Bijlage 3a Schiphol Nederland B.V
Tekst van het document
Schiphol Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer p/a Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Regiebureau Ebbehout 31 1507 EA Zaandam
Zienswijze ontwerp omgevingsvergunning Schiphol Nederland B.V. Eve t van de Beekstraat 202 1118 CP Schiphol 8 oktober 2024
Geachte college, Naar aanleiding van de op 15 augustus 2024 gepubliceerde ontwerp omgevingsvergunning (zaaknummer: 12125560 en OLO-nummer: 7898107) en het bijbehorende ontwerp maatwerkbesluit (zaaknummer: 13018830) dient Schiphol Nederland B.V. (verder Schiphol) hierbij (tijdig) een zienswijze in.
Schiphol gelegen aan de Eve t van de Beekstraat 202 te Schiphol heeft op 6 juli 2023 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend ten behoeve van het realiseren van een grondreinigingsinstallatie op de locatie TTOP5. In voorliggende zienswijze wordt ingegaan op een aantal passages uit de ontwerp omgevingsvergunning (documentnummer: 27425974) en het ontwerp maatwerkbesluit (documentnummer: 27702625) waar Schiphol het niet (geheel) mee eens is of anders geformuleerd wil zien. Onderstaand zijn de passages uit de ontwerp omgevingsvergunning en/of het ontwerp maatwerkbesluit opgenomen met daaronder een reactie namens Schiphol. 1.
Ontwerp omgevingsvergunning, hoofdstuk C3, paragraaf 3.3.7 ‘ Het opslaan van gereinigde grond in depots Algemene regels, ZZS en gezondheid (specifieke zorgplicht) op pagina 25/26. De volgende tekst is in deze passage opgenomen: " Omdat gereinigde grond met kwaliteitsklasse wonen of industrie een PFOS gehalte tussen 1,4 ug/kg - 3,0 pg/kg heeft, geen ' intrinsiekniet-bodembedreigende stof s: en daarmee niet 'vrij toepasbaar wordt geconcludeerd dat maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen ten gevolge van PFOS te voorkomen Vervolgens worden enkele maatregelen en voorzieningen genoemd, waaronder Het afdekken van de partijen grond met folie om ve spreiding via de lucht (verwaaiing) te voorkomen
Mede naar aanleiding van deze passage is maatwerkvoorschrift 2.2.2 opgenomen i het ontwerp maatwerkbesluit, hoofdstuk F2, paragraaf 2.2 ‘ Depots' op pagina 18/ Amsterdam Airport Schiphol Pos bus 7501, 1118 ZG Schiphol, Nederland
Schiphol Nederland BV KvK Amsterdam 34166584
Pagina 2 van 6
Schiphol
In dit voorschrift is de tekst in de onderstaande uitsnede opgenomen.
Bodembescherming en verspreiding PFOS: onderafdichting en afdekking depots kwaliteitsklasse wonen of industrie 2. 2.2 Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem en de verspreiding van PFOS worden partijen grond met de kwaliteitsklasse wonen of industrie met een
PFOS gehalte tussen 1,4 pg/kg - 3 pg/kg:
-
opgeslagen boven een afdekking van de bodem met coextrusiefolie, die met
-
afgedekt met coextrusiefolie, die met 0,5 meter overlap is aangelegd, waarmee intreding van hemelwater wordt voorkomen. Op de afdekking is ballastmateriaal
0,5 meter overlap is aangelegd;
aangebracht. De Coextrusiefolie heeft een dikte van 0,2 mm. Figuur 1: Uitsnede voorschrift 2.2.2 uit het ontwerp maatwerkbesluit.
Schiphol stelt dat het afdekken van (gereinigde) grond met kwaliteitsklasse wonen of industrie een ondoelmatige maatregel is. Grond met een PFOS-gehalte tussen 1,4 ug/kg - 3,0 ug/kg is inderdaad niet 'vrij toepasbaar', omdat het niet mag worden gebruikt voor natuur- of landbouwdoeleinde. Deze grond is echter wel 'toepasbaar' voor woon- of industriële doeleinden omdat het voldoet aan de hergebruiksnormen. Het is opmerkelijk dat Schiphol de grond met deze kwaliteitsklasse moet afdekken, aangezien deze overal in Nederland gebruikt mag worden voor woon- of industriële doeleinden. Conform de toelichting in bijlage 4 'Lijst intrinsiek niet-bodembedreigende stoffen' van het BBT-document 'BB-cvm' (Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen) gelden voor het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse wonen of industrie geen specifieke bodembeschermende voorzieningen of maatregelen. Het afdekken van de grond met kwaliteitsklasse wonen of industrie is volgens de ontwerp omgevingsvergunning (ook) bedoeld om verspreiding via de lucht te voorkomen. Dit is (ook) ondoelmatig, aangezien er geen risico op verwaaiing bestaat vanwege het vochtgehalte van 10% of hoger van de grond die wordt opgeslagen op de locatie TTOP5. Daarnaast is de gereinigde grond ontdaan van de fijne fractie < 63 um, wat een mogelijk risico op verwaaiing verder beperkt.
De grond wordt niet onder stuifgevoelige materialen geschaard. Conform het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is geen stuifklasse van toepassing op zowel de gereinigde als verontreinigde grond die wordt opgeslagen op locatie TTOP5. In paragraaf 4.104 'Opslaan van goederen' van het Bal is het onderstaande opgenomen. a.
goederen, ingedeeld in de stuifklassen S1 tot en met S5 in bijlage IV:
b.
goederen, ingedeeld als lekkende goederen in bijlage IVA, deel A;
c.
goederen, ingedeeld als uitlogende goederen in bijlage IVA, deel B; of
d.
goederen, ingedeeld als vermestende goederen in bijlage IVA, deel C.
Figuur 2: Uitsnede paragraaf 4.104 'Opslaan van goederen' van het Bal.
In het geval van de locatie TTOP5 zou het mogelijk om sub. a. gaan en daarvoor wordt verwezen naar bijlage IV, waar het volgende is opgenomen.
Schiphol
Grond
Pagina 3 van 6
Licht verontreinigde grond met een vochtgehalte
S4, ingedeeld op basis van meting met
van 4,5%
methode EPA-microwindtunnel
Leemgrond met een vochtgehalte van 3,6%
S2, ingedeeld op basis van meting met
methode EPA-microwindtunnel S4, ingedeeld op basis van meting met
Veengrond meteen vochtgehalte van 50%
Lundgren-methode
S5, ingedeeld op basis van meting met
Veengrond meteen vochtgehalte van 60%
Lundgren-methode
Figuur 3: Uitsnede 'Grond' uit bijlage IV van het Bal.
De grond die op de locatie TTOP5 wordt opgeslagen valt niet onder de specificaties van deze grondtypen. De grond betreft geen leem- of veengrond en heeft een vochtgehalte van 10% of hoger. Zand
Fijn zand
S2
Grof zand, waaronder betonzand, metselzand en
54
filterzand voor de betonmortel en
betonproductenindustrie Olivin zand
S4
Rutielzand, zie Titaan
Speelzand, grof zand meteen vochtgehalte van
S4,ingedeeld op basis van meting met
2,5%
Lundgren-methode
Zilverzand meteen vochtgehalte van 2,0%
S4, ingedeeld op basis van meting met
Lundgren-methode Zilverzand met een vochtgehalte van 3,8%
S5, ingedeeld op basis van meting met
Lundgren-methode Zirconzand
S3
Figuur 4: Uitsnede 'Zand' uit bijlage IV van het Bal.
Het gereinigde materiaal die op de TTOP5 wordt opgeslagen valt ook niet onder de specificaties van deze zandtypen. Op basis van de korrelgrootte tussen de 63 en 2.000 um en de korrelgrootte verdeling valt de gereinigde grond conform de bepaling en vereisten van de RAW-systematiek in de zandtype: zand voor zandbed of zand voor ophoging.
De (gereinigde) grond die op de TTOP5 wordt opgeslagen wordt niet genoemd c.q. bedoeld in bijlage IV van het Bal. Derhalve is er geen stuifklasse van toepassing op deze grond. Geconcludeerd kan worden dat het afdekken van (gereinigde) grond met kwaliteitsklasse wonen of industrie een ondoelmatige maatregel is. Daarnaast resulteert de maatregel, door het gebruik van folie, in een aanzienlijke milieubelasting vanwege het onnodig gebruik van niet-herbruikbaar plastic. Dit brengt een aanzienlijke uitstoot met zich mee als gevolg van de productie, verwerking, aan- en afvoer van het folie, terwijl het geen enkele bijdrage levert aan het beschermen van het milieu
Schiphol stelt voor dat het voorschrift 2.2.2 in het Ontwerp maatwerkbesluit, hoofdstuk F2, paragraaf 2.2 'Depots' op pagina 18/19 komt te vervallen. Dit geldt voor alle voorschriften die betrekking hebben op het afdekken van partijen grond met de kwaliteitsklasse wonen of industrie met een PFOS-gehalte tussen 1,4 ug/kg 3 ug/kg, zoals voorschrift 2.2.3 en 2.2.4.
Schiphol
Pagina 4 van 6
Ook stelt Schiphol voor dat de passages in zowel de ontwerp omgevingsvergunning als het ontwerp maatwerkbesluit waarin wordt gesproken over het afdekken van partijen grond met de kwaliteitsklasse wonen of industrie worden aangepast.
2.
Ontwerp omgevingsvergunning, hoofdstuk C3, paragraaf 3.3.7, Stofhinder (specifieke zorgplicht) op pagina 25. De volgende tekst is in deze passage opgenomen: ‘’In de rapportage Schiphol Nederland B.V. - PFAS Grondreinigingsinstallatie TTOP5 Onderzoek luchtkwaliteit' (bijlage 7 bij de aan vraag van 6juli2023) is aangegeven dat de gereinigde grond die in de depots wordt opgeslagen, uitgaande van een worstcasescenario, stuifklasse S4 (lichtstuifgevoelig, welbevochtigbaar) ofS5 (nauwelijks of niet stuifgevoelig) heeft." De tekst, of een vergelijkbare variant daarvan, wordt op meerdere plaatsen herhaald. Onder andere in het ontwerp maatwerkbesluit, hoofdstuk C3, paragraaf 3.2.3 ‘Onderbouwing maatwerkvoorschriften ZZS en gezondheid’ op pagina 10/11 en in paragraaf 3.3.3 ‘Onderbouwing maatwerkvoorschriften stofhinder’ op pagina 12/13. In het Luchtkwaliteitsonderzoek (bijlage 7) is voor de berekening van stofemissies ‘worst-case’ uitgegaan van stuifklasse S4/S5. Met deze worst-case benadering wordt aangetoond dat aan de gestelde grenswaarde wordt voldaan. Dit betekent niet dat stuifklasse S4 of S5 van toepassing is op zowel de gereinigde als verontreinigde grond die wordt opgeslagen op locatie TTOP5. Conform het Bal is geen stuifklasse van toepassing op de opgeslagen grond, zie uitleg onder punt 1 van voorliggende zienswijze.
Schiphol is van mening dat zowel de ontwerp omgevingsvergunning als het ontwerp maatwerkbesluit onduidelijkheid zijn over de stuifklasse. Schiphol stelt voor dat zowel in de ontwerp omgevingsvergunning als het ontwerp maatwerkbesluit expliciet wordt aangegeven dat geen stuifklasse van toepassing is op de grond die wordt opgeslagen op locatie TTOP5. 3.
Ontwerp omgevingsvergunning, hoofdstuk C3, paragraaf 3.6.6 ‘ZZS en gezondheid’, Beoordeling op pagina 37/38. De volgende tekst is in deze passage opgenomen: ‘’ Grond met een PFOS gehalte van meer dan 1,4 pg/kg betreft een intrinsiek bodembedreigende stof en is daarmee niet ‘vrij toepasbaar'. Daarvoor dienen maatregelen te worden genomen om nadelige gevolgen ten gevolge van PFOS te voorkomen. Om verspreiding van PFOS ten gevolge van de activiteiten met en de opslag van matig ofsterk verontreinigde grond via de bodem, lucht en het water te voorkomen hebben wij bij verlening van deze vergunning een aantal maatregelen en voorzieningen noodzakelijk geacht." Vervolgens worden enkele maatregelen en voorzieningen genoemd, waaronder: "inpakken partijen grond (onderafdichting en afdekking met folie).’’ Zoals reeds onder punt 1 van voorliggende zienswijze is aangegeven, stelt Schiphol dat het afdekken van (gereinigde) grond met een PFOS-gehalte tussen 1,4 pg/kg - 3,0 pg/kg een ondoelmatige maatregel is. Het gaat hier om grond met de kwaliteitsklasse wonen of industrie. Conform de toelichting in bijlage 4 ‘Lijst intrinsiek niet-bodembedreigende stoffen’ van het BBT-document ‘BB-cvm’
Schiphol
Pagina 5 van 6
(Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen) gelden voor het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse wonen of industrie geen specifieke bodembeschermende voorzieningen of maatregelen. Voor de opslag van deze grond wordt conform de bodemrisicoanalyse (bijlage 10) een vloeistofdichte voorziening aangelegd, bestaande uit een onderafdichting met folie. Dit is om een eventuele vermenging van grond met een andere kwaliteitsklasse te voorkomen.
Indien de grond een PFOS-gehalte boven de 3,0 ug/kg heeft, wordt conform de bodemrisicoanalyse zowel een onderafdichting als een afdekking met folie gerealiseerd. Met deze maatregelen wordt zowel voor de grond met een PFOS-gehalte tussen 1,4 ug/kg - 3,0 ug/kg als boven de 3,0 ug/kg de noodzakelijke maatregelen getroffen om verspreiding via de bodem voorkomen.
Er is geen risico op de verspreiding van PFOS via de bodem, lucht en water uit grond met een PFOS-gehalte tussen 1,4 ug/kg - 3,0 ug/kg. Daarom stelt Schiphol voor dat de passages in zowel de ontwerp omgevingsvergunning als het ontwerp maatwerkbesluit waarin wordt gesproken over het afdekken van partijen grond met de kwaliteitsklasse wonen of industrie worden aangepast. Zie ook punt 1 van voorliggende zienswijze.
4.
Ontwerp omgevingsvergunning, hoofdstuk F.2, paragraaf 2 ‘Op- en overslag van verontreinigde grond', voorschrift 2.6 op pagina 44. In dit voorschrift is de tekst in onderstaande uitsnede opgenomen. Verspreiding PFOSen stofhinder: verbod werkzaamheden i.v.m. weersomstandigheden 2.6
Ter voorkoming van stofhinder en de verspreiding van grond met PFOS vindt geen overslag plaats van grondstromen bij een sterke wind, vanaf windkracht 7 (14-17 m/sec.) en/of tijdens hevige regenval.
Onder hevige regenval wordt verstaan: hoosbuien >25 mm per uur en langdurige aaneengesloten buien waardoor de grond dusdanig verzadigd raakt waardoor deze
niet meer in depot opzetbaar is. Figuur 5: Uitsnede voorschrift 2.6 uit de ontwerp omgevingsvergunning.
Dit voorschrift is van toepassing op de gehele TTOP5 locatie, zowel op het deel waar wordt gereinigd als het deel dat is bestemd voor de grondopslag.
Schiphol is van mening dat dit voorschrift onnodig beperkend is voor de reinigingszone. Zoals reeds aangegeven is er geen risico op verwaaiing vanwege het vochtgehalte van 10% of hoger van de grond. Zeker bij hevige regenval is dat risico er niet. Daarnaast wordt in de reinigingszone in een gesloten systeem gewerkt. Er is geen enkele risico voor verspreiding vanuit de reinigingszone. Zodra de wind/regenval de veiligheid van de werknemers in de reinigingszone bedreigd, wordt er gestopt met werken in de reinigingszone.
Schiphol stelt voor dat voorschrift 2.6 wordt aangepast naar uitsluitend het deel dat is bestemd voor de grondopslag in het depot en niet van toepassing is op de reinigingszone.
Schiphol
5.
Pagina 6 van 6
Ontwerp omgevingsvergunning, hoofdstuk F.2, paragraaf 2 'Afvalwater', voorschrift 4.4 op pagina 46. In dit voorschrift is de tekst in onderstaande uitsnede opgenomen. Verspreiding PFOS en bodembescherming: op vang verontreinigd hemelwater 4.4
1
In situaties met hevige regenval waarbij het verhard terrein van de vuile zone is schoongespoeld (first flush) dient de toevoer naar het vuilwater bassin te worden
afgesloten. Het overtollig niet verontreinigde hemelwater zal vervolgens vanaf de schoongespoelde verharding infiltreren in de omliggende grond. Figuur 6: Uitsnede voorschrift 4.4 uit de ontwerp omgevingsvergunning.
In dit voorschrift wordt verwezen naar 'hevige regenval'. De definitie van hevige regenval in dit voorschrift verschilt van de eerdere begripsomschrijving van 'hevige regenval' in voorschrift 2.6.
De capaciteit van het vuilwaterbassin is geschikt om meer dan 167 mm regen in 8 achtereenvolgende dagen op te vangen. Dit komt overeen met een 'superbui' die statistisch gezien eens in de 100 jaar voorkomt met een duurtijd van 8 dagen. Bij reguliere 'hevige regenval' kan het bassin nooit overstromen.
Schiphol stelt voor dat 'hevige regenval' in voorschrift 4.4 wordt aangepast naar 'superbui' met bijbehorende kenmerken.