Bijlage 7 - Was-wordt versie APV
Tekst van het document
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4 Afdeling 5 Afdeling 6 Afdeling 7 Afdeling 8 Afdeling 8A Afdeling 9 Afdeling 10 Afdeling 11 Afdeling 12 Afdeling 13 Afdeling 14 Afdeling 15
Openbare orde Bestrijding van ongeregeldheden Betoging Verspreiden van gedrukte stukken Vertoningen e.d. op de weg Bruikbaarheid en aanzien van de weg Veiligheid op de weg Evenementen Toezicht op openbare inrichtingen en terrassen Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Toezicht op speelgelegenheden Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Vuurwerk Drugsoverlast Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Voor publiek openstaande gebouwen
Afdeling 16 Hoofdstuk 3 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4
Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Algemene bepalingen Vergunning seksbedrijf Uitoefenen seksbedrijf Overige bepalingen
Hoofdstuk 4
Bescherming van het milieu en natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Geluidshinder en verlichting Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Het bewaren van houtopstanden Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Kamperen buiten kampeerterreinen
Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4 Afdeling 5 Hoofdstuk 5 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4 Afdeling 5 Afdeling 6 Afdeling 7 Afdeling 8 Afdeling 9 Afdeling 10
Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Parkeerexcessen Collecteren Goederen en diensten Standplaatsen Snuffelmarkten Openbaar water Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Verbod vuur te stoken Verstrooiing van as Overige bepalingen
Hoofdstuk 6
Straf-, overgangs- en slotbepalingen
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
Trefwoordenregister In de Algemene Plaatselijke Verordening is een aantal afdelingen/artikelnummers vervallen of gereserveerd. Deze trefwoorden worden niet in dit register benoemd. Onderwerp A Aanbieden diensten Afvalstoffen verbanden (verbod)
Artikel 5:15 5:34
B Bedelarij Beperkingen vergunning of ontheffing Beplanting Beslistermijn Bestuurlijke ophouding Betogingen Binnentreden (woningen) Bijen
2:65 1:4 2:15 1:2 2:75 2:3 2:41, 6:3 2:64
C Cameratoezicht Carbidschieten Citeertitel Collecteren
2:77 2:73B 6:6 5:13
D Drankgebruik Drugsgebruik (openlijk) Drugshandel op straat Donateurwerving Drones
2:48 2:74A 2:74 5:13 2:1H
E Eieren Evenementen - definitie Exploitatievergunning - openbare inrichting - speelautomatenhal G Gebiedsontzeggingen Gedrag - hinderlijk gedrag publiek toegankelijke ruimten - hinderlijk gedrag op openbare plaatsen - verboden gedrag bij of in gebouwen Grote voertuigen H Honden - gevaarlijke - loslopend - verontreiniging I Inbrekerswerktuigen Intrekking vergunning of ontheffing Inwerkingtreding verordening
2:43 2:25 2:24 2:28A 2:39A
2:78 2:50 2:47 2:49 5:8
2:59 2:57 2:58 2:44 1:6 6:4
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
Inzameling (geld of goederen)
5:13
K Kabels over de weg Kansspelautomaten Kladden
2:19 2:40 2:42
L Lachgasgebruik Laser gebruik Ledenwerving Liggen (openbare weg) Lokaal (betreden)
2:48A 2:1E 5:13 2:50A 2:41
M Magneetvissen Modelluchtvaartuig Motorclub Motorvoertuigen (onbeheerd achterlaten)
5:38 2:1H 2:1A 2:1B
N Natuurlijke behoefte doen
4:8
O Ongeregeldheden Openbare inrichtingen - definities - exploitatie Ordeverstoring - evenement - openbare inrichting Overgangsbepaling Overlast (brom)fiets
2:1A 2:27 2:28A 2:26 2:31 6:5 5:12
P Paracommerciële instellingen - definities - regulering Parkeren anders dan op de rijbaan Parkeren grote voertuigen Persoonlijk karakter vergunning Plakgereedschap Plakken
2:34A 2:34B 5:10 5:8 1:5 2:43 2:42
R Raamprostitutie Rookverbod (in bossen en natuurterreinen)
3:18 2:18
S Samenscholing Sampelen Seksinrichtingen - aanvraag - adverteren - bedrijfsplan - definities - eisen aan vergunning
2:1A 5:15 3:6 3:13 3:15 3:2 3:8
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
- intrekkingsgronden - leeftijd prostituee - maximering - melding gewijzigde omstandigheden - raamprostitutie - sluitingstijden - straatprostitutie - verbodsbepalingen klanten - vergunning - verplichtingen exploitant/beheerder - weigeringsgronden Slapen (openbare weg) Sluiting gebouw Sluitingstijden - openbare inrichtingen - afwijkende sluitingstijden Snoeren over de weg Speelautomatenhal - definities - exploitatievergunning Sterke drank Straatkolken (openen) Straatprostitutie Strafbepaling T Taxidiensten - het aanbieden van Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Termijnen Terrassen Toezichthouders V Vechtsportgala Veiligheid op het ijs Veiligheidsrisicogebieden Venten Verblijfsontzegging Verkoopregister Verontreiniging (van de weg) Verspreiding gedrukte stukken Verstoring openbare orde e.d. Voertuigen aantasten groenvoorziening Voorschriften vergunning of ontheffing Vuur (verbod tot stoken) Vuurwerk - definities - gebruik buiten jaarwisseling - gebruik jaarwisseling - ter beschikking stellen W Weigeringsgronden (algemeen) Wensballon Wildplassen Woonoverlast
3:9 3:14 3:5 3:10 3:18 3:12 3:19 3:21 3:3 3:17 3:7 2:50A 2:75A 2:29 2:30 2:19 2:39 2:39A 2:34C 2:16 3:19 6:1
2:1G 2:81 1:2, 1:7 2:27, 2:28B 6:2
2:25A 2:23 2:76 5:14 2:1D 2:67 2:23A 2:6 2:1C 5:11 1:4 5:34 2:71 2:73A 2:73 2:72
1:8 2:1F 4:8 2:79
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
Z Zichtbare uitingen van verboden organisaties
2:50B
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - aanhangwagen: aanhangwagen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990); - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - bromfiets: bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; - motorvoertuig: motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld in deze definities; - parkeren: parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990); - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of een persoonlijk recht; - vaartuig: alle drijvende objecten, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten; - verkeer: alle weggebruikers als bedoeld
in artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; - voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; - weg: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; - woonschepen: elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot woonverblijf van een of meer personen. Artikel 1:2 Beslistermijn 1. 2.
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.
Artikel 1:3 Indiening aanvraag (Vervallen) Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1.
2.
Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van een vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. de houder dit verzoekt. Artikel 1:7 Termijnen 1. 2.
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1.
2.
Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE AFDELING 1 BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN Artikel 2:1A Samenscholing en ongeregeldheden 1. 2.
3. 4. 5.
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. Degene die op een openbare plaats a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door de burgemeester in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Artikel 2:1B Onbeheerd achterlaten van motorvoertuigen 1. 2. 3.
De burgemeester kan in het kader van het voorkomen van terreuraanslagen gebieden aanwijzen waarbinnen het verboden is om een motorvoertuig langer dan 5 minuten onbeheerd achter te laten. Het is verboden een motorvoertuig langer dan 5 minuten onbeheerd achter te laten in een door de burgemeester aangewezen gebied. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op de Koninklijke Marechaussee, de politie en andere overheidsdiensten die met hulpverlening zijn belast.
Artikel 2:1C Verstoring van de openbare orde en dergelijke 1.
2.
3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 424, 426bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw op enigerlei wijze de orde te verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen, te vechten, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of als er ernstig gevaar voor het ontstaan daarvan dreigt, op de in het eerste lid genoemde plaatsen een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht om die orde te verstoren, bij zich te hebben. Het is verboden een voorwerp dat ter afzetting of ter afsluiting van een gedeelte van een weg of vanwege het bevoegde bestuursorgaan is aangebracht, te verplaatsen, te verwijderen of omver te halen.
Artikel 2:1D Verblijfsontzegging 1. 2. 3.
4. 5. 6. 7.
De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar hij aan personen een verblijfsontzegging kan opleggen. De burgemeester gaat alleen over tot aanwijzing van een gebied als naar zijn oordeel sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde dan wel een dreiging van ernstige verstoring van de openbare orde. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren dan wel dreigen te verstoren door te handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen uit hoofdstuk 2, afdeling 1. De burgemeester bepaalt in de verblijfsontzegging de termijn waarvoor deze geldt. Een verblijfsontzegging kan niet worden opgelegd aan personen die blijkens de Basisregistratie Personen in het aangewezen gebied wonen of in het aangewezen gebied werken. Als personen geen vaste werkplek hebben, wordt de statutaire vestigingsplaats van het bedrijf gezien als werkplek. De burgemeester kan, als de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven, de verblijfsontzegging naar tijd en plaats beperken.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
8.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegde verblijfsontzegging.
Artikel 2:1E Gebruik lasers 1. 2.
Het is verboden of aan de weg of op een openbare plaats zodanig met laserlicht te schijnen dat daardoor de openbare orde wordt verstoord of overlast wordt veroorzaakt. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, lasers, laserpennen of dergelijke apparatuur in bezit te hebben of met zich mee te voeren, anders dan voor professioneel gebruik.
Artikel 2:1F Verbod op gebruik wensballonnen 1. 2.
Het is verboden zogenoemde wens- of ufoballonnen door middel van hete lucht afkomstig van vuur op te laten stijgen. Onder een wens- of ufoballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon, etc.
Artikel 2:1G Het aanbieden van taxidiensten 1.
2. 3.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, locaties of gebieden aanwijzen waar het verboden is om taxidiensten, dan wel door hem te bepalen categorieën van taxidiensten aan te bieden op openbare, in de openlucht gelegen plaatsen of in openbaar toegankelijke gebouwen. Het is verboden om taxidiensten aan te bieden in een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen locatie of gebied. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, als ook de invulling daarvan, wordt periodiek geëvalueerd op de noodzaak daarvan.
Artikel 2:1H Verbod op het voorhanden hebben van modelluchtvaartuig of RPA 1.
2. 3. 4.
In dit artikel wordt verstaan onder: - modelluchtvaartuig: modelluchtvaartuig als bedoeld in artikel 1 van de Regeling modelvliegen en artikel 1 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen; - remotely piloted aircraft (RPA): RPA als bedoeld in artikel 1 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid gebieden aanwijzen waar het verboden is om een modelluchtvaartuig of RPA voorhanden te hebben. Het is verboden om een modelluchtvaartuig of RPA voorhanden te hebben in een door de burgemeester aangewezen gebied. Het verbod in het derde lid is niet van toepassing op de Koninklijke Marechaussee, de politie en andere overheidsdiensten die met hulpverlening zijn belast.
AFDELING 2 BETOGING Artikel 2:2 Optochten (Vervallen) Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. 2.
3.
In afwijking van artikel 1:1 wordt in dit artikel verstaan onder openbare plaats: openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 96 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging;
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
4. 5.
6.
c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloopt te bevorderen. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen) Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen) AFDELING 3 VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN Artikel 2:6 Beperking verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen zoals genoemd in artikel 15a van de Afvalstoffenverordening. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
AFDELING 4 VERTONINGEN E.D. OP DE WEG Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (Vervallen) Artikel 2:8 Dienstverlening (Vervallen) Artikel 2:9 Straatartiest e.d. (Vervallen) AFDELING 5 BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG OF OPENBARE PLAATS Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats (Verplaatst naar Verordening fysiek domein) Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg (Verplaatst naar Verordening fysiek domein)
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg (Verplaatst naar Verordening fysiek domein) AFDELING 6 VEILIGHEID OP DE WEG Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (Vervallen) Artikel 2:14 Winkelwagentjes (Vervallen) Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke (Vervallen) Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. 2.
3. 4.
Het is verboden te roken in bossen, op veengronden en in natuurterreinen of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode. Het is verboden in bossen, op veengronden en in natuurterreinen of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de openlucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:19 Elektriciteitssnoer/kabel boven, op of naast de weg 1. 2. 3.
Het is verboden een elektriciteitssnoer/kabel voor het opladen van elektrische auto’s, aanhangwagens en/of andere (vakantie)voer- of vaartuigen boven, op of naast de weg te leggen. Het verbod is niet van toepassing bij het gebruik van een door of namens de gemeente geplaatste laadpaal. Het college kan in nadere regels bepalen wanneer het verbod voorts niet geldt.
Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (Vervallen) Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (Verplaatst naar Verordening fysiek domein) Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
(Verplaatst naar Verordening fysiek domein)
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1.
2.
Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 2:23A Verontreiniging van de weg 1.
2.
Als bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden of een calamiteit een openbare plaats wordt verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht of anderszins verantwoordelijk is voor de stoffen of voorwerpen die de verontreiniging veroorzaken, alsmede als dezen in opdracht handelen hun opdrachtgever verplicht: a. als de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert dan wel hinder veroorzaakt, de weg terstond na het ontstaan van de verontreiniging te reinigen of te doen reinigen; b. als de verontreiniging geen (direct) gevaar voor de veiligheid van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek oplevert, de weg terstond na het beëindigen van de werkzaamheden of, als deze langer dan een dag duren, elke dag terstond na beëindiging van de werkzaamheden op die dag te reinigen of te doen reinigen. Het in het eerste lid gestelde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de provinciale wegenverordening van toepassing is.
AFDELING 7 EVENEMENTEN Artikel 2:24 Definitie 1.
2.
3.
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak al dan niet tegen betaling, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen overeenkomstig de bestemming van dat gebouw; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie of snuffelmarkt; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de weg; d. een straatfeest of buurtbarbecue. In deze afdeling worden de volgende evenementen onderscheiden: a. meldingsplichtig evenement: evenement met een zeer laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd; b. A-evenement: regulier evenement waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken;
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
c.
d.
B-evenement: evenement waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken; C-evenement: risicovol evenement waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
Artikel 2:25 Evenementen 1. 2.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Het verbod geldt niet voor: a. het houden van evenementen in gebouwen, niet zijnde vechtsportwedstrijden of -gala’s, overeenkomstig de bestemming van dat gebouw; b. activiteiten in (horeca)bedrijven die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn; c. het houden van snuffelmarkten in ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. Geen vergunning is vereist voor een evenement, als: a. het evenement op één locatie in de openlucht plaatsvindt; b. het aantal gelijktijdig aanwezigen (deelnemers, publiek en personeel) niet meer bedraagt dan 300 personen; c. het evenement plaatsvindt op: 1º. maandag tot en met zaterdag tussen 07.00 en 23.00 uur; 2º. op zondag tussen 13.00 en 23.00 uur; d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; e. het geluidsniveau van de muziek als bedoeld in sub d tussen 07.00 uur en 23.00 uur voldoet aan de eisen van artikel 6.11, derde lid, van de Verordening fysiek domein. f. het evenement niet plaatsvindt op de doorgaande weg of anderszins een belemmering vormt voor de hulpdiensten of de bereikbaarheid van woonwijken; g. niet meer dan 5 kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m² per object; h.
er een aanspreekpunt ten tijde van het evenement aanwezig is die vooraf bekend gemaakt is bij de gemeente; i. de organisator uiterlijk 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan uiterlijk 48 uur voordat een meldingsplichtig evenement plaatsvindt besluiten om beperkingen op te leggen aan het organiseren van een evenement of het evenement verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag voor een A- of B-evenement minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag voor een C-evenement minder dan twaalf weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 7. De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van de aanvraag afwijken van de genoemde termijnen in het vijfde en zesde lid of voor bijzondere, periodiek terugkerende evenementen afzonderlijk bepalen op welk tijdstip de aanvraag uiterlijk moet worden ingediend. 8.
De burgemeester kan de vergunning voor een evenement weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als de organisator van een vechtsportwedstrijd of -gala van slecht levensgedrag is. 10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:26 Ordeverstoring
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. AFDELING 8 TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN EN TERRASSEN Artikel 2:27 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - horecabedrijf: horecabedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet; - openbare inrichting: 1. een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; 2. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid; - paracommerciële rechtspersoon: paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet; - terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting in de openlucht liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. Artikel 2:28A Exploitatie openbare inrichting 1. 2.
3. 4.
5. 6. 7. 8.
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan; b. de exploitant of beheerder van slecht levensgedrag is; c. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting: a. in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover: 1º. de activiteiten van de openbare inrichting ondergeschikt zijn aan de winkelactiviteit; 2º. de openbare inrichting maximaal 20% van het totale overdekte en omsloten brutovloeroppervlak bedraagt met een maximum van 150 m² winkelvloeroppervlak of 200 m² brutovloeroppervlak; 3º. voor de openbare inrichting dezelfde sluitingstijden gelden als voor de winkel; 4º.
de openbare inrichting tijdens openingsuren van de winkel openbaar toegankelijk is; 5º. de toegang tot de openbare inrichting uitsluitend via de hoofdingang van de hoofdactiviteit te bereiken is; b. in een zorginstelling, uitvaartcentrum, kerk of ziekenhuis; c. in een museum of bibliotheek; d. een bedrijfskantine of -restaurant; e. waarvoor tevens op grond van artikel 3 van de Alcoholwet een vergunning is verleend; f. bij sportverenigingen en instellingen belast met het beheer van buurt- en clubhuizen; g. op de luchtzijde (airside) van Luchthaven Schiphol. De exploitatievergunningplicht is altijd van toepassing op coffeeshops en waterpijpcafés. De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde en veiligheid en bij onevenredige overlast het vierde lid voor een individuele openbare inrichting buiten toepassing te verklaren. Het college kan, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast, nadere regels stellen ten behoeve van de exploitatie van openbare inrichtingen. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:28B Terrassen
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
1. 2.
3. 4. 5.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras te exploiteren. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van het terras op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. De burgemeester kan besluiten om bij evenementen de vergunde terrasopstelling te wijzigen of de vergunning tijdelijk in te trekken. Het college kan in nadere regels stellen wanneer het verbod niet geldt. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29 Sluitingstijd 1.
2. 3.
4. 5.
6.
Voor openbare inrichtingen gelden de volgende openings- en sluitingstijden: a. Alcoholvrije openbare inrichtingen zonder verkoop van alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse mogen onbeperkt geopend zijn. b. Alcoholvrije openbare inrichtingen met verkoop van alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse mogen van 07.00 uur tot 22.00 uur geopend zijn. c. Commerciële horecabedrijven mogen van 07.00 uur tot 02.00 uur (de volgende dag) bezoekers toelaten. d. Coffeeshops mogen van 10.00 uur tot 22.00 uur geopend zijn. e. Speelautomatenhallen mogen van 07.00 uur tot 02.00 uur (de volgende dag) bezoekers toelaten. f. Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op het organiseren van activiteiten op de terreinen kunst, cultuur en informatie en daarmee een educatieve, ondersteunende en faciliterende functie hebben met een breed pakket mogelijkheden voor cultuurdeelname voor alle leeftijdscategorieën (bijvoorbeeld een centrum voor kunst en cultuur of een poppodium) mogen geopend blijven zolang de activiteit voortduurt, maar niet later dan 05.00 uur. Na 02.00 uur mogen geen bezoekers meer worden toegelaten. g. Alle overige openbare inrichtingen moeten tussen 01.00 uur en 07.00 uur gesloten zijn. h. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
Voor een terras geldt dezelfde sluitingstijd als voor de openbare inrichting met een uiterlijke sluitingstijd van 02.00 uur. Openbare inrichtingen op Schiphol mogen onbeperkt geopend zijn, tenzij de burgemeester op advies van de Koninklijke Marechaussee beperkingen oplegt ter voorkoming van verstoring van de openbare orde en veiligheid. De burgemeester is bevoegd om in bijzondere gevallen voor het bepaalde in het eerste lid, onder g, tot maximaal 02.00 uur een ontheffing te verlenen, behalve voor paracommerciële rechtspersonen. Het eerste, het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. Het eerste, het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1.
2. 3.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid voor een terras een eerdere sluitingstijd bepalen dan genoemd in artikel 2:29, tweede lid. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren;
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
b.
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen (Vervallen) Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28A tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan. Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan (Vervallen)
AFDELING 8A BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE ALCOHOLWET Artikel 2:34A Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - zwak-alcoholhoudende drank; - slijtlokaliteiten dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Artikel 2:34B Regulering paracommerciële rechtspersonen 1.
2.
3.
4.
Een paracommerciële rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 1 uur voor aanvang en tot 1 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doeleinden van die rechtspersoon. Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank: a. tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard; en b. tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van haar betrokken zijn. In afwijking het bepaalde in het tweede lid, onderdeel b, mogen paracommerciële rechtspersonen die zich richten op sociaal-culturele activiteiten bij maximaal 10% van de bijeenkomsten alcoholhoudende dranken verstrekken. De paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk 2 weken vóór een bijeenkomst als bedoeld in het derde lid hiervan melding aan de burgemeester.
Artikel 2:34C Beperkingen voor horecabedrijven 1.
Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een horecabedrijf: a. waarin of in een onderdeel waarvan, uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren worden verkocht, zoals belegde broodjes, patates frites en dergelijke; b. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt: 1°. voor het geven van onderwijs; 2°. door jeugdorganisaties of -instellingen; 3°. door sportorganisaties of -instellingen.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
2.
3. 4.
De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:34D Vrijstelling ten behoeve van proeverijen in slijterijen Van het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod wordt vrijstelling verleend ten behoeve van proeverijen in slijtlokaliteiten, met dien verstande dat: a. proeverijen plaatsvinden buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier zijn opgesteld; b. proeverijen voldoen aan de inde het Alcoholbesluit voor proeverijen gestelde eisen. AFDELING 9 TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF Artikel 2:35 Definitie (Vervallen)
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie (Vervallen) Artikel 2:37 Nachtregister (Vervallen) Artikel 2:38 Verschaffen gegevens nachtregister (Vervallen) AFDELING 10 TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN Artikel 2:39 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - beheerder: natuurlijk persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in de inrichting; - exploitant: natuurlijk persoon of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden; - speelautomatenhal: inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de kansspelen. 2:39A Exploitatievergunning speelautomatenhallen 1. 2.
3. 4.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te exploiteren. De burgemeester kan voor maximaal zes speelautomatenhallen exploitatievergunning verlenen; de aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. De burgemeester kan voor maximaal drie speelautomatenhallen exploitatievergunning verlenen. Een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal wordt verleend voor de duur van drie jaar 15 jaar. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden die betrekking hebben op: a. de openings- en sluitingstijden; b. het toezicht in de speelautomatenhal; c. het aantal en type speelautomaten, alsmede het totaal aantal spelers bij volledige bezetting van de speelautomaten; d. de wijze van exploitatie van de hal.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
5.
Het college kan, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast, nadere regels stellen ten behoeve van de exploitatie van speelautomatenhallen. 6. Indien er één of meer exploitatievergunningen beschikbaar komen, maakt de burgemeester in het gemeenteblad en via de website van de gemeente bekend in welke periode aanvragen ingediend kunnen worden. 7. De burgemeester stelt, ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een exploitatievergunning in aanmerking te komen, beleidsregels vast, waarbij in elk geval regels zijn opgenomen over de verdelingsen toekenningsprocedure. 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. het maximaal aantal vergunningen voor speelautomatenhallen is verleend; b. de aanvraag meer dan 150 automaten betreft; c. de beheerder(s) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt of de exploitant of de beheerder van de speelautomatenhal niet voldoet aan de gestelde eisen in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000; d. de speelautomatenhal welke deel uitmaakt van een groter gebouw geen aparte toegang heeft; e. de exploitatie van de speelautomatenhal in strijd is met een geldend bestemmingsplan. de aanvraag is ingediend buiten de periode, bedoeld in het zesde lid, waarin aanvragen ingediend kunnen worden. 9.
De burgemeester weigert de vergunning eveneens in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 10. De burgemeester kan de vergunning intrekken of wijzigen als: a. de exploitatie van een speelautomatenhal om een andere reden dan een bestuurlijke maatregel voor een periode langer dan zes maanden is of wordt onderbroken of niet is gestart; b. een exploitant komt te overlijden, failliet gaat, dan wel de exploitatie van zijn speelautomatenhal beëindigt. c. de exploitatie van de speelautomatenhal in strijd is met het omgevingsplan. 11. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 12. In afwijking van artikel 1:2, tweede lid, beslist de burgemeester binnen twaalf weken na het eindigen van aanvraagperiode, als bedoeld in het zesde lid. De burgemeester kan de beslistermijn voor ten hoogste twaalf weken verdagen indien de complexiteit van één of meer aanvragen dit noodzakelijk maakt. Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1.
2. 3.
In dit artikel wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen; b. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; c. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; d. laagdrempelige inrichtingen: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
AFDELING 11 MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. 2.
3.
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:42 Plakken en kladden
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
1.
2.
3. 4. 5. 6. 7.
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden, of te doen laten bekrassen of bekladden dan wel materialen te verspreiden, of te laten verspreiden met plakken en kladden als kennelijk doel of resultaat. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap, boter, eieren e.d. 1. 2. 3.
Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. Het is verboden op de vrijdag voor Pinksteren vanaf 22.00 uur tot 07.00 uur (de volgende dag) op de weg te vervoeren of bij zich te hebben artikelen als boter, eieren, meel, mayonaise, tandpasta, lijm en/of andere middelen bestemd om roerende en/of onroerende zaken te besmeuren.
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen ca 1. 2. 3.
4.
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken. Het is verboden op een openbare plaats op of in de nabijheid van een luchthavengebied als bedoel bedoeld in artikel 1.1 van de Wet Luchtvaart te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp en of vervoersmiddelen dat ertoe is bestem bestemd zich door middel van inklimming en of via het water wederrechtelijk toegang te verschaffen tot een luchthavengebied. De verboden zijn niet van toepassing als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de voorwerpen niet bestemd zijn voor de in die leden bedoelde handelingen.
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. (Vervallen) Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. (Vervallen) Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1.
Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt;
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1.
2.
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied of elders wanneer hierdoor overlast ontstaat of kan ontstaan voor de omgeving of wanneer er sprake is van drinken in groepsverband en de groep bestaat uit twee of meer personen. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:48A Verboden lachgasgebruik Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied distikstofoxide (lachgas) te gebruiken. Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1.
2.
Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of drempel van een gebouw te zitten of te liggen. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een dergelijk gebouw.
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten wordt in elk geval verstaan: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen. Artikel 2:50A Liggen of slapen op of aan de weg Het is verboden, al dan niet met gebruikmaking van enige vorm van beschutting, waaronder in ieder geval begrepen het gebruik van een auto, op of aan de weg: a. tussen zonsondergang en zonsopgang te liggen of te slapen buiten de daartoe door het college aangewezen/geautoriseerde plaatsen; b. tussen zonsopgang en zonsondergang te liggen of te slapen, nadat door de ter zake bevoegde opsporingsambtenaar of toezichthouder in het belang van de openbare orde of veiligheid is aangezegd dat dit moet worden beëindigd. Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen (Vervallen) Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt, kermisterrein e.d. (Vervallen) Artikel 2:53 Bespieden van personen
heeft opmaak toegepast: Tekstkleur: Rood
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
(Vervallen) Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (Vervallen) Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren (Vervallen) Artikel 2:56 Alarminstallaties (Vervallen) Artikel 2:57 Loslopende honden 1.
2. 3.
4.
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speel- en/of ligweide of op een andere door het college aangewezen plaats en/of tijd; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats indien de hond fysiek niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats indien de hond fysiek niet is aangelijnd; d. op een openbare plaats indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen en/of tijden. Het eerste lid, aanhef onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Het eerste lid, aanhef onder a tot en met c, is niet van toepassing op politiehonden.
Artikel 2:57A Commerciële uitlaatactiviteiten (Verplaatst naar Verordening fysiek domein) Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. 2. 3.
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen en/of tijden.
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1.
2. 3.
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
4.
5.
Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. De eigenaar of houder van een hond zorgt ervoor dat de hond niet hinderlijk is voor de omgeving of de nachtrust verstoort door aanhoudend geblaf of gejank.
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren (Vervallen) Artikel 2:61 Wilde dieren (Vervallen) Artikel 2:62 Loslopend vee (Vervallen) Artikel 2:63 Duiven (Vervallen) Artikel 2:64 Bijen 1.
2.
3. 4. 5. 6.
Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van dertig meter van de weg. Het verbod geldt niet als op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale wegenverordening. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken. Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden. AFDELING 12 BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN Artikel 2:66 Definitie In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar als bedoeld in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover van toepassing - soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2. van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen; 3. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan; b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; c.
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is. Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (Vervallen) Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven (Vervallen) AFDELING 13 VUURWERK Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder: consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit; consumentenvuurwerk: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. - jaarwisseling: de periode tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar; - professioneel vuurwerk: professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit. Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1. 2. 3.
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen zonder een vergunning van het college. Het college kan een maximum stellen aan het aantal vergunningen als bedoeld in het eerste lid dat kan worden verleend. Indien het college op grond van het tweede lid een maximum heeft gesteld en één of meer vergunningen beschikbaar komen maakt het college in het gemeenteblad en via de website van de gemeente bekend in welke periode aanvragen kunnen worden ingediend.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2021 EERSTE WIJZIGING
4.
5.
Indien het college op grond van het tweede lid een maximum heeft gesteld, stelt zij, ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen, beleidsregels vast, waarbij in elk geval regels worden gesteld over de verdelings- en toekenningsprocedure en de duur waarvoor de vergunning wordt verleend. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.