CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.6 Archeologisch vooronderzoek

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 18 juli 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIEDEBAT 3- Heijezaal 19.00- 20.30 uur: RV Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Vennep IJweg 1457 en beeldkwaliteitsplan ‘Huis ter Lucht’ (11013374)6.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Samenvatting In opdracht van TN Ontwikkeling B.V. heeft RAAP in augustus 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied IJweg 1445 -1457 te Nieuw-Vennep in de gemeente Haarlemmermeer. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: •

Op basis van het bureauonderzoek bevindt zich vanaf 5 tot 7 m -mv (10 tot 12 m -NAP) een archeologisch niveau dat uit het paleo- en mesolithicum dateert. Dit archeologisch niveau bevindt zich in de top van het dekzand. Op basis van deze gegevens geldt een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de perioden van het paleo - en mesolithicum.

•

In het Holoceen maakte het dekzandlandschap plaats voor een getijdengebied. Hier zijn zand en klei in verschillende fases afgezet (Afzettingen van Calais, Laagpakket van Wormer). In het plangebied zijn enkel afzettingen uit de laatste sedimentatiefase (IV) aan het oppervlak aanwezig. Afgedekte afzettingen uit fase III van het Laagpakket van Wormer kunnen theoretisch in het neolithicum bewoonbaar zijn geweest alvorens ze werden afgedekt gedurende de laatste sedimentatiefase IV die stopte rond 3000 voor Chr. Dit zou echter alleen het geval zijn indien het hier gaat om hoger gelegen kweldergronden. Op basis van de bodemkartering van Haans is het echter aannemelijk dat reeds in fase III dit een lagergelegen gebied betreft, gezien in fase IV hier een stroomdraad doorheen loopt en dus niet hog er zal zijn gelegen dan de directe omgeving. Daarnaast zal deze stroomdraad zich deels hebben ingesneden in de afzettingen uit fase III, waardoor het onwaarschijnlijk is dat binnen het onderzoeksgebied hooggelegen goed gerijpte afzettingen uit fase III aan wezig zijn. De verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit het vroeg en midden neolithicum is daarom laag.

•

Na het sluiten van de zeegaten rond 3000 voor Chr. trad verdere vernatting op in de omgeving van het plangebied en veranderde het in een veenmoeras. Deze situatie bleef lang onveranderd tot de omgeving van het plangebied door oeverafslag en veenwinning tot veenmeer veranderde. Na de droogmaking van het Haarlemmermeer in 1852 is tot aan de jaren 40/50 van de 20e eeuw geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied. Zodoende geldt een lage archeologische verwachting voor de periode laat neolithicum t/m nieuwe tijd.

Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt geadviseerd om de plannen voor de bodemingrepen zodanig op te stellen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door bodemingrepen niet dieper te laten gaan dan 4,7 m -mv. Het aanbrengen van heipalen vormt hierop een uitzondering, mits de totaaloppervlakte van de palen maximaal 2% van de oppervlakte van het bouwoppervlak innemen. Afzonderlijk hiervan wordt geadviseerd om bij de vergunningaanvraag plannen in te dienen waaruit duidelijk en evident blijkt dat de bodemingrepen (inclusief tijdeli jke hulpwerken tijdens de bouw) niet groter zullen zijn dan 10.000 m 2 . Indien onomstreden kan worden aangetoond dat het totale oppervlak van de bodemingrepen onder de 10.000 m 2 blijft, bestaat er vanuit het geldende

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[3]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

bestemmingsplan geen archeologische onderzoeksplicht en adviseren wij dan ook geen verder archeologisch vervolgonderzoek. Indien de bodemingrepen meer dan 10.000 m 2 beslaan en bovengenoemde planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaan de vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek. Een dergelijk vervolgonderzoek heeft tot doel de opbouw van de ondergrond, de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwa chting worden getoetst en kunnen concrete gegevens worden verzameld over gaafheid en diepteligging van de verwachte archeologische resten. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Haarlemmermeer, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[4]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Inhoud Samenvatting ......................................................................................................................... 3 Inhoud ................................................................................................................................... 5 1 Inleiding .............................................................................................................................. 6 1.1 Kader ....................................................................................................................................... 6 1.2 Administratieve gegevens .......................................................................................................... 8 1.3 Doel- en vraagstelling ............................................................................................................... 8

2 Bureauonderzoek .............................................................................................................. 10 2.1 Methode .................................................................................................................................. 10 2.2 Aardkundige situatie ................................................................................................................ 10 2.3 Archeologische gegevens ......................................................................................................... 13 2.4 Historische situatie .................................................................................................................. 16 2.5 Huidige situatie ........................................................................................................................ 18 2.6 Toekomstige situatie ................................................................................................................ 21

3 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................... 22 4 Conclusies en advies ......................................................................................................... 24 4.1 Conclusie ................................................................................................................................ 24 4.2 Advies ..................................................................................................................................... 25 4.3 Tot slot .................................................................................................................................... 25

Literatuur ............................................................................................................................. 26 Websites/Digitale bronnen .................................................................................................... 27 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ............................................................................. 28

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[5]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van TN Ontwikkeling B.V. heeft RAAP in augustus 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep in de gemeente Haarlemmermeer (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Haarlemmermeer ligt het onderzoeksgebied in categorie Waarde – Archeologie 6. 1 Het beleid voor deze categorie schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 10.000 m 2 en dieper dan 40 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. 2 Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Midden’. De voorziene bodemingrepen binnen het onderzoeksgebied beslaan per saldo een gebied dat kleiner is dan 10.000 m 2 , de gemeente heeft echter aangegeven dat het verwachte totaaloppervlak van de verstoringen groter zal zijn dan 10.000 m 2 .

In het kader van de aanvraag voor een bestemmingsplanwijziging heeft de gemeente daarom een archeologisch vooronderzoek aanbevolen. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4. 1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

1 2

Archeologische beleidskaart raadpleegbaar via: https://geoweb.haarlemmermeer.nl/Geoviewer/index.html?viewer=Archeologie . https://haarlemmermeergemeente.nl/archeologisch -vooronderzoek

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[6]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Figuur 1. Aanduiding onderzoeksgebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[7]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek

Opdrachtgever

TN Ontwikkeling B.V. Postbus 71 2100 AB, Heemstede

Bevoegde overheid

Gemeente Haarlemmermeer

Plaats

Nieuw-Vennep

Gemeente

Haarlemmermeer

Provincie

Noord-Holland

Centrumcoördinaten (X/Y)

102.623/477.541

Toponiem

IJweg 1445-1457

Kadastrale gegevens

HLM03 AE 5045/5046

Oppervlakte onderzoeksgebied

18910 m²

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het onderzoeksgebied inclusief een zone van 2000 m rondom het onderzoeksgebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

Augustus 2023

Uitvoerder

RAAP West

Projectleider

drs.

Projectmedewerkers

MA

RAAP-projectcode

NVIJ

Archis-onderzoeksmeldingsnummer

5437396100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio West te Leiden en op termijn het provinciaal depot, Archis en e-depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van verzamelde informatie over bekende en verwachte archeologische resten . Deze onderzoeksfase betreft de eerste fase binnen het traject van archeologisch vooronderzoek dat als einddoel heeft de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindp laats vast te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: •

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het onderzoeksgebied eruit?

•

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond onderzoeksgebied zijn reeds bekend?

•

Wat was het historisch landgebruik van het onderzoeksgebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

•

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende arche ologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

•

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[8]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

•

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

•

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen verwachte resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[9]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de histori sche situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data-archief.

2.2 Aardkundige situatie De geologische geschiedenis van het onderzoeksgebied is kenmerkend voor grote delen van WestNederland. Op circa 10,0 à 12,0 m -NAP ligt de top van een dik pakket zand: het zogenaamde ‘dekzand’. 3 Dit dekzand is afgezet gedurende de laatste ijstijd van het tijdvak dat ‘Pleistocee n’ heet. Rond 10.000 jaar geleden eindigde het Pleistoceen en begon het huidige tijdvak: het Holoceen. Het Holoceen wordt gekenmerkt door een warmer klimaat, waardoor de landijskappen die tijdens de laatste ijstijd waren gevormd, smolten en er een grootschalige en relatief snelle zeespiegelstijging optrad; iets meer dan 1 m per eeuw tot ongeveer 6000 jaar geleden (De Groot, 1994). Ook in Nederland waren de gevolgen van deze zeespiegelstijging merkbaar. Gelijktijdig met de stijging van de zeespiegel steeg ook het grondwater en ontstonden goede condities voor veengroei. In grote delen van West-Nederland ontwikkelde zich op het pleistocene dekzand een veenlaag: het zogenaamde ‘Basisveen’. Dit veen is gevormd in een nat en moerassig milieu. Vanaf circa 700 voor Chr. werd de directe invloed van de zee in het huidige Nederlandse kustgebied merkbaar. Het zeewater brak op verschillende plaatsen door de kust en drong tot diep in het achterland door, waarbij door kreek- en geulsystemen zanden en kleien werden afgezet.

Zo ontstond in grote delen van WestNederland een uitgestrekt wadden- en kweldergebied. De sedimenten die in deze periode zijn afgezet, worden tot het Laagpakket van Wormer gerekend. De Haarlemmermeer was ook zo’n wadden - en kweldergebied. Het stond via het Zeegat van Hoofddorp in verbinding met de zee. Vanaf 3000 voor Chr. werd de invloed van de zee minder sterk. Veel zeegaten langs de Nederlandse kust verzandden en er ontstond een vrijwel gesloten kustgordel met strandwallen. Het Zeegat van Hoofddorp slibde als eerste dicht, de geulsystemen verlandden en de afzetting van wad - en kweldersediment hield op. In het gebied achter de kustgordel vond opnieuw veengroei plaats: op het laagpakket van Wormer vormde zich het zogenaamde Hollandveen. Het grootste deel van de tegenwoordige Haarlemmermeerpolder werd met circa 4 m (of meer) veen bedekt (Van den Berg & Kluiving, 1992). In grote delen van West-Nederland is het Hollandveen in de loop van de tijd door

3

Op basis van gegevens uit geologische boringen B25C0558, B25C0563 in DINOloket.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[10]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

natuurlijke erosie (oeverafslag) of menselijk handelen (vervening voor turfwinning) verdwenen. Zo ontstonden binnenmeren, gescheiden door stroken veenland. Door voortgaande oeverafslag groeiden veel binnenmeren aan elkaar en ontstonden grote meren. Een voorbeeld hiervan is het Haarlemmermeer, dat vóór 1500 na Chr. uit 3 afzonderlijke meren bestond, maar rond 1740 na Chr. één groot binnenmeer was geworden. Om verdere uitbreiding van het Haarlemmermeer te voorkomen, werd rond 1848 begonnen met droogmalen, wat in 1852 werd voltooid (Vos, 1992). De genese van de bodem van de Haarlemmermeer is in detail gedocumenteerd in de jaren 50 van de 20e eeuw door een bodemkartering, schaal 1:25.000, vervaardigd door Haans (1954, figuur 2). In de wad- en kwelderafzettingen van het Laagpakket van Wormer heeft Haans een drietal sedimentatiefasen onderscheiden. De afzettingen uit deze fases bestaan achtereenvolgens uit Hoofddorpgronden, Oude zeekleigronden en Beinsdorpgronden, waarbij de Hoofddorpgronden de vroegste sedimentatiefase representeren en de Beinsdorpgronden de laatste fase. Binnen het onderzoeksgebied van onderhavig onderzoek komen alleen Oude-zeekleiafzettingen voor die diep zijn omgewerkt (figuur 2; B7e, B7f). Haans geeft aan dat de bovengrond van deze gronden in het verleden gemiddeld 30-50 cm diep zijn omgewerkt, met als doel kalkrijke afzettingen aan de bovengrond te krijgen.

De omgewerkte afzettingen bestaan in feite uit zwaarder en fijner materiaal (klei, code Pkc, Poa) dat verder weg van kreken en getijdengeulen sedimenteerde. Ten opzichte van zandigere afzettingen in de omgeving, klinkt klei sterk in waardoor zandigere afzettingen uiteindelijk hoger zijn komen te liggen (zgn. ‘ differentiële klink’). De gronden uit de Oude zeeklei-fase zijn bijna overal binnen het onderzoeksgebied kalkrijk. Dit geeft aan dat deze gronden nooit ontkalkt zijn geraakt onder invloed van regenwater. Dat betekent op zijn beurt weer dat de veenvorming (Hollandveen) die optrad als gevolg van het dichtslibben van de kust vrijwel onmiddellijk is ingezet na de afzetting van de Oude zeekleigronden. Er is dus geen sprake geweest van een stilstandsfase in de sedimentatie zoals die er is geweest na de afzetting van de Hoofddorpgronden die doorgaans wél ontkalkt zijn. De veenvorming wijst op een nat en drassig milieu. Haans heeft de drie fasen die hij in de top van het Laagpakket van Wormer onderscheidde, niet gedateerd. Vergelijking van de kartering van Haans met ander onderzoek maakt die datering wel mogelijk. De opbouw van het Laagpakket van Wormer is in 1969 tot een grotere diepte onderzocht door middel van boringen van Vijfhuizen naar Vinkeveen (Riezebos & Du Saar 1969).

Het totale laagpakket van Wormer bleek in vier fasen te zijn afgezet, van onder naar boven genummerd van I tot IV. Met behulp van pollenanalyse en 14C-dateringen zijn deze fasen gedateerd. Vergelijking van het profiel uit 1969 en het onderzoek van Haans laat zien dat de Oude zeeklei - en Beinsdorpgronden overeenkomen met de laatste fase IV, en dat de Hoofddorpgronden overeenkomen met fas e III. Riezebos & Du Saar dateren het einde van fase III rond 3800 voor Chr. en het einde van fase IV rond 3000 voor Chr. Rond 3000 voor Chr. sluiten namelijk de zeegaten, waardoor sedimentatie vanuit de zee ter plaatse van het onderzoeksgebied stopt. De omgeving van het onderzoeksgebied vernat hierna en de groei van het Hollandveen begint. Zodoende zullen de Oude-zeekleigronden relatief kort aan het oppervlak hebben gelegen en leende het gebied zich slecht voor bewoning. Onder de Oude zeekleiafzettingen zou eventueel een ontkalkt niveau aanwezig kunnen zijn dat toebehoort aan fase III. De aanwezigheid van een stroomdraad (getijdengeul) tijdens fase IV nabij het onderzoeksgebied doet echter vermoeden dat reeds tijdens fase III dit een lagergelegen gebied zal zijn geweest (figuur 2).

Daarnaast zal deze stroomdraad zich deels hebben ingesneden in de afzettingen uit fase III, waardoor het onwaarschijnlijk is dat binnen het onderzoeksgebied hooggelegen ontkalkte afzettingen uit fase III aanwezig zijn.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[11]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Figuur 2. Het onderzoeksgebied geprojecteerd op de bodemkartering van Haans (Haans, 1954).

Geologische situatie (Weerts e.a., 2006; TNO, 2021)

Oudere getijdenafzettingen (Laagpakket van Wormer), op zee, deels omgewerkt

Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004)

Vlakte van getij-afzettingen (2M72)

Ouderdom geomorfologische structuur

Holoceen

Bodemkundige situatie

Kalkrijke poldervaaggronden, ontwikkeld in lichte klei (code Mn35A; Vos, 1992)

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen

10 tot 12 m -NAP. Op het laagste punt binnen het onderzoeksgebied is dit 5 tot 7 m -Mv.

Tabel 2. Overzicht van geraadpleegde geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het onderzoeksgebied en de directe omgeving.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[12]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

2.3 Archeologische gegevens Zaakidentificatienr.

Ligging t.o.v. onderzoeksgebied

Complex

Datering

Materiaal

2961193100

2,5 km ZW

Complextype niet te bepalen

Late ijzertijd – nieuwe tijd

Aardewerk, weefgewicht, slijpsteen

4944924100

950 m NO

Afval

Nieuwe tijd

16 e /17 e -eeuws aardewerk, pijpenkopjes en -stelen, fragmenten van dakpannen en plavuizen

Tabel 3. Overzicht van de bekende archeologische vondstlocaties in en rond het onderzoeksgebied.

Figuur 3. Overzichtskaart vondstmeldingen uit de directe omgeving van het onderzoeksgebied.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[13]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens Archis 3 Zaakidentificatienummer

Resultaat/advies

Opmerkingen

2157049100

Geen rapportage beschikbaar binnen Archis en DANS EASY.

Archeologisch booronderzoek – Becker en Van de Graaf 2007

4944924100

De opbouw van de bodem ter plaatse bestaat uit mariene afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer, die veelal als een tweeledig pakket zijn afgezet: wadzand aan de basis met kleiige afzettingen bovenop. De kleiige afzettingen zijn veelal de opvullingen van de (kleinere) getijdegeulen/restgeulen. Waar zandige afzettingen tot aan of nabij het maaiveld zijn opgeslibd betreft dit vermoedelijk opwassen, doordat een inbraakgeul zanden vanuit de duinen of strandwallen deze kant op heeft getransporteerd die in de inbraakgeul zijn afgezet. Een restveenlaag is afwezig ter plaatse van het eiland Beinsdorp, slechts enkele boringen leveren aanwijzingen dat deze restveenlaag er in het verleden wel is geweest. Er zijn geen intacte vindplaatsen aangetroffen of locaties waar zich intacte vindplaatse n kunnen bevinden. Er is wel vondstmateriaal verzameld tijdens een oppervlaktekartering. Dit vondstmateriaal dateert uit de nieuwe tijd (hoofdzakelijk 16 e /17 e eeuw) en is vermoedelijk te relateren aan de behuizingen op het eiland Beinsdorp, maar eventueel ook (deels) van scheepvaart afkomstig. Voor het onderzochte terrein is vrijgave aanbevolen. Wel is vervolgonderzoek in de vorm van een specialistische analyse van het keramisch vondstmateriaal geadviseerd. (Fens, 2021)

Archeologisch booronderzoek – Antea Group Archeologie 2021

Tabel 4. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het onderzoeksgebied.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[14]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Figuur 4. Overzichtskaart eerder uitgevoerd archeologisch veldonderzoek in de directe omgeving van het onderzoeksgebied.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[15]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel minder dan daarvoor gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaatsgevonden. In de Middeleeuwen heeft men op grote schaal de Noord-Hollandse veengebieden ontgonnen. In het gebied tussen Haarlem, Amsterdam en Leiden is dat omstreeks de 11e eeuw na Chr. gebeurd. Om de drassige gronden in cultuur te kunnen brengen, moest het veen eerst worden ontwaterd, waartoe vele afwateringssloten werden gegraven. De ontwatering leidde al snel tot oxidatie en inklinking van het veen en had een daling van het maaiveld tot gevolg. De maaivelddali ng en het afgraven van veen voor de turfwinning maakten het gebied kwetsbaar voor overstroming en erosie door water en in de loop van de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd ontstond hierdoor het Haarlemmermeer. Rond 1500 was nog sprake van drie afzonderlijke meren: het Oude Haarlemmermeer, Spiering meer en Leidse Meer.

In de 18e eeuw waren de drie meren aaneengegroeid tot één groot binnenmeer en om verdere uitbreiding te voorkomen, werd het Haarlemmermeer omstreeks 1850 drooggemaakt (Tielhof & Van Dam, 2006). Bij de uitvoering van een aantal eerdere bureauonderzoeken (Kroes, 2012a, Kroes, 2012b, Kroes 2012c, Kroes 2011) is aan de hand van een hoogtemeting van de Haarlemmermeer uit 1857, gepubliceerd door G.A. de Geus, vastgesteld dat sinds 1857 de hoogteverschillen in de Haarlemmermeer groter zijn geworden. Op den duur was er sprake van een inversie, waarbij de zandige geulafzettingen hoger kwamen te liggen dan de omringende komafzettingen. De reliëfinversie heeft dus pas na de drooglegging van het Haarlemmermeer plaatsgevonden. Van een goede bewoonbaarheid van deze zandige afzettingen in de prehistorie is dan ook hoogstwaarschijnlijk geen sprake geweest. Uit analyse van historisch topografisch kaartmateriaal blijkt dat het onderzoeksgebied in de nieuwe tijd lange tijd onbebouwd is gebleven. Direct aangrenzend aan het onderzoeksgebied is wel bebouwing zichtbaar op kaarten vanaf 1876 (figuur 5), dit betreft een gebouw dat vermoedelijk omstreeks 1940 is gerenoveerd of herbouwd afgaande op het bouwjaar van het huidige pand op deze locatie. 4 De eerste bebouwing binnen het onderzoeksgebied zelf is zichtbaar op kaarten vanaf 1951.

Deze eerste gebouwen binnen het onderzoeksgebied betreffen het 'Huis ter Lucht' met enkele bijgebouwen en een woning aan de noordoostzijde van het onderzoeksgebied. Na verloop van tijd komen er meer gebouwen bij, maar verdwijnen enkele gebouwen in het noordoostelijk deel ook weer van de kaart rond 1989. Omstreeks 2000 komt in het noordoostelijk deel van het onderzoeksgebied opnieuw een gebouw te staan, waarna de situatie niet meer verandert.

4

Op basis van gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[16]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Figuur 5. Overzicht historisch topografisch kaartmateriaal.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[17]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik

Woongrond.

Hoogteligging maaiveld

Noordoostelijk en zuidelijk gedeelte rond bebouwing: gemiddeld 4 m -NAP. Gezien de recht lopende reliëfsprongen zullen deze delen van het plangebied zijn opgehoogd. Centraal gedeelte onderzoeksgebied: gemiddeld 4,5 m -NAP Westelijk gedeelte onderzoeksgebied: gemiddeld 5 m -NAP Zie figuur 6.

Grondwatertrap of -stand

Grondwatertrap VI: Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG): 40-80 cm -mv Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG): >120 cm -mv

Milieutechnische condities

Geen saneringsinformatie bekend. 5

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

Woonhuizen, schuren, naar verwachting zullen deze constructies gefundeerd zijn. Zie figuur 7.

Locatie en diepte van kabels/leidingen

Zie figuur 7.

Tabel 5. Overzicht van de huidige situatie van het onderzoeksgebied.

5

Via Bodemloket.nl

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[18]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Figuur 6. Maaiveldhoogten in het onderzoeksgebied en de omgeving.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[19]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Figuur 7. Luchtfoto van het onderzoeksgebied inclusief KLIC-gegevens.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[20]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

Sloop van een deel van de aanwezige bebouwing, plaatsing van nieuwbouw en herinrichting van het erf.

Omvang en diepte

De verwachte omvang van de bodemingrepen zal circa 8700 m 2 zijn, de exacte diepte van de bodemingrepen zijn vooralsnog onbekend.

Invloed op maaiveld en grondwater

Onbekend.

Toekomstig gebruik

Wonen.

Toekomstige gebruiker

Eigenaar.

Tabel 6. De toekomstige situatie.

Figuur 8. Voorlopig inrichtingsplan.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[21]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

3 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de geologische gegevens kunnen 4 gestapelde landschappen uit het verleden worden onderscheiden. De gebruiksmogelijkheden van die landschappen verschillen per landschap en de archeologische verwachting ervan dus ook. Ze worden hieronder, van on der naar boven, behandeld. Dekzandlandschap uit het Pleistoceen In en kort na de laatste ijstijd bestond het landschap uit een schaars begroeide dekzandvlakte waarin incidenteel rendierjagers en jager-verzamelaars uit het paleo- en mesolithicum hun kampementen hebben opgeslagen. Met het stijgen van de zeespiegel is dit landschap steeds drassiger geworden. Eerst is het veranderd in een moeras waarin het Basisveen gevormd werd, later werd het een waddengebied. Deze natte milieus zijn niet goed bewoonbaar. Waar het Basisveen het pleistocene dekzandlandschap nog afdekt, kan sprake zijn van goede bewaarcondities voor resten van tijdelijke kampementen van jager-verzamelaars uit het paleo- en mesolithicum. Resten van deze tijdelijke kampementen zullen voornamelijk herkenbaar zijn aan fragmenten vuursteen, houtskool en al of nie t verbrand bot. Het pleistocene dekzandlandschap ligt ter plaatse van het onderzoeksgebied op een relatief grote diepte van minimaal 5 tot 7 m -Mv (10 tot 12 m -NAP).

Op basis van deze gegevens geldt een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de perioden paleo- en mesolithicum. Getijdengeulenlandschap in de prehistorie De in het onderzoeksgebied gelegen afgedekte afzettingen uit fase III van het Laagpakket van Wormer kunnen theoretisch in het vroeg en midden neolithicum bewoon baar zijn geweest alvorens ze werden afgedekt gedurende de laatste sedimentatiefase IV. Dit zou echter alleen het geval zijn indien het hier gaat om hoger gelegen kweldergronden. Op basis van de bodemkartering van Haans is het echter aannemelijk dat dit reeds in fase III een lagergelegen gebied betrof, aangezien in fase IV hier een stroomdraad doorheen loopt en het dus niet hoger zal hebben gelegen dan de directe omgeving. Daarnaast zal deze stroomdraad zich deels hebben ingesneden in de afzettingen uit fase III, waardoor het onwaarschijnlijk is dat binnen het onderzoeksgebied hooggelegen goed gerijpte afzettingen uit fase III aanwezig zijn. De verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit het vroeg en midden neolithicum is daarom laag. Vernattend landschap Na de stilstand in de sedimentatie hervatte de sedimentatie vanuit zee in de vorm van fase IV van het Laagpakket van Wormer (de Oude Zeekleigronden). Deze sedimenten zijn afgezet in een nat en onbewoonbaar milieu.

Hierop volgde verdere vernatting en veenvorming als gevolg van het afnemen van de invloed vanuit zee. Het veenpakket is in de loop van de geschiedenis zo’ n 4 m dik geworden, tot het in de Late Middeleeuwen werd ontgonnen voor de turfwinning. Hierdoor ontstonden binnenmeren die door verdere turfwinning en afkalving steeds groter werd en waardoor bijna alle veen weer verdween. De Haarlemmermeer bereikte zijn grootste omvang in 1740. Eerder is al vastgesteld dat de veenvorming direct volgde op de laatste sedimentatiefase van het Laagpakket van Wormer en geen gelegenheid bood voor bewoning. De omgeving was eenvoudig te

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[22]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

drassig. De verdere ontwikkelingen maakte van het gebied een meer dat ook niet werd gebruikt voor bewoning, maar wellicht wel voor scheepvaart en visserij. Uit archeol ogische vondsten in het verleden blijkt dat uit de middeleeuwse ontginningsfase soms losse vondsten worden aangetroffen. Deze hebben zich oorspronkelijk op of in het veen bevonden, maar zijn met het verdwijnen van het veen op de bodem van het meer terecht gekomen. De verwachting voor het aantreffen van dergelijke resten is laag en eventuele vondsten zijn bovendien zonder context. Uit de periode waarin het onderzoeksgebied bestond uit binnenmeren, kunnen archeologische resten van menselijke activiteiten in e n op het water worden aangetroffen. Te denken valt dan aan resten gerelateerd aan scheepvaart en visserij. Deposities (afvaldumps bijv.) of infrastructurele werken die met water samenhangen (beschoeiingen en steigers bijv.), deze laatste zullen eerder aan de voormalige waterkant worden verwacht. Sporen van scheepvaart en visserij zullen voornamelijk bestaan uit losse vondsten van gereedschap, vissersgerei en scheepsdelen. De kans op het aantreffen van dergelijke resten is klein. Droogmakerij uit de Nieuwe tijd In 1852 veranderde de Haarlemmermeer in een droogmakerij die voornamelijk als landbouwgrond werd gebruikt.

Op basis van historisch kaartmateriaal valt op te maken dat binnen het onderzoeksgebied geen bebouwing aanwezig is tot in de jaren 40/50 van de 20e eeuw. De archeologische verwachting voor resten uit de periode van de nieuwe tijd is daarom laag.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[23]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: •

Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat vanaf 5 tot 7 m -mv (10 tot 12 m -NAP) een archeologisch niveau kan voorkomen dat uit het paleo- en mesolithicum dateert. Dit archeologisch niveau bevindt zich in de top van het dekzand. Op basis van deze gegevens geldt een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de perioden van het paleo- en mesolithicum.

•

In het Holoceen maakte het dekzandlandschap plaats voor een getijdengebied. Hier zijn zand en klei in verschillende fases afgezet (Afzettingen van Calais, Laagpakket van Wormer). In het plangebied zijn enkel afzettingen uit de laatste sedimentatiefase (IV) aan het oppervlak aanwezig. Afgedekte afzettingen uit fase III van het Laagpakket van Wormer kunnen theoretisch in het neolithicum bewoonbaar zijn geweest alvorens ze werden afgedekt gedurende de laatste sedimentatiefase IV, die eindigde rond 3000 voor Chr. Dit zou echter alleen het geval zijn indien het hier gaat om hoger gelegen kweldergronden. Op basis van de bodemkartering van Haans is het echter aannemelijk dat reeds in fase III dit een lagergelegen gebied betreft, aangezien in fase IV hier een stroomdraad doorheen liep en het dus niet hoger zal hebben gelegen dan de directe omgeving. Daarnaast zal deze stroom draad zich deels hebben ingesneden in de afzettingen uit fase III, waardoor het onwaarschijnlijk is dat binnen het onderzoeksgebied hooggelegen goed gerijpte en dus bewoonbare afzettingen uit fase III aanwezig zijn. De verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit het vroeg en midden neolithicum is daarom laag.

•

Na het sluiten van de zeegaten rond 3000 voor Chr. trad verdere vernatting op in de omgeving van het plangebied en veranderde het in een veenmoeras. Deze situatie bleef lang onveranderd tot de omgeving van het plangebied door oeverafslag en veenwinning tot veenmeer veranderde. Na de droogmaking van het Haarlemmermeer in 1852 is tot aan de jaren 40/50 van de 20e eeuw geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied. Zodoende geldt een lage archeologische verwachting voor de periode laat neolithicum t/m nieuwe tijd.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[24]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

4.2 Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt geadviseerd om de plannen voor de bodemingrepen zodanig op te stellen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door bodemingrepen niet dieper te laten gaan dan 4,7 m -mv. Het aanbrengen van heipalen vormt hierop een uitzondering, mits de totaaloppervlakte van de palen maximaal 2% van de oppervlakte van het bouwoppervlak innemen. 6 Afzonderlijk hiervan wordt geadviseerd om bij de vergunningaanvraag plannen in te dienen waaruit duidelijk en evident blijkt dat de bodemingrepen (inclusief tijdelijke hulpwerken tijdens de bouw) niet groter zullen zijn dan 10.000 m 2 . Indien onomstreden kan worden aangetoond dat het totale oppervlak van de bodemingrepen onder de 10.000 m 2 blijft, bestaat er vanuit het geldende bestemmingsplan geen archeologische onderzoeksplicht en adviseren wij dan ook geen verder archeologisch vervolgonderzoek. Indien de bodemingrepen meer dan 10.000 m 2 beslaan en bovengenoemde planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen.

Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek. Een dergelijk vervolgonderzoek heeft tot doel de opbouw van de ondergrond, de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. A an de hand daarvan kan de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting worden getoetst en kunnen concrete gegevens worden verzameld over gaafheid en diepteligging van de verwachte archeologische resten.

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Haarlemmermeer, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

Hierbij is uitgegaan van de uitgangspunten voor archeologievriendelijk bouwen zoals opgenomen in de brochure ‘Handreiking Paalfundering in een archeologievrien delijk bouwplan’ Zie: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2016/01/01/handreiking -archeologievriendelijkbouwen#:~:text=Handreiking%20archeologievriendelijke%20bouwplannen&text=E%C3%A9n%20handreiking%20geeft%20algeme ne%20uitgangspunten,het%20belasten%20van%20de%20bodem. 6

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[25]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Literatuur Berg, M.W. van den & S.J. Kluiving, 1992. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Toelichting op kaartblad 24 Zandvoort en 25 Amsterdam. DLO-Staring Centrum/Rijks Geologische Dienst, Wageningen/Haarlem. Fens, R.L., 2021. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen PARK21 prioritaire structuur zone 2, Beinsdorp, gemeente Haarlemmermeer. Antea Group Archeologierapport 2021/108. Groot, T.A.M. de, 1994. Holoceen. De jongste ontwikkeling van het landschap; De Kustbarrière: Ontwikkeling van strandwallen en zeegaten. In: M. Rappol & C.M. Soonius (red.); In de Bodem van Noord-Holland. Lingua Terra, Amsterdam. Haans, J.C.F.M., 1954. De bodemkartering van Nederland, deel XV. De Bodemgesteldheid van de Haarlemmermeer. Verslagen van landbouwkundige onderzoekingen No 60.7. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Kroes, R.A.C., 2011. Plangebied IJweg 821, gemeente Haarlemmermeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-notitie 3893. Weesp. Kroes, R.A.C., 2012a. Plangebied De Hoek, Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer: archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-notitie 4109. Weesp. Kroes, R.A.C., 2012b.

Plangebied Hoofddorp A4 zone West, gemeente Haarlemmermeer: archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-notitie 4110. Weesp. Kroes, R.A.C., 2012c. Plangebied Lijnden A9 busafrit, gemeente Haarlemmermeer: archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-notitie 4327. Weesp. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Riezebos, P.A. & A. Du Saar, 1969. Een dwarsdoorsnede door de mariene holocene afzettingen tussen Vijfhuizen en Vinkeveen. Mededelingen Rijks Geologische Dienst, nieuwe serie no. 20, Maastricht. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Tielhof, M. van & P.J.E.M. van Dam, 2006. Waterstaat in stedenland: het hoogheemraadschap van Rijnland voor 1857. Utrecht. TNO, 2021. Geologische overzichtskaart Nederland. https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen Vos, G.A., 1992. Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Toelichting bij kaartblad 24-25. ZandvoortAmsterdam. DLO-Staring Centrum, Wagening. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht.

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[26]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Websites/Digitale bronnen Bodemloket.nl Cultureelerfgoed.nl Dinoloket.nl Haarlemmermeergemeente.nl Lokaleregelgeving.nl Ruimtelijkeplannen.nl

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[27]

Onderzoeksgebied IJweg 1445-1457 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek.

Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding onderzoeksgebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

7

Figuur 2. Het onderzoeksgebied geprojecteerd op de bodemkartering van Haans (Haans, 1954).

12

Figuur 3. Overzichtskaart vondstmeldingen uit de directe omgeving van het onderzoeksgebied.

13

Figuur 4. Overzichtskaart eerder uitgevoerd archeologisch veldonderzoek in de directe omgeving van het onderzoeksgebied.

15

Figuur 5. Overzicht historisch topografisch kaartmateriaal.

17

Figuur 6. Maaiveldhoogten in het onderzoeksgebied en de omgeving.

19

Figuur 7. Luchtfoto van het onderzoeksgebied inclusief KLIC-gegevens.

20

Figuur 8. Voorlopig inrichtingsplan.

21

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

8

Tabel 2. Overzicht van geraadpleegde geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het onderzoeksgebied en de directe omgeving.

12

Tabel 3. Overzicht van de bekende archeologische vondstlocaties in en rond het onderzoeksgebied. 13 Tabel 4. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het onderzoeksgebied.

14

Tabel 5. Overzicht van de huidige situatie van het onderzoeksgebied.

18

Tabel 6. De toekomstige situatie.

21

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen

RAAP-rapport 6640 / versie 31-08-2023

[28]

Bijlage 1. Tijdschaal

Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen

x

Geomorfologische kaart van NL

x

Gedetailleerde bodemkaarten

x

DINO

x

Gegevens milieukundig bodemonderzoek

x

Actueel Hoogtebestand Nederland

x

Lucht- en satellietfoto’s

x

Topografische kaart van Nederland

x

Oud(st)e kadasterkaarten Historische kaarten van Nederland

x x

Beeldmateriaal bouwhistorie

x

Archeologische en cultuurhistorische rapportages

x

Archieven (RAAP)

x

Eigenaar en gebruiker

x

AMK Archis

x x

CMA

x

CAA

x

CHW

x

Literatuur (arch./aardwet.)

x

Gebiedsgerichte specialisten

x

Amateurarcheologen Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot

x x x

Opmerking

Geologische kaart van NL

Bevat geen (nieuwe) relevante informatie

x

Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied

Bodemkaart van NL

Geraadpleegd, niet afgebeeld

Bron

Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven

LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (x indien van toepassing)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=8714eb99-c2e7-423f-9d0d-84f52e7b4881