Bijlage 5 Bijlagen bij Stedenbouwkundig Programma van Eisen Binnenweg e.o
Tekst van het document
Bijlagen
Bijlage 1: Berekening groenoppervlakte Bijlage 2: Wateropgave-berekening Bijlage 3: Klimaatadaptatiebeleid tabel Bijlage 4: Advies veiligheidsregio Bijlage 5: Zonnestudie Bijlage 6: Windhinderonderzoek Bijlage 7: Berekening verhard-onverhard Spaans Bijlage 8: QuickScan natuur-activiteit Omgevingswet Bijlage 9: Akoestische randvoorwaarden ontwikkeling Nieuweweg-Binnenweg Hoofddorp Bijlage 10: Plan-/Objectanalyse i.v.m. luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) Bijlage 11: Notitie beschrijving bodemkwaliteit plangebied Binnenweg Bijlage 12: SO openbare ruimte
Gemeente Haarlemmermeer
67
Berekening groenoppervlakte
Gemeente Haarlemmermeer
Wateropgave-berekening
Artikel 41.2 Beoordelen van de vergunningaanvraag De artikelen uit deze paragraaf gelden voor het uitvoeren van een activiteit, als dat in deze verordening is aangegeven bij de artikelen voor die activiteit. Artikel 41.2a Minimaal 90 millimeter neerslag opvangen 1- Is de toename van hard oppervlak in het plangebied meer dan 5000 m², dan moet de initiatiefnemer ervoor zorgen dat in 24 uur minimaal 90 millimeter neerslag kan worden opgevangen binnen dat plangebied. Hierbij ontstaat geen wateroverlast bij bouwwerken, infrastructuur, hoogwaardige teelt of akkerbouw. 2- De initiatiefnemer vangt, als het redelijkerwijs mogelijk is, minimaal 20 millimeter van de 90 millimeter neerslag uit lid 1 op in de bodem. 3- Is het peilvak groter dan het plangebied waarin de initiatiefnemer het hard oppervlak maakt, dan wordt het bestaande oppervlaktewater uit dat peilvak in de juiste verhouding aan het plangebied toegekend. Artikel 41.3 Maken van waterberging 1- De initiatiefnemer moet waterberging maken als het hard oppervlak 500 m² of groter is. 2- Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 als: a. de toename aan hard oppervlak maximaal 1 jaar aanwezig blijft en niet zorgt voor wateroverlast, en/of; b. het hard oppervlaklijnvormig is en neerslag niet versneld in het oppervlaktewater stroomt, en/of; c. het hard oppervlak zo wordt gemaakt dat de neerslag helemaal in de bodem zakt.
Artikel 41.4 Wanneer wordt de waterberging gemaakt 1- De waterberging moet eerder dan of tegelijk met het nieuwe hard oppervlak worden gemaakt. 2- De waterberging is maximaal 5 jaar voor de vergunningaanvraag voor het maken van hard oppervlak gemaakt. 3- De waterberging is niet gemaakt of ingezet om te voldoen aan een andere verplichting. 4- Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 als: a. het technisch niet mogelijk is de nieuwe waterberging eerder dan of tegelijk met het nieuwe hard oppervlak te maken, en; b. er geen wateroverlast ontstaat als de nieuwe waterberging op een later tijdstip wordt gemaakt.
2- Als de neerslag in oppervlaktewater van de boezem komt, wordt de waterberging gemaakt binnen 5 kilometer van de plaats waar de neerslag in het oppervlaktewater komt. 3- Als de neerslag in oppervlaktewater met een verhoogd waterpeil komt, wordt de waterberging gemaakt binnen het peilvak van dit oppervlaktewater. De waterberging heeft een waterpeil zoals in het peilbesluit is vastgesteld. 4- Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1, lid 2 of lid 3 als: a. er te weinig ruimte is om de waterberging op de voorgeschreven plaats te maken, en; b. het maken van de waterberging op een andere plaats niet zorgt voor wateroverlast. Subparagraaf 41.1.2.2 Oppervlaktewater als waterberging Artikel 41.6 Nieuw oppervlaktewater als waterberging 1- Het nieuwe oppervlaktewater heeft een oppervlakte dat minimaal even groot is als 15% van de toename in het hard oppervlak. 2- De toename van hard oppervlak is het nieuwe hard oppervlak min het verwijderde hard oppervlak. 3- Hard oppervlak dat maximaal 5 jaar voor de vergunningaanvraag voor het maken van nieuw hard oppervlak is verwijderd, mag van het nieuwe hard oppervlak worden afgetrokken als: a. de neerslag van het nieuwe hard oppervlak in hetzelfde peilvak van een poldersysteem komt als de neerslag van het verwijderde hard oppervlak, of; b.
de neerslag van het verwijderde hard oppervlak en het nieuwe hard oppervlak binnen 5 kilometer van elkaar in de boezem komt. 4- Verwijderd hard oppervlak mag worden afgetrokken als het tussen de 5 en 10 jaar voor de vergunningaanvraag voor het maken van hard oppervlak is verwijderd, er geen wateroverlast ontstaat en: a. de neerslag van het nieuwe hard oppervlak in hetzelfde peilvak van een poldersysteem komt als de neerslag van het verwijderde hard oppervlak, of; b. de neerslag van het verwijderde hard oppervlak en het nieuwe hard oppervlak binnen 5 kilometer van elkaar in de boezem komt.
Artikel 41.5 Plaats van de waterberging 1- Als de neerslag in oppervlaktewater van een polder komt, wordt de waterberging gemaakt binnen het peilvak waarin de neerslag in het oppervlaktewater komt.
Gemeente Haarlemmermeer
Klimaatadaptiebeleid tabel
Gemeente Haarlemmermeer
70
Advies Externe Veiligheid Adviesdatum: 25-01-2024 Mozard zaaknummer
Z 12566780
Projectfase
Voorbereiding transformatie
Inrichting of Project:
Woningbouw Binnenweg
Adres / Plaats:
Binnenweg 3 en 4 en Nieuweweg 103 Hoofddorp
Contactpersoon: Astrid Vermeulen Kopie aan: Datum adviesverzoek:
16-01-2024
Adviseur:
Christiaan Roodhart
Tweede lezer:
Erik Lambrechts
Bronnen:
1. Adviesaanvraag Mozard
Vraag Het gebied transformeert van kantoor en parkeren naar wonen. Waar moet qua externe veiligheid rekening mee worden gehouden? Externe veiligheid Risicovolle activiteiten Via de Signaleringskaart Externe Veiligheid is een eerste inschatting te maken van de risicovolle activiteiten in de omgeving van het plangebied. Dit is opgenomen in figuur 1. Er ligt één hogedruk aardgastransportleiding van de Gasunie met invloed op het plangebied. IN figuur 2 is ingezoomd op de ligging ten opzichte van het plangebied.
Figuur 1 - Uitsnede Signaleringskaart Externe Veiligheid
1|8
Figuur 2 - Uitsnede Signaleringskaart Externe Veiligheid (ingezoomd op plangebied)
Hogedruk aardgastransportleiding De planlocatie ligt naast een hogedruk aardgastransportleiding W-532-01 van de Gasunie. Dit betreft een regionale transportleiding met een diameter van 13 inch en een druk van 40 bar. Het scenario voor externe veiligheid is een vrije uitstroom van aardgas na beschadiging van de leiding en ontbranding van het uitstromende gas. Dit levert een gasfakkel op van 60-90 meter hoogte met grote hittebelasting op de omgeving. Zie voor meer informatie Hoge druk aardgasleiding – Fakkelbrand Scenarioboeken (nipv.nl)
De gasleiding is weergegeven op de Signaleringskaart Externe veiligheid en een uitsnede daarvan is opgenomen in figuur 1 en 2. •
•
De paarse stippellijn direct rond de leiding geeft de wettelijke belemmeringenstrook weer van minimaal 4 meter ter weerszijden. Deze is in het omgevingsplan van rechtswege (Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag (ontwerp)) opgenomen en voorzien van regels met diverse beperkingen. De blauwe stippellijn geeft de 100% letaliteitscontour weer. Bij een brand als gevolg van een uitstroom van aardgas wordt iedereen binnen deze zone geacht te overlijden. Deze zone bedraagt 68 meter vanaf de leiding.
2|8
•
De buitenste rode lijn is zowel de 1% letaliteitscontour als het brandaandachtsgebied zoals dat onder de Omgevingswet is gaan gelden. 1% van de aanwezigen zal komen te overlijden bij een brand. Onder de Omgevingswet gelden hier de brandvoorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) om personen binnenshuis voldoende te beschermen. Deze zone bedraagt ongeveer 138 meter vanaf de leiding.
Omgevingswet In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn voorschriften opgenomen die zich richten tot het bevoegd gezag bij het toekennen van functies aan locaties én in het Besluit activiteiten leefomgeving zijn voorschriften opgenomen die zich richten tot de exploitant zodat deze de bedrijfsvoering veilig moet uitvoeren. De hogedruk aardgastransportleiding is in artikel 3.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) aangewezen als milieubelastende activiteit. Alle voorgaande wetgeving op dit gebied is komen te vervallen met de invoering van de Omgevingswet. Hieronder wordt ingegaan op de voorschriften die relevant zijn voor het bevoegd gezag. Objecttypering Voor externe veiligheid is van belang welk type object er wordt geplaatst. In bijlage VI van het Bkl zijn daarvoor de zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen, beperkt kwetsbare gebouwen, kwetsbare locaties en beperkt kwetsbare locaties gedefinieerd. Al naar gelang het type gebouw of locatie zijn er meer of minder dwingende regels opgenomen. Plaatsgebonden risico Uit het artikel 4.1112 van het Bal blijkt dat het plaatsgebonden risico van de leiding niet meer mag bedragen dan 1 op de 1.000.000 per jaar voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties.
Uit artikel 4.113 blijkt dat het plaatsgebonden risico voor een leiding (met deze druk/diameter) op een afstand van 4 meter gemeten uit het hart van de leiding niet hoger mag zijn dan 10-6 per jaar (dit was al zo). Formeel moet deze afstand berekend worden volgens de regels van het Bal, Bkl en Omgevingsregeling. De belemmeringenstrook bedraagt eveneens ten minste 4 meter ter weerszijden gemeten uit het hart van de leiding. Aan beide bepalingen wordt in dit geval voldaan, waarmee een wettelijk minimaal benodigd veiligheidsniveau bereikt wordt. Het plangebied ligt hier (ver) buiten. Brandaandachtsgebied Het brandaandachtsgebied (BAG) ontstaat van rechtswege en is aangewezen via artikel 5.13 Bkl en opgenomen in bijlage VII D.2 van het Bkl. Een brandaandachtsgebied is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m2 is. Voor hogedruk aardgastransportleidingen moet deze afstand berekend worden. Brandvoorschriftengebied
Artikel 5.14 van het Bkl stelt dat het bevoegd gezag het BAG moet aanwijzen als Brandvoorschriftengebied (BVG). Daar mag het bevoegd gezag gemotiveerd vanaf zien als er geen zeer kwetsbare gebouwen (onderwijs, zorg, kinderopvang, e.d.) worden gerealiseerd. Bij aanwijzing gelden in het BAG bouwkundige maatregelen die zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Dit betekent dat bouwwerken volgens die eisen brandwerend moeten worden uitgevoerd (zie bijlage 1).
3|8
Groepsrisico Het groepsrisico hoeft niet meer berekend te worden, maar er moet nog wel een verantwoording worden afgelegd als er 10 of meer doden kunnen vallen (en daarvan is in dit geval sprake). Advies van de Veiligheidsregio over dit aspect is niet meer via een dwingend voorschrift geregeld, maar via een algemeen voorschrift 5.2 Bkl, waarvoor de expertise van de Veiligheidsregio nodig is om daarover een motivering op te nemen. Overigens is het ook onder de Omgevingswet aan de gemeente om een gemotiveerde toedeling van functies aan locaties te borgen en daarvoor alle belangen af te wegen. Het toelaten in een brandaandachtsgebied en het toepassen van het voorschriftengebied is daarin een sluitstuk en geen beginpunt. Gemeentelijk beleid Gemeente Haarlemmermeer heeft in 2012 gemeentelijk beleid voor externe veiligheid vastgesteld met als titel “Aanvaardbaarheid en verantwoording groepsrisico externe veiligheid”. Uitgangspunt van dit beleid is “Kwetsbare objecten worden niet binnen de aangegeven risicozone van het invloedsgebied geprojecteerd”. Woningen zijn gekwalificeerd als kwetsbare objecten. De aangegeven risicozone in het beleid is de 100% letaliteitszone. Het beleid geeft aan geen medewerking te verlenen als ontwikkeling van kwetsbare objecten plaatsvindt binnen de 100% letaliteitszone.
Ontwikkeling van het gebied met kwetsbare objecten binnen de blauw gestippelde contour uit figuur 1 en 2 is in strijd met het gemeentelijk beleid. Overwegingen Wetgeving en beleid beogen dodelijke slachtoffers als gevolg van risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen redelijkerwijs te voorkomen én daar in de besluitvorming bewust aandacht aan te geven. De afweging gaat deels over kansen, maar in belangrijke mate over de effecten op personen. In dit geval is een scenario met een fakkelbrand reëel, waardoor binnen 68 meter (100% letaliteitscontour) een dusdanige hittestraling ontstaat dat alles wat brandbaar is zal branden. Personen kunnen buiten niet veilig verblijven. Verblijf binnenshuis is binnen deze afstand ook niet veilig, want alles wat kan branden gaat branden, ramen zullen bezwijken en uiteindelijk zal het interieur gaan branden. Vluchten is niet mogelijk, want buiten is de hitte dusdanig dat overleven niet reëel is. Overigens is het doel van de wetgeving niet om de gebouwen te beschermen. Deze kunnen alsnog afbranden en verloren gaan. Als gewonden en dodelijke slachtoffers kunnen worden voorkomen of (eventueel) beperkt wordt voldaan aan het doel van de wetgeving. Advies Ons advies is er dan ook op gericht personen de kans te geven dit scenario te overleven. Dat kan door buiten de 100% letaliteitscontour te bouwen en de vluchtwegen van de gasleiding af te leggen.
Bij appartementengebouwen kan het noodtrappenhuis in de kern van het gebouw worden opgenomen in plaats van vluchtroutes via (open) galerijen. Het gebied het dichtst bij de leiding kan worden ingericht met elementen waar personen niet structureel verblijven, zoals parkeren, groen, watercompensatie, afvalinzameling, e.d. Daarmee wordt naar onze mening voldoende rekening gehouden met wetgeving, beleid en de kans dat personen dodelijk getroffen worden door het scenario.
4|8
In het gebied tussen de 100% letaliteitscontour en de grens van het BAG kan naar onze mening maatwerk worden geleverd zonder dat het BVG hoeft te worden aangezet (tenzij er zeer kwetsbare gebouwen worden gerealiseerd). Eén van de instrumenten die we daarbij kunnen gebruiken betreft het zogenaamde ‘kleimodel1’ (Module A) van Royal HaskoningDHV en Gasunie dat de verschillende zones in beeld brengt rond gasleidingen. Zo zijn aan de buitenkant van het aandachtsgebied maatregelen niet nodig, maar zij constateren ook dat maatregelen op korte afstand van de leiding niet voldoende zullen helpen bij het binnenshuis beschermen. Verder kan de Gasunie gevraagd worden om mee te werken aan maatregelen die de kans verlagen (bijv. strikte begeleiding bij werkzaamheden in de belemmeringenstrook), maar deze werken niet door in het effect dat onder de Omgevingswet beschouwd moet worden. Zou de ontwikkelaar toch de bouwkundige eisen inzake brandwerendheid volgens het Bbl toepassen, dan wordt er aan de letter van de wet voldaan, maar dit werkt kostenverhogend en mogelijk bouw je dan een soort bunker. Als verantwoording is dat niet voldoende en mogelijk moet ook nog een afwijking van het gemeentelijk beleid plaatsvinden. Bij de verdere uitwerking kunnen we als Omgevingsdienst meekijken naar de maatregelen en adviseren over de verantwoording.
1
Handreiking aandachtsgebieden in het omgevingsplan | Royal HaskoningDHV
5|8
Bijlage 1 – Voorschriften BBL
6|8
7|8
8|8
S.P.v.E. Binnenweg: Bezonningsstudie
Ingenieursbureau 2026
inleiding Doelstelling +
+ +
+ +
+
Met een 3D-model wordt de bestaande situatie vergeleken met de toekomstige situatie. Hiervoor zijn de volgende dagen van de vier seizoenen maatgevend:
+
+
Bij nieuwbouw moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit betekent dat de nieuwe tuinen, terassen, speelplekken, openbare ruimte etc. voldoende zon moeten krijgen. Het doel van het onderzoek is het vaststellen en beoordelen van de invloed van de maximaal mogelijke bouwmassa binnen het Stedenbouwkundig programmma van Eisen Binnenweg op de bezonning van omliggende woningen. Hierbij worden de uitgangspunten gehanteerd van de ‘lichte TNO-norm’. +
+ +
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ + +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
22 december: de dag dat de zon het laagst staat; 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; 21 maart: de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen de stand van 22 december en 21 juni in (zomertijd); 23 september: de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen de stand van 21 juni en 22 december in (wintertijd). De volgende tijdstippen worden meestal gehanteerd: 9.00 uur, 12.00 uur, 15.00 uur, 18.00 uur. Op 22 december is 18.00 uur niet relevant, omdat de zon dan al onder is. In juni is 20.00 uur ook relevant.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
++
+
++
+
+
+
+
++
+ +
+ +
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+ +
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
++ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
++ +
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
15
+
+
+
+
+ +
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
1__2__8
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
30
13m 16m
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
34 m
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
17m
+
+
+
+
+
+
+
+
8m
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
2__0__ 7 1
54m
+
+
+
+ +
+ +
+
+
+
+
+
2266
+
+
2__0__ 7 1
2__0__ 7 1
26
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
6m +
+
+
+
20
+
+
+
+
+
19m
2__0__ 7 1
10
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
.m
12
+
+
+
27m
+
+ +
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+ +
+
+ + ++
+
+
6m
41
2__0__ 7 1
+
+
+
+
+
+
+
29m
2__0__ 7 1
+
+
+
++
6m
6m
P
+
+
42m
+
+
+
43.3m
+
+
+
+
30 m
+
Het onderzoek is gebaseerd op de rekenkundige bezonning van een 3D-model van de bebouwing. De talrijke aanwezige begroeiing en andere objecten die geen vast onderdeel uitmaken van de hoofdbebouwing zijn niet in het model meegenomen. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van openbaar beschikbare informatie via BAG en PDOK om een 3D-computermodel van de bestaande bebouwing te genereren. Hierin is het 3D-model van de maximale bouwmassa die volgens het SpvE Binnenweg kaderstellend is, ingepast. De bezonning wordt beoordeeld door het aflezen van de bezonningsduur ter plaatse van meetpunten/woningen in het 3D-model. Als een woning twee zijden heeft die zon ontvangen, mag dit worden opgeteld. +
+
+
+
+
+
22m
_
+
+
+
+
++
+
+
+
+
2__0__ 7 1
22m
20 ___ 17
+
+
+
+ +
+
+
+
+
29
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
29
+
++
+
+
+
+
+
+
2__0__ 72 1
+
+
+
+
+
+
23
2__0__ 7 129
2__2__0__0__77 11
+
+
16m
+
+
9
+ +
+
+
+
+
+ +
+
+
+
20m
P
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
4.9m
15.3m
+
+
+
+
+
+
4.9m
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
15.2m
+
+
+
+
12.4m
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
++
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
++
+
+
+ +
+ +
+
+ +
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+ + +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+ + +
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ + +
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+ +
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+
+
+
Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning. De meeste gemeenten hanteren de TNO-normen. Er is een ‘lichte’ en ‘zware’ TNO-norm. Er is geen Nederlandse gemeente bekend die de zware TNO-norm hanteert. Bezonningsdiagrammen geven inzicht in de bezonning van de gevels en (extra) schaduw op de omgeving. De ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden), in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
Bezonningsnormstelling en opzet van het onderzoek
+
+
+
++
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
randvoorwaardenkaart Binnenweg
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+ + +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ ++ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
++ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
++
+
+
+ +
+
+
+ +
+
+
+ +
+ +
+
+
+ +
+ +
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Bezonningsdiagrammen maken inzichtelijk of de bezonning van nieuwbouw op de gevel, tuin, terras, speelplek, et cetera, voldoende is. Ook geven deze diagrammen inzicht in toename van schaduw op de omgeving door de nieuwbouw.
Om af te lezen of voldaan wordt aan de ‘lichte’ TNOnorm zijn bezonningsdiagrammen toegevoegd met peildatum 19 februari, die gelijkstaat aan peildatum 21 oktober. Dit is het begin en einde van de acht maanden periode waarop deze norm betrekking heeft. Dit heeft de laagste stand tijdens deze termijn en is daarmee veelal maatgevend.
Conclusie
In opdracht van de gemeente Haarlemmermeer is voor de ontwikkeling van de Binnenweg een bezonningsonderzoek uitgevoerd met betrekking tot de bebouwing zoals mogelijk binnen het Stedenbouwkundig Programma van Eisen Binnenweg. Het doel van het onderzoek is het vaststellen en beoordelen van de invloed van de maximaal mogelijke bouwmassa op de bezonning van de nabijgelegen woningen. Hierbij worden de uitgangspunten gehanteerd van de ‘lichte’ TNO-norm. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van een 3D-computermodel van de bestaande en geplande bebouwing. De bezonning wordt beoordeeld op basis van de bezonningsduur ter plaatse van de verschillende woningen in het 3D-model.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de bestaande woningen in het gebied in de bestaande situatie bijna allemaal voldoen aan de ‘lichte’ TNO-norm qua bezonning. Ook blijkt uit de bezonningsdiagrammen, zoals opgenomen in de bijlagen bij deze bezonningsstudie, dat ook in de nieuwe situatie in de meeste situaties wordt voldaan aan de ‘lichte’ TNO-norm. In de nieuwe situatie zal echter op een aantal bouwblokken deels eerder schaduw vallen. Dit betreft in de lente en de herfst de blokken aan de Pieter Verhoogstraat, de Antje Breijerstraat en het appartementengebouw ‘Chicago’ aan de Antje Breijerstraat-Burg. van Stamplein. Met name voor het gebouw ‘Chicago’ is op de peildatum 21 oktober een schaduw die over het gebouw heen valt tijdens de verschillende uren. Met name de onderste twee bouwlagen zullen met slagschaduw beïnvloed worden. Aangezien niet bekend is of zich in het gebouw tweezijdig-bezonde woningen bevinden, kan nog niet worden bepaald of voldaan wordt aan de gestelde norm van 2 uur zon op de gevel. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het plaatsen van 5-laagse bebouwing in de vorm van een bouwblok op het kavel van Spaans. Het heeft niet een directe oorzaak in het toepassen van het torenvolume van 45m. Het verlagen daarvan zal niet leiden tot een andere bezonningssituatie voor de betreffende woningen.
In relatie tot de huidige situatie met de schaduw van de hoge bomen ontstaat weinig verschil, aangezien beplanting geen onderdeel is van de bezonningsnorm. Het is echter belangrijk op te merken dat er aanzienlijke hoge bomen en andere groenvoorzieningen in de directe omgeving zijn die momenteel al voor schaduw zorgen, maar die niet zijn meegenomen in deze bezonningsstudie.
Bijlagen Optie Woningbouw
Februari
Huidige situatie
FEBRUARI 19
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
FEBRUARI 19
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Nieuwe situatie
Huidige situatie
FEBRUARI 19
15:00
Nieuwe situatie
Huidige situatie
FEBRUARI 19
18:00
Maart
Huidige situatie
MAART 21
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
MAART 21
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
MAART 21
Nieuwe situatie
15:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
MAART 21
Nieuwe situatie
18:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Juni
Huidige situatie
JUNI 21
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
JUNI 21
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
JUNI 21
Nieuwe situatie
15:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
JUNI 21
Nieuwe situatie
18:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
JUNI 21
Nieuwe situatie
20:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
September
Huidige situatie
SEPTEMBER 23
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
SEPTEMBER 23
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
SEPTEMBER 23
Nieuwe situatie
15:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
SEPTEMBER 23
Nieuwe situatie
18:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
December
Huidige situatie
DECEMBER 22
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
DECEMBER 22
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
DECEMBER 22
Nieuwe situatie
15:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Oktober
Huidige situatie
OKTOBER 21
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
OKTOBER 21
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
OKTOBER 21
Nieuwe situatie
15:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
OKTOBER 21
Nieuwe situatie
18:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Bijlagen Optie Parkeergarage
Februari
Huidige situatie
FEBRUARI 19
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
FEBRUARI 19
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Nieuwe situatie
Huidige situatie
FEBRUARI 19
15:00
Nieuwe situatie
Huidige situatie
FEBRUARI 19
18:00
Maart
Huidige situatie
MAART 21
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
MAART 21
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
MAART 21
Nieuwe situatie
15:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
MAART 21
Nieuwe situatie
18:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Juni
Huidige situatie
JUNI 21
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
JUNI 21
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
JUNI 21
Nieuwe situatie
15:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
JUNI 21
Nieuwe situatie
18:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
JUNI 21
Nieuwe situatie
20:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
September
Huidige situatie
SEPTEMBER 23
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
SEPTEMBER 23
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
SEPTEMBER 23
Nieuwe situatie
15:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
SEPTEMBER 23
Nieuwe situatie
18:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
December
Huidige situatie
DECEMBER 22
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
DECEMBER 22
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
DECEMBER 22
Nieuwe situatie
15:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
DECEMBER 22
Nieuwe situatie
18:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Oktober
Huidige situatie
OKTOBER 21
Nieuwe situatie
9:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
OKTOBER 21
Nieuwe situatie
12:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
OKTOBER 21
Nieuwe situatie
15:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Huidige situatie
OKTOBER 21
Nieuwe situatie
18:00
Bezonningsstudie: Binnenweg
Transformatiegebied SPvE Binnenweg Windklimaatonderzoek
Rapportnummer O 17114-2-RA-001 d.d. 21 juni 2024
Transformatiegebied SPvE Binnenweg Windklimaatonderzoek
Opdrachtgever: Gemeente Haarlemmermeer Rapportnummer: O 17114-2-RA-001 Datum: 21 juni 2024 Referentie: OO/MaS/ /O 17114-2-RA-001 Verantwoordelijke: O.E. Otten Opsteller: ing. M.H. Scheele 0858228 412 m.scheele@peutz.nl
Peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid Nlingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook - zoetermeer - groningen - eindhoven - haps - düsseldorf - dortmund - berlijn - nürnberg - leuven - parijs - lyon
O 17114-2-RA-001 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Normstelling en uitgangspunten
5
2.1
Beslismodel NEN 8100
5
2.2
Windhinder en windgevaar volgens NEN 8100
5
2.2.1
Windhinder
5
2.2.2
Windgevaar
6
2.3
Windklimaat op de locatie
6
2.4
Simulatie windsnelheden met CFD
9
Rekenresultaten
10
3.1
Oorspronkelijk geplande bebouwing
10
3.2
Aangepaste geplande bebouwing met beoogde begroeiing
13
Samenvatting en conclusies
16
3
4
O 17114-2-RA-001 3
1
Inleiding Met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) is een onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande bebouwing Binnenweg te Hoofddorp. Voor het vervaardigen van het CFD-model is onder meer gebruik gemaakt van een door de opdrachtgever aangeleverd 3D model met daarin het planvolume en de begroeiing. De stedenbouwkundige omgeving is meegenomen aan de hand van gegevens uit openbare bronnen. In totaal is een gebied gemodelleerd is van circa 900 bij 1250 meter. Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. De volgende situaties zijn onderzocht: - oorspronkelijk geplande bebouwing Transformatie Binnenweg; - aangepaste geplande bebouwing Transformatie Binnenweg met beoogde begroeiing. Aanvullend is het windklimaat op binnentuin van de geplande bebouwing inzichtelijk gemaakt. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving.
40,5 m
28,5 m
28,5 m 16 m
f 1.1 Het gehanteerde 3D-model van de aangepaste geplande bebouwing met nog aan te planten begroeiing
O 17114-2-RA-001 4
2
Normstelling en uitgangspunten
2 .1 B es lis mode l NE N 8100
De beoordeling van het windklimaat met betrekking tot windhinder en windgevaar, is in Nederland vastgelegd in de norm NEN 8100. Om te bepalen of windhinder en/of windgevaar te verwachten is, wordt gebruik gemaakt van het beslismodel in de NEN 8100. Hierin wordt onder meer beschreven in welke situaties windklimaatonderzoek nodig is. Voor gebouwen met een hoogte vanaf 30 meter wordt nader onderzoek met CFD- of windtunnelsimulatie noodzakelijk geacht. Gezien de geplande bouwhoogte van ca. 40 meter, wordt het uitvoeren van een windklimaatonderzoek als noodzakelijk beschouwd. 2 .2 W ind hinde r en windge v aa r vo lg ens NEN 8100
De gevoeligheid voor wind is sterk afhankelijk van de activiteit waarmee men bezig is. Bij bijvoorbeeld het wachten bij een bushalte of het zitten op een terrasje zullen lagere windsnelheden eerder als hinderlijk worden ervaren dan bij stevig doorlopen. In de NEN 8100 wordt daarom voor de beoordeling van windhinder onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteitenklassen. Bij hogere windsnelheden kan daarnaast sprake zijn van gevaarlijke situaties zoals evenwichtsverlies bij het passeren van gebouwhoeken en dergelijke. Hiervoor wordt getoetst op windgevaar. 2.2.1 Windhinder
Windhinder is iets wat in geen geval geheel te voorkomen is: als het stormt is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Het is daarom ook de kans op windhinder, die maatgevend is voor de beoordeling van het windklimaat. Voor windhinder wordt een drempelwaarde vDR;H aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfsniveau. Bij deze windsnelheid gaan mechanische effecten een rol spelen, zoals het verwaaien van haar, het wapperen van kleding en bij toenemende windsnelheid het bewaren van het evenwicht. Aan de hand van onderstaande t 2.1, afkomstig uit de NEN 8100, wordt een beoordeling gegeven van de te verwachten mate van windhinder. t 2.1 Criteria windhinder volgens NEN 8100 Overschrijdingskans p(vLOK > vDR;H) in procenten van het aantal uren per jaar
Kwaliteitsklasse
< 2,5 2,5 – 5 5 – 10 10 – 20 ≥ 20
A B C D E
I. Doorlopen
Activiteit II. Slenteren
III. Langdurig zitten
Goed Goed Goed Matig Slecht
Goed Goed Matig Slecht Slecht
Goed Matig Slecht Slecht Slecht
O 17114-2-RA-001 5
De overschrijdingskans van de drempelwaarde voor windhinder wordt ook wel de hinderkans genoemd. In de meetresultaten wordt de hinderkans met de kleur volgens t 2.1 weergegeven. Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt het lokale windklimaat beoordeeld als ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’. - Bij een goed windklimaat wordt onder normale omstandigheden geen windhinder ervaren. - Bij een matig windklimaat wordt af en toe overmatige windhinder ervaren. - Bij een slecht windklimaat wordt regelmatig overmatige windhinder ervaren. Er wordt naar gestreefd, om binnen de verschillende activiteitenklassen, een goed, eventueel nog matig windklimaat te realiseren. 2.2.2 Windgevaar
Voor windgevaar wordt 15 m/s uurgemiddelde windsnelheid als drempelwaarde vDR;G gehanteerd. Op basis van t 2.2, afkomstig uit de NEN 8100, wordt bepaald of sprake is van windgevaar. t 2.2 Criteria windgevaar volgens NEN 8100 Overschrijdingskans p(vLOK > vDR;G) in procenten van het aantal uren per jaar
Kwalificatie
0,05 < p <0,30 p ≥ 0,30
Beperkt risico Gevaarlijk
De norm stelt: “Situaties waarvoor een overschrijdingskans geldt van 0,05 < p < 0,30 mogen alleen worden geaccepteerd als deze vallen binnen activiteiten klasse I (doorlopen). Voor activiteiten klasse II en III geldt de eis p ≤ 0,05. Situaties met een overschrijdingskans van p ≥ 0,30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden; het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld.” 2 .3 W ind kli maa t op d e lo ca t ie
Voor de vertaling van de resultaten van de berekeningen naar de werkelijke situatie wordt gebruik gemaakt van een windstatistiek. De NEN 8100 verwijst voor de benodigde meteogegevens naar de NPR 6097:2006 Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland. Met behulp van de bijbehorende software wordt voor de specifieke locatie een windstatistiek berekend op basis van meteogegevens van een groot aantal meteostations en gegevens over terreinruwheden tot 6 km afstand van het plan. De terreinruwheden van het omliggend gebied worden per categorie weergegeven in f 1.1. De kleur geeft de terreinruwheid aan, rood staat bijvoorbeeld voor stedelijk bebouwd gebied. O 17114-2-RA-001 6
f 2.1 Terreinruwheid tot 6 km afstand volgens NPR 6097
In f 2.2 is de op basis van de NPR 6097 berekende windroos op 60 meter hoogte boven de betreffende locatie te zien. De windroos geeft de kans op het voorkomen van wind uit een bepaalde richting weer. Met kleuren wordt de verdeling van windsnelheden binnen de betreffende richtingen aangeduid. Uit de windroos en onderstaande windstatistiek (t 2.3) blijkt dat op de planlocatie de wind relatief vaak uit het uit het zuidwesten (210° en 240°) komt. Bij deze windrichtingen treden ook de hoogste windsnelheden op. De zuidwestenwind is hiermee voor een groot deel bepalend voor het windklimaat op de planlocatie.
O 17114-2-RA-001 7
f 2.2 Windroos betreffende locatie volgens NPR 6097
t 2.3 Windstatistiek van de betreffende locatie volgens NPR 6097
O 17114-2-RA-001 8
2 .4 S imu l at i e windsn el hed en me t C F D
Het windklimaatonderzoek is uitgevoerd met Computational Fluid Dynamics (CFD). Aan de rand van het model wordt, afhankelijk van de terreinruwheid, het juiste windprofiel gesimuleerd. Verfijning van de lokale windsituatie vindt plaats door de direct omliggende bebouwing en begroeiing mee te modelleren. De windsnelheden worden met het CFD-model voor 12 windrichtingen berekend. Met behulp van de windstatistiek voor de planlocatie wordt vervolgens per windrichting de overschrijdingskans van de drempelwaarden van 5 en 15 m/s voor respectievelijk windhinder en windgevaar bepaald. De totale overschrijdingskans is de som van de overschrijdingskansen per windrichting, ook wel de hinderkans en de gevaarkans genoemd. Deze worden vervolgens getoetst aan de NEN 8100 om het lokale windklimaat te kunnen beoordelen. In bijlage 1 is het technisch inlegvel, conform de NEN 8100, opgenomen. Het technisch inlegvel bevat een aantal rubrieken en aandachtspunten die een kort, schetsmatig overzicht geven van de relevante zaken van de CFD-berekeningen. In f 2.3 is een aanzicht gegeven van het rekengrid ter plaatse van de geplande bebouwing.
f 2.3 Aanzicht oppervlakte grid rekenmodel van de aangepaste geplande bebouwing met beoogde begroeiing.
O 17114-2-RA-001 9
3
Rekenresultaten Het windklimaat wordt beoordeeld op basis van de uitgevoerde CFD-berekeningen, de windstatistiek van de betreffende locatie en de grenswaarden zoals beschreven in de paragrafen 2.2.1 en 2.2.2 betreffende windhinder en windgevaar. Bij de beoordeling van het windklimaat wordt onderscheid gemaakt tussen de categorieën doorlopen en slenteren. In bijlage 2 zijn de rekenresultaten per windrichting weergegeven. In deze figuren wordt met kleuren de hinderkans per windrichting weergegeven, en met pijlen de lokale stromingsrichting.
3 .1 O orspron ke li j k g epl and e be bou wing
In f 3.1 is een uitsnede te zien van de oorspronkelijk geplande bebouwing Transformatie Binnenweg met de huidige begroeiing. Het plan is in het oranje weergegeven.
f 3.1 Aanzicht model oorspronkelijk geplande bebouwing
In f 3.2 wordt in een horizontale doorsnede op hoofdhoogte (1,75 meter boven plaatselijk maaiveldniveau) de berekende hinderkans met kleurcontouren voor de geplande situatie weergegeven. De kleuren zijn afgestemd op de beoordelingscriteria uit de NEN 8100. In f 3.3 is op vergelijkbare wijze de berekende gevaarkans weergegeven.
O 17114-2-RA-001 10
1 2b 2a 6a 3 5
4
6b
6c
f 3.2 Windhinder in de oorspronkelijk geplande bebouwing
f 3.3 Windgevaar in de oorspronkelijk geplande bebouwing
In situatie is rond de planlocatie overwegend sprake van een goed windklimaat voor de activiteit doorlopen. Dit komt overeen met kwaliteitsklassen A t/m C en wordt in f 3.2 weergegeven met de kleuren blauw, groen en geel. Nabij de gebouwhoek gelegen in gebied 1 is de ingang van een fietsenstalling en de ingang van een semi-openbaar pad door de binnentuin beoogd. Een (gebouw)entree betreft een windgevoelige functie waarbij een goed windklimaat voor de activiteit slenteren nagestreefd wordt. Het windklimaat is op deze locatie matig tot slecht voor de activiteit slenteren, overeenkomend met kwaliteitsklasse C en D. O 17114-2-RA-001 11
In gebied 2 liggen twee mogelijke locaties voor een speelplek, namelijk locatie 2a en 2b. Op locatie 2a is er sprake van een matig tot slecht windklimaat voor de activiteit slenteren. Voor locatie 2b is het windklimaat goed tot matig. Omdat er ook zitplekken aanwezig zijn, is het van belang om ook een beoordeling uit te voeren voor de activiteit langdurig zitten (verkort naar zitten). Op locatie 2a is er sprake van een goed tot slecht windklimaat voor de activiteit zitten. Op locatie 2b is het windklimaat matig tot slecht voor deze activiteit. De gebouwentrees gelegen aan de zuidwestzijde van het middelste gebouw, gebied 3, betreffen wederom een windgevoelige functie. Op deze locatie is er sprake van een matig tot slecht windklimaat voor slenteren, overeenkomend met kwaliteitsklasse C en D. In de binnentuin van het meest zuidelijk gelegen gebouw, gebied 4, is er sprake van een matig windklimaat voor de activiteit slenteren en slecht voor de activiteit zitten, overeenkomend met kwaliteitsklasse C. De waterspeelplaats, gebied 5, ligt in gebied met een goed tot matig windklimaat voor de activiteit slenteren. Voor de activiteit zitten komt dit neer op een matig tot slecht windklimaat, overeenkomend met kwaliteitsklasse B en C. Langs de Nieuweweg, gebied 6a t/m 6c, bevindt zich een wandel- en fietsroute.
Hier is sprake van een goed tot matig windklimaat voor de activiteit slenteren. Enkel op de plekken naast gebouwopeningen is er sprake van een matig windklimaat voor de activiteit slenteren. Langs deze weg is er overwegend sprake van een goed windklimaat. Op basis van de resultaten in f 3.3 is nergens een beperkt risico op windgevaar of kwalificatie gevaarlijk vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de geplande begroeiing, gezien het beperkte effect bij jonge aanplant, niet in deze berekening is meegenomen.
O 17114-2-RA-001 12
3 .2 A ang epas t e gep l ande b eb ou wing me t be oogd e b egroe i ing
In f 3.4 is uitsnede te zien van de aangepaste geplande bebouwing met de huidige en beoogde begroeiing. Het plan is in het oranje weergegeven.
Toren 8 meter verplaatst richting de rotonde
Toren 8 meter verplaatst richting de Nieuweweg
Opening tussen de bouwmassa’s verkleind
f 3.4 Aanzicht model aangepaste geplande bebouwing met beoogde begroeiing
In f 3.5 en f 3.6 wordt respectievelijk de berekende hinder- en gevaarkans met kleurcontouren weergegeven.
1 2b 2a 6a
3 5
4
6b
6c
f 3.5 Windhinder in de aangepaste geplande bebouwing O 17114-2-RA-001 13
f 3.6 Windgevaar in de aangepaste geplande bebouwing
Door het aanpassen van de bouwvolumes en het toevoegen van de beoogde begroeiing neemt de hinderkans in het plangebied duidelijk af. Het windklimaat bij de ingang van de fietsenstalling en het semi-openbare pad, gebied 1, is ondanks de verbetering van het windklimaat nog matig voor de activiteit slenteren, wat neer komt op een kwaliteitsklasse C. Desgewenst kan het windklimaat verbeterd worden door middel van windafschermende maatregelen. Dit kan door middel van windschermen haaks op de gevel of door de entree in een nis te situeren. In gebied 2 met de mogelijke speelplaatsen, locatie 2a en 2b is er sprake van een goed tot matig windklimaat voor de activiteit slenteren, overeenkomend met kwaliteitsklasse A t/m C. Dit komt voor de activiteit zitten neer op goed tot slecht windklimaat voor locatie 2a. Voor locatie 2b komt dit neer op een goed tot matig windklimaat voor de activiteit zitten. Bij de gebouwentrees gelegen aan de zuidwestzijde van het middelste gebouw, zie gebied 3, is het windklimaat goed tot matig voor de activiteit slenteren. Ook hier worden windafschermende maatregelen geadviseerd in de vorm van schermen of een nis. In de binnentuinen is een goed windklimaat voor de activiteit slenteren vastgesteld, overeenkomend met kwaliteitsklassen A en B.
Slechts een zeer beperkt deel van de binnentuin, gelegen in gebied 4, bevindt zich in een matig windklimaat voor de activiteit zitten. De waterspeelplaats, gebied 5, ligt in gebied met een goed windklimaat voor de activiteit slenteren, wat neerkomt op kwaliteitsklassen A en B. Voor de activiteit zitten komt dit neer op een goed tot matig windklimaat. O 17114-2-RA-001 14
Langs de Nieuweweg, gebied 6a t/m 6c, bevindt zich een wandel- en fietsroute. Hier is overwegend sprake van een goed windklimaat voor de activiteit slenteren. Op basis van de resultaten in f 3.6 is nergens een beperkt risico op windgevaar of kwalificatie gevaarlijk vastgesteld.
O 17114-2-RA-001 15
4
Samenvatting en conclusies Met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) een onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de geplande transformatie van het gebied Binnenweg te Hoofddorp. Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Uit de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: - Zowel in de oorspronkelijk geplande bebouwing als in de aangepaste geplande bebouwing is er sprake van een goed windklimaat voor de activiteit doorlopen, klasse A t/m C. Voor de activiteit slenteren komt dit in de oorspronkelijk geplande bebouwing neer op een goed tot matig windklimaat met op zeer lokale plekken een beoordeling slecht. In de aangepaste geplande bebouwing komt dit neer op een goed tot matig windklimaat voor de activiteit slenteren. - Er is nergens sprake van een overschrijding van het gevaarcriterium. Door het aanpassen van de bouwvolumes en het toevoegen van de beoogde begroeiing neemt de hinderkans in het plangebied duidelijk af.
- Nabij de entree van de fietsenstalling en het semi-openbare pad is er sprake van een matig windklimaat voor de activiteit slenteren, klasse C. Hier kan het windklimaat verbeterd worden door middel van wind afschermende maatregelen. Dit kan door middel van windschermen haaks op de gevel of door de entree in een nis te situeren. Bij het verder uitwerken van het plan dient deze maatregelen nader te worden uitgewerkt en onderzocht. - De mogelijke locaties voor de speel- en verblijfplaatsen hebben in de oorspronkelijk geplande bebouwing een goed tot matig windklimaat voor de activiteit slenteren en een beoordeling goed tot slecht voor de activiteit zitten. In de aangepaste geplande bebouwing betreft dit voor de activiteit slenteren een overwegend goed windklimaat. Voor de activiteit zitten betreft tot een goed tot slecht windklimaat voor locatie 2a en een goed tot matig windklimaat voor locatie 2b. De speelplaats op locatie 5 bevindt zich in de aangepaste geplande bebouwing in een goed tot matig windklimaat voor de activiteit zitten. - Het windklimaat aan de zuidwestzijde van het middelste gebouw gelegen aan de Binnenweg is matig tot slecht voor de activiteit doorlopen in de oorspronkelijk geplande bebouwing. De aangepaste geplande bebouwing betreft hier een goed tot matig windklimaat. Ook hier worden windafschermende maatregelen geadviseerd in de vorm van schermen of een nis.
Bij het verder uitwerken van het plan dient deze maatregelen nader te worden uitgewerkt en onderzocht. O 17114-2-RA-001 16
-
Het windklimaat langs de Nieuweweg is goed tot matig voor de activiteit slenteren in de oorspronkelijk geplande bebouwing. In de aangepaste geplande bebouwing betreft hier een overwegend goed windklimaat voor de activiteit slenteren.
Dit rapport bevat 17 pagina’s
O 17114-2-RA-001 17
1
Technisch inlegvel
Project
Projectgegevens
Projectnaam
Transformatiegebied Binnenweg te Hoofddorp
Opdrachtgever
Gemeente Haarlemmermeer
Projectleider
O.E. Otten
Datum
21 juni 2024
Model
Algemene gegevens van het model
Omvang gemodelleerd gebied
900 x 1250 meter
Kerngebied
het gebied rondom de geplande nieuwbouw
Omgeving
bebouwing/begroeiing
Afmetingen model
995 x 1350 x 255 meter
Blokkeringsgraad
<10%
Gemodelleerd groen
jaargemiddelde situatie
Onderzochte windrichtingen
12 (rondom in stappen van 30 graden)
Onderzochte configuraties
geplande bebouwingssituatie
Computeropstelling
Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur
Programmatuur
OpenFoam 10
Algemeen
FVM (eindige volume methode) drie-dimensionaal tijd-onafhankelijk isothermisch
Rekenrooster
Circa 16 miljoen cellen; verfijning t.p.v. de geplande bebouwing
Turbulentiemodellering
k-ε-RNG-turbulentiemodel
Convectieve differentieschema's snelheidscomponenten: Gauss turbulentie grootheden: Gauss scalaire variabelen: Randvoorwaarden
Gebruikte randvoorwaarden
Instroomprofiel
logaritmisch snelheidsprof., z0=0,7 m en bijbehorende prof. voor k en ε
Uitlaat
constante druk
Boven-/zijwanden
gesloten, wrijvingsloos
Gegevensverwerking en -
Informatie voor locatie en beoordeling windklimaat
beoordeling Amersfoortse coörd. locatie
X =107615 Y =479266
Toegepaste eisen
VDR [m/s] Gewenste kwaliteitskl. Overschrijdingskans [%]
Voor comfort
Beoordeling
p(vLOK > vDR:H)
Doorlopen
5,0
≤D
< 20
≤ matig
Slenteren
5,0
≤C
< 10
≤ matig
5,0
≤B
<5
≤ matig
Zitten Regionale correctie
Geen correctie
Voor gevaar
Gepresenteerde resultaten
p(vLOK > vDR;G) 15
n.v.t
0,05 < p < 0,30
beperkt risico
15
n.v.t
p ≥ 0,30
gevaarlijk
windhinder: figuren met p (vLOK > vDR:H )-waarden, gevaar: tekstueel
Opmerkingen
O 17114-2-RA 1.1
Bijlage 2: Resultaten per windrichting Oorspronkelijk geplande bebouwing
O 17114-2-RA-001
2.1
Bijlage 2: Resultaten per windrichting Aangepaste geplande bebouwing
O 17114-2-RA-001
2.2
Inschatting toevoeging / vermindering verharding Binnenweg & Spaans
Blok 3 & 4
Blok Spaans
Verharding huidige situatie:
ca. 11.820m
ca. 180m2
Verharding nieuwe situatie Bebouwing en bestrating binnentuinen op garagedak
ca. 8.770m2 ca. 3.160m2
ca. 2.800m2 ca. 2.800m2
Verschil Binnentuinen niet meegeteld: ca. 3.050m2 minder
ca. 2.620m2 meer
Inschatting toevoeging / vermindering verharding Binnenweg & Spaans