Bijlage 2 Was-wordt lijst Verordening sociaal domein
Tekst van het document
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2025 HOOFDSTUK 1 GEZAMENLIJKE BEPALINGEN VOOR JEUGDWET, WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2015 EN PARTICIPATIEWET Voormalige tekst (2024) Nieuwe tekst (2025) Toelichting Gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en Gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.11 en Per abuis werd verwezen naar het 8.1.1, vierde lid van de Jeugdwet; 8.1.1, derde lid van de Jeugdwet; verkeerde artikel/lid vanuit de Jeugdwet. Artikel 2.12 ziet toe op aanbesteding, artikel 2.11 op regels in de verordening. Artikel 8.1.1 vierde lid heeft betrekking op weigeren van pgb, het derde lid gaat over wat in verordening wordt vastgelegd. Gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4a, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid en 2.6.6, eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.4a, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid en 2.6.6, eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Artikel 2.1.4 en 2.1.4b tweede lid toegevoegd voor opvang en beschermd wonen.
Artikel 1. Begripsbepalingen c. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten;
Artikel 1. Begripsbepalingen c. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de client tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en deze financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau;
Aangepast nav uitspraak CRvB ECLI:NL:CRVB:2019:3535
Artikel 1. Begripsbepalingen h. financiële tegemoetkoming: een forfaitair bedrag waarmee de cliënt geacht wordt zelf de individuele voorziening te bekostigen. i. gemandateerde professional: professionals van verschillende instellingen die door het college gemandateerd zijn om toekenningsbeschikkingen te nemen voor niet vrij toegankelijke
Artikel 1. Begripsbepalingen h. financiële tegemoetkoming: een forfaitair bedrag waarmee de cliënt geacht wordt zelf de individuele voorziening te bekostigen. i. Gebruikelijke hulp: de hulp die naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten.
Naar aanleiding van de toevoeging van artikel 6a (met name lid 2) worden gebruikelijke hulp en gebruikelijke zorg toegevoegd aan de begripsbepalingen. In de verordening wordt gesproken over individuele voorzieningen ipv niet vrij toegankelijke vormen van integrale ondersteuning
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
vormen van integrale ondersteuning. j. …… w. ….
j.
Artikel 3. Beschikbare voorzieningen 1. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: in het kader van de uitvoering van de Wmo 2015: - indicatievrije dagbesteding; - onafhankelijke clientondersteuning sociaal breed (voor Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet). 2. De volgende individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: in het kader van de uitvoering van de Wmo 2015: - Advies, ondersteuning en het melden van relationeel geweld (zoals geleverd door Veilig Thuis);: - Begeleiding • Begeleiding in groepsverband; • Begeleiding individueel. - Beschermd wonen: • Beschermd Thuis; • Beschermd wonen; • Beschut wonen. - Dagbesteding; - Hulp bij het huishouden; - Hulpmiddelen; - Kortdurend verblijf; - Schoonmaakhulp (middels een financiële tegemoetkoming); - Trapliften; - Vervoersvoorzieningen; - Woningaanpassingen.
Artikel 3. Beschikbare voorzieningen 1. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: in het kader van de uitvoering van de Wmo 2015: - vrij toegankelijke dagbesteding; - kortdurende opvang dak- en thuislozen; - onafhankelijke clientondersteuning sociaal breed (voor Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet). 2. De volgende individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: in het kader van de uitvoering van de Wmo 2015: - Advies, ondersteuning en het melden van relationeel geweld (zoals geleverd door Veilig Thuis);: - Begeleiding • Begeleiding in groepsverband; • Begeleiding individueel. - Beschermd wonen: • Beschermd Thuis; • Beschermd wonen zonder huisvestingskosten; • Beschermd wonen met huisvestingskosten. - Dagbesteding; - Hulp bij het huishouden; - Hulpmiddelen; - Kortdurend verblijf; - Maatschappelijke opvang; - Schoonmaakhulp (middels een financiële tegemoetkoming); - Trapliften; - Vervoersvoorzieningen; - Woningaanpassingen.
Pagina 2 van 22
gemandateerde professional: professionals van verschillende instellingen die door het college gemandateerd zijn om toekenningsbeschikkingen af te geven voor individuele voorzieningen. k. …. x. …… Aangepast nav opvang en beschermd wonen en de termen die in de aanbestedingen van de gecontracteerde aanbieders worden gehanteerd.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
Pagina 3 van 22
Artikel 4. Toegang algemene voorzieningen 1. Cliënten kunnen zich rechtstreeks wenden tot een algemene voorziening. Ook de huisarts, medisch specialist, jeugdarts en andere betrokken professionals kunnen de cliënt rechtstreeks toeleiden naar een algemene voorziening. • De aanbieder van een algemene voorziening toetst of de cliënt tot de doelgroep behoort.
Artikel 4. Toegang algemene voorzieningen 1. Inwoners kunnen zich rechtstreeks wenden tot een algemene voorziening. Ook de huisarts, medisch specialist, jeugdarts en andere betrokken professionals kunnen de inwoner rechtstreeks toeleiden naar een algemene voorziening. 2. Bij een algemene voorziening kan een eenvoudige toegangstoets toegepast worden. Onder andere om vast te stellen of: • de inwoner tot de doelgroep behoort; en • de algemene voorziening voldoende compensatie biedt en passend is voor de hulpvraag.
Een algemene voorziening is breder toegankelijk dan de doelgroep zoals omschreven onder cliënt. De toets of een inwoner tot de doelgroep behoort kan ook belegd zijn bij de toegang (al dan niet gemandateerd aan een andere organisatie). Daarnaast moet de algemene voorziening ook een passende bijdrage leveren aan de ondersteuningsvraag.
Artikel 5. Proces en melding 3. Het college kan een ondertekend verslag (plan van aanpak) van het gesprek als bedoeld in artikel 6 van deze verordening aanmerken als aanvraag als bedoeld onder artikel 1 onder a van deze verordening, als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven. 7. De procedure na een aanvraag voor een individuele voorziening in de zin van de Jeugdwet is als volgt vormgegeven, dat het college de aanvraag in samenspraak met de client en diens ouder(s) (of vertegenwoordiger) onderzoekt (als bedoeld in artikel 7 van de verordening) en binnen acht weken na de aanvraag een beschikking afgeeft, danwel een mededeling tot verlengen van de beslistermijn als bedoeld in artikel 4:14 eerste lid Awb.
Artikel 5. Proces en melding 3. Het college kan een ondertekend verslag (plan van aanpak) van het gesprek als bedoeld in artikel 7 van deze verordening aanmerken als aanvraag als bedoeld onder artikel 1 onder a van deze verordening, als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven. 7. Na een aanvraag voor een individuele voorziening in de zin van de Jeugdwet, onderzoekt (als bedoeld in artikel 6) het college de aanvraag in samenspraak met de client en diens ouder(s) (of vertegenwoordiger). Binnen acht weken na de aanvraag wordt een beschikking op de aanvraag afgegeven, danwel wordt een mededeling gedaan tot verlengen van de beslistermijn als bedoeld in artikel 4:14 eerste lid Awb.
Technische aanpassing ivm met de leesbaarheid en verwijzing naar artikelen; artikel 6 betreft het onderzoek en artikel 7 het verslag. Het ondertekend verslag, en niet het onderzoek, kan worden aangemerkt als aanvraag.
Artikel 6. Brede intake en onderzoek 1. Het onderzoek als bedoeld in artikel 1 onder o van deze verordening start voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet met het voeren van een gesprek met client (brede intake). 2. Indien van toepassing brengt het college de client op de hoogte van
Artikel 6. Brede intake en onderzoek 1. Het onderzoek als bedoeld in artikel 1 onder o van deze verordening start voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet met het voeren van een gesprek met inwoner (brede intake).
Vanuit de verschillende omschrijvingen is een cliënt een inwoner die al daadwerkelijk zorg en ondersteuning ontvangt, in de vorm van een algemene of een individuele voorziening. Als een inwoner zich meldt bij de gemeente en er een onderzoek plaatsvindt, is er
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
3.
de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid van de Wmo 2015 of een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de client daarom verzoekt, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een persoonlijk plan of familiegroepsplan. Als de client een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 Jeugdwet heeft opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het derde lid. Het college onderzoekt in samenspraak met de cliënt of, in het geval de client een jeugdige is ook met zijn (pIeeg)ouders, danwel zijn wettelijk vertegenwoordiger: a. de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling, gezinssituatie en mogelijkheden van de client (en zo nodig zijn (pIeeg)ouders) met het oog op het in kaart brengen van de beperkingen of problematiek van de cliënt en het vaststellen van de hulpvraag van de client; b. In het geval de client een jeugdige is in de zin van de Jeugdwet onderzoekt het college ook of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de (pIeeg)ouders of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: i.
welke problemen of stoornissen dat zijn; ii. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening
2.
3.
Indien van toepassing brengt het college de inwoner op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid van de Wmo 2015 of een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de inwoner daarom verzoekt, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een persoonlijk plan of familiegroepsplan. Als de inwoner een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 Jeugdwet heeft opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het derde lid. Het college onderzoekt in samenspraak met de inwoner of, in het geval de inwoner een jeugdige is ook met zijn (pIeeg)ouders, danwel zijn wettelijk vertegenwoordiger: a. de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling, gezinssituatie en mogelijkheden van de inwoner (en zo nodig zijn (pIeeg)ouders) met het oog op het in kaart brengen van de beperkingen of problematiek van de cliënt en het vaststellen van de hulpvraag van de inwoner; b.
In het geval de inwoner een jeugdige is in de zin van de Jeugdwet onderzoekt het college ook of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de (pIeeg)ouders of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: i. welke problemen of stoornissen dat zijn; ii. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en
Pagina 4 van 22
feitelijk nog geen sprake van het begrip client. Per abuis was in de vorige wijziging lid c. versprongen naar sub iv. Dat wordt met deze wijziging gecorrigeerd. Naar aanleiding van drie uitspraken van de CRvB (ECLI:NL:CRVBB:2024:1095, ECLI:NL:CRVB:2024:1096, ECLI:NL:CRVB:2024:1097 ) en de aangepaste verordening Jeugdhulp van de VNG wordt de beoordeling van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen toegevoegd. Lid 5 en 6 wordt toegevoegd. In de praktijk wordt hier reeds invulling aangegeven. In de verordening wordt nu opgenomen dat het college een deskundigenadvies kan inwinnen en wie dit advies mag geven zodat de kwaliteit gewaarborgd wordt.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
4.
houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; iii. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn (pIeeg)ouders, en iv. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen c. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; d. de mogelijkheden om op eigen kracht en/of met behulp van anderen (waaronder mantelzorg en gebruikelijke hulp) in eigen oplossingen te voorzien; e. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; f. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt g. …. h. …. i. …. j. …. k. …. Het college informeert de client over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en verwerkt de persoonsgegevens op basis van
4.
omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; en iii. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn (pIeeg)ouders; c. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen d. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; e. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (eigen kracht) van de inwoner en van het sociale netwerk, waaronder ook mantelzorg en gebruikelijke hulp, toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; f. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de inwoner; g. … h. … i. … j. … k. … l. … Het college informeert de inwoner over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten
Pagina 5 van 22
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
de toepasselijke wettelijke grondslag(en).
5.
6.
Pagina 6 van 22
en de vervolgprocedure en verwerkt de persoonsgegevens op basis van de toepasselijke wettelijke grondslag(en). Het college wint een (extern) deskundigenadvies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit naar het oordeel van het college vereist. Het in het lid 5 bedoelde advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional: a. bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd; of b. bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of c. op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIGregister.
Artikel 6a. Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen 1. Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in artikel 6, het derde lid, onder e, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de (pleeg)ouder(s)/verzorger(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. 2. Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in artikel 6, het derde lid,
Naar aanleiding van drie uitspraken van de CRvB (ECLI:NL:CRVBB:2024:1095, ECLI:NL:CRVB:2024:1096, ECLI:NL:CRVB:2024:1097 ) wordt de beoordeling van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen toegevoegd. Hierbij is uitgegaan van de aangepaste verordening Jeugdhulp van de VNG.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
3.
4.
onder e, houdt het college rekening met gebruikelijke hulp. Uit het onderzoek kan evenwel blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen tekortschiet, omdat sprake is van: a. geobjectiveerde beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden; b. een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of c. overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven. Bij de beoordeling van het derde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de echtgenoot, (pleeg)ouder(s)/verzorger(s), inwonende kinderen of andere huisgenoten hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de deze personen maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a. de behoefte en mogelijkheden van de cliënt / jeugdige, of diens (pleeg)ouder(s)/verzorger(s); b. de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet van niet langer dan 3 maanden in een jaar niet tot overbelasting leidt; c. de planbaarheid van de hulp; d. de benodigde ondersteuningsintensiteit; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; en f.
de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien;
Pagina 7 van 22
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
5.
6.
7.
Artikel 7. Verslag 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek en verstrekt de cliënt een verslag van de uitkomsten van het onderzoek (plan van aanpak). 2. De cliënt kan opmerkingen op zijn getekende exemplaar erbij schrijven. Artikel 7.1 In dat verslag wordt standaard vermeld, dat aan cliënt is medegedeeld, dat geen eigen bijdrage WMO is verschuldigd, indien cliënt en of partner een eigen bijdrage WLZ verschuldigd is.
Artikel 8. Inhoud beschikking 1. Het college legt de toe te kennen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking. 2. In de beschikking tot het toekennen van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura, of als pgb wordt verstrekt.
Pagina 8 van 22
Tot het sociale netwerk behoren personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor- en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de cliënt. Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in elk geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering als die is afgesloten. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot: a. wie tot het sociale netwerk behoort, de voorwaarden voor en de eisen aan de inzet van het sociale netwerk; b. gebruikelijke hulp en zorg, en c. de beoordeling van de criteria zoals genoemde in lid 3 en 4.
Artikel 7. Verslag 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek en verstrekt de cliënt een verslag van de uitkomsten van het onderzoek (plan van aanpak). 2. De cliënt kan opmerkingen op zijn getekende exemplaar erbij schrijven. 3. In dat verslag wordt standaard vermeld, dat aan cliënt is medegedeeld, dat geen eigen bijdrage WMO is verschuldigd, indien cliënt en of partner een eigen bijdrage WLZ verschuldigd is.
Artikel 7 en 7.1 samengevoegd
Artikel 8. Inhoud beschikking 1. Het college legt de toe te kennen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking. 2. In de beschikking tot het toekennen van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura, als pgb of
Een financiële tegemoetkoming is geen voorziening in natura. Deze is als apart onderdeel toegevoegd ipv onderdeel van een voorziening in natura.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
3.
4.
Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de toekenningsbeschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. de manier waarop de voorziening wordt verstrekt; en -indien van toepassingd. welke andere voorzieningen relevant kunnen zijn; en e. indien van toepassing: of de voorziening als dan niet als financiële tegemoetkoming wordt verstrekt. Indien aan de orde, wordt de cliënt in de toekenningsbeschikking geïnformeerd over een te betalen bijdrage. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de toekenningsbeschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en de berekening van de hoogte van het pgb; d. wat de ingangsdatum en duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; e. dat de cliënt de voorziening of het pgb binnen drie maanden na dagtekening van de toekenningsbeschikking gebruikt en niet voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd, en f. de wijze waarop de cliënt verantwoording over de besteding van het pgb aflegt Indien aan de orde, wordt de client in de toekenningsbeschikking geïnformeerd over een te betalen bijdrage.
3.
4.
5.
als financiële tegemoetkoming wordt verstrekt. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de toekenningsbeschikking in ieder geval vastgelegd: a. wat de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. door welke partij(en) de ondersteuning wordt geboden; en -indien van toepassingd. welke andere voorzieningen relevant kunnen zijn; en -indien van toepassinge. of er een te betalen eigen bijdrage geldt. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de toekenningsbeschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en de berekening van de hoogte van het pgb; d. wat de ingangsdatum en duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; e. dat de cliënt de voorziening of het pgb binnen drie maanden na dagtekening van de toekenningsbeschikking gebruikt en niet voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd, en f. de wijze waarop de cliënt verantwoording over de besteding van het pgb aflegt; en -indien van toepassingg. of er een te betalen eigen bijdrage geldt. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de toekenningsbeschikking in ieder geval vastgelegd:
Pagina 9 van 22
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
a.
b.
c.
d.
e.
f.
Pagina 10 van 22
voor welk resultaat de tegemoetkoming kan worden aangewend; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van de tegemoetkoming; wat de hoogte van de tegemoetkoming is en de berekening van de hoogte; wat de ingangsdatum en duur is van de verstrekking waarvoor de tegemoetkoming is bedoeld; de wijze waarop de cliënt verantwoording over de besteding van de tegemoetkoming aflegt; en indien van toepassingof er een te betalen eigen bijdrage geldt.
HOOFDSTUK 2 BIJZONDERE BEPALINGEN JEUGDWET Voormalige tekst (2024) Nieuwe tekst (2025) Artikel 21. Criteria voor toekenning van Artikel 21. Criteria voor toekenning van een individuele voorziening een individuele voorziening 1. Een jeugdige of ouder komt in 1. Een jeugdige of ouder komt in aanmerking voor een door het aanmerking voor een door het college toegekende individuele college toegekende individuele voorziening als het college van voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor problemen of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen het probleemoplossend vermogen, ontoereikend zijn en gebruikmaking zo nodig met inzet van het sociale van een algemene voorziening deze netwerk of met ondersteuning van noodzaak niet kan verminderen of andere (hulpverlenende) wegnemen. Jeugdhulp wordt alleen instellingen, ontoereikend zijn en vergoed als de voorziening(en) gebruikmaking van een algemene noodzakelijk is/zijn voor het voorziening deze noodzaak niet kan bereiken van de geformuleerde verminderen of wegnemen.
behandeldoelen van een Jeugdhulp wordt alleen vergoed als jeugdhulpverleningstraject. de voorziening(en) noodzakelijk 2. Als een individuele voorziening is/zijn voor het bereiken van de noodzakelijk is, verstrekt het college geformuleerde doelen van een de goedkoopste, passende, tijdig jeugdhulpverleningstraject. beschikbare voorziening. Als een 2. Overeenkomstig de definitie van jeugdige toch een duurdere jeugdhulp uit artikel 1.1, van de wet voorziening wil die eveneens wordt geen individuele voorziening passend is, komen de meerkosten verstrekt voor hulp of
Toelichting Naar aanleiding van drie uitspraken van de CRvB (ECLI:NL:CRVBB:2024:1095, ECLI:NL:CRVB:2024:1096, ECLI:NL:CRVB:2024:1097 ) wordt de beoordeling van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen toegevoegd. Hierbij is uitgegaan van de aangepaste verordening Jeugdhulp van de VNG.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
3. 4. 5. 6. 7.
voor rekening van de jeugdige en/of zijn (pIeeg)ouders/verzorgers. In dergelijke situaties zal -mits aan de voorwaarden voor het verstrekken van een pgb wordt voldaan -de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een pgb gebaseerd op de kosten van de goedkoopst passende voorziening. … … … .. …
3.
4. 5. 6. 7. 8. Artikel 23. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: 2. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:
Pagina 11 van 22
ondersteuning aan een jeugdige die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd en daarmee gebruikelijke hulp is. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopste, passende, tijdig beschikbare voorziening. Als een jeugdige toch een duurdere voorziening wil die eveneens passend is, komen de meerkosten voor rekening van de jeugdige en/of zijn (pIeeg)ouders/verzorgers. In dergelijke situaties zal -mits aan de voorwaarden voor het verstrekken van een pgb wordt voldaan -de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een pgb gebaseerd op de vastgestelde pgb-tarieven van de passende voorziening. … … … … …
Artikel 23. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:
Technische aanpassing, lid 1 was dubbel opgenomen.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
Artikel 24. Regels voor pgb 6. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk onder de voorwaarde dat deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het bij de uitvoering van de Wlz gangbare tarief voor informele hulpverleners. 7. Het college kan nadere regels stellen over: a. onder welke voorwaarden een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt verstrekt; b. de voorwaarden aan de aanvraag, de toekenning en beoordeling, het onderzoek, en het afwegingskader bij een aanvraag naar een individuele voorziening; c. verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten en effectiviteit van zorg.; d. wie tot het sociale netwerk behoort, de voorwaarden voor en de eisen aan de inzet van het sociale netwerk.
Artikel 24. Regels voor pgb 6. Wanneer de client aan wie een pgb wordt verstrekt de diensten betrekt van een persoon die behoort tot het sociale netwerk of een andere informele zorgverlener, wordt de hoogte van het tarief voor een pgb voor de inzet van informele hulpverleners gebaseerd op de CAO VVT. 7. Het college kan nadere regels stellen over: a. onder welke voorwaarden een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt verstrekt; b. verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten en effectiviteit van zorg.;
Pagina 12 van 22
De pgb tarieven voor informele zorg zijn eerder al aangepast nav een uitspraak van de CRvB. De CRvB bepaalt dat gemeenten bij het vaststellen van het bedrag voor een pgb voor de inhuur van iemand uit het sociale netwerk moeten uitgaan van tarieven gebaseerd op het uurloon vanuit de CAO VVT. Deze aanpassing wordt nu ook in de verordening doorgevoerd. Twee van de leden die worden benoemd waar het college nadere regels over kan stellen, betreffen voorwaarden die algemeen voor zijn voor de toegang tot zorg en ondersteuning en niet specifiek voor pgb. Deze komen terug in artikel 3 en artikel 6a.
HOOFDSTUK 3 BIJZONDERE BEPALINGEN WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2015 Voormalige tekst (2024) Nieuwe tekst (2025) Toelichting Artikel 26. Criteria voor een individuele Artikel 26. Criteria voor een individuele De verwijzing naar lid 4 was onjuist, dit voorziening voorziening moet zijn lid 3. 1. Een individuele voorziening kan 1. Een individuele voorziening kan toegekend worden indien voldaan toegekend worden indien voldaan Er zijn reeds beleidsregels voor wordt aan de voorwaarden als wordt aan de voorwaarden als maatwerkvoorzieningen Wmo. In de gesteld in artikel 6 lid 4 van deze gesteld in artikel 6 lid 3 van deze verordening is een algemeen lid verordening en bijdraagt aan het verordening en bijdraagt aan het opgenomen onder de slotbepalingen dat bereiken van de volgende bereiken van de volgende het college nadere regels kan stellen. De resultaten: resultaten: beleidsregels maatwerkvoorzieningen a. het uitvoeren van de a. het uitvoeren van de Wmo gaan over criteria voor het noodzakelijke algemene noodzakelijke algemene toekennen van individuele dagelijkse levensverrichtingen, dagelijkse levensverrichtingen, voorzieningen. Zo is ook voor de raad en/of en/of duidelijker waarvoor bevoegdheid aan b. het voeren van een b. het voeren van een het college wordt gegeven voor wat gestructureerd huishouden, gestructureerd huishouden, betreft het opstellen van nadere regels.
en/of en/of
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
c. d. 2. 3. 4.
het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, en/of beschermd wonen, en/of opvang
….. ….. ….
Artikel 27. Beschermd wonen en Opvang 1. De centrumgemeente (gemeente Haarlem) is verantwoordelijk voor de uitvoering van Beschermd wonen en Opvang in de regio IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer en is door het college daartoe gemandateerd. 2. De criteria om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor Beschermd Wonen of Opvang en de hoogte van de bijdrage zijn opgenomen in de geldende Verordening en het Uitvoeringsbesluit van de centrumgemeente. 3. In afwijking van het gestelde in lid 2 gelden de criteria en voorwaarden uit deze verordening wanneer de cliënt niet tot de doelgroep van opvang behoort zoals is opgenomen in de geldende Verordening van de centrumgemeente, maar wel tot de doelgroep behoort voor Opvang zoals is opgenomen in artikel 1.2.1 van de Wmo 2015.
c. d. 2. 3. 4. 5.
Pagina 13 van 22
het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, en/of beschermd wonen, en/of opvang
…. …. …. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot (verdere) criteria voor toekenning van een individuele voorziening.
Artikel 27. Beschermd wonen en Opvang 1. In aanvulling op artikel 26 kan een client in aanmerking komen voor de individuele voorziening maatschappelijke opvang als: a. de cliënt niet of niet volledig in staat is tot zelfredzaamheid en/of participatie in de samenleving; en b. de cliënt de thuissituatie heeft verlaten; en c. de cliënt deze problemen niet kan wegnemen door gebruik te maken van oplossingen zoals beschreven in artikel 6 lid 3, en d. de cliënt te maken heeft met ernstige somatiek, recidiverende dakloosheid of een complexe combinatie van ernstige verslaving en psychiatrie of van psychiatrie en een lichtverstandelijke beperking of van ernstige verslaving en een lichtverstandelijke beperking; en e. wordt voldaan aan de regels voor landelijke toegankelijkheid volgens het Convenant Landelijke Toegankelijkheid van de VNG. 2. In aanvulling op artikel 26 kan een cliënt in aanmerking komen voor beschermd thuis als: a. er sprake is van psychiatrische problematiek, psychosociale problematiek, verslavingsproblematiek of een licht verstandelijke beperking, dan wel een combinatie van
Voorwaarden voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang toegevoegd. Deze voorwaarden zijn regionaal afgestemd en zijn gelijk aan de voorwaarden die gemeente Haarlem hanteert, waar we in de voorgaande verordening naar verwezen.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
deze problemen en de cliënt als gevolg van deze problemen beperkt zelfredzaam is; en b. er sprake is van noodzaak tot bescherming van de cliënt of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de problematiek zoals genoemd in onderdeel a; en c. de cliënt een hulpvraag kan stellen en deze hulpvraag met een dagdeel kan uitstellen; en d. zelfstandig kan wonen met begeleiding die 24 uur bereikbaar is; en e. de cliënt deze begeleiding accepteert. 3. In aanvulling op artikel 26 kan een cliënt in aanmerking komen voor beschermd wonen als: a. er sprake is van psychiatrische problematiek, psychosociale problematiek, verslavingsproblematiek of een licht verstandelijke beperking, dan wel een combinatie van deze problemen en hij als gevolg van deze problemen beperkt zelfredzaam is; en b. er sprake is van noodzaak tot bescherming van de cliënt of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de problematiek zoals genoemd in onderdeel a; en c. de cliënt geen hulpvraag kan stellen of een hulpvraag niet kan uitstellen; en d. niet zelfstandig kan wonen en er een noodzaak is tot 24 uurs ondersteuning. Artikel 27a Aanvullende voorwaarden Beschermd wonen en Opvang 1. Het college stelt voorwaarden aan cliënten aan wie opvang of beschermd wonen wordt geboden, verband houdende met het bereiken van een als noodzakelijk vastgesteld ondersteuningsdoel.
Deze voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op: a. de medewerking van de cliënt aan de verduidelijking van de
Pagina 14 van 22
Voorwaarden voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang toegevoegd. Deze voorwaarden zijn regionaal afgestemd en zijn gelijk aan de voorwaarden die gemeente Haarlem hanteert, waar we in de voorgaande verordening naar verwezen.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
Pagina 15 van 22
ondersteuningsbehoefte; de medewerking van de cliënt aan de uitvoering van het opgestelde ondersteuningsplan; c. het door de cliënt naleven van de leef- en gedragsregels binnen de voorzieningen; d. het betalen van de eigen bijdrage; e. volledige medewerking van de cliënt bij het toewerken naar uitstroommogelijkheden. De individuele voorziening maatschappelijke opvang, bestaande uit onderdak en begeleiding, wordt in beginsel verstrekt voor zes maanden. De verstrekking van de individuele voorziening maatschappelijke opvang kan worden verlengd met in beginsel drie maanden. Het college weigert een aanvraag voor verlenging van de individuele voorziening indien de cliënt niet meer voldoet aan de omschrijving van het eerste lid b.
2.
3.
4.
Artikel 28. Regels voor pgb 6. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk of een andere informele zorgverlener, als deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het bij de uitvoering van de Wlz gangbare tarief voor informele hulpverleners. 7. Het college kan nadere regels stellen over: a. onder welke voorwaarden een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt verstrekt; b. de voorwaarden aan de aanvraag, de toekenning en beoordeling, het onderzoek, en het afwegingskader bij een aanvraag naar een individuele voorziening; c. verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de
Artikel 28. Regels voor pgb 6. Wanneer de client aan wie een pgb wordt verstrekt de diensten betrekt van een persoon die behoort tot het sociale netwerk of een andere informele zorgverlener, wordt de hoogte van het tarief voor een pgb voor de inzet van informele hulpverleners gebaseerd op de CAO VVT. 7. Het college kan nadere regels stellen over: a. onder welke voorwaarden een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt verstrekt; b. verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten en effectiviteit van zorg;
De pgb tarieven voor informele zorg zijn eerder al aangepast nav een uitspraak van de CRvB. De CRvB bepaalt dat gemeenten bij het vaststellen van het bedrag voor een pgb voor de inhuur van iemand uit het sociale netwerk moeten uitgaan van tarieven gebaseerd op het uurloon vanuit de CAO VVT. Deze aanpassing wordt nu ook in de verordening doorgevoerd. Twee van de leden die worden benoemd waar het college nadere regels over kan stellen, betreffen voorwaarden die algemeen voor zijn voor de toegang tot zorg en ondersteuning en niet specifiek voor pgb. Deze komen terug in artikel 3 en artikel 6a.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
deskundigheid van beroepskrachten en effectiviteit van zorg; d. wie tot het sociale netwerk behoort, de voorwaarden voor en de eisen aan de inzet van het sociale netwerk. Artikel 29. Bijdrage in de kosten van individuele voorzieningen en pgb's 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een individuele voorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de individuele voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor de financiële tegemoetkoming schoonmaakhulp of het pgb wordt verstrekt. 2. De bijdragen voor individuele voorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het landelijk vastgestelde bedrag per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. Voor een cliënt die verblijft in een instelling voor beschermd wonen wordt de verschuldigde bijdrage berekend op grond van het bepaalde in paragraaf 3 (Beschermd wonen) van het landelijk Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4. De kostprijs van: a. een individuele voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie van de markt of na overleg met de aanbieder; b. een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb; 5.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid van de wet, worden de bijdragen voor een individuele voorziening vastgesteld en geïnd: a. volgens de geldende Verordening en Uitvoeringsbesluit van de centrumgemeente;
Artikel 29. Bijdrage in de kosten van individuele voorzieningen, pgb’s en aangewezen algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een individuele voorziening, pgb of aangewezen algemene voorziening: a. zolang de cliënt de individuele voorziening gebruikt of in het bezit is van de voorziening; b. bij een periodieke verstrekking van een pgb: over iedere periode waarover een pgb is verstrekt; c. zolang de cliënt gebruik maakt van de bij verordening aangewezen algemene voorziening. 2. De looptijd van de eigen bijdrage eindigt zodra de kostprijs van een voorziening is voldaan of zodra aangegeven wordt dat geen gebruik meer wordt gemaakt van een voorziening of zodra een maatwerkvoorziening is ingetrokken. 3. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor de volgende aangewezen algemene voorzieningen: a. kortdurende dak- en thuislozen opvang voor personen ouder dan 22 jaar; b. winternoodopvang fase 1. 4. De client is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor alle individuele voorzieningen en pgb’s , met uitzondering van: a. rolstoelen; b. voorzieningen voor kinderen tot 18 jaar, m.u.v. woningaanpassingen; c. opvang voor dakloze jongeren van 18 tot 23 jaar; d. begeleiding als onderdeel van een opvangvoorziening;
Pagina 16 van 22
Voorwaarden voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang toegevoegd. Deze voorwaarden zijn regionaal afgestemd en zijn gelijk aan de voorwaarden die gemeente Haarlem hanteert, waar we in de voorgaande verordening naar verwezen. Voor de leesbaarheid is de volgorde aangepast.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
b.
6.
7.
door het college bij opvang op basis van artikel 27 lid 3 van deze verordening. De bijdrage voor een individuele voorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd, door de onderhoudsplichtige (pIeeg)ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor: a. rolstoelen; b. voorzieningen voor kinderen tot 18 jaar, m.u.v. woningaanpassingen; c. voorzieningen in algemene ruimten; d. collectief vraagafhankelijk vervoer (cliënt betaalt wel een ritbijdrage die gelijk is aan het tarief dat in het openbaar busvervoer verschuldigd is, omgerekend naar het aantal kilometers); e. voorzieningen voor het bezoekbaar maken van een woning; f. tegemoetkomingen, met uitzondering van de tegemoetkoming voor schoonmaakhulp; g. waakvlamcontact.
e.
voorzieningen in algemene ruimten; f. voorzieningen voor het bezoekbaar maken van een woning; g. tegemoetkomingen, m.u.v. de tegemoetkoming voor schoonmaakhulp; h. waakvlamcontact. 5. De hoogte van de eigen bijdrage voor een individuele voorziening of pgb wordt bepaald op de maxima die de wet en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 stellen. De eigen bijdrage is niet hoger dan de kostprijs van de voorziening. 6. De kostprijs van een individuele voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie van de markt of na overleg met de aanbieder. 7. De kostprijs van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 8. In overeenstemming met artikel 3.8, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bestaat de hoogte van de ritbijdrage voor het gebruik van het collectief vervoer uit een starttarief en een tarief per gereden kilometer, gelijk aan het tarief dat in het openbaar busvervoer verschuldigd is. 9. De bijdrage voor een individuele voorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige, is verschuldigd door de onderhoudsplichtige (pIeeg)ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 10.
De verschuldigde eigen bijdrage voor kortdurende dak- en thuislozen opvang , winternoodopvang en maatschappelijke opvang is een vastgesteld bedrag afhankelijk van de soort voorziening. 11. Het innen van de eigen bijdrage voor kortdurende dak- en thuislozen opvang, winternoodopvang en
Pagina 17 van 22
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
Pagina 18 van 22
maatschappelijke opvang gebeurt door de instelling die de maatschappelijke opvang verzorgt of door de Brede Centrale Toegang (BCT). Tenzij het college in de afspraken met de instelling of anderszins hiervan nadrukkelijk afwijkt. 12. Het college kan nadere regels stellen over de berekening en inning van de eigen bijdrage voor kortdurende dak- en thuislozen opvang, winternoodopvang en maatschappelijke opvang.
HOOFDSTUK 4 BIJZONDERE BEPALINGEN PARTICIPATIEWET Voormalige tekst (2024) Nieuwe tekst (2025) Individuele inkomenstoeslag Individuele inkomenstoeslag Artikel 46. Langdurig laag inkomen, lid 2 Artikel 46. Langdurig laag inkomen, lid 2 onderdeel b: onderdeel b: 2. Geen recht op de individuele 2. Geen recht op de individuele inkomenstoeslag hebben inkomenstoeslag hebben personen die: personen die: a. op de peildatum of in de a. op de peildatum of in de referteperiode een uitkering op referteperiode een uitkering op grond van de Wet op de grond van de Wet op de Studiefinanciering 2000 of de Studiefinanciering 2000 of de Wet Tegemoetkoming Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Onderwijsbijdrage en Schoolkosten hebben Schoolkosten hebben genoten; genoten; b. op de peildatum of in de 12 b. op de peildatum of in de 12 maanden daaraan voorafgaand maanden daaraan voorafgaand in een WLZ-inrichting, RIBW in een WLZ-inrichting, RIBWinrichting of een andere inrichting of een andere instelling bedoeld voor instelling bedoeld voor beschermd wonen verbleven, beschermd wonen verbleven, niet zelfstandig wonen en geen zonder zelfstandig te wonen en vaste woonkosten- en/of zonder vaste woonkostenwoonlasten hebben. en/of woonlasten te hebben.
Artikel 47. Hoogte individuele inkomenstoeslag De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is opgenomen in het Financieel Besluit Sociaal Domein gemeente Haarlemmermeer 2024. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt jaarlijks in
Artikel 47. Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is opgenomen in het geldende Financieel Besluit Sociaal Domein gemeente Haarlemmermeer. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag
Toelichting Dit betreft een stilistische aanpassing. We verduidelijken dat er uitzonderingen zijn waaronder een inwoner in een instelling recht behoudt op de individuele inkomenstoeslag, namelijk indien de inwoner zelfstandig woont en vaste woonkosten en/of woonlasten zoals huur en gas/water/licht moet betalen.
We brengen de tekst over gehuwden en het toepassen van de alleenstaande norm in lijn met de uitspraak van het CRvB (ECLI:NL:CRVB:2011:BU6421). De voorwaarden in artikel 36 van de Participatiewet zijn namelijk dwingend en kunnen niet van worden afgeweken.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
januari bekend gemaakt en geldt voor het gehele kalenderjaar. 2. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. a. Voor toepassing van het tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.
b.
c.
Paragraaf 4.6 Wet taaleis Participatiewet Afstemming Algemene bepalingen
Pagina 19 van 22
wordt jaarlijks in januari bekend gemaakt en geldt voor het gehele kalenderjaar. Uitgangspunt is, dat het recht op individuele inkomenstoeslag gehuwden gezamenlijk toekomt. Indien belanghebbenden op de peildatum voor de wet als gehuwd/gezamenlijke huishouding worden aangemerkt, moeten beide belanghebbenden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 van de wet. Indien op de peildatum bij gehuwden/partners met een gezamenlijke huishouding één partner is uitgesloten van het recht op bijstand, dan kan de andere partner wel recht hebben op de individuele inkomenstoeslag van een alleenstaande (ouder). Omdat belanghebbende wel beschouwd dient te worden als gehuwde, dient het gezinsinkomen te worden getoetst aan de norm van artikel 21 onderdeel b van de wet. Ook het inkomen en vermogen van de niet rechthebbende echtgenoot zal aan de eisen van wet en verordening moeten voldoen. Indien op de peildatum bij gehuwden/partners met een gezamenlijke huishouding één partner niet voldoet aan de voorwaarden van wet en verordening, hebben beide partners geen recht. Indien de belanghebbende in de referteperiode meerdere partners heeft gehad, dienen de inkomsten en het vermogen van die partners te worden meegenomen in de inkomenstoets.
Paragraaf 4.6 Medewerkingsplicht en inlichtingenplicht Nieuw artikel 70 Verantwoordelijkheid tot voldoening uit eigen middelen en artikel 71 Opbrengsten uit gokactiviteiten
Artikel 70 Verantwoordelijkheid tot voldoening uit eigen middelen
We verduidelijken dat dezelfde regels over vermogen (waaronder voertuigenbezit) zoals beschreven in de nu van toepassing zijnde beleidsregels bijzondere bijstand en beleidsregels minimaregelingen ook gelden voor reguliere bijstandsuitkeringen levensonderhoud. Op deze manier kan
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
1.
2.
3.
a.
b.
c.
Belanghebbende dient een vermogen te hebben dat minder is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 de wet. Er geldt een extra vermogensvrijlating indien er sprake is van een reservering voor de uitvaart die op een aparte rekening staat of indien er sprake is van een aparte polis in natura (niet afkoopbaar). De hoogte van de extra vermogensvrijlating is vastgelegd in het geldende Financieel besluit sociaal domein. Van het uitgangspunt dat motorvoertuigen meetellen voor de vermogensvaststelling kan worden afgeweken indien: de het motorvoertuig, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk is en de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 28.816. In afwijking van het hiervoor gestelde onder lid 3, onderdeel a geldt, indien er sprake is van een aangepast voertuig omdat de persoon of een van de gezinsleden lichamelijke beperkingen heeft, er geen maximumbedrag van € 28.816. in de overige gevallen mag de waarde van het motorvoertuig niet meer bedragen dan maximaal € 2.500. Indien de waarde van het motorvoertuig hoger is dan dit maximumbedrag, dan telt alleen het meerdere boven € 2.500 mee voor de vermogensvaststelling. De vrijlating van € 2.500 geldt slechts ten aanzien van één motorvoertuig per gezin. Indien er daarnaast binnen hetzelfde huishouden over nog een motorvoertuig wordt beschikt, wordt de waarde daarvan toegerekend aan het vermogen.
Voor de vaststelling van de waarde van het motorvoertuig (inclusief btw) kan gebruik gemaakt worden van de online ANWB-koerslijst.
Pagina 20 van 22
de Sociale Dienstverlening eenduidig beleid voeren en willekeur voorkomen. Daarnaast beschrijven we nieuwe regels voor het omgaan met opbrengsten uit gokactiviteiten. Conform recente rechtsspraak worden voor het recht op bijstand de inlegkosten van gokken in mindering gebracht met de gokopbrengsten.
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
4.
Caravans en boten worden vanwege hun aard in beginsel niet beschouwd als algemeen gebruikelijk en daarom meegeteld met het vermogen. Caravans en vaartuigen worden meegeteld bij het vermogen, omdat deze vanwege hun aard in beginsel niet als algemeen gebruikelijk of noodzakelijk worden beschouwd in de zin van artikel 34 lid 2 sub a van de wet.
Artikel 71 Middelen uit kansspelen 1. Alle opbrengsten in verband met gokactiviteiten worden beschouwd als inkomen en moeten door belanghebbende worden gemeld aan het college. 2. Er is sprake van online gokactiviteiten wanneer er door belanghebbende digitale betalingen aan een (digitale) gokinstelling, zoals een website of app, worden gedaan. 3. Er is sprake van gokactiviteiten in een fysieke locatie wanneer er door belanghebbende zowel cashbetalingen als pinopnames in een gokinstelling, zoals een casino, worden gedaan. 4. Wanneer een belanghebbende opbrengsten ontvangt uit gokken, dan wordt dit aangemerkt als inkomen welke in mindering worden gebracht op de bijstand. Bij het vaststellen van de inkomsten uit de gokactiviteiten wordt geen rekening gehouden met de verwervingskosten (inleggelden) en op deze opbrengsten is geen vrijlating van een deel van het inkomen van toepassing. 5. Om in het geval van online gokactiviteiten, zoals beschreven in lid 2, het recht op bijstand te kunnen vaststellen overlegt belanghebbende een administratie van de gokactiviteiten zoals deze is opgenomen in het onlineaccount van betrokkene van de betreffende online gokinstelling(en).
Pagina 21 van 22
Was- & wordt-lijst Verordening sociaal domein 2025
Pagina 22 van 22
6.
Om in het geval van fysieke gokactiviteiten, zoals beschreven in lid 3, het recht op bijstand te kunnen vaststellen overlegt belanghebbende een overzicht van pinopnames tijdens het bezoek aan de gokinstelling. 7. De inkomsten uit gokken bij een fysieke instelling zijn gelijk aan de ingelegde bedragen. De ingelegde bedragen worden herleid aan de hand van de pinopnames op de bankafschriften. 8. Wanneer er sprake is van een incidentele opbrengst van een loterij, dan wordt deze opbrengst gezien als vermogen.
HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN Voormalige tekst (2024) Artikel 70. Nadere regels
Nieuwe tekst (2025) Artikel 72. Nadere regels
Artikel 71. Hardheidsclausule
Artikel 73. Hardheidsclausule
Artikel 72. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen
Artikel 74. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen
Artikel 73. Citeertitel
Artikel 75. Citeertitel
Toelichting Naar aanleiding van de twee nieuwe artikelen 70 en 71, schuift de nummering van de artikelen die daarna komen twee plaatsen op.