CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Reactie op advies Participatieraad

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 5 maart 2026, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIEDEBAT 4 – Heijezaal 20.30 – 22.00 uur: RV Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2026 en beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz en beleidsregels Jeugd en Wmo 2026 (13025221)2.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Haarlemmermeer

Participatieraad Haarlemmermeer

postbus250 2130 AG Hoofddorp

Bezoekadres: Marktlaan 124 Hoofddorp Telefoon 0900 1852

Cluster Inlichtingen Telefoon Uw brief Ons kenmerk Bijlage(n) Onderwerp

Maatschappelijke Ondersteuning en Zorg Jeroen Haster 0900 1852 13 januari 2026, PRH2026-01 12851845 Geen Reactie op advies Verordening en beleidsregels sociaal domein

Verzenddatum

1 7 FEB. 2026

Geachte heer, mevrouw, Op 20 januari 2026 ontvingen wij het schriftelijke advies van de Participatieraad Haarlemmermeer over de wijzigingen in de concept Verordening en beleidsregels sociaal domein 2026. Wij willen u bedanken voor uw positieve reactie en uw advies. Onderstaand treft u onze reactie op uw advies aan. Advies 1 In artikel 2 lid 1 staat dat de gemeente uitsluitend op verzoek cliënten helpt. De PR adviseert het laatste deel van de zin "die daar om verzoeken" weg te laten en de overige leden van dit artikel hierop aan te passen. Reactie: In het kader van de Participatiewet geldt dat we wettelijk gezien geen dienstverlening kunnen verstekken als er geen sprake is van een aanvraag. Ook in het kader van de Wmo moet er altijd sprake zijn van een aanvraag. Voor de inzet van jeugdhulp via de Jeugdwet moet er sprake zijn van een aanvraag of een verwijzing. Alleen bij ernstige zorgen of onveiligheid rondom een jeugdige kan er jeugdhulp worden ingezet zonder verzoek van de betrokkenen (gedwongen jeugdbeschermingsmaatregelen). We nemen uw advies om die reden dan ook niet over. Advies 2 In artikel 2 lid 2 staat de mogelijkheid genoemd om kosteloze ondersteuning te krijgen bij een melding, aanvraag of verzoek.

Het afgelopen jaar is door de gemeente met trots de ontwikkelagenda onafhankelijke clientondersteuning (hierna OCO) aangekondigd, waarin de gemeente meer bekendheid wil geven aan deze vorm van ondersteuning voor inwoners van de Haarlemmermeer. De PR adviseert daarom het woord onafhankelijk op te nemen, zodat het laatste deel van de zin luidt ".....onafhankelijke, kosteloze clientondersteuning."

Ons kenmerk: 12851845

Pagina 2

Reactie: De cliëntondersteuning die er in de gemeente Haarlemmermeer wordt aangeboden is inderdaad onafhankelijk. We zullen uw advies daarom ook overnemen en de term 'onafhankelijk' opnemen in onze verordening. Advies 3 In artikel 3 van de verordening wordt als voorziening de deelscootmobiel toegevoegd. Het beleid hiervoor moet nog verder worden uitgewerkt, maar deze voorziening wordt wel al als voorliggend op een individuele voorziening aangemerkt. Ook geeft u aan dat het plan is dat volstaan kan worden met een lichte toets. Volgens de WMO moet een voorziening afgestemd zijn op de reële behoefte van de cliënt (WMO: artikel 3.1 b) en verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard (WMO: artikel 3.1c). Het is van belang dat de (maatwerk)voorziening passend is anders levert het juist meer problemen op. De PR maakt zich zorgen over dit voornemen omdat nergens uit blijkt of een lichte toets inhoudt dat een ambtenaar een professionele beroepskracht zal betrekken bij de inzet van een deelscootmobiel. De PR adviseert uw college om in de verordening bij het onderwerp scootmobiel op te nemen dat het een voorliggende voorziening is mits dat voldoet aan artikel 3.1 b en c van de WMO. Reactie: De lichte toets wordt uitgevoerd door onze Wmo-consulent.

In de praktijk werkt dit als volgt: inwoners dienen een Wmo-melding in met hun hulpvraag, waarna de Wmo-consulent deze melding onderzoekt (net als alle andere meldingen). Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er een vervoershulpvraag speelt die met een scootmobiel kan worden ondervangen, wordt ook beoordeeld of het deelscootmobielconcept een passende oplossing is. Is dat niet het geval, dan wordt een individuele scootmobiel verstrekt. Is het wel passend, dan kunnen inwoners deelnemen aan de deelscootmobielpool. De term 'lichte toets' wordt vaak gebruikt bij algemene voorzieningen. Hiermee bedoelen we dat inwoners, indien passend, na een keukentafelgesprek en zonder formele beschikking kunnen deelnemen aan de scootmobielpool. Mocht een inwoner het niet eens zijn met deze keuze, dan kunnen we alsnog een negatieve beschikking afgeven voor de individuele scootmobiel, waartegen de inwoner vervolgens bezwaar kan maken. Het expliciet opnemen van artikel 3.1b en c is niet nodig. Onze verordening en beleidsregels moeten voldoen aan de bepalingen in de Wmo en mogen dus niet strijdig zijn met de Wmo. We nemen uw advies om die reden dan ook niet over. Advies 4 In artikel 5 lid 3 wordt een voorbehoud gemaakt dat cliënt zelf moet aangeven of een plan van aanpak dient als aanvraag, zoals bedoeld in artikel 1 van de concept verordening Sociaal Domein.

Vanuit de zorgplicht die de gemeente heeft adviseert de PR dit artikel zodanig te formuleren dat het plan van aanpak altijd gezien wordt als een aanvraag in de zin van artikel 1 van de concept verordening Sociaal Domein. Reactie: Niet ieder plan van aanpak is per definitie een aanvraag. In een plan van aanpak kunnen ook oplossingen omschreven worden die zonder maatwerkvoorziening te realiseren zijn en waar dus geen aanvraag uit volgt. Zoals bijvoorbeeld het gebruik maken van algemeen toegankelijke voorzieningen. We nemen uw advies om die reden dan ook niet over.

Ons kenmerk: 12851845

Pagina 3

Advies 5 Ten aanzien van artikel 9 lid 1 adviseert de PR het college om in de tekst op te nemen dat de informatie niet alleen in begrijpelijke taal wordt afgegeven, maar ook zowel mondeling als schriftelijk. Reactie: Als een inwoner een individuele voorziening of pgb toegekend krijgt, dan wordt hij of zij middels een brief geïnformeerd over deze beslissing. De bijbehorende rechten en plichten worden ook toegelicht. Het is niet uitvoerbaar om bij iedere toekenning op het gebied van de Jeugdwet, Wmo 2015 en de Participatiewet de inwoner ook mondeling te spreken. Advies 6 In artikel 10 wordt de klachtenprocedure toegelicht. De PR blijft in deze het college adviseren dergelijke klachten niet zelf af te handelen, maar hiervoor een onafhankelijke klachtencommissie in te stellen. De gemeente is namelijk ook partij in deze. Reactie: De gemeente Haarlemmermeer heeft eigen klachtenfunctionarissen. Die doen hun werk op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. In dit hoofdstuk staat exact waar een klachtenprocedure en behandeling aan moet voldoen.

In artikel 9:7, eerste lid is het volgende bepaald: 'De behandeling van de klacht geschiedt door een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest.' Wij voldoen hieraan, door de klachtenfunctionaris klachten te laten afhandelen en dus bijvoorbeeld niet een teammanager of clustermanager die toch op een bepaalde manier betrokken is bij het personeelslid waar de klacht over gaat. We nemen uw advies om die reden dan ook niet over. Advies 7 Bij artikel 24 lid 6, waar het gaat om informele zorg vanuit het pgb, vraagt de PR zich af of niet ook aan informele zorg kwaliteitseisen verbonden zouden moeten worden. De PR adviseert daarom bij een informele zorg een lichte kwaliteitstoets op te nemen, zodat enig zicht verkregen wordt op het feit of de zorg ook voldoet aan de behoefte van de cliënt. Reactie: Artikel 24 lid 6 gaat over de grondslag waarop de hoogte van het tarief voor informele zorg wordt gebaseerd. Artikel 24 lid 7 regelt de mogelijkheid om nadere voorwaarden en of eisen te stellen aan een voorziening. In artikel 38 van de 'Beleidsregels Jeugd en Wmo gemeente Haarlemmermeer 2026' zijn nadere kwaliteitseisen voor informele zorg opgenomen. We nemen uw advies om die reden dan ook niet over.

Advies 8 In artikel 46 lid 1 wordt omschreven dat een persoon een langdurig laag inkomen heeft als het inkomen gedurende de referteperiode niet boven 110% van de geldende bijstandsnorm komt. De PR adviseert, gelijk wij eerder gedaan hebben, om de norm op 130% te brengen. Reactie: De inkomensgrens van de individuele inkomenstoeslag (IIT) is aangepast naar aanleiding van het aangenomen raadsvoorstel over de herziening van het minimabeleid. Hierbij waren de belangrijkste uitgangspunten voor het wijzigen van de inkomensgrens naar 110% het tegengaan van armoedeval en het harmoniseren met andere gemeenten. De inkomensgrens verruimen

Ons kenmerk: 12851845

Pagina 4

naar 130% past niet bij deze uitgangspunten van ons nieuwe minimabeleid. We nemen uw advies om die reden dan ook niet over. Advies 9 De tekst in de beleidsregels Jeugd en WMO 2026 artikel 2 lid 1 wekt de indruk dat het onderzoek zich beperkt tot de jeugdige zelf, terwijl de problematiek veel complexer kan zijn en veroorzaakt door achterliggende problemen binnen het hele systeem van het gezin/familie of nog breder. De PR adviseert om de tekst zodanig aan te passen dat ook onderzoek gedaan wordt of de problemen (ook) niet veroorzaakt worden door het hele systeem van jeugdige en/of zijn/haar omgeving. De cliënt kan daarmee ook het hele gezin of een systeem zijn. Reactie: Het stappenplan in artikel 2 lid 1 voor het onderzoek naar een aanvraag voor een Wmo voorziening of Jeugdhulp, is gebaseerd op uitspraken van de Centrale raad van Beroep. Hierin staat wat de gemeente mag onderzoeken en wanneer een onderzoek volledig is. Er is wettelijk geen ruimte om af te wijken van dit stappenplan. We kunnen uw advies daarom niet overnemen. Dit neemt niet weg dat wanneer onderzoek wordt gedaan naar opgroei- en opvoedproblemen en de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen er wel degelijk naar het hele systeem van het gezin/familie wordt gekeken. Advies 10 In de beleidsregels marginaal zelfstandigen staat in art.

4 lid 5 dat de gemeente iemand kan dwingen een cursus administratie te volgen. Onduidelijk is wie de kosten voor deze cursus gaat betalen. De PR adviseert dat de gemeente deze kosten op zich neemt, gezien het feit dat de inwoner het financieel al moeilijk heeft. Reactie: Onze gemeente zal inderdaad de kosten voor een verplichte cursus administratie betalen. De kosten worden gedekt uit het Participatiebudget bedoeld voor re-integratietrajecten. Wel hebben we besloten de definitieve vaststelling van de beleidsregels uit te stellen tot het tweede kwartaal van 2026 om de integraliteit met de uitvoering van de Bbz (Besluit bijstandverlening zelfstandigen) beter af te stemmen. Het is in het belang van de inwoner dat onze processen voor bijstand, re-integratie en Bbz zo optimaal mogelijk op elkaar zijn afgestemd. Advies 11 In de beleidsregels marginaal zelfstandigen staat in art. 7 dat sommige kosten tot een maximum aftrekbaar zijn van de opbrengsten. Volgens de belastingregels zijn alle in dit kader werkelijk gemaakte kosten aftrekbaar. De PR adviseert om geen maximum te hanteren voor de hoogte van de aftrekbaarheid van genoemde kosten, maar alle redelijk gemaakte kosten aftrekbaar te laten zijn van de opbrengsten. Reactie: Het is niet uitvoerbaar om alle gemaakte kosten aftrekbaar te laten zijn van de opbrengsten zoals het geval is bij de Belastingdienst.

Bovendien heeft een marginaal zelfstandige altijd een vangnet in de vorm van een bijstandsuitkering. Daarmee is de inkomenssituatie wezenlijk anders dan van andere ondernemers die alle financiële risico's zelf dragen. Daarom hebben we in de conceptbeleidsregels gekozen voor een beknopte lijst van kosten die in aanmerking komen en hiervoor een maximum ingesteld.

Ons kenmerk: 12851845

Pagina 5

Voor de definitieve beleidsregels worden de werkwijzen voor de bijstand, re-integratie en de Bbz op elkaar afgestemd. Het is namelijk niet de bedoeling dat inwoner extra wordt belast door verschillende regels. Advies 12 De PR vindt het onbegrijpelijk dat in de beleidsregels en in de verordening het toezicht op de WMO en de Jeugdwet niet is meegenomen. In onze reactie op eerdere verordeningen Sociaal Domein hebben wij dit steeds opnieuw onder uw aandacht gebracht. Daarnaast hebben we in ons overleg met de wethouders eind 2024 en in ons ongevraagde advies begin 2025 al gewezen op het ontbreken van adequaat toezicht en op de risico's die dat met zich meebrengt voor inwoners en gemeente. In genoemd overleg en ons ongevraagde advies is dit uitgebreid gemotiveerd. Ook is er geen verwijzing opgenomen naar het concept toezicht beleid over de WMO en de Jeugdwet, terwijl dit bijna gereed is. In onder andere art. 37 wordt uitgebreid ingegaan op kwaliteitseisen maar zonder de link te leggen naar toezicht. Op dit moment wordt, overigens in goed overleg met de PR, de laatste hand gelegd aan het beleid op het gebied van toezicht Jeugd en WMO, zowel op rechtmatigheid als kwaliteit. De PR adviseert uw college daarom in de verordening en de beleidsregels een verwijzing op te nemen naar dit beleid.

Reactie: De afgelopen periode hebben wij ons vooral gericht op het beleidsplan toezicht Jeugd en Wmo. Na vaststellen zullen we onderzoeken in hoeverre het zinvol is om het vastgestelde beleidsplan uit te werken in verordening en beleidsregels. We zijn verheugd over de constructieve samenwerking bij het opstellen van het beleidsplan en hopen deze in de toekomst voort te zetten. In de verordening nemen we geen verwijzing naar het beleidsplan op, aangezien dit nog in concept is.

Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmerrpeer, de burgemeester, de secretaris,

Hermineke van Bockxmeer

Marianr

Ir

hUurmans-Wijdeven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=d7a97132-f6ea-4e78-b0b3-97a27a2e0124