Bijlage 2a - Toelichting bij wijzigingen Legesverordening 2024
Tekst van het document
Toelichting bij wijzigingen Legesverordening en tarieventabel 2024 Onderstaand geven wij een toelichting op de wijzigingen in de tarieventabel. Kleine redactionele wijzigingen, waaronder ook het vernummeren van artikelen, lichten wij niet toe. In de toelichting bij de wijzigingen van de Legesverordening 2023 en de bijbehorende tarieventabel zijn de wijzigingen bij huwelijken (artikel 1.1.2 en 1.1.7) per abuis niet in de toelichting terecht gekomen. Daarom noemen wij deze hier alsnog. Artikel 1.1.2 Ceremonieel huwelijk Bij het ceremoniële huwelijk hebben wij de tarieven transparanter en inzichtelijker gemaakt. Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap maakt een paar drie keuzes, namelijk voor de locatie, een dag met een tijdstip en een trouwambtenaar (buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand). In de tarieventabel 2023 staat nu direct het verschil in tarief tussen bijvoorbeeld de trouwkamer en een eenmalige trouwlocatie. Of een gemeentelijke trouwambtenaar en een eigen trouwambtenaar. In de tarieventabel 2022 stond een totaaltarief voor een locatie, dag met een tijdstip en een gemeentelijke trouwambtenaar. Dit leidde tot vragen wanneer iemand een eigen trouwambtenaar wilde kiezen. Daar brachten wij namelijk apart leges voor in rekening, zonder leges voor een gemeentelijke trouwambtenaar in mindering te brengen.
Artikel 1.1.7 Wijziging Het komt voor dat paren van locatie, dag met tijdstip, trouwambtenaar of getuige willen wisselen. Voor het doorvoeren van deze gewenste wijzigingen verrichten wij werkzaamheden waar geen leges tegenover staan. Voor het in behandeling nemen van deze gewenste wijzigingen hebben wij daarom tariefbepalingen opgenomen in de tarieventabel. Artikel 1.4.2 Verstrekkingen Basisregistratie Personen (BRP) Een uittreksel uit de BRP kan op verschillende manieren bij ons worden aangevraagd. Om het digitaal aanvragen van een uittreksel uit de BRP te stimuleren hebben wij hier in 2010 een tarief van € 5 voor opgenomen (destijds 56% van het normale tarief). Dit tarief is sindsdien niet geïndexeerd. Het tarief voor een aanvraag op niet digitale wijze is wel geïndexeerd, waardoor het verschil tussen deze tarieven steeds groter is geworden. In 2024 bedraagt dit tarief € 18,45. Daarom verhogen wij het tarief voor een aanvraag met DigiD naar € 10 (bijna 56% van het normale tarief) en laten wij dit tarief voortaan meelopen met de indexering. Artikel 1.4.4 Het op verzoek doornemen van de Basisregistratie Personen (BRP) Dit artikel is opgenomen voor verzoeken om de BRP door te nemen voor het verkrijgen van bepaalde inlichtingen. Het opgenomen tarief is voor ieder daaraan besteed kwartier.
Dit gaf de mogelijkheid om leges te heffen naar rato van de tijd die nodig is voor het doornemen. Ongeacht of dit leidt tot het daadwerkelijk kunnen verstrekken van de inlichtingen. In de praktijk blijkt dat dit verzoek alleen gedaan wordt door notarissen vanwege nalatenschappen. Wij willen de digitale weg (eHerkenning) voor deze verzoeken openzetten waarbij de leges bij het indienen van het verzoek betaald worden. Het merendeel van deze verzoeken kunnen wij met een kwartier werk (€ 20,25) afdoen, waarbij we ook een uittreksel (à € 10) verstrekken. In sommige gevallen kan het meer tijd kosten en zijn er meer uittreksels nodig. Daarom hebben wij hier een vast tarief van € 35 voor opgenomen. Veiligheid Onderstaand geven wij een toelichting op de wijzigingen in de tarieventabel. De tarieventabel is aangepast aan de Omgevingswet, maar voor de tarieven is zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de huidige tarieven die wij nu hanteren. Kleine redactionele wijzigingen en het aanpassen van de tarieventabel aan de Omgevingswet, lichten wij niet toe. Artikel 2.54 Er is een artikel opgenomen om een laag bedrag aan leges in rekening brengen voor aanvragen om omgevingsvergunning waarvan blijkt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist.
Dit hebben wij in de tarieventabel opgenomen, omdat hiervoor niks is geregeld in de huidige legesverordening en de behandeling van deze aanvragen veel tijd kost. Artikel 2.4 en 2.6 In de huidige legesverordening heffen wij leges voor planologisch strijdig gebruik, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een kleine buitenplanse ontheffing in de zin van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 2 Wabo
(578,60 euro) en een grote buitenplanse ontheffing in de zin van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3 Wabo (6.365,45 euro). De Wabo vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Omgevingswet maakt echter geen onderscheid tussen kleine en grote afwijkingen van het omgevingsplan. Om te voorkomen dat voor kleine plannen waarvoor wordt afgeweken van het omgevingsplan hoge leges in rekening worden gebracht zijn verschillende bedragen in de tarieventabel opgenomen. De hoogte van de leges is afhankelijk van de bouwkosten of de oppervlakte van de activiteit. Ditzelfde onderscheid wordt gemaakt voor conceptaanvraag. Bij het bepalen van de hoogte van de leges is aansluiting gezocht bij de hoogte van de leges die nu wordt gehanteerd voor conceptaanvragen en planologisch strijdig gebruik. Artikel 2.5.5 In de huidige legesverordening is een bepaling opgenomen waarin staat dat een aanvrager per kalenderjaar in totaal nooit meer dan € 1.300.000 aan leges verschuldigd is. Dit prijsplafond is geschrapt, als gevolg van bezuinigingen. Het prijsplafond van € 650.000 per aanvraag blijft ongewijzigd. Artikel 3.2.1.1 Wij hebben besloten om de leges voor kleine evenementen (A-evenementen) te verlagen naar € 100. Dit hebben wij gedaan om ervoor te zorgen dat het voor inwoners betaalbaar blijft om een klein evenement te organiseren.