CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4.6 bij Toelichting - Natuurtoets Hoofdweg 634+640

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 4 juli 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634 - 640 (10901516)- AANGENOMEN13.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een ruimtelijkplan

projectnummer 0472403.100 definitief revisie 00 2 mei 2022

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een ruimtelijkplan projectnummer 0472403.100 definitief revisie 00 2 mei 2022

Auteur W.R. Klok

Opdrachtgever Unihorn B.V. Scharwoude 9 1634 EA SCHARWOUDE

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave

beschrijving revisie 00 definitief

gecontroleerd B.P.A.W. Franken

vrijgave

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

Inhoudsopgave Natuurtoets

2

Conclusies en advies

3

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

1 2 2 3

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

4

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Bijzonder Provinciaal landschap

4 4 5 5 6 6

3

Methodiek

8

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

8 8 9 9

4

Resultaten

10

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Bijzonder Provinciaal Landschap

10 11 11 12 17 17 17 18

5

Toetsing

20

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3

Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Overige soorten Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Effecten op Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL).

20 20 20 21 22 23 23 24 24

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

6

Bronnen

Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: opentopo via Qgis

25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

Conclusies en advies Amsterdam Realty Partners is voornemens om op de aangrenzende percelen Hoofdweg 634 en 640 in Hoofddorp woningbouw bestaand uit 246 appartementen te realiseren. Om deze reden wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. In de huidige situatie is het terrein aan de Hoofdweg 634 in gebruik door een paramedisch centrum en staat het kantoorgebouw op het terrein, aan Hoofdweg 640, leeg. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.

Conclusies: Beschermde gebieden In het plangebied is geen NNN-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Er komen ook geen beschermde gebieden (NNN, BPL of N2000-gebieden) voor binnen de invloedsfeer van het plangebied. Er is zowel van indirecte als directe aantasting van de NNN, BPL en de Natura 2000gebieden dan ook geen sprake. (Significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is daarom geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing. Zie ook . Tabel 01: Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Bijzonder Provinciaal Landschap

NNN Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Nee

Nee

Effecten?

Nee

Nee

Vereiste vervolgstappen aan de orde?

Nee

Nee

Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Ja

Ja

Natura 2000 ja Mogelijk, in gebruikersfase Uitvoeren AERIUS (2020) berekening Nog onduidelijk

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: - Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk) - Vleermuizen (mogelijke verblijfplaatsen) In Tabel 02 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

Tabel 02: Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in het plangebied?

Algemene broedvogels

Mogelijk aanwezig in de omgeving van het plangebied.

Vleermuizen

Mogelijke verblijfplaatsen in gebouwen,.

Naderonderzoek nodig?

Is sprake van een overtreding?

Nee

Nee, mits verstoring van broedvogels voorkomen wordt.

Ja

Mogelijk

Is een ontheffing nodig?

Opmerkingen

Nee

Werkzaamheden uitvoeren buiten het broedseizoen en/of maateregelen nemen (zie paragraaf 5.2.1).

Mogelijk

Voorafgaand aan de realisatie moet tijdig aanvullend onderzoek plaatsvinden naar de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het gebouw aan de Hoofdweg nummer 640.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Amsterdam Realty Partners (hierna: initiatiefnemer) is voornemens om op de aangrenzende percelen Hoofdweg 634 en 640 in Hoofddorp 246 appartementen te ontwikkelen. Op de locatie staat momenteel een leegstaand kantoorgebouw en een paramedisch centrum. Door de huidige gebouwen te slopen worden met behulp van nieuwbouw 246 appartementen gerealiseerd. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Opentopo via Qgis.

Blad 1 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

1.2

Planvoornemen Amsterdam Realty Partners is voornemens om op de aangrenzende percelen Hoofdweg 634 en 640 in Hoofddorp 246 appartementen te ontwikkelen. Op de locatie staat momenteel een leegstaand kantoorgebouw en een pand wat in gebruik is als paramedisch centrum. Om het plan te realiseren dienen beide gebouwen gesloopt te worden en struweelhagen en bomen binnen het plangebied verwijderd te worden waarna, middels nieuwbouw, woningen gebouwd worden. Het project kent daarnaast een groenplan met de aanplant van bomen, heggen en struiken. Zie Figuur 1.2 voor een impressie en het ontwerp van het voornemen van de werkzaamheden.

Figuur 1.2: Schets planvoornemen. (Bureau Stedelijke Planning Bv, 2021)

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: - Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? - Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

Blad 2 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: - De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; - Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; - Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; - Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; - Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; - Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 3 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn.

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 5) aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).

Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten

Blad 4 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B(1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren.

Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Noord-Holland bevoegd gezag. In de provincie NoordHolland zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de bunzing, hermelijn en wezel niet vrijgesteld. Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

Blad 5 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

2.3.2

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In de Ontwerp Omgevingsverordening NH2020 van provincie Noord-Holland (2020) zijn regels voor het NNN opgenomen in Artikel 6.38. Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe1.

Het ‘nee, tenzij’-principe betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het ‘nee, tenzij’-principe geldt niet voor de Noordzee, de Waddenzee en het IJsselmeergebied (inclusief Markermeer en IJmeer) en de randmeren. Voor deze gebieden stelt het Barro eigen regels waarbij het Rijk bevoegd gezag is. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen aan de toelichting van het ruimtelijk plan en aan de wijze van compensatie (Artikel 6.38, lid 8). Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Noord-Holland geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het NNN gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden. Echter, voor de beoordeling van projecten in het kader van de m.e.r.

dienen ook de effecten op NNN in beeld te worden gebracht ongeacht of wel of niet sprake is van vernietiging binnen NNN. Dit aangezien de Wet milieubeheer ook in het geval van externe werking een toetsing aan de wezenlijke kenmerken en waarden vereist.

2.3.3

Bijzonder Provinciaal landschap In Noord-Holland zijn meerdere Bijzonder Provinciale Landschappen aangewezen. De aanwijzing van de Bijzonder Provinciale Landschappen is verleend op grond van Artikel 1.12 lid 3 van de Wet natuurbescherming. Hierin staat het volgende opgenomen.

1

Naast ‘de route’ van de Nee tenzij-afweging kan er sprake zijn van twee andere routes, namelijk een kleinschalig ontwikkeling of een NNN(EHS)-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het plan.

Blad 6 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

Art. 1.12 lid 3 Wnb. Gedeputeerde staten kunnen gebieden gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als «bijzondere provinciale natuurgebieden», onderscheidenlijk «bijzondere provinciale landschappen». Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) omvat in Noord-Holland gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Onder andere de (in de Provinciale Ruimtelijke Verordening juni 2019 apart genoemde) weidevogelleefgebieden zijn opgenomen in de Bijzonder Provinciale Landschappen. Het BPL is zo concreet mogelijk beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig Monument en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Bij het BPL moet in de provincie Noord-Holland getoetst worden of de kernkwaliteiten van dat gebied in het geding komen. De kernkwaliteiten zijn opgenomen in Bijlage 6 van de Omgevingsverordening van de provincie. In de provincie Noord-Holland geldt voor de aangewezen BPL (Artikel 6.41 Omgevingsverordening) dat een ruimtelijk plan ter plaatse van het bijzonder provinciaal landschap regels bevat ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten.

Het ruimtelijk plan bevat geen regels die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Andere ontwikkelingen zijn wel mogelijk indien deze de kernkwaliteiten niet aantasten. Het ruimtelijk plan kan een nieuwe stedelijke ontwikkeling of een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die de kernkwaliteiten van het BPL aantast mogelijk maken (Artikel 6.41), indien: a. er sprake is van groot openbaar belang; b. er geen reële alternatieven zijn; en c. de aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt en de aantasting wordt gecompenseerd.

Blad 7 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende plan. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2016-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 8 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 8 september 2021 is vanaf circa 11:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij onbewolkt weer met een temperatuur van circa 26°C. Tijdens het terreinbezoek zijn beide percelen te voet belopen met een camera en verrekijker. Beide gebouwen, bomen in het plangebied en het aanliggende water zijn onderzocht op de aanwezigheid van beschermde soorten.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 9 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt ten zuidwesten van de N201 en ten noorden van de A4 te Hoofddorp in de gemeente Haarlemmermeer, provincie Noord-Holland. Het plangebied bestaat uit 2 naast elkaar liggende bedrijfsterreinen. Op beide terreinen bevinden zich in de huidige situatie een gebouw, waarvan het gebouw op nummer 634 in gebruik is door een paramedisch centrum en nummer 640 leeg staat. Beide percelen zijn afgescheiden van omliggende terreinen door struwelenhagen en bomen. Met name de achterzijde van de Hoofdweg 634 een voorzijde van de Hoofdweg 640 staan grotere oppervlaktes van houtopstanden met voornamelijk es (Fraxinus excelsior) en zomereiken (Quercus robur). Aan de zuidzijde van de Hoofdweg 640 ligt buiten het plangebied een watergang met opschot van zwarte els (Alnus glutinosa). In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het plangebied.

Fysiotherapie praktijk aan de Hoofdweg 634.

Leegstaand kantoorgebouw aan de Hoofdweg 640.

Struwelen haag tussen beide percelen.

Blad 10 van 25

Watergang ten zuiden van het plangebied.

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

Houtopstand aan de voorzijde van de Hoofdweg 640.

Struwelen haag met bomen aan de voorzijde van de Hoofdweg 634. Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1: Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2016-2021). Soortgroep

Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Zoogdieren

Vaatplanten

Amfibieën

Soort

JRB

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar

X

Ransuil

X

Slechtvalk Sperwer Vleermuizen ** Bunzing

X

HR

A/B

X X X X X X X

X X X

Wezel

X

Muurbloem

X

Brede wolfsmelk

X

Dreps

X

Naakte lathyrus

X

Geen waarnemingen

Blad 11 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

Reptielen

Geen waarnemingen

Insecten - dagvlinders Insecten - libellen Vissen Overige soortgroepen

Geen waarnemingen Geen waarnemingen Geen waarnemingen Geen waarnemingen

*Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Het plangebied is zeer gering van omvang, lig in stedelijk gebied en er bevindt zich geen water in het plangebied. Verder is binnen het plangebied veel verstoring van licht en verstoring door omliggende wegen. Tevens ligt het plangebied geïsoleerd ten opzichte van natuurgebieden. Hierdoor zijn niet alle biotoop-kritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) te verwachten op de beschermde (sub)soortgroepen: amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen, vaatplanten en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het plangebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, zoogdieren, insecten en vaatplanten.

Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals eerder aangegeven is er een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd een ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1 tot en met 4vogelsoorten. Uit de bureaustudie komen de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief naar voren. Boom bewonende soorten Boomvalk, Buizerd, Havik, Sperwer en ransuil. Bovengenoemde soorten komen naar voren als waargenomen in de omgeving van het plangebied. Op basis van de bevindingen van het bureauonderzoek en het terreinbezoek is beoordeeld of de biotoop voldoet aan de eisen die deze soorten aan de leefomgeving stellen. De soorten bouwen nesten in bomen of maken gebruik van een bestaand nest van bijvoorbeeld zwarte kraai of ekster. Tijdens het terreinbezoek zijn deze soorten en grote nesten niet waargenomen. Voorkomen van boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en ransuil kan worden uitgesloten.

Blad 12 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

Gebouw bewonende vogels Gierzwaluw en Huismus. De huismus en gierzwaluw zijn soorten die voornamelijk in gebouwen broeden. De huismus broedt over het algemeen in stedelijk gebied in uiteenlopende holtes, meestal onder of rondom dakpannen (BIJ12, 2017a). In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig die voldoen aan de voorwaarden voor huismus en bieden daarmee geen nestgelegenheid. Hiermee kan de aanwezigheid van huismus worden uitgesloten. De gierzwaluw nestelt in (hoge) bebouwing in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens (BIJ12, 2017b). De gebouwen bieden gierzwaluwen geen geschikte nestplaatsen. Aanwezigheid van gierzwaluw kan worden uitgesloten. Kerkuil De kerkuil komt voor in halfopen tot open cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. De kerkuil maakt zijn nest voornamelijk in nestkasten met soms uitzondering voor boomholtes (Vogelbescherming, 2021a). In het plangebied zijn geen nestkasten of dergelijke boomholtes waargenomen. De kerkuil kan worden uitgesloten uit het plangebied. Slechtvalk De slechtvalk broedt van nature op kliffen en op bergwanden, in nissen en op richels en in oude nesten van roofvogels en kraaien. In Nederland broedt de slechtvalk voornamelijk in steden op (kantoorgebouwen, torens) en in open boerenland in hoogspanningsmasten.

De slechtvalk heeft een voorkeur voor hoge plekken waar hij zijn nest kan maken (Vogelbescherming, 2021b). Aangezien de gebouwen en bomen in het plangebied niet hoger zijn dan 20 meter en er geen nesten of nestkasten zijn waargenomen, kan de slechtvalk worden uitgesloten uit het plangebied. Overige soorten Grote Gele Kwikstaart De grote gele kwikstaart broedt en foerageert vrijwel uitsluitend aan de oevers van beken en rivieren, liefst met loofbos of loofbomen omzoomd. De biotoop voldoet niet aan de eisen die de soort aan zijn leefomgeving stelt. Hiermee is voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de grote gele kwikstaart uitgesloten. Ooievaar De ooievaar is een soort die voorkomt in extensief beheerde weilanden in veenweidegebieden en uiterwaarden met een hoge waterstand. Voor een broedplek maakt de ooievaar gebruik van kunstmatige nestgelegenheden op daken en wagenwielen, maar hij broedt ook in zelfgemaakte nesten in bomen. Tijdens het terreinbezoek zijn geen nesten aangetroffen. De voorwaarden die deze soort stelt aan zijn leefomgeving worden in het plangebied niet gevonden. Het voorkomen van ooievaar binnen het plangebied is hiermee uitgesloten.

Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen.

Blad 13 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) Het plangebied is geschikt voor algemeen voorkomende broedvogels zoals houtduif, kauw, zwarte kraai en overige zangvogels als merel en mezensoorten. Deze soorten kunnen tot broeden komen in de omliggende houtwallen en daken van beide gebouwen. Tijdens het veldwerk zijn meerdere houtduiven en Turkse tortels waargenomen. In hoofdstuk 5 wordt nader op algemene vogelsoorten ingegaan. Zoogdieren Vleermuizen Uit de soortgroep vleermuizen komen in de bureaustudie de volgende vleermuissoorten naar voren: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. De gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn in Nederland voornamelijk gebouw-bewonende soorten. De rosse vleermuizen is voornamelijk een boom-bewonende soort en de ruige dwergvleermuis wordt zowel in gebouwen als in bomen aangetroffen. Essentieel is dat de verblijfplaats tochtvrij is in verband met de temperatuurregulatie en het voorkomen van uitdroging in de winter. Winterverblijven moeten daarnaast grotendeels vorstvrij zijn. Vaste rust- en verblijfplaatsen Tijdens de voorgenomen werkzaamheden vinden werkzaamheden aan de fysio praktijk en leegstaande kantoor plaats. Het betreft het afbreken van de huidige gebouwen, het verwijderen van struwelen en bomen en de wederopbouw van meerdere woningen.

Het gebouw gevestigd aan de Hoofdstraat nummer 634 heeft een 2-delige voorgevel, waarvan de ondergevel van steen en de bovengevel van metalen platen is. De metalen gevelbekleding zorgt voor een te warm, ongunstig microklimaat en het ontbreken van geschikte ruimtes voor vleermuizen om in weg te kruipen maakt dat het gebouw niet geschikt is. Ook zijn er in de stenen gevels geen open spouwen of kieren gevonden. De gevels zijn om deze reden ongeschikt voor vleermuis verblijfplaatsen. In de muren van het leegstaande kantoor aan de Hoofdweg nummer 640 zijn open stootvoegen waargenomen. Open stootvoegen geven vleermuizen toegang tot de tussenspouw in muren waar ze kunnen verblijven. Verblijfplaatsen van gebouw-bewonende vleermuizen kunnen niet worden uitgesloten uit het plangebied. In het plangebied zijn geen bomen waargenomen met holtes. Verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuissoorten kunnen uitgesloten worden binnen het plangebied. Vliegroutes Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen (zoals bomenrijen en watergangen) als vliegroutes. Een aantal soorten vleermuizen gebruikt steeds dezelfde lijnvormige elementen om zich te verplaatsen van hun verblijfplaatsen naar hun foerageergebied. Wanneer een dergelijke route onderbroken wordt of helemaal verdwijnt, vervalt deze mogelijkheid om zich te verplaatsen tussen verblijfplaats en foerageergebied.

Wanneer geen alternatieve route aanwezig is en de route gebruikt wordt door veel vleermuizen, kan worden gesproken over een essentiële vliegroute. Het doorbreken van dit soort vliegroutes kan een groot effect hebben op de vleermuispopulatie in een gebied.

Blad 14 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

De struwelenhagen en bomenrijen binnen het plangebied maken deel uit van groenstroken langs de Hoofdweg. Deze (gehele) groenstroken kunnen dienen als vliegrouteondersteuning en daardoor deel uitmaken van vliegroutes voor vleermuizen. Deze groenstroken gaan echter niet in zijn geheel verloren, waardoor de groenstroken om het plangebied grotendeels intact blijven. Er is in de directe omgeving tevens ruim voldoende even geschikte vliegrouteondersteuning aanwezig. De groenstroken die het plangebied doorkruisen gaan echter wel in zijn geheel verloren. Daarbij kunnen de aanliggende watergangen, bomenrijen en overige gebouwen grenzend aan het plangebied dienen als vliegroutes voor vleermuizen. Het plangebied is met name geschikt voor soorten als ruige- en gewone dwergvleermuizen en laatvliegers door de huidige hoeveelheid licht verstoring in de omgeving. Deze soorten zijn toleranter voor licht dan soorten als meervleermuis, watervleermuis en grootoorvleermuis, waardoor deze kunnen worden uitgesloten. Door de hoeveelheid mogelijkheden aan vliegroutes in de directe omgeving kunnen essentiële vliegroutes van vleermuizen worden uitgesloten uit het plangebied.Voor eventuele vliegroutes bij de groenstroken die het plangebied doorkruisen zijn voldoende alternatieve routes voorhanden, waardoor ook hier potentieel aanwezige vliegroutes niet als essentiële vliegroutes kunnen worden aangemerk.

Negatieve effecten op essentiële vliegroutes kunnen voor het voorliggend voornemen worden uitgesloten. Foerageergebied Boven het plangebied wordt mogelijk door vleermuizen gefoerageerd. De open luwten tussen de gebouwen en bomenrijen vormen een geschikt foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving zijn echter ruim voldoende alternatieve gebieden voorhanden. Zo zijn er gelijke luwten aanwezig binnen een straal van 20 meter van het plangebied boven omliggende terreinen. Op basis hiervan kunnen essentiële foerageergebieden worden uitgesloten van het plangebied. Figuur 4.1 geeft een impressie weer van mogelijke verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden in het plangebied weer. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.

Open stootvoegen in de muren van het leegstaande kantoorpand.

Luwten/lijnvormig element tussen de gebouwen en struweelhaag.

Figuur 4.1: (links) Stootvoegen in de muur van het leegstaande kantoorgebouw, en mogelijke vliegroute (rechts) langs de haag.

Overige (land)zoogdieren Bunzing De bunzing komt uit de bureaustudie naar voren als waargenomen in de omgeving van het plangebied. De dichtstbijzijnde waarneming betreft een aangereden exemplaar op enkele honderden meters van het plangebied. De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie, ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor de bunzing aanwezig, doordat er geen schuilmogelijkheden aanwezig zijn. Zo zijn er geen takenhopen

Blad 15 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

of konijnenburchten waargenomen binnen de groenstroken. Daarnaast is de directe omgeving van het plangebied druk verstoord door autoverkeer, bezoekers en spelende kinderen van de naastgelegen school. Verbindende groenstructuren met bekende leefgebieden ontbreken. Op basis hiervan kan de bunzing worden uitgesloten uit het plangebied. Wezel Wezel is waargenomen in een straal van 2,5 kilometer rondom het plangebied in de afgelopen 5 jaar. De wezel komt in alle Habitats voor, van open plekken, in bossen, houtwallen, duinen, akkers en vochtig terrein. De enige voorwaarde is dat er voldoende dekking aanwezig is. Ook kunnen in gebieden waar de wezel is waargenomen, de hermelijn verwacht worden. Door de ligging in een drukke wijk met veel verstoring door verkeer, wandelaars, fietsers en weinig tot geen dekking zorgt er voor dat er onvoldoende biotoop aanwezig is. Ook is er slechts 1 waarneming gedaan van de wezel in Hoofddorp. Overige waarnemingen zijn gedaan buiten Hoofddorp in agrarisch- en buiten gebieden. Het plangebied wordt door omliggende N-wegen versnipperd van deze gebieden. Verbindende groenstructuren met bekende leefgebieden ontbreken. Op basis hiervan kan de wezel worden uitgesloten uit het plangebied. Vaatplanten Uit de bureaustudie komen meerdere beschermde plantensoorten naar voren in een straal van 2,5 kilometer rondom het plangebied.

Muurbloem De muurbloem groeit alleen op oude, verweerde muren van kerken, ruïnes, stadsmuren en forten die met zachte kalkspecie zijn gevoegd (Floron, 2021a). In het plangebied zijn geen dergelijk oude muren aanwezig. De muurbloem kan uitgesloten worden uit het plangebied. Brede wolfmelk Brede wolfsmelk staat op open, zonnige, vochtige, vrij stikstofrijke, kalkhoudende, matig voedselrijke, omgewerkte kleiige bodems. Deze pionier groeit in akkers en akkerranden, op stoppelvelden, op open plekken in bermen, op braakliggende grond en langs sloten (Floron, 2021b). Doordat het gebied grotendeels versteend is en de enige groene delen volledig in de schaduw vallen door de struwelen en bomen, kan de brede wolfsmelk worden uitgesloten uit het plangebied. Dreps De dreps zijn standplaats zijn akkers (wintergraanakkers en speltakkers), soms langs spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen (Floron, 2021c). Tijdens het terreinbezoek is er geen dreps waargenomen in het plangebied. Dreps kan worden uitgesloten uit het plangebied. Naakte lathyrus Naakte Lathyrus staat op zonnige tot beschaduwde, relatief droge, voedselrijke, kalkrijke of kalkarme, lichte grond als leem, zandig leem en mergel (Floron, 2021d).

Deze soort is in 2016 op een afstand minder dan 150 meter van het plangebied waargenomen. Echter is er maar 1 waarneming in de afgelopen 5 jaar van deze soort bekend. Tijdens het terreinbezoek is er in het plangebied geen naakte lathyrus waargenomen. De naakte lathyrus kan uitgesloten worden van het plangebied. Overige soorten Tijdens het terreinbezoek is er in een muur van het leegstaande kantoorpand een bijennest waargenomen, zie Figuur 4.2. Het nest bevindt zich in een kier aan de bovenzijde van de muur bij

Blad 16 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

de hoofdingang van het gebouw. Bijen zijn niet bij wet beschermd, echter vallen ze wel on de zorgplicht.

Bijennest in het kantoorpand aan de Hoofdweg 640.

Figuur 4.2: Bijennest in het leegstaande kantoorgebouw.

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2: Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.

Soort

Beschermingsregime

Aanwezigheid

Algemene broedvogels

Artikel 3.1

(zeer) waarschijnlijk

Vleermuizen

Artikel 3.5

Nog onduidelijk

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden

Toelichting Het plangebied (met name de struwelen en bomenhagen) bieden geschikt biotoop voor algemene broedvogels om te broeden. In de muren van het leegstaande kantoor op de Hoofdweg 640 bevinden zich open spouwvoegen. De boom- en struwelen hagen kunnen mogelijk als vliegroutes en foerageergebied gebruikt worden.

Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied het Zuid-Kennemerland ligt op circa 7 kilometer afstand ten westen van het

Blad 17 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

plangebied. Het is aangewezen als een Natura 2000 gebied vanuit de Habitat- en vogelrichtlijnen. Het Natura 2000-gebied de Botshol ligt op een afstand van circa 15 kilometer van het plangebied. Figuur 4.3 geeft de ligging van het plangebied ter opzichte van Natura 2000 gebieden weer. Zuid-Kennemerland (circa 7 kilometer) Het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid is getypeerd als duingebied. Kennemerland-Zuid is aangewezen onder de habitat- en vogelrichtlijn en herbergt een aantal habitattypen gevoelig voor stikstofdepositie. Waaronder: embryonale duinen, witte duinen, kalk arm/rijke en heischrale grijze duinen, duinbossen, duindoornstruwelen, duinvalleien en galigaanmoerassen. Botshol (circa 15 kilometer) Natura 2000-gebied De Botshol is een oud laagveenverlandingsgebied met een belangrijk areaal water. Het is aangewezen onder de habitat- en vogelrichtlijn met een aantal aanwezige stikstofdepositie (zeer) gevoelige habitattypes. Waaronder: overgangs- en trilvenen, hoogveenbossen, galigaanmoerassen, meren met krabbenscheer en fonteinkruiden en kranswierwateren. Figuur 4.3 geeft de ligging van het plangebied t.o.v. Kennemerland-Zuid weer.

Figuur 4.3: Kaart met de ligging van het plangebied t.o.v. Kennemerland-Zuid.

4.3.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Bijzonder Provinciaal Landschap In het plangebied is geen NNN-gebied of Bijzonder Provinciaal Landschap aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied is op circa 2 kilometer ten westen van het plangebied gelegen. Het gebied betreft de Groene Weelde en het Haarlemmermeerse bos. Figuur 4.4 geeft de ligging van het plangebied t.o.v. NNN gebieden.

Blad 18 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

Figuur 4.4: kaart met het plangebied t.o.v. omliggende Bijzonder Provinciaal Landschap en NNN-gebieden.

Blad 19 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: - Er vinden sloopwerkzaamheden plaats aan de huidige gebouwen en bouwwerkzaamheden van de nieuwe woningen; - Er worden bomen en struwelen in het plangebied verwijderd; De voorgenomen werkzaamheden waaronder transport van materiaal en materieel en andere bouwwerkzaamheden zullen gepaard gaan met trilling en geluidsverstoring. Deze verstoringen zijn van tijdelijke aard en vinden alleen tijdens de uitvoeringsfase plaats. Het woonwerk verkeer in de gebruikersfase kan voor mogelijke toename in de stikstofuitstoot zorgen.

5.2

Toetsing effect op beschermde soorten Uit het terreinbezoek en uit de uitgevoerde bureaustudie is gebleken dat het plangebied een potentieel geschikt biotoop biedt voor beschermde vogels en vleermuizen (zie ook Tabel 4.2). Om deze reden is er enkel op deze soortgroep een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soortgroep. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen.

5.2.1

Vogels Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen aanliggen aan het plangebieden nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatie specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is. 2

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Blad 20 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

5.2.2

Zoogdieren Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde diersoorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Daarom zijn in de Wet natuurbescherming enkele verbodsbepalingen opgenomen ten aanzien van vleermuizen welke in principe niet overtreden mogen worden. Voor vleermuizen zijn drie onderdelen van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn voor de functionaliteit van het leefgebied. Dit zijn verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. Uit hoofdstuk vier is gebleken dat in het plangebied naar verwachting mogelijk sprake is van vliegroutes, verblijfplaatsen en foerageergebieden. Verblijfplaatsen in bebouwing In het leegstaande kantoorgebouw aan de Hoofdstraat 640 zijn mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Het plan is om dit gebouw te slopen. Hierdoor kunnen negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen optreden. Wanneer sloop plaatsvind aan het gebouw is er mogelijk sprake van het verstoren en aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Verblijfplaatsen in bomen In de bomen binnen het plangebied zijn geen holtes (en scheuren) waargenomen die in gebruik kunnen zijn als verblijfplaats voor boom-bewonende vleermuissoorten. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat geen verblijfplaatsen in bomen verstoord of verwijderd worden indien bomen worden gekapt.

Er zijn ten aanzien van verblijfplaatsen in bomen geen vervolgstappen noodzakelijk. Vliegroutes De boom- en struweelhagen kunnen onderdeel uit maken van vliegroutes voor vleermuizen. Een deel van deze groenstroken wordt mogelijk aangetast, aangezien het deel binnen het plangebied dient te worden verwijderd. Echter zullen de groenstructuren omringend aan het plangebied intact blijven als lijnvormig element, waardoor (mogelijke) vliegroutes hier intact blijven. Ook bevinden er in een straal van 20 meter meerdere lijnvormige elementen, als watergangen en struweelhagen, die gebruikt kunnen worden als alternatieve vliegroutes. Aanwezigheid van essentiële vliegroutes langs de boom- en struweelhagen binnen de begrenzing van het plangebied kunnen worden uitgesloten. Negatieve effecten op essentiële vliegroutes van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Ook worden er tijdens de realisatie maatregelen genomen om geschiktheid van de (mogelijke) vliegroutes te borgen zoals: ➢ De werkzaamheden worden tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd; ➢ Indien werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopkomst worden uitgevoerd mag geen kunstmatige verlichting worden toegepast die op de omliggende bomenrijen schijnt. Uitstraling op mogelijke vliegroutes dient te worden voorkomen.

In de gebruiksfase zal het plangebied worden verlicht met lampen van circa 1 meter hoog, waardoor (mogelijk) aanwezige vliegroutes geborgd blijven. Ook hier dient uitstraling te worden beperkt.

Blad 21 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

Foerageergebied Er bevinden zich in het plangebied luwten die mogelijk dienen als foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving zijn echter ruim voldoende alternatieve gebieden voorhanden. Er zijn meerdere soortgelijke geschikte foerageergebieden in een straal van 20 meter aanwezig waardoor essentiële foerageergebieden kunnen worden uitgesloten. Nader onderzoek Om te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van het kantoorgebouw op nummer 640 binnen het plangebied door vleermuizen. Dit dient onderzocht te worden aan de hand van het meest recente vleermuisprotocol uit 2021. Vleermuizen gebruiken hun leefgebied door het jaar heen op verschillende manieren. Daarom is het nodig om het plangebied verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober) te bezoeken. Enkele bezoeken m.b.t. verblijfplaatsen zijn nodig in de periode mei – augustus én enkele bezoeken zijn noodzakelijk in de periode augustus – september/oktober. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met een controle op baltsgedrag in het vroege voorjaar (april / maart). Vooralsnog is onduidelijk welke functies in het plangebied aanwezig kunnen zijn.

Derhalve dient zowel in de zomer- en kraamperiode (mei - half augustus) als in de paarperiode (half augustus – september/oktober) onderzoek gedaan te worden. De (potentiële) verblijfplaatsen mogen in de regelen van de Wet natuurbescherming niet zonder inzicht in het gebruik aangetast worden. In het kader van de sloopmelding is endoscopisch onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van vleermuizen. Uit het onderzoek is gebleken dat enkele vleugels van gebouw 640 mogelijke (zomer)verblijfplaatsen bevat voor vleermuizen, waardoor naderonderzoek wordt uitgevoerd naar het gebruik van deze stootvoegen. Indien er vleermuizen worden aangetroffen in het plangebied, dient er een ontheffing Wnb te worden aangevraagd bij de provincie Noord-Holland. De verwachting is dat de ontheffing voor vleermuizen wordt ontleend omdat er een activiteitenplan wordt samengesteld waarmee negatieve effecten op vleermuizen beperkt blijft. De juiste maatregelen worden voorafgaand door een erkend ecoloog bepaald. Voorbeelden van maatregelen zijn: hoe verblijfplaatsen voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt worden en wat voor mitigerende maatregelen er worden toegepast. Indien er verblijfplaatsen verloren gaan, dienen deze gecompenseerd te worden met de aanbreng van (bruikbare) verblijfplaatsen als vleermuiskasten. De sloop wordt pas uitgevoerd indien er een ontheffing verleend is.

Daarmee is aannemelijk dat het plan uitvoerbaar is.

5.2.3

Overige soorten Tijdens het terreinbezoek is er in een muur van het leegstaande kantoorpand een bijennest waargenomen. Bijen zijn niet bij wet beschermd, echter vallen ze wel on de zorgplicht (artikel 1.11). De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11.

Blad 22 van 25

Natuurtoets Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp projectnummer 0472403.100 2 mei 2022 revisie 00 Unihorn B.V.

De zorgplicht houdt in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1. 2. 3.

dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Aangeraden wordt om vooraf aan de werkzaamheden een professionele imker de bijen te laten verwijderen.

5.3

Effecten op beschermde gebieden

5.3.1

Effecten op Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Aanwijzing tot Natura 2000-gebied vindt plaats op basis van het voorkomen van specifieke soorten en/of habitattypen. Voor deze soorten en habitattypen worden doelen benoemd met betrekking tot aantal, oppervlakte en kwaliteit van het habitat of leefgebied, de zogenaamde instandhoudingsdoelen. De genoemde Natura 2000-gebieden liggen buiten de invloedsfeer van het voornemen wat betreft zowel directe als indirecte effecten, zoals verdroging of geluid- en lichtverstoring. Vanwege de afstand tot het plangebied, worden geen effecten op soorten, habitats van soorten of habitattypen in de Natura 2000-gebieden verwacht. Er is geen effect op het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en daarom is er geen aanleiding om te verwachten dat er op Natura 2000-gebieden op grotere afstand nog effecten zullen optreden. Enkel wat betreft stikstofdepositie kunnen effecten in de gebruikersfase niet op voorhand worden uitgesloten. Stikstofdepositie Per 1 juli 2021 is het wetsvoorstel: “stikstofreductie en natuurverbetering” in werking getreden. In dit wetsvoorstel is een vrijstelling opgenomen voor bouwactiviteiten (art. 2.9a). Dit betekent dat voor plannen een ongelimiteerde vrijstelling geldt voor stikstofdepositie als gevolg van alle bouwactiviteiten tijdens de realisatiefase.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=234963c6-2a10-4f84-ac97-7e38dae1ef3f