de bewoners langs deze zone wordt het hekwerk voorzien van een landschappelijke haag.
Ontwerp - zonnepark Schaal: 1:5.000 Formaat: A3
ZIJDE RIJNLANDERWEG (OOST)
P R O F I E L A - A’
A’
<
Zonneakker
><
Bloemrijke rand 5 meter
>< Hekwerk met landschappelijk haag > 5 meter incl. onderhoudspad 2 m
125 m • •
Rijnlanderweg
A
•
• •
125 meter afstand tot het polderlint Rijnlanderweg Landschappelijke haag ca. 2 meter hoog en breed. Er wordt gebruik gemaakt van inheemse en gebiedseigen soorten. zie hiervoor het onderdeel ‘beplanting & beheer’. Hekwerk met houten palen en schapengaas, 2 meter hoog, met openingen aan de onderzijde, zodat passeebeerbaarheid voor lokale fauna is gegarandeerd Tussen het hekwerk en zonnepanelen wordt een bloemrijke rand ingezaaid. Hoogteverschil van de Rijnlanderweg ten opzichte van het zonnepark is ca. 60 centimeter, waardoor vanaf de Rijnlanderweg over de panelen heen gekeken kan worden.
E C O L O G I S C H I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
7
ZIJDE VIJFHUIZERTOCHT (ZUID)
PROFIEL B-B’ Rietkraag max. 80 cm breed
<
Recreatiezone
> <
Sloot met rietoever 4 meter
bloemrijke rand 5 meter
Sport- en speelplaats
B
B’
Recreatieve brug
> <
8
|
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
><
Zonneakker
Informatie- en rustpunt
>
Aan de zuidzijde van de zonneakker is een zone van ca 70 meter vrijgehouden van zonnepanelen. Op deze locatie wordt de verbinding gezocht met de Groene Carré zuid. Door het realiseren van een nieuwe brug over de Vijfhuizertocht is het mogelijk om een ommetje te maken in deze nieuwe parkzone. Je kan hier de hond uitlaten, een rondje hardlopen / wandelen. • er worden 2 ontmoetingsplekken aangelegd: een sport- en speelplaats en een informatie- en rustpunt; • de parkzone wordt ingezaaid met een bloemrijk mengsel, verspreid over de parkzone en rondom de ontmoetingsplekken worden plukjes struweel gerealiseerd om de recreant beschutting te geven. Verder wordt aan de noordzijde een rietoever gerealiseerd. De rietkraag heeft een maximale breedte van 80 cm. • De vrijkomende grond door de verbreding van de watergangen wordt op grondwallen van ca. 1 meter hoog gelegd verspreid over de parkzone. Hierdoor wordt het gebied aantrekkelijker gemaakt voor o.a. kleine marterachtigen. Bij het onderdeel ‘Doelsoorten’ wordt hier nader op ingegaan. • Verspreid over het terrein worden ook takkenrillen aangelegd, dit zijn waardvolle elementen voor kleine insecten. De takkenrillen worden gevormd van snoeiafval, de gemeenschap kan daarbij meewerken aan de inpassing van het zonnepark. • Het struweel aan de zijde van het bedrijf heeft een beperkte hoogte en wordt regelmatig gesnoeid.
Grondwal (ecologie en spelen)
Aanpassen bestaande brug t.b.v. veilige oversteek voetgangers
ZIJDE KAGERTOCHT (WEST)
PROFIEL C-C ’ C
C’
Rietkraag max. 80 cm breed
<
• • • •
Kagertocht
><
Bloemrijke rand met takkenrillen en struweel 10 meter
><
Zonneakker
>
Er wordt 10 meter afstand gehouden tot de Kagertocht De steile oever van de Kagertocht wordt flauwer gemaakt en voorzien van riet, maximaal 80 cm breed. De zone tussen de Kagertocht en het zonnepark wordt voorzien van bloemrijk grasland, takkenrillen en struweel. De takkenrillen worden verspreid, parallel aan de Kagertocht geplaatst. De takkenrillen vormen waardevolle elementen voor kleine insecten. Daarnaast bieden de takkenrillen ook nest- en schuilgelegenheid voor verschillende soorten fauna.
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
|
9
ZIJDE VIJFHUIZERWEG (NOORD)
PROFIEL D-D’ •
Rietkraag max. 80 cm breed
Bloemrijke rand 10 meter
><
D
D’
< Zonneakker ><
10
|
E C O L O G I S C H I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
Sloot met rietoever 4 meter
• •
><
Akker
>
De watergang aan noord-oostzijde wordt verbreed van ca. 2 m naar 4 m en voorzien van rietoevers. Op de manier is er langs deze rand geen hekwerk benodigd. De rietkraag heeft een maximale breedte van 80 cm. Er wordt 10 meter afstand gehouden tot de watergang, deze zone wordt voorzien van bloemrijk grasland.
OPSTELLING EN HEKWERK Opstelling De zonnepanelen staan in een zuid-gerichte opstelling waarbij gestreefd wordt om de zonnepanelen niet bodembedekkend te plaatsen. Dit houdt in dat ruimte wordt gehouden tussen de bodem en de panelen zodat voldoende water en licht op de bodem terecht kunnen komen. De beoogde hoogte van de panelen is 2 meter en een rijafstand van 3,5 meter. Tussen de panelen in de rij is 2 cm ruimte, zodat hemelwater ook tussen de panelen kan infiltreren in de bodem. Daarnaast is beschreven in provinciaal beleid dat de zonnepanelen maximaal 1,5 meter hoog mogen zijn, gemeten vanaf de omliggende wegen. De omliggende wegen liggen ca. 0,60 m hoger dan het maaiveld van het zonnepark (akker), waardoor de maximale hoogte van 1,5 meter (zichtlijn) hiermee niet overschreden wordt.
2m
3,5 m
Er wordt gebruik gemaakt donkere zonnepanelen met zo min mogelijk aluminium randen voor een rustig totaalbeeld. Exacte merk en modeltype nog niet bekend.
Trafo
Hekwerk Alleen aan de zijde van de Rijnlanderweg is een hekwerk noodzakelijk. De overige grenzen van het zonnepark worden afgebakend met minimaal 4 meter brede sloten met rietoevers. Het hekwerk aan de zijde van de Rijnlanderweg is maximaal 2 meter hoog. Er wordt gebruik gemaakt van een gaashekwerk in de kleur dennengroen. Voor het hekwerk wordt een landschappelijke haag geplaatst op deze manier wordt het hekwerk aan het zicht ontrokken. Er is daarbij gekozen voor de kleur dennengroen, zodat het hekwerk visueel onderdeel wordt van de landschappelijke haag. Onderstaand beeld is een referentie van uitstraling van het hekwerk. Voor de exacte maatvoering en vormgeving wordt verwezen naar de technische tekening van de hekwerken.
Onderhoudspad
Het hekwerk heeft een onderdoorgang van 10 cm. Hierdoor krijgen kleine zoogdieren de mogelijkheid te passeren. Voor het hekwerk wordt een landschappelijke haag geplaatst, zodat het hekwerk naar verloop van tijd niet meer zichtbaar is voor de bewoners aan de Rijnlanderweg. Onderhoudspaden De onderhoudspaden worden uitgevoerd in halfverharding (grasbetontegels) en hebben een breedte van 3,5 meter. Camerasysteem Het park wordt uitgerust met camerabewaking. De hoogte van het camerasysteem bedraagt maximaal 3 m. Palen uitgevoerd in de kleur dennengroen. De exacte locaties van de camera’s worden in een latere fase uitgewerkt. Verlichting Er wordt geen verlichting wordt toegepast die ’s nachts permanent aan staat.
Entree zonnepark
Ruimtereservering bebouwing zonnepark
Calamiteitendoorgang
Dennengroen gaashekwerk aan zijde Rijnlander weg. Hekwerk wordt naar verloop van tijd uit het zicht weggenomen door een landschappelijke haag.
Gaashekwerk met landschappelijke haag
E C O L O G I S C H I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
11
DOELSOORTEN Het huidige gebruik van deze locatie is voornamelijk akkerbouw en landbouw. Door het plaatsen van een zonnepark komt minder licht op de bodem en ontstaan beperkingen voor het bodemleven en de biodiversiteit in het gebied. In huidige situatie is de biodiversiteit echter al zeer laag door het gebruik van het land. De uitdaging bij voorliggend voornemen is het zonnepark een aanvullende betekenis te geven voor natuur. Hierbij moet gedacht worden aan het verhogen van de biodiversiteit en het bevorderen van het bodemleven. Kansen voor ecologie Voor het verkennen van kansen wordt gekeken naar de inrichting en het beheer. Daarnaast worden doelsoorten aan het gebied toegekend welke in de omgeving van het plangebied voorkomen. De verbindende functie van de groenstroken langs en gedeeltelijk door het zonnepark zorgen voor een uitwisseling van fauna tussen omliggende gebieden en het terrein op het zonnepark. In de parkzone (zuidwestzijde) wordt gekozen voor een verspreide ligging van ruigtes. Voor een insectaantrekkende werking van de ruige begroeiing is gekozen voor een samenstelling van wilde lijsterbes, hazelaar, sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, sleedoorn en meidoorn. Het struweel heeft daarbij een belangrijke functie voor de voortplanting van insecten. Het terrein wordt door de begroeiing ook een rustig gelegen terrein waar vogels tot broeden kunnen komen.
Mogelijk dat de aanwezigheid van broedvogels vanuit de nabijheid van de luchthaven minder gewenst is, maar het gebied wordt in het geheel minder aantrekkelijk voor grotere vogels zoals ganzen die voor luchtverkeer het grootste gevaar vormen. Het terrein zal daarnaast geschikt worden voor verschillende insecten waaronder bijen en vlinders. Hierbij wordt gestreefd naar een soortenrijkdom als op een Kruiden- en faunarijk grasland (kwaliteit van het richtinggevend natuurbeheertype N12.02 uit de SNL-systematiek). De gekozen plantgemeenschappen zijn die van een Kruiden- en faunarijk grasland. De lage vegetatie (doelsoorten) van dit terrein zijn: bochtige klaver, echte koekoeksbloem, gewone brunel, gewone margriet, grote ratelaar, kamgras, karwijvarkenskervel, klavervreter, klein vogelpootje, knolvossenstaart, knoopkruid, moerasstruisgras, muizenoor, polei, witte munt en zwarte zegge. De diversiteit aan vegetatie heeft een belangrijke functie voor allerlei insecten waaronder vlinders en bijen. Ook kunnen door de ruigtes foerageergebieden voor vleermuizen ontstaan. Doelsoorten Doelsoorten zijn de diersoorten waarvoor Nederland op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn de internationale verplichting heeft om de “Staat van Instandhouding” van deze soorten te verbeteren of te behouden. Het gaat om broedvogels, amfibieën, vissen, vleermuizen, knaagdieren, marterachtigen en insecten.
Er zijn in totaal 68 soorten benoemd. Zoals hierboven al aangegeven zal de begroeiing een insectaantrekkende werking hebben, waardoor kleine grondgebonden zoogdieren en ook vleermuizen het gebied kunnen gebruiken. Voor wat betreft de doelsoorten is het van belang om soorten te kiezen welke geen risico’s met zich mee brengen voor een locatie nabij een vliegveld. Dit betekent dat het gebied geen verhoogde aantrekkende werking mag hebben op met name grote vogels zoals ganzen en grote zoogdieren. In combinatie met een zonnepark is met name sprake van een invulling in randzones. De randzones langs het zonnepark worden ingezaaid met een bloemrijk mengsel en het zuidelijke deel krijgt een natuurlijke inrichting. Randzones kunnen goed worden ingericht als vegetatiezones met een functie voor de voortplanting van insecten. Op landelijk en ook Europees niveau is aangetoond dat de insectpopulaties achteruit gaan. Om deze reden is een invulling gericht op voortplantingsplaatsen van insecten een goed streefbeeld. Een insectaantrekkend gebied zal ook kleine zoogdieren met zich mee brengen, waardoor tevens kan worden ingezet op het aantrekken van de (in de provincie Noord-Holland beschermde) kleine marterachtigen: bunzing, hermelijn en wezel.
12
|
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
DOELSOORTEN Doelsoort – kleine marterachtigen: bunzing, hermelijn en wezel In de provincie Noord-Holland zijn de kleine marterachtigen beschermd onder Artikel 3.10, onderdeel A van de Wet Natuurbescherming. De kleine marterachtigen bestaan uit de bunzing, hermelijn en wezel. De soorten zijn sinds 2017 beschermd onder de Wet natuurbescherming, omdat de trend van deze soorten achteruit gaat. Het is om deze reden van belang dat de soorten meer aandacht krijgen in natuur gerelateerde projecten. De kleine marterachtigen jagen met name op muizen en konijnen, waarmee zij de lokale populaties van kleine zoogdieren onder controle houden. Kleine marterachtigen komen voor in een variatie aan biotopen en zijn met name gebonden aan verbindende elementen zoals houtsingels en struikhagen. In open gebied met voldoende dekking door struiken, hoge vegetatie en bomen komen de soorten vaak voor. Doordat in het plan grondophogingen worden opgenomen ontstaan tevens geschikte terreinen voor verblijfplaatsen zoals holen. Kleine marterachtigen nemen graag oude konijnenholen, muizenholen, burchten en zelfs molshopen in als verblijfplaats. Ook kunnen kunstmatige voorzieningen worden aangebracht om het gebied aantrekkelijker te maken voor de kleine marterachtigen.
Dit kan door takken- en steenhopen neer te leggen Niet alleen zijn dergelijke marterhopen een geschikte verblijfplaats voor de bunzing, hermelijn en wezel, maar ze kunnen ook dienen als verblijfplaats of overwinteringslocatie van insecten. Daarnaast worden egels en muizen vaak ook slapend aangetroffen in de houtopstapelingen. Geadviseerd wordt om ‘marterhopen’ te realiseren of dood hout op te stapelen in zones met ruigtes (waar niet gemaaid wordt). Een houtstapel heeft een functie voor marterachtigen en daarnaast voor: • Kleine vogels zoals winterkoning; • Insecten zoals keverlarven, bijen en grondgebonden insecten; • Overige geleedpotigen zoals spinachtigen en pissebedden; • Kleine zoogdieren zoals muizen en egel. Het kiezen van de kleine marterachtigen als doelsoort voor het gebied is in lijn met de bescherming van de Wet natuurbescherming, een waardevolle ontwikkeling voor een soortgroep waarvan een negatieve trend bekend is en de maatregelen bieden veel kansen voor ook andere diersoorten. Doelsoort - Koninginnenpage In de omgeving komen veel soorten dagvlinders voor, waaronder veel ‘algemene’ soorten. De koninginnenpage wordt regelmatig waargenomen in de omgeving. Deze soort komt voornamelijk voor in het zuiden van het land, maar verspreidt zich (mogelijk door de warme zomers) steeds meer naar het noorden van het land.
De koninginnenpage is een aantrekkelijke vlinder voor recreanten en kan in voorliggend project de doelsoort zijn om het gebied optimaal in te richten voor dagvlinders. De soort wordt ook steeds noordelijker in grotere aantallen waargenomen.
De koninginnenpage heeft als waardplant vooral peen (ook de gecultiveerde vorm); daarnaast ook andere schermbloemigen, zoals bevernel, engelwortel, dille, pastinaak en venkel. Deze soorten zitten dan ook in het mengsel dat speciaal voor deze locatie wordt aangebracht om het gebied aantrekkelijk te maken voor de koninginnenpage. Voor de adulte dieren is een bloemrijk gebied van belang. In het plan is opgenomen om verhogingen te creëren, waardoor een situatie ontstaat om een beheertype als ‘bloemdijk’ in te richten. Overige doelsoorten De diversiteit aan vegetatie heeft een belangrijke functie voor allerlei insecten waaronder vlinders en bijen. Ook kunnen door de ruigtes foerageergebieden voor vleermuizen ontstaan. Overige doelsoorten voor het terrein zijn: • Roodborsttapuit; • Patrijs; • Kwartel; • Dagvlinders: dagpauwoog, atalanta, argusvlinder, distelvlinder, gehakkelde aurelia; • Wilde bijen en hommels; • Andere insectensoorten. Monitoring Doelsoorten zijn geen maatlat om aan te monitoren, omdat deze in huidige situatie (nog) niet in de directe omgeving van het plangebied voorkomen. Om de ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit te monitoren, wordt gebruik gemaakt van indicatorgroepen. De meest effectieve indicatorgroepen zijn veelal de grondgebonden geleedpotigen, maar er zijn weinig specialisten welke deze monitoring kunnen uitvoeren.
De volgende groepen worden gemonitord: • Vogels; • Vlinders; • Libellen; • Planten. Hierbij dient voorafgaand aan de monitoring een nulsituatie te worden opgesteld (huidige situatie is zeer soortenarm) en deze wordt vervolgens met toekomstige aantallen vergeleken. Bij deze monitoring is het van belang om zoveel mogelijk verschillende soorten en aantallen per soort te noteren en dit jaarlijks te herhalen gedurende een periode van tenminste vijf jaar en vervolgens om de 5 jaar. Bij een negatief resultaat kunnen aanvullende maatregelen met betrekking tot beheer worden geadviseerd.
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
|
13
BEPLANTING EN BEHEER Struweel Verspreid over de parkzone wordt struweel aangeplant met een plantafstand van 1.5 m X 1.5 m. In totaal een oppervlakte van ca. 3500 m2, dit is 5% van de parkzone. Hiermee blijft de openheid van het landschap behouden.De heesters worden groepsgewijs gemengd, 2-4 stuks per soort. Er wordt gebruik gemaakt van inheemse soorten, waaronder bes- en vruchtdragende soorten. Ned. naam wet. naam percentage Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna 20% Sleedoorn Prunus spinosa 20% Gewone vlier Sambucus nigra 15% Vuilboom Rhamnus frangula 15% Gelderse roos Viburnum opulus 15% Hazelaar Corylus avellana 15%
stuks plantmaat 391 stuks maat 60-80 391 stuks maat 60-80 293 stuks maat 60-80 293 stuks maat 60-80 293 stuks maat 60-80 293 stuks maat 60-80
Het struweel wordt ecologisch beheerd. Dit houdt in dat het struweel niet tegelijk wordt afgezet, maar ieder jaar een gedeelte. Vanaf het vijfde jaar na aanplant, wordt ieder jaar een 1/3 afgezet. Overhangende takken aan de zijkanten mogen maximaal 1 maal per 3 jaar worden teruggesnoeid. Op die manier ontbreekt het dieren niet aan voedsel, nestgelegenheid en schuilplekken. De afgezaagde takken worden op rillen gelegd. Een takkenril is namelijk een zeer waardevol element voor fauna om in te schuilen en de wintermaanden in door te brengen. Algemene richtlijnen ten aanzien van inrichting en beheer • Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling. • Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf. • Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen. • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.
• Bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Takkenrillen / marterhopen In de groenstroken binnen het zonnepark worden takkenrillen aangelegd. De takkenril bestaat uit snoeihout dat afkomt van de hagen en struweel op het zonnepark. De takkenril vormt een waardevol element voor kleine insecten en zoogdieren. Daarnaast dient het als schuilgelegenheid voor verschillende soorten fauna. Een takkenril is ca. 2 meter breed en kan variëren in lengte. De minimale lengte is 5 meter.
14
|
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
BEPLANTING EN BEHEER Landschappelijke haag Aan de zijde van de Rijnlanderweg wordt een landschappelijke haag aangeplant, de totale lengte bedraagt ca. 680 meter. De haag is een ongeveer 2 meter hoog en 2 meter breed. De haag bestaat uit inheemse soorten, waaronder bes- en vruchtdragende heesters. Het plantverband is twee rijen met vier struiken per strekkende meter. Planten in groepjes van 3 tot 6 van dezelfde soort. Ook zal er sprake zijn van spontane ontwikkeling van ruigtekruiden. De diversiteit aan vegetatie heeft een belangrijke functie voor allerlei insecten waaronder vlinders en bijen. De haag wordt 1 x per jaar geknipt of geschoren, om zo de vorm en doorzicht te behouden. Ned. naam wet. naam percentage Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna 20% Sleedoorn Prunus spinosa 20% Liguster Ligustrum vulgare 20% Gelderse roos Viburnum opulus 20% Hazelaar Corylus avellana 20%
stuks plantmaat 1.088 stuks maat 100-125 1.088 stuks maat 100-125 1.088 stuks maat 100-125 1.088 stuks maat 100-125 1.088 stuks maat 100-125
Algemene richtlijnen ten aanzien van inrichting en beheer • Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling. • Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf. • Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen. • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart. • Bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Bloemrijk grasland Onder panelen Onder de zonnepanelen kan de zon beperkt toe treden en is over het algemeen veel schaduw. Bloemrijke mengsels kunnen onder panelen niet voldoende tot ontwikkeling komen. Om die reden wordt onder de zonnepanelen geen bloemrijk graslandmengsel toegepast, maar een standaard grasmengsel. Buiten panelen De open ruimtes op het zonnepark en de parkzone worden ingezaaid met een bloemrijk graslandmengsel, waarbij gestreefd wordt naar de soortenrijkdom van een Kruiden- en faunarijk grasland (kwaliteit van het richtinggevend natuurbeheertype N12.02 uit de SNL-systematiek). Er wordt gebruik gemaakt van een inheems mengsel met als doel dat de bloeiboog van het bloemrijk grasland zo lang mogelijk is ten behoeve van de wilde bij en anders inheemse insecten. In totaal wordt er een oppervlakte van ca. 15 hectare ingezaaid met kruiden- en faunarijk grasland. De lage vegetatie (doelsoorten) van dit terrein zijn: bochtige klaver, echte koekoeksbloem, gewone brunel, gewone margriet, grote ratelaar, kamgras, karwijvarkenskervel, klavervreter, klein vogelpootje, knolvossenstaart, knoopkruid, moerasstruisgras, muizenoor, polei, witte munt en zwarte zegge. Om het gebied ook geschikt te maken voor de Koninginnenpage wordt deze soorten aangevuld met peen, bevernel, engelwortel, dille, pastinaak en venkel.
Algemene richtlijnen ten aanzien van inrichting en beheer • Het maaien van de open ruimte dient gefaseerd te worden uitgevoerd om daarmee ook overjarige kruiden te verkrijgen en te behouden, en daarmee tevens de diersoorten (insecten) die dergelijke soorten in een overjarig stadium nodig hebben als waardplant. Daarbij wordt gedacht aan een periode van circa drie jaar, waarbij jaarlijks een derde deel van het terrein wordt gemaaid (maaien volledig veld in drie fases). Omdat verschraling van de bodem gunstig is voor de ontwikkeling van grasland met een hoge biodiversiteit, dient het maaisel altijd te worden afgevoerd. • Tussen 1 april en 1 juli is maaien niet toegestaan. • De rand wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of – bagger opgebracht. • Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop.
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
|
15
MONITORING BODEM Er is nog relatief weinig bekend over de invloed van zonneparken op de bodem. Om die reden stelt de gemeente monitoring naar bodemleven en de chemische bodemkwaliteit verplicht. Door Antea Group is een monitoringsprotocol opgesteld, dat als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen. Het monitoringsprotocol heeft als doel om vast te leggen wat de actuele kwaliteit van de bodem is in het plangebied (bodemleven en bodemkwaliteit: 0-meting) en door monitoring na te gaan wat de effecten op de bodem zijn. Voor de aanleg van het zonnepark wordt middels een verkennend bodemonderzoek een representatieve 0-meting uitgevoerd van het bodemleven en de bodemkwaliteit. Deze nulmeting zal als toetsingsgrondslag worden gebruikt om gedurende en na de exploitatie de kwaliteit van de bodem te monitoren. Bij de vaststelling van de bodemkwaliteit zal gebruik gemaakt worden van de NEN 5740 (Nederlandse Eindnorm Bodem) met de onderzoeksopzet voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Bij het onderzoek wordt zowel gekeken naar de fysische en milieuhygiënische kwaliteit van de bodem als naar het bodemleven. De mogelijke belasting van de bodem betreft naar verwachting de eerste halve meter van de bodem. Daarnaast wordt de eerste halve meter van de bodem ook als ecologisch relevante zone beschouwd.
Het onderzoek zal zich derhalve richten op de eerste halve meter van de bodem. De te hanteren werkwijze is om steekproefsgewijs binnen het gebied onderzoek van de bodem en het bodemleven uit te voeren. Hierbij zal gekeken worden naar 9 proefvakken en 1 referentievak met een oppervlakte van ten hoogste 20 m², waarin onderscheid gemaakt wordt tussen de bodem voor, onder en achter de zonnepanelen. Per vak worden 3 boringen verricht. Hiermee is de boordichtheid zeer hoog in vergelijk tot andere strategieën uit de NEN5740 en wordt derhalve veel informatie verkregen over de effecten op de bodemkwaliteit. Omdat gedurende de looptijd van het project (25 jaar) steeds hetzelfde vak wordt bemonsterd kunnen de resultaten goed worden vergeleken en getoetst aan de nulmeting. De opgeboorde grond wordt onderzocht op maatgevende parameters zoals zware metalen en aluminium, vochtgehalte, organische stofgehalte, zuurgraad, kleur en textuur, bodemademhaling en regenwormen. De opzet en uitvoering van de onderzoeken zal vooraf worden gedeeld en besproken met de bevoegde instanties (gemeente Haarlemmermeer en/of de Omgevingsdienst). Hierbij kunnen bijvoorbeeld ook actiewaarden besproken worden. In de nevenstaande tabel is het voorgestelde monitoringsprotocol weergegeven. Hierbij is aangesloten op het beleidskader zonneakkers van de gemeente Haarlemmermeer en de eisen in de anterieure overeenkomst.
De boringen worden geplaatst in 9 vooraf aan te wijzen vakken verdeeld over voor, onder en achter het zonnepaneel en 1 referentievak. Hierbij worden jaarlijks danwel 5 jaarlijks dezelfde 10 vakken bemonsterd om een trendanalyse te kunnen doen. De monitoringsresultaten uit de vakken bij de panelen worden vergeleken met de resultaten van de o-meting en het referentie vak en vastgelegd in een rapportage. De rapportage wordt besproken met de bevoegde instanties. Indien wenselijk of nodig zullen maatregelen genomen worden ter verbetering of herstel van de bodemkwaliteit.
16
|
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
B E H E E R PA R K Z O N E De parkzone wordt – in aansluiting op het Groene Carré Zuid – ingericht voor extensief recreatief gebruik, het verhogen en versterken van biodiversiteit en waterberging. Het beheer van de parkzone wordt door of namens Vattenfall uitgevoerd. Vanuit het oogpunt van beheer zijn de volgende onderdelen relevant: 1. wandelpad (halfverharding); 2. brug over Vijfhuizertocht; 3. sport- en speelplaats (keuze speeltoestellen nader te bepalen); 4. informatie- en rustpunt (nader te bepalen); 5. grondwallen; 6. verkeersdrempel Rijnlanderweg; en 7. takkenrillen en struweel.
Voorstel beheer De parkzone valt – net als de Groene Carré Zuid – onder het gebiedstype recreatiegebied. Voor recreatiegebieden geldt de volgende beheerambitie.
Nadere uitwerking parkzone Het programma, de inrichting en de beeldkwaliteit van de parkzone zijn vastgelegd in dit inrichtingsplan (DO). Voordat met de aanleg van het zonnepark wordt gestart, wordt het DO uitgewerkt in een uitvoeringsplan. In dat kader wordt bijvoorbeeld een definitieve keuze gemaakt voor de precieze locatie van de sport- en speelplaats, het type speeltoestellen of het informatiebord dat wordt geplaats bij het rust- en informatiepunt. Dit geldt ook voor de brug die de parkzone verbindt met het Groene Carré. De ‘bouwvergunning’ voor de brug wordt dan ook op een later tijdstip (door de aannemer) aangevraagd, waarbij de ruimtelijke onderbouwing in combinatie met het inrichtingsplan als toetsingskader fungeert. De sport- en speeltoestellen en bijvoorbeeld een bankje bij het informatie- en rustpunt mogen vergunningvrij worden gerealiseerd . Wij conformeren ons bij het opstellen van het uitvoeringsontwerp van de parkzone aan de algemene en specifieke eisen die hiervoor zijn opgenomen in de leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR, versie januari 2015). Meer specifiek gaat het om de volgende paragrafen uit deel C en D van het DIOR. Deel C bevat ruimtelijke en functionele eisen (vormgeving, situering en maatvoering). In deel D zijn de technische en materiaaleisen per inrichtingselement opgesomd.
Gedurende de exploitatietermijn wordt de parkzone door of namens Vattenfall beheerd. Het past in de werkwijze van Vattenfall om het beheer door een lokale partij te laten uitvoeren. Dit kan een private partij zijn of bijvoorbeeld het Recreatieschap Spaarnwoude. Het heeft daarbij onze voorkeur om zowel het beheer van de parkzone als de landschappelijke inpassing rondom het zonnepark te laten uitvoeren door een partij. In het kader van het nog af te sluiten onderhoudscontract wordt een (gedetailleerd) beheerplan opgesteld, dat voldoet aan de volgende algemene en specifieke uitgangspunten: 1. Er wordt voldaan aan het DIOR. Concreet betekent dit dat beheer van de parkzone wordt uitgevoerd op het basisniveau (niveau B), waarbij voor het thema schoon een basis+ niveau wordt nagestreefd (niveau A). 2. Er is géén gladheidsbestrijding in de wintermaanden. De paden in de parkzone worden immers uitgevoerd in halfverharding. Overigens is ook in het Groene Carré Zuid geen gladheidsbestrijding. Kosten aanleg en beheer De kosten voor aanleg en beheer van de parkzone komen gedurende de exploitatieperiode van het zonnepark ten laste van Vattenfall. Communicatie Klachten of meldingen over de parkzone (schoon, veilig en heel) worden ingediend via de kanalen van de te contracteren partij.
Door of namens Vattenfall worden klachten of meldingen tijdig behandeld en worden waar nodig maatregelen getroffen en/of worden (herstel)werkzaamheden uitgevoerd.
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
|
17
VISUAL - BRUG RIJNLANDERWEG
Locatie
Bestaande situatie
18
|
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
V I S U A L - PA R K Z O N E
Locatie
Bestaande situatie
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
|
19
V I S U A L S - R E C R E AT I E V E B R U G PA R K Z O N E
Locatie
Bestaande situatie
20
|
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
VISUALS - RIJNLANDERWEG
Locatie
Bestaande situatie
E C O L O G I S C H E N R E C R E AT I E F I N R I C H T I N G S - E N B E H E E R P L A N - Z O N N E PA R K H O O F D D O R P A 5
|
21
Vestiging Oosterhout
Vestiging Maastricht
Beneluxweg 125
Wim Duisenbergplantsoen 21
Postbus 40
Postbus 959
4900 AA Oosterhout
6200 AZ Maastricht
+31 (0) 162 487 500
+31 (0) 43 325 32 23
info@croonenburo5.com
www.croonenburo5.com