CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 bij Ruimtelijke onderbouwing Ecologische quickscan.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 6 juli 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIEDEBAT 2 - Heijezaal 19.00 – 20.30 uur: RV Weigering ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een short stay accommodatie aan de Sloterweg 327 in Badhoevedorp (7794582)11.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

G&G-advies QS2022-242

Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Sloterweg 327 te Badhoevedorp Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

Daan Overduin

2022

Opdrachtgever Mees Ruimte & Milieu

G&G-advies QS2022-242

Datum Versie

18 november 2022 V1

Gecontroleerd door: F. van der Knaap De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 6

1.3

Het plangebied......................................................................................................... 6

1.4

Werkzaamheden ...................................................................................................... 7

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 7

Methode

8

2.1

Soorten .................................................................................................................... 8

2.2

Gebieden.................................................................................................................. 9

Beschermde soorten Wnb

10

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 10

3.2

Beschermde soorten.............................................................................................. 14 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 14 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 14 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 14 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 15 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 17 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 18 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 21

3.3

4

5

Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 22

Effectbeoordeling en maatregelen

23

4.1

Vogels..................................................................................................................... 23

4.2

Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 24

4.3

Vleermuizen ........................................................................................................... 26

4.4

Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 27

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

28

5.1

Natura 2000 ........................................................................................................... 28

5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 28

5.3

Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) .................................................................. 29

5.4

Houtopstanden ...................................................................................................... 29

5.5

Overige relevante wetgeving................................................................................. 30

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

4 5.6

6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................30

Conclusies

31

6.1

Beschermde soorten Wnb .....................................................................................31

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................32

6.3

Zorgplicht ...............................................................................................................32

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur ...........................................................33

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

35

8

Bijlagen

37

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een locatie aan de Sloterweg 327 te Badhoevedorp her in te richten. Badhoevedorp ligt in de gemeente Haarlemmermeer in de provincie Noord-Holland. Een aantal oude schuren en stallen wordt gesloopt en er komt ‘short stay housing’ voor in de plaats. Op de locatie is eerder een quickscan uitgevoerd door Dresmé & Van der Valk (DRESMÉ, 2013). Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. In opdracht van Mees Ruimte & Milieu heeft Ecologisch Onderzoeksen Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.

De ligging van het plangebied (rood omlijnd).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

6

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

1.3

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied maakt deel uit van een lintbebouwing en betreft een niet meer als zodanig in gebruik zijnde boerenbedrijf met opstal. De voormalige boerderij en aangrenzende deel waren als laatst in gebruik als testcentrum voor Corona. Een voormalige hooischuur en twee veestallen zijn thans in gebruik als opslagruimte. Het (voormalig) boerenerf is grotendeels geasfalteerd. Ten noordoosten van de boerderij ligt een kleine tuin. In het noordwesten van het plangebied, langs de erfafscheiding, is een bramenstruweel aanwezig. Langs alle zijden, behalve de zijde aan de Sloterweg, is een erfafscheiding aanwezig met voornamelijk Zwarte els. Rondom het plangebied liggen akkers en iets ten noorden een volkstuinencomplex. Ten zuiden van het plangebied loopt een ventweg en ligt een watergang, parallel aan de nabijgelegen A9.

Schets van de toekomstige inrichting van het plangebied, met rechts de bestaande boerderij en de aangrenzende deel.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

1.4

7

Werkzaamheden De bebouwing in het plangebied zal grotendeels worden gesloopt. Alleen de boerderij en de aangrenzende deel zullen behouden blijven, deze zullen wel worden gerenoveerd tot onder meer een bar en een receptieruimte. Op de rest van het voormalige boerenerf is men voornemens (tijdelijke) huurwoningen te bouwen. Langs de grens van het plangebied staat een erfafscheiding van onder andere Zwarte els die gekapt zal worden. De bomen in de tuin van de boerderij en langs de Sloterweg zullen merendeels blijven staan. Het bramenstruweel in het noordwesten van het plangebied zal ook worden gerooid. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit renovatie/sloop van gebouwen met benodigd hak- breek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem of de oevers en/of het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en/of bomen of zware constructiewerkzaamheden. Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt en gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, verandering van microklimaat, licht of de belemmerende werking van steigers, verstoring optreden van (beschermde) soorten.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

8

2

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2012-2022). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook §3.2.4).

Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

9

Potentiebeoordeling Het plangebied is op 27 oktober 2022 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.

→https://www.nvwa.nl/

onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten

Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (←NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (§3.2) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.natura2000.nl/ Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=nbp Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

10

3

Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen Bebouwing De voormalige boerderij (1938) en de aangrenzende deel zijn opgetrokken uit bakstenen muren, houten betimmeringen, glas en kunststof kozijnen. Het schuin aflopende dak is bedekt met dakpannen. Er zijn kieren onder de onderste dakpannen, boven de dakgoten, aan de noord –en zuidzijde van de boerderij. Aan de noordzijde liggen enkele losliggende en verweerde dakpannen verspreid over het dak. Aan de noordzijde zitten kieren tussen de muren en de dakgoot en bij regenpijpen. Verder zijn er afgebrokkelde stenen en kieren aan de noordzijde, daar waar de boerderij en de deel aan elkaar staan.

Nest in boom tussen klimop

Veestal 2

Hooischuur

Veestal 1

Boerderij Deel

Overzicht van de opstal (voormalige boerderij, twee veestallen en een schuur). De rode lijn geeft de grenzen van het plangebied weer. In het noordwesten ligt een bramenstruweel (groene cirkel). In de erfafscheiding in het noordwesten is een middelgroot nest in een boom tussen Klimop aangetroffen. Ten zuid(westen) van het plangebied ligt een watergang paralel aan de A9.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

11

Linksboven: De boerderij met het schuin aflopende dak, gezien vanuit het zuiden. Rechts is nog een stukje van de deel te zien. Rechtsboven: De kopse kant aan de oostzijde van de deel, met (oude) nesten van Huiszwaluw onder de dakrand. Linksonder: De houten betimmering aan de kopse kant aan de westzijde van de boerderij. Rechtsonder: De noordzijde van de boerderij, met oudere dakpannen en muren, grenst aan een tuin.

De kopse kant aan de westzijde is deels afgewerkt met een houten betimmering. Tussen de houten betimmering en de achterliggende muren zijn kieren aanwezig. De kopse kant aan de oostzijde van de deel heeft een overhangende witte dakrand, die in een punt toeloopt. Onder de nok van de overhangende witte dakrand zitten zes, deels uit elkaar gevallen, nesten van Huiszwaluw. Aan de zijde van het dak zitten kieren tussen deze dakrand van de deel en de dakpannen. Er zijn verder geen opvallende kieren of spleten aan de kopse kant van de deel. De boerderij en de deel zijn ingericht als (lege) kantoorruimte. De hooischuur (1976) is thans in gebruik als opslag voor materialen. Deze openstaande constructie zonder kieren of spleten in de muren, is opgetrokken uit metaal. In de nok van deze open, opgeruimde hooischuur zijn geen nesten aanwezig en er zijn ook geen sporen gevonden op de grond. Er staan verder twee (voormalige) veestallen (1976) in het plangebied. Beide gebouwen worden gebruikt voor opslag van

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

12

materialen. Veestal 2 heeft een metalen behuizing aan alle zijden van het gebouw, zonder opvallende kieren in de wanden. Het dak is afgewerkt met golfplaten. Er zijn geen openingen of kieren in dit gebouw en er zijn geen openstaande ramen. Van veestal 1, dichterbij de boerderij gelegen, is de eerste bouwlaag grotendeels opgetrokken uit steen. Het gebouw heeft een golfplaten dak. Aan de lange noordzijde zitten open stootvoegen. Aan de lange zuidzijde zitten kieren tussen de dakgoot en de muur. Aan de kopse kant aan de oostzijde, is een soort open schuurtje gebouwd waarin hout opgeslagen ligt. Er zijn geen openstaande ramen. Rondom het plangebied is een erfscheiding van met name (deels met Klimop) overgroeide Zwarte els aanwezig. Deze erfafscheiding maakt onderdeel uit van een langere erfafscheiding die in noordelijke richting buiten het plangebied doorloopt. In één van deze met Klimop overgroeide Zwarte elzen in de erfafscheiding in de noordwestzijde van het plangebied werd een middelgroot nest waargenomen.

Linksboven: De entree naar het plangebied met zicht op de deel en achterliggende boerderij (rechts) en een veestal (links). Rechtsboven: De twee veestallen die in gebruik zijn als opslagplaats, gezien vanuit het oosten. Linksonder: Ook de voormalige hooischuur is in gebruik als opslagplaats. Rechtsonder: Links veestal 2 zichtbaar, rechts enkele containers. Op de achtergrond is het bramenstruweel en de erfafscheiding zichtbaar.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

13

Langs de Sloterweg staan enkele (knot) wilgen en schermt een heg het plangebied van de weg af. Er zijn verder geen grote nesten, (niet ingeregende) holtes of spleten aangetroffen in de aanwezige bomen. Graslanden, akkers Ten noorden van het plangebied liggen akkers. Wateren en oevers Ten noorden van het plangebied, op de grens van de erfscheiding en de akkers, ligt een zeer ondiepe sloot. Verder ligt er, net buiten het plangebied, parallel aan de A9 een watergang zonder beschoeiing. Overig Het plangebied is verder grotendeels geasfalteerd. In het noorden van het plangebied staan enkele containers op het asfalt.

Linksboven:De zuidmuur van veestal 1, een ventweg en de watergang paralel aan de A9 (gezien vanuit zuidoostelijk richting, net buiten het plangebied). Rechtsboven: Omgevallen boom in de erafscheiding. Linksonder: Met Klimop overgroeide bomen in de erfafscheiding. Rechtsonder: Verscholen in de Klimop zit een middelgroot nest.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

14

3.2

Beschermde soorten

3.2.1

Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2012-2022). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het plangebied is vrijwel geheel geasfalteerd en is voor het resterende deel te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten.

3.2.2

Vissen Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 20122022). Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissoorten aanwezig. Omdat geen sprake is van goed ontwikkelde submerse vegetatie in combinatie met geïsoleerde, verlandende wateren in de sloot aan de oostzijde van het plangebied, wordt het voorkomen van Grote modderkruiper uitgesloten.

3.2.3

Amfibieën Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen (NDFF 2012-2022). Potentie plangebied De sloot langs de oostzijde van het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor enkele algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander, Bruine kikker of Groene kikker (bastaardkikker en/of Meerkikker). Al deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. De erfafscheiding rondom het plangebied biedt daarnaast geschikt landbiotoop dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

15

-Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad, de benodigde levensvoorwaarden zijn niet aanwezig en de soort is nooit in nabijheid van het plangebied waargenomen. Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het niet te verwachten dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken.

3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Ekster (cat. 5), Gaai, Kauw, Turkse tortel, Koolmees (cat. 5), Staartmees, Aalscholver, Grauwe gans, Spreeuw (cat. 5), Blauwe reiger, Fazant, Wilde eend en Zwart kraai (cat. 5). Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Houtduif, Winterkoning, Fazant en Heggenmus. In het water langs het plangebied broeden mogelijk water- en moerasvogels zoals Meerkoet en Wilde eend. Het is mogelijk dat in de bebouwing of de bomen categorie 5-soorten broeden als Kool- of Pimpelmees en Boomkruiper. Daarnaast wijst de aanwezigheid van nesten van Huiszwaluw aan de gevel van de deel op broedende exemplaren. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismus (cat. 2) en Gierzwaluw (cat. 2) vastgesteld. Huismus broedt op ongeveer 300 meter ten noordoosten van het plangebied (NDFF 2012-2022).

Gierzwaluw broedt in woonwijken op ongeveer 500 meter ten noordoosten van het plangebied. Van Buizerd (cat. 4) zijn veel waarnemingen bekend uit de omgeving van het plangebied, er zijn echter tijdens het veldbezoek geen geschikte nesten aangetroffen in het plangebied of de directe omgeving ervan. De ligging nabij de A9 verklaart mogelijk de vele waarnemingen van deze soort in de omgeving. Buizerd gebruikt de brede kruidenrijke bermen voor de jacht op muizen. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast in het verleden Roek (cat. 2), Grote gele kwikstaart (cat. 3), Kerkuil (cat. 3), Ooievaar

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

16

(cat. 3), Slechtvalk (cat. 3), Boomvalk (cat. 4), Havik (cat. 4), Ransuil (cat. 4), Sperwer (cat. 4) en Wespendief (cat. 4) vastgesteld. De meeste bekende waarnemingen betreffen overvliegende (trek)vogels of deze soorten hebben gebroed in andere biotopen zoals bebouwing en bos in de omgeving (NDFF 2012-2022). Tijdens het veldbezoek werden geen vogels met jaarrond beschermde nesten waargenomen. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Het is mogelijk dat Huismus broedt in het plangebied. Deze soort kan toegang verkrijgen tot geschikte holtes vanwege de waargenomen gaten en spleten. De potentiele nestplaatsen voor de Huismus bevinden zich met name onder de dakpannen bij de dakgoot aan de zuidzijde van de boerderij en losliggende dakpannen aan de noordzijde van de boerderij. Ook kunnen de Huismussen broeden in de nesten van Huiszwaluw aan de oostkant van de deel. Het waargenomen nest tussen de Klimop in de erfafscheiding in het noordoosten van het plangebied kan in gebruik zijn door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Sperwer en Ransuil. De Gierzwaluw wordt in het open bebouwde gebied rond het plangebied niet verwacht. Er werden ook geen geschikte gaten met ‘vrije uitvalmogelijkheden’ gezien in de bebouwing. Gierzwaluwen

Middelgrootnest met potentie Ransuil, Sperwer

Potentie broedende Huismus

Nesten Huiszwaluw (ook geschikt voor Huismus)

Het plangebied (rode omlijning) en de locaties met potentie voor broedplaatsen jaarondbeschermde vogels: groen voor Ransuil, Sperwer en blauw voor Huismus.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

17

kunnen niet op eigen kracht opstijgen omdat hun poten te zwak zijn om af te zetten. Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Buizerd. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.

3.2.5

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek werd een Haas waargenomen. Deze soort is in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting (zie verder Bijlage 1.2.1). Rond het plangebied zijn in het verleden Steenmarter en kleine marterachtigen (Bunzing en Wezel) waargenomen (NDFF 2012-2022). Steenmarter en kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) zijn beschermde soorten die worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Van Steenmarter zijn vier waarnemingen uit 2018 bekend binnen één kilometer afstand (ten noorden) van het plangebied (NDFF 20122022). Bunzing is, ten noorden van de A9, meerdere malen vastgesteld in de directe omgeving van het plangebied. Verder zijn er enkele verkeersslachtoffers langs de A9 bekend (NDFF 2012-2022). Van Wezel is één waarneming bekend, op 50 meter ten oosten van het plangebied. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel, Haas en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Het plangebied is geschikt voor Steenmarter en kleine marterachtigen (Wezel, Hermelijn en Bunzing).

De erfscheiding rondom het plangebied en het bramenstruweel in het noordoosten bieden voor deze soorten goede schuilmogelijkheden, te meer omdat er ook opgeslagen materialen, (deels) omgevallen bomen en houtstapels aanwezig zijn in deze erfafscheiding.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

18

Boven: Opgeslagen materialen en omgevallen bomen in de erfafscheiding bieden schuilmogelijkheden aan marterachtigen. Linksonder: Bramenstruweel in het noordwesten van het plangebied met op de achtergrond de erfafscheiding. Rechtsonder: De erfafscheiding, gezien vanuit het noordoosten, grenst aan agrarisch gebied, en is daarmee (mogelijk) essentieel (als uitvalbasis) voor marterachtigen.

3.2.6

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn 4 soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2012-2022). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger en Rosse vleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

19

Van de Gewone dwergvleermuis is op één kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied een kraamkolonie met minimaal 34 individuen gevonden (NDFF 2012-2022). Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken. Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. De waargenomen spleten en kieren in de boerderij en veestal 1 geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte holtes. Te denken valt aan gebouwbewonende soorten zoals Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Andere gebouwbewonende soorten zoals Kleine dwergvleermuis, Meervleermuis, Tweekleurige vleermuis (Gewone) grootoorvleermuis, etc. zijn zeldzaam en worden op voorhand niet verwacht in de onderzochte bebouwing.

Deze soorten dienen tijdens vervolgonderzoek (zie §4.4) wel te worden onderzocht en als tijdens vleermuisonderzoek indicatieve waarnemingen worden gedaan van deze soorten, moeten bezoekrondes en bezoektijden worden aangepast conform het geldende onderzoeksprotocol, zodat het eventuele voorkomen van deze soorten volledig in beeld wordt gebracht.

De zijden van de gebouwen die potentieel geschikte holtes of kieren voor vleermuizen bieden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

20

De spleten en gaten bevinden zich achter beplating, onder dakpannen, achter dakgoten en in open stootvoegen. De potentie bevindt zich alleen op de noord en zuidkant van de westelijk gelegen veestal en de noord, zuid en westkant van de boerderij.

Linksboven:Open stootvoegen in de noordzijde van veestal 1. Rechtsboven: Kieren onder de dakrand aan de zuidzijde van veestal 1. Linksmidden: Openingen onder de belijsting aan de noordzijde van de boerderij, waar deze vast staat aan de deel. Rechtsmidden: Openingen onder boeidelen aan de zuidzijde van de boerderij. Linksonder: Openingen onder de houten betimmering aan de westzijde van de boerderij. Rechtsonder: De zuidzijde van de boerderij is oud en verweerd en heeft kieren onder boeidelen en bij regenpijpen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

21

Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals doorlopende bomenrijen, watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.

3.2.7

Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van andere beschermde soorten in of rond het plangebied (NDFF 2012-2022). Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen. Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor overige beschermde diersoorten dan de soorten die hierboven worden genoemd, in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

22

3.3

Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals bijvoorbeeld vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied met verwachte beschermde functie (kolom 4). Indien de potentieel aanwezige beschermde functie wordt genoemd in kolom 4 valt deze automatisch onder essentieel leefgebied voor de mogelijk aanwezige soort(en). Aangetroffen nabij het plangebied (literatuur en veldbezoek)

Mogelijk aanwezig in plangebied

Mogelijk beschermde functie aanwezig binnen het plangebied

Planten

nee

nee

nee

Vissen

nee

nee

nee

Amfibieën

nee

nee

nee

veldbezoek

ja

niet-jaarrond beschermde nesten

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten

NDFF

ja

jaarrond beschermde nesten

Grondgebonden zoogdieren

NDFF

ja

essentieel leefgebied / verblijfplaats

Vleermuizen

NDFF

ja

verblijfplaats / foerageergebied

Overige beschermde fauna

nee

nee

nee

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

4

23

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

4.1

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen, het slopen of renoveren van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie-toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt! ‘Categorie 5’-soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als ‘categorie 5’-soort (Kool- of Pimpelmees, Huiszwaluw en Boomkruiper) kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied.

Eventueel kunnen in de toekomstige situatie vervangende nestkasten voor Huiszwaluw worden opgehangen in het plangebied, maar er zijn reeds voor de soort geschikte witte daklijsten aan meerdere gebouwen langs de Sloterweg aanwezig binnen 150 meter in

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

24

noordoostelijke richting. Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van de aanwezige categorie 5 soorten rechtvaardigen. Echter, omdat de nesten van Huiszwaluw aan de deel mogelijk in gebruik zijn door Huismus, dienen deze nesten gedurende het vervolgonderzoek naar deze soort en de eventuele ontheffingsaanvraag te blijven hangen. Overigens geldt ook voor de ‘categorie 5’ soorten dat activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden. Soorten met jaarrond beschermde nesten Bij de renovatie van de boerderij zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van de Huismus beschadigd of vernield kunnen worden. Het aangetroffen middelgrote nest in de Klimop in een boom aan de noordwestzijde van het plangebied kan in gebruik zijn bij Sperwer en Ransuil. Bij de kap van de erfafscheiding zal dit nest verdwijnen. De nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dient alternatieve nestgelegenheid of vervangend leefgebied te worden aangeboden.

Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.

4.2

Grondgebonden zoogdieren Bij het kappen en opruimen van de erfafscheiding en het rooien van het bramenstruweel kan schade optreden voor beschermde zoogdieren. Als beschermde, niet vrijgestelde, zoogdieren aanwezig zijn dient vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

25

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

26

4.3

Vleermuizen Verblijfplaatsen Bij de sloop en/of de renovatie van de gebouwen zouden vaste rustof verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen beschadigd of vernield kunnen worden. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat verblijvende vleermuizen aanwezig zijn dienen vervangende en geschikte verblijfplaatsen te worden aangeboden. Er is tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen ‘Activiteitenplan’ deze maatregelen worden uitgewerkt. Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

4.4

27

Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soorten (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel), Steenmarter, Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Huismus, Sperwer en Ransuil. Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 2 staan de perioden aangegeven wanneer dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld.

Optimale periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied. *=Te combineren met andere bezoeken. Soort/Soortgroep Vogels Huismus Ransuil Sperwer Grondgebonden zoogdieren Steenmarter Bunzing Hermelijn Wezel Vleermuizen

Optimale periode

Aantal bezoeken

half maart – half juni half maart - juni half maart – juni

2-3 2-4 2-4

mei-augustus mei-augustus mei-augustus mei-augustus

3 3 3 3 Aantal bezoeken

Gebiedsfunctie

Periode

Kraamkolonies en zomerverblijven (3 bezoeken)

Paarverblijven en zwermgedrag (2 bezoeken)

Gewone dwergvleermuis

half mei - half juli

augustus-oktober

Ruige dwergvleermuis

half mei - half juli

augustus - oktober

Laatvlieger

half mei - half juli

augustus - oktober

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

5

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

28

5

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.

5.1

Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan tien kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Kennermerland-Zuid (zie Figuur 2). Gezien de grote afstand, afscherming (groengebied/stedelijk) en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht.

5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

5.3

29

Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming in Noord-Holland voor gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig Monument en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Het gebied is niet begrensd als een Bijzonder Provinciaal Landschap en ligt ook niet in de directe omgeving hiervan (zie Figuur 2). Er is geen negatief effect mogelijk op het BPL, een nadere toetsing is niet nodig.

5.4

Houtopstanden Mogelijk voorziet het plan in het kappen van meer dan 20 bomen (de erfafscheiding) in een rijbeplanting buiten de (volgens de Wnb bepaalde) bebouwde kom. Op grond hiervan wordt de erfafscheiding van het plangebied mogelijk beschermd als bijzondere houtopstand. Als een houtopstand gekapt moet worden, moet dit worden gemeld bij het bevoegd gezag en moet herplant plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan een kapverbod opleggen ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. Aanbevolen wordt hierover contact op te nemen met het bevoegd gezag.

Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebied, BPL, natuurverbindingen en het NNN.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

30

5.5

Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht. Mogelijk voorziet het plan in het kappen van meer dan 20 bomen (de erfafscheiding) in een rijbeplanting buiten de (volgens de Wnb bepaalde) bebouwde kom. Op grond hiervan wordt de erfafscheiding van het plangebied mogelijk beschermd als bijzondere houtopstand. Als een houtopstand gekapt moet worden, moet dit worden gemeld bij het bevoegd gezag en moet herplant plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan een kapverbod opleggen ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. Aanbevolen wordt hierover contact op te nemen met het bevoegd gezag.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

6

31

Conclusies 6.1

Beschermde soorten Wnb  Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen.  Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën alleen ‘vrijgestelde’ soorten verblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan.  In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli.  In het plangebied kunnen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen, namelijk die van Huismus, Sperwer en Ransuil. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoorten noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2).

Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen gevonden, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.  Omdat de nesten van Huiszwaluw aan de deel mogelijk in gebruik zijn door Huismus, dienen deze nesten gedurende het vervolgonderzoek naar deze soort en de eventuele ontheffingsaanvraag te blijven hangen.  Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (Buizerd) wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.  In het onderzoeksgebied kunnen beschermde grondgebonden zoogdieren voorkomen die zijn beschermd als ‘andere soort’. Het gaat om de Steenmarter en kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel). Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

32

tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of kennisdocumenten één of meer van deze soorten aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.  In het plangebied kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of Kennisdocumenten één of meer soorten vleermuizen met verblijfplaatsen aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.  Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving  Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht.  Mogelijk voorziet het plan in het kappen van meer dan 20 bomen (de erfafscheiding) in een rijbeplanting buiten de (volgens de Wnb bepaalde) bebouwde kom. Op grond hiervan wordt de erfafscheiding van het plangebied mogelijk beschermd als bijzondere houtopstand. Als een houtopstand gekapt moet worden, moet dit worden gemeld bij het bevoegd gezag en moet herplant plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan een kapverbod opleggen ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. Aanbevolen wordt hierover contact op te nemen met het bevoegd gezag.

6.3

Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren:

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

33

 Alle aanwezige bebouwing, vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten.  Ontzie groen en groenvoorzieningen zoveel als mogelijk tijdens de werkzaamheden en bij het (tijdelijk) opslaan van machines en materialen. Gebruik zo klein mogelijke werkbreedtes en gebruik eventuele bouwwegen zowel voor aanvoer als afvoer.  Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten.  Het verwijderen van groen kan zoveel mogelijk beperkt worden of na de werkzaamheden kan nieuw groen aangeplant worden op dezelfde locaties als waar groen verwijderd wordt. Houd bij werkzaamheden rondom groenvoorzieningen een zo smal mogelijke werkbreedte aan.  Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zoveel mogelijk van bestaande paden gebruik gemaakt worden, of kunnen nieuw gecreëerde paden herhaaldelijk worden gebruikt om insporing en potentiele verstoring te beperken.

6.4

→https://www.checklist

groenbouwen.nl/

Aanbevelingen ter bevordering van natuur Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in het plangebied versterkt worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte. Er zijn veel goede ←websites beschikbaar met tips en informatie over groen bouwen en het natuurlijk inrichten van tuinen. Als aanvulling worden voor dit plan de volgende aanbevelingen gedaan:  Het verbreden van wateren rondom planpercelen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers.  Plaatsen van voorzieningen voor Huismussen, Huiszwaluwen, Spreeuwen en Gierzwaluwen d.m.v. speciale dakpannen, vogelvides of inmetselstenen.  Het plaatsen van zogenaamde ‘insectenhotels’ aan de muren van de bebouwing, in tuinen of in bestaande of aan te planten groenstructuren.  Beplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten zoals meidoorn, Wilde liguster, Klimop en Sleedoorn die insecten, vogels en vlinders kunnen aantrekken. Beplanting kan het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als Egel, muizen en vleermuizen.  Indien bij de inrichting van het plangebied ook gemetselde muren gerealiseerd worden kunnen hierbij speciale materialen toegepast

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

34

worden die veel sneller dan gebruikelijk een groeiplaats bieden voor muurplanten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

7

35

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DRESMÉ, 2013. Quickscan flora en fauna Sloterweg 327 te Badhoevedorp, versie 2. Dresmé & Van der Valk, Santpoort-Zuid. DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HERDER, J.E., J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap.

Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. NETWERK GROENE BUREAUS, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Netwerk Groene Bureaus, Odijk. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland, Heiloo. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

36

TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist. UCHELEN, E. VAN, 2021. Bunzing, Hermelijn en Wezel – Kleine Roofdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

8

Bijlagen

Bijlage 1

Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

37

QS2022-242

Sloterweg 327 te Badhoevedorp

Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=189f95f6-e1ba-42ea-a9d0-c69573e379c2