Bijlage 4 - Bestemmingsplan Haarlemmerliede Liedeweg 9 - Regels
Tekst van het document
Haarlemmerliede Liedeweg 9 Bestemmingsplan, regels 09 mei 2023
1/1
DATUM KENMERK
09-05-2023 NL.IMRO.0394.BPGhllliedeweg9‐C001
PROJECT PROJECTLEIDER
Haarlemmerliede Liedeweg 9 M.M.W. Backx, MSc
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Haarlemmermeer 20191196
AUTEUR STATUS
M.M.W. Martijn Backx, MSc vastgesteld
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk 1
4 Inleidende regels
5
Artikel 1
Begrippen
5
Artikel 2
Wijze van meten
8
Bestemmingsregels
9
Artikel 3
Gemengd
9
Artikel 4
Waarde - Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam
11
Artikel 5
Waterstaat - Waterkering
13
Hoofdstuk 3
Algemene regels
15
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
15
Artikel 7
Algemene aanduidingsregels
16
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
17
Artikel 9
Algemene wijzigingsregels
18
Artikel 10
Parkeerregels
19
Overgangs- en slotregels
20
Artikel 11
Overgangsrecht
20
Artikel 12
Slotregel
21
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
3/21
REGELS
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Haarlemmerliede Liedeweg 9 met identificatienummer NL.IMRO.0394.BPGhllliedeweg9-C001 van de gemeente Haarlemmermeer 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft 1.5 aanmeervoorziening meerpalen, voorzien van een gording. 1.6 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1.8 bedrijf een onderneming die goederen vervaardigt, bewerkt, installeert, inzamelt en/of verhandelt, evenals diverse vormen van opslag en logistiek 1.9 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak 1.10 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming 1.11 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk 1.12 bouwgrens de grens van een bouwvlak
5/21
1.13 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten 1.14 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden 1.15 cultuurhistorische waarde de fysieke overblijfselen van de historie, zowel bovengronds (gebouwde monumenten) en ondergronds (archeologie) als het cultuurlandschap met zijn historische landschapselementen als verbinding daartussen 1.16 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit 1.17 dienstverlening bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan derden, met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen. 1.18
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt 1.19 horeca een bedrijfsfunctie die is gericht op het verstrekken van logies en/of ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie 1.20 maaiveld de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een gebouw zal worden opgericht 1.21 meerpaal een paal in het water, die over het algemeen wordt gebruikt voor het aanmeren van vaartuigen 1.22 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden 1.23 peil voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te
6/21
houden waterpeil) voor een bouwwerk op een viaduct of brug: de hoogte van de kruin van het viaduct of de brug ter plaatse van het bouwwerk 1.24 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen vergoeding.
1.25 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte of locatie waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingen wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.26 steiger en beloopbare constructie, aangebracht tussen palen die in (het water) langs de oever staan. 1.27 vaartuig alle drijvende objecten, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, evenals woonschepen, glijboten en ponten
7/21
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling, alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinste is 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen 2.3 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen 2.4 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk 2.5
ondergeschikte bouwdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, dakterrasafscheidingen aan de achterzijde van dijkwoningen en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen c.q. bestemmingsgrenzen (dus niet goot- en bouwhoogten) niet meer dan 1 meter bedraagt
8/21
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Gemengd
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven tot en met categorie 2 zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. cultuur en ontspanning; c. horeca tot en met categorie 2, zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Horeca-activiteiten; d. terrassen behorende bij horeca uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'terras'; e. vergaderaccommodaties; f. behoud en bescherming van de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden en daaraan gelieerde functies; met daarbij behorend(e): g. activiteiten die de hoofdactiviteit op een perceel functioneel ondersteunen: h. verhardingen, in- en uitritten; i. groen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. aanmeervoorzieningen en steigers; l. nutsvoorzieningen; m. parkeervoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Algemeen a.
De functies zoals genoemd in 3.1 zijn uitsluitend toegestaan indien deze verenigbaar zijn met de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het fort en de omgeving; b. Per vestiging geldt een maximum van 300 m2 verhuurbare vloeroppervlakte; c. In afwijking van het bepaalde in 3.3.1 b, geldt dat de verhuurbare vloeroppervlakte voor horeca ten hoogste 150 m2 mag bedragen.
9/21
d. De maximaal toegestane verhuurbare vloeroppervlakte voor vergaderaccommodaties en cursusruimte samen bedraagt 300 m2. e. Horeca zoals genoemd in 3.1 is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan de volgende regels: 1. het betreft horeca waar in hoofdzaak etenswaren en alcoholische en niet alcoholische dranken worden verstrekt voor consumptie ter plaatse; 2. het betreft geen horeca met een parkeernorm hoger of gelijk aan 'restaurant' zoals opgenomen in de beleidsregels 'Handboek parkeernormen gemeente Haarlemmermeer 2018' van Haarlemmermeer, waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen van deze beleidsregels gedurende de planperiode. 3. Het gebruik van versterkte muziek buiten het fort is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - versterkte muziek toegestaan' . Hierbij geldt dat de boxen gericht zijn naar het westen, een maximaal opgesteld geluidvermogen van 95 dB(A) hebben en uiterlijk van 9.00 tot 23.00 uur in werking zijn. f. Ter plaatse van de aanduiding 'terras' is per aanduiding een terras behorende bij horeca mogelijk tot een oppervlakte van 100 m2 per aanduiding; g.
Cultuur en ontspanning is uitsluitend toegestaan in de vorm van: Cultuur en ontspanning Atelier Creativiteitscentrum Cursusruimte Museum 3.3.2 Ondersteunende activiteiten Activiteiten die de hoofdactiviteit op een perceel functioneel ondersteunen zijn toegestaan, met dien verstande dat: 1. de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van de verhuurbare vloeroppervlakte van de hoofdactiviteit met een maximum van 150 m²; 2. openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit; 3. de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit, met uitzondering van ondersteunende detailhandel die de hoofdactiviteit horeca functioneel ondersteunt. 3.3.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van andere functies dan bedoeld in 3.1; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, prostitutie of erotisch getinte horeca.
10/21
Artikel 4
Waarde - Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en herstel van de ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden, welke met name bestaan uit: wat betreft bebouwing en structureren in hun onderlinge samenhang: a. hoofdverdedigingslijn van dijken, kades en liniewallen met accesssen (en met bruggen) als de hoofdstructuurdrager; b. voorstellingen en voorposities met bijbehorende bouwwerken; c. kazematten, kruitmagazijnen, munitiedepots, genieloodsen, groepsschuilplaatsen en overige militaire bouwwerken; d. inundatiewerken, (dam)sluizen, duikers, hevels, kokers, peilschalen. en wat betreft de openheid van het landschap: a. schootcirkels van forten en batterijen; b. voorstellingen; c. vrij zicht op aanvalszijde en verdedigingszijde van de hoofdverdedigingslinie van dijken, kades en liniewallen met accessen; d. vrij zicht in schootscirkels rond de forten en batterijen; e. delen van karakteristieke, nog open (inundatie)gebieden. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: er mag niet worden gebouwd ten behoeve van de voor deze gronden andere aangewezen bestemming, indien als gevolg daarvan onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarde van de gronden.
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden; b. het aanplanten van bomen en/of houtgewas; c. het aanbrengen van verhardingen; d. het aanleggen van verharde en halfverharde wegen en paden; e. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik; f. het aanleggen van ligplaatsen voor vaartuigen; g. het aanbrengen van drainage; h. het aanleggen van leidingen. 4.3.2 Het in 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
11/21
i. j.
het normale onderhoud betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
4.3.3 De in artikel 4.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden.
12/21
Artikel 5
Waterstaat - Waterkering
5.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding als dubbelbestemming voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen en andere dubbelbestemmingen) tevens bestemd voor: a. de aanleg, de verbetering en het onderhoud van de waterkeringen met daaraan ondergeschikt: b. dijken en kaden; c. wegen en paden; d. parkeervoorzieningen; met (de) daarbij behorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2 Bouwregels a. In afwijking van het bepaalde bij de basisbestemmingen en de andere dubbelbestemmingen mag op deze gronden niet anders worden gebouwd dan ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering'. b. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' worden gebouwd. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' gelden de volgende regels: 1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 1 meter bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen. 5.3 Afwijken van bouwregels a.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2 lid a en toestaan dat bouwwerken worden gebouwd, welke toelaatbaar zijn op grond van het bepaalde in een andere voor die gronden aangewezen bestemmingen. b. De in 6.3 lid a genoemde vergunning wordt verleend, mits: 1. geen afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen, zoals omschreven in 6.1; 2. vooraf advies is ingewonnen van de betrokken waterbeheerder. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Indien en voor zover deze gronden samenvallen met gronden, waarvoor in andere voor die gronden aangewezen bestemmingen een omgevingsvergunning van kracht is, geldt dat de daarin genoemde werken en werkzaamheden, voor zover deze althans niet worden uitgevoerd ter realisering of instandhouding van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering', uitsluitend toelaatbaar zijn, mits: c. door die werken of werkzaamheden tevens geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen, zoals omschreven in 5.1 ; d. vooraf advies is ingewonnen van de betrokken waterbeheerder.
13/21
5.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend een gebruik ten behoeve van een basisbestemming of andere dubbelbestemming, waardoor een onevenredige afbreuk aan de waterstaatsbelangen wordt gedaan.
14/21
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
15/21
Artikel 7
Algemene aanduidingsregels
7.1 Luchtvaartverkeerzones - lib 7.1.1 Luchtvaartverkeerszone-LIB 2.2.1 Voor zover de gronden, met de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib', zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB art. 2.2.1, gelden de beperkingen met betrekking tot bebouwing en het gebruik daarvan, gesteld in artikel 2.2.1 tot en met 2.2.1.e van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”. 7.1.2 Luchtvaartverkeerszone-LIB 2.2.2 Voor zover de gronden, met de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib', zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB art. 2.2.2, gelden de beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde en objecten, gesteld in artikel 2.2.2 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”. 7.1.3 Luchtvaartverkeerszone-LIB 2.2.2.a Voor zover de gronden, met de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib', zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB art. 2.2.2a, gelden de beperkingen met betrekking tot de hoogte van objecten, gesteld in artikel 2.2.2a van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”. 7.1.4 Luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.3 Voor zover de gronden, met de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib' zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.3, gelden beperkingen met betrekking tot de vogel aantrekkende werking gesteld in artikel 2.2.3 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”.
7.1.5 Luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.4 Voor zover de gronden, met de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib' zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.4, gelden beperkingen met betrekking tot vaste laserinstallaties en de hoogte van windturbines gesteld in artikel 2.2.4 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”.
16/21
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde op de verbeelding en in deze regels voor: a. het in geringe mate aanpassen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of - intensiteit daartoe aanleiding geven; b. het in geringe mate afwijken tot ten hoogste 2 m van een bouwgrens, mits dit nodig is om het plan aan te passen vanwege een blijkbaar meetverschil tussen werkelijke toestand van het terrein en de verbeelding; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; d. het verhogen van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen met maximaal 25% ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits de totale oppervlakte van vergrotingen op dat gebouw niet meer is dan 50% van de oppervlakte van de bovenste verdiepingsvloer; e.
de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van civiele kunstwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m;
17/21
Artikel 9
Algemene wijzigingsregels
9.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
18/21
Artikel 10 Parkeerregels 10.1 Reserveren en inrichten ruimte voor parkeren, stallen, laden, lossen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of een wijziging van het gebruik van gronden of bouwwerken geldt, dat op eigen terrein in voldoende mate ruimte moet zijn gereserveerd en ingericht en in stand worden gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen met inachtneming van het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer. 10.2 Beleidsregels en peildatum Het bevoegd gezag past de in 10.1 genoemde regels toe met inachtneming van de beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 10.3 Specifieke gebruiksregels Ruimte voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik. 10.4 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1, indien: a. voor wat betreft het parkeren op eigen terrein: indien op andere wijze in voldoende mate ruimte wordt gereserveerd, ingericht en in stand wordt gehouden voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen, overeenkomstig het geldende parkeerbeleid van Haarlemmermeer; b.
voor wat betreft het in voldoende mate ruimte reserveren, inrichten en in stand houden: indien aanpassing van het (bouw)plan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte redelijkerwijs niet kan worden verlangd. 10.5 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering en inrichting van de ruimte voor het parkeren, stallen, laden en/of lossen van voertuigen, indien dit noodzakelijk is om een functionele verkeersstructuur en/of bereikbaarheid te waarborgen. De verkeersveiligheid, woon- en leefomgeving mogen niet worden aangetast.
19/21
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 sub 1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10 %. 3. Het bepaalde in 11.1 sub 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 11.2 sub 1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in 11.2 sub 1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het bepaalde in 11.2 sub 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 11.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.
20/21
Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Haarlemmerliede Liedeweg 9' van de gemeente Haarlemmermeer.
21/21