Bijlage 3 - Locatieonderzoek Transformatorstation A4 zone west
Tekst van het document
Locatieonderzoek Transformatorstation A4-zone West
Document ID Versie Status Datum laatste versie Projectmanager Auteur(s) Gezien door Goedgekeurd Verspreidingslijst
RTO822/RLO2402_HBS 3.4 Definitief 11 augustus 2022 Qirion: Zegert Visser Qirion: P.Jetten, J. de Bruin R. Bolhuis, M.Fick Qirion: Zegert Visser Gemeente Haarlemmermeer: F. Breg TenneT: N. van der Zwet, M. Fick, Liander: F. van Kuijk, R. Bolhuis SADC: A. van der Wijk, A. Jansen
1
INHOUD 1
2
Inleiding ............................................................................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding ...................................................................................................................................................................... 3
1.2
Doel................................................................................................................................................................................ 3
1.3
Betrokken partijen.......................................................................................................................................................... 4
1.4
Leeswijzer ...................................................................................................................................................................... 4
Onderbouwing mogelijke stationslocaties ...................................................................................................................... 5 2.1
Voorgeschiedenis .......................................................................................................................................................... 5
2.2
Toenemende vraag zorgt voor zoektocht naar twee stationslocaties .......................................................................... 6
2.3 Zoektocht tweede stationslocatie .................................................................................................................................. 6 2.3.1 Klantgebieden ........................................................................................................................................................ 6 2.3.2 Onderdelen station ................................................................................................................................................. 8 2.3.3 Selectie potentieel geschikte stationslocaties ..................................................................................................... 10 2.4 Geschikte locaties en verkenning kabelcircuits .......................................................................................................... 17 2.4.1 Beschrijving van de potentieel geschikte stationslocaties ................................................................................... 17 2.4.2 Tracering voedende en afgaande kabelcircuits ................................................................................................... 19 2.4.3 Conclusie .............................................................................................................................................................. 30 3
4
Omgevingsaspecten (onderscheidend) potentiële stationslocaties ......................................................................... 31 3.1
Grondeigendom ........................................................................................................................................................... 31
3.2
Ruimtelijke inpassing stationslocatie........................................................................................................................... 32
Algemene beschouwing: verschillen tussen locaties en selectie voorkeurslocatie. ............................................... 35
Bijlage 1 Overzicht niet-onderscheidende planologische- en omgevingsaspecten ....................................................... 37 Geluid .................................................................................................................................................................................. 37 Externe veiligheid................................................................................................................................................................ 37 Bestemmingsplantoets locatie Op de Energyhub ............................................................................................................. 39 Bestemmingsplantoets locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 1) .............................................................................. 41 Bestemmingsplantoets locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 2) .............................................................................. 44 Bestemmingsplantoets locatie In de Campus ................................................................................................................... 45 Bodem .................................................................................................................................................................................
46 Archeologie en aardkunde .................................................................................................................................................. 46 Conventionele explosieven ................................................................................................................................................. 46 Natuur ................................................................................................................................................................................. 47 Water................................................................................................................................................................................... 47 Elektromagnetische velden................................................................................................................................................. 48
2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Er is een grote behoefte aan extra transportcapaciteit van elektriciteit in een groot deel van Haarlemmermeer, voor woningbouw, nieuwe bedrijven, bedrijfsuitbreiding en vanwege de energietransitie. De vraag is de laatste jaren sterk gegroeid waardoor de maximale capaciteit van transport van elektriciteit is bereikt. Dit betekent dat grote delen van het elektriciteitsnet van Haarlemmermeer op code rood staat. Nieuwe grootverbruikers kunnen daardoor niet meer worden aangesloten. Voor één transformatorstation is de haalbaarheidsfase inmiddels afgerond. Dit betreft de bouw van het transformatorstation op het Schiphol Logistics Park (SLP) aan de Incheonweg te Rozenburg. Deze locatie is met name geschikt voor het voeden van bedrijven in het gebied rondom Schiphol. Hoewel dit station ervoor zorgt dat het elektriciteitsnet niet meer op code rood staat, is de omvang van de stroomvraag aan de westzijde van de A4 rondom Hoofddorp dermate groot dat hiervoor een tweede station noodzakelijk is (werknaam A4-zone West). Vanuit Liander is een studie uitgevoerd naar het te verwachten vermogen in het gebied. Hieruit volgt dat het geprognotiseerde vermogen in 2050 in totaal 1000 MVA bedraagt in de regio Haarlemmermeer. Uit de studie blijkt dat er nog veel onzekerheden bestaan ten aanzien van het aansluiten van datacenters. Deze onzekerheid wordt in de volgende alinea toegelicht.
Voor de overige ontwikkelingen bestaat deze onzekerheid niet. Deze ontwikkelingen bestaan uit onder andere glastuinbouw, bedrijventerreinen en de ontwikkelingen in de energietransitie. Van de geprognotiseerde 1000 MVA is met betrekking tot bedrijfszeker stationsvermogen (BZSV) 200 MVA reeds beschikbaar in de regio middels bestaande stations. Daar komt 400 MVA bij middels het station op SLP aan de Incheonweg, wat het totale BZSV op 600 MVA zal brengen. Voor de overige 400 MVA is een oplossing benodigd. Een groot deel van de nieuwe vraag in het gebied komt van datacenters. Datacenters vragen op dit moment nog vaak een aansluiting op het middenspanningsnet van Liander. Steeds vaker stappen datacenters over naar een 150kV-aansluiting op het TenneT-domein. SADC kiest er in haar programmering voor het Green Datacenter Campus op het STP-terrein voor om in te zetten op 2 of 3 marktpartijen van ieder maximaal 100 MW die het gehele concept kunnen financieren en exploiteren. Om een oplossing te kunnen bieden voor de complexe kabelstructuur en duidelijkheid te kunnen bieden aan de netbeheerders over de type aansluitingen is SADC bereid een marktrisico te nemen en haar programmering van de Green Data Center Campus aan te passen naar 2 à 3 grote datacenters.
De uitgifte aan 2 of 3 grote datacenter partijen (ieder 100 MW) betekent dat deze aangesloten zullen worden via een eigen inkoopstation op het hoogspanningsnet van TenneT. TenneT acht het ook nog mogelijk dat er 3 datacenters kunnen komen van 65MW. De gemeente stelt hierbij de randvoorwaarde dat het GDCC gaat beschikken over eigen inkoopstations en er geen voeding door Liander zal plaatsvinden. Hierdoor komt de uiteindelijke capaciteit van het transformatorstation volledig beschikbaar voor de ruimtelijke ontwikkelingen en de energietransitie die de gemeente voor staat. Bij een overstap op het TenneT-domein ontstaat binnen het Liander-domein (meer) ruimte, waarmee overige ontwikkelingen opgevangen kunnen worden. Ongeacht de aansluiting van de datacenters blijft een tweede station noodzakelijk. TenneT en Liander gaan uit van een 150/20kV-station van 4 tot 6 ha. In paragraaf 2.3.2 wordt toegelicht hoe dit station is opgebouwd.
1.2
Doel
Het doel van dit locatieonderzoek is om tot geschikte potentiële stationslocaties te komen in het zoekgebied zoals in groene aanduiding op onderstaande figuur 1 weergegeven. Als startpunt gebruiken we de beschikbare informatie uit de eerdere haalbaarheidsstudies uit 2016 en 2017.
3
Figuur 1 Zoekgebied Figuur 1 geeft het zoekgebied weer waarbinnen de netbeheerders twee stationslocaties zoeken. Bij het bepalen van het zoekgebied is onder meer gekeken naar de nabijheid van de klantvragen, de spreiding van transformatorstations, de eisen aan lengte van kabelcircuits en de natuurlijke of door cultuurhistorie bepaalde lijnen in het landschap. Aan de Incheonweg is inmiddels de locatie voor het eerste station gevonden. In dit locatieonderzoek is aangegeven welke locaties potentieel geschikt zijn voor een tweede station. Vervolgens zijn voor deze locaties de verschillende (planologische) omgevingsaspecten met betrekking tot milieu, veiligheid en landschap op hoofdlijnen beschreven. In een algemene beschouwing zullen vervolgens de verschillen tussen de locaties nader worden toegelicht. Dit locatieonderzoek biedt daarmee de informatie voor de diverse partijen om te komen tot een gezamenlijk gedragen voorkeurslocatie.
1.3
Betrokken partijen
De initiatiefnemers TenneT en Liander hebben samen met de gemeente Haarlemmermeer en gebiedsontwikkelaar Schiphol Area Development Company (SADC) de potentieel geschikte locaties voor het tweede nieuwe transformatorstation onderzocht. Omdat het gaat om een nieuw station in de nabijheid van Schiphol Trade Park, waar SADC de regie over voert, is (in dit specifieke geval) aan SADC gevraagd om deel te nemen aan dit locatieonderzoek. Ook is STP/ Green Datacenter Campus een belangrijk toekomstig voedingsgebied, zodat de ligging van de kabeltracés in dit gebied (mede) bepalend zijn voor de haalbaarheid van een locatie. Het onderhavige onderzoek is mede gebaseerd op openbaar toegankelijke data. Dit locatieonderzoek vormt een eerste verkenning van partijen naar de (on)mogelijkheden van een potentiële locatie. Een participatieproces met de omgeving heeft nog niet plaatsgevonden. Participatie zal in het kader van de benodigde planvormingsprocedures nog wel plaatsvinden.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het gebied beschreven, de technische onderdelen van een transformatorstation en benodigde ruimte benoemd en bepaald welke locaties binnen het zoekgebied potentieel geschikt zijn. In hoofdstuk 3 komen de planologische aspecten van de potentiële locaties aan bod. De relevante verschillen tussen de locaties worden beschreven in hoofdstuk 4. De verschillen leiden uiteindelijk tot een voorkeursvariant.
4
2
Onderbouwing mogelijke stationslocaties
2.1
Voorgeschiedenis
In de periode van 2015 tot en met 2017 is een haalbaarheidsonderzoek1 uitgevoerd om te komen tot een locatiekeuze voor een 150/20kV-station en een voorkeurstracé voor de 150kV-kabelcircuits in de regio Haarlemmermeer. De uitgangspunten in dit onderzoek waren onder andere een AIS-station2 met een oppervlakte van circa 6 hectare binnen het zoekgebied, zes transformatoren van Liander, twee compensatiespoelen van TenneT en bliksemspitsen met een hoogte van 22 meter. Eerst is het zoekgebied geselecteerd. Daarbij is onder meer gekeken naar de nabijheid van de klantvragen, spreiding van transformatorstations, technische eisen aan lengte van kabelcircuits en de natuurlijke of door cultuurhistorie bepaalde lijnen in het landschap. In het haalbaarheidsonderzoek zijn drie potentiële stationslocaties naar voren gekomen als haalbare stationslocaties, te weten locaties 1, 2A en 2B. Op onderstaand figuur 2 zijn de drie locaties weergegeven.
Figuur 2 Zoekgebied en potentiële stationslocaties haalbaarheidsstudie 2017
Locaties 2A en 2B hadden de voorkeur van de netbeheerders ten opzichte van locatie 1. Echter voor deze locaties heeft de gemeenteraad Haarlemmermeer op 18 juli 2018, na bezwaren van de omgeving, besloten dat ze niet langer beschikbaar zijn als mogelijke stationslocatie. Na het afvallen van locaties 2A en 2B zijn de netbeheerders verder in gesprek gegaan met de gemeente over locatie 1 op Schiphol Trade Park. Het onderzoek voor deze stationslocatie was in een ver gevorderd stadium. Echter, begin 2019 bleek dat door het mogelijk toekomstige metro-tracé en de ‘Uitgangspunten Schaalsprong Oostflank Haarlemmermeer’3 een station op deze locatie voor de gemeente ongewenst is. Hiermee is ook locatie 1 afgevallen. Ondertussen gaan de
1
Haalbaarheidsstudie fase 2, A4-zone, Afweging omtrent locatie- en tracékeuze 150/20 kV-transformatorstation en 150 kV-
kabelverbindingen, februari 2017 2
Dit is een open transformatorstation met een opstelling van de schakelcomponenten in de buitenlucht. AIS staat voor Air
Insulated Switchgear, wat betekent dat (normale) buitenlucht wordt gebruikt als isolatiemedium 3
Uitgangspunten voor de Schaalsprong van de Oostflank Haarlemmermeer, gemeente Haarlemmermeer, 23 december 2019 5
ontwikkelingen in het zoekgebied door. Hierdoor zijn eerder geschikt bevonden gronden niet meer bereikbaar met kabelcircuits voor de netbeheerders. Ook zijn delen van het zoekgebied inmiddels voorzien van een andere functie of inmiddels bebouwd.
2.2
Toenemende vraag zorgt voor zoektocht naar twee stationslocaties
Ondertussen wordt de noodzaak voor een nieuw transformatorstation steeds groter. De stroomvraag is sinds de start van de zoektocht naar een stationslocatie in 2015 enorm toegenomen. Aanvankelijk waren de netbeheerders op zoek naar één locatie voor een station. Inmiddels is de vraag zo groot dat er twee stationslocaties nodig zijn. Gezien de klantgebieden is er één station nodig aan de oostzijde van de rijksweg A4 en één station aan de westzijde van de rijksweg A4. De eerste locatie is reeds gevonden op percelen aan de Incheonweg (‘150/20KV-station Rozenburg-Zuid’). Op figuur 3 is het zoekgebied weergegeven waarbinnen de netbeheerders twee stationslocaties zoeken. In het groen is het gebied ten westen van de rijksweg A4 weergeven. Binnen dit gebied zijn de netbeheerders op zoek naar een tweede stationslocatie.
Figuur 3 Zoekgebied stationslocaties netuitbreiding A4-zone
2.3
Zoektocht tweede stationslocatie
2.3.1
Klantgebieden
De ligging van klantgebieden is essentieel voor de zoektocht naar potentieel geschikte locaties. Locaties nabij de klantgebieden zorgen immers voor korte lengtes van afgaande kabelcircuits waardoor netverliezen worden beperkt. Het tweede station moet de volgende klantgebieden van stroom gaan voorzien: ▪ STP/ Green Datacenter Campus; ▪ De President; ▪ De Hoek; ▪ Hoofddorp; ▪ Overige gebieden, waaronder PrimA4a en Park 21. 6
De meeste klantgebieden worden ook voorzien van stroom door bestaande transformatorstations. Deze stations hebben echter hun capaciteitsgrens bereikt waardoor een nieuw station noodzakelijk is. Figuur 4 geeft het zoekgebied aan waarbinnen een tweede stationslocatie wordt gezocht, evenals de ligging van de klantgebieden die van stroom moeten worden voorzien:
Figuur 4 Zoekgebied transformatorstationslocatie A4-zone West met klantgebieden. Opmerking: de omvang van het ingekleurde gebied is niet gelijk aan de stroomvraag.
Het Green Datacenter Campus (GDCC) op STP, de President en Hoofddorp zijn de primaire voedingsgebieden voor het tweede station. Voor de haalbaarheid van de klantaansluitingen is onder meer bepalend welke aansluitingen de datacenters op met name STP vragen. In de zoektocht naar een potentieel geschikte locatie is daarom ten aanzien van het GDCC gekeken naar zowel mogelijkheden voor 20kV-aansluitingen als naar 150kV-aansluitingen. Gedurende dit locatieonderzoek heeft SADC meer inzicht gegeven in de gewenste programmering voor GDCC. Tussen 2026 en 2028 zal er ca. 5 ha. per jaar worden uitgegeven (totaal 10 ha.) voor meerlaagse data centers. Er wordt ingezet op 1 of 2 marktpartijen van ieder maximaal 100 MW die het gehele concept kunnen financieren en exploiteren. De uitgifte aan 1 of 2 grote datacenter partijen (ieder 100 MW) betekent dat deze aangesloten zullen worden via een eigen inkoopstation op het hoogspanningsnet van TenneT. Dit is conform het vigerende datacenterbeleid van de gemeente Haarlemmermeer.
7
Op 16 februari 2022 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een voorbereidingsbesluit genomen voor het oprichten van hyperscale datacenters met een omvang van meer dan 10 ha en een elektrisch vermogen van 70 MW en hiervan af te leiden energiebehoefte per jaar. Consequentie van dit voorbereidingsbesluit is dat bouwaanvragen moeten worden aangehouden, en niet kunnen worden ingewilligd. De duur is beperkt tot een periode van negen maanden, om daarmee de regering in staat te stellen een AMvB tot stand te brengen. Door de meerlaagse opzet van GDCC van datacenters zal de omvang niet meer dan 10 ha bedragen, voor nu wachten we eerst de AMvB af. Gelet op de ontwikkelingen rondom het landelijk beleid voor de bouw van datacenters is er de mogelijkheid dat SADC haar programmering aanpast van twee datacenters van 100MW naar drie datacenters van bijvoorbeeld 65MW. Doordat de datacenters op de GDCC conform de meest recente programmering van SADC hun eigen 150kV-inkoopstation dienen te realiseren, zullen zij aangesloten worden via 150kV-kabelcircuits van TenneT. Er is dan een beperktere vraag naar aansluitingen van Liander ten behoeve van de overige logistieke bedrijven. Uitgangspunt kan dan zijn dat maximaal zes 150kV-kabelcircuits naar GDCC getraceerd moeten worden (voor de datacenters).
De President, PrimA4a, De Hoek en Hoofddorp worden (ook) voorzien vanuit stations Hoofddorp, Haarlemmermeer en (beperkt) Rozenburg-Zuid. Deze stations worden ontlast door overname van bestaande aansluitingen op Rozenburg-Zuid (aan de Incheonweg). Desalniettemin is de stroomvraag aan de westzijde van de A4 dermate groot dat een tweede station noodzakelijk is. De klantvraag vanuit Park 21-aangeslotenen zijn momenteel nog niet in beeld. Liander houdt wel rekening met een toekomstige vraag vanuit dit gebied.
2.3.2
Onderdelen station
Het station betreft een 150/20kV-station van TenneT en Liander, dat conform het beleid van TenneT in beginsel zal worden ontwikkeld als een AIS-station4. De voorkeur vanuit SADC en de gemeente gaat uit naar een GIS configuratie, zodoende zullen we tevens de mogelijkheden onderzoeken van de ontwikkeling van een GIS-station5, met een hiervoor benodigd oppervlak van 4 tot 6 ha. Het station zal met ondergrondse 150kV-kabelcircuits worden aangesloten op het bestaande elektriciteitsnetwerk. Vervolgens worden de gebruikers/klanten vanuit dit nieuwe station van stroom voorzien door aansluitingen op het 150kV-, 20kV- en achterliggende distributienet. Het station bestaat uit een hoogspanningsgedeelte (TenneT) en een middenspanningsgedeelte (Liander). Deze delen zullen van elkaar gescheiden worden, omdat er sprake is van twee netbeheerders die afzonderlijk van elkaar in staat moeten zijn beheer en onderhoud te plegen aan de eigen installaties. Uitgangspunt is dat op het stationsterrein een aantal onderdelen wordt gerealiseerd, namelijk: 1. Een 150kV-AIS-station of een 150kV-GIS-station; 2. Twee compensatiespoelen 3. Drie of vier transformatoren (240 of 320 MVA n-1), met de bouwkundige mogelijkheid dit uit te breiden tot een volwaardig transformatorstation met 6 transformatoren; 4. Een 20kV-middenspanningsgebouw. De onderdelen 1 en 2 worden door TenneT beheerd.
De onderdelen 3 en 4 zijn in beheer bij Liander. Op het station zullen wegen worden aangelegd om de verschillende gebouwen/bouwwerken te bereiken voor onderhoud en vervanging van onderdelen. Er wordt tevens een beperkt aantal parkeergelegenheden aangelegd. Het station zal onbemand blijven, enkel tijdens beheer en onderhoud zijn er mensen aanwezig op het station. Zoals aangegeven is het benodigd oppervlak voor het station 4 tot 6 ha, hierbij wordt dan ook rekening gehouden met de mogelijkheid om na dertig tot vijftig jaar de onderdelen van het station te kunnen vervangen. Bij vervanging wordt het GIS4
Dit is een open transformatorstation met een opstelling van de schakelcomponenten in de buitenlucht. AIS staat voor Air
Insulated Switchgear, wat betekent dat (normale) buitenlucht wordt gebruikt als isolatiemedium 5
Dit is een gesloten transformatorstation, waarbij de hoogspanningsvelden zijn ondergebracht in een gebouw. GIS staat voor Gas Insulated
Switchgear, wat betekent dat een gas wordt gebruikt als isolatiemedium 8
gebouw eerst gebouwd naast het bestaande onderdeel om zodoende de levering van stroom te garanderen. Na in bedrijf name van het nieuwe onderdeel wordt het oude onderdeel gesloopt. Voor de cellen van de transformatoren kunnen we uitgaan van een totaalafmeting van 90x12 m en een hoogte van circa 6,5 m. Een 20kV-gebouw naast de transformatoren zal circa 4,25 meter hoog worden. Voor de 2 compensatiespoelen kunnen we uitgaan van een totaalafmeting van 25x10 m en een hoogte van circa 6,5 meter. Op de cellen van de transformatoren en de compensatiespoelen worden bliksemspitsen geplaatst waardoor de totale hoogte op circa 12 meter boven maaiveld komt. Indien het station als een AIS configuratie wordt gerealiseerd moeten we uitgaan van een schakeltuin met een hoogte van de hoofdrail van 9 m, inclusief de bliksemspits komt de totale hoogte op ca 15 m. Bij een GIS configuratie zal een GISgebouw naar verwachting een hoogte van circa 12 meter krijgen.
9
2.3.3
Selectie potentieel geschikte stationslocaties
Binnen het zoekgebied zorgen diverse belemmeringen ervoor dat delen van het zoekgebied niet geschikt zijn voor het realiseren van een 150/20kV-station. Het zoekgebied is op onderstaande kaart opgedeeld in vier deelgebieden. Per deelgebied wordt ingegaan op de aanwezige belemmeringen en wordt aangegeven welke locaties zijn geselecteerd als wel potentieel geschikte locaties.
Figuur 5 Vier deelgebieden
10
Deelgebied 1 ‘Rijnlanderweg – A4, noord’ Een kaart met belemmeringen is op onderstaande figuur weergegeven:
Figuur 6 Deelgebied 1
▪
▪
▪ ▪ ▪
In dit deelgebied ligt de funnel van de Kaagbaan, een obstakelvrije zone ten behoeve van het starten en landen van vliegtuigen op en vanaf de Kaagbaan van Schiphol. Binnen de funnel is het niet toegestaan een nieuw station te realiseren. Door het gebied loopt een buisleidingenstrook (leidingen met gevaarlijke inhoud) en overige ondergrondse infrastructuur. De directe nabijheid en zones met kabels en leidingen maakt een locatie minder geschikt als stationslocatie. Een deel behoort tot bedrijventerrein Schiphol Trade Park dat wordt ontwikkeld door SADC. De percelen die reeds uitgegeven en gereserveerd zijn voor met name handel en andere bedrijvigheid is op kaart aangegeven. Direct langs de Rijnlanderweg liggen diverse woningen. Er is te weinig ruimte om hier een locatie te vinden van 4 tot 6 ha. Langs de Geniedijk ligt het UNESCO-monument Stelling van Amsterdam. Binnen de contouren van het UNESCOerfgoed is een nieuwe stationslocatie niet mogelijk. 11
▪
▪
Langs de Rijksweg A4 is een beheerzone opgenomen. Binnen deze beheerzone is een nieuwe stationslocatie niet mogelijk. Het is bekend dat er momenteel een verkenning plaatsvindt met betrekking tot eventuele verbreding van de A4. In dit deelgebied en de locatie Op de Energyhub is een groen-blauwe zone opgenomen. Binnen deze zone is het niet mogelijk om een nieuw station te realiseren. We gaan er vanuit dat in beginsel de gemeente Haarlemmermeer en SADC bereid zijn om mee te werken aan het publiekrechtelijk geschikt maken van deze locatie.
De Energyhub is onderdeel van de gebiedsontwikkeling STP. Hier wordt een fysieke plek beoogd waar innovatieve en toekomstgerichte energiedragers worden ontwikkeld, geproduceerd en verkocht. Een deel is reeds ontwikkeld, maar er zijn ook nog percelen uit te geven. Aandachtspunt vormt de woning langs de Bennebroekerweg. Er dient rekening te worden gehouden met de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op de gevel van deze woning. Ook is een aandachtspunt de omvang van het perceel. Het gebied Op de Energyhub is als potentieel geschikte locatie geselecteerd. Deelgebied 2 ‘Bennebroekerweg-zuid, tussen spoor en A4’ Een kaart met belemmeringen is op onderstaande figuur weergegeven:
Figuur 7 Deelgebied 2
▪
In dit deelgebied ligt de funnel van de Kaagbaan, een obstakelvrije zone ten behoeve van het starten en landen van vliegtuigen op en vanaf de Kaagbaan van Schiphol. Binnen de funnel is het niet toegestaan een nieuw station te realiseren. 12
▪ ▪ ▪
▪
▪
Door het zuidelijk deel loopt een buisleidingenstrook (leidingen met gevaarlijke inhoud) en overige ondergrondse infrastructuur. De directe nabijheid en zones met kabels en leidingen maakt een locatie minder geschikt als stationslocatie. Direct langs de Rijnlanderweg liggen diverse woningen. Direct aan de Rijnlanderweg is te weinig ruimte voor een locatie van 4 tot 6 ha. Ten behoeve van de gemeentelijke ontwikkeling Park21 is een zone van duizend ha gelegen ten zuiden van de Bennebroekerweg gereserveerd voor een polderlaag voor agrarisch gebruik, een parklaag met een groenstructuur en parkbos, en tenslotte een leisurelaag ten behoeve van recreatievoorzieningen. Een stationslocatie is niet per definitie onmogelijk, maar de ontwikkeling van Park21 vormt wel een aandachtspunt. De gronden ten zuiden van de locaties Langs de Bennebroekerweg optie 1 en optie 2 liggen op grotere afstand ten opzichte van de klantgebieden dan andere gronden in het zoekgebied. Hier zijn langere kabelcircuits nodig, met daarbij het risico op netverliezen. Omdat er potentiële locaties dichter bij de klantvragen mogelijk zijn, zijn deze gronden vooralsnog als potentieel geschikte stationslocatie buiten beschouwing gehouden. Samen met de provincie Noord-Holland en Vervoersregio Amsterdam is de gemeente Haarlemmermeer bezig met plannen voor verdubbeling c.q.
omlegging van de Bennebroekerweg tussen A4 en N205. Het college van de gemeente Haarlemmermeer is in januari 2022 akkoord gegaan met de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief voor de verbreding van de Nieuwe Bennebroekerweg. De komende periode werkt het projectteam het voorkeursalternatief verder uit tot een definitief voorkeursalternatief. De gemeente ziet in het ontwerp een kans om een transformatorstation in te passen langs de Bennebroekerweg.
In bovenstaande uitwerking is rekening gehouden met een eventueel extra ruimtebeslag als gevolg van het maken van een zogenaamde “fly-over” het spoor, welke noodzakelijk is vanwege extra verkeersaanbod verband houdende met de Verdichtingsvisie Stationsomgeving Hoofddorp. De ruitarcering levert in beginsel een beschikbare locatie op. Het ontwerp betreft een indicatie van een mogelijke structuur, de exacte maatvoering en ruimtebeslag zijn nog niet bepaald en zullen nog nader worden uitgewerkt. Dit geldt tevens voor het bepalen van exacte hoogten, breedten van wegprofielen, viaducten, taluds en bochtstralen evenals eventuele noodzakelijke ruimtelijke reserveringen van watercompensatie, groen, NNN etc. Deze concretisering en uitwerking van het voorkeursalternatief kan plaats vinden 13
parallel aan de doorlooptijd van het haalbaarheidsonderzoek betreffende deze locatie, voorafgaand aan het definitieve locatiebesluit van de gemeenteraad. De locaties langs Langs de Bennebroekerweg (optie 1 en 2) kunnen als potentieel geschikte locaties voor een station worden geselecteerd. Hierbij dient nog wel de omlegging van de Bennebroekerweg in ogenschouw te worden genomen. Ter plaatse is in de plannen van Park21 geen bebouwd programma gepland. Het gaat hier om het agrarische gedeelte (de polderlaag) dat een cultuurhistorische waarde heeft en om een parkbos dat bedoeld is als openbaar gebied om te kunnen wandelen en fietsen. Aandachtspunt vormt de woning. Er dient rekening te worden gehouden met de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op de gevel van deze woning. Deelgebied 3 ‘STP-gebied’ Een kaart met belemmeringen is op onderstaande figuur weergegeven:
Figuur 8 Deelgebied 3
▪ ▪
In dit deelgebied ligt het bedrijventerrein Schiphol Trade Park dat wordt ontwikkeld door SADC. De percelen die reeds uitgegeven en gereserveerd zijn voor met name handel en andere bedrijvigheid is op kaart aangegeven. Direct langs de Rijnlanderweg liggen diverse woningen. Er is te weinig ruimte om hier een locatie te vinden van 4 tot 6 ha.
14
▪ ▪
Langs de Geniedijk ligt het UNESCO-monument Stelling van Amsterdam. Binnen de contouren van het UNESCOerfgoed is een nieuwe stationslocatie niet mogelijk. In het gebied ligt een reservering parallel en ten oosten van het spoor ten behoeve van een mogelijk toekomstig metrotracé Noord-Zuidlijn, indien deze wordt doorgetrokken richting Nieuw-Vennep. Tevens zal er mogelijk ruimte gereserveerd moeten worden ten behoeve van een opstelterrein voor metro, een P&R terrein, zuidelijke autoaansluiting etc. Deze zone is hierdoor niet geschikt als stationslocatie.
Op een deel van het STP-terrein is de Green Datacenter Campus beoogd. De toekomstige ontwikkeling van het GDCC voorziet in de realisatie van datacenters, datacenter-specialisten uit de IT, energie, logistieke bedrijven, engineering en kennisinstellingen. Er is momenteel een grote vraag naar datacenter kavels. Voor de haalbaarheid is bepalend welke aansluitingen noodzakelijk zijn. Op grond van de nieuwe programmering van SADC betreft het 2 of 3 grote datacentersaansluitingen op het 150kV-net van TenneT. Daarnaast is er nog de aanleg van een aantal 20kV circuits in het gebied noodzakelijk ten behoeve van de logistieke bedrijven Ter plaatse van het GDCC zijn niet alle percelen reeds uitgegeven waardoor er nog ruimte beschikbaar is, op deze percelen is echter wel een bestemming voor bedrijvigheid (logistiek of datacenter) voorzien in het concept voorontwerpbestemmingsplan. Deze locatie ‘In de Campus’ is dan ook als potentieel geschikte stationslocatie geselecteerd. Aandachtspunt is ruimte voor het station van 4 tot 6 ha en voldoende ruimte voor zowel voedende als afgaande kabelcircuits. Deelgebied 4 ‘Ten noorden van het spoor’ Een kaart met belemmeringen is op onderstaande figuur weergegeven:
Figuur 9 Deelgebied 4 15
▪
Ten behoeve van de gemeentelijke ontwikkeling Park21 is een zone van duizend ha gelegen ten zuiden van de Bennebroekerweg gereserveerd voor een polderlaag voor agrarisch gebruik, een parklaag met een groenstructuur en parkbos, en tenslotte een leisurelaag ten behoeve van recreatievoorzieningen. Een stationslocatie is niet per definitie onmogelijk, maar de ontwikkeling van Park21 vormt wel een aandachtspunt. Samen met de provincie Noord-Holland en Vervoersregio Amsterdam is de gemeente Haarlemmermeer bezig met plannen voor verdubbeling of omlegging van de Bennebroekerweg tussen A4 en N205. Het college van de gemeente Haarlemmermeer is in januari 2022 akkoord gegaan met de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief voor de verbreding van de Nieuwe Bennebroekerweg. De komende periode werkt het projectteam het voorkeursalternatief verder uit tot een definitief voorkeursalternatief. Deelgebied 4 is gelegen aan de noordzijde van het spoor. De aanleg van zowel voedende als afgaande kabelcircuits is in dit gebied moeilijk uitvoerbaar, omdat grote hoeveelheden kabelcircuits onder het spoor door geboord moeten worden naar klantgebieden en station SLP-zuid aan de zuidzijde van het spoor. Deelgebied 4 is daardoor niet geschikt als stationslocatie.
16
2.4
Geschikte locaties en verkenning kabelcircuits
2.4.1
Beschrijving van de potentieel geschikte stationslocaties
De geselecteerde potentieel geschikte stationslocaties (“In de Campus”, “Langs de Bennebroekerweg” en “Op de Energyhub”) zijn opgenomen in onderstaande figuur.
Figuur 10 Vier potentiële locaties De kadastrale perceel nummers, met weergegeven de potentiële stationslocaties, staan weergegeven in onderstaand figuur.
Figuur 11 Kadastrale perceelnummers 17
Beschrijving locatie Op de Energyhub De locatie betreft een kavel naast de rijksweg A4 nabij de kruising van de Bennebroekerweg met de rijksweg A4. Het betreft het kadastraal perceel binnen de gemeente Haarlemmermeer, sectie AL nr. 2092 (9,6 ha). Eigenaar van het perceel is GEM A4 zone West Beheer B.V.. De locatie is voldoende groot voor zowel een AIS-station als een GIS-station. Ligging ten opzichte van klantgebieden Deze kavel ligt ten opzichte van ‘In de Campus’ en ‘Langs de Bennebroekerweg-optie 1’ het meest ongunstig ten opzichte van de klantgebieden Green Datacenter Campus, De President en De Hoek. Op STP is zeer beperkte ruimte voor kabelcircuits. Wel is tussen de Energyhub en GDCC via de Imagination Avenue een kabelstrook gereserveerd.
Beschrijving locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 1 en 2) De locatie betreft een aantal kavels tegenover Bennebroekerweg 421 en Rijnlanderweg 1056. Deze locatie ligt binnen het ontwikkelingsgebied Park21. De totale locatie is circa 52 ha groot, het betreft de kadastrale percelen binnen de gemeente Haarlemmermeer, sectie AM nr 1837, 373 en 1598, allen in particulier eigendom. Ligging ten opzichte van klantgebieden (optie 1) Kavel 1837 (17,6 ha) ligt nabij de klantgebieden Green Datacenter Campus, De President en Park21. Vanwege de geringe afstand tot grote aansluitingen op GDCC zal er daarom weinig netverlies door transport van stroom optreden. Het deel van kavel 1598 (27,3 ha) dat aan de noordzijde van de funnel ligt bedraagt circa 4,0 ha, dit noemen we verder kaveldeel 1598-N (zie figuur 11). Dit kaveldeel ligt nabij Green Datacenter Campus. Vanwege de relatief korte afstand tot grote stroomafnemers op het GDCC is er relatief weinig netverlies door transport van stroom. Dit kaveldeel is echter te klein voor een AIS configuratie. Ligging ten opzichte van klantgebieden (optie 2) Het deel dat aan de zuidoostzijde van de buisleidingenstrook ligt bedraagt circa 9,0 ha, dit noemen we verder kaveldeel 1598-Z, dit noemen we verder kaveldeel 1598-Z (zie figuur 11). Dit kaveldeel ligt nabij PrimA4a.
De gebieden Green Datacenter Campus, De President en De Hoek liggen op grotere afstand.
Beschrijving locatie In de Campus Deze locatie betreft een locatie binnen het gebied van de Green Data Center Campus (GDCC). De locatie is circa 28 hectare groot en is daarmee voldoende groot voor zowel een AIS-station als een GIS-station. Op basis van een aangepast ruimtelijk plan zal een geschikte locatie voor het stroomstation bepaald moeten worden. Het betreft een gedeelte van het kadastrale perceel binnen de gemeente Haarlemmermeer, sectie AL nr 2692 (46 ha). Eigenaar van de percelen is GEM A4 zone West Beheer B.V.. De locatie ligt tegen een woonperceel aan, echter binnen het gebied kan de locatie wel voldoende afstand tot dit gevoelige object hebben. Ligging t.o.v. klantgebieden Deze locatie ligt in de directe nabijheid van de klantgebieden Green Datacenter Campus, De President en Park21. Vanwege de zeer geringe afstand tot grote aansluitingen op Green Datacenter Campus zal er daarom weinig netverlies door transport van stroom optreden. De ontwikkelingslocaties PrimA4a en De Hoek liggen op grotere afstand. De locatie ligt op uitgeefbare percelen Schiphol Trade Park. Er is grote vraag naar datacenter kavels. Er is hiervoor een bestemmingsplan in de maak (status is concept ontwerp bestemmingsplan). Voor de haalbaarheid is bepalend welke aansluitingen noodzakelijk zijn. Op grond van de nieuwe programmering van SADC betreft het aansluitingen op het 150kVnet van TenneT.
Aandachtspunt vormt ook het wegkomen met afgaande 20kV-kabelcircuits op het STP terrein.
18
2.4.2
Tracering voedende en afgaande kabelcircuits
TenneT en Liander hebben het bureau VHW Engineering BV verzocht om de (technische) mogelijkheden / aspecten in beeld te brengen voor de aanleg van diverse 150kV en 20kV tracés voor potentiële stationslocaties in ‘A4-zone West’, waarbij de locatie ‘Langs de Bennebroekerweg’ is opgesplitst in 2 delen (optie 1 en optie 2). Dit locatieonderzoek benoemt het aantal kabelcircuits. Elk kabelcircuit bestaat uit drie 150kV-kabels die in driehoek worden aangelegd. Dit geldt zowel voor de kabelcircuits van TenneT als van Liander. Technisch uitgangspunten Bij de tracering gelden de volgende technische uitgangspunten: -
De vier voedende 150kV circuits van TenneT komen uit noordelijke richting (Geniedijk) Station TenneT, zes afgaande 150kV circuits (h.o.h. 2,0meter) ▪ 6 circuits richting ‘In de Campus’ (hiermee komt de optie voor 20kV te vervallen) ▪ Aanleg zo veel mogelijk d.m.v. gestuurd boren (h.o.h. 5,0 meter)
-
Station Liander max. 320MVA, 30 afgaande 20kV circuits (3x1x630AL, h.o.h. 0,5meter) • 8 circuits richting ‘de President’ • 6 circuits richting ‘Park 21’ • 8 circuits richting ‘Hoofddorp’ • 5 circuits richting ‘de Hoek’ • 3 circuits richting ‘RS Lisserbroek’
-
Huidige/ actuele maaiveldinrichting en beschikbare plantopografie ten behoeve van de traceringen (BGT) Huidige/ actueel informatiemodel Kabels en Leidingen (IMKL) Netwerktekeningen Liander (dd. 11-01-2022) Revisie Liander t.h.v. Bennebroekerweg Inrichting ‘in de Campus’ volgens document STP-XX-1143_Scope-kaartje_GDC_17-1-2022x
Uitgesloten van technische uitgangspunten (Plan)ontwerpen van diverse gebiedsontwikkelingen gemeente Haarlemmermeer en SADC Reeds aangelegde ondergrondse infra welke niet aangemeld zijn bij het KLIC Ruimtelijke uitgangspunten Bij het ontwerpen van de verschillende tracés ten behoeve van voedende/afgaande kabelcircuits (TenneT) en afgaande kabelcircuits (Liander) is ook rekening gehouden met een aantal ruimtelijke uitgangspunten, te weten: -
-
-
Het is wenselijk dat de tracés een zo kort mogelijke lengte hebben. Grotere lengtes hebben tot gevolg dat er meer netverliezen optreden, ondergrondse congestie toeneemt en dat de kosten voor de aanleg hoger worden; Tracés volgen zo veel mogelijk de perceelgrenzen en de bestaande infrastructuur. Hierdoor is het ruimtebeslag en de beperkingen op de percelen (voor zowel huidig gebruik als eventuele toekomstige ontwikkelingen) zo beperkt mogelijk; De aanleg van een 20kV-kabelcircuit vindt in principe in open ontgraving plaats. Ter plaatse van kruisingen met (spoor-) wegen, water en ondergrondse infrastructuur worden horizontaal gestuurde boringen of ingegraven buizen toegepast. De aanleg van een 150kV-kabelcircuit vindt in de Haarlemmermeer in principe plaats door horizontaal gestuurde boringen, vanwege het hogere opbarstrisico en het hogere waterbezwaar in de Haarlemmermeerpolder.
19
Onderstaande dwarsprofielen geven inzicht in de ruimte die nodig is voor de diverse kabelcircuits:
Afbeelding 1: Dwarsprofiel van 4 voedende 150kV-kabelcircuits met een h.o.h. afstand van 3 meter
Afbeelding 2: Dwarsprofiel van 6 afgaande 150kV-kabelcircuits met een h.o.h. afstand van 2 meter
Afbeelding 3: Dwarsprofiel van 4 voedende 150kV-kabelcircuits, aangelegd met gestuurde boring, h.o.h. afstand van 5 meter
20
Afbeelding 4: Dwarsprofiel van 6 afgaande 150kV-kabelcircuits, aangelegd met gestuurde boring, h.o.h. afstand van 5 meter
21
Tracering per potentiële stationslocatie Per stationslocatie zijn de voedende en afgaande kabelcircuits getraceerd, welke we hieronder nader toelichten.
Locatie Op de Energyhub
22
We beschrijven hieronder de mogelijkheden voor de aanleg van dertig 20kV circuits en tien 150kV circuits bij plaatsing van het station in de ‘Energy Hub’. Technische uitvoerbaarheid (totaalscore 0 ) • Het is technisch mogelijk de circuits van TenneT en Liander aan te leggen • Objecten zoals wegen, watergangen, spoorbanen kunnen gekruist worden middels sleufloze technieken zoals gestuurd boren (HDD), maar er zijn meer boringen nodig dan bij locaties In de Campus en Langs de Bennebroekerweg(optie 1). Tevens zijn hier kruisingen o.a. met de Gasunie. • De zes 150kV circuits van TenneT richting Green Data Center zijn inpasbaar (lengte indicatief tracé ca. 1800 meter) • Dertig afgaande 20kV circuits van Liander naar de vijf overige voedingsgebieden zijn inpasbaar (de Hoek, Hoofddorp, de President, Park 21 en RS Lisserbroek) • Het risico dat toekomstige gebiedsontwikkeling/inpassing infrastructuur invloed hebben op de technische uitvoerbaarheid van de kabeltracés • Alternatieve traceringsmogelijkheden zijn in potentie mogelijk maar beperkt (afhankelijk van exacte locatie op te richten stations) Lengte kabeltracés (totaalscore - ) • Stationslocatie is relatief ver van de voedingsgebieden gesitueerd wat resulteert in vrij lange circuits Breedte kabeltracés (totaalscore 0 ) • Maximale breedte kabelstrook TenneT ca.
10,0 meter bij aanleg in open ontgraving (exclusief werk-/ ZRO-/ belemmerende stroken) en maximaal ca. 25,0 meter ter plaatse van de boorlocaties/ -tracés • Totale breedte kabelstrook Liander t.p.v. de Bennebroekerweg ca. 8,0 meter bij aanleg in open ontgraving (exclusief werk-/ ZRO-/ belemmerende stroken) en ca. 15,0 meter ter plaatse van de boorlocaties/ -tracés • Totale breedte kabelstrook Liander t.p.v. de Imagination Avenue ca. 6,0 meter bij aanleg in open ontgraving (exclusief werk-/ ZRO-/ belemmerende stroken) en ca. 5,0 meter ter plaatse van de boorlocaties/ -tracés Ruimte voor toekomstige onder- en bovengrondse infra (buiten de zoekgebieden) (totaalscore 0 ) • De 20kV en 150kV circuits worden in zowel de middenberm Imagination Avenue aangelegd als in de agrarische percelen aan de zuidzijde van de huidige Bennebroekerweg.
Daardoor blijven er mogelijkheden voor het inpassen bovengrondse (groen)voorzieningen en toekomstige ondergrondse infrastructuur (gebiedsvoorzieningen) zoals waterleidingen, warmteleidingen en datatracés • Naast de vier voedende 150kV circuits vanuit het Geniepark is ook aanleg van zes 150kV circuits richting ‘In de Campus’ noodzakelijk • Behoudens dertig 20kV circuits naar vijf voedingsgebieden (de Hoek, Hoofddorp, de President, Park 21 en RS Lisserbroek) is de aanleg van dertig 20kV circuits richting ‘In de Campus’ niet noodzakelijk • Invulling van weg-/ infrastructuur boven de kabelstrook van Liander en TenneT is beperkt Raakvlakken (totaalscore - ) • Momenteel zijn raakvlakken geïdentificeerd met een leidingenstrook van Gasunie, een DPOpijpleiding, diverse rioolleidingen van de gemeente Haarlemmermeer ,een persriool van het HHvR en diverse MS circuits van Liander • De leidingenstrook van Gasunie en DPO dient op diverse locaties (onderlangs) gekruist te worden met in totaal tien 150kV circuits en dertig 20kV circuits • Gefaseerde aanleg van de circuits resulteert in grotere impact / overlast voor de omgeving
+ o
o o o o
-
o o
o
o
o o o
-
-
Mogelijkheden / conclusie Op basis van de huidige gegevens kan gesteld worden dat zowel de tracés van TenneT als de tracés van Liander technisch uitvoerbaar zijn indien TenneT en Liander een station oprichten in de ‘Energy Hub’. Deze locatie is minder aanvaardbaar door de afstand tot de voedingsgebieden. Met het wegvallen van het grootste deel van de verbindingen van Liander richting het Green Datacenter Campus is de locatie Op de Energyhub niet centraal in het voedingsgebied van Liander gesitueerd. Verder 23
ligt de locatie op enige afstand van het Green Datacenter Campus waardoor langere tracés nodig zijn voor de zes 150kV circuits. Tabel: Verhouding tot andere potentiële stationslocaties
Locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 1)
24
We beschrijven hieronder de mogelijkheden voor de aanleg van dertig 20kV circuits en tien 150kV circuits bij plaatsing van de stations in ‘Langs de Bennebroekerweg optie 1’. Technische uitvoerbaarheid (totaalscore + ) • Het is technisch mogelijk de circuits van TenneT en Liander aan te leggen • Objecten zoals wegen, watergangen, spoorbanen kunnen gekruist worden middels sleufloze technieken zoals gestuurd boren (HDD) • De zes 150kV circuits van TenneT richting Green Datacenter Campus zijn inpasbaar. • Dertig 20kV afgaande circuits van Liander naar vijf voedingsgebieden zijn inpasbaar (de Hoek, Hoofddorp, de President, Park 21 en RS Lisserbroek) • Het risico dat toekomstige gebiedsontwikkeling/inpassing infrastructuur invloed hebben op de technische uitvoerbaarheid van de kabeltracés • Alternatieve traceringsmogelijkheden zijn in potentie mogelijk maar beperkt (afhankelijk van exacte locatie op te richten stations). Wel zijn de gebieden makkelijker bereikbaar dan vanaf locatie Op de Energyhub Lengte kabeltracés (totaalscore + ) • Stationslocatie is relatief op korte afstand (of in) van de voedingsgebieden gesitueerd wat resulteert in korte circuits Breedte kabeltracés (totaalscore + ) • Totale breedte kabelstrook TenneT ca. 16 meter (exclusief werk-/ ZRO-/ belemmerende stroken) • Totale breedte kabelstrook Liander ca.
14 meter (exclusief werk-/ ZRO-/ belemmerende stroken) Ruimte voor toekomstige onder- en bovengrondse infra (buiten de zoekgebieden) (totaalscore + ) • De 150kV circuits dienen enkel de Bennebroekerweg te kruisen. Er blijven mogelijkheden voor het inpassen van bovengrondse (groen)voorzieningen en toekomstige ondergrondse infra (gebiedsvoorzieningen) zoals waterleidingen, warmteleidingen en datatracés • Naast de vier voedende 150kV circuits vanuit het Geniepark is ook aanleg van zes 150kV circuits richting ‘In de Campus’ noodzakelijk • Behoudens dertig 20kV circuits naar vijf voedingsgebieden (de Hoek, Hoofddorp, de President, Park 21 en RS Lisserbroek) is de aanleg van dertig 20kV circuits richting ‘In de Campus’ niet noodzakelijk • De mogelijkheid voor invulling van weg-/ infrastructuur boven de kabelstrook van Liander en TenneT Raakvlakken (totaalscore + ) • Momenteel zijn geen noemenswaardige raakvlakken geïdentificeerd met overige kabels en leidingen • Gasunie- en DPO leidingen hoeven niet gekruist te worden met 20kV en 150kV circuits • Gefaseerde aanleg van de circuits resulteert niet in grote impact / overlast voor de omgeving
+ + + + + +
+
+ o
+
o o +
+ + +
Mogelijkheden / conclusie Op basis van de huidige gegevens kan gesteld worden dat zowel de tracés van TenneT als de tracés van Liander technisch uitvoerbaar zijn indien TenneT en Liander een station oprichten in ‘Langs de Bennebroekerweg optie 1’. Tabel: Verhouding tot andere potentiële stationslocaties
25
Locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 2)
We beschrijven hieronder de mogelijkheden voor de aanleg van dertig 20kV verbindingen en tien 150kV verbindingen bij plaatsing van de stations in ‘Langs de Bennebroekerweg optie 2’.
26
Technische uitvoerbaarheid (totaalscore 0 ) • Het is technisch mogelijk de verbindingen van TenneT en Liander aan te leggen • Objecten zoals wegen, watergangen, spoorbanen kunnen gekruist worden middels sleufloze technieken zoals gestuurd boren (HDD), maar er zijn meer boringen nodig dan bij locaties In de Campus en Langs de Bennebroekerweg(optie 1). Tevens zijn hier kruisingen o.a. met de Gasunie. • De zes 150kV voedingen van TenneT richting Green Datacenter Campus zijn inpasbaar (lengte indicatief tracé ca. 1500meter) • Dertig afgaande 20kV verbindingen van Liander naar de vijf overige voedingsgebieden zijn inpasbaar (de Hoek, Hoofddorp, de President, Park 21 en RS Lisserbroek) • Het risico dat toekomstige gebiedsontwikkeling/inpassing infrastructuur invloed hebben op de technische uitvoerbaarheid van de kabeltracés • Alternatieve traceringsmogelijkheden zijn in potentie mogelijk (afhankelijk van exacte locatie op te richten stations) Lengte kabeltracés (totaalscore - ) • Stationslocatie is relatief ver van de voedingsgebieden gesitueerd wat resulteert in vrij lange verbindingen Breedte kabeltracés (totaalscore 0 ) • Maximale breedte kabelstrook TenneT ca. 10,0 meter bij aanleg in open ontgraving (exclusief werk-/ ZRO-/ belemmerende stroken) en maximaal ca. 25,0 meter ter plaatse van de boorlocaties/ -tracés • Totale breedte kabelstrook Liander t.p.v. de Bennebroekerweg ca.
8,0 meter bij aanleg in open ontgraving (exclusief werk-/ ZRO-/ belemmerende stroken) en ca. 15,0 meter ter plaatse van de boorlocaties/ -tracés • Totale breedte kabelstrook Liander t.p.v. de Imagination Avenue ca. 6,0 meter bij aanleg in open ontgraving (exclusief werk-/ ZRO-/ belemmerende stroken) en ca. 5,0 meter ter plaatse van de boorlocaties/ -tracés Ruimte voor toekomstige onder- en bovengrondse infra (buiten de zoekgebieden) (totaalscore 0 ) • De 20kV en 150kV circuits worden in zowel de middenberm Imagination Avenue aangelegd als in de agrarische percelen aan de zuidzijde van de huidige Bennebroekerweg.
Daardoor blijven er mogelijkheden voor het inpassen bovengrondse (groen)voorzieningen en toekomstige ondergrondse infra (gebiedsvoorzieningen) zoals waterleidingen, warmteleidingen en datatracés • Naast de vier voedende 150kV verbindingen vanuit het Geniepark is ook aanleg van zes 150kV verbindingen richting ‘In de Campus’ noodzakelijk • Behoudens dertig 20kV circuits naar vijf voedingsgebieden (de Hoek, Hoofddorp, de President, Park 21 en RS Lisserbroek) is de aanleg van dertig 20kV circuits richting ‘In de Campus’ niet noodzakelijk • Invulling van weg-/ infrastructuur boven de kabelstrook van Liander en TenneT is beperkt Raakvlakken (totaalscore - ) • Momenteel zijn raakvlakken geïdentificeerd met een leidingenstrook van Gasunie, een DPOpijpleiding, diverse rioolleidingen van de gemeente Haarlemmermeer, een persriool van het HHvR en diverse MS circuits van Liander • De leidingenstrook van Gasunie en DPO dient op diverse locaties (onderlangs) gekruist te worden met in totaal tien 150kV verbindingen en dertig 20kV verbindingen • Gefaseerde aanleg van de verbindingen resulteert in grotere impact / overlast voor de omgeving
+ o
o + o o
-
o o
o
o
o o o
-
o
Mogelijkheden / conclusie Op basis van de huidige gegevens kan gesteld worden dat zowel de tracés van TenneT als de tracés van Liander technisch uitvoerbaar zijn indien TenneT en Liander een station oprichten in ‘Langs de Bennebroekerweg optie 2’. Deze locatie is voor Liander minder aanvaardbaar door de afstand tot de voedingsgebieden. Met het wegvallen van het grootste deel van de verbindingen richting Green Datacenter Campus is deze locatie niet centraal in het voedingsgebied van Liander gesitueerd. Verder ligt de locatie op enige afstand van het Green Datacenter Campus waardoor langere tracés nodig zijn voor de zes 150kV circuits. 27
Tabel: Verhouding tot andere potentiële stationslocaties
Locatie In de Campus
28
We beschrijven hieronder de mogelijkheden voor de aanleg van dertig 20kV circuits en vier 150kV circuits bij plaatsing van de stations in ‘In de Campus’.
Technische uitvoerbaarheid (totaalscore 0 ) • Het is technisch mogelijk de circuits van TenneT en Liander aan te leggen • Vanwege toekomstige ontwikkelingen op belendende/ omringende percelen zijn de 20kV circuits technisch uitdagend
+ o
•
+
• • • •
Objecten zoals wegen, watergangen, spoorbanen kunnen gekruist worden middels sleufloze technieken zoals gestuurd boren (HDD) Dertig 20kV afgaande circuits van Liander naar vijf voedingsgebieden zijn inpasbaar (de Hoek, Hoofddorp, de President, Park 21 en RS Lisserbroek) Het risico dat toekomstige gebiedsontwikkeling/inpassing infrastructuur invloed hebben op de technische uitvoerbaarheid van de kabeltracés Eventuele alternatieve traceringsmogelijkheden zijn gelijkwaardig op basis van lengte tracés Overlast i.v.m. bereikbaarheid / toegankelijkheid TenneT en Liander assets
Lengte kabeltracés (totaalscore + ) • Stationslocatie is relatief op korte afstand van de voedingsgebieden gesitueerd wat resulteert in korte circuits. De afstand voor de 150kV circuits is verwaarloosbaar. Breedte kabeltracés (totaalscore + ) • Totale breedte kabelstrook TenneT ca. 6,0 meter bij aanleg in open ontgraving (exclusief werk-/ ZRO/ belemmerende stroken) en ca. 15,0 meter ter plaatse van de boorlocaties/ -tracés • Totale breedte kabelstrook Liander t.p.v. de Imagination Avenue ca. 6,0 meter bij aanleg in open ontgraving (exclusief werk-/ ZRO-/ belemmerende stroken) en ca. 5,0 meter ter plaatse van de boorlocaties/ -tracés Ruimte voor toekomstige onder- en bovengrondse infra (buiten de zoekgebieden) (totaalscore + ) • De vier voedende 150kV circuits worden in de tussenberm van de Imagination Ave aangelegd d.m.v. gestuurd boren. Er blijven mogelijkheden voor het inpassen van bovengrondse (groen)voorzieningen en toekomstige ondergrondse infra (gebiedsvoorzieningen) zoals waterleidingen, warmteleidingen en datatracés • Een kabelstrook van Liander naar ‘In de Campus’ is niet van toepassing (ca.
15 meter, exclusief werk/ ZRO-/ belemmerende stroken) • Behoudens de vier voedende 150kV circuits vanuit het Geniepark is verder geen aanleg van 150kV in het gebied noodzakelijk • Behoudens dertig 20kV circuits naar vijf voedingsgebieden (de Hoek, Hoofddorp, de President, Park 21 en RS Lisserbroek) is verder geen aanleg van 20kV in het gebied noodzakelijk • De mogelijkheid voor invulling van weg-/ infrastructuur boven de kabelstrook van Liander en TenneT Raakvlakken (totaalscore + ) • Momenteel zijn geen noemenswaardige raakvlakken geïdentificeerd met overige kabels en leidingen • Gasunie- en DPO leidingen hoeven niet gekruist te worden met 20kV en 150kV circuits • Gefaseerde aanleg van de circuits resulteert niet in grote impact / overlast voor de omgeving
+ o + -
+
+ +
+
+ + + + + + o
Mogelijkheden / conclusie Op basis van de huidige gegevens kan gesteld worden dat zowel de tracés van TenneT als de tracés van Liander technisch uitvoerbaar zijn indien TenneT en Liander een station oprichten in ‘In de Campus’.
29
Tabel: Verhouding tot andere potentiële stationslocaties
2.4.3
Conclusie
Op grond van voorgaande beschouwingen blijkt dat van de vier potentiële locaties, de locatie ‘Op de Engergyhub’ en de locatie ‘Langs de Bennebroekerweg optie2’ de grootste uitdagingen kent. Deze uitdagingen zitten voornamelijk in de tracering van de diverse kabelcircuits en de ligging ten opzichte van de primaire voedingsgebieden. De locaties ‘In de Campus’ en ‘Langs de Bennebroekerweg optie 1’ hebben een groter potentieel. Toch is het van belang om de vier locaties verder te beschouwen op planologie en omgevingsaspecten. Ook om een volledig beeld te vormen van de vier locaties en te kunnen toetsen of één van de locaties op deze aspecten alsnog niet haalbaar blijkt. Betreffende de ruimtelijke mogelijkheden voor de afgaande 20kV kabels van Liander heeft er een constructief overleg tussen Liander, SADC, gemeente en VHW plaatsgevonden. Er is afgesproken dat de partijen in de nadere uitwerking van de 20 kV tracés de raakvlakken met de ruimtelijke ontwikkelingen met elkaar blijven afstemmen. Ook is een vervolgafspraak gepland om deze uitwerking te bespreken.
30
3
Omgevingsaspecten (onderscheidend) potentiële stationslocaties
Bij het beschouwen van potentiële stationslocaties is het ook van belang om de verschillende omgevingsaspecten met betrekking tot milieu, veiligheid en landschap van de locaties In de Campus, Langs de Bennebroekerweg en Op de Energyhub te beschrijven. In dit hoofdstuk worden uitsluitend de omgevingsaspecten beschreven die onderscheidend zijn met betrekking tot de potentiële stationslocaties, te weten: • Grondeigendommen • Ruimtelijke inpassing stationslocaties In bijlage 1 worden de overige omgevingsaspecten beschreven die niet onderscheidend zijn met betrekking tot de locaties, te weten: • Geluid • Externe veiligheid • Bestemmingsplantoets • Bodem • Archeologie en aardkunde • Conventionele explosieven • Natuur • Water • Elektromagnetische velden
3.1
Grondeigendom
De grond van de potentiële stationslocaties zijn deels in eigendom van een projectontwikkelaar en deels in eigendom van particulieren. In onderstaande tabel zijn de gegevens van de kadastrale percelen van de vier potentiële stationslocaties weergegeven. Tabel 1: Eigendom en andere zakelijk gerechtigden Locatie Percelen Opp. Op de Energyhub AL 2092 95.840 m² Langs de AM 373 70.900 m² Bennebroekerweg AM 1598 272.647 m² (optie 1 en 2) AM 1837 176.175 m² In de Campus
AL 2692
460.827 m²
Eigenaar Gem A4 zone West B.V. Private grond. Eigenaar is N. Blom. Private grond. Eigenaar is het fonds Van Wijlen A. De Haas. Private grond. Eigenaar is het fonds Van Wijlen A. De Haas. Gem A4 zone West B.V.
Locatie Op de Energyhub Deze locatie hoeft niet ten koste te gaan van uitgeefbare percelen. De huidige bestemming is agrarisch en groen. Hier is een relatief lage grondprijs mogelijk, de verkoopbereidbaarheid van GEM A4 zone West is hoog, aangezien er verder geen plannen zijn met dit gebied. Deze locatie ligt aan de rand van het bedrijventerrein STP waardoor er meer ruimte is voor kabeltracés zonder dat dit ten koste gaat van uitgeefbare grond. Wel zou er voldoende aandacht moeten zijn voor een ruimtelijke inpassing.
Locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 1) De onderliggende percelen hebben hoofdzakelijk een agrarische bestemming De verkoopbereidheid van de eigenaar en het wel of niet overeenkomen van een minnelijke schikking is mede bepalend voor de grondwaarde. Mogelijk kan de 31
aankoop van gronden voor het verleggen van de Bennebroekerweg gecombineerd worden met aankoop ten behoeve van een station op deze locatie.
Locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 2) De onderliggende percelen hebben hoofdzakelijk een agrarische bestemming. De verkoopbereidheid van de eigenaar en het wel of niet overeenkomen van een minnelijke schikking is mede bepalend voor de grondwaarde. Locatie In de Campus De locatie In de Campus is onderdeel van uitgeefbare percelen van het STP. Aangezien er een grote vraag is naar datacenters hebben deze percelen een hoge grondwaarde. Voor de netbeheerders ligt deze relatief dure locatie niet voor de hand. SADC geeft aan dat de verkoopbereid op deze plek laag is, aangezien dit ten koste gaat van schaarse en kostbare uitgeefbare grond voor bedrijven. Het betreft immers een van de weinige locaties waar zich nog datacenters en logistieke bedrijvigheid kunnen vestigen. Daarnaast verwacht SADC dat grote delen van het plangebied onuitgeefbaar worden door tracés van kabels en leidingen en invloedsfeer van het onderstation. Afhankelijk van de situatie hoeft dit niet per definitie belemmeringen op te leveren voor aangrenzende bedrijven. De ruimten voor ondergrondse infrastructuur ten behoeve van gebiedsvoorzieningen, zoals waterleidingen, warmteleidingen en datatracés, is in deze variant beperkt omdat er ook sloten, wegen en uitgeefbare grond liggen waar rekening mee gehouden moet worden.
3.2
Ruimtelijke inpassing stationslocatie
Ten behoeve van het ruimtelijk goed inpassen van een stationslocatie is een aantal aspecten belangrijk, waaronder : • Past het bij de gewenste ontwikkeling op die locatie • Hoe verhoudt het zich ten opzichte van massa en volume van diverse gebouwen • Geeft het de gewenste uitstraling op het omliggende gebied • Wordt voldoende rekening gehouden met gevoelige objecten in de omgeving • Het inpassen op locaties waar niet in bebouwing is voorzien Bij de ruimtelijk inpassing zal met name de toetsing aan de bestaande belemmeringen (zie ook H 2) van grote invloed zijn. Hierbij zullen we ook moeten bekijken in hoeverre een belemmering kan worden weggenomen om inpassing van een station mogelijk te maken. Ten aanzien van de potentiële stationslocaties hebben we de volgende overwegingen: