Bijlage 4 IAP Binnensport
Tekst van het document
Binnensportaccommodaties Integraal Accommodatieplan 2022 – Analyse 4
Colofon Tekst Petra Kort en Matthias Vellekoop Fotografie Danny
Vormgeving en drukwerk Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 0900 1852 E-mail info@haarlemmermeer.nl Internet www.haarlemmermeer.nl
januari 2023
Inhoudsopgave Samenvatting ..............................................................................................................................................................4 Inleiding ......................................................................................................................................................................6 1.
De accommodaties ...........................................................................................................................................7 1.1 Soorten binnensportaccommodaties ...................................................................................................................... 7 1.2 Locaties binnensportaccommodaties ..................................................................................................................... 7
2.
Analyse huidige locaties....................................................................................................................................8 2.1 Financiële prestaties ............................................................................................................................................... 8 2.2 QuickScan binnensportaccommodaties HEVO (technische prestaties) .................................................................. 8 2.3 Beleidsmatige prestaties ....................................................................................................................................... 10
3.
Behoefte(ontwikkeling) .................................................................................................................................. 12 3.1 Bevolkingsgroei Haarlemmermeer ....................................................................................................................... 12 3.2 Behoefte aan zaaldelen aan de hand van de referentienorm .............................................................................. 12 3.3 Behoefte aan zaaldelen op onderwijsniveau ........................................................................................................ 14 3.4 Mulierrapport, april 2019...................................................................................................................................... 16
4.
Conclusies ....................................................................................................................................................... 18 4.1 Analyse Accommodaties ....................................................................................................................................... 18 4.2 Analyse Behoefte .................................................................................................................................................. 18 4.3 Conclusies per kern ............................................................................................................................................... 19
5.
Optimalisatievoorstellen ................................................................................................................................ 20 5.1 Permanente monitoring sportbehoefte ................................................................................................................ 20 5.2 Sporthallen als laatste oppakken .......................................................................................................................... 20 5.2 ‘Slechte’ locaties direct oppakken......................................................................................................................... 20 5.3 Vervangen op natuurlijke momenten ................................................................................................................... 21 5.4 Beleid bepalen voor akoestiek, ventilatie en veiligheid ........................................................................................ 21 5.5 Referentienormen herzien .................................................................................................................................... 21 5.6 Vervolg .................................................................................................................................................................. 21
Bijlagen...................................................................................................................................................................... 22
Samenvatting Om zicht te krijgen of het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed doeltreffend en doelmatig wordt ingezet is een werkwijze opgesteld en vastgelegd in het Integraal Accommodatieplan (IAP). Deze werkwijze gaat uit van een wijkgerichte aanpak. Aan de hand van de richtlijnen uit het Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan beoordelen we het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed in de wijk op basis van ruimtelijke, vastgoed en beleidsmatige richtlijnen. In deze vierde wijkanalyse van 2022 wijken wij af van de wijkgerichte aanpak en analyseren we de binnensportaccommodaties op gemeentelijk niveau. We voeren een vastgoed technische en beleidsmatige analyse uit en doen onderzoek naar de huidige en toekomstige behoefte. Het resultaat hiervan zijn een aantal optimalisatievoorstellen voor dit deel van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Deze optimalisatievoorstellen vormen samen nog geen concreet plan maar een eerste aanzet hiertoe. Binnensportaccommodaties In de gemeente beschikken we over 47 binnensportaccommodaties met in totaal 71 zaaldelen. We onderscheiden drie soorten accommodaties voor binnensport: een gymzaal (1 zaaldeel), een sportzaal (doorgaans 2 zaaldelen) en een sporthal (veelal 3 zaaldelen). Andere typen accommodaties zoals tennishallen en fitnesscentra vallen niet in de categorie binnensportaccommodaties.
De meerderheid van de binnensportaccommodaties is in eigendom bij de gemeente, een ander deel is in eigendom van verschillende schoolbesturen omdat ze onderdeel zijn van een schoolgebouw. Er zijn drie gebouwen die noch in eigendom van de gemeente noch in eigendom bij schoolbesturen zijn, een hiervan wordt door ons gehuurd. Vastgoed technische analyse Financieel Verreweg de meeste accommodaties hebben nog een boekwaarde rusten op het pand. Voor de oudere panden is deze relatief gering, voor 11 panden zelfs onder de € 50.000. Voor de eigen accommodaties zijn de onderhoudskosten met € 18,10 per m² per jaar iets hoger dan het portefeuillegemiddelde van € 16,30 per m2. De panden worden voor een aanzienlijk deel geëxploiteerd door Sportfondsen. Hierbij wordt een kostprijsdekkende huur aan Sportfondsen in rekening gebracht. De gemiddelde kostprijsdekkende huur bedraagt € 59 per m². In de regel geldt dat de huur voor oudere panden lager is omdat de totale kosten (met name de kapitaalslasten) van het vastgoed lager zijn. Technisch Adviesbureau HEVO heeft een quickscan van de binnensportaccommodaties uitgevoerd. De quickscan brengt alle relevante basisinformatie over een gebouw in beeld en scoort het gebouw op zes thema’s: uitstraling, bouwkundige staat, veiligheid, binnenmilieu, exploitatie en (onderwijskundige) functionaliteit.
De accommodaties zijn op basis van de eindscore ingedeeld in vier categorieën. Hieruit blijkt een duidelijk verband tussen de score en het bouwjaar van het pand. Bij 3 panden wordt geadviseerd om binnen 5 jaar een renovatie uit te voeren, dan wel om vervangende nieuwbouw te realiseren en bij 14 panden binnen 10 jaar. In een apart onderzoek is de akoestiek van de gebouwen onderzocht. Deze blijkt portefeuille breed een aandachtspunt te zijn. Wettelijk gezien voldoet de akoestiek maar volgens niet wettelijke richtlijnen is sprake van een teveel nagalmgeluid en tijd in de geteste accommodaties. Beleidsmatig De bezetting van de accommodaties is, op basis van de bezettingsnormen uit het beoordelingskader, over het geheel genomen goed. Bij de sportzalen valt op dat de bezettingsnorm nergens wordt gehaald, de sporthallen daarentegen laten het omgekeerde zien. Bij enkele sporthallen is dan ook sprake van een grotere vraag dan er aanbod is, en dan met name in het winterseizoen. Bij de gymzalen en sportzalen is in de regel sprake van minder rooster- uitdagingen. Behoefte(ontwikkeling) De behoefte aan binnensportaccommodaties wordt vanuit twee kanten gevoed; vanuit het (bewegings)onderwijs en vanuit het verenigingsleven. Als gevolg van grootschalige woningbouwontwikkeling groeit de gemeente de komende decennia hard.
Met de huidige planning neemt het aantal inwoners van ruim 159.000 in 2022, toe naar meer dan 240.000 in 2050. Dit heeft ook gevolgen voor de vraag naar binnensportaccommodaties. Op basis van de referentienorm voor het aantal vierkante meters aan binnensportaccommodatie per woning, is er op dit moment al een groot tekort en dit neemt richting 2050 alleen maar toe. De norm lijkt aan de ruime kant. Voor het bewegingsonderwijs is de huidige voorraad net aan voldoende, hier is uitbreiding noodzakelijk zodra er nieuwe aanwas van leerlingen komt. In 2019 is het Mulierrapport opgesteld waarin een prognose van de behoefteontwikkeling is gegeven. Deze ligt lager dan de norm uit het beoordelingskader maar prognosticeert een ruimtebehoefte van ten minste 89 zaaldelen in 2025, ruim hoger dan de 71 zaaldelen die er nu zijn.
De behoefte en de ontwikkeling hiervan verschilt per kern. Er bestaat al planvorming voor nieuwe accommodaties, al bevinden de meeste zich hiervan nog in een vroege, planvormende fase. Het gaat hier om geplande accommodaties in de nieuwbouwwijken Lisserbroek, Nieuw-Vennep West, Cruquius en in Lincolnpark en Nassaupark in Hoofddorp. De laatste twee (respectievelijk een sporthal en gymzaal) zijn een stuk verder in de planvorming. Optimalisatievoorstellen Permanente monitoring sportbehoefte: het is zaak de ontwikkeling van de sportbehoefte – ook in relatie tot de onzekerheid rondom de woningbouwplannen - goed in beeld te houden en hierover periodiek te rapporteren. Hiervoor is blijvend inzicht in de bezetting en planning van de accommodaties noodzakelijk. Pas als de behoefte aan meer binnensportaccommodaties zich daadwerkelijk manifesteert moet worden beschouwd of nieuwbouw/ renovatie nodig is. Onderdeel hiervan is tevens om te beschouwen of de huidige norm van 25.000 inwoners per sporthal nog voldoet. Sporthallen als laatste oppakken: de acht sporthallen in Haarlemmermeer scoren goed, zowel op technisch vlak als qua bezetting. Dit komt doordat ze in verhouding relatief ‘jong’ zijn, slechts twee hallen zijn van voor 2000 (de Sporthoeve en Fanny Blankers-Koenhal). Ons voorstel is om de focus voor wat betreft nieuwbouw en renovatie, niet op deze panden te leggen.
‘Slechte’ locaties direct oppakken: er zijn drie accommodaties waar het advies is om binnen 5 jaar te renoveren (of nieuw te bouwen) en 14 waar het advies is om dit binnen 10 jaar te doen. In de eerste categorie hebben alle de objecten een totale boekwaarde van slechts € 42.000. Het gaat om de volgende locaties: Gymzaal in Haarlemmerliede: is de gymzaal bij de Sint Franciscusschool. Het gebruik is relatief laag. Het voorstel is om deze met de renovatie van de school op te pakken. Deze staat op de middellange termijn gepland (geen jaartal bekend). Gymzaal Rijsenhout: voorstel is om de renovatie/nieuwbouw van deze gymzaal en de school te combineren, zeker omdat de gebouwen bij elkaar gelegen zijn. Geen jaartal bekend nog. Conditie huidige gymzaal pleit ervoor dit snel op te pakken. Gymzaal Kinheim Zwanenburg: nieuwbouw zodra de nieuwe Kameleon opgeleverd is (ca. 2024), onderzoek om op te plussen naar sportzaal. Vervangen op natuurlijke momenten: de behoefte aan gymzalen is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen van de leerlingenprognoses (gebaseerd op de bevolkingsprognoses/woningbouwplannen). Voor renovatie en nieuwbouw van de binnensportaccommodaties zou daarom zoveel mogelijk moeten worden aangesloten bij de planning uit het Integraal Huisvestings Plan onderwijsvoorzieningen (IHP).
Daar waar mogelijk zou de renovatie of nieuwbouw van de sportaccommodatie in een gezamenlijk project met de renovatie of nieuwbouw van de school kunnen worden ontwikkeld. Dit gebeurt nu bijvoorbeeld al bij de Dik Tromschool. Beleid bepalen voor akoestiek, ventilatie en veiligheid: er bestaan de nodige aandachtspunten op het gebied van akoestiek, ventilatie en veiligheid. De locaties voldoen aan het bouwbesluit maar vaak niet aan de adviesnormen van bijvoorbeeld NOC-NSF en de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoering (KVLO). Het is aan de beleidsafdeling om in samenspraak met de vastgoedorganisatie te beoordelen of, in welke mate, en op basis waarvan dergelijke aanpassingen gemaakt moeten en kunnen worden. Hiervoor is beleid over deze onderwerpen noodzakelijk. Dit is er nu niet. Referentienormen herzien: in het beoordelingskader zijn referentienormen opgenomen. Zowel voor de bezetting als het aantal vierkante meters beschikbaar per woning. De bezettingsnorm voor een gymzaal (25%) lijkt passend, die voor een sportzaal (50%) en sporthal (35%) zijn dat niet. Ons voorstel is om de normen opnieuw tegen het licht te houden en aan te passen in het beoordelingskader. De Haarlemmermeerse ruimtelijke referentienorm bedraagt 0,8 m² aan binnensportaccommodatie per woning.
Dit leidt tot een normatieve behoefte – nu en in de toekomst - die ruim hoger ligt dan de beschikbare en geplande accommodaties. Uit het onderwijs noch uit het verenigingsleven is deze ruimtevraag daadwerkelijk aanwezig. Concreet voorstel is om, uitgaande van de huidige situatie die voldoet, de norm in het beoordelingskader aan te passen naar 0,55 m2. Deze analyse van aanbod, behoefte en optimalisatievoorstellen is de basis voor een nader uit te werken meerjarig portefeuille- en investeringsplan voor de uitbreiding, vervanging en renovatie van de binnensportaccommodaties in de gemeente Haarlemmermeer. Aanvullend onderzoek en integratie met processen zoals de verduurzaming van de Vastgoedportefeuille en het Integraal Huisvestingsplan onderwijs is hierbij noodzakelijk.
Inleiding In juni 2020 heeft de raad het Integraal Accommodatieplan 2020 (IAP, 2019.58287) vastgesteld. Het IAP is een werkwijze om te onderzoeken of het maatschappelijk vastgoed van de gemeente doeltreffend en doelmatig ingezet wordt. Anders gezegd: past het gemeentelijk maatschappelijk voorzieningenaanbod bij de behoefte in de wijken en kernen en draagt het gebruik van dat voorzieningenaanbod bij aan onze beleidsdoelstellingen. De werkwijze conform het IAP gaat uit van een wijkgerichte aanpak waarbij gebiedsontwikkelingen, verduurzamingsopgaven en andere relevante ontwikkelingen ook worden meegenomen. Op grond van een amendement van de raad bij de besluitvorming over het IAP heeft de raad in maart 2021 het Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP (2021.0000253; hierna: beoordelingskader) als taakstellend toetsingskader vastgesteld. Dit kader stelt de ruimtelijke, vastgoed- en beleidsmatige richtlijnen waarlangs we de wijkanalyse uitvoeren. Wijkgebonden versus bovenwijks/gemeentelijk De wijk-/kerngerichte aanpak is geschikt voor een deel van de maatschappelijke vastgoedportefeuille maar voor een deel te beperkt. Voor sport, recreatie en cultuur is het verzorgingsgebied van de voorziening vaak groter dan de wijk of de (kleine) kern waarin deze zich bevindt, de zogenoemde bovenwijkse voorziening.
Dat betekent dat we op basis van een wijkanalyse niet altijd kunnen concluderen of de betreffende voorziening goed functioneert als bovenwijkse voorziening. Of andersom, dat de aanwezige behoefte voldoende op bovenwijks niveau wordt bediend. Uitspraken over het functioneren en mogelijk optimaliseren van bovenwijkse voorzieningen zullen daarom deels apart vanuit een functiegerichte analyse gedaan worden. Dit rapport is de eerste functiegerichte analyse die we in het kader van het IAP uitgevoerd hebben. In de functiegerichte analyse richten wij ons op de spreiding, de bezetting en de technische en financiële prestaties van het vastgoed. Ook kijken we naar aspecten als veiligheid en duurzaamheid. We brengen behoefte en aanbod bij elkaar en benoemen waar het knelt of in de toekomst gaat knellen en waar mogelijk een overschot aan ruimte is. Het resultaat van de analyse is een aantal optimalisatievoorstellen voor de binnensportaccommodaties in de gemeente. Van een uitgebreide participatie en een gedetailleerde uitwerking, is nog geen sprake. Vervolg Deze analyse en de bijbehorende optimalisatievoorstellen dienen als een eerste aanzet voor een meerjarig portefeuille- en investeringsplan voor de uitbreiding, vervanging en renovatie van de binnensportaccommodaties in de gemeente Haarlemmermeer.
Aanvullend onderzoek en integratie met processen zoals de verduurzaming van de Vastgoedportefeuille en het Integraal Huisvestingsplan onderwijs is hierbij noodzakelijk. Leeswijzer Het eerste hoofdstuk beschrijft de scope van de analyse, de soorten binnensportaccommodaties binnen de gemeente en de locaties ervan. In het tweede hoofdstuk analyseren we deze locaties vastgoed technisch en beleidsmatig. Hierna volgt in hoofdstuk 3 een analyse van de behoefte vanuit drie invalshoeken. Hoofdstuk 4 bevat conclusies op basis van de bevindingen. Deze conclusies leiden tot optimalisatievoorstellen in hoofdstuk 5.
1. De accommodaties Haarlemmermeer is rijk aan binnensportaccommodaties met een grote verscheidenheid. Deze analyse richt zich op de accommodaties die worden gefaciliteerd door de gemeente. De panden worden gebruikt in het kader van bewegingsonderwijs (gymles) en door (sport)verenigingen. Het gebruik door scholen vindt door de week overdag plaats en door verenigingen hoofdzakelijk buiten schooltijd, in de avond en het weekend. In dit hoofdstuk is beschreven welke type accommodaties we onderscheiden, waar de gemeentelijke locaties gelegen zijn en hoe de bezetting van deze locaties is.
1.1 Soorten binnensportaccommodaties We onderscheiden drie soorten accommodaties voor binnensport: een gymzaal, een sportzaal en een sporthal. Andere typen accommodaties zoals tennishallen en fitnesscentra zijn niet geanalyseerd. De gemeente heeft die ook niet in eigendom of exploitatie. In totaal zijn er in de gemeente 47 binnensportaccommodaties met 71 zaaldelen. Gymzaal Een gymzaal is de kleinste binnensportaccommodatie en wordt primair gebouwd om het bewegingsonderwijs te faciliteren. Gymzalen zijn niet geschikt voor alle (verenigings)sporten. Een gemiddelde gymzaal is 21 meter lang en 12 meter wijd, nieuwe gymzalen zijn inmiddels 22 bij 14 meter. Dit is exclusief toestellenberging, kleedkamers en overige ruimten. Er zijn 33 gymzalen in Haarlemmermeer waarvan 7 dubbel uitgevoerd, in totaal zijn er 40 zaaldelen. Van de 33 gymzalen zijn 21 ons eigendom, de overige zalen zijn – op een zaal in Spaarndam en een aangehuurde gymzaal van Woonzorg Nederland in Nieuw- Vennep na - onderdeel van een schoolgebouw en eigendom van diverse schoolbesturen. De gemiddelde gebouwgrootte van een gymzaal in Haarlemmermeer is 461 m² en de gemiddelde leeftijd is 42 jaar. De standaardgrootte van een nieuwe gymzaal is 500 m². Sportzaal Een sportzaal is eigenlijk een dubbele gymzaal. Een sportzaal is gemiddeld 28 bij 22 meter en te klein voor bepaalde sporten zoals zaalvoetbal.
In Haarlemmermeer zijn 6 sportzalen (soms dubbel of driedubbel uitgevoerd) met een totaal van 14 zaaldelen. De verschillende zaaldelen worden veelal gecreëerd door middel van een flexibele scheidingswand. Vier sportzalen zijn eigendom van de gemeente. De sportzalen zijn gemiddeld 972 m² groot en 25 jaar oud. Op twee zalen na dateren de bouwjaren van na 2000. De standaardgrootte van een nieuw sportzaal is 1.200 m². De dubbele of driedubbele uitvoering van een aantal sportzalen is een verklaring voor de afwijking ten opzichte van de standaardgrootte. Bij deze complexen zijn naar verhouding minder overige ruimten (zoals kleedkamers, technische ruimten, en toestellenbergingen) nodig. Sporthal Het grootste type binnensportaccommodatie is de sporthal. Een sporthal is zo rond de 44/48 bij 24 meter. In totaal zijn in Haarlemmermeer 8 sporthallen met een totaal van 17 zaaldelen1.Twee ervan zijn niet ons eigendom. Ook hier zijn de meeste van een recent bouwjaar en slechts twee ouder dan het jaar 2000. Deze twee dateren uit 1977 en 1981. De gemiddelde leeftijd bedraagt 20 jaar en de gemiddelde grootte is 2.047 m². De standaardgrootte van een nieuwe sporthal is 2.000 m². De standaardhoogte van alle soorten binnensportaccommodaties bedraagt 7 meter. Veel bestaande gymzalen zijn echter maximaal 5,5 meter.
1.2 Locaties binnensportaccommodaties Een lijst van alle accommodaties inclusief typering, adres, bouwjaar, grootte en aantal zaaldelen is te vinden in bijlage 1. Op de kaart hiernaast zijn deze aangegeven met het ‘basketbal-pictogram’. Blauwe basketballen zijn gymzalen, groene zijn sportzalen en oranje ballen sporthallen. Een grote versie van de kaart is opgenomen als bijlage 2. De binnensportaccommodaties zijn vooral geconcentreerd in de grotere kernen. In de kleinere kernen waar een basisschool aanwezig is staat ook een gymzaal. Sporthallen zijn alleen te vinden in Badhoevedorp, Hoofddorp, NieuwVennep, Spaarndam en Zwanenburg. 1 Een sporthal is idealiter
in te delen in drie zaaldelen. Veel accommodaties beschikken maar over een scheidingswand en dus twee zaaldelen.
2. Analyse huidige locaties De ruimtelijke richtlijn (de referentienormen) alleen geeft onvoldoende informatie over de prestaties van onze maatschappelijke voorzieningen. Daarom zijn in het Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP (2021.0000253) ook richtlijnen benoemd voor het vastgoed en beleidsmatige richtlijnen. Met de vastgoed-richtlijnen beoordelen we voor de maatschappelijke voorzieningen die in eigendom zijn van de gemeente hoe het gebouw financieel en technisch presteert. Voor de financiële prestaties wordt gekeken naar het exploitatieresultaat van het vastgoed, de boekwaarde, de hoogte van de huursom en de kosten voor planmatig onderhoud. Voor de technische prestaties zijn dat de onderhoudsconditie, bouwjaar, energieprestatie en voorzieningen voor toegankelijkheid. De technische prestaties hebben we laten onderzoeken door adviesbureau HEVO, ook voor de panden die niet ons eigendom zijn. Met de beleidsmatige richtlijn beoordelen we of de invulling van het gebouw (programmering) presteert zoals wij dat zouden willen. We focussen ons hierbij met name op de bezetting. Er is onvoldoende (recent) inzicht in de gebruikstevredenheid van de locaties. In deze analyse is getracht om ook voor de gebouwen waar de gemeente geen eigenaar is, zowel de vastgoed- als beleidsmatige aspecten zo goed mogelijk in kaart te brengen en te beoordelen.
Dit vanwege de beleidsmatige opgave om te voorzien in voldoende en adequate binnensportaccommodaties.
2.1 Financiële prestaties Het grootste deel van de accommodaties wordt verhuurd aan, en geëxploiteerd door Sportfondsen Haarlemmermeer. Op drie accommodaties na is de rest van de voorraad in eigendom en exploitatie bij de verschillende schoolbesturen. Voor die laatste categorie rekenen wij geen huur of andere vergoeding, en voeren geen onderhoud uit. Er valt daarom voor deze objecten ook niets te vermelden over het exploitatieresultaat en de onderhoudslast. De boekwaarde van deze onderwijspanden staan wel op de gemeentelijke balans. Wel ontvangen de schoolbesturen voor (speciaal) basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs met een zogenaamde eigen gymzaal, op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Haarlemmermeer, een exploitatievergoeding van de gemeente. Een overzicht van de boekwaarde, onderhoudslast per pand en kostprijsdekkende huurprijs is te vinden in bijlage 3. Verreweg de meeste accommodaties hebben nog een boekwaarde rusten op het pand. Voor de oudere panden is deze relatief gering. Voor 11 panden ligt die zelfs onder de € 50.000. De onderhoudslasten verschillen per pand maar liggen gemiddeld op € 18,10 per vierkante meter. Dit is net iets hoger dan het gemiddelde van de Haarlemmermeerse vastgoedportefeuille (€ 16,30).
Los van de (zeer) nieuwe objecten is er geen relatie te ontdekken tussen de hoogte van de onderhoudslast en de leeftijd van de accommodatie. Hierbij moet worden opgemerkt dat alleen de onderhoudslast voor de komende 10 jaar meegenomen is in de beoordeling en dat het eventuele grote onderhoud dat net buiten deze termijn valt niet inzichtelijk is gemaakt. De accommodaties met een zwembad zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. De onderhoudslasten liggen hier duidelijk hoger. De onderhoudskosten van de gebruiker/ exploitant zijn ook niet meegenomen in de berekening. Voor de panden die ons eigendom zijn rekenen wij een kostprijsdekkende huurprijs aan de huurder en/of exploitant. De gemiddelde huur bedraagt ca. € 59/m²(2). Voor de nieuwere panden ligt deze prijs in de regel hoger in verband met de kosten die wij als gemeente aan dit vastgoed hebben. Kapitaalslasten hebben hierin een groot aandeel.
2.2 QuickScan binnensportaccommodaties HEVO (technische prestaties) Om een integraal en uniform beeld te krijgen van alle binnensportaccommodaties hebben wij adviesbureau HEVO uit ’s-Hertogenbosch opdracht gegeven om een quickscan van de gebouwen uit te voeren. Deze methode wordt door HEVO al ruim 10 jaar toegepast bij het beoordelen van schoolgebouwen. Zo hebben zij destijds ten behoeve van het Integraal Huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen Haarlemmermeer ook de schoolgebouwen in Haarlemmermeer beoordeeld. De quickscan (of: sportscan) brengt alle relevante basisinformatie over een gebouw in beeld en scoort het gebouw middels een schouw en interview op zes thema’s: uitstraling, bouwkundige staat, veiligheid, binnenmilieu, exploitatie en (onderwijskundige) functionaliteit. De sportscan wordt gebruikt als instrument voor gemeenten om inzicht te krijgen in de kwaliteit van het gebouw. Elk thema heeft een eigen scorebereik en wegingsfactor waarmee
2
Dit is exclusief de accommodaties met zwembad.
belangrijkere thema’s een grotere invloed hebben op de eindscore. Zo is bouwkundige staat belangrijker dan uitstraling.
De thema’s Uitstraling De basis voor de beoordeling van de uitstraling van de sportaccommodatie is de architectuur. Dit onderdeel heeft uitsluitend betrekking op de buitenkant van het gebouw. Scorebereik 5 – 8. De wegingsfactor bedraagt 1. Bouwkundige staat De basis voor de beoordeling van de bouwkundige staat is de economische en technische levensduur van de bouwkundige onderdelen. Scorebereik 4 – 8. De wegingsfactor bedraagt 3. Veiligheid De basis voor de beoordeling van de veiligheid van een sportaccommodatie is de gebruiksvergunning van de brandweer. Daarmee wordt voldaan aan de voorschriften over het beperken van de kans op: brand, het beperken van de gevolgen van brand en het vluchten uit een gebouw bij brand. Het kan voorkomen dat er veiligheidsproblemen zijn in een gebouw welke niet direct in strijd zijn met de gebruiksvergunning en andere wettelijke eisen. In dat geval worden deze veiligheidsproblemen benoemd. Er is gekeken naar de volgende veiligheidsthema’s: veilig gebruik, veilig vluchten, akoestiek, en veilig onderhoud. Scorebereik 5 – 7. De wegingsfactor bedraagt 1. Binnenmilieu De basis voor de beoordeling van het binnenmilieu van een sportaccommodatie is de mogelijkheid om ruimten voldoende te kunnen ventileren.
Zonder een gebalanceerde installatie of mechanisch ventilatiesysteem kan een sportaccommodatie niet voldoen aan de huidige eisen en normen uit het Bouwbesluit. Scorebereik 4 – 8. De wegingsfactor bedraagt 2. Exploitatie De basis voor de beoordeling van de exploitatie is het energielabel. Hoe minder fossiele energie een gebouw gebruikt, hoe beter het energielabel. Hierbij is G het slechtste energielabel en A++++ het beste. Scorebereik 4 – 8. De wegingsfactor bedraagt 2. Functionele staat De basis voor de beoordeling van de (onderwijskundige) functionaliteit van een sportaccommodatie zijn de afmetingen van de zaal en de ondersteunende faciliteiten. Daarvoor wordt eerst gekeken naar de gebruikers en het gebruik en de mate waarin het gebouw daarbij aansluit. Vervolgens wordt stilgestaan bij enkele specifieke ruimten en voorzieningen. Scorebereik 4 – 8. De wegingsfactor bedraagt 3.
Bevindingen Alle 47 accommodaties heeft HEVO bezocht en beoordeeld op bovenstaande thema’s. De bij elkaar opgetelde scores vormen een eindoordeel. Wat opvalt is dat over het geheel genomen de bouwkundige staat redelijk tot goed is. Het binnenmilieu en duurzaamheid (exploitatie) scoren een stuk minder. De verouderde portefeuille is hier voor een groot deel debet aan. De zalen zijn grotendeels wel functioneel. In onderstaande tabel zijn de resultaten per accommodatiesoort weergegeven.
Gymzaal Sportzaal Sporthal
Aantal Totaal 33 6 8 47
Aantal <57 punten 3 0 0 3
Aantal 57-63 punten 14 0 0 14
Aantal 63-69 punten 12 3 2 17
Aantal >69 punten 4 3 6 13
De accommodaties zijn op basis van eindscore ingedeeld in vier categorieën. Per categorie geldt een algemeen advies. Dit betekent overigens niet dat er bij de twee best scorende categorieën weinig tot niets hoeft te gebeuren. De accommodaties blijven weliswaar langer functioneel, maar moeten nog steeds Bij < 57 punten: binnen 5 jaar renovatie of nieuwbouw worden verduurzaamd. Ook qua veiligheid Bij 57 – 63 punten: binnen 5 – 10 jaar renovatie of nieuwbouw en binnenmilieu valt hier nog een en ander Bij 63 – 69 punten: binnen 10 – 20 jaar renovatie of nieuwbouw aan te verbeteren. Waar de verbeteringen Bij > 69 punten: na 20 jaar of langer renovatie of nieuwbouw precies zitten verschilt per accommodatie. Wat betreft veiligheid van de accommodaties kan verder worden aangegeven dat alle accommodaties beschikken over een gebruiksvergunning en de wettelijke veiligheidsmaatregelen. Bij een aantal accommodaties zijn er echter aandachtspunten met betrekking tot dit onderwerp die weliswaar niet wettelijk verplicht zijn, maar de veiligheid wel ten goede komen. Denk hierbij aan uitstekende delen, het toepassen van veiligheidsglas etc. Er bestaat daarnaast een duidelijke relatie tussen de hoogte van de score en het bouwjaar van het pand, dit is weergegeven in onderstaande tabel. In de regel geldt dat hoe ouder het bouwwerk is des te lager het scoort.
Vaak zijn er (meerdere) uitgangspunten met betrekking tot veiligheid en functionaliteit en is het niet eenvoudig, zo niet vrijwel onmogelijk, deze accommodaties aan te passen naar de huidige standaarden. Nieuwbouw is in een dergelijk geval meer voor de hand liggend.
Score naar bouwjaar 100,0 90,0 80,0 70,0 60,0 50,0 40,0 1920
1940
1960
1980
2000
2020
De rapporten per accommodatie zijn te ontsluiten via: https://www.hevo-quickscan.nl/report/HK1LQ3K V. Een overzicht van de objecten en score zijn opgenomen als bijlage 4.
Akoestiek In het onderzoek van HEVO is de akoestiek van de gebouwen alleen visueel beoordeeld. Er is hierbij gekeken naar de toegepaste binnengevelmaterialen, maar er is geen geluidsmeting uitgevoerd. In aanvulling op het HEVO-onderzoek hebben wij bij vier accommodaties, die een representatieve weergave vormen van de totale portefeuille, een akoestisch onderzoek (middels geluidsmeting) laten uitvoeren door ‘het geluidBuro’. Uit dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat de Haarlemmermeerse binnensportaccommodaties niet voldoen aan de door de NOC-NSF en KVLO3 gestelde normen (niet wettelijk) voor nagalmtijd. Dit is op te lossen door het aanbrengen van geluidsabsorberend materiaal. Een afschrift van dit rapport is als bijlage 9 bij dit rapport gevoegd. Er is geen kostenspecificatie opgesteld maar afgaande op eerdere ervaringen bedraagt de investering ongeveer € 28.000 (exc. BTW) per gymzaal. Dit bedrag zal voor de sportzalen en sporthallen hoger liggen.
2.3 Beleidsmatige prestaties Het feitelijke gebruik van binnensportaccommodaties is goed te meten. Voor de gemeente is de bezettingsgraad van de accommodaties een belangrijk criterium in de algehele prestatiebeoordeling. Zoals aangegeven worden de accommodaties zowel in het kader van bewegingsonderwijs als door verenigingen gebruikt. Het totale gebruik bepaalt de bezetting van de accommodatie. In de regel gebruiken de scholen de gebouwen overdag. Het einde van de middag, begin van de avond en het weekend zijn het de verenigingen die de gebouwen gebruiken.
3
Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding
In het beoordelingskader is een norm voor de bezettingsgraad en het aantal bezoekers per week opgenomen. De norm is als volgt: Bezoekers per Bezettingsgraad week norm norm minimaal minimaal Gymzaal >25% 400 Sportzaal >50% 400 Sporthal >35% 1000 Categorie
Dit betekent dat een gymzaal minimaal 25% van de beschikbare tijd bezet is om te voldoen aan de norm. Het aantal uren gebruik is afgezet tegen de maximale bezetting. De maximale bezetting is van 9:00-23:00 uur. Dit is 14 uur per dag en daarmee 14 uur x 365 dagen is 5.096 uur op jaarbasis = 100%. Omdat het aantal bezoekers per week moeilijk te meten is concentreren we ons in dit onderzoek op de bezetting.
Cijfers Haarlemmermeer Van de 33 gymzalen hebben er 21 een bezetting boven de norm. Er is geen directe verklaring voor de accommodaties die onder de norm zitten. Een deel hiervan bevindt zich in een kleinere kern waar de vraag vanuit zowel onderwijs als het verenigingsleven lager ligt. Ook een aantal geschakelde gymzalen (aan elkaar gelegen maar niet als een geheel te gebruiken) laten lagere bezettingsgraden zien. Bij de sportzalen zijn de bezettingspercentages beter maar alle zalen liggen onder de norm van 50%. Met de aparte zaaldelen (die ook apart verhuurd kunnen worden) is in de berekening geen rekening gehouden. Was dit wel gedaan dan zou de bezetting nog lager uitkomen. Het lijkt erop dat de norm uit het beoordelingskader te ruim is. De sporthallen laten weer een tegenovergesteld beeld zien. Hier wordt bij elke hal de norm gehaald en is de gemiddelde bezetting 58%. Hier lijkt de norm van 35% wat te mager. Ook hier is geen rekening gehouden met flexibel in te delen zalen. Zie onderstaande tabel en bijlage 6 voor het uitgebreide overzicht per accommodatie. Bezetting op of boven norm
Aantal
Bezetting onder Bezetting norm gemiddeld
Gymzaal Sportzaal Sporthal
33 6 8
21 0 8
12 6 0
Totaal
47
29
18
27% 38% 58%
Tevredenheid gebruikers Een van de richtlijnen voor het beoordelen van de beleidsmatige richtlijnen is de meting van de tevredenheid van de gebruiker. Ten behoeve van het Mulier-rapport uit 2019 heeft voor de laatste keer een meting van de tevredenheid plaatsgevonden. Dit is hierna niet meer gebeurd. In dit rapport zijn geen aanvullende bevindingen op dit vlak.
3. Behoefte(ontwikkeling) De behoefte aan binnensportaccommodaties binnen Haarlemmermeer verandert voortdurend. De snelle bevolkingsgroei, die vooral wordt veroorzaakt door een aantal grootschalige woningbouwprojecten, is hierin de belangrijkste factor. Maar ook andere demografische ontwikkeling zoals vergrijzing spelen een rol. In dit hoofdstuk beschrijven we de ontwikkeling van het inwoneraantal in Haarlemmermeer en koppelen hier, op grond van de referentienorm uit het Beoordelingskader, de behoefte aan binnensportaccommodaties aan. Daarnaast brengen we de behoefte aan zaaldelen in beeld vanuit het (bewegings)onderwijs. Tot slot blikken we terug op een eerdere behoefteprognose van het instituut Mulier.
3.1 Bevolkingsgroei Haarlemmermeer Voor de komende jaren staat de realisatie van grote aantallen nieuwbouwwoningen op de planning. In deze rapportage gaan we uit van de planning per 1 januari 2022: een toename van ruim 37.000 woningen tot 2050. Het grootste deel van de nieuwbouw komt in Hoofddorp met ruim 22.000 woningen, gevolgd door Nieuw-Vennep met ruim 5.600 woningen, Cruquius met ruim 3.800 woningen en Lisserbroek met bijna 3.500 woningen. Of alle bouwplannen en de fasering conform de planning van januari 2022 ook daadwerkelijk wordt gehaald hangt af van veel factoren, zoals stikstofvergunningen, bouwkosten, capaciteit van de ambtelijke organisatie en (financiële) bijdragen vanuit het Rijk. Een aantal woningbouwprojecten zijn hierdoor onzeker geworden. De cijfers van na 2030 moeten daarom als indicatief beschouwd worden, dat is namelijk de behoefte als alle planontwikkeling doorgang vindt in de geplande fasering. De woningbouwplannen zullen resulteren in een flinke toename van het aantal inwoners. Met de huidige planning groeit het aantal inwoners van ruim 159.000 in 2022 naar meer dan 240.000 in 2050. De helft hiervan woont in Hoofddorp. Dit is nu ook al het geval. Aantal inwoners op basis van planning woningtoename per 1 jan 2022 Prognose Inwoneraantal 2022 2025 2030 2035
2040
Hoofddorp
78.633
82.025
95.644
101.570
108.291
115.566
122.314
Nieuw-Vennep
31.475
32.704
35.405
40.147
43.782
44.071
44.418
Badhoevedorp
13.461
15.097
17.012
17.370
17.376
17.417
17.485
Lisserbroek
3.421
3.391
6.500
10.427
12.581
12.924
12.740
Zwanenburg
7.935
8.134
8.190
8.182
8.227
8.246
8.274
Overige kernen
24.509
25.948
30.122
33.148
35.132
35.039
35.013
Totaal Haarlemmermeer
159.434
167.299
192.873
210.844
225.389
233.263
240.244
2045
2050
In bijlage 7 is de prognose van de woningbouwontwikkeling en inwoneraantallen van alle kernen/wijken verzameld. De behoefte aan binnensportaccommodaties drukken we uit in het aantal zaaldelen. Een gymzaal bestaat uit één zaaldeel, een sportzaal uit twee en een sporthal uit drie zaaldelen. De behoefte kunnen we op twee manieren in beeld brengen: op basis van de referentienorm uit het Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP en op basis van de leerlingenprognoses. Daarnaast kijken we aanvullend naar het rapport van het Mulier instituut dat in 2019 is opgeleverd. Op grond van deze drie invalshoeken trekken we een conclusie over de toekomstige behoefte aan zaaldelen.
3.2 Behoefte aan zaaldelen aan de hand van de referentienorm De sportaccommodaties zijn van belang voor de sportverenigingen of gebruik door particulieren zoals yoga of verdedigingssporten ten behoeve van onze ambitie in ons sportbeleid ‘Met sport en bewegen positief gezond’. We rekenen door wat de behoefte aan sportaccommodaties is aan de hand van de referentienorm uit het beoordelingskader voor binnensportaccommodaties. In deze referentienorm zit ook bewegingsonderwijsbehoefte gevat. Het is dus een ‘verzamelnorm’ voor het totaal aan normatieve behoefte voor binnensportaccommodaties. In het Beoordelingskader is voor sportaccommodaties als referentienorm voor binnensport (gymzalen, sportzalen en sporthallen) 0,8 m² per woning opgenomen. Volgens het Beoordelingskader moet deze norm nog worden
omgerekend naar het aantal inwoners. Daarvoor hanteren we de volgende rekenregel: 0,8 m² gedeeld door de gemiddelde woningbezetting van de woonkern * inwoners van de woonkern. De gemiddelde woningbezetting varieert echter sterk in Haarlemmermeer. In Hoofddorp Centrum wonen gemiddeld 2,12 mensen per woning. Dit is de laagste woningbezetting in Haarlemmermeer. Getsewoud Noord heeft de hoogste woningbezetting met gemiddeld 2,89 personen per woning. Zie bijlage 8 voor de gemiddelde woningbezetting per kern en in de wijken van Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Het voert te ver voor deze analyse om voor elke kern/wijk de specieke woningbezetting te hanteren, maar voor specifieke casussen kan dit wel relevant zijn. In deze analyse rekenen we met het gemiddelde voor heel Haarlemmermeer: 2,44 inwoners per woning. Om de vierkante meters vervolgens om te rekenen naar zaaldelen nemen we als norm 500 m² per zaaldeel. Dit is groter dan de gebouwgrootte van een gymzaal (455 m² volgens de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Haarlemmermeer). Dit doen we om een evenwicht te vinden tussen de grootte van zaaldelen in de verschillende type accommodaties. Een sportzaal heeft doorgaans een oppervlak van 1200 m² (voor 2 zaaldelen) en sporthal van 2000 m² (voor 3 zaaldelen). Daarnaast is de standaardgrootte van een nieuwe gymzaal 500 m². Bovenstaande leidt tot onderstaande behoefte.
In de kolom ‘aanbod’ staat tussen haakjes de voorlopig geplande, nog te realiseren zaaldelen: Haarlemmermeer Aalsmeerderbrug, Oude meer, Rijk, Rozenburg Abbenes Badhoevedorp Beinsdorp Boesingheliede Buitenkaag Burgerveen, Leimuiderbrug, Weteringbrug Cruquius Haarlemmerliede Halfweg Hoofddorp Lijnden Lisserbroek Nieuw-Vennep Rijsenhout Spaarndam Vijfhuizen Zwaanshoek Zwanenburg
2022
2025
2030
2035
2040
2045
2050
aanbod
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0
0,8 8,8 0,6 0,1 0,3
0,8 9,9 0,6 0,1 0,3
0,8 11,2 0,6 0,1 0,3
0,8 11,4 0,6 0,1 0,3
0,8 11,4 0,6 0,1 0,3
0,8 11,4 0,6 0,1 0,3
0,8 11,5 0,6 0,1 0,3
1 4 0 0 1
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0
1 0,2 1,7 51,6 0,6 2,2 20,6 2,8 2,3 3,1 1,4 5,2
1,7 0,2 1,8 53,8 0,6 2,2 21,4 2,8 2,3 3,3 1,4 5,3
4,5 0,3 1,8 62,7 0,6 4,3 23,2 2,8 2,3 3,2 1,4 5,4
6,5 0,3 1,8 66,6 0,6 6,8 26,3 2,9 2,3 3,2 1,4 5,4
7,7 0,3 1,8 71 0,6 8,2 28,7 2,9 2,3 3,3 1,4 5,4
7,5 0,3 1,8 75,8 0,6 8,5 28,9 2,9 2,3 3,3 1,4 5,4
7,4 0,3 1,8 80,2 0,6 8,4 29,1 3 2,3 3,3 1,4 5,4
1(+3) 1 1 38(+4) 0 1(+3) 15(+3) 1 2 1 1 3
Eindtotaal Haarlemmermeer
105
110
126
138
148
153
158
71(+13)
Hoofddorp HFD Bornholm HFD Centrum HFD Floriande Oost HFD Floriande West HFD Graan voor Visch HFD GvV Zuid - Stationskwartier HFD Omgeving HFD Overbos HFD Pax HFD Toolenburg HFD Toolenburg Zuid-TudorparkNassaupark totaal hoofddorp
2022 5,1 8,9 5,3 6,7 2,7 0 0,6 6,6 3,4 9,7
2025 5 10,4 5,1 6,6 2,6 0 0,6 6,5 3,4 9,6
2030 5,1 17,2 5 6,5 2,6 0,1 0,6 6,4 3,4 9,5
2035 5,3 19,5 5 6,4 2,6 1 0,6 6,4 3,4 9,5
2040 5,3 22,6 5 6,5 2,7 2 0,6 6,4 3,4 9,6
2045 5,4 25,9 5,1 6,6 2,7 3 0,6 6,5 3,5 9,7
2050 5,4 29,1 5,1 6,7 2,7 3,7 0,6 6,5 3,5 9,8
aanbod 3 5 10 0 1 0 0 3 8 8
2,6
4
6,3
7
6,9
6,9
7
0(+4)
52
54
63
67
71
76
80
38(+4)
Nieuw-Vennep NV Centrum NV Getsewoud Noord NV Getsewoud Zuid NV Linquenda NV Omgeving (+NVWest) NV Welgelegen (+Bols Pionier)
2022 3,7 5,1 5,8 2,5 0,6 2,9
2025 4,2 5 5,7 2,5 0,7 3,4
2030 4,6 4,9 5,6 2,5 0,9 4,8
2035 4,6 4,9 5,6 2,5 2,8 6
2040 4,6 4,9 5,7 2,5 5,2 5,8
2045 4,6 5 5,8 2,5 5,3 5,7
2050 4,6 5,1 5,9 2,5 5,4 5,7
aanbod 1 5 0 2 0(+3) 7
totaal Nieuw-Vennep
21
21
23
26
29
29
29
15(+3)
Conclusie behoefte obv referentienorm 0,8m²/woning De rekenexercitie op basis van de referentienorm 0,8 m² per woning geeft een beeld dat er sprake is van een groot tekort. Zowel nu als in de toekomst. Volgens deze berekening loopt het tekort aan zaaldelen op van 34 zaaldelen in 2022 naar 74 zaaldelen in 2050. Deze groei wordt veroorzaakt door de voorziene bevolkingsgroei. Volgens de referentienorm zien we vooral tekorten in de kernen en wijken waar veel nieuwbouw gepland is: Badhoevedorp, Cruquius, Hoofddorp (Centrum, Graan voor Visch Zuid, de Parken), Lisserbroek en Nieuw-Vennep. De geplande binnensportaccommodaties in deze kernen lijken hiervoor niet voldoende oplossing te bieden. Maar ook in Halfweg, Rijsenhout, Vijfhuizen en Zwanenburg is de behoefte opmerkelijk groter dan het aanbod. Ook in Spaarndam en Zwaanshoek is dit het geval maar hier betreft het minder dan een zaaldeel. Alleen in de kleine kernen Abbenes, Buitenkaag, Haarlemmerliede en de wijken Pax en Welgelegen is het aanbod aan zaaldelen voldoende. In de kleine kernen Aalsmeerderbrug, Oude Meer, Rijk, Rozenburg, Beinsdorp, Boesingheliede, Burgerveen, Leimuiderbrug, Weteringbrug en Lijnden ligt de behoefte op grond van bovenstaande formule tussen de 0,1-0,6 zaaldeel. Het ontbreekt in deze kernen echter aan een gymzaal, sportzaal of sporthal.
Vanuit het onderwijs gezien is dit geen probleem omdat er geen scholen aanwezig zijn in deze kernen. De inwoners van deze kernen moeten voor hun binnensportactiviteiten uitwijken naar accommodaties buiten hun woonkern. Hoewel bij enkele accommodaties van tijd tot tijd roosteruitdagingen bestaan, is er op dit moment geen sprake van enorme knelpunten in de bezetting. Bij enkele sporthallen is ook sprake van een grotere vraag dan er aanbod is, en dan met name in het winterseizoen. De gymzalen en sportzalen kennen minder roosteruitdagingen. De referentienorm lijkt hierdoor aan de ruime kant te zijn.
3.3 Behoefte aan zaaldelen op onderwijsniveau De gemeente heeft de wettelijke taak om te voorzien in sportaccommodaties ten behoeve van bewegingsonderwijs. Op basis van de leerlingenprognose, die jaarlijks wordt opgesteld en ook de basis vormt voor het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP), wordt berekend hoeveel klokuren bewegingsonderwijs nodig zijn voor zowel (speciaal) basisonderwijs als (speciaal) voortgezet onderwijs. In dit rapport is de behoefte aan klokuren omgerekend naar de behoefte aan zaaldelen uitgaande van maximale capaciteit van 26 klokuren per zaaldeel4. Dat betekent dat er voor elk blok van 26 uur met 1 zaaldeel gerekend is: dus voor 0-26 klokuren is 1 zaaldeel nodig, voor 27-52 klokuren zijn 2 zaaldelen nodig, voor 53-78 klokuur zijn 3 zaaldelen nodig et cetera. Bij deze doorrekening is het van belang om te melden dat in de meest recente leerlingenprognose (2022) rekening is gehouden met de toename van het aantal leerlingen als gevolg van de woningbouwplannen, met uitzondering van het Stationsgebied en Hoofddorp Noord. De toekomstige groei is meegenomen bij de bestaande scholen. In onderstaande doorrekening zijn dus de klokluren van eventueel nieuw geplande scholen niet los inzichtelijk.
Behoefte aan klokuren / zaaldelen bewegingsonderwijs op de bestaande scholen (bo, sbo, vo, svo) Prognose klokuren Prognose zaaldelen huidig 2023 2025 2030 2035 2040 2023 2025 2030 2035 2040 aanbod Abbenes 3 4,5 6 7,5 9 1 1 1 1 1 1 Badhoevedorp 60 62 75 84 86 3 3 3 4 4 4 Buitenkaag 3 3 3 3 3 1 1 1 1 1 1 Cruquius 36 36 38,3 40,5 45 2 2 2 2 2 1(+3) Haarlemmerliede 3 3 3 3 3 1 1 1 1 1 1 Halfweg 10,5 10,5 9 12 12 1 1 1 1 1 1 4
Dit is vastgelegd in de gemeentelijke verordening onderwijshuisvesting Haarlemmermeer
Spaarndam Hoofddorp Bornholm Hoofddorp Floriande Hoofddorp Graan voor Visch Hoofddorp centrum (incl. Oost, Noord Hoofddorp Overbos Hoofddorp Pax Hoofddorp Toolenburg Hoofddorp Zuid Lisserbroek Nieuw-Vennep Getsewoud Nieuw Vennep Linquenda Nieuw-Vennep Welgelegen Nieuw-Vennep centrum (incl. West + ZO) Rijsenhout Vijfhuizen Zwaanshoek Zwanenburg
10,5 29 276 8 94 42 202 225 23,3 11 65 15 199 18 11 16,5 6 29
10,5 27 275 8 101 42 200 221 23,3 11 63 15 194 21 11 16,5 6 30
10,5 30 274 9 122 47 200 232 25,5 29 66 16,5 190 24 11 16,5 6 30
9 33 292 9 128 50 208 241 27,8 41 74 18 212 24 14 16,5 7,5 32
9 35 315 9 134 50 221 254 30 44 81 18 240 25,5 14 16,5 7,5 33
1 2 11 1 4 2 8 9 1 1 3 1 8 1 1 1 1 2
1 2 11 1 4 2 8 9 1 1 3 1 8 1 1 1 1 2
1 2 11 1 5 2 8 9 1 2 3 1 8 1 1 1 1 2
1 2 12 1 5 2 8 10 2 2 3 1 9 1 1 1 1 2
1 2 13 1 6 2 9 10 2 2 4 1 10 1 1 1 1 2
Totale behoefte klokuren en zaaldelen bewegingsonderwijs
1.396 1.394 1.473 1.587 1.695
67
67
69
74
79 71(+13)
Voldoende aanbod In Abbenes, Badhoevedorp, Buitenkaag, Haarlemmerliede, Halfweg, Rijsenhout, Vijfhuizen, Zwaanshoek en in de wijken Nieuw-Vennep Centrum en Graan voor Visch in Hoofddorp is het aanbod aan accommodaties voldoende voor het bewegingsonderwijs. Aanbod overschot Duidelijk is dat Zwanenburg, Spaarndam, de wijken Overbos en Bornholm in Hoofddorp en de wijk Linquenda in Nieuw-Vennep allen 1 zaaldeel meer hebben dan de komende jaren nodig is voor het bewegingsonderwijs. De scholen zijn echter niet de enige gebruikers van de accommodaties. Ook kan het voorkomen dat een school uit een naastgelegen wijk gebruik maakt van de zaal. Hiervoor geldt wel een afstandscriterium, deze is uitgewerkt in de verordening. Ook in de wijk Getsewoud in Nieuw-Vennep is sprake van een overaanbod van één zaaldeel. Dit extra zaaldeel is naar verwachting in de toekomst wel weer nodig voor bewegingsonderwijs als gevolg van de geplande woningbouw in Nieuw-Vennep West. De gedachte is dat de geplande nieuwe scholen en sporthal in Nieuw-Vennep West pas gebouwd gaan worden als de capaciteit op de scholen en gymzalen in Getsewoud benut is.
Tekort zaaldelen op korte termijn Op basis van de klokuren prognose zien we al voor 2023 een tekort van 1 zaaldeel in Cruquius, Floriande, Toolenburg, Hoofddorp Zuid en in de wijk Nieuw-Vennep Welgelegen.Voor Toolenburg zal dit richting 2025 opgelost worden met de bouw van de gymzaal in Nassaupark en sporthal in Lincolnpark. Deze nieuwe accommodaties zijn al in een vergevorderd stadium van planontwikkeling. Voor Cruquius staat weliswaar een sporthal in de planning maar die zal niet op korte termijn gerealiseerd zijn omdat deze afhankelijk is van voortgang van de woningbouw in Cruquius. Voor Cruquius, Floriande, Hoofddorp Zuid en Welgelegen zullen we moeten nagaan welke oplossingen op korte termijn mogelijk zijn in bestaande accommodaties of dat er nieuwbouw nodig is. Voor het tekort aan zaaldelen in Welgelegen in Nieuw-Vennep kan een oplossing worden gevonden in het overschot in andere wijken. Of dit voldoende is in de toekomst moet worden afgewogen. Tekort zaaldelen op langere termijn Voor Hoofddorp Centrum, Pax en Lisserbroek gaat pas op langere termijn een tekort aan zaaldelen ontstaan. Voor Hoofddorp Centrum gaat het rond 2040 om een klein tekort aan zaalruimte voor zo’n 1 à 2 klokuren bewegingsonderwijs per week. Voor de scholen in deze wijk zullen we dus de komende tijd in de gaten moeten houden welke oplossingen er zijn voor hun bewegingsonderwijs.
Voor Lisserbroek lost de sporthal die in de planning staat het tekort op. Voor de wijk Pax moet opgemerkt worden dat het Hoofdvaart college bij gereedkomen van hun
2 3 10 1 5 3 8 8 0 (+4) 1(+3) 5 2 7 1(+3) 1 1 1 3
nieuwe locatie de sportaccommodatie aan de Steve Bikostraat verlaat. Mogelijk bied dit een oplossing voor de langere termijn. Conclusies bewegingsonderwijs Op grond van bovenstaande tabel kunnen we globaal concluderen dat het huidige aanbod voor het bewegingsonderwijs aardig passend is, en op sommige plekken zelfs een overschot bestaat. Na 2030 zal een tekort aan zaaldelen ontstaan dat oploopt tot 8 zaaldelen in 2040. Maar hierin zijn de geplande binnensportaccommodaties voor de nieuwbouwwijken Lisserbroek (3 zaaldelen)5, Nieuw-Vennep West (3 zaaldelen), Cruquius (3 zaaldelen), Hoofddorp Lincolnpark (3 zaaldelen) en de gymzaal in Nassaupark (1 zaaldeel) nog niet meegenomen. Deze 13 geplande zaaldelen zullen het tekort oplossen in Cruquius, Toolenburg en Lisserbroek. Opgemerkt wordt dat de geplande woningbouw in de stationsomgeving van Hoofddorp (Stationskwartier en Graan voor Visch Zuid) en Hoofddorp Noord nog niet in het IHP 2022 zijn opgenomen. Onduidelijk is nog welke zaalbehoefte deze woningbouwontwikkkeling met zich mee brengt. Wel kan worden geconcludeerd dat dit een aanvullende ruimtebehoefte zal opleveren.
3.4 Mulierrapport, april 2019 Het Mulier Instituut heeft in april 2019 een prognose opgesteld voor de binnensport aan de hand van draagvlakcijfers uit de Planologische Kengetallen. Deze draagvlakcijfers houden rekening met de omvang en de samenstelling van de bevolking om het aantal benodigde sporthallen en sportzalen te bepalen. Het rapport houdt geen rekening met (veranderingen in) de lokale sportdeelname of het accommodatiegebruik. Het Mulierrapport is destijds uitgegaan van een bevolkingsgroei die lager ligt dan de bevolkingsgroei die past bij de woningbouwplanning van januari 2022 (zie onderstaande tabel). Inmiddels is het rapport daardoor op onderdelen achterhaald maar omdat het toch een bron van informatie is, halen we het rapport kort aan.
Mulier heeft de prognose aan behoefte doorgerekend naar een bandbreedte aan zaaldelen voor heel Haarlemmermeer. Zaal delen volgens:
Mulier minimaal
Mulier maximaal
2025
89,2
115,2
110
Klokuren bewegings onderwijs 67
2035
91,5
118
138
74
Referentienorm 0,8 m2/woning
5 Genoemde zaaldelen zijn indicatief. Voor Lincolnpark en Nassaupark staan deze wel vast.
Als we dit vergelijken met de referentienorm en de leerlingenprognoses dan zien we dat de prognose van Mulier voor 2025 overeenkomt met de berekening op basis van de referentienorm 0,8 m²/woning. De behoefte volgens de rekenmethode van Mulier is echter veel groter dan de behoefteprognose op basis van de prognose aan klokurenbehoefte voor het bewegingsonderwijs. Voor 2035 is de prognose van Mulier lager dan de prognose op basis van de referentienorm maar hoger dan de prognose voor het bewegingsonderwijs. Vergelijking met andere gemeenten In het Mulierrapport wordt een norm aangehouden van 1 sporthal per 25.000 mensen. Deze norm wordt in Haarlemmermeer gehaald. Vanuit beleid bezien is de norm van 1 sporthal per 25.000 echter aan de lage kant. Amsterdam hanteert deze norm ook, maar veel andere grote steden zitten al een stuk lager (zo hanteert Utrecht 1 sporthal per 17.500 inwoners). Een aandachtspunt in de gemeente Haarlemmermeer is onder andere de meer seizoensgebonden binnensporten zoals hockey en korfbal. Deze verenigingen moeten creatief zijn met het vinden van ruimte (bijvoorbeeld door een eigen blaashal). De ‘echte’ binnensporten zoals basketbal, volleybal en badminton hebben namelijk (logischerwijs) voorrang op de seizoensgebonden binnen sporters zoals hockey en korfbal.
De norm van 1 sporthal op 25.000 inwoners is minimaal nodig om aan de vraag van de inwoners te voldoen. Een ruimere norm zou meer ruimte bieden voor flexibiliteit en groei van de huidige gebruikers, ook zouden de seizoensgebonden binnensporten beter en meer gebruik kunnen maken van de gemeentelijke binnensportaccommodaties.
4. Conclusies De analyse van de accommodaties en de analyse van de behoefte aan zaaldelen leiden tot een aantal conclusies. Die brengen we in dit hoofdstuk samen. Deze conclusies vormen de basis voor de optimalisatievoorstellen.
4.1 Analyse Accommodaties Financieel Er bestaat geen zichtbaar duidelijke relatie tussen de hoogte van de onderhoudskosten en het bouwjaar van de accommodaties. De (zeer) nieuwe accommodaties vormen hierop een uitzondering. Op de meeste gebouwen rust nog een boekwaarde, hetzij gering. Voor 11 panden ligt deze onder de € 50.000. Alle accommodaties in eigendom worden kostprijsdekkend verhuurd. Deelconclusies: uit de financiële analyse zijn geen grote bijzonderheden geconstateerd; van de 44 panden in (economisch) eigendom zijn er 17 met een boekwaarde lager dan € 50.000. Bij keuze voor renovatie of nieuwbouw is de afboeking op de boekwaarde daarmee gering. Technisch Door HEVO is een quickscan uitgevoerd van alle gymzalen, sportzalen en sporthallen in de gemeente Haarlemmermeer. Hierbij zijn de uitstraling, bouwkundige staat, veiligheid, binnenmilieu, exploitatie en (onderwijskundige) functionaliteit beoordeeld. Dit heeft geleid tot een totaalscore per object waarbij is geadviseerd op welke termijn renovatie of nieuwbouw plaats zou moeten vinden. Daarnaast heeft een aanvullend onderzoek plaatsgevonden naar de akoestiek van de binnensportaccommodaties.
Deelconclusies: HEVO adviseert voor 3 gymzalen renovatie/ nieuwbouw binnen 5 jaar; HEVO adviseert voor 14 gymzalen renovatie/ nieuwbouw binnen 10 jaar; alle accommodaties zullen (hetzij kleinschalig) op enigerlei wijze aangepast moeten worden om te voldoen aan de duurzaamheidseisen uit het klimaatakkoord; de akoestiek van vrijwel alle accommodaties voldoet niet aan de eisen van NOC-NSF of de KVLO. Beleidsmatig Voor de beoordeling van het beleidsmatige prestaties van de accommodaties hebben we ons gefocust op de bezetting. De norm uit het beoordelingskader is verschillend voor gymzalen, sporthallen en sportzalen. Deelconclusies: alle sporthallen zitten boven de bezettingsgraadnorm van 35%, de gemiddelde bezetting is met 58% zeer goed te noemen; alle sportzalen zitten onder bezettingsgraadnorm van 50%, deze bedraagt 38%; van de 33 gymzalen zit de bezetting van 21 op of boven de norm van 25%, 12 zitten hieronder. Van deze 12 bevindt de helft zich in een kleine kern en zijn daar de enige binnensportaccommodatie; de gemiddelde bezetting van de Haarlemmermeerse gymzalen is 27%; de norm voor bezettingsgraad bij sportzalen lijkt te hoog te zijn vastgesteld, die van sporthallen te laag. De norm voor gymzalen lijkt redelijk.
4.2 Analyse Behoefte Door de vele woningbouwontwikkelingen zal de bevolking in de Haarlemmermeer tot 2050 toenemen met ongeveer 50%. Hierdoor stijgt ook de vraag naar maatschappelijke voorzieningen, waaronder accommodaties voor binnensport. De behoefte nu en in de toekomst is op drie manieren onderzocht en in beeld gebracht: aan de hand van de referentienormen uit het beoordelingskader, op basis van leerlingenprognoses en door te kijken naar het Mulier rapport. De referentienorm uit het beoordelingskader Volgens het beoordelingskader is per woning 0,8 m² nodig aan binnensportaccommodatie. De normbehoefte is vervolgens vertaald naar zaaldelen en uitgesplitst naar kern en wijk. Ook is gekeken naar de toekomstige behoefte. Deelconclusies:
-
op grond van de referentienorm is er zowel nu als in de toekomst een aanzienlijk tekort aan accommodaties. Het tekort is nu 34 zaaldelen en loopt op naar 74 in 2050; het tekort is gemeentebreed. Grote tekorten doen zich vooral voor in de kernen waar gebiedsontwikkelingen gaande zijn; de referentienorm van 0,8 m² per woning lijkt (veel) te hoog. In de praktijk zijn er op dit moment geen nijpende tekorten bekend.
Leerlingenprognoses Deelconclusies: grofweg zien we dat het aanbod zaaldelen samen met het geplande aanbod wel passend is voor het bewegingsonderwijs. Alleen voor Cruquius en de wijken Floriande, Hoofddorp Zuid en Nieuw-Vennep Welgelegen is er op papier op dit moment een tekort; het tekort aan zaaldelen voor bewegingsonderwijs in Hoofddorp Centrum en Pax gaat pas rond 2040 spelen. Daarbij moet nog wel de behoefte aan bewegingsonderwijs vanuit de stationsomgeving (Graan voor Visch Zuid en Stationskwartier) in beeld gebracht worden. Mulier rapport Deelconclusies: de prognose van Mulier voor 2025 past bij de berekening op basis van de referentienorm 0,8 m²/woning maar ligt veel hoger dan de prognose voor bewegingsonderwijs; voor 2035 is de prognose van Mulier veel lager dan de prognose op basis van de referentienorm maar veel hoger dan de prognose voor het bewegingsonderwijs. Vanuit beleid bezien is de norm van 1 sporthal per 25.000 aan de lage kant, mede vanwege verschillende seizoensgebonden binnensporten. Een ruimere norm zou meer ruimte bieden voor flexibiliteit en groei van de huidige gebruikers.
4.3 Conclusies per kern Halfweg en Zwaanshoek hebben elk een gymzaal, maar de behoefte in Halfweg ligt de komende jaren op 1,8, dus bijna op 2 zaaldelen en in Zwaanshoek op 1,4. De gymzalen in de beide kernen zijn de komende jaren wel ruim voldoende om in het bewegingsonderwijs te voorzien. Voor Spaarndam geldt hetzelfde: de 2 zaaldelen in het dorp zijn volgens de rekenmethode iets te weinig maar voor de behoefe aan bewegingsonderwijs ruim voldoende. De kernen Rijsenhout, Vijfhuizen en Zwanenburg hebben volgens de rekenmethode een tekort van 2 zaaldelen. Maar ook in deze kernen geldt dat het aanbod aan zaaldelen voldoende is voor de behoefte vanuit het bewegingsonderwijs. In Zwanenburg heeft een sportvereniging ook aangegeven dat er behoefte is aan meer ruimte. Dit lossen zij nu deels op door uit te wijken naar Amsterdam. Op dit moment wordt onderzocht of kleine aanpassingen aan de sporthal ervoor kunnen zorgen dat de vereniging beter uit de voeten kan. Ook voor Lisserbroek geldt dat het huidige aanbod aan zaaldelen nu al tekort is ten opzichte van de rekenkundige behoefte. In Lisserbroek staat 1 gymzaal. Deze zaal is wel voldoende voor het bewegingsonderwijs. Met de bouw van de woningen in Lisserbroek zal de gymzaal te zijner tijd vervangen worden door een sporthal.
Deze hal zal de behoefte aan bewegingsonderwijs wel gaan accommoderen, maar lang niet toereikend zijn voor totale sportbehoefte volgens de referentienorm. Indien de woningbouwplannen daadwerkelijk gerealiseerd worden dan zal de behoefte volgens de referentienorm toenemen naar ruim 8 zaaldelen. Onduidelijk is of deze sportbehoefte zich in de toekomst ook gaat manifesteren omdat de referentienorm te ruim lijkt. In het dubbeldorp Lisse is een divers aanbod aan verenigingssport. De vraag is of dit aanbod samen met toekomstige sporthal toereikend is voor beide dorpen of dat er in Lisserbroek meer sportaccommodaties nodig zijn. Voor Cruquius geldt dat het huidige aanbod met één zaaldeel volgens de referentienorm past bij de huidige behoefte. Voor bewegingsonderwijs bestaat er echter reeds een tekort van een zaaldeel (voor 10 klokuren). Als de woningbouwplannen voor deze kern doorgang vinden dan zal de behoefte uitgroeien naar 4,5 zaaldelen in 2030 en 7,4 in 2050 bij de bouw van ruim 3.800 woningen. In Cruquius staat nog wel een sporthal in de planning maar daarmee is nog niet de gehele rekenkundige behoefte ingelost. Voor Badhoevedorp, Hoofddorp en Nieuw-Vennep geeft de rekenmethode aan dat het huidige aanbod aan zaaldelen al ver ondermaats is. Met de toename van het aantal woningen in deze kernen loopt het tekort nog veel verder op.