Bijlage 6.18 Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan Wnb Wijkermeerstraat Hoofddorp
Quickscan Wnb Wijkermeerstraat Hoofddorp
Titel
Quick Scan Wnb Wijkermeerstraat Hoofddorp
Uitvoering
Bureau Bleijerveld
Opdrachtgever
Buro Boot Plesmanstraat 5 3900 AM Veenendaal
Datum
01 februari 2022
Status
4e versie
8451 KB Oudeschoot Tel 06-40559568 bleijerveld@ruimtevooradvies.nl
www.ruimtevooradvies.nl
Schoterlandseweg 53
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding & doel 1.2 Methoden 1.3 Plangebied 1.4 Ingreep
1 1 2 2 6
2
Beschermde gebieden 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden 2.2 Effecten beschermde gebieden
7 7 7
3
NDFF-gegevens
8
4
Beschermde soorten 4.1 Planten 4.2 Zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Amfibieën 4.6 Reptielen 4.7 Vissen 4.8 Ongewervelden 4.9 Samenvatting
9 9 9 9 10 10 11 11 11 11
5
Conclusies 5.1 Beschermde gebieden 5.2 Beschermde soorten
12 12 12
Bronnen Bijlage I. Wettelijk kader en beleidsbeleid
13
1 1.1 Aanleiding & doel
Inleiding
In de noordoosthoek van Hoofddorp bevindt zich bedrijventerrein HoofddorpNoord. Het voornemen bestaat om een deel van het terrein een woonbestemming te geven. Hiermee is de sloop van bedrijfsgebouwen gemoeid. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale structuurvisie/ verordening (EHS/NNN).
Figuur 1. Hoofddorp met globale ligging plangebied (cirkel).
Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van een zogenaamde quickscan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming of omgevingsverordening. Een quickscan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied. Bronnenonderzoek, een terreinbezoek en ecologische kennis vormen de basis van de beoordeling. De quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
1
1.2 Methoden
Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn Waarneming.nl en de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF, 19 mei 2021) geraadpleegd en, indien nodig, verspreidingsatlassen. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van Synbiosys.alterra.nl en de digitale atlas van provincie NoordHolland. Op 6 mei 2021 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).
1.3 Plangebied
Het plangebied (fig. 2) wordt gevormd door drie bedrijfskavels in het oostelijke deel van het bedrijventerrein en beslaat circa 3,5 hectare. Op het terrein staan zeven gebouwen (zie tabel 1 & fig. 2). Het gebouw met adres Hoofdweg 581a is niet meer aanwezig. Tabel 1: Details gebouwen GEBOUWNR.
ADRES
TYPE
1
Wijkermeerstraat 15
Hoofdgebouw
2
Wijkermeerstraat 19-21
Hoofdgebouw
3
Debbemeerstraat 29 + Hoofdweg 581-583
Hoofdgebouw
4
Hoofdweg ongeadresseerd
Bijgebouw
5
Debbemeerstraat ongeadresseerd
Bijgebouw
6
Debbemeerstraat ongeadresseerd
Bijgebouw
7
Debbemeerstraat ongeadresseerd
Bijgebouw
Gebouw nr. 1 Het betreft een gebouw met drie lagen en een plat dak uit 1982. Het gebouw is deels uit profielplaten en deels uit betonelementen opgebouwd. In de gevels zijn geen ventilatieopeningen zoals open stootvoegen aanwezig. De kozijnen en toegangen bestaan uit aluminium/kunststofelementen. Gebouw nr. 2 Het betreft een gebouw met twee lagen en een plat dak uit 1982. Het gebouw is uit betonelementen opgebouwd. De kozijnen en toegangen bestaan uit aluminium/kunststofelementen. Gebouw nr. 3 Het betreft een laag complex met één tot anderhalve laag en een plat dak. Het is gebouwd in 2008. De gevels bestaan deels uit metselwerk en deels uit profielplaat. In de gemetselde gevels is een ongeïsoleerde luchtspouw aanwezig. In de gevels zijn open stootvoegen aangebracht die allen zijn afgesloten met een bijenbekje. Alle dilatatievoegen zijn dichtgekit, de kitnaden
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
2
verkeren in goede staat. De daklijst bestaat uit een smalle aluminium daktrim die nauw op de gevel aansluit. Gebouw nr. 4 Het betreft een klein, gemetseld bijgebouwtje met een plat dak met een smalle aluminium daktrim die nauw op de gevel aansluit. In de gevels zijn metalen roosters aangebracht ter ventilatie van de binnenruimte, spouwventilatieopeningen ontbreken. Gebouw nr. 5 Het betreft een klein, gemetseld bijkantoor met één laag en een plat dak met een smalle aluminium daktrim die nauw op de gevel aansluit. Op de zuidgevel is ook plaatmateriaal aanwezig. In de gevels zijn metalen roosters aangebracht ter ventilatie van de binnenruimte. In de zuidwestgevel zijn stootvoegen aangebracht die allen zijn afgesloten met bijenbekjes. De kozijnen en toegangen bestaan uit aluminium/-kunststofelementen. Gebouw nr. 6 Het betreft een gebouw met anderhalve laag en een plat dak dat is opgebouwd uit profielplaten. Gebouw nr. 7 & 8 Het betreffen twee geschakelde keten die uit golfplaat zijn opgebouwd.
Figuur 2. Plangebied met gebouwnummers.
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
3
In en rond het plangebied is weinig groen aanwezig. Het gaat om laanbeplanting langs de wegen aan de zuid-, oost- en noordkant. Nabij de kruising van de Hoofdweg en de oprit van de N201 staan betrekkelijk oude bomen met een omtrek groter dan zestig centimeter. De overige bomen hebben een veel kleinere diameter. In het plangebied zelf is de meeste begroeiing verwijderd. Tijdens het terreinbezoek was alleen langs de zuidgevel van gebouw 3 nog een strook laag sierplantsoen aanwezig en een coniferenhaag ten oosten van gebouw 1. Het terrein is verder grotendeels verhard en bebouwd, aan de westkant ligt een stuk braakliggende grond. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het enige water nabij het plangebied wordt gevormd door de grote Hoofdvaart die langs de Hoofdweg loopt.
Figuur 3. Luchtfoto plangebied met projectgrens (rood).
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
4
Figuur 4. Gebouw nr. 1 aan de Wijkermeerstraat 15.
Figuur 5. Gebouw nr. 2 aan de Wijkermeerstraat 19-21.
Figuur 6. Oostzijde van gebouw nr. 3 aan de Hoofdweg 581-583.
Figuur 7. Noordkant plangebied met gebouw nr. 4.
Figuur 8. Noordkant plangebied met gebouw nr. 5.
Figuur 9. Noordwesthoek plangebied met links gebouw nr. 6.
Figuur 10. Gebouw nr. 8 met op de achtergrond de westkant van nr. 3.
Figuur 11. Gebouw nr. 7.
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
5
1.4 Ingreep
Het voornemen bestaat om het plangebied te bestemmen voor woningbouw. In dit verband wordt alle bestaande bebouwing gesloopt. In het onderzoek is ervan uitgegaan dat al het huidige groen verdwijnt. De invulling en de planning van het project zijn niet bekend.
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
6
2 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden
Beschermde gebieden
Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde natuurgebieden. Ten westen van Hoofddorp bevinden zich enkele gebieden die tot het NNN behoren. De afstand van het plangebied tot het NNN bedraagt minimaal twee kilometer. De afstand tot Natura 2000-gebieden (Kennemerland-Zuid) bedraagt minimaal zeven kilometer.
Figuur 12. Ligging plangebied (cirkel) t.o.v. beschermde gebieden. 2.2 Effecten beschermde gebieden
Het project is relatief klein terwijl het toekomstige gebruik van het plangebied ecologisch gezien nauwelijks verschilt met het huidige gebruik. Mede op grond van de grote afstand tot beschermde natuurgebieden zijn negatieve effecten natuurgebieden op voorhand uit te sluiten. Een toetsing van externe werking als gevolg van stikstofdepositie valt buiten het kader van dit onderzoek.
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
7
3
NDFF-gegevens
In de NDFF zijn de afgelopen tien jaar (tot 19 mei 2021) geen waarnemingen binnen het plangebied gemeld. In de omgeving zijn van de soortgroep zoogdieren de licht beschermde egel en konijn waargenomen. Van de vleermuizen zijn verschillende waarnemingen van gewone dwergvleermuis gedaan. Het gaat om vliegende individuen in de omgeving van de Hoofdweg. Bij Wijkermeerstraat 3 – ten zuidoosten van het plangebied – is in 2013 een roepend dier waargenomen. Van de soortgroep vogels zijn in de omgeving 26 soorten vastgesteld. Het gaat om min of meer algemene soorten zonder vaste nestplaats. Van de amfibieën is alleen een ongedetermineerde groene kikker waargenomen. Van de overige soortgroepen zijn geen beschermde soorten waargenomen.
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
8
4
Beschermde soorten
4.1 Planten
De vegetatie op het terrein is grotendeels beperkt tot randen langs wegen en gebouwen. Er staat een mengsel van graslandsoorten en ruderale soorten van voedselrijke bodem zoals jakobskruiskruid, ijle dravik, haagwinde, kleefkruid, look-zonder-look, akkerkool, duizendblad en bijvoet. Het voormalige parkje ligt braak. Hier komen veel stikstofminnende planten voor, met name grote brandnetel. Plaatselijk groeit hier ook de invasieve exoot reuzenberenklauw. Er zijn geen bedreigde of beschermde soorten gevonden.
4.2 Zoogdieren
Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van mol zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied zijn geen zoogdieren waargenomen. Wel zijn sporen van kleine zoogdieren gevonden in de vorm van holen. Het terrein is geschikt voor algemene kleine zoogdieren zoals rosse woelmuis, huisspitsmuis en gewone bosmuis. De genoemde zoogdieren zijn algemene, nationaal beschermde soorten waarvoor een algemene vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb geldt in geval van ruimtelijke ingrepen. Het terrein is niet geschikt voor kleine marterachtigen omdat het voor het grootste deel verhard is en bebouwd, en opgaande begroeiing nauwelijks voorkomt. De weinige aanwezige begroeiing bestaat uit laag sierplantsoen langs een gebouw en een coniferenhaag aan de zuidkant. Dergelijke uitheemse begroeiing is niet of nauwelijks functioneel als onderdeel van het leefgebied. De overige soorten zoogdieren die in de regio voorkomen zijn hoogstens als passant te verwachten.
4.3 Vleermuizen
Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen. In de bomen binnen het plangebied zijn geen geschikte holten gevonden.
Figuur 13. Detail van de gevel van het complex aan de Hoofdweg met afgesloten open stootvoegen (midden) en afgekitte dilatatievoeg.
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
9
De meeste gebouwen zijn geconstrueerd uit profielplaten, golfplaten en nauwsluitende betonelementen. Dergelijke constructies zijn ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Dit geldt voor gebouw nr. 1, 2, 6 en 7. Gebouw nr. 3, 4 en 5 zijn geheel of gedeeltelijk gemetseld en bezitten een luchtspouw. De gebouwen zijn echter zeer gesloten gebouwd. Van gebouw nr. 3 zijn alle open stootvoegen van een bijenbekje voorzien en alle dilatatievoegen nauwgezet afgekit. Gebouw nr. 4 beschikt niet over gevelopeningen en bij gebouw nr. 5 zijn alle open stootvoegen van een bijenbekje voorzien. Op grond van de ongeschiktheid van constructies van de gebouwen binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen van vleermuizen redelijkerwijs uit te sluiten. Het terrein is marginaal geschikt als foerageergebied voor vleermuizen vanwege het grote percentage bebouwing en verharding, en de geringe hoeveelheid opgaande begroeiing. De wijziging naar een woonbestemming zal weinig veranderen aan de geschiktheid als foerageergebied. Het plangebied is niet van belang voor vliegroutes vanwege het open en weinig groene karakter. 4.4 Vogels
Alle inheemse broedvogels zijn beschermd. De Wnb maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen. Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd. In het plangebied kwamen weinig vogels voor. In de groenstrook in de noordoosthoek waren territoria van zwartkop, roodborst en houtduif aanwezig. Elders op het terrein zijn alleen foeragerende vogels van buiten het plangebied waargenomen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor het voorkomen van broedvogels op de daken (scholekster, meeuwen, sterns e.d.). Vogelsoorten met vaste nestplaatsen zijn binnen het plangebied uit te sluiten. De gebouwen bieden geen geschikte nestplaatsen voor huismus en gierzwaluw en in de bomen zijn geen grotere nesten gevonden.
4.5 Amfibieën
Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig waardoor voortplantingshabitat ontbreekt. De brede Hoofdvaart langs de Hoofdweg is hoogstens geschikt voor Meerkikker. In de huidige staat is op het terrein nauwelijks geschikt landhabitat aanwezig omdat dichte begroeiing vrijwel ontbreekt. Op grond hiervan is een belang van het plangebied voor amfibieën uit te sluiten met uitzondering van rugstreeppad. Deze soort maakt gebruik van kale, braakliggende grond – met name zand – om in te overwinteren. Wanneer in het zomerhalfjaar plassen blijven staan kan ook voortplanting optreden. In Hoofddorp is de afgelopen twintig jaar een klein aantal waarnemingen gedaan van rugstreeppad. Op de overgang naar de duinen – ten westen van Hoofddorp – komen populaties voor. Rugstreeppad is strikt beschermd volgens het regime van de Habitatrichtlijn. Vanwege het grote kolonisatievermogen van rugstreeppad is kolonisatie van het plangebied een reële mogelijkheid wanneer er enige tijd open grond beschikbaar is, bijvoorbeeld na sloop, het opspuiten van zand of het aanbrengen van zandcunetten.
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
10
4.6 Reptielen
Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. Het plangebied en de omgeving daarvan bieden voor geen van de Nederlandse soorten reptielen een geschikt leefgebied. Een negatief effect op deze soortgroep is uit te sluiten.
4.7 Vissen
In het plangebied is geen oppervlaktewater beschikbaar. Een negatief effect op deze soortgroep is uit te sluiten.
4.8 Ongewervelden
De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. Het plangebied komt voor geen van de beschermde soorten overeen met hun habitat. Deze soortgroep is daarom in zijn geheel uit te sluiten.
4.9 Samenvatting
In het plangebied zijn algemene kleine zoogdieren te verwachten. In de opgaande begroeiing moet rekening worden gehouden met broedvogels zonder vaste nestplaatsen. Het is aannemelijk dat het plangebied onderdeel is van het foerageergebied van vleermuizen maar het belang hiervan is te verwaarlozen. Door de aanwezigheid van braakliggende grond wordt het terrein potentieel geschikt voor rugstreeppad. Van de overige soortgroepen is de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten. Tabel 2: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP
TOELICHTING
BESCHERMDE SOORTEN GEEN
Planten
WNB
HR
VR
X
Zoogdieren
Algemene soorten
Alg. ontheffing
Vleermuizen
Verblijfplaatsen
Vleermuizen
Foerageergebied
Vleermuizen
Vliegroutes
Broedvogels
Zonder vaste nestplaats
Broedvogels
Met vaste nestplaats
X
Amfibieën
Algemene soorten
X
X Verwaarloosbaar X Mogelijk
Rugstreeppad
Kans op kolonisatie
Reptielen
X
Vissen
X
Ongewervelden
X
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
11
5
Conclusies
5.1 Beschermde gebieden
Het plangebied is geen onderdeel van beschermde gebieden. In de omgeving van het plangebied liggen onderdelen van het NNN en Natura 2000-gebieden. De afstand tot de beschermde natuurgebieden bedraagt minimaal twee kilometer (NNN) en zeven kilometer (Natura 2000). Op grond van de kleine schaal van de ingreep en de toekomstige bestemming is een negatief effect op natuurgebieden uit te sluiten. Een toetsing van externe werking als gevolg van stikstofdepositie valt buiten het kader van dit onderzoek.
5.2 Beschermde soorten
Zoogdieren (nationale soorten Wnb) Door een eventuele reconstructie van het buitenterrein kan verstoring van deze soorten optreden en ook sterfte van dieren. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Noord-Holland geldt deze vrijstelling voor alle gevonden en verwachte soorten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten zijn niet noodzakelijk. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-VR) In opgaande begroeiing zijn broedvogels te verwachten. Bij het rooien van opgaande begroeiing in het broedseizoen is verstoring van broedsels en sterfte te verwachten. Daarom dient het rooien ervan buiten het broedseizoen plaats te vinden, tenzij een inspectie uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. Bij uitvoering in de periode 1 september – 1 maart is de kans op broedgevallen gering. Rugstreeppad (Wnb-HR) Er bestaat een reële kans op kolonisatie van het terrein door rugstreeppad. Om te voldoen aan de zorgplicht dient voor aanvang van de werkzaamheden en uiterlijk 31 maart een amfibieënscherm rond het plangebied te worden geplaatst. Verder moet worden voorkomen dat in de periode april – augustus langdurig plassen op het terrein blijven staan. Tabel 3.
Maatregelen en vervolgacties n.a.v. quick scan Soortgroep
Soort
Maatregel/vervolgactie
Planten
Alle
¾
Vleermuizen
Alle
¾
Zoogdieren
Alle
¾
Vogels zonder vaste
Alle
Rooien opgaande begroeiing buiten de periode (1 mrt) 15 maart –
verblijfplaats
15 juli (1 sept).
Vogels met vaste verblijfplaats
Alle
¾
Amfibieën
Rugstreeppad
Amfibieënscherm plaatsen voor 1 april Waterplassen voorkomen in de periode april - augustus
Reptielen
Alle
¾
Vissen
Alle
¾
Ongewervelden
Alle
¾
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
12
Bronnen www.ndff.nl www.noord-holland.nl www.synbiosis.alterra.nl
Quick scan flora en fauna Wijkermeerstraat Hoofddorp
13
Bijlage I
Wettelijk kader en beleidskader
De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • • • •
Voormalige Flora- en Faunawet Europese Vogelrichtlijn Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern Voormalige Boswet
Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • •
•
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels voortplantingsplaat- sen of te vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing
deze onder zich te hebben.
dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Niet van toepassing.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst
Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).
NNN/EHS
Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.