CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6.12 Externe veiligheidsonderzoek

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 4 juli 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 583 ca en bijbehorende Stap-3-besluit en beeldkwaliteitsplan (11013411) - AANGENOMEN5.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesgroep AVIV BV Wethouder Beversstraat 185 7543 BK Enschede

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Project Datum

214469 25 maart 2021

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Project

214469

Datum

25 maart 2021

Auteur Review

ing. M.H. Ottink ing. A.J.H. Schulenberg

Versie nr.

1

Opdrachtgever

Rho Weena 505 3013 AL Rotterdam (Delftse Poort)

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Risicobenadering ____________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid buisleidingen ___________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 9 3.1 Ligging plangebied __________________________________________ 9 3.2 Hogedruk aardgasleiding _____________________________________ 10 3.3 Schiphol __________________________________________________ 11 3.4 Bebouwing ________________________________________________ 11 4 Resultaten aardgasleidingen ____________________________________ 12 4.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 12 4.2 Groepsrisico_______________________________________________ 13 4.3 Belemmeringenstrook _______________________________________ 15 5 Resultaten Schiphol ___________________________________________ 16 5.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 16 5.2 Afwegingsgebied ___________________________________________ 17 6 Conclusie ____________________________________________________ 18 6.1 Aardgasleidingen ___________________________________________ 18 6.2 Luchthaven Schiphol ________________________________________ 18 Referenties _____________________________________________________ 19 Bijlage 1.

Modellering bebouwing __________________________________ 20 Bijlage 2. Carola-rapportage _______________________________________ 23

3

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

1 Inleiding Men is voornemens 593 woningen te ontwikkelen in plangebied Het Nieuwe Noord gelegen aan de Wijkermeerstraat in Hoofddorp. In de huidige situatie is de locatie een bedrijventerrein met bestemming ‘gemengd’. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van drie hogedruk aardgasleidingen van Gasunie. Daarnaast ligt het plangebied in de invloedssfeer van Schiphol. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing dienen de risico’s betreffende externe veiligheid in kaart te worden gebracht. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.

4

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

2 Normstelling externe veiligheid 2.1

Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.

2.2

Besluit externe veiligheid buisleidingen Sinds 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht [2]. Hieronder is kort de toetsing aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde van het groepsrisico geschetst.

2.2.1

Plaatsgebonden risico In het kader van de risicobenadering moet de vraag worden beantwoord of er sprake is van een relatief hoog risico. Afhankelijk van de kenmerken van de buisleiding en de specifieke gevaren voor de omgeving, kan een zekere scheiding tussen buisleidingen en werk- en woongebieden gewenst zijn. Bij deze vraagstelling worden de risiconormen gehanteerd, die door de rijksoverheid zijn vastgesteld. Voor nieuwe buisleidingen is in het Bevb de eis opgenomen dat deze zodanig aangelegd moeten worden conform de best beschikbare technieken dat de PR 10-6 contour zo veel mogelijk binnen de belemmeringenstrook komt te liggen. Deze plicht rust op de exploitant van de leiding. Deze eis geldt ook als een bestaande leiding wordt vervangen. Zo wordt deze strenge norm voor het plaatsgebonden risico van toepassing op nieuwe situaties. Het ontstaan van nieuwe knelpunten wordt daarmee voorkomen en het ruimtebeslag van nieuwe buisleidingen wordt beperkt tot de belemmeringenstrook.

5

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is ook van toepassing op bestaande buisleidingen. Dit levert in bepaalde gevallen bij bestaande bebouwing 1 binnen de risicocontour van de buisleiding een knelpunt op. Daar waar kwetsbare objecten zoals woningen en scholen binnen de risicocontour PR 10-6 liggen, gaat een wettelijke saneringsplicht gelden. De leidingexploitant is hierop aanspreekbaar en neemt binnen een overgangstermijn zodanige saneringsmaatregelen dat er sprake is van een acceptabele situatie. Voor de initiatiefnemer van het ruimtelijk plan geldt dat er geen nieuwe kwetsbare bestemmingen gerealiseerd mogen worden binnen de 10-6 contour van het plaatsgebonden risico indien aanwezig, en dat deze contour een richtwaarde is voor beperkt kwetsbare bestemmingen. Binnen de belemmeringenstrook mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd. De belemmeringenstrook en de buisleidingen moeten in het bestemmingsplan worden aangegeven. Het Bevb verwijst voor de (niet limitatieve) lijst van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

2.2.2

Groepsrisico Bij het beoordelen van het GR wordt het (lokale) bevoegd gezag de mogelijkheid geboden om gemotiveerd van de oriëntatiewaarde voor het GR af te wijken. Er moet sprake zijn van een openbare en goed inzichtelijke belangenafweging, waarin moet zijn aangegeven waarom in het specifieke geval daarvan is afgeweken. De beslissing om van de oriëntatiewaarde af te wijken is vatbaar voor beroep. Het GR wordt voor het gehele relevante gebied berekend. Door middel van bron- of ruimtelijke maatregelen kan mogelijk dat risico worden gereduceerd. Daar waar het gaat om het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening wordt het afwegingsgebied echter gemaximaliseerd tot de grens waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen overlijdt (1%-letaliteitszone). Het GR geeft voor dit gebied aan welke bebouwingsdichtheid nog acceptabel is, gelet op de voorgestelde oriëntatiewaarde. In het aangegeven gebied is bebouwing dus wel toegestaan maar is de dichtheid van bebouwing soms gelimiteerd. Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per kilometer buisleiding op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde geldt voor zowel bestaande als nieuwe situaties. De regeling over het groepsrisico in het Bevb vertoont duidelijk overeenkomst met de regelingen in het Bevi.

Het uitgangspunt is dat er een verplichting geldt om het groepsrisico mee te wegen en te verantwoorden bij de vaststelling van een bestemmingsplan, inpassingsplan of omgevingsvergunning (projectbesluit) dat betrekking heeft op het invloedsgebied van een geprojecteerde of bestaande buisleiding. De toetsing aan de 1 Onder

bestaande bebouwing wordt verstaan fysiek aanwezige bebouwing en geprojecteerde bebouwing die is toegestaan op basis van een vastgesteld bestemmingsplan of vrijstellingsbesluit

6

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

oriëntatiewaarde vindt op dezelfde manier plaats als hierboven geschetst. De verantwoording van het groepsrisico is op onderdelen iets anders geformuleerd en kent in bepaalde gevallen een vereenvoudiging. Verantwoording groepsrisico Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op grond waarvan de aanleg van een buisleiding, of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, wordt tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord. In de toelichting van dit besluit wordt dan vermeld: a. de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; b. het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar; c. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt; d.

andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; e. de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; f. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; g. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Voorafgaand aan de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid stelt het voor dat besluit bevoegde gezag het bestuur van de regionale brandweer in wiens regio het gebied ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid advies uit te brengen in verband met het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid.

Beperkte verantwoording Het Bevb introduceert een nieuwe onderverdeling van situaties waarin een ‘volledige’ verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording (art. 12, lid 3):

7

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

1. Indien het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10 -8). 2. a. als het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde blijft; b. als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. b. c. d.

De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. De hoogte van het groepsrisico. De bestrijdbaarheid. De zelfredzaamheid.

Een nadere beschouwing van risicoreducerende maatregelen en ruimtelijke alternatieven met een lager groepsrisico is in dat geval niet nodig.

8

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1

Ligging plangebied Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van drie hogedruk aardgasleidingen. Figuur 1 toont de aardgasleidingen in de omgeving van het plangebied [3]. Op ca. 1.5 km afstand ligt luchthaven Schiphol. De wijze waarop de risicobronnen worden behandeld en de daarbij gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven.

Figuur 1.

Plangebied en aardgasleidingen

9

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

3.2

Hogedruk aardgasleiding

3.2.1

Carola Het risico door hogedruk aardgasleidingen wordt berekend met Carola versie 1.0.0.52 parameterbestand 1.3 [4]. De berekening wordt uitgevoerd met de volgende gegevens:  Het interessegebied.  Leidingdatabestand van de leidingeigenaar, in dit geval de Nederlandse Gasunie.  Het aantal personen dat langs de leidingen blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval met de leidingen.

3.2.2

Interessegebied Het interessegebied is het gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling langs een buisleiding geprojecteerd is of waar een aanpassing van een bestaande of een nieuwe buisleiding gepland is [2]. Met behulp van het interessegebied selecteert de leidingeigenaar de relevante gegevens die benodigd zijn voor de berekening.

3.2.3

Leidingdatabestand Het leidingdatabestand bevat alle buisleidingdelen, met de bijbehorende leidingspecifieke parameters, die zich binnen een afstand van ten minste 1 km + 2 maal de maximale effectafstand van het interessegebied bevinden. Enkele kenmerken van de aardgasleidingen in de omgeving van het plangebied worden getoond in tabel 1. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van drie aardgasleidingen van Gasunie.

Beheerder

Leidingnr.

Diameter [inch]

Druk [bar]

Afstand 100% letaliteit [m]

Afstand 1% letaliteit [m]

Gasunie

A-553

36

66.2

180

430

Gasunie

A-554

36

66.2

180

430

Gasunie

A-803

48

80

220

580

Tabel 1.

Kenmerken hogedruk aardgasleidingen

De invloedsgebieden (afstand 1% letaliteit) van deze aardgasleidingen worden weergegeven in figuur 2.

10

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Figuur 2.

3.3

Aardgasleidingen en invloedsgebieden

Schiphol Het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 1.5 km van luchthaven Schiphol. Getoetst wordt aan het Luchthavenindelingbesluit Schiphol en het plaatsgebonden risico [5, 6].

3.4

Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobronnen is opgevraagd via de BAG-Populatieservice [7]. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving worden in meer detail beschreven in bijlage 1.

11

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

4 Resultaten aardgasleidingen 4.1

Plaatsgebonden risico Figuur 3, 4 en 5 tonen de plaatsgebonden risicocontouren (PR) van de leidingen in relatie tot het plangebied.

Figuur 3.

PR-contouren A-553

Figuur 4.

PR-contouren A-554

12

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Figuur 5. PR-contouren A-803

In geen van de gevallen is sprake van een PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.2

Groepsrisico Tabel 2 toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor kleiner dan 0.001 betekent dat het groepsrisico meer dan 1000 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde.

Leiding

Factor t.o.v. OW Huidig

Toekomstig

A-553

< 0.001

< 0.001

A-554

< 0.001

< 0.001

A-803

< 0.001

< 0.001

Tabel 2.

Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)

Uit tabel 2 blijkt dat het groepsrisico in alle gevallen kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde. De realisatie van de ontwikkeling is niet van invloed op de hoogte van het groepsrisico. Figuur 6, 7 en 8 tonen het groepsrisico van de kilometer met het hoogste groepsrisico in de huidige en de toekomstige situatie. De curves veranderen niet in de toekomstige situatie.

13

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Figuur 6.

Groepsrisico W-553, huidig (links) en toekomstig (rechts)

Figuur 7.

Groepsrisico W-554, huidig (links) en toekomstig (rechts)

Figuur 8. Groepsrisico W-803, huidig (links) en toekomstig (rechts)

In bijlage 2 is het door Carola automatisch gegenereerde rapport voor de toekomstige situatie opgenomen met daarin de gedetailleerde uitkomsten van de berekeningen.

14

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

4.3

Belemmeringenstrook Voor leidingen met een druk van maximaal 40 bar geldt een belemmeringenstrook van tenminste 4 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding (Revb, artikel 5 [8]). Voor overige buisleidingen geldt een belemmeringenstrook van 5 m (Bevb, artikel 14 [2]). De belemmeringenstrook dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken opgericht worden. Aardgasleidingen A-553 en A-554 hebben een maximale druk van 66.2 bar en daarmee een belemmeringenstrook van 5 m. Aardgasleiding A-803 heeft een maximale werkdruk van 80 bar en daarmee ook een belemmeringenstrook van 5 m. De afstand van de aardgasleidingen tot het plangebied bedraagt ca. 230 m. Hiermee ligt het plangebied ruimschoots buiten de belemmeringenstroken.

15

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

5 Resultaten Schiphol 5.1

Plaatsgebonden risico De kans op overlijden van personen in de omgeving door een vliegtuigongeval (dus geen passagiers) wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico. De ligging van de PR 10 -5- en PR 10-6-contouren hangt onder andere af van het aantal vliegbewegingen [6]. Figuur 9 toont de PR 10-5 (donkerblauw) en PR 10-6 (lichtblauw) contouren voor het jaar 2016 ten opzichte van het plangebied (de rode ovaal). Het plangebied ligt buiten de PR 10-6-contouren van luchthaven Schiphol.

Figuur 9.

Plaatsgebonden risicocontouren Luchthaven Schiphol 2016 (Bron NLR en PBL)

16

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

5.2

Afwegingsgebied Er dient rekening gehouden te worden met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) [5]. In dit besluit is onder andere geregeld welke bebouwing is toegestaan rondom Schiphol. Uit figuur 10 wordt duidelijk dat het plangebied gedeeltelijk binnen het afwegingsgebied geluid en externe veiligheid (LIB 5) rond de luchthaven Schiphol ligt.

Figuur 10.

LIB 5: afwegingsgebied

Conform art. 2.2.1d van het LIB gelden voor de gronden die met nummer 5 zijn aangewezen de volgende regels: 1. Buiten bestaand stedelijk gebied zijn geen nieuwe woningbouwlocaties toegestaan. 2. Gemeenten motiveren in de ruimtelijke onderbouwing van het plan de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. Indien het plangebied is aangemerkt als stedelijk gebied, dan is de realisatie van woningen toegestaan mits de gemeente dat motiveert conform regel 2.

17

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

6 Conclusie 6.1

Aardgasleidingen Plaatsgebonden risico Voor de aardgasleidingen A-553, A-554 en A-803 geldt dat de berekeningen niet hebben geleid tot een PR10-6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling. Groepsrisico Het groepsrisico van de aardgasleidingen A-553, A-554 en A-803 is in zowel de huidige als toekomstige situatie lager dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de voorgenomen ontwikkeling. Dit betekent dat voor deze buisleidingen volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen waaruit deze verantwoording dient te bestaan worden beschreven in paragraaf 2.2.2.

6.2

Luchthaven Schiphol Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Afwegingsgebied Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen afwegingsgebied LIB 5 van Schiphol. Binnen de overlap worden woningen gerealiseerd.

18

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Referenties 1.

Ministerie VROM

2004

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, nr. 250

2.

Ministerie VROM

2010

Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686.

3.

IPO

2021

EV signaleringskaart.nl, geraadpleegd maart 2021

4.

RIVM

2013

Carola versie 1.0.0.52

5.

Ministerie I&M

2015

Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) Staatsblad 2015, nr. 389

6.

Compendium voor de leefomgeving

2021

https://www.clo.nl/indicatoren/nl0305-externeveiligheid-rondom-schiphol, geraadpleegd maart 2021

7.

IOV

2019

BAG-populatieservice. Versie 2021-01. http://populatieservice.demis.nl/

8.

Ministerie I&M

2014

Regeling externe veiligheid Buisleidingen (Revb) Stb. 2014, 16955

9.

IOV

2018

Handleiding populatieservice, versie 1.0, juli 2018

10.

Geonovum

2020

www.ruimtelijkeplannen.nl

11.

Van Ommeren Architecten

2021

Het Nieuwe Noord, Hoofddorp. Concept Aggregatiedocument d.d. 8 februari 2021

12.

Rho adviseurs

2021

QRA buisleiding Het Nieuwe Noord 20210095. E-mail correspondentie d.d.4 maart 2021

19

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Bijlage 1. Modellering bebouwing 1.1 Plangebied In de huidige situatie is sprake van een bedrijventerrein met bestemming ‘gemengd’. Het aantal aanwezige personen is opgevraagd met de BAG-populatieservice [5]. Uit correspondentie van de opdrachtgever blijkt dat men voornemens is 593 woningen te ontwikkelen in het plangebied [10]. Conform de Handleiding Populatieservice wordt voor woningen met minder dan 60 m² bruto vloeroppervlak (b.v.o.) gerekend met 1.2 personen per woning waarvan 50% overdag en 100% ’s nachts aanwezig is [9]. Voor woningen met meer dan 60 m² b.v.o. wordt gerekend met 2.4 personen per woning. Figuur 11 toont de invulling van het plangebied [11]. Het aantal personen in het plangebied in de huidige en toekomstige situatie wordt samengevat in tabel 3. Hierbij is de dag gedefinieerd als de periode van 8.00 tot 18.30 uur en de nacht van 18.30 tot 8.00 uur.

Figuur 11.

Toekomstige invulling plangebied

20

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Plangebied

Aantal personen Dag

Nacht

Huidig

406

19

Toekomstig: - 230 woningen < 60 m² - 363 woningen > 60 m²

138 436

276 871

Tabel 3.

Aantal personen in plangebied

1.2 Omgeving Binnen het invloedsgebied van de aardgasleidingen is voor de inventarisatie van de bevolking gebruik gemaakt van de BAG-populatieservice [7]. Voor de berekening met het rekenprogramma Carola is een gridgrootte van 5 m gehanteerd. De onderstaande bestanden met aanwezigheidsgegevens zijn geleverd. Per bevolkingstype is in de bestandsnaam de dag- en nachtaanwezigheid gegeven, bijvoorbeeld voor wonend_vakantiehuis is de aanwezigheid overdag 50% en ’s nachts 100%.    

bijeen_sport_cel_zkh-dag100-nacht80 (totaal 667 personen) industrie-dag100-nacht30 (totaal 1498 personen) kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100-nacht0 (totaal 1672 personen) wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100 (totaal 1146 personen)

Bestudering van de ruimtelijkeplannen.nl geeft aanleiding tot het toevoegen van extra bevolkingsvlakken [10]. Conform de Handleiding Populatieservice worden de volgende kentallen gehanteerd [9]:  Bestemming ‘bedrijf’: er wordt uitgegaan van industrie met een gemiddelde personendichtheid van 40 personen per hectare waarvan 100% overdag en 0% ’s nachts aanwezig is.  Sportterreinen: 30 personen per hectare gedurende 183 dagen per jaar waarvan 8 uur overdag en 2 uur ’s nachts (avond).  Bestemming ‘recreatie’. Hier is gekozen voor maatwerk in plaats van het kental van 100 pers/ha. In werkelijkheid ligt het aantal personen veel lager en daarom is het aantal personen gesteld op 10 per hectare gedurende 134 dagen per jaar waarvan 8 uur overdag en 2 uur ’s nachts (avond). Figuur 12 toont de bevolking verkregen met de BAG-populatieservice en de toegevoegde bevolking.

21

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Figuur 12.

BAG-pandselectie

22

Externe veiligheid / Het Nieuwe Noord in Hoofddorp

Bijlage 2. Carola-rapportage

23

Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 2 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 4 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 4 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 4 2.3 Populatie.......................................................................................................... 6 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 8 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7196_leiding-A-553-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 8 3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 7196_leiding-A-554-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 9 3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 7196_leiding-A-803-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ..............................................................................................

9 4 Groepsrisico screening ............................................................................................ 10 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7196_leiding-A-553-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 4.2 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 7196_leiding-A-554-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 11 4.3 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 7196_leiding-A-803-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 5 FN curves .............................................................................................................. 13 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7196_leiding-A-553-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1990.00 en stationing 2990.00 ............................ 13 5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 7196_leiding-A-554-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1980.00 en stationing 2980.00 ............................ 13 5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 7196_leiding-A-803-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1990.00 en stationing 2990.00 ............................

13 6 Referenties ............................................................................................................ 14

1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].

Pagina 2 van 14

Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp

1

2

3

Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens:  naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb)  naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek  rekenpakket met versienummer  parameterbestand met versienummer Peildatum QRA  datum van de berekening  datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding  naam buisleiding  diameter  druk  eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal.  leiding  noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties

Vertrouwelijk/

Aangeleverd

Openbaar

door CAROLA

Openbaar

Deels

Openbaar Openbaar

Nee Nee Ja

Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar Ja Ja Openbaar Ja indien ingevoerd

bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart

4

Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen

Openbaar Openbaar

Ja indien ingevoerd Nee

Openbaar

Nee

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar Openbaar

Ja Nee

Openbaar

Ja

Pagina 3 van 14

2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 24-03-2021. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Schiphol. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1. Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen

2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Voor dit onderzoek zijn alleen de gearceerd weergegeven leidingen relevant. De overige leidingen worden niet verder behandeld in dit rapport. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Eigenaar

Leidingnaam

Diameter

Druk

Datum aanleveren

N.V. Nederlandse Gasunie

7196_leiding-A553-deel-1

[mm]

[bar]

gegevens

914.00

66.20

15-03-2021

N.V. Nederlandse Gasunie

7196_leiding-A554-deel-1

914.00

66.20

15-03-2021

N.V. Nederlandse

7196_leiding-A-

1219.00

79.90

15-03-2021

Gasunie

803-deel-1 Pagina 4 van 14

Eigenaar

Leidingnaam

Diameter

Druk

Datum aanleveren

[mm]

[bar]

gegevens

N.V. Nederlandse Gasunie

7196_leiding-W532-01-deel-1

323.90

40.00

15-03-2021

N.V. Nederlandse Gasunie

7196_leiding-W532-05-deel-1

168.30

40.00

15-03-2021

N.V. Nederlandse

7196_leiding-W-

323.80

40.00

15-03-2021

Gasunie

532-12-deel-1

De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De volgende risicomitigerende maatregelen zijn meegewogen in de risicostudie: Leidingnaam

Mitigerende maatregel

Begin stationing

Eind stationing

7196_leiding-W532-01-deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

3663.850

3679.060

Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied

Pagina 5 van 14

2.3 Populatie De percentages in de kolom “Percentages Personen” in onderstaande tabellen hebben achtereenvolgens de volgende betekenis.  % aanwezig gedurende de dagperiode/  % aanwezig gedurende de nachtperiode/  % buiten gedurende de dagperiode/  % buiten gedurende de nachtperiode/  % overdag aanwezig gedurende het jaar/  % ’s nachts aanwezig gedurende het jaar. De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3. Populatiepolygonen Label

Type

Aantal

Dicht-

Bedrijf

Werken

40

Sport

Evenement

30

Toevoegen nieuw

100/ 100/ 100/ 100/ 38/ 15

Recreatie

Evenement

10

Toevoegen nieuw

100/ 100/ 100/ 100/ 28/ 5

Recreatie

Evenement

10

Toevoegen nieuw

100/ 100/ 100/ 100/

593

Wonen

heid

Vervangmodus

Percentage

populatie

Personen

Toevoegen nieuw

100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100

28/ 5 1147

Vervangen bestaand

woningen

50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100

Populatiebestanden Pad

Type

Aantal

Percentage Personen

bijeen_sport_cel_zkh-dag100nacht80.txt

Werken

667

100/ 80/ 7/ 1/ 100/ 100

industrie-dag100-nacht30.txt

Werken

1498

100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100

kantoor_kliniek_onderwijs_winkeldag100-nacht0.txt

Werken

1672

100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100

wonend_vakantiehuis-dag50nacht100.txt

Wonen

1146

50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100

Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen Pagina 6 van 14

Populatietype

Polygoonpunten

Populatiepolygoon

Wonen Werken Evenement

Pagina 7 van 14

3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7196_leiding-A-553-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

1E-6 1E-7 1E-8

Pagina 8 van 14

3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 7196_leiding-A-554-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 7196_leiding-A-803-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Pagina 9 van 14

4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7196_leiding-A-553-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 12 slachtoffers en een frequentie van 3.45E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 4.962E-004 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1990.00 en stationing 2990.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.1. Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7196_leiding-A-553-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Pagina 10 van 14

4.2 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 7196_leiding-A-554-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 12 slachtoffers en een frequentie van 3.80E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 5.468E-004 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1980.00 en stationing 2980.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.4. Figuur 4.4 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7196_leiding-A-554-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Pagina 11 van 14

4.3 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 7196_leiding-A-803-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 12 slachtoffers en een frequentie van 2.25E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 3.238E-004 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1990.00 en stationing 2990.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.6. Figuur 4.6 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7196_leiding-A-803-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Pagina 12 van 14

5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7196_leiding-A-553-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1990.00 en stationing 2990.00

5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 7196_leiding-A-554-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1980.00 en stationing 2980.00

5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 7196_leiding-A-803-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1990.00 en stationing 2990.00

Pagina 13 van 14

6 Referenties [1]

Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.

[2]

Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.

[3]

Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.

[4]

Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM-rapport 620121001/2008. 2008.

[5]

M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.

Pagina 14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=ebae3607-4bd0-467d-9902-0b4c57a757c3