CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Bestemmingsplan Haarlemmerliede Liedeweg 9 - Toelichting

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 8 juni 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: HOORZITTING: Heijezaal 20.30 – 21.00 uur RV Vaststelling bestemmingsplan Haarlemmerliede Liedeweg 9 (7705338) - GEANNULEERD. Er zijn geen aanmeldingen ontvangen.23.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Haarlemmerliede Liedeweg 9 Bestemmingsplan, toelichting 09 mei 2023

1/1

DATUM KENMERK

09-05-2023 NL.IMRO.0394.BPGhllliedeweg9‐C001

PROJECT PROJECTLEIDER

Haarlemmerliede Liedeweg 9 M.M.W. Backx, MSc

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Haarlemmermeer 20191196

AUTEUR STATUS

M.M.W. Martijn Backx, MSc vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

7

1.3

Doel en planvorm

8

1.4

Geldende bestemmingsplannen en regelingen

8

1.5

Planproces

8

1.6

Leeswijzer

9

Beschrijving huidige situatie

10

2.1

Ruimtelijke structuur

10

2.2

Functionele structuur

14

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

16

3.1

Rijksbeleid

16

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

19

3.3

Gemeentelijk beleid

28

Nieuwe situatie

35

4.1

Toekomstige ontwikkelingen in het plangebied

35

4.2

Ruimtelijke structuur

35

4.3

Functionele structuur

36

Onderzoek en beperkingen

37

5.1

Bodem

37

5.2

Cultuurhistorie en archeologie

38

5.3

Externe veiligheid

40

5.4

Explosieven

43

5.5

Flora en fauna

44

5.6

Geluid

46

5.7

Geur

48

5.8

Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties

48

5.9

Licht

49

5.10

Lucht

49

5.11

Luchtvaartverkeer

51

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

3/75

5.12

Milieueffectrapportage

52

5.13

Milieuzonering

53

5.14

Verkeer

54

5.15

Water

59

Uitvoerbaarheid

66

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

66

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

66

Juridische toelichting

73

7.1

Opzet regels en verbeelding

73

7.2

Inleidende regels

73

7.3

Bestemmingsregels

73

7.4

Algemene regels

74

7.5

Overgangs- en slotregels

74

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

4/75

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De Stelling van Amsterdam is een voormalige verdedigingslinie rondom Amsterdam. De stelling is 135 kilometer lang en omvat forten, inundatievelden en dijken. In 1996 is de Stelling van Amsterdam aangewezen als UNESCO-werelderfgoed. Fort bij de Liebrug is één van de werken die onderdeel uitmaakt van de Stelling van Amsterdam. Recreatieschap Spaarnwoude heeft in samenwerking met de provincie Noord-Holland en Staatsbosbeheer de ambitie uitgesproken om het Fort bij de Liebrug een ruimere bestemming te geven. Hierbij worden kleinschalige commerciële ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het doel van het project is het verzekeren van een duurzame instandhouding van het Fort bij de Liebrug.

Figuur 1.1: Uitsnede van plattegrond recreatieschap Spaarnwoude (bron: spaarnwoude.nl) In de Visie groengebied Amsterdam – Haarlem is de ambitie geuit om de entrees van het gebied te versterken. Door het fort te herontwikkelen tot een beleefbare voorziening wordt een mooie entree naar het omliggende gebied gecreëerd. In 2019/2020 hebben het fort en het eiland een grote onderhoudsbeurt gehad. Het dak, de gevel, luiken, deuren en kozijnen zijn gerestaureerd. Daarnaast hebben de installaties voor luchtbehandeling, verwarming en elektriciteit vernieuwingen ondergaan. Voor Stadsherstel Amsterdam N.V. is het van belang het cultureel- en wereld erfgoed, onderdeel van de Stelling van Amsterdam in stand te houden. Fort bij de Liebrug is een provinciaal monument, waardoor de provincie

6/75

Noord-Holland ook belang heeft bij duurzame instandhouding van de forten. Door economische functies aan de forten te geven, wil de provincie, naast restauratie en duurzaam behoud, de forten toegankelijker maken voor recreatie en toerisme en werkgelegenheid creëren. Dergelijke functies zijn niet mogelijk in het fort op basis van het geldende bestemmingsplan. Om de functies mogelijk te maken, is dit bestemmingsplan opgesteld. Bovendien is gekeken welke activiteiten verder passend zijn binnen het plangebied om een duurzaam gebruik te garanderen.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied betreft het Fort bij de Liebrug, inclusief de bijbehorende gronden aan Liedeweg 9 en ten oosten van Haarlem. Het fort bevindt zich in de kern Haarlemmerliede, direct ten noorden van het spoor en de A200 (Amsterdam-Haarlem). Daarnaast is het fort gelegen aan de rivier de Liede, langs de Vereenigde Binnenpolder. Fort bij de Liebrug maakt onderdeel uit van het recreatiegebied Spaarnwoude.

7/75

Figuur 1.2: Ligging plangebied (bron: Kadaster, bewerking Rho adviseurs)

1.3

Doel en planvorm

De doelstelling van het bestemmingsplan Haarlemmerliede Liedeweg 9 is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor het plangebied zoals beschreven in paragraaf 1.2.

1.4

Geldende bestemmingsplannen en regelingen

Het bestemmingsplan Haarlemmerliede Liedeweg 9 vervangt – geheel of voor een gedeelte – de volgende bestemmingsplannen: Plannaam Vastgesteld Onherroepelijk Parapluplan datacenters 22-10-2020 Parapluplan parkeerregels Haarlemmerliede en 27-11-2018 29-01-2019 Spaarnwoude 1e herziening BP Buitengebied 28-11-2017 18-01-2018 BP Buitengebied 24-06-2014 06-04-2016

1.5

Planproces

Een bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het voorontwerpbestemmingsplan wordt ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan Rijk, provincie en waterschap. Door de gemeente Haarlemmermeer wordt in dit stadium van planvorming ook de betreffende dorps- of wijkraad in de gelegenheid gesteld op het voorontwerpbestemmingsplan te reageren. Binnengekomen reacties uit het wettelijk vooroverleg worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Tijdens de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar kunnen maken. De ingediende zienswijzen zijn afgewogen in het vast te stellen bestemmingsplan.

8/75

Het vastgestelde bestemmingsplan wordt ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1.6

Leeswijzer

Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beeld van de bestaande situatie in het plangebied. Er wordt een beschrijving gegeven van de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleid en de regelgeving en de invloed hiervan op het bestemmingsplan. Het vierde hoofdstuk gaat in op de nieuwe situatie met de te verwachten ontwikkelingen en de gewenste ruimtelijk-functionele structuur. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de onderzoeksgegevens en beperkingen. In het hoofdstuk zes komt de uitvoerbaarheid aan bod en in het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan.

9/75

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving huidige situatie

Ruimtelijke structuur

2.1.1 Ruimtelijke ontwikkelingen Het plangebied maakt onderdeel uit van De Stelling van Amsterdam. De Stelling van Amsterdam, vanaf 1996 op de Werelderfgoedlijst van Unesco, is een militair verdedigingswerk dat tussen 1870 en 1915 is aangelegd ter bescherming van Amsterdam. De verdedigingsring van 135 kilometer lang bestaat uit dijken met dammen en sluizen, terreinen die onder water kunnen worden gezet (inundatie) en 46 forten. Sinds 1956 heeft de Waterlinie geen verdedigingsfunctie meer. Naast de cultuurhistorische waarden heeft de stelling steeds meer een functie voor recreatie. Diverse fietspaden lopen langs de stelling en veel forten hebben inmiddels een nieuwe functie gekregen. De complete Stelling van Amsterdam is te zien in figuur 2.1, waar Fort bij de Liebrug met een pijl is aangeduid. Fort bij de Liebrug is onderdeel van de Positie aan de Liede. Dit is een liniewal bestaande uit de forten: Fort bij Penningsveer, Fort aan de Liede en Fort bij de Liebrug.

Figuur 2.1: De Stelling van Amsterdam (bron: stellingvanamsterdam.nl)

10/75

2.1.2 Fort Het fort heeft geen eigen fortgracht maar is in het riviertje De Liede gebouwd. Naast het feit dat het fort geen eigen gracht heeft, wijkt het qua plattegrond ook af van het standaardmodel. Het hoofdgebouw beschikt aan de zuidkant over een zwaar uitgevoerde kazemat en de zijvleugel knikt sterker dan gebruikelijk naar achteren. Aan de noordkant is een kleine kazemat aanwezig en ontbreekt de zijvleugel in zijn geheel. De versterkte oriëntatie op het zuiden diende twee doelen. Ten eerste om de spoorlijn goed onder vuur te kunnen nemen en ten tweede om Fort bij Vijfhuizen met flankerend vuur te kunnen ondersteunen.

Figuur 2.2: Fort bij de Liebrug (bron: stellingvanamsterdam.nl)

11/75

Figuur 2.3: Fort bij de Lieburg (bron: stellingvanamsterdam.nl)

2.1.3 Omgeving Het fort bevindt zich direct naast de A200 en de spoorverbinding Amsterdam - Haarlem. Dit is de oudste spoorverbinding van Nederland. Direct ten zuiden van het spoor bevinden zich een hotel, solex-verhuur en een bowlingvereniging. Verder zijn er in de omgeving van het fort vele verschillende recreatieve activiteiten te ondernemen. Onderstaande uitsnede van de kaart van Recreatieschap Spaarnwoude geeft deze activiteiten globaal weer.

12/75

Figuur 2.4: Uitsnede acitiviteitenkaart recreactieschap Spaarnwoude (bron: Recreatieschap Spaarwoude) De omgeving van het fort leent zich uitermate voor fietstochten, vaartochten, wandelingen en andere recreatieve activiteiten. Het fort ligt bij fietsknooppunt 33, waarmee het fort is verbonden met de fietsroute Amsterdam - Haarlem. Op circa 400 meter van Fort bij de Liebrug ligt Boerderij Liedehoeve, waar onder andere boerengolf mogelijk is. Genieloods Naast Fort bij de Liebrug ligt de bijbehorende genieloods. De genieloods is een voormalige opslagplaats voor artillerie- en geniemateriaal. Later heeft de loods gediend als levensmiddelen opslag en sinds eind jaren '80 dient de loods als woning. Eind 2019 is het gebouw grondig gerenoveerd om de cultuurhistorisch bijzondere locatie te behouden. De restauratie van de loods is mede gefinancierd door de provincie Noord-Holland in het kader van de instandhouding van het Unesco werelderfgoed.

13/75

Figuur 2.5: Vooraanzicht genieloods (bron: Stelling van Amsterdam, 2019)

2.2

Functionele structuur

2.2.1

Historie

De belangrijkste verdedigingstaken in de omgeving van het fort werden uitgevoerd door de forten bij Penningsveer en aan de Liede. Zo kon er bij Fort bij de Liebrug met een kleiner verdedigingswerk worden volstaan. In tegenstelling tot veel andere forten verschillen de keelkazematten in Fort bij de Liebrug in grootte. Tussen dit fort en het Fort aan de Liede ligt een restant van een liniewal met daarin een nevenbatterij en scherfvrije onderkomens. Na de Tweede Wereldoorlog deed Fort bij de Liebrug van juni 1946 tot oktober 1948 dienst als magazijn voor levensmiddelen voor verschillende onderdelen van het Nederlandse leger. Door de relatieve koelte van het betonnen fort was het een uitstekende locatie voor de opslag van levensmiddelen. In de jaren zeventig kreeg Fort bij de Liebrug de bijnaam ‘Fort Knox’ omdat waardetransport bedrijf Brink's het als opslagplaats gebruikte. De oude ophaalbrug is op dat moment vervangen door een dam zodat de zware transportwagens het fort konden betreden. Er werden onder andere ruwe diamanten opgeslagen waar potentiële kopers ze ook konden bekijken. Daarnaast was er in het fort een kunstafdeling aanwezig. Brink's verzorgde de opslag van geconfisqueerde kunst, waaronder de kunstcollectie van de oorlogsmisdadiger Pieter Menten. In 2003 verhuisde Brink's naar een andere locatie.

2.2.2 Huidig gebruik Fort bij de Liebrug is gebouwd volgens het zogenaamde type A. Kenmerkend voor dit type fort zijn de grotere hoeveelheid frontlokalen en losstaande hefkoepelgebouwen. Daarnaast zijn dit soort forten oorspronkelijk zonder elektriciteit uitgerust. Het hoofdgebouw bestaat uit 15 ruimtes waarvan enkele met tussenwanden in kleinere lokalen zijn verdeeld voor wasruimten en munitieruimten. De ruimtes variëren van circa 30 m2 tot circa 115 m2. Het grootste deel van de ruimtes heeft een oppervlakte van circa 70 m2. Binnen het huidige gebruik biedt het fort ruimte aan verschillende bedrijven. Dit betreft onder andere twee

14/75

wijnimporteurs en een zadelmaker voor de ruitersport. In figuur 2.6 is de indeling van het fort in de verschillende ruimtes te zien.

Figuur 2.6: Plattegrond Fort bij de Liebrug

15/75

Hoofdstuk 3

3.1

Beleid en regelgeving

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze samenleving' komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten hierin zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn: 1. Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet ingaat geldt de NOVI als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie paragraaf 3.1.2). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zie paragraaf 3.1.3).

Toetsing en conclusie Dit bestemmingsplan is in lijn met de rijkdoelstellingen zoals opgenomen in de NOVI. De functiewijziging van het fort zorgt voor de duurzame instandhouding van het Unesco werelderfgoed als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Door middel van de voorgenomen gemengde bestemming biedt dit bestemmingsplan een ruim en flexibel maar passend planologisch kader voor verschillende (toekomstige) functies in het fort. De keuze voor een gemengde bestemming is in lijn met het eerste afwegingsprincipe 'Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies'. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. Voor de gemeente Haarlemmermeer is hierin van belang: Toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet;

16/75

De ruimte reservering voor de parallelle Kaagbaan; Zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; Aan de provincies is opgedragen om Natuurnetwerk Nederland (NNN) te beschermen; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; Nationale landschappen, zoals het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, worden ruimtelijk beschermd; Kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking en voor de bufferzones. Toetsing en conclusie Het plangebied is onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Door middel van de functiewijziging wordt het fort duurzaam in stand gehouden. Het bestemmingsplan zorgt er daarnaast voor dat er geen fysieke wijzigingen aan het fort mogen plaatsvinden. Ook is in de regels in 3.3 opgenomen dat functies uitsluitend zijn toegestaan als die verenigbaar zijn met de cultuurhistorische en landschappelijke van het fort en de omgeving. Het bestemmingsplan zorgt voor een ruimtelijke bescherming van het fort en is daarmee in lijn met het Barro. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De begrippen “bestaand stedelijk gebied” en “stedelijke ontwikkeling” zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. Toetsing en conclusie Zoals hierboven is vermeld moet op basis van artikel 3.1.6 Bro de toelichting van het bestemmingsplan voorzien in een beschrijving van de behoefte van de ontwikkeling indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er is daarom allereerst onderzocht of het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro als volgt gedefinieerd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

De toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet ook worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het plan betreft de functiewijziging van een bestaand gebouw. In beginsel wordt transformatie

17/75

van een bestaand gebouw niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, tenzij de functieverandering van dusdanige aard en omvang is dat alsnog sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Binnen het fort worden met dit bestemmingsplan drie nieuwe functies mogelijk gemaakt: horeca, cultuur & ontspanning en vergaderaccommodaties. In totaal beschikt het fort over circa 1.100 m2 verhuurbare vloeroppervlakte (VVO). Huidige planologische mogelijkheden (m2 VVO) 0 0 0

cultuur en ontspanning vergaderaccommodaties horeca-activiteiten behorende tot en met categorie 2 Tabel 3.1: Overzicht planologische toevoeging

Maximale toevoeging (m2 VVO) 1.100 300 150 + 200 terras

Het plangebied met de verruiming van functies in het fort is onderdeel van het bestaand stedelijke gebied zoals gedefinieerd in het Bro en beslaat gronden van bijna 13.000 m2. De feitelijke invulling van de buitenruimte wijzigt, met uitzondering van twee terrassen voor de horecafunctie van elk 100 m2, verder niet. Er wordt ook geen nieuw beslag op de ruimte gelegd met dit bestemmingsplan. In het fort zelf zijn op grond van het hiervoor geldende bestemmingsplan al bedrijven tot categorie 2 toegestaan. Dit bestemmingsplan zet in op kleinschalig gebruik van het fort. De ruimtes in het fort zijn van een kleine omvang en kunnen mede vanwege de monumentale status van het fort niet flexibel ingericht worden. De indeling van het fort zorgt er daarom al voor dat de kleinschaligheid geborgd blijft. Daarnaast geldt er een oppervlaktebeperking van 300 m2 VVO per vestiging op grond van de regels van het bestemmingsplan. Zoals in tabel 3.1 is weergegeven vormt cultuur en ontspanning een toevoeging op het bestaande gebruik van het fort. Hierbinnen zijn de volgende gebruiken toegestaan: atelier, creativiteitscentrum, museum en cursusruimte. Op basis van de maximale planologische invulling kunnen er in theorie vier musea, atelier, cursusruimte en creativiteitscentra in het fort komen. Er wordt echter aangenomen dat dit geen realistische invulling is van het fort.

In tabel 3.1 is tevens weergegeven dat vergaderaccommodaties ook een toevoeging op het bestaande gebruik vormen. Vanwege de beperkte omvang (300 m2) is deze toevoeging op basis van jurisprudentie niet aan te merken als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het bestemmingsplan maakt een mix van kleinschalige functies in het fort mogelijk. De verwachting is dat het multifunctionele karakter behouden blijft waarbij kleine bedrijven samengaan met horeca, vergaderaccommodatie en mogelijk in de toekomst een kleinschalig museum. Eerder in deze paragraaf is benoemd dat: de transformatie van een bestaand gebouw niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, tenzij de functieverandering van dusdanige aard en omvang is dat alsnog sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

18/75

Hierop terugkomend wordt er geconcludeerd dat de functieverandering dermate kleinschalig van aard is, een beperkte ruimtelijke uitstraling heeft en er geen nieuw ruimtebeslag plaatsvindt waardoor er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Omdat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling hoeft op basis van de ladder voor duurzame verstedelijking de locatiekeuze voor de functiewijziging niet verder te worden onderbouwd.

3.1.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol De ruimtelijke consequenties van het rijksbeleid voor Schiphol zijn geformuleerd in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. Toetsing en conclusie In paragraaf 5.11 wordt verder ingegaan op de gevolgen van de aanwezigheid van Schiphol en de beperkingen van het LIB voor dit bestemmingsplan. 3.1.5 Nationaal Water Programma 2022-2027 In dit programma worden de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen beschreven aan de hand van drie hoofdambities voor het waterbeleid: 1. Een veilige en klimaatbestendige delta 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Daarbij is het van groot belang dat 'aansluiten op de karakteristieken van het watersysteem' en meebewegen met water' leidende principes blijven voor de integrale aanpak van ruimtelijke ontwikkelingen in ons land.

Toetsing en conclusie In paragraaf 5.15 worden de effecten van het plan op de watersituatie beschreven.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen: Klimaatverandering Overgang naar duurzame energie Verdere verstedelijking Bereikbaarheid Gezonde leefomgeving

19/75

Economische transitie Natuur en biodiversiteit De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' heeft de provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de omgevingsverordening Relevante thema's Voor het plangebied geldt dat de ontwikkelingen en het beheer passend moeten zijn bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap. De omgevingsvisie zegt daarover: Noord-Holland beschikt over een unieke en rijke variatie aan (open) landschappen, ruimtelijke structuren, aardkundige en archeologische waarden, cultuurhistorie en gebouwd (wereld)erfgoed. De provincie onderscheidt zich door haar openheid, de grote afwisseling en de contrasten in het landschap.

Deze karakteristieken reflecteren de rijke ontstaansgeschiedenis en maken het aantrekkelijk voor mensen om hier te wonen, voor bedrijven om zich hier te vestigen en voor recreanten en toeristen om hier te verblijven Voor de leefomgevingskwaliteit is het essentieel deze waarden en karakteristieken van landschap en cultuurhistorie te benoemen, te behouden, waar nodig adequaat te herstellen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen. En het gaat er om ontwikkelingen en transities te benutten om een goede landschapskwaliteit in stand te houden en zo nodig te creëren. Toetsing en conclusie De verruiming van toegestane functies in het fort draagt bij aan de duurzame instandhouding van De Stelling van Amsterdam als Unesco werelderfgoed. Het nieuwe gebruik in het fort dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt sluit aan bij de karakteristieke waarden van het gebouw. De beoogde ontwikkeling is in lijn met de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 De provincie wil met de Omgevingsverordening NH 2020 ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid is daarbij van belang. De ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening NH2020.

Artikel 6.46 Bijzonder provinciaal landschap De verordening bevat regels die de bescherming van het Bijzonder provinciaal landschap (BPL) borgen. Het plangebied is aangewezen als BPL. Op basis van lid 1 moet de kernkwaliteiten zoals beschreven in bijlage 6 van de omgevingsverordening in acht worden genomen. Op basis van lid 3 worden daarnaast op voorhand geen stedelijke ontwikkelingen binnen Bijzonder provinciaal landschap toegestaan. Beschrijving kernkwaliteiten Bijzonder Provinciaal landschap

20/75

In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. Per locatie kan aan de hand van de kernkwaliteiten een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. Hierdoor is er ruimte voor maatwerk en gebiedsgerichte differentiatie. In de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het BPL mogelijk maakt, moet worden gemotiveerd dat de ter plaatse geldende kernkwaliteiten niet worden aangetast. In lijn met de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zijn de kernkwaliteiten beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden: 1. Landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. 2. Openheid en ruimtebeleving: de beleving van de ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. 3. Ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen Het plangebied ligt binnen het BPL gebied 'Spaarnwoude en omgeving'. De (voormalige) zeedijken in het gebied zijn belangrijke ruimtelijke dragers in het gebied. Ook de kanalen ter hoogte van recreatiegebied Spaarnwoude zijn ruimtelijke dragers.

Datzelfde geldt voor de bebouwingslinten van Spaarnwoude, Haarlemmerliede, Spaarndam en Zuid-Schalkwijk.

21/75

Figuur 3.1: Ruimtelijke dragers 'Spaarnwoude en omgeving' (bron: BPL - 32 landschappen en kernkwaliteiten) Zoals is weergegeven in de bovenstaande figuur is het bebouwingslint in Haarlemmerliede een belangrijke ruimtelijke drager in het gebied. De bebouwingslinten zijn kenmerkende structuren in het landschap. Het relatief open bebouwingslint van het dorp Spaarnwoude ligt op een hogere strandwal en laat daarmee de oudste nog zichtbare sporen van bewoning zien in het veenpolderlandschap. Het lint bestaat uit één rij van individuele erven in een onregelmatig ritme aan beide kanten van de weg. Haarlemmerliede is een lintvormig dijkdorp langs de Binnen Liede met bebouwing aan de polder- en waterzijde. Het lint is afwisselend breed en smal en heeft een karakteristiek bochtig verloop. Toetsing Het bestemmingsplan maakt geen ingrijpende wijzigingen aan het fort en het bijbehorende terrein mogelijk. Wijzigingen aan het karakter van het historische bebouwingslint zijn daarom uitgesloten. De Stelling van Amsterdam is UNESCO Werelderfgoed en heeft een eigen beschermingsregime waaronder de liniedijk, de forten en ook de accessen en schootsvelden van de forten vallen. De toetsing aan het beschermingsregime vindt daarom plaats onder artikel 6.4.3.

22/75

Zoals is beschreven in paragraaf 3.1.3 maakt het bestemmingsplan geen stedelijke ontwikkeling mogelijk. Het bestemmingsplan is daarmee niet in strijd met artikel 6.46 lid 3 van de omgevingsverordening. Afdeling 4.6 Cultureel erfgoed Het Fort bij de Liebrug is aangemerkt als provinciaal monument. Dit betekent dat er zorgplicht voor het monument geldt. Aanpassingen zijn alleen toegestaan met een omgevingsvergunning. Artikel 6.4.3 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Als onderdeel van de Stelling van Amsterdam is het fort aangemerkt als erfgoed met uitzonderlijke universele waarde. De Omgevingsverordening NH2020 is erop gericht op instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen. De in bijlage 7 van de omgevingsverordening beschreven kernkwaliteiten zijn hieronder opgenomen: Kernkwaliteiten Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam: 1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: a. een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; b. sluizen en voor- en achterkanalen; c. de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; d. inundatiegebieden; e. voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); f.

de landschappelijke inpassing en slechte zichtbaarheid van de voormalige militaire objecten; 2. Relatief grote openheid; 3. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam. In de Stelling van Amsterdam zijn verschillende zoneringen te onderscheiden: 1. Stellingzone; 2. Kernzone; 3. Monumentenzone. Ad 1 Stellingzone De gehele Stelling van Amsterdam (UNESCO-werelderfgoed) is Stellingzone. De Stellingzone vormt het samenhangend geheel tussen de verdedigingswerken en het landschap. Ook voormalige inundatiegebieden maken deel uit van de Stellingzone. Voor deze Stellingzone geldt: Behoud van nog bestaande zichtlijnen tussen de forten en doorzichten op de forten; Openhouden van schootscirkels rond de forten in de nog open landschappen; Behoud van bestaande accessen. Dit zijn de plaatsen waar de hoofdverdedigingslijn werd doorsneden door dijken, kanalen, spoorlijnen en wegen. Ad 2 Kernzone De kernzone wordt gevormd door de hoofdverdedigingslijn en de schootscirkels rond de forten. De hoofdverdedigingslijn en de schootscirkels rond de forten zijn belangrijke elementen in het

23/75

Stellinglandschap. De hoofdverdedigingslijn markeert de grens aanval-verdediging en tevens de grens van de inundaties. De schootscirkel is een cirkel van 1000 meter rond een fort. De kernzone is als volgt begrensd: 1. Hoofdverdedigingslijn: 100 meter aan de aanvalszijde en 100 meter aan de verdedigingszijde. 2. Schootscirkels rond de forten: cirkels van 1000 meter rond een fort. Voor de Kernzone geldt: Geen bebouwing in gebieden die nu nog open zijn; Kleinschalige incidentele ontwikkelingen binnen de kernzone zijn alleen mogelijk als deze als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam te versterken. De ontwikkeling dient ingepast te zijn in het landschap en met respect voor zichtlijnen en mag niet leiden tot een significant hoger geluidsniveau in de open ruimte en tot een significante aantasting van het groene en open landschap; Op agrarische bouwblokken is aanpassing en vernieuwing van agrarische opstallen mogelijk, mits ingepast in het landschap en passend binnen het omgevingsbeleid.

Verdichting van bestaande bebouwingslinten is toegestaan, mits passend in het landschap en de bestaande bebouwingsintensiteit van het lint; Voor bestaande bebouwing die afbreuk doet aan de open ruimte in de schootscirkel en de zone langs de hoofdverdedigingslijn geldt: kansen tot aanpassing benutten in het kader van een integrale herinrichting van het gebied, waarbij per saldo een verbetering van de ruimtelijke situatie ontstaat; Handhaving van de eenheid en herkenbaarheid van de Stellingdijken die specifiek voor de Stelling van Amsterdam zijn aangelegd. Dit zijn de Liniewal Liebrug-Liede (gemeente Haarlemmerliede), de Geniedijk in de Haarlemmermeerpolder (gemeente Haarlemmermeer), de Liniewal in de Starnmeerpolder (gemeente Graft-De Rijp), de Vuurlijn (gemeenten Uithoorn en Aalsmeer), de Liniewal ten oosten van Fort bij Veldhuis (gemeenten Heemskerk en Uitgeest) en de Liniewal Aagtendijk-Zuidwijkermeer (gemeenten Zaanstad en Beverwijk). De zichtlijnen langs deze dijken moeten gehandhaafd blijven; Een groene of blauwe zone rond de forten waarborgen op die plaatsen waar die nu nog aanwezig is; Stimuleren en ontwikkelen van blauwe functies die het contrast met de hoofdverdedigingslijn versterken of die (voormalige) inundatiegebieden in het landschap zichtbaar maken. Ad 3 Monumentenzone De Monumentenzone vormt het hart van de Stelling van Amsterdam.

Binnen de Monumentenzone liggen objecten die door de Erfgoedwet of deze Omgevingsverordening zijn beschermd, zoals dijken, forten, sluizen en andere objecten. Ruim 20 objecten zijn op dit moment opgenomen als rijksmonument ingevolge de Erfgoedwet. Binnen afzienbare tijd komen daar waarschijnlijk nog 10 rijksmonumenten bij. Ongeveer 120 objecten zijn opgenomen als provinciaal monument volgens de provinciale Omgevingsverordening. Voor deze Monumentenzone gelden naast de regels in deze verordening over de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde ook de regels uit de Erfgoedwet en de regels over monumenten (cultureel erfgoed) in deze verordening. Dit komt samengevat neer op geen ontwikkelingen toestaan die het (UNESCO-) monument beschadigen, vernielen of ontsieren, en een verbod om noodzakelijk onderhoud aan het monument te onthouden. Toetsing

24/75

Het bestemmingsplan zorgt voor de duurzame instandhouding van het fort en maakt geen fysieke wijzigingen aan het fort mogelijk. Het nieuwe bestemmingsplan betreft alleen een verruiming van toegestane functies. De in bijlage 7 bij de omgevingsverordening beschreven kernkwaliteiten zoals de herkenbaarheid van de liniewal Liebrug-Liede blijven in dit bestemmingsplan behouden. In dit bestemmingsplan is met een specifieke gebruiksregel geborgd dat nieuwe functies in het fort uitsluitend zijn toegestaan indien deze verenigbaar zijn met de cultuurhistorische en landschapswaarde van het fort en de omgeving. Aan de westzijde van het fort is de mogelijkheid voor twee kleinschalige terrassen opgenomen. De terrassen worden volledig mobiel ingericht waarbij geen fysieke ingrepen aan het fort mogelijk zijn. Bovendien worden de aanwezige objecten die op basis van de Erfgoedwet beschermd zijn niet aangetast. Artikel 6.43 Natuurnetwerk Nederland De Liede en de watergang rondom het fort maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. In artikel 6.43 van de omgevingsverordening zijn daarvoor regels opgenomen. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Natuurnetwerk Nederland en het werkingsgebied natuurverbindingen strekt in ieder geval tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden.

Toetsing Het bestemmingsplan maakt alleen een functiewijziging van het fort mogelijk. Er vinden geen wijzigingen aan de omliggende gracht plaats. De aanwezige waarden van het Natuurnetwerk Nederland blijven daarmee behouden. Artikel 6.77 Regionale waterkeringen Het plangebied ligt binnen de beschermingszone van een regionale waterkering. Ter bescherming van de waterkering is de bestemming Waterstaat - Waterkering opgenomen. Binnen deze bestemming mag met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de waterkering, niet worden gebouwd. Conclusie De beoogde ontwikkeling tast de aanwezige monumentale objecten van het fort niet aan. Ook leidt de ontwikkeling niet tot aantasting van het samenhangend systeem van overige functies zoals dijken, kanalen of inundatiekommen. Juist voor het behoud van het werelderfgoed is het van belang een nieuwe functie in het fort onder te brengen, waarmee restauratie en behoud van de cultuurhistorische context in de toekomst geborgd is. Voor eventueel noodzakelijk (inpandige) bouwkundige aanpassingen wordt een monumentenvergunning gevraagd bij het bevoegd gezag: in dit geval de provincie Noord-Holland. Het plan is dus in lijn met het gestelde in de omgevingsverordening NH2020.

3.2.3 Visie op waterrecreatie De provincie Noord-Holland heeft een variëteit aan kustlandschappen, uniek buitenwater, karakteristieke binnenwateren en belangrijke vaarwegen. Vaak is het water gecombineerd met cultuurhistorische elementen in het landschap. De ambitie voor 2030 is dat de provincie een vitale waterrecreatieprovincie is. Waarbij kansen zijn benut en afgestemd op de kwaliteiten, kenmerken en draagkracht van de omgeving. Daarnaast is er ingespeeld op diverse trends en ontwikkelingen, zoals klimaatveranderingen en verstedelijking. De visie maakt onderscheid in thematische en gebiedsgerichte ambities en opgaven. De thematische opgaven

25/75

zijn: 1. Water is van ons allemaal: de diversiteit van waterrecreatie en de samenwerking tussen de daarbij betrokken partijen. 2. Water doet de economie stromen: de wijze waarop de economische waarden van waterrecreatie worden geoptimaliseerd. 3. Water verbindt: versterken van de verbindende functie van het water. Deze thematische ambities komen in alle gebieden terug. De visie maakt onderscheid in vier gebieden. De Haarlemmermeer is ingedeeld bij de Metropoolregio Amsterdam. Voor het gebied van de Haarlemmermeer gelden de volgende ambities: 1. Optimale verbinding met omliggende gebieden 2. Veelzijdig en toekomstgericht waterrecreatiegebied Conclusie Recreanten kunnen via het water het fort bereiken. Het fort vormt een mooie stop waar recreanten even kunnen uitrusten en genieten van de omgeving. De cultuurhistorie kan hierbij dienen als basis voor verbinding. Van oudsher diende het water als verdediging voor de forten. Op deze manier ontstaat in het landschap een mooie balans tussen het water en het land. Doordat meerdere forten zijn ingericht als recreatieve stop, ontstaat een netwerk dat bijdraagt aan de recreatie op het water. 3.2.4 Visie Groengebied Amsterdam-Haarlem De bufferzone Amsterdam-Haarlem is één van de bufferzones binnen Noord-Holland. Meer dan 50 jaar is dit open en groene gebied planologisch beschermd en is gewerkt aan inrichting en beheer van groengebieden.

Het rijk heeft haar beleid voor het landelijk gebied naar de provincies gedecentraliseerd. De visie Groengebied Amsterdam-Haarlem (2013) biedt een gezamenlijk uitgangspunt van provincie en gemeenten voor de ontwikkeling van het gebied tot een grootschalig groengebied met mogelijkheden voor ontspanning en dagrecreatie. Stelling van Amsterdam De bufferzone Amsterdam-Haarlem beschikt over diverse forten als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. De forten liggen op strategische punten in het landschap waar verschillende recreatieve routes samen komen. De Stelling van Amsterdam is een belangrijke recreatieve route, die alle drie de bufferzones rondom Amsterdam met elkaar verbindt. Op een aantal onderdelen is de Stelling niet goed zichtbaar of wordt de route doorbroken, zoals bij Fort aan de Liede door de Ringvaart. De forten vormen daarom knooppunten die ontwikkeld kunnen worden als attractie- en rustpunt. Veel forten zijn al als zodanig ingericht, maar er zijn kansen voor de ontwikkeling van nog niet toegankelijke forten. Zo wordt de geschiedenis van de Stelling van Amsterdam bekend en beleefbaar gemaakt, en fungeert de Stelling als entree vanuit de stadsrand van Haarlem naar de bufferzone. Eén van de actiepunten uit de visie heeft betrekking op het herkenbaar maken van de Stelling van Amsterdam.

Hierbij gaat het onder andere om het exploiteren en openbaar toegankelijk maken van de forten. Toetsing en conclusie

26/75

De functiewijziging voorziet in een nieuw planologisch kader waarmee er invulling wordt gegeven aan de doelstelling om forten te exploiteren en openbaar toegankelijk te maken. Hierbij is de koppeling met de publieke en recreatieve functie gezocht. Onder andere door middel van het toevoegen van kleinschalige horeca biedt het fort een goede aanvulling op het recreatieve netwerk langs de liniedijk. De functiewijziging van het Fort bij de Liebrug geeft invulling aan de doelstellingen uit de visie groengebied Amsterdam-Haarlem. 3.2.5 Visie Spaarnwoude Park 2040 Het Recreatieschap Spaarnwoude heeft een lange termijnvisie 'Spaarnwoude Park 2040' opgesteld. Deze visie is op 7 mei 2020 vastgesteld door het algemeen bestuur van Recreatieschap Spaarnwoude. Het hoofddoel van de visie is doorgroeien van recreatiegebied Spaarnwoude tot een veelzijdig en duurzaam Spaarnwoude Park 2040. Op hoofdlijnen gaat de visie uit van vier pijlers met daarbij drie ontwikkelingen: De vier pijlers: 1. Verrassender landschap; 2. Betere verbindingen; 3. Wervende activiteiten; 4. Bredere sociale betrokkenheid. De drie daaruit voortvloeiende ontwikkellijnen zijn: 1. Behoud, ontwikkeling en verbinding van de open landschappen en historische landschapslijnen als drager voor de ontwikkeling van natuur- en recreatiewaarden; 2. Verbindingen met de steden; 3.

Zonering van gebieden waar meer activiteiten komen en waar het rustig blijft intensivering van activiteiten vindt plaats in vijf ontvangstgebieden. In het bijbehorende uitvoeringsprogramma richt het recreatieschap zich op vier thema's: Activiteiten: levendige ontvangstgebieden Rustieke landschappen en natuur Recreatieve verbindingen Betrokkenheid Het Fort bij de Liebrug ligt op de visiekaart aan de rand van het ontvangstgebied Oostpoort:

27/75

Figuur 3.2: Uitsnede visiekaart Spaarnwoude Toetsing en conclusie De functiewijziging van het Fort bij de Liebrug maakt het fort toegankelijker en beter beleefbaar voor publiek. Hiermee draagt het bij aan de meer levendigheid in het ontvangstgebied Oostpoort. Daarnaast zorgt het voor meer activiteiten en betrokkenheid aan de fietsroute over de Liedeweg. Het fort kan daarbij als ontvangst- en schakelfunctie binnen het recreatieschap functioneren. Recreanten kunnen het fort als entree of als tussenstop gebruiken. Onder andere het mogelijk maken van kleinschalige horeca en een museum sluit aan bij ontwikkellijn 2 uit de visie. Door middel van het uitbreiden van de gebruiksmogelijkheden van het fort kan het provinciaal monument duurzaam in stand worden gehouden. Dit is in lijn met ontwikkellijn 3 uit de visie. De uitbreiding van de toegestane functies van het Fort bij de Liebrug is in lijn met de visie Spaarnwoude Park 2040.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 Op 3 maart 2022 is de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 vastgesteld. De ambitie is dat Haarlemmermeer groeit naar 200.000 inwoners in 2040. Daarbij moet het een aantrekkelijke plek zijn om te wonen en werken, voor nu en in de toekomst. De Omgevingsvisie helpt om zuinig en zorgvuldig met de ruimte in Haarlemmermeer om te gaan. Ze beschrijft ambities en doelen voor verschillende thema's en zet de koers voor 2040, dit betekent: - blijven inzetten op het fysiek en sociaal verbonden zijn met elkaar en de omgeving; - gebruik blijven maken van onze grote variatie en diversiteit in landschappen en kernen; - ons blijven positioneren als attractieve ontmoetingsplaats. Dit is terug te lezen in vier verhaallijnen: 1. Wonen waar stad en dorp samen komen 2. Economisch krachtig en divers 3. Ontspannen in ons buitengebied

28/75

4.

Slim en stevig verbonden met onze netwerken

Haarlemmermeer is in te delen in vijf gebieden Noord, Hoofddorp, West, Zuid en Oost en Nieuw-Vennep. Per gebied is gekeken naar diverse wensen en behoeften. Dit heeft geresulteerd in gebiedspecifieke opgaven. Daarnaast worden ambities en uitgangspunten van verschillende onderwerpen beschreven, zoals economie, luchtvaart, wonen, landschap en schone energie, die gelden voor heel Haarlemmermeer. Toetsing en conclusie Het gemeentelijke beleid uit de Omgevingsvisie geeft geen beperkingen voor de beoogde ontwikkeling. Eén van de uitgangspunten is om cultureel erfgoed te behouden. Benoemd is ook dat cultureel erfgoed niet onveranderlijk is, bijvoorbeeld omdat een gebouw een andere functie krijgt. De voorgenomen verruiming van functies in het fort draagt bij aan het behoud van het culturele erfgoed, op een manier waarop zuinig met het erfgoed wordt omgegaan. 3.3.2 Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer (2018) Het aantal inwoners en ondernemers groeit zowel in Haarlemmermeer als in de regio. De druk op de verkeersen vervoersnetwerken zal daardoor toenemen. Daarnaast zet de groei van de verkeersstromen van en naar de luchthaven de bereikbaarheid van de Multimodale Knoop Schiphol onder druk. Uitganspunt voor de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer 2018 is dat de reiziger zelf het beste bepalen met welke vervoersmiddel hij zijn reis kan maken.

De visie zal worden gevolgd door een nieuwe meerjarige investeringsagenda waarbij overgebleven Deltaplanprojecten (uit het voorgaande verkeersbeleid) en middelen worden meegenomen en heroverwogen. Ook worden investeringen beter afgestemd met beheer- en onderhoudsplannen en zullen bereikbaarheidseffecten gemonitord blijven worden. In de Mobiliteitsvisie zijn de volgende ambities opgenomen: a. Vrijheid van bewegen en vrijheid om een vervoermiddel te kiezen; b. Ruimte voor innovatie voor het 'nieuwe bewegen'; c. Een efficiënt en flexibel mobiliteitssysteem: klaar voor de toekomst; door een slimme fasering, wat nodig is wordt aangelegd, ruimte voor toekomstige uitbreiding wordt gereserveerd. Uitgangspunt is 'eerst bewegen, dan bouwen'; d. Bestaande knelpunten in het netwerk oplossen; e. Mobiliteit met oog voor de leefomgeving; overlast zoveel mogelijk beperken. f. Veilig bewegen; g. Evenwichtige ontwikkeling op de juiste plek, met de juiste functies; h. Mobiliteit in en door Haarlemmermeer: gedeeld belang van gemeente, regio, rijk en bedrijfsleven; i. Faciliteren van schone en stille mobiliteit; j. Monitoring en indicatoren. De mobiliteitsvisie benoemt vervolgens een aantal thema's waarvoor doelstellingen zijn benoemd. De thema's zijn: 1. Netwerken verknopen 2. Auto 3. Goederenvervoer

29/75

4. 5. 6. 7. 8.

Openbaar vervoer Fiets Voetgangers Verkeersveiligheid Parkeren

1. Netwerken verknopen Het doel is een robuust wegennet om de verwachte groei van automobiliteit te kunnen accommoderen en de behoefte aan comfortabel openbaar vervoer te faciliteren. Investeringen in busverbindingen én een krachtige versterking van het regionale openbaar vervoer zijn vereist, met name een zuidwaartse uitbreiding van de Amsterdamse metro naar Hoofddorp. Reizen is vaak een combinatie van vervoerswijzen. Het is daarom belangrijk dat de verschillende netwerken voor openbaar vervoer, auto, fiets en voetganger sterk met elkaar verbonden worden op de knooppunten. Ook zetten we in op het beter laten aansluiten van het nationale spoorwegennet en de spoordienstregeling bij de behoeften van onze reizigers. Betekenis voor dit bestemmingsplan Een belangrijk knooppunt nabij het plangebied is station Spaarnwoude. 2. Auto Toekomstig autonetwerk Met de geplande komst van de Duinpolderweg wordt geïnvesteerd in de verbetering van de oostwestverbindingen en het ontlasten van de dorpen aan de westkant van Haarlemmermeer. Voor de ontsluiting van gebieden voor woningbouwontwikkeling die buiten de invloedssfeer van de Duinpolderweg liggen, zoals de ontwikkeling nabij station Hoofddorp en in Hoofddorp Noord, is aanpassing van de bestaande infrastructuur noodzakelijk.

Voor het landbouwverkeer dient het oude netwerk aan polderwegen zoveel mogelijk geschikt te blijven voor landbouwverkeer. De noord-zuid verbindingen zijn van belang voor het in stand houden van de relatie tussen het noordelijk en het zuidelijk agrarisch kerngebied van Haarlemmermeer. De oost-west verbindingen zijn van belang voor de onderlinge relaties en voor het bereiken van gelieerde bedrijven aan de rand van (of buiten) Haarlemmermeer. Betekenis voor dit bestemmingsplan De verkeersaantrekkende werking van de functieverruiming is zeer beperkt. Aanpassing van het wegennet is niet relevant voor dit bestemmingsplan. Wegcategorisatieplan De mobiliteitsvisie voorziet in een geactualiseerd wegencategoriseringsplan, die in plaats treedt van het wegencategoriseringsplan 2015. In het wegcategoriseringsplan is vastgelegd welke wegen welke functie dienen te vervullen, welke maximum snelheid daarbij past en wat de maximaal toelaatbare intensiteit op ieder wegtype is. Er zijn drie wegcategorieën: stroomwegen, erftoegangswegen - die toegang verschaffen tot

30/75

bestemmingen – en gebiedsontsluitingswegen, die een stroomfunctie op wegvakken en een uitwisselfunctie op kruisingen hebben. Als blijkt dat het nodig is om een weg een andere wegcategorie te geven passen we dit aan bij vaststelling van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Er zijn aandachtswegen waar zowel de verkeersfunctie belangrijk is als de verblijfsfunctie. Een voorbeeld hiervan is de Ringdijk. In het beleid Ringdijk en Ringvaart is hiervoor een tussenoplossing voorgesteld, namelijk in de dorpskernen erftoegangswegen ingericht als fietsstraten met maximumsnelheid van 30 km/uur en daarbuiten gebiedsontsluitingswegen. Betekenis voor dit bestemmingsplan Het wegcategoriseringsplan heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan. 3. Goederenvervoer Er wordt naar gestreefd om het vrachtverkeer zoveel mogelijk over de geschikte wegen te geleiden. Dit om uitstoot van schadelijke stoffen in bijvoorbeeld woongebieden te voorkomen en economische schade door congestie te beperken. Betekenis voor dit bestemmingsplan Belangrijke routes in danwel nabij dit plangebied zijn de A200 en A9. Voor het bestemmingsplan heeft dit geen gevolgen. 4. Openbaar vervoer Het doel is een qua reistijd, kosten en comfort aantrekkelijk hoogwaardig openbaar vervoer.

Dat de vervoerder een grote vrijheid om het netwerk en de dienstregeling in te richten binnen het door de Vervoerregio Amsterdam opgelegde Programma van Eisen heeft hierin resultaat. Voor de bereikbaarheid van kleine kernen en het bereiken van bepaalde doelgroepen wordt onderzocht of vraaggericht OV een oplossing kan bieden. Betekenis voor dit bestemmingsplan Het bovenstaande heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan. 5. Fiets Onder andere door het toenemend gebruik van de E-fiets, is het nodig het huidige fietsnetwerk lokaal maar ook regionaal op te waarderen. Snelfietsroutes dienen te worden verbeterd. Betekenis voor dit bestemmingsplan Het bovenstaande heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan. 6. Voetgangers Voetpaden hebben verschillende doeleinden; speeldomein van kinderen, ontmoetingsruimte voor buurtgenoten en verkeersfunctie om van A naar B te komen. In woonwijken hebben voetgangers langs 50km en 30km-wegen een eigen verkeersruimte nodig. Toegankelijkheid van deze ruimte is van belang. Daar waar schakels ontbreken worden voetpaden aangelegd.

31/75

Betekenis voor dit bestemmingsplan Het bovenstaande heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan. 7. Verkeersveiligheid Met de toenemende mobiliteit groeit ook de verkeersonveiligheid en de overlast door sluipverkeer. Er wordt geïnvesteerd om structureel onveilige situaties en ontbrekende schakels weg te nemen. Verkeerseducatie blijft een belangrijk onderwerp. Bij toekomstige infrastructuur staat verkeersveiligheid voorop. Het doorgaande verkeer moet worden geweerd uit de wijken en zo snel mogelijk naar het regionale netwerk worden geleid. Waar nodig moet het regionale netwerk van bus- en wegverkeerverbindingen worden uitgebreid. Betekenis voor dit bestemmingsplan Het bovenstaande heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan. 8. Parkeren De nota Strategisch autoparkeerbeleid Haarlemmermeer (2017) maakt integraal onderdeel uit van de Mobiliteitsvisie Haarlemmermeer. Met het Strategisch autoparkeerbeleid Haarlemmermeer willen we bereiken dat voorzien wordt in de parkeerbehoefte en dat overlast door onbedoeld gebruik van parkeergelegenheden wordt voorkomen. Om voldoende parkeergelegenheid voor doelgroepen te faciliteren, werkt de gemeente met parkeernormen, als onderdeel van het autoparkeerbeleid. Het autoparkeerbeleid heeft als doel de parkeercapaciteit optimaal te verdelen; “de juiste parkeerder op de juiste plaats”.

Betekenis voor dit bestemmingsplan Het bovenstaande heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan. 3.3.3 Beleid voor commerciële voorzieningen Haarlemmermeer, regels en ruimte Het 'Beleid voor commerciële voorzieningen Haarlemmermeer, regels en ruimte' speelt in op ruimtelijk-economische ontwikkelingen en trends. Het centrale doel van het beleid is de realisatie van een toekomstbestendige voorzieningenstructuur waarbinnen ruimte bestaat voor ondernemerschap, dynamiek en innovatie. Het beleid rust op drie pijlers: Pijler A: Concentratie in toekomstbestendige centra; Pijler B: Stimuleren van kwaliteit en diversiteit in de voorzieningencentra; Pijler C: Basis op orde in alle centra. Toetsing Uitsluitend ondergeschikte detailhandel wordt in het fort toegestaan. In het beleid worden regels gesteld ten aanzien van ondergeschikte detailhandel, met name ten aanzien van de totale bedrijfsoppervlakte en de openingstijden. Maximaal 25% van de totale bedrijfsoppervlakte met een maximum van 150 m² winkel(verkoop)vloeroppervlak mag als ondergeschikte detailhandel worden gebruikt en de openingstijden van de ondersteunende activiteit moeten vallen binnen de openingstijden van de hoofdactiviteit en er is geen aparte ingang. Dit is binnen de nu geldende wettelijke kaders geborgd in de regels van dit bestemmingsplan.

32/75

3.3.4 Toerisme, evenementen en promotie Haarlemmermeer Het beleid 'Toerisme, evenementen en promotie Haarlemmermeer' vormt een overkoepelend beleid op toerisme in Haarlemmermeer. Hierin zijn meerdere ontwikkellijnen uitgestippeld, waarvan cultuurhistorie er één is. De cultuurhistorie en het cultuurhistorisch erfgoed (oud en nieuw) draagt bij aan de profilering van Haarlemmermeer en versterkt de beleving van het landschap/lokale DNA. Oude landschappelijke iconen, zoals gemalen en forten worden opengesteld voor beleving. Toetsing Met de beoogde ontwikkeling wordt het fort aantrekkelijker gemaakt voor het publiek. Mensen kunnen gebruik maken van de horeca en een bezoek brengen aan de bedrijven. Door de ligging aan de Binnen Liede is het fort ook goed bereikbaar voor waterrecreanten. Daarnaast ligt het fort nabij twee NS-stations en ligt het aan het fietsnetwerk. De ontwikkeling zorgt voor een aantrekkelijkere entree voor het omliggende gebied en draagt bij aan het netwerk van toeristische waarden van de forten. 3.3.5 Visie Landschap en Recreatie Haarlemmermeer 2040 De focus van de Visie Landschap en Recreatie 2040 ligt op de buitengebieden in de gemeente Haarlemmermeer en op de lokale en regionale verbindingen. Investeren in landschap en recreatie dichtbij de woonomgeving draagt bij aan en biedt mede ontwikkelruimte en kwaliteit voor bijvoorbeeld toerisme en evenementen.

Door het combineren van functies ontstaat een interessant en multifunctioneel landschap met mogelijkheden voor een bundeling van budgetten om te investeren in de landschappelijke kwaliteit. Elke ontwikkelopgave in Haarlemmermeer moet bijdragen aan de kwaliteit van de ruimte en de mogelijkheden voor recreatief (mede-) gebruik van het landschap. Toetsing Dit bestemmingsplan geeft invulling aan de Visie Landschap en Recreatie Haarlemmermeer 2040 door het mogelijk maken van extra recreatie- en horecamogelijkheden in de gemeente. 3.3.6 Archeologiebeleid Haarlemmermeer Op 4 maart 2021 heeft de gemeenteraad het Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030 vastgesteld. In dit nieuwe beleid heeft de gemeente het oude beleid geactualiseerd verwerkt in een heldere visie, vooruitlopend op de Omgevingswet. Het plangebied, als onderdeel van de Stelling van Amsterdam, beschikt over een bijzonder cultuurhistorisch verleden: Stelling van Amsterdam Als onderdeel van de Stelling van Amsterdam werd tussen 1888 en 1903 de Geniedijk aangelegd, schuin door de polder. De forten op de accessen van de ringvaart en de Hoofdvaart dienden ter verdediging van de Stelling. De Geniedijk verbindt de forten en batterijen met elkaar. Het deel ten zuiden van de Geniedijk werd inundatiegebied. Dit gebied moest bij een vijandelijke aanval onder water gezet kunnen worden.

Het Fort aan de Nieuwe Meer is onderdeel van de stelling en archeologisch rijksmonument. Het fort is gesloopt en het traject van de dijk is op die plek rechtgetrokken, zodoende zijn op die plek waarschijnlijk nog sporen van het fort in de ondergrond aanwezig. Andere forten binnen de gemeentegrenzen zijn de forten bij Spaarndam, Penningsveer, de Liebrug, de Fuikvaart,

33/75

Vijfhuizen, Hoofddorp en fort bij Aalsmeer. Door de samenvoeging in 2019 heeft de gemeente meer forten op haar grondgebied dan welke gemeente ook. Ook andere onderdelen van de stelling zoals batterijen, kazematten en sluizen zijn zichtbaar in het landschap. Toetsing Voor de bescherming van de archeologische waarden van het fort is de dubbelbestemming Waarde Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam opgenomen. Dit is een archeologieregime, want in alle gevallen van bodemingrepen - ongeacht de planomvang – moet een monumentenvergunning worden aangevraagd bij de provincie Noord-Holland.

3.3.7 Klimaatadapatiebeleid Op 14 juli 2022 heeft de gemeenteraad klimaatadaptatiebeleid vastgesteld. Hiermee wil de gemeente goed voorbereid zijn op klimaatverandering. Vanuit het Rijk is er de verplichting om de leefomgeving in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust in te richten, want door klimaatverandering krijgen we te maken met warmere zomers, hevigere buien en langere periodes van droogte. Deze gevolgen zijn in kaart gebracht en er is risico op hittestress in stedelijke kernen, op verzilting door droogte in het landelijk gebied en wateroverlast door hevige regen. Dit laatste vooral in de oudere dorpskernen. De gemeente werkt samen aan klimaatadaptatie met andere betrokkenen, zoals het Hoogheemraadschap van Rijnland en de provincie Noord-Holland. De gemeente geeft in het beleid minimale normen mee voor nieuwe ontwikkelingen en stelt ook kaders aan het gemeentelijke onderhoud. Deze normen worden basisveiligheidsniveaus genoemd. Het zijn de minimale eisen om klimaatbestendig te zijn. De basisveiligheidsniveaus moeten onderbouwd opgenomen worden in aanvragen en gemeentelijke plannen. Toetsing Het beleid is van toepassing op het moment van vaststelling door de gemeenteraad. Het beleid hoeft niet van toepassing te zijn als er op het moment van vaststelling bijvoorbeeld al een (ontwerp)bestemmingsplan is ingediend. Dat is voor dit plangebied het geval.

Los van het voorgaande kan ook gesteld worden dat aan de uitgangspunten van dit beleid voldaan wordt.

34/75

Hoofdstuk 4

4.1

Nieuwe situatie

Toekomstige ontwikkelingen in het plangebied

Stadsherstel Amsterdam, Recreatieschap Spaarnwoude en Staatsbosbeheer hebben de ambitie om het huidige gebruik van het fort te continueren en aan te vullen met een breder aanbod. Hiermee blijft deze cultuurhistorische bijzondere locatie voor de toekomst behouden. Het is de intentie om samen met de huidige huurders van delen van het fort dit aanbod verder te versterken en de betekenis voor de samenleving te vergroten. De bestaande huurders zullen in het fort blijven en de leegstaande ruimten worden ingevuld aan bedrijven binnen de thema’s ‘gezond en gezellig’ en ‘zakelijk en culinair’. De nadruk ligt hierbij op de omgeving van de plek, gekenmerkt door water, natuur en historie. Dit bestemmingsplan maakt nieuwe gebruiksfuncties in het fort mogelijk die aansluiten bij de identiteit van het gebied en die geen afbreuk doen aan de historische waarde van het fort. Enerzijds blijft het huidige legale gebruik van het fort mogelijk en anderzijds worden er nieuwe gebruiksfuncties mogelijk gemaakt, zoals horeca, cultuur en ontspanning en dagrecreatie. De functiewijziging van het fort zorgt voor een nieuwe impuls aan het monument en maakt het fort toegankelijk voor verschillende doelgroepen. Het nieuwe bestemmingsplan draagt bij aan de duurzame instandhouding van het fort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=e23bbd2c-9ad8-4d88-99f8-af156806b744