Bijlage 3.5 Stikstofberekening
Tekst van het document
Colofon Stikstofberekening Programma AERIUS Calculator 2023 Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: Versie: 2023.1_20240207_c93f01d6e8 Database: 2023.1_c93f01d6e8_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 /
Opdrachtgever: B+O Architects
Projectnummer en versie: 2790A Veldmedewerker(s): Ligging projectgebied: IJweg 1455 – 1457 Nieuw-Vennep
Status: Definitief Rapportdatum: 23-03-2023 (geactualiseerd 14-2-2024) Auteur: & 1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 1.2 Onderzoeksvragen ................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Het plangebied............................................................................................................................... 4 2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 4 2.2 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied ..................................................... 5 2.3 Voorgenomen activiteiten........................................................................................................................ 6 Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ............................................................................................................................. 6 3.1 Algemeen .................................................................................................................................................
6 3.2 Ontwikkelfase ........................................................................................................................................... 6 3.2.1 Verkeersgeneratie ............................................................................................................................. 6 3.2.2 Inzet materieel tijdens de voorbereiding ........................................................................................ 11 3.2.3 Inzet materieel tijdens de uitvoering .............................................................................................. 11 3.2.4 Inzet materieel tijdens het afwerken .............................................................................................. 12 3.2.5 Laden en lossen ............................................................................................................................... 13 3.3 Gebruiksfase ........................................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 4 Resultaten en conclusie ............................................................................................................... 15 4.1 Resultaten ontwikkelfase .......................................................................................................................
15 4.2 Resultaten gebruiksfase ......................................................................................................................... 15 4.3 Conclusie ................................................................................................................................................ 16
2
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er zijn concrete plannen voor herontwikkeling van een agrarisch erf aan de IJweg 1455 en de herontwikkeling van een deel van een woonerf aan de IJweg 1457 te Nieuw-Vennep. Het voornemen is 26 woningen in het plangebied te bouwen. Ter compensatie voor de bouw van deze woningen wordt overtollige agrarische bebouwing gesloopt en beplanting verwijderd. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen wordt stikstof (NOx/NH3) uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in Natura 2000gebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitatten die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Veel Natura 2000-gebied is kwetsbaar voor stikstofdepositie. Een verhoogde stikstofdepositie vormt een bedreiging voor verschillende Habitattypen en de leefomgeving van verschillende Habitatsoorten. Om het effect van deze emissie te onderzoeken heeft Natuurbank Overijssel een zogeheten AERIUS-berekening uitgevoerd voor de ontwikkel- en gebruiksfase. In de ontwikkelfase wordt het tijdelijk karakter van bouwfase onderzocht. In de gebruiksfase wordt onderzocht of er structurele stikstofemissies zijn op Natura 2000gebied(en). In voorliggend rapport worden de gehanteerde uitgangspunten voor het berekenen van de emissie/depositie tijdens de ontwikkelfase- en gebruiksfase besproken, evenals de berekende depositie in Natura 2000-gebied. Wettelijk kader: Natura 2000 en Wet natuurbescherming Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Dit Natura 2000-gebied moet samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, welke in Nederland zijn door vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn.
Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor deze instandhoudingsdoelstellingen. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebied.
1.2 Onderzoeksvragen De AERIUS-berekening is uitgevoerd om antwoord te krijgen op onderstaande onderzoeksvragen: 1. Hoe groot is de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van alle werkzaamheden, die noodzakelijk zijn om tot de realisatie van 26 woningen in het plangebied te komen? 2. Hoe groot is de stikstofdepositie in Natura 2000-gebied als gevolg bewoning van 26 woningen in het plangebied?
3
Hoofdstuk 2 Het plangebied 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de IJweg nummer 1455-1457 te Nieuw-Vennep. Op onderstaande afbeelding staat de ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid (bron: Ruimtelijke plannen ).
Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven. Op de luchtfoto zijn tevens zichtbaar twee bestaande woningen die tot het plangebied behoren, maar behouden blijven. Er worden t.b.v. deze woningen geen werkzaamheden meegenomen in de stikstofberekening.
4
2.3 Voorgenomen activiteiten Het voornemen is om op het erf aan de IJweg te Nieuw-Vennep 26 nieuwbouwwoningen te realiseren. Hiervoor dient de huidige bebouwing op het erf gesloopt te worden (bestaande uit: twee hallen en een woning). Verder wordt er beplanting en erfverharding verwijderd en wordt de vijver gedempt met zand. Dit is noodzakelijk om het plangebied bouwrijp te maken. Naast 26 woningen wordt er nieuwe openbare ruimte gecreëerd doormiddel van erfverharding, een permacultuur moestuin en 40 parkeerplaatsen ontwikkelt. Op onderstaande afbeelding is het wenselijke eindplan als plattegrond weergegeven. Er zijn 16 rijwoningen, 8 twee-onder-een-kapwoningen en 2 vrijstaande woningen voorzien in het plan. In het plangebied staan twee vrijstaande woningen. Deze liggen in het plangebied, maar deze woningen zijn reeds gerealiseerd en worden verder niet betrokken in de berekening.
Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: B+O architects).
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten 3.1 Algemeen Voor het project zijn twee AERIUS-berekeningen uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project. Deze bestaan uit een berekening voor de ontwikkelfase en een berekening voor de gebruiksfase. Hierna worden de uitgangspunten per fase toegelicht. 3.2 Ontwikkelfase De ontwikkelfase wordt onderscheiden in een voorbereidende fase, een uitvoerende fase en een afwerkingsfase. Alle drie fasen genereren verkeer van en naar het plangebied. De volgende activiteiten (stikstofbronnen) dragen bij aan de emissie van stikstof. 3.2.1 Verkeersgeneratie Een algemeen criterium voor wegverkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn
6
opgenomen in het heersende verkeersbeeld1. AERIUS neemt het aspect ‘verkeer’ als stikstofbron mee in de berekeningen, wanneer er sprake is van toename van verkeer binnen 5 km afstand van een stikstofgevoelig Habitattype in Natura 2000-gebied. Aangenomen wordt dat alle verkeer, wanneer het zich op Noordelijke Randweg bevindt, opgaat in het heersende verkeersbeeld. De afstand tussen deze route en het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Habitattype in een Natura 2000gebied Kennemerland-Zuid bedraagt minimaal 5,7 kilometer. Het plangebied bevindt zich buiten de afstandsgrens van 5 kilometer (afstand > 5 kilometer). Het programma AERIUS-Calculator rekent de verkeersgeneratie niet mee in het model. Daarop aansluitend wordt de verkeersgeneratie in voorliggend rapport uitsluitend toegelicht.
Route dat het verkeer aflegt.
In onderstaand hoofdstuk staat een overzicht weergegeven van alle verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkelfase. De verkeersgeneratie specifiek wordt niet meegenomen in de stikstofberekening, omdat het programma verkeer, op een afstand >5 km van een hexagoon met een stikstofgevoelig habitattype in Natura 2000gebied, niet mee neemt in de berekening. Om een inzicht te krijgen in de toename van verkeer tijdens de ontwikkel, en gebruiksfase, wordt dit aspect hieronder toegelicht. De verkeersbewegingen opgedeeld in drie onderdelen: voorbereiding, (op)bouw en de afwerking. Dit ter verduidelijking voor de berekening, gekozen uitgangspunten en aannames.
Vervoer vaklieden en aannemers De totale duur van de ontwikkelfase duurt maximaal 9 maanden (36 weken; 180 werkdagen). Gedurende deze 180 werkdagen arriveren 3 busjes op de bouwplaats. Dat leidt tot een verkeersgeneratie van 6 verkeersbewegingen per dag en 1.080 verkeersbewegingen in totaal. Deze lichte voertuigen (evt. + aanhanger) draaien vanuit het heersende verkeersbeeld het plangebied op en parkeren daar.
1 Verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld op het moment dat het aan- en afrijdende
verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden.
7
Voorbereiding: Afvoer sloopmateriaal (incl. beplanting/erfverharding) Er worden drie gebouwen gesloopt die samen een oppervlakte hebben van 500 m2 en een gemiddelde hoogte van 5,5 meter. Je berekent heel eenvoudig de inhoud en vermenigvuldigt dit getal met factor 1,3. Om het volume aan sloopafval te berekenen, wordt eerst de inhoud berekend. Dat is 10% van de totale inhoud (500 x 5,5 x 0,10) =275 m3. De rekensom wordt dan: (275 x 1,3) =358 m3. Het totale volume aan sloopmateriaal is 358 m3. Dit wordt afgevoerd in containers van maximaal 40 m3. Er wordt voor overig sloopafval rekening gehouden met twee extra containers. Dat betekent dat er 9 + 2 =11 containers nodig zijn die worden geleverd en opgehaald. Dat resulteert in 24 leveringen met zwaar vrachtverkeer (12x afleveren/12x ophalen). Aanvoer zand vijver De vijver heeft een oppervlakte van 230 m2 en een gemiddelde diepte van maximaal 2 meter. Dat resulteert in een volume 460 m3 zand. Er wordt zand verplaatst dat wordt afgegraven als gevolg van het graven van de fundering voor de woningen. Dit voorkomt dat er extra verkeersbewegingen naar het plangebied nodig zijn. Aanvoer rioleringsbuizen Voor de nieuwbouwwoningen dient er een nieuw rioleringssysteem te worden aangelegd. Het uitgangspunt is dat er wordt gewerkt met relatief lichte materialen; de buizen zijn van kunststof en compact te vervoeren.
Het is aannemelijk dat veel materialen worden vervoerd door vaklieden in een bedrijfsbus (evt. + aanhanger). Om eventuele verkeersbewegingen te dekken, wordt als uitgangspunt gekozen voor maximaal 4 ladingen met middelzwaar verkeer. Aanvoer leiding en kabel Ook zal elk huis voorzien worden van een nieuw stroomnet, dat betekent dat hiervoor kabels worden gelegd. Dit geldt ook voor buizen. Het uitgangspunt is dat dit uitsluitend door vaklieden wordt aangeleverd. Hiervoor gelden geen extra verkeersbewegingen. (Op)bouw: Afvoer zand fundering Totale oppervlakte (m2)
16 8
Oppervlakte enkele woning (m2) 60 100
2
120
240 1.730 m2
Woningtype
Aantal
Rijwoning Twee-onder-eenkapwoning Vrijstaand Totaal
960 800
De totale oppervlakte dat wordt afgegraven ten behoeve van de fundering is 1.730 vierkante meter. De fundering bestaat uit strokenfundering en wordt op 0,6 meter diepte gegraven. Dat resulteert in een volume van 1.038 kubieke meter af te graven zand. Hiervan wordt ongeveer 460 m3 slechts verplaatst voor het dempen van een bestaande vijver. Er blijft nog 578 m3 zand over en dat wordt afgevoerd door middel van vrachtwagens met een inhoud van 30 m3. Dat betekent dat er 20 ladingen vereist zijn met zwaar vrachtverkeer. Aanvoer beton Woningtype
Aantal
Totale omtrek (m)
16 8
Omtrek enkele woning (m) 32 41
Rijwoning Twee-onder-eenkapwoning Vrijstaand Totaal
2
44
88 928 m
512 328
8
De fundering van elke woning bestaat uit een stroken fundering. Het volume hiervan wordt berekend door de omtrek x hoogte x breedte. Zowel de hoogte als de breedte is 0,6 meter en de totale omtrek wordt afgerond naar 1.000. Dat levert de volgende rekensom op: (1000 x 0,6 x 0,6) =360 m 3. Voor de fundering is dus een volume van 360 m3 beton nodig. Elke verdiepingsvloer wordt afgewerkt met een laag beton (5 cm). De gezamenlijke oppervlakte van een enkele verdiepingsvloer voor alle woningen is 1.730 m2. Voor twee verdiepingsvloeren is dat 3.460 m2 en dat resulteert in een volume van (3460 x 0,05) =173 m3. In totaal is voor het hele traject 360 + 173 =533 m3 beton nodig. Dit wordt geleverd door betonmixers met een maximale inhoud van 30 m3. In totaal zijn er 18 ladingen nodig met zwaar verkeer. Aanvoer betonnen kanaalplaten De woning bestaat uit twee verdiepingsvloeren die worden gelegd doormiddel van prefab betonnen kanaalplaten met een oppervlakte van ongeveer 10 m2. De totale oppervlakte van de begane grond van alle woningen samen bedraagt 1.730 m2. Dat betekent dat er voor een verdiepingsvloer per woning 173 platen nodig zijn en voor twee verdiepingsvloeren in totaal 346 betonnen kanaalplaten. Dit wordt afgerond naar 360 betonnen kanaalplaten. De platen worden in aantallen van 20 geleverd door zwaar vrachtverkeer. In totaal zijn er 18 ladingen nodig met zwaar vrachtverkeer.
Aanvoer kalk- en bakstenen Aangenomen wordt dat de woningen traditioneel gebouwd worden. Dat wil zeggen muren van kalkzandsteen of lijmblokken aan de binnenzijde en bakstenen buitengevels. De muren zijn gemiddeld genomen vijf meter hoog en, afhankelijk van het woningtype resulteert dat in een totale muur oppervlakte. Totale oppervlakte (m2)
16 8
Oppervlakte muren enkele woning (m2) 160 205
2
220
440 4.640 m2
Woningtype
Aantal
Rijwoning Twee-onder-eenkapwoning Vrijstaand Totaal
2.560 1.640
De gevels bestaan deels uit kozijn met glas en deur. Aangenomen wordt dat het percentage muur: kozijn ongeveer 70-30%. 70% muur is 1.390 m2. In een vierkante meter schoon metselwerk van bakstenen zitten 75 bakstenen. Dat zijn dan 104.400 bakstenen voor alle woningen. Op een pallet passen 400 bakstenen. In totaal zijn (104400 / 400) =261 pallets met bakstenen nodig. Aangenomen wordt dat een gelijk aantal pallets met kalkzandstenen nodig zijn voor de binnen muren. In totaal zijn dat 522 pallets. In een vrachtwagen gaan gemiddeld 30 pallets met stenen. In totaal zijn 18 ladingen nodig met zwaar vrachtverkeer. Aanvoer dakconstructie Per woning worden twee prefab dakconstructies geleverd. Deze kunnen in viertallen worden geleverd en dat betekent dat er (26 x 2) / 4 =13 leveringen nodig zijn met zwaar vrachtverkeer. Aanvoer dakpannen Totale oppervlakte (m2)
16 8
Oppervlakte dak enkele woning (m2) 80 120
2
140
280 2.520 m2
Woningtype
Aantal
Rijwoning Twee-onder-eenkapwoning Vrijstaand Totaal
1.280 960
De totale dakoppervlakte van alle woningen gezamenlijk is 2.520 m2. Gemiddeld gaan er 15 dakpannen op een vierkante meter dak. Uitgaande van een zadeldak levert dat 37.800 dakpannen op. Op een Europallet gaan 300 dakpannen. In totaal zijn 126 pallets nodig om alle dakpannen aan te voeren. Er kunnen 20 pallets per lading worden vervoerd. Dat betekent dat er 7 leveringen vereist zijn met een zware vrachtwagen.
9
Aanvoer voorzieningen In iedere woning wordt sanitair, deuren, keuken, stucwerk, warmtepomp en andere installatiemateriaal aangebracht. Ook wordt elke woning voorzien van meerdere verdiepingsvloeren. Dat betekent dat er ook een trap moet worden aangelegd. Per woning wordt een middelzware vrachtwagen lading verwacht voor de aanvoer hiervan. Het is aannemelijk dat deze elementen in grotere aantallen worden geleverd per vracht; gemiddeld genomen mag dus worden gesteld dat dit twee verkeersbewegingen per woning oplevert. Dit resulteert in 56 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. Afwerking erf(verharding) Afvoer zand cunet Er worden 40 parkeerplaatsen gerealiseerd. Een gemiddelde parkeerplaats heeft een oppervlakte van 12,5 m2 en dat resulteert in een totale oppervlakte van 500 m2. Daarbij komt dat er 1000 meter aan weg wordt aangelegd, waarbij de weg een breedte heeft van 3,5 meter. Dat resulteert in 3.500 m2 en in totaal wordt er 4000 m2 aan erfverharding aangelegd. Hiervoor wordt een cunet gegraven van 0,3 meter diep. Dat resulteert in een volume van 1.200 m3 zand dat wordt afgegraven en afgevoerd door vrachtwagens met een maximale inhoud van 30 m3. Er zijn 40 ladingen vereist met zwaar vrachtverkeer. Aanvoer opvulzand Het cunet wordt opgevuld met 0,2 meter opvulzand ten behoeve van de erfverharding.
De oppervlakte is 4.000 m2 en dat levert een volume op van 800 m3. Ook dit wordt geleverd door vrachtwagens met een maximale inhoud van 30 m3. Er zijn 27 ladingen vereist met zwaar vrachtverkeer Aanvoer klinkers Op een pallet gaat gemiddeld 8m2 klinkers. Om alle straatklinkers aan te voeren, zijn in totaal (4000/8) =500 pallets nodig. Op een vrachtwagen passen maximaal 20 Europallets. In totaal zijn 25 vrachtwagenladingen vereist met zwaar vrachtverkeer. Verhuisbewegingen In de ontwikkelfase vallen ook alle verhuisbewegingen. Wat hiervoor precies de uitgangspunten zijn, is vooraf moeilijk te voorspellen. Er wordt uitgegaan van maximaal 3 middelzware verhuisvrachtwagens als gevolg van de verhuizing naar een nieuwe woning. Dat levert per woning een verkeersgeneratie op van 6 middelzware vrachtwagens en in totaal zijn dat 78 ladingen met middelzwaar verkeer. Samengevat In onderstaande tabel staan het aantal vrachtwagens weergegeven die worden verwacht als gevolg van alle werkzaamheden. Deze aantallen worden verder in de berekening gebruikt voor het berekenen van bijvoorbeeld de emissie als gevolg van laad- en losactiviteit.
Voorbereiding (Op)bouw
Afwerking
Werktuigen
Transport van Aantal ladingen Vervoer vaklieden en aannemers Afvoer sloopmateriaal 24 Aanvoer rioleringsbuizen Afvoer zand fundering 20 Aanvoer beton 18 Aanvoer betonnen kanaalplaten 18 Aanvoer kalk- en bakstenen 18 Aanvoer dakconstructie 13 Aanvoer dakpannen 7 Aanvoer voorzieningen Afvoer zand cunet 40 Aanvoer opvulzand 27 Aanvoer klinkers 25 Verhuisbewegingen Mobiele kraan 10 Hijskraan 4 Betonstorter 4 Shovel 2 Trekker 2 Totaal 232
Aantal ladingen
Aantal 1080
4
26
78
108
1.080
Het aantal vrachtwagens die worden verwacht in de ontwikkelfase. Dit zijn enkel alleen het aantal ladingen, het zijn dus geen verkeersbewegingen.
10
3.2.2 Inzet materieel tijdens de voorbereiding Tijdens de voorbereidingsfase worden de volgende activiteiten onderscheiden: 1. Sloopactiviteit; 2. Aanleg riolering; 3. Aanleg leidingen/kabels. Sloopactiviteit Voor de sloopactiviteit zijn geen concrete uitgangspunten vast te stellen. Er worden drie gebouwen gesloopt doormiddel van een mobiele kraan met een vermogen van 100 kW. De aanname is dat deze mobiele kraan per gebouw twee werkdagen ingezet wordt. Een werkdag bestaat uit 5 uur kraan activiteit en dat resulteert in 10 uur per gebouw en 30 uur in totaal. Een mobiele kraan met een vermogen van 100 kW en een bouwjaar vanaf 2015 wordt 30 uur ingezet en werkt op 69% van het totale vermogen. Aanleg riolering In het wegvak wordt de riolering aangelegd. Er wordt hierbij een sleuf van 1 meter breed en 2 meter diep gegraven. Dit in de lengte van maximaal 700 meter weg. In totaal wordt hierbij (1 x 2 x 700) =1.400 m3 grond vergraven. Een mobiele kraan van 100 kW heeft een gemiddelde bakinhoud van 0,7 m3 en doet 1,3 minuten over een schep. Dat levert de volgende rekensom (1400 / 0,7) x 1,3 =2.600 minuten =44 uur. Een mobiele kraan met een vermogen van 100 kW en een bouwjaar vanaf 2015 wordt 44 uur ingezet en werkt op 69% van het totale vermogen. Aanleg leidingen en kabels In totaal wordt 960 meter sleuf gegraven t.b.v.
kabels en leidingen (lengte langs wegvak plus 10 meter toereikend aan huis; aantal 26). Aangenomen wordt, dat er gebruik gemaakt wordt van een midikraan met een vermogen van 60 kW en een bouwjaar heeft vanaf 2015. Aangenomen wordt dat de midikraan per dag 5 uur wordt ingezet en hierbij ongeveer 300 meter kan verwerken. Het uitgangspunt is dat een midikraan maximaal 20 uur wordt ingezet. een midikraan met een vermogen van 60 kW en een bouwjaar vanaf 2015 wordt 20 uur ingezet en werkt op 69% van het totale vermogen. 3.2.3 Inzet materieel tijdens de uitvoering Tijdens de bouwfase worden de volgende activiteiten onderscheiden: 1. Graven fundering; 2. Dempen vijver; 3. Storten beton; 4. Plaatsen betonnen kanaalplaten; 5. Plaatsen dakconstructie. Graven fundering Voor de fundering wordt 1.038 m3 zand afgegraven door middel van een mobiele kraan met een vermogen van 100 kW. Deze kraan heeft een gemiddelde bakinhoud van 0,7 m3 en doet 1,3 minuten over een schep. Dat levert de volgende rekensom (1038 / 0,7) x 1,3 =1.928 minuten =32 uur. Een mobiele kraan met een vermogen van 100 kW en een bouwjaar vanaf 2015 wordt 32 uur ingezet en werkt op 69% van het totale vermogen. Dempen vijver Om de vijver te dempen is 460 m3 zand vereist. Dit wordt verplaatst vanuit het plangebied door middel van een tractor met kipper die 25 m3 per keer kan verplaatsen.
Dat betekent dat een tractor 19 ladingen moet verplaatsen. Het uitgangspunt is dat een tractor met kipper voor deze activiteit maximaal 10 uur wordt ingezet. dat zijn twee werkdagen van 5 uur. Een tractor met een vermogen van 70 kW en een bouwjaar vanaf 2015 wordt 10 uur ingezet en werkt op 55% van het totale vermogen.
11
Storten beton Er wordt in totaal 533 m3 beton gelost voor het hele bouwproject. Dit gebeurt doormiddel van een betonpomp die 30 m3 in een uur kan verwerken. Dat betekent dat een betonstorter maximaal 18 uur wordt ingezet. Een betonpomp met een vermogen van 200 kW en een bouwjaar vanaf 2014 wordt 18 uur ingezet en werkt op 69% van het totale vermogen. Plaatsen betonnen kanaalplaten Voor het plaatsen van 360 betonnen kanaalplaten wordt een mobiele hijskraan ingezet met een vermogen van 200 kW. Deze hijskraan doet gemiddeld 10 minuten over een plaat. Dat resulteert in een totale inzet van 3.600 minuten en dat is 60 uur. Een mobiele hijskraan met een vermogen van 200 kW wordt 60 uur ingezet en werkt op 69% van het totale vermogen. Plaatsen dakconstructie Voor het plaatsen van 52 dak delen wordt een mobiele hijskraan ingezet met een vermogen van 200 kW. Deze hijskraan doet gemiddeld 10 minuten over een constructie. Dat resulteert in een totale inzet van 520 minuten en dat is 9 uur. Een mobiele hijskraan met een vermogen van 200 kW wordt 9 uur ingezet en werkt op 69% van het totale vermogen. 3.2.4 Inzet materieel tijdens het afwerken Tijdens de afrondingsfase worden de volgende activiteiten onderscheiden: 1. Graven cunet erfverharding; 2. Verdelen opvulzand/ klinkers; 3. Laden en lossen (vorkheftruck); 4. Aantrillen.
Graven cunet Ten behoeve van het cunet voor erfverharding wordt er 1.200 m3 zand afgegraven door middel van een mobiele kraan met een vermogen van 100 kW. Deze kraan heeft een gemiddelde bakinhoud van 0,7 m3 en doet 1,3 minuten over een schep. Dat levert de volgende rekensom (1200 / 0,7) x 1,3 =2.229 minuten =38 uur. Een mobiele kraan met een vermogen van 100 kW en een bouwjaar vanaf 2015 wordt 38 uur ingezet en werkt op 69% van het totale vermogen. Verdelen opvulzand De cunetten worden voor 0,2 meter opgehoogd met geelzand, dit vormt het dek voor de latere bestrating. 800 m3 aan geelzand wordt geleverd en moet worden verspreid. Het uitgangspunt is dat er gebruik gemaakt wordt van een shovel met een vermogen van 70 kW en met een bouwjaar van 2015 of jonger. Een shovel kan een vracht van 25m3 wegwerken in 10 minuten. Dat resulteert in 320 minuten en dat is 6 uur inzet. Een shovel met een vermogen van 70 kW en een bouwjaar vanaf 2015 wordt 6 uur ingezet en werkt op 55% van het totale vermogen. Laden en lossen Het laden en lossen van alle pallets en andere bouwmaterialen gebeurt door middel van een vorkheftruck met een vermogen van 65 kW. Deze vorkheftruck wordt in het gehele bouwproject maximaal 15 uur ingezet. Een vorkheftruck met een vermogen van 65 kW en met een bouwjaar vanaf 2015 wordt 15 uur ingezet en werkt op 84% van het totale vermogen.
Afwerking De grond wordt aangetrilt ten behoeve van de erfverharding. Dit gebeurt door middel van een trilplaat/stamper met een vermogen van 10 kW. Het uitgangspunt is dat deze trilplaat per uur 200 m 2 kan verwerken. Voor een totale oppervlakte van maximaal 4000 m2 betekent dit dat de trilplaat 20 uur wordt ingezet. Een trilplaat/stamper met een vermogen van 10 kW wordt 20 uur ingezet en werkt op 40% van het totale vermogen.
12
Hoofdstuk 4 Resultaten en conclusie 4.1 Resultaten ontwikkelfase De activiteiten in de ontwikkelfase leiden gezamenlijk tot een NOx-emissie van 95,4 kg/jaar en een NH3emissie van 1,0 kg/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de ontwikkelfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft dan ook geen Wet natuurbeschermingvergunning aangevraagd te worden. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 1 toegevoegd.
Berekende emissie NOx en NH3 gedurende de ontwikkelfase.
4.2 Resultaten gebruiksfase De activiteit in de gebruiksfase leidt tot een NOx-emissie van 4,0 kg/jaar en een NH3-emissie van 0,4 kg/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de gebruiksfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft dan ook geen Wet natuurbescherming-vergunning aangevraagd te worden. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 2 toegevoegd.
Berekende emissie NOx en NH3 gedurende de gebruiksfase.
4.3 Conclusie Als gevolg van de ontwikkel- en gebruiksfase vindt er geen toename van depositie plaats in Natura 2000gebied. Er zijn geen rekenresultaten die leiden tot een significant negatief effect op deze natuurgebieden. De voorgenomen activiteiten in de ontwikkel- en gebruiksfase leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen Wet natuurbescherming-vergunning aangevraagd te worden.
Bijlage 1 Uitdraai: AERIUS-berekening ontwikkelfase
Bijlage 2 Uitdraai: AERIUS-berekening gebruiksfase
15
Bijlage 3 brandstofverbruik per klasse