CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nadere regels warmtenetten Haarlemmermeer 2026

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 11 juni 2026, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Verordening warmtenetten Haarlemmermeer 2026, Eerste wijziging van de Verordening fysiek domein Haarlemmermeer 2024, Beleidsregel warmtenetten Haarlemmermeer 2026 en Nadere regels warmtenetten Haarlemmermeer 2026 (13358027)12.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nadere regels Warmtenetten Het handboek voor het ontwerp, vergunningverlening en realisatie van Warmtenetten in de openbare ruimte van de gemeente Haarlemmermeer

1

Colofon Tekst, vormgeving en drukwerk Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 0900 1852 E-mail: info@haarlemmermeer.nl Internet: www.haarlemmermeer.nl i.s.m. Haskoning

Fotografie titelblad Andre Hospers

2

V2.0 | februari 2026

Inhoudsopgave 1. 2.

Inleiding ............................................................................................................................................................ 4 Begrippenlijst .................................................................................................................................................... 6 2.1 Betrokken partijen & rolverdeling ................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van partijen .................................................................................................................................. 6 2.3 Definities .......................................................................................................................................................... 7 3. Algemene bepalingen .......................................................................................................................................12 3.1 Ontwerpproces .............................................................................................................................................. 12 3.2 Vergunning .....................................................................................................................................................

13 3.3 Meldingsprocedure spoedeisende werkzaamheden en calamiteiten ........................................................... 13 3.4 Meldingsprocedure storingen ........................................................................................................................ 14 3.5 Meldingsprocedure start graafwerkzaamheden ............................................................................................ 14 3.6 Meldingsprocedure einde graafwerkzaamheden .......................................................................................... 14 3.7 Overschrijding van de datum van beëindiging werk ...................................................................................... 14 3.8 Tijdelijk opschorten van de warmtenetvergunning (breekverbod) ............................................................... 14 3.9 Aansprakelijkheid en schade.......................................................................................................................... 15 4. Ontwerpvoorschriften ......................................................................................................................................16 4.1 Eisen ten aanzien van de tracébepaling.........................................................................................................

16 4.2 Situering expansievoorzieningen ................................................................................................................... 17 4.3 Bovengrondse voorzieningen behorend bij het warmtenet .......................................................................... 18 4.4 Bepalingen ten aanzien van de vergunningaanvraag..................................................................................... 18 4.5 Overige bepalingen ........................................................................................................................................ 19 5. Uitvoeringsvoorschriften ..................................................................................................................................21 5.1 Operationele voorschriften ............................................................................................................................ 21 5.2 Verkeersmaatregelen, gebruik openbare grond en bereikbaarheid .............................................................. 22 5.3 Werktijden ..................................................................................................................................................... 22 5.4 Informatie en communicatie ......................................................................................................................... 22 6.

Voorschriften werken in openbare gronden......................................................................................................24 6.1 Algemene voorschriften ................................................................................................................................. 24 6.2 Voorschriften voor werken in (verontreinigde) grond ................................................................................... 24 6.3 Ontgraven en verdichten sleuf of werkgat..................................................................................................... 25 6.4 Herstel verharding ......................................................................................................................................... 26 6.5 Gesloten verhardingen .................................................................................................................................. 26 6.6 Voorwaarden bij uitnemen van groenvoorzieningen .................................................................................... 27 6.7 Bescherming bomen ...................................................................................................................................... 27 6.8 Herstel groenvoorzieningen ........................................................................................................................... 27 7.

Bijlagen.............................................................................................................................................................28 Bijlage 1: Bomenposter ............................................................................................................................................... 28

3

1. Inleiding Voor u liggen de Nadere Regels Warmtenetten gemeente Haarlemmermeer (verder: Nadere Regels). Deze Nadere Regels zijn van toepassing op alle warmtenetten die in openbare grond van de gemeente Haarlemmermeer (komen te) liggen. Deze Nadere Regels gelden in alle gevallen waarin het college een vergunning verleent voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van warmtenetten. Ook gelden deze Nadere Regels voor opbrekingen bij werkzaamheden van niet-ingrijpende aard of spoedeisende werkzaamheden. De gemeente onderschrijft het belang van warmtenetten. Zij wil controle houden over het gebruik en inrichting van de openbare ruimte en de bodem. Tevens wil zij ook de bewoners en bedrijven een duurzame warmteoplossing bieden en waar mogelijk de belanghebbenden ook middels participatie betrekken in het ontwerpproces. Ook wil zij de overlast ten tijde van de (aanleg)werkzaamheden beperken. Daarom hecht zij belang aan een zorgvuldig ontwerpproces en een te sluiten overeenkomst over de door de gemeente en door de initiatiefnemer te maken kosten en af te geven garanties.

Ook schrijft zij voor dat voor het ontwerp van de vergunningsplichtige warmtenetten, zij het schetsontwerp (SO), voorlopig ontwerp (VO) en definitief ontwerp (DO) toetst en dat de initiatiefnemer de Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie (BLVC)-aspecten van het project in kaart brengt en beheerst voordat de initiatiefnemer de vergunning aanvraagt. Deze Nadere Regels omvatten nadrukkelijk geen bepalingen betreffende de warmtebron. Voor regels en bepalingen omtrent de warmtebron, bovenop de reeds geldende wet- en regelgeving, wordt (anno 2026) door de gemeente nog een nadere visie en beleid ontwikkeld. Op grond van de Verordening warmtenetten Haarlemmermeer 2026 (hierna: de Verordening) is voor alle werkzaamheden aan warmtenetten, behoudens die van een niet-ingrijpende aard en voor spoedeisende werkzaamheden, een warmtenetvergunning vereist. Voor het behandelen van een initiatief tot aanleg van een warmtenet en een aanvraag om een vergunning zijn leges verschuldigd (zie de Tarieventabel bij de Legesverordening). De Verordening bevat voorts onder meer bepalingen over de vergunningprocedure en de beslistermijnen, intrekking en wijziging van de vergunning en over handhaving en toezicht.

Deze Nadere Regels zijn mede gebaseerd op artikel 2.3 van de Verordening Warmtenetten dat bepaalt dat het college in ieder geval nadere regels stelt met betrekking tot: • Wijze van melding en uitvoering van spoedeisende en niet-ingrijpende werkzaamheden; • Wijze van uitvoering, de ordening, de planning en de coördinatie van werkzaamheden ten behoeve van de aanleg, instandhouding en verwijdering van een warmtenet; • Het bevorderen van medegebruik van voorzieningen; • Afstemming van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken; • De manier van werken rond watergangen, stedelijk groen en de verhardingen boven warmteleidingen; • Informatie-uitwisseling tussen gemeente en de warmtenetexploitant. Daarom hebben deze Nadere Regels tot doel om: • Het zoveel mogelijk bundelen van de standaard voorschriften- en beperkingen bij warmtenetvergunningen; • Het bevorderen van een veilige ligging en ordening van de warmtenetten; • Het beperken van de overlast en het bevorderen van een veilige omgeving voor derden tijdens de werkzaamheden aan de warmtenetten; • Het voorkomen van schade aan private en gemeentelijke eigendommen; • Het borgen van de kwaliteit van de openbare gronden.

Om deze doelstellingen te bereiken, bevatten deze Nadere Regels uniforme voorbereidings- en uitvoeringsvoorschriften voor alle warmtenetten in het openbare gebied van de gemeente Haarlemmermeer. De Nadere Regels gelden uitdrukkelijk ook voor de werkzaamheden van niet-ingrijpende aard en spoedeisende werkzaamheden, waarvoor op grond van artikel 2.9 van de Verordening Warmtenetten een melding moet worden gedaan. Dit document met Nadere Regels is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden veel gebruikte begrippen nader omschreven. Hoofdstuk 3 bevat de algemene voorschriften en beperkingen voor ontwerp- en graafwerkzaamheden en

4

een beschrijving van de verschillende procedures. De hoofdstukken 4, 5 en 6 bevatten respectievelijk voorschriften voor het ontwerp van het tracé, uitvoeringsvoorschriften en voorschriften voor het werken in de openbare ruimte. Onderdeel van deze Nadere Regels zijn bijlagen, zoals de poster boombescherming bij graafwerkzaamheden.

5

2. Begrippenlijst 2.1

Betrokken partijen & rolverdeling

In de praktijk zijn er vaak verschillende partijen in verschillende rollen betrokken bij werkzaamheden aan warmtenetten: initiatiefnemer, warmtenetexploitant (warmtebedrijf/warmtenetbeheerder), vergunningaanvrager, vergunninghouder, opdrachtgever en aannemer. Ook kunnen meerdere van deze rollen door één en dezelfde partij worden vervuld. Voor de gemeente is tijdens de SO-, VO- en DO-fases de initiatiefnemer het aanspreekpunt en tijdens de uitvoeringsfase alleen de vergunninghouder aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) naleven van het bepaalde bij of krachtens de Verordening, ongeacht de relatie tussen initiatiefnemer cq. vergunninghouder enerzijds en een eventueel ingenieursbureau cq. warmtebedrijf/-netbeheerder en aannemer anderzijds. De gemeente behoudt zich echter het recht voor om in dringende gevallen tijdens de uitvoering handhavingsmaatregelen rechtstreeks met de aannemer af te handelen en de vergunninghouder naderhand, maar zo snel mogelijk, daarvan in kennis te stellen. Middels het aangaan van een overeenkomst met de initiatiefnemer wordt geborgd dat de gemeentelijke kosten en eventuele risico’s voor het te ontwerpen en uit te voeren werk worden afgedekt.

2.2

Beschrijving van partijen

College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer. Gemeente: Het rechtspersoonlijkheid bezittende overheidslichaam de gemeente Haarlemmermeer. Toezichthouder handhaving: De personen die bij of krachtens de Verordening zijn aangewezen om toezicht te houden over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Verordening. Toezichthouder uitvoering: De medewerkers van de gemeente Haarlemmermeer die op grond van de Verordening fysiek domein en de Algemene wet bestuursrecht door het college zijn aangewezen om toezicht te houden op de uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte. Aannemer: De natuurlijke of rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid of leiding de feitelijke (graaf)werkzaamheden worden verricht (ook wel de uitvoerende partij of grondroerder genoemd). Initiatiefnemer: De natuurlijke of rechtspersoon welke zijn of haar voornemen voor de aanleg van een warmtenet kenbaar maakt bij de gemeente en de in deze Nadere Regels opgenomen processtappen doorloopt en opgenomen voorschriften opvolgt. Opdrachtgever: De natuurlijke of rechtspersoon die opdracht geeft tot het uitvoeren van een werk waarbij graafwerkzaamheden worden verricht. Vergunningaanvrager: De natuurlijke persoon of rechtspersoon die een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Verordening aanvraagt.

Vergunninghouder: De natuurlijke of rechtspersoon, in de regel een warmtebedrijf/-netbeheerder, aan wie het college een vergunning heeft verleend als bedoeld in artikel 2.1 van de Verordening. Warmtenetexploitant:

6

Degene die als natuurlijk persoon, handelend in de uitvoering van een beroep of een bedrijf, dan wel als rechtspersoon een warmtenet beheert.

2.3

Definities

Aanleg: Het realiseren van een (wijziging van het) warmtenet, inclusief het ontwerp(proces), voorbereiding, uitvoering en overdracht. As built (revisie)tekening: Een gewaarmerkte tekening die de gerealiseerde ligging aangeeft, welke warmteleidingen, kabels, mantelbuizen en overige leidingen, expansielussen, verdeelstations, huisaansluitingen en alle overige aanverwante onderdelen aangebracht zijn in X-, Y- en Z-coördinaten volgens het RD-stelsel, alsmede hoeveel kabels en leidingen gelegd zijn in een sleuf(deel). De Z-coördinaat wordt over het algemeen alleen in die gevallen gebruikt waarin de warmteleidingen niet op de door de gemeente aangegeven of wettelijk bepaalde profieldiepte zijn gelegd. Tevens zijn alle zichtbare en onzichtbare mutaties (zoals wijzigingen in funderingsmaterialen en laagdiktes hiervan) in de openbare ruimte ingemeten en gedefinieerd, zoals voorgeschreven in het bij start van de uitvoeringswerkzaamheden geldende versie van het objectenhandboek BGT-IMgeo. Beslisboom: Deze beslisboom staat in de door het College van B&W vastgestelde ‘Leidraad Inpassing Middenspanningsruimten’ en omschrijft de volgorde van de te maken afwegingen voor plaatsing van bovengrondse objecten. BLVC-plan: Een plan waarin alle maatregelen, verantwoordelijkheden en afspraken zijn beschreven rondom ontwerp, uitvoering, beheer en onderhoud van het Warmtenet.

Het is bedoeld om alle belangrijke stadia tijdens het ontwerp, de uitvoering, het beheer en onderhoud van het Warmtenet goed te kunnen beheersen. Hierin wordt vermeld de contactgegevens van degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden worden voorbereid en verricht, hoe omgegaan wordt met bereikbaarheid (verkeersomleidingsplan en bereikbaarheid voor hulpdiensten), leefbaarheid (beperking overlast omwonenden), veiligheid en communicatie (naar belanghebbenden, zoals participatie). Buisleiding: Buis voor het doorstromen van gassen of vloeistoffen, bestemd bij warmtenetten om een gas of vloeistof als intermediair te gebruiken voor het transport van warmte. Breekverbod: Tijdelijke opschorting van graaf-/opbreekwerkzaamheden op last van de gemeente als gevolg van weersomstandigheden zoals wateroverlast, zware sneeuwval en vorst. Grondslag voor de opschorting is de overlast voor de bewoners, openbare veiligheid of schade aan de openbare ruimte. Calamiteit: Onverwachte verstoring aan het warmtenet, zoals bijv. lekkende verbindingsmof, grote heetwateroverlast door lekkage van de warmteleiding waarbij de omgeving mogelijk grote gevolgen voor openbare orde, veiligheid en/of gezondheid kan ondervinden en per direct tot herstel of reparatie moet worden overgegaan. Voor deze werkzaamheden geldt niet de vergunningplicht van de Verordening.

Definitief herstel: Terugbrengen van de objecten, groenvoorzieningen, funderings- en verhardingsmaterialen op een vakkundige wijze in hun oorspronkelijke verband, ligging en/of locatie. Depot: De stallingsplaats van uitvoering gerelateerde bedrijfs- en privévoertuigen, vracht-, materiaalwagens, directiekeet, toiletten, boormachines, enz. en de opslag van bouwstoffen, materieel en materialen. DO (definitief ontwerp): Het ontwerp dat na het voorlopig ontwerp (VO) en voor het uitvoeringsontwerp (UO) komt. Het DO heeft een zeer hoge mate van detaillering. Het DO wordt door de gemeente getoetst en vormt, na volledige goedkeuring, de basis voor de aanvraag van de warmtenetvergunning en bijbehorende (uitvoerings)vergunningen. Na uitvoering wordt het

7

goedgekeurde DO gebruikt bij de overdracht van (onderdelen) van het werk naar de gemeente om te controleren of het werk conform de afspraken in het ontwerp is uitgevoerd. Voor eisen die aan DO gesteld worden wordt verwezen naar het Overdrachtsprotocol. Expansievoorziening: Een voorziening die in het warmtenet benodigd is en een significant ruimtebeslag in de bodem kent. Deze voorziening is nodig omdat er heet water door het warmtenet stroomt en de leidingen hiervan door het temperatuurverschil gaan uitzetten. Deze uitzetting dient gecontroleerd te gebeuren waarvoor expansievoorzieningen worden aangebracht, bijvoorbeeld middels een expansiebocht of expansielus. Gesloten verharding: Verhardingsconstructie bestaande uit een bitumen, cement of kunststof gebonden materiaal. Graaflocatie: De locatie waar graafwerkzaamheden worden verricht. Graafmelding: Betreft de melding in MOOR voor het uitvoeren van de graafwerkzaamheden. Graafwerkzaamheden: Het handmatig en/of mechanisch verrichten van werkzaamheden in de bodem. Gebruik openbare grond: Het gebruik van openbare grond ten behoeve van het tijdelijk neerzetten van spullen buiten het werkterrein.

(Huis)aansluiting Het gedeelte van de warmteleiding door openbare grond dat een warmtenet verbindt met een netwerkaansluitpunt, zoals een afleverset of -station, ten behoeve van een onroerende zaak zoals bedoeld in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). KLIC: Kabels en Leidingen Informatie Centrum van het Kadaster; de instantie die uitvoering geeft aan de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) en zorg draagt voor de uitwisseling van kabel- en leidinggegevens, dit met als doel schade of hinder te voorkomen. Leggen van warmteleidingen: Het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen, vernieuwen, herstellen en verwijderen van warmteleidingen en het verrichten van de hierbij behorende werkzaamheden. LIOR: De ten tijde van het ondertekenen van de SOK geldende versie van de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte van de gemeente Haarlemmermeer inclusief de bijbehorende Leeswijzer en eisenset. Mantelbuis: Beschermbuis om een kabel of (warmte)leiding, bijvoorbeeld onder een wegkruising. MOOR: Afkorting van Meldpunt Opbrekingen Openbare Ruimte. Digitaal Meldsysteem voor het melden van opbrekingen en het aanvragen van vergunningen in de openbare gronden door warmtenetexploitanten of aannemers. NEN: Een door de Stichting Nederlands Normalisatie Instituut uitgegeven norm die ten tijde van het ondertekenen van de SOK geldt. NOK:

8

Afkorting van nadere overeenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten met de gemeente met daarin afspraken over de gemeentelijke kosten, het ontwerp- en/of uitvoeringsproces en zekerheidstellingen voor een bepaald werk. Betreft het vervolg op de SOK. Normprofiel: Het door de gemeente in de LIOR eenzijdig vastgestelde en voor de vergunninghouder verplichte schema in de ligging van kabels en leidingen in openbare gronden voor woningbouw dan wel bedrijfsterreinen. Openbare grond / Openbare ruimte: Openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende voetpaden en trottoirs, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken; wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn. Ofwel openbare gronden zoals bedoeld in de begripsomschrijving van de Telecommunicatiewet en die in beheer of eigendom zijn van de gemeente. Open verharding: Verhardingsconstructie bestaande uit elementen of andere ongebonden materialen, al of niet op een puinfundering, waaraan geen bindmiddel is toegevoegd.

Overdrachtsprotocol: De op 04-05-2017 opgestelde en op 10-05-2017 vastgestelde memo getiteld ‘Uitgangspunten toetsen, overdrachten en aanleveren revisiegegevens’, of de opvolger van deze memo die ten tijde van het ondertekenen van de SOK geldt, waarin onder andere de eisen zijn opgenomen voor de aan te leveren toetsdocumenten, het overdrachtsproces en de revisies. Sleuf: De opening die ontstaat door het verwijderen van verharding en/of grond ten behoeve van het leggen van (warmte)leidingen of kabels. Sleufloze technieken: Voor het aanbrengen van leidingen zonder daarvoor de grond open te graven bestaan verschillende sleufloze technieken. Dit zijn bijvoorbeeld een Open Front Boringen, Gesloten Front Boringen, Horizontaal Gestuurde Boringen, Persingen, Direct Drilling en Pipe Pushing. SO (schetsontwerp): Een eerste ontwerp van het initiatief met één tracé op hoofdlijnen en het vervolg van de voorstudie. Het SO heeft een zeer beperkte mate van detaillering. Het SO wordt door de gemeente getoetst. In dit SO is minimaal het volgende opgenomen: • De warmtebron; • Het afnamegebied of afnamelocaties; • Het beoogde tracé van de warmteleidingen waarbij is beschouwd welke conflicten er volgens de KLIC met de bestaande kabels en leidingen bestaan; • Het type warmtenet (bijv.

ZLT, LT, MT of HT); • Welke bovengrondse voorzieningen waar benodigd zijn; • Welke delen van het warmtenet in openbare grond liggen; • De verwachte werkgrenzen; • De projectplanning; • De projectbegroting. Voor verdere eisen die aan SO gesteld worden wordt verwezen naar het Overdrachtsprotocol. SOK Afkorting van samenwerkingsovereenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten met de gemeente met daarin afspraken over de gemeentelijke kosten, het ontwerpproces en zekerheidstellingen voor een bepaald werk. Spoedeisende werkzaamheden: Spoedeisende werkzaamheden, noodzakelijk in verband met een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening van het betreffende warmtenet en waarvan uitstel niet mogelijk is (zie ook Calamiteit). Storing:

9

Verstoring in een ondergronds warmtenet variërend van kleine tot grote impact, waarvan de warmtenetexploitant de urgentie van herstel of reparatie bepaalt en waarbij niet direct tot herstel of reparatie moet worden overgegaan. Tijdelijk herstel: Het tijdelijk terugbrengen van de verhardingsmaterialen op een niet noodzakelijke vaktechnische wijze, maar wel zodanig dat het functionele gebruik door het verkeer volledig is hersteld en geen gevaar ontstaat voor de weggebruiker. Uitvoeringskosten: De genormeerde kosten verbonden aan het definitieve herstel van de verharding. Uitvoeringsplan: Het plan met betrekking tot de werkzaamheden voor de aanleg van het warmtenet, inclusief een opgave van het voorgenomen tijdvak en de eventuele fasering daarbinnen. Dit betreft ook de uitvoeringstekeningen, berekeningen, planning, BLVC-plan, milieuonderzoeken, etc. UO (uitvoeringsontwerp): Het ontwerp dat na het definitief ontwerp (DO) komt en voor daadwerkelijke uitvoering benodigd is. Het UO heeft voor alle onderdelen van het werk een zeer hoge mate van detaillering. Het UO wordt wel aan de gemeente verstrekt, maar niet door de gemeente getoetst. Het UO is voornamelijk bedoeld voor intern gebruik bij de initiatiefnemer en/of vergunninghouder en/of aannemer.

Op basis van het UO wordt door de gemeente, ten behoeve van het houden van toezicht op kwaliteit tijdens de uitvoering, een toezichtsplan opgesteld met bijwoonpunten. Verborgen gebreken: Is een onbekend gebrek aan de openbare ruimte dat pas na voltooiing van de werkzaamheden aan het licht komt en dat de gemeente niet kon opmerken tijdens de uitvoering van het werk ondanks het houden van toezicht. Hieronder vallen bijvoorbeeld buitenproportionele verzakkingen van opgeleverd en goedgekeurd hersteld straatwerk en afwijkende groei, omvallen of sterfte van beplanting. Als norm voor "buitenproportioneel" wordt een verzakking aangehouden van meer dan 0,03 m, die zich binnen één jaar na het eerste herstel voordoet (CROW-norm voor "ernstige schade"). Verhogingstoeslag: De gemeente kan een verhogingstoeslag verlangen voor het opbreken van jong straatwerk, afhankelijk van de leeftijd van het straatwerk. Verordening: De Verordening Warmtenetten Haarlemmermeer 2026. VTA: (Voorbereiding, Toetsing en Administratie) Een gemeentelijke benaming voor de gemeentelijke kosten gemoeid met de toetsing en begeleiding van een werk waar afspraken over worden gemaakt. VO (voorlopig ontwerp): Het ontwerp dat na het schetsontwerp en voor het definitieve ontwerp (DO) komt.

Het VO heeft een gemiddelde mate van detaillering en is met name gericht op het inzichtelijk maken van de benodigde ruimte voor het warmtenet met alle daartoe behorende onderdelen en de inpassing daarvan in openbaar gebied. Het VO wordt door de gemeente getoetst. Voor eisen die aan VO gesteld worden wordt verwezen naar het Overdrachtsprotocol. Voorstudie: Een globale verkenning van de haalbaarheid en realiseerbaarheid van het initiatief, waarbij vaak meerdere tracés beschouwd worden. De voorstudie komt voor het schetsontwerp (SO). De voorstudie wenst de gemeente wel te ontvangen, maar deze wordt niet door de gemeente getoetst. Warmtenet: warmtenet: geheel van tot elkaar behorende met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen ten behoeve van het transport van warmte of eventueel koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van een collectief warmtesysteem, van en naar een verbruiker of het

10

transport van warmte of eventueel koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van een collectief warmtesysteem, van en naar een gebouw of werk van een producent of een producent van restwarmte, met uitzondering van: a. de leidingen, installaties en hulpmiddelen die zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel; b. een binnen installatie; c. de leidingen, installaties en hulpmiddelen die zijn gelegen in een gebouw of werk van een producent of een producent van restwarmte of op het perceel waarop de productie-installatie is gelegen. Warmtenetexploitant: degene die als natuurlijk persoon, handelend in de uitvoering van een beroep of een bedrijf, dan wel als rechtspersoon een warmtenet beheert. Warmtenetvergunning: Vergunning verleend door het college op grond van de Verordening warmtenetten Haarlemmermeer. Werkterrein: Het gebied waar de vergunde of gemelde werkzaamheden plaatsvinden. Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard: Werkzaamheden ten behoeve van warmteleidingen in openbaar gebied met een sleuflengte van maximaal 10 meter, die niet langer dan 3 kalenderdagen duren. Voor deze werkzaamheden geldt niet de vergunningplicht van de Verordening, maar moet minimaal drie werkdagen voor aanvang een digitale graafmelding worden gedaan via MOOR.

Separaat hiervan moeten de overige uitvoeringsvergunningen, zoals tijdelijke verkeersmaatregelen, tijdig geregeld worden. Uitgezonderd zijn: • De plaatsing van bovengrondse voorzieningen, of • Het verrichten van sleufloze technieken, zoals bijvoorbeeld boringen of persingen, of • Werkzaamheden in hoogstedelijke woongebieden, het hoofdwegennet of in of nabij een winkelgebied. Voor deze uitzonderingen geldt de reguliere vergunningsplicht. WIBON: De Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON), die tot doel heeft gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen te voorkomen. Hiertoe zijn leidingexploitanten verplicht om de geografische gegevens van hun belangen te registreren en te delen met grondroerders die hierom vragen. WOS: Een Warmte Overdracht Station waarbij door middel van een warmtewisselaar de warmte overgedragen wordt van een hoofdnetwerk naar een distributienetwerk. Zekerheidstelling: Een door de gemeente bedongen garantie van de vergunninghouder, om te voorkomen dat een vergunninghouder werk niet kan afmaken. Dit kan worden gedaan in de vorm van een bankgarantie. De hoogte van de zekerheidstelling is afhankelijk van de aard en impact van het werk en wordt per initiatief overeengekomen en vastgelegd in een (nadere) overeenkomst.

Slotbepaling: Bij het ontbreken van een begripsbepaling in deze begrippenlijst, wordt teruggevallen op de begrippenlijst van de Verordening fysiek domein.

11

3. Algemene bepalingen 3.1 1.

2.

3. 4.

5.

6.

7.

8. 9.

10.

11.

12. 13. 14.

Ontwerpproces Een initiatiefnemer voor de aanleg van een warmtenet dient zich bij de gemeente te melden bij het Ondernemersplein met een voorstudie en SO. Een voorstudie waarin verschillende tracéopties zijn onderzocht en waarin een met argumenten onderbouwd voor een voorkeurstracé is gekozen is op zichzelf niet afdoende. De voorstudie wenst de gemeente wel te ontvangen, maar toetst deze niet. Het melden met de voorstudie en het SO van het warmtenet kan via de website https://haarlemmermeergemeente.nl/voor-ondernemers/contact Het is aan de initiatiefnemer om een SO te maken waarbij hij rekening houdt met de bepalingen, regels en voorschriften in deze Nadere Regels. Tevens wenst de gemeente een projectplanning op hoofdlijnen, inclusief ontwerpfase, SO-, VO- en DO-toetsingen, vergunningsfase en de uitvoeringsfase, te ontvangen. Op basis van het SO wordt door de gemeente beoordeeld of de werkzaamheden van het warmtenet onder de categorie ‘melding’ of ‘vergunning’ vallen (zie Verordening Warmtenetten). Indien beoordeeld wordt dat de werkzaamheden onder een ‘vergunning’ vallen, dan wordt dit SO door de gemeente beleidsmatig getoetst aan de Intaketafel van het Ondernemersplein. Het resultaat van deze toetsing wordt met de initiatiefnemer gedeeld.

Na eventuele aanpassingen van het SO door de initiatiefnemer op basis van de terugkoppeling van de Intaketafel kan het SO nogmaals getoetst worden door de gemeente bij de Werkgroep Omgevingsadvies. In meerdere sessies worden dan de verschillende aspecten van het initiatief doorgenomen. Daarna volgt een nadere toetsing van het SO middels een GHOW (Globaal HaalbaarheidsOnderzoek Warmtenetten). Hierbij wordt ook beoordeeld of er werk-met-werk gemaakt kan worden. Tevens wordt beoordeeld welke ruimte en noodzaak er is voor het inrichten van een participatieproces met belanghebbenden. Aansluitend op het beoordeelde SO en het uitgebracht GHOW, behoudt de gemeente zich het recht voor het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst (SOK) met de initiatiefnemer in het geval dat er bijvoorbeeld werk-met-werk gemaakt kan worden. In deze SOK wordt nader overeengekomen welke aanvullende afspraken, waaronder financiën, en (afwijkende) regels op de verdere ontwikkeling van het warmtenet van toepassing zijn. De initiatiefnemer dient de uitkomsten van het GHOW te verwerken in het VO. Ook moet het BLVC-plan in deze fase worden opgesteld. Zowel voor het SO, VO als het DO dient de initiatiefnemer op een overzichtelijke wijze, middels een plantoelichting, inzichtelijk te maken of en op welke wijze voldaan is aan de ontwerpvoorschriften zoals opgenomen in hoofdstuk 4.

Indien van voorschriften is afgeweken, dan moet dit specifiek onderbouwd worden. Voor afwijkingen op de LIOR moet, conform de eisen van de LIOR en het overdrachtsprotocol, een separate lijst bijgehouden worden waarbij met redenen onderbouwd wordt aangegeven waarom de afwijking op de LIOR noodzakelijk is. Realisatie van afwijkingen op de LIOR is alleen mogelijk als alle afwijkingen akkoord zijn bevonden door cluster B&O. Bij het VO wordt, in aanvulling op hetgeen voorgeschreven in de LIOR en het overdrachtsprotocol, van de initiatiefnemer verlangt dat hij ook de volgende stukken aanlevert: A. BLVC-plan; B. Update projectplanning. Bij het DO wordt, in aanvulling op hetgeen voorgeschreven in de LIOR en het overdrachtsprotocol, van de initiatiefnemer verlangt dat hij ook de volgende stukken aanlevert: A. Technische uitwerking en detaillering van kruisingen, zoals met dijken, met watergangen en met andere K&L en riolen evenals een uitwerking van de wijze waarop deze kruisingen worden uitgevoerd. Hierbij specifieke aandacht voor de in de openbare ruimte benodigde (opstel)ruimte om deze werkzaamheden uit te kunnen voeren; B. Geohydrologische berekeningen ten behoeve van de uitvoering van de werkzaamheden, zoals opbarstberekeningen, bemalingsadvies, onder- en achterloopsheid van (tijdelijke) constructies; C. Update projectplanning.

Indien er eerder in het ontwerpproces een SOK is gesloten, kan deze na vaststelling van het DO verder uitgewerkt worden in een realisatieovereenkomst (ROK). Het vastgestelde DO kan gebruikt worden voor het aanvragen van een warmtenetvergunning. Het vastgestelde DO kan gebruikt worden voor het aanvragen van een recht van opstal van de objecten behorende tot het warmtenet die bijvoorbeeld boven- en ondergronds in de openbare ruimte worden geplaatst en aanbracht of welke onder overhangingen of overbouwingen van gemeente of derden geplaatst worden. Voor

12

het aangaan van een recht van opstal met derden is de gemeente geen partij, maar zij wenst wel van de resultaten op de hoogte gebracht te worden. 15. Verdere technische uitwerking van het ontwerp, zoals bijvoorbeeld de inpandige technische installaties, kan de initiatiefnemer verder uitwerken in een uitvoerings- of technisch ontwerp (UO of TO). Deze ontwerpelementen dienen te voldoen aan de geldende (NEN-)normen en wet- en regelgeving, maar deze worden niet door de gemeente binnen de te verlenen warmtenetvergunning getoetst of specifiek vergund.

3.2 1.

2.

3.

4. 5.

6.

3.3 1.

Vergunning Conform de Verordening Warmtenetten dient voor alle werkzaamheden aan warmteleidingen in openbare grond voorafgaand aan de werkzaamheden een vergunning voor de aanleg, instandhouding en verwijdering van warmtenetten te worden aangevraagd. De aanvraag moet gaan over het complete tracé vanaf warmteleverancier tot afnemer, tenzij het college hierover anders heeft beslist. Deze vergunningsplicht geldt niet indien het werkzaamheden van niet-ingrijpende aard (graafwerkzaamheden met een sleuflengte van maximaal 10 meter en een maximale duur van 3 dagen) of een calamiteit of spoedeisende werkzaamheden betreft, zie paragraaf 2.3. Hier kan volstaan worden met een melding. De volgens de Verordening Warmtenetten verkregen vergunning voor de aanleg, instandhouding en verwijdering van het warmtenet is ook een vergunning in de aard van artikel 6.2 lid 1 Verordening Fysiek Domein, namelijk voor een weg aanleggen, de verharding daarvan opbreken, in een weg graven of spitten, aard of breedte van de wegverharding veranderen of anderszins verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg. Voor het leggen van het warmtenet in gemeentegrond moet tijdig een melding worden gedaan bij het Meldpunt Opbrekingen Openbare Ruimte. De melding wordt digitaal gedaan via de website van het Meldpunt Opbrekingen Openbare Ruimte (MOOR), www.opbrekingen.nl.

De warmtenetvergunning geldt voor gronden in eigendom of beheer van de gemeente Haarlemmermeer of voor het gedeelte van een bouwterrein dat door de gemeente als openbare ruimte in beheer zal worden genomen. Een warmtenetvergunning vervalt indien daarvan zonder opgave van redenen binnen twaalf maanden na de datum van vergunningverlening de werkzaamheden buiten nog niet zijn gestart, dat wil zeggen aanvang is gemaakt met het graven van sleuven in openbare gronden. Er zijn naast de warmtenetvergunning ook andere vergunningen en meldingen benodigd voor (het mogelijk maken van) de werkzaamheden. Via het Omgevingsloket kan een vergunningencheck gedaan worden. Mogelijk benodigde vergunningen en meldingen zijn onder andere: A. Tijdelijke verkeersmaatregelen (TVM). Ten behoeve van de werkzaamheden moet een vergunning worden aangevraagd via MELVIN. Hiervoor geldt een proceduretijd van 28 dagen. Voor meer informatie zie de website van de gemeente: https://haarlemmermeergemeente.nl/tijdelijke-verkeersmaatregel B. Gebruik openbare grond. Voor het gebruik van openbare grond buiten het werkterrein dient separaat toestemming te worden gevraagd aan de gemeente. Afhankelijk van de duur van het gebruik is hiervoor een melding of een omgevingsvergunning benodigd. Voor meer informatie zie de website van de gemeente: https://haarlemmermeergemeente.nl/gebruik-openbare-grond C.

Tijdelijke ontheffingen flora en fauna of mitigerende maatregelen; D. Omgevingsvergunning voor bouw. Dit is niet altijd nodig. Voor meer informatie zie de website van de gemeente: https://haarlemmermeergemeente.nl/vergunningsvrij-bouwen. E. Omgevingsvergunning voor de kap van bomen. Voor meer informatie zie de website van de gemeente: https://haarlemmermeergemeente.nl/kappen-van-een-boom F. Bemalings- en onttrekkingsvergunning of -meldingen via het Hoogheemraadschap van Rijnland; G. Vergunning ten behoeve van werkzaamheden binnen de veiligheidszone van de dijken en watergangen via het Hoogheemraadschap van Rijnland; H. Vergunning of melding voor werkzaamheden in de nabijheid van het spoor bij ProRail; I. Een lozingsvergunning voor het lozen van bemalingswater op de riolering (tijdens uitvoering) en het lozen van water tijdens het gebruik van het warmtenet; J. Een project milieueffectrapportage (MER) conform Omgevingsbesluit bijlage V nummer J9; K. Graven in grond en (tijdelijke) opslag van grond.

Meldingsprocedure spoedeisende werkzaamheden en calamiteiten Spoedeisende werkzaamheden en calamiteiten worden voorafgaand aan de start van de werkzaamheden aan de gemeente gemeld, dit kan via MOOR. Als een melding vooraf niet mogelijk is, wordt de melding uiterlijk voor 9:00 uur op de eerste werkdag na de start van de uitvoering per e-mail en digitaal meldsysteem gemeld.

13

2.

3.4 1.

3.5 1.

2.

3.6 1. 2. 3.

4.

3.7 1.

2. 3.

3.8 1.

2. 3.

Indien voor spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten een wegafsluiting noodzakelijk is worden de gemeente (via MELVIN) en de hulpdiensten (zoals in het BLVC-plan is opgenomen) per direct ingelicht door de warmtenetexploitant.

Meldingsprocedure storingen Werkzaamheden in verband met storingen dienen als vergunningplichtige werkzaamheden dan wel als werkzaamheden van niet-ingrijpende aard (sleuflengte van maximaal 10 meter) in MOOR gemeld te worden, niet als calamiteit.

Meldingsprocedure start graafwerkzaamheden Ongeacht of een vergunning is verleend moeten de graafwerkzaamheden in openbare gronden binnen de gemeente Haarlemmermeer minimaal 3 werkdagen voorafgaand aan de start via meldsysteem MOOR bij de gemeente worden gemeld (‘graafmelding’). De gemeente kan op grond van evenementen, onderhoudsplannen in de openbare ruimte of het woningbouwprogramma besluiten om de uitvoeringsplanning door de aannemer te laten aanpassen.

Meldingsprocedure einde graafwerkzaamheden Ongeacht of een vergunning is verleend, moet de aannemer binnen 5 werkdagen na gereedkomen van de werkzaamheden deze gereed melden in het meldsysteem MOOR. Ongeacht of een vergunning is verleend, moet uitgevoerd werk aan open en gesloten verhardingen binnen twee weken na gereedkomen van de werkzaamheden worden ingevoerd in meldsysteem MOOR. Als het werk in MOOR gereed is gemeld dan kan op verzoek van de gemeentelijke toezichthouder een schouw plaatsvinden waarin de staat en kwaliteit van de openbare ruimte samen met een vertegenwoordiger van de aannemer gecontroleerd worden. De formele gereedmelding van einde werk kan alleen na oplossen restpunten gedaan worden, zoals omschreven in paragraaf 6.1. De door de toezichthouder bepaalde urgente herstelpunten afkomstig uit deze schouw moeten op eerste aanzegging per ommegaande hersteld worden. De overige herstelpunten moeten binnen de onderhoudstermijn (zoals omschreven in paragraaf 6.1) hersteld worden.

Overschrijding van de datum van beëindiging werk Bij dreigende overschrijding van de aangegeven dan wel toegestane tijdsduur van het werk dient voor verlenging ervan toestemming te worden aangevraagd middels een melding aan alle vergunningsverleners. Voor de contactgegevens en wijze waarop deze melding moet worden gedaan wordt verwezen naar de desbetreffende vergunningen. Tevens moet de gemeentelijke toezichthouder middels een melding in MOOR verwittigd worden. Tijdens deze verlenging blijven de aan de vergunningen verbonden voorschriften en beperkingen onverminderd van kracht. Zo nodig kunnen aanvullende voorschriften en beperkingen worden gesteld. De warmtenetexploitant of aannemer dient de betrokken bewoners en bedrijven van de verlenging in kennis te stellen.

Tijdelijk opschorten van de warmtenetvergunning (breekverbod) Bij bepaalde weersomstandigheden, bijv. wateroverlast, zware sneeuwval of vorst, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast voor de bewoners en/of schade voor de gemeente leidt, of andere veiligheidsomstandigheden kan de gemeente overgaan tot het tijdelijk opschorten van een verleende vergunning (“Breekverbod”). De gemeente bepaalt, mede op basis van de plaatselijke weersomstandigheden/condities en de beschikbare meteo informatie en veiligheidsinstructies vanuit hulpdiensten, veiligheidsregio of Burgemeester, of er omstandigheden zijn die het instellen of opheffen van een breekverbod rechtvaardigen. Het instellen en het opheffen van het breekverbod geschiedt uitsluitend door het college. Indien de warmtenetexploitant en de gemeente vooraf overeenkomen dat, tijdens een opschortingperiode als bedoeld in lid 1, reguliere werkzaamheden aan warmtenetwerken voor levering van warmte niet langer kunnen worden uitgesteld, kan de gemeente onder voorwaarden een ontheffing voor het betreffende werk verlenen. Aanvullend dienen tussen de gemeente en de warmtenetexploitant afspraken te worden gemaakt over tijdelijk en/of definitief herstel van de openbare weg.

14

3.9 1.

2.

3. 4.

5.

6.

7.

8. 9.

10.

11.

12.

13. 14.

15.

Aansprakelijkheid en schade Bij reconstructies of herontwikkeling van bestaande gebieden waarin een bestaand warmtenet aanwezig is, dient de initiator hiervan, bijvoorbeeld de projectontwikkelaar of de gemeente, een geschikt nieuw tracé aan te bieden en overeen te komen met de warmtenetexploitant voor de (her)aanleg van de warmteleidingen. Compensatie van de kosten die gemoeid zijn met deze (her)aanleg worden verrekend volgens de vastgestelde en dan geldende versie van de Nadeelcompensatie kabels en leidingen. De aanleg, instandhouding en opruiming van alle onderdelen van het warmtenet, zowel bovengronds als ondergronds, geschiedt op een zodanige wijze dat de eigendommen van gemeente en derden niet worden beschadigd en de uitvoering van werkzaamheden door gemeente en van derden niet nodeloos wordt bemoeilijkt. De vergunninghouder neemt dus alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen om te voorkomen dat schade wordt toegebracht aan eigendommen van de gemeente of derden. De vergunninghouder is tegenover de gemeente en derden aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door de uitvoering van de werkzaamheden. De vergunninghouder vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden wegens schade die het gevolg is van de aanleg, instandhouding of opruiming van alle onderdelen van het warmtenet, zowel bovengronds als ondergronds.

De vergunninghouder is aansprakelijk voor schade aan gemeente-eigendommen of aan eigendommen van derden die het gevolg is van het (ver)leggen, verwijderen en repareren en dergelijke van alle onderdelen van het warmtenet, zowel bovengronds als ondergronds. Kosten van hulpdiensten, aanbieders van openbaar vervoer de gemeente en/of andere benadeelden die voortvloeien uit de werkzaamheden kunnen rechtstreeks bij betreffende vergunninghouder in rekening worden gebracht. Indien van toepassing moet betreffende vergunninghouder deze kosten vervolgens zelf verhalen bij de veroorzaker van de calamiteit /storing. Indien een vergunninghouder (onderdelen van) een warmtenet wil aanleggen in een gebied waarvan de bodem verontreinigd is of blijkt te zijn, is de gemeente niet aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade en/of voor de vergunninghouder kostenverhogende maatregelen en uitvoering. De kosten voor het af- en aanvoeren van vrijkomend materiaal en bouwstoffen, zijn voor rekening van de vergunninghouder. De vergunninghouder voldoet daarbij aan alle eisen en (milieu-) voorschriften. Wordt er desondanks schade aan eigendommen van de gemeente of derden toegebracht dan geeft de vergunninghouder dit direct mondeling, en uiterlijk binnen 24 uur schriftelijk of per e-mail, door aan de gemeentelijke toezichthouder en betrokken derden. Bij ernstige schade (bijv.

beschadigen bekleding van leidingen of beschadigen van mantels van kabels) dient direct contact opgenomen te worden met de (gemeentelijke) toezichthouder, en voor zover nodig met de betreffende (net)beheerder, teneinde een calamiteit te voorkomen. Bij schade aan eigendommen van de gemeente, beslist de gemeente of: A. zij de schade op kosten van de vergunninghouder (laat) herstellen, B. de vergunninghouder de schade voor eigen rekening zelf mag (laten) herstellen, of C. de vergunninghouder de schade aan de gemeente dient te vergoeden. In de hoofdstukken 5 en 6 zijn specifieke voorschriften voor herstel van groenvoorzieningen en verhardingen opgenomen. Er dient voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een gezamenlijke schouw van het werkterrein, de werkomgeving en depots door de vergunninghouder en toezichthouder plaats te vinden waarbij de staat van de gemeentelijke eigendommen (zoals bijvoorbeeld verharding, lichtmasten, verkeersregelinstallaties (VRI’s), beplanting, opstallen en overige objecten) en eigendommen van derden (zoals bijvoorbeeld geparkeerde voertuigen en opstallen) wordt vastgelegd. De bevindingen worden vastgelegd door de vergunninghouder en deze moeten door de gemeentelijke toezichthouder worden geaccordeerd.

Graffiti, leuzen, posters en dergelijke die aangebracht zijn op bovengrondse voorzieningen die eigendom zijn van netbeheerders worden binnen vijf werkdagen door of in opdracht van de vergunninghouder verwijderd. Warmteleidingen die zijn gelegd in afwijking van aanwijzingen, richtlijnen e.d. van de gemeente moeten op eerste aanzegging van de gemeente door en voor rekening van de vergunninghouder worden verlegd naar de door de gemeente aan te geven plaats of hoogte. Voor schade als gevolg van de werkzaamheden die zich achteraf openbaart of in geval van verborgen gebreken is de vergunninghouder aansprakelijk.

15

4. Ontwerpvoorschriften 4.1 1.

2. 3.

4.

5.

Eisen ten aanzien van de tracébepaling De ligging van het warmtenet moet, zowel bij herontwikkeling van de openbare ruimte als bij nieuwbouw en private initiatieven, zowel voor de bovengrondse als ondergrondse inpassing, worden afgestemd door de initiatiefnemer met de gemeente op basis van de werkelijke ligging van de overige in de bodem en in de openbare ruimte aanwezige assets en objecten. Uitgangspunt is dat warmtenetten in gemeentegrond alleen zijn toegestaan als alternatieven op private grond aantoonbaar niet mogelijk of niet wenselijk zijn. Bij de tracébepaling van warmteleidingen zijn meerdere aspecten van belang: A. de locatie van de warmtebron(nen); B. de locatie van de afnemer(s) en/of het afnamegebied; C. het beperken van de ligging van de warmteleidingen in de openbare ruimte, door het optimaal benutten van de beschikbare ruimte op privégronden; D. de horizontale ligging; E. de verticale ligging; F. de onderlinge afstand tussen de aanvoer- en retourleidingen van het warmtenet; G. de ligging ten opzichte van gemeentelijke infrastructuur; H. het behoud van aanwezige bomen ten behoeve van het (leef)klimaat, beperking hittestress en bevordering van de gezondheid; I. de afstand tot andere kabels en leidingen, in het bijzonder drinkwaterleidingen; J. de ligging ten opzicht van het riool inclusief hemelwatervoorzieningen (zoals kratten, wadi's etc.); K.

de inpassing van expansiebochten; L. de inpassing van warmte overdracht stations (WOS-en) en ander onder- en bovengrondse voorzieningen ten behoeve van het warmtenet; M. de ruimtereservering voor toekomstige opgaven vanuit gemeente en derden; N. optimalisatie van het gebruik van de openbare ruimte teneinde ‘reststroken’ te beperken; O. de projectgrenzen; P. het beperken van overlast voor de omgeving, zowel tijdens aanleg- als beheerfases. Het doel van deze tracébepaling is: A. een optimaal gebruik van de openbare gronden; B. een ongestoorde exploitatie van kabels en leidingen; C. voorkomen van ongewenste onderlinge beïnvloeding; D. optimaliseren van de veiligheid; E. het voorkomen van hittestress; F. de ruimtereservering voor toekomstige opgaven; G. het inventariseren, middels een document genaamd ‘BLVC-randvoorwaarden’, van de aspecten Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie tijdens de ontwerp-, aanleg- en beheerfase. Specifieke eisen aan de horizontale ligging: A. In het tracé, bij een tracébreedte zonder bomen en gerekend vanaf erfgrens/gevel, geldt als richtlijn dat warmteleidingen volgens een vaste volgorde worden ingedeeld; B. De NEN 7171-1 ‘Ordening ondergrondse netten’ is van toepassing; C.

In de NEN 7171-1 is opgenomen dat er minimaal één (1) meter horizontale tussenafstand tussen huisaansluitingen van drinkwaterleidingen en warmteleidingen moet zijn; D. In bermen langs rijbanen is de afstand van de buitenzijde leidingen tot de zijkant van de verharding (gemeten vanaf onderzijde fundering) ten minste gelijk aan de diepteligging, tenzij door de gemeente anders wordt bepaald. Het is aan de initiatiefnemer om tijdens de totstandkoming van het ontwerp hier onderzoek naar te doen. E. Werkzaamheden aan of bij groenvoorzieningen en bomen worden zoveel mogelijk vermeden. Is dit onvermijdelijk dan wordt eerst overleg met de gemeentelijk coördinator gevoerd, ongeacht of er sprake is van een verlegging in een nieuw of een bestaand tracé. Bij de werkzaamheden wordt de bomenposter in acht genomen (Bijlage 1). F. Indien voor nieuwe warmteleidingen een tracé buiten de wortelzone niet mogelijk is, kan de gemeente bepalen dat de wortelzone gepasseerd moet worden door het boren van mantelbuizen onder de wortelzone

16

dan wel een andere maatregel te treffen. CROW-publicatie 280 “Combineren onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen” wordt hierbij als uitgangspunt genomen. 6. Specifieke eisen aan de verticale ligging: A. Richtlijn is dat warmtedistributieleidingen en -transportleidingen volgens een vaste diepte worden ingedeeld. B. Voor aanleg van warmteleidingen geldt een minimale gronddekking van 80 cm. C. In bepaalde situaties en in overleg kan de gemeente een andere diepteligging toestaan of voorschrijven. D. Uitgangspunten bij verticale ligging: 1. warmtedistributieleidingen liggen niet dieper dan -transportleidingen; 2. bij kruisingen van leidingen met andere leidingen bedraagt de tussenruimte (verticale dagmaat) ten minste 0,20 m. Voor kruisingen met drinkwaterleidingen dient afstemming met het waterbedrijf plaats te vinden; 3. strook tussen 0,70 m en 0.90 m beneden het (toekomstige) maaiveld voor de huisaansluiting van het warmtenet vrijhouden. E. Bij sleufloze technieken, zoals boringen/persingen in welke vorm ook, is de diepteligging afhankelijk van de situatie ter plaatse. De minimale verticale dagmaat ten opzichte van de te kruisen leidingen bedraagt bij persingen ten minste 0,50 m en bij gestuurde boringen ten minste 5 meter, waarbij de te boren/persen warmteleiding waar mogelijk onder de bestaande te kruisen leiding moet worden gevoerd.

Genoemde minimale verticale dagmaat moet aantoonbaar worden gegarandeerd om afwijkingen tijdens de uitvoering op te vangen. Bij gebruik van andere sleufleuze technieken worden de uitgangspunten in overleg met de gemeente vastgesteld. F. Bij het kruisen van sloten / open watergangen moet, afhankelijk van het type watergang, een minimale gronddekking van 1,00 m ten opzichte van de ontwerpdiepte van de bodem van de watergang (de waterdiepte volgens de legger oppervlaktewater van het Hoogheemraadschap van Rijnland) worden aangehouden. Indien de aanwezige bodem van de watergang lager ligt dan de ontwerpdiepte van de bodem van de watergang moet een gronddekking van 2,00 m ten opzichte van de aanwezige vaste bodem van de watergang worden aangehouden. Een en ander conform de eisen van het Hoogheemraadschap van Rijnland. G. De Haarlemmermeerpolder is door het Hoogheemraadschap van Rijnland aangeduid als een ‘kwetsbaar kwelgebied’. De ten behoeve van de aanleg benodigde ontgraving(en) moet(en) daarom altijd berekend worden op opbarst- en kwelrisico’s. Hiervoor is lokale bodeminformatie benodigd die de initiatiefnemer zelf moet verzamelen. De brongegevens, berekeningen, uitkomsten en beheersmaatregelen hiervan moeten worden ingediend bij de DO-toetsingen. Deze gegevens zijn ook benodigd voor de aanvraag van uitvoeringsvergunningen. 7. Specifieke eisen ten behoeve van het ontwerp: A.

Voor het maken van een SO is het gebruik van de in de KLIC en BGT aanwezige zaken afdoende. B. Voor het DO dient de initiatiefnemer de correcte ligging van alle zaken behorende tot het warmtenet te onderbouwen middels nadere inmetingen en resultaten van proefsleuven van de bestaande kabels en leidingen. 8. Kruising gesloten verhardingen: A. Kruisingen onder een gesloten verharding moeten middels een sleufloze techniek, zoals bijvoorbeeld een boring of persing, worden uitgevoerd. 9. Het opbreken van gesloten verhardingen is zonder voorafgaand overleg met, en verkregen toestemming van de gemeente niet toegestaan waarbij door aanvrager aangetoond moet worden dat de gewenste opbreking niet te vermijden is. Voor verdere regels zie paragraaf 6.5. 10. Ligging nabij andere objecten: A. Objecten die kunnen worden beïnvloed door de tracering en aanleg van warmteleidingen moeten vooraf door de aanvrager worden geïdentificeerd. Objecten kunnen onder meer zijn: bestaande wegen, spoorwegen, waterlopen, voetpaden, primaire- en secundaire waterkeringen, kademuren, viaducten, tunnels, naastliggende kabels en leidingen, bomen (wortelzone en gestelwortels) en gebouwen. B. Geadviseerd wordt om de ligging van objecten in de bodem te verifiëren. Dit kan bijvoorbeeld door het maken van proefsleuven.

4.2 1.

Situering expansievoorzieningen Voor de aanleg van expansiebochten, waar nodig in de bijbehorende warmteleidingtracés, dient in het DO en de aanvraag voor een vergunning het aantal en de afmetingen aangegeven te worden. De locatie van de expansiebocht dient gemaatvoerd op de DO- en vergunningstekeningen aangegeven te zijn.

17

2.

3.

4.3 1.

2.

3.

4.4 1. 2.

3.

4.

Initiatiefnemer dient conform paragraaf 4.1 lid 6B voorafgaand op beoogde locatie een proefsleuf te maken om zich ervan te vergewissen dat er sprake is van afdoende inpassingsruimte volgens de bepalingen in deze nadere regels ten opzichte van ondergrondse infrastructuur en andere ondergrondse inrichting. Als blijkt dat aanleg niet past binnen de in deze nadere regels bepaalde inpassingsruimte, zoekt de initiatiefnemer in dat geval samen met de gemeente en mogelijk derde belanghebbende(n) een alternatief.

Bovengrondse voorzieningen behorend bij het warmtenet De initiatiefnemer of vergunninghouder is bij het initiëren en/of aanleg van bovengrondse warmtevoorzieningen verantwoordelijk voor het informeren van en afstemmen met de gemeente en andere belanghebbenden over voorgenomen werkzaamheden en het inzichtelijk maken van belangen van derden incl. impact op de omgeving. De exacte plaats van bovengrondse voorzieningen behorend bij een warmtenet, waaronder warmteoverdrachtstations en andere voorzieningen moet altijd in overleg met de gemeente worden vastgesteld. Leidend hierbij is de beslisboom in de Leidraad inpassing middenspanningsruimten. De toezichthouder kabels en leidingen moet minimaal twee weken voorafgaand aan de plaatsing van bovengrondse voorzieningen door de warmtenetexploitant of aannemer op de hoogte worden gebracht om eventueel aanwezig te kunnen zijn bij de plaatsing ervan.

Bepalingen ten aanzien van de vergunningaanvraag De warmtenetvergunning, zoals bedoeld in de Verordening wordt digitaal aangevraagd via de website van het omgevingsloket. De vergunningaanvrager is bij het initiëren van projecten en/of aanleg van warmtetransportleidingen verantwoordelijk voor het informeren van en afstemmen met andere leidingexploitanten over voorgenomen werkzaamheden en inzichtelijk maken van ondergrondse belangen van derden incl. kruisingen binnen het beoogde tracé(s). Dit dient schriftelijk te worden vastgelegd en bij de vergunningaanvraag ingediend. Een plantoelichting, waarin wordt ingegaan op de technische, juridische aspecten van het aan te leggen warmtenet. Tevens bevat de plantoelichting het volgende: A. een vergunningenscan; B. een toelichting met mate waarin en wijze waarop het warmtenet bijdraagt aan het energietransitiebeleid; C. de wijze waarop inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn betrokken bij het initiatief en in hoeverre deze het initiatief steunen; D. voor welke afnemers het warmtenet wel en niet toegankelijk zal zijn; E. de beschikbare informatie over de warmtevraag en de toekomstige warmtevraag; F. de voor het warmtenet in te zetten warmtebronnen en potentiële warmtebronnen; G. de mogelijke en geplande uitbreidingsmogelijkheden van het warmtenet.

Het in te dienen uitvoeringsplan met betrekking tot de werkzaamheden voor de aanleg van het warmtenet, omvat in ieder geval het volgende: A. een door de gemeente akkoord bevonden definitief ontwerp met tekening(en) op een BGT-ondergrond met een schaal van 1:200 (of gedetailleerder) waarop de werkzaamheden ten behoeve van de warmteleidingen of de aanwezigheid daarvan zijn aangegeven en waarop, naast hetgeen is opgenomen in de bepalingen van deze nadere regels, ook de voor beoordeling nodige straatnamen zijn aangeduid; B. een beschrijving van de maatregelen ter bevordering van de ondergrondse ordening; C. een omschrijving van de warmteleidingen (technische verkenning) die worden aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd, alsmede een omschrijving van de voorzieningen die worden medegebruikt of voor medegebruik worden aangelegd (onderdeel van tracé); D. een plan van aanpak ten behoeve van behoud en bescherming van het openbaar groen, met name bomen, ten tijde van de uitvoering. Hierbij aandacht voor minimaal de aspecten (tijdelijke) grondwaterstand verlagingen, droogte, depotlocaties, kap, verplantingen, boombescherming en voorkomen van aanrijschade; E. de werkzaamheden die benodigd zijn voor het beheer en instandhouding van het warmtenet, waarbij impact op de omgeving en frequentie nader uitgewerkt zijn; F.

de wijze en frequentie van het overleg en de coördinatie met derden van de voorgenomen werkzaamheden; G. een BLVC-plan met daarin onder andere vermeld de contactgegevens van degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden worden verricht, hoe omgegaan wordt met de openbare orde, bereikbaarheid van gronden en gebouwen (verkeersomleidingsplan), leefbaarheid (beperking van overlast), veiligheid en communicatie (een beschrijving van de wijze waarop omwonenden, bedrijven en andere belanghebbenden tijdig vooraf en tijdens het werk in kennis worden gesteld en gehouden van de werkzaamheden);

18

H.

4.5 1.

2.

3. 4.

5.

6.

7.

8.

9.

10.

11.

12.

13.

een opgave van het voorgenomen tijdvak waarbinnen de werkzaamheden zullen plaatsvinden en, indien van toepassing, een opgave van de fasering binnen dit tijdvak (uitvoeringsplanning).

Overige bepalingen Voor de inrichting van de openbare ruimte en de gemeentelijke eigendommen, zoals riolering, drainage, verharding en groenvoorzieningen, wordt verwezen naar de bepalingen in de LIOR. Ook de Leeswijzer en het Overdrachtsprotocol zijn van toepassing. Alle ontwerpen dienen te voldoen aan de hieraan gekoppelde bepalingen. Voor alle in deze nadere regels opgenomen normdocumenten (bijvoorbeeld NEN-normen) of voorgeschreven documenten (zoals LIOR en Overdrachtsprotocol) geldt dat de laatste versie van het betreffende document leidend is. Alleen ingeval van een SOK of ROK waarin specifieke versies van documenten zijn voorgeschreven kan hiervan worden afgeweken. Het ontwerp van het warmtenet dient te voldoen aan de NEN-EN 13941-1:2019+A1:2022 ‘Ontwerp en installatie van voorgeïsoleerde buissystemen voor stadsverwarming'. De initiatiefnemer kan door de gemeente verplicht worden, voorafgaand aan de vaststelling van het definitieve tracé, op eigen kosten van de initiatiefnemer onderzoek te doen naar de werkelijke ligging van bestaande kabels en leidingen op specifiek aan te geven locaties door middel van proefsleuven. Het resultaat van de proefsleuven (incl. maatvoering) dient bij eerste aanzeggen aan de gemeente verstrekt te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=e54a1c28-1df7-4685-8a7f-254a80726d6a