Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
RAPPORT Bijlage 17 - Ruimtelijke onderbouwing grondreinigingsinstallatie TTOP5 Aanvraag omgevingsvergunning 'Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening' Klant:
Schiphol Nederland B.V.
Referentie: BI6955-MI-RP-231211-1205 Status:
Definitief/01
Datum:
11 december 2023
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Netherlands Mobility & Infrastructure +31 88 348 70 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Bijlage 17 - Ruimtelijke onderbouwing grondreinigingsinstallatie TTOP5 Sub titel: Aanvraag omgevingsvergunning 'Handelen in strijd met regels ruimtelijke
ordening'
Referentie: BI6955-MI-RP-231211-1205 Uw kenmerk BI6955 Status: Definitief/01 Datum: 11 december 2023 Projectnaam: Grondreinigingsinstallatie TTOP5 Projectnummer: BI6955 Auteur(s): R.S. / F.S. Opgesteld door: R.S. Gecontroleerd door: R.B./J.B. Datum: 11 december 2023 Goedgekeurd door: F.S. Datum: 11 december 2023
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding en doel
1
1.2
Locatie en beschrijving plangebied
1
1.3
Planologisch kader
2
1.4
Afwijken van het bestemmingsplan
4
1.5
Leeswijzer
4
2
Gebieds- en projectbeschrijving
5
2.1
Huidige situatie plangebied
5
2.2
Beoogde ontwikkeling
8
2.3
Landschappelijke inpassing
11
2.4
Omkeerbaarheid
13
3
Beleidskader
15
3.1
Rijksbeleid
15
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
18
3.3
Gemeentelijk beleid
28
3.4
Conclusie beleidskader
31
4
Omgevingsaspecten
33
4.1
Watertoets
33
4.2
Bodem
35
4.3
Verkeer
36
4.4
Geluid
38
4.5
Luchtkwaliteit
43
4.6
Ecologie
45
4.7
Externe veiligheid
50
4.8
Bedrijven en milieuzonering
51
4.9
Cultuurhistorie en archeologie
53
4.10
Ontplofbare oorlogsresten
54
4.11
Kabels en leidingen
54
4.12
M.e.r.-aanmeldnotitie
54
5
Procedure en economische uitvoerbaarheid
57
5.1
Procedure
57
5.2
Economische uitvoerbaarheid
57
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
iii
Projectgerelateerd
6
Conclusie
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
58
BI6955-MI-RP-231211-1205
iv
Projectgerelateerd
Figuren Figuur 1: Locatie en plangebied ‘TTOP5’ - Schiphol Noordwest.
2
Figuur 2: Ligging TTOP5 t.o.v. de omgeving.
2
Figuur 3: Vigerende bestemmingsplan 'Haarlemmermeer 2014', onherroepelijk (vastgesteld op 04-122014).
3
Figuur 4: Het plangebied TTOP5.
5
Figuur 5: Geometrische rasterstructuur van het droogmakerijlandschap ten noordoosten van Tweeduizend El. 6 Figuur 6: Overzichtskaart Haarlemmermeerpolder uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 – Provincie Noord-Holland. 7 Figuur 7: Aanzicht locatie TTOP5 (blauw omkaderd) vanuit het noordoosten (oriëntatie in lijn met Hoofdvaart) (bron: Google Earth).
8
Figuur 8: Indicatieve weergave van de TTOP5.
9
Figuur 9: Locatieaanduiding van de verschillende ‘TTOPs’.
11
Figuur 10: Voorbeeld van toepassing Schiphol Grove (Leidraad Buitenruimte Schiphol, 2022, p. 25).
12
Figuur 11: Indicatieve weergave van de berkenclusters (noord- en oostzijde) en haagbeplanting TTOP5. 13 Figuur 12: Uitsnede van Bijlage 1 behorende bij artikel 2.2.1 van het LIB Schiphol. TTOP5 is blauw omkaderd weergegeven.
17
Figuur 13: Agrarische bedrijven (OV NH2020).
21
Figuur 14: Bodemsanering (OV NH2020).
22
Figuur 15: Landelijk gebied (OV NH2020).
23
Figuur 16: Historische en moderne structuur (bron: Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040, p. 85) met aanduiding planlocatie. 24 Figuur 17: Gebiedsspecifieke begrenzingen (Kwaliteitsimpuls Zonneparken, Provincie Noord-Holland, 2019, p. 11).
25
Figuur 18: LIB5 zone Schiphol (OV NH2020).
26
Figuur 19: Peilbesluit (OV NH2020).
27
Figuur 20: Permanente bollenteelt (OV NH2020).
28
Figuur 21: Reservering tweede terminal Schiphol (OV Haarlemmermeer 2040).
29
Figuur 22: Zoekgebied Zonnecarré (OV Haarlemmermeer 2040).
30
Figuur 23: Legger van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
34
Figuur 24: Gebiedsaanduiding van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
35
Figuur 25: Aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase per jaar.
37
Figuur 26: Parkeerkencijfers CROW (bron: CROW-publicatie 317).
37
Figuur 27: Onderzochte situatie geluidsonderzoek.
38
Figuur 28: Overzicht activiteiten TTOP5.
40
Figuur 29: Vergunde akoestische waarden Schiphol.
41
Figuur 30: Rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus.
42
Figuur 31: Resultaten maximale geluidsniveaus.
43
Figuur 32: Hoogste jaargemiddelde bronbijdrage (in μg/m3) (bron: Peutz, 26 april 2023).
44
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
v
Projectgerelateerd
Figuur 33: Hoogste jaargemiddelde concentraties (incl. achtergrond) (bron: Peutz, 26 april 2023).
45
Figuur 34: Ligging van het plangebied (rode omlijning) ten opzichte van het NNN.
47
Figuur 35: Locatie TTOP1 t/m TTOP5.
48
Figuur 36: Stikstofemissies TTOP1- t/m TTOP4 bij feitelijke bedrijfsvoering.
49
Figuur 37: Stikstofemissies TTOP5 grondreinigingsinstallatie feitelijke bedrijfsvoering.
49
Figuur 38: Cumulatieve depositiebijdrage TTOP’s.
49
Figuur 39: Relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype.
52
Figuur 40: Richtafstanden ‘gemengd gebied’ bedrijven en milieuzonering volgens VNG (2009).
53
Figuur 41: Schematische weergave m.e.r.-(beoordelings)plicht.
55
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
vi
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Bij projectactiviteiten op Schiphol Nederland B.V. (hierna Schiphol) komt grond vrij die poly- en perfluoralkylstoffen (verder PFAS) kan bevatten. De met PFAS verontreinigde grond bij Schiphol wordt primair bepaald door perfluoroctaansulfonzuur (PFOS). PFOS is groep chemische stoffen die behoort tot de PFAS. Deze groep chemische stoffen is door de mens gemaakt en komt van nature niet voor in het milieu. De met PFAS verontreinigde grond wordt op verschillende locaties binnen Schiphol (tijdelijk) opgeslagen omdat er onvoldoende hergebruiks-, reinigings- en/of verwijderingsmethoden zijn. Die methoden zijn nu beschikbaar, waardoor het voor Schiphol mogelijk wordt om de grond zelf te reinigen en hergebruiken in plaats van als afval af te voeren naar derden. Hiermee wordt niet alleen circulair hergebruik beoogd, maar ook het verminderen van (milieu)overlast naar de omgeving in verband met het transport dat gepaard gaat met de afvoer van alle verontreinigde grond. Schiphol is voornemens om tijdelijk een grondreinigingsinstallatie te realiseren voor het reinigen van de met PFAS verontreinigde grond. De met PFAS verontreinigde grond is afkomstig van diverse locaties op het Schiphol terrein.
Op deze wijze realiseert Schiphol een oplossing binnen de grenzen van de inrichting voor PFAS verontreinigde grond en kan het gereinigde materiaal hoogwaardig worden hergebruikt in Schiphol projecten. Dit zorgt voor minder gebruik van primaire materialen en draagt bij aan de circulariteitsdoelstellingen van Schiphol. Er is voorzien dat er zeven jaar nodig is om met deze grondreinigingsinstallatie de met PFAS verontreinigde grond te reinigen. Daarom wordt er aan de omgevingsvergunning een periode van maximaal zeven jaar verbonden. Dit is inclusief één jaar voor de bouw- en afbouwgerelateerde werkzaamheden ten behoeve van de grondreinigingsinstallatie. Zodra de verontreinigde grond is gereinigd, is er geen noodzaak meer om de grondreinigingsinstallatie in bedrijf te behouden. Na deze periode wordt de grondreinigingsinstallatie ontmanteld en wordt de locatie teruggebracht naar oorspronkelijke staat. Voor met PFAS verontreinigde grond die vrijkomt na deze periode zoekt Schiphol tijdig een andere oplossing. Het projectgebied is in de toekomst mogelijk onderdeel van de ontwikkeling van Badhoevedorp-Zuid. Deze ontwikkeling bevindt zich in een vroeg stadium en de precieze indeling van het gebied is daarmee onbekend. De tijdelijke aard van de grondreinigingsinstallatie staat de mogelijke ontwikkeling van Badhoevedorp-Zuid niet in de weg.
Het vigerende bestemmingsplan ‘Haarlemmermeer 2014’ laat de voorgenomen ontwikkeling niet zonder meer toe. Met de omgevingsvergunning buitenplanse afwijking (art. 2.12 lid 1, sub a onder 3° Wabo) kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd dat afwijken van het vigerende bestemmingsplan verantwoord is.
1.2
Locatie en beschrijving plangebied
Schiphol is voornemens om de grondreinigingsinstallatie te realiseren op een locatie genaamd ‘TTOP5’ (Schiphol Noordwest, Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer). TTOP5 is gesitueerd direct ten zuiden van de weg ‘Tweeduizend El’ te Badhoevedorp. Ten zuidwesten van TTOP5 ligt een parkeerterrein. Verder is TTOP5 omgeven door agrarische kavels. TTOP5 wordt omringd door watergangen en heeft een oppervlakte van afgerond 10 hectare. In Figuur 1 is de locatie van TTOP5, blauw omkaderd, weergegeven. In Figuur 2 is de locatie ten opzichte van de omgeving, blauw omkaderd, weergegeven.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
1
Projectgerelateerd
Figuur 1: Locatie en plangebied ‘TTOP5’ - Schiphol Noordwest.
Figuur 2: Ligging TTOP5 t.o.v. de omgeving.
1.3
Planologisch kader
Ter plaatse van TTOP5 geldt het volgende bestemmingsplan: ‘Haarlemmermeer 2014’, onherroepelijk (vastgesteld op 04-12-2014). TTOP5 heeft de Enkelbestemming ‘Agrarisch’. Daarnaast gelden er twee gebiedsaanduidingen: Gebiedsaanduiding ‘geluidszone – industrie’ en Gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerszone – lib’. Enkelbestemming ‘Agrarisch’ De Enkelbestemming ‘Agrarisch’ laat de voorgenomen ontwikkeling niet zonder meer toe, want deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor “agrarische bedrijfsactiviteiten met een in hoofdzaak grondgebonden bedrijfsvoering, met uitzondering van glastuinbouw, intensieve veehouderij en stoeterij”. Gebiedsaanduiding ‘geluidszone – industrie’ Ter plaatse van de Gebiedsaanduiding ‘geluidszone – industrie’ zijn geen geluidgevoelige gebouwen toegestaan. De voorgenomen grondreinigingsinstallatie is geen geluidsgevoelig gebouw zoals bepaald onder de Wet geluidhinder. Deze gebiedsaanduiding is daarmee niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
2
Projectgerelateerd
Gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerszone – lib’ Volgens artikel 31 van het bestemmingsplan ‘Haarlemmermeer 2014’ geldt ter plaatse van de Gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerszone – lib’ het ‘Luchthavenindelingsbesluit Schiphol’ (LIB) van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (amvb, geconsolideerd, 28-10-2021). Artikel 31.1 Luchtvaartverkeerszone-LIB 2.2.1, stelt dat: “Voor zover de gronden, met de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - lib', zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.1, zoals aangegeven in bijlage LIB221, gelden de beperkingen met betrekking tot bebouwing en het gebruik daarvan, gesteld in artikel 2.2.1 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'”. Artikel 31.2 Luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.2, stelt dat: “Voor zover de gronden, met de aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - lib’, zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2, zoals aangegeven in bijlage LIB222, gelden de beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde en objecten, gesteld in artikel 2.2.2 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'”.
Artikel 31.3 Luchtvaartverkeerzone-LIB 2.2.3, stelt dat: “Voor zover de gronden, met de aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - lib’, zijn gelegen binnen de luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.3, zoals aangegeven in bijlage LIB223, gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking, gesteld in artikel 2.2.3 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'”. TTOP5 valt niet in de gebieden aangeduid op de bij het LIB artikel 2.2.1, 2.2.2 en 2.2.3 behorende kaarten zoals weergegeven in bijlagen 3, 4 en 5 van het LIB. De gebiedsaanduiding is daarmee niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. In onderstaande Figuur 3 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergegeven.
Figuur 3: Vigerende bestemmingsplan 'Haarlemmermeer 2014', onherroepelijk (vastgesteld op 04-12-2014).
De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het met het vigerende bestemmingsplan. Dit betekent dat voor de realisatie en het gebruik een omgevingsvergunning voor afwijking bestemmingsplan (art. 2.1, lid 1, sub c Wabo) is vereist. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd dat afwijken van het vigerende bestemmingsplan verantwoord is.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
3
Projectgerelateerd
1.4
Afwijken van het bestemmingsplan
In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en in het Besluit omgevingsrecht (Bor) is bepaald wanneer het bevoegd gezag mag besluiten om afwijkingen in strijd met het bestemmingsplan toe te staan. Voorts wordt voorgeschreven welke procedure er moet worden doorlopen, voordat een afwijking kan worden toegestaan. Op grond van artikel 2.12 Wabo kan een afwijking worden toegestaan door: • Het verlenen van een binnenplanse afwijking (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 1º Wabo); • Het verlenen van een afwijking voor kruimelgevallen (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 2º Wabo); • Het verlenen van een buitenplanse afwijking (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3º Wabo). Voor de beoogde realisatie en gebruik van een grondreinigingsinstallatie op TTOP5 kan geen gebruik worden gemaakt van in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheden, omdat het plan geen afwijkingsregels voor strijdig gebruik bevat. Wanneer van de ‘kruimelgevallenregeling’ gebruikt wordt gemaakt moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Eén van die voorwaarden is dat het Besluit m.e.r. niet van toepassing mag zijn voor o.a. lid 11 (zie Artikel 5, lid 6, van bijlage II, van het Bor). Op de grondreinigingsinstallatie is categorie D18.1 van bijlage 1 van het Besluit m.e.r. van toepassing. Derhalve kan er geen beroep worden gedaan op een afwijking voor kruimelgevallen.
Voor de gevallen, zoals de voorgenomen ontwikkeling, waarbij afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1°of 2° Wabo niet mogelijk is, biedt artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo de mogelijkheid om van het bestemmingsplan af te wijken met een omgevingsvergunning, als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor dit project aan de orde. Er wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de beginselen van een goede ruimtelijke ordening. Hoewel er met een omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan in beginsel geen tijdelijk aan de vergunning is gebonden, wordt er in dit geval wel een tijdelijkheid aan de vergunning verbonden.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk twee geeft de beschrijving van het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling weer. Het derde hoofdstuk gaat in op het van toepassing zijnde beleidskader. Hoofdstuk vier behandelt de omgevingsaspecten en de resultaten van beschouwingen en onderzoeken uitgevoerd aangaande deze omgevingsaspecten. Hoofdstuk vijf gaat in op de procedurele aspecten en de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk zes is de conclusie opgenomen.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
4
Projectgerelateerd
2
Gebieds- en projectbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie van het plangebied weergegeven en wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven.
2.1
Huidige situatie plangebied
Het plangebied bevindt zich in Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, aan de Tweeduizend El op het zogenaamde TTOP5 (Schiphol Noordwest) terrein. Het plangebied wordt omringd door watergangen en is afgerond 10 hectare groot. Voor deze locatie is in het verleden een tijdelijke omgevingsvergunning (zaaknummer: 7606463, d.d. 9 mei 2018) verleend voor een tijdelijke grondopslagvoorziening. Deze tijdelijke grondopslagvoorziening is inmiddels ontmanteld en deze tijdelijke vergunning is verlopen. In onderstaande Figuur 4 is het plangebied blauw omkaderd.
Figuur 4: Het plangebied TTOP5.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
5
Projectgerelateerd
Droogmakerijenlandschap Op grotere schaal maakt het gebied onderdeel uit van het droogmakerijenlandschap van de Haarlemmermeerpolder, dat ten noordoosten van de weg Tweeduizend El nog goed zichtbaar en beleefbaar is (zie Figuur 5). Kenmerkend voor dit landschap is het geometrische raster van vaarten, tochten, polderwegen en boombeplanting (zie Figuur 6). De Hoofdvaart (in de lengterichting) en de Kruisvaart vormen samen het assenkruis, met het hart in Hoofddorp (huidige Beursplein). Parallel aan deze lijnen liggen de tochten (zoals de Kagertocht) en polderwegen (zoals de Sloterweg). Langs de Hoofdvaart en de parallel daaraan lopende polderwegen werden de boerderijen gebouwd. De afstand tussen deze polderlinten is twee kilometer. (Met de invoering van het metriek stelsel in Nederland in 1816 werd de oude lengtemaat el gelijkgesteld aan één meter, daaraan ontleent de weg Tweeduizend El zijn naam.) Deze maat wordt opgedeeld door de tochten, zodat de kaveldiepte 1.000 meter bedraagt. De oorspronkelijke kavelbreedte was 200 meter met om de drie kilometer een dwarsweg. Omwille van de waterhuishouding werden de kavels al gauw gesplitst in kavels van 100 of 50 meter. Desondanks is de verkavelingsstructuur nog steeds erg bepalend voor het landschap en grondgebruik in de polder.
De ruimtebeleving van de openheid van het polderlandschap is vooral langs de Hoofdvaart en rondom de Polderbaan nog goed beleefbaar (het gebied dat ook is aangewezen als Bijzonder Provinciaal landschap Haarlemmermeer-Noord). Met name ten zuiden van Zwanenburg, tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep (totdat Park21 gerealiseerd is) en ten zuiden van Nieuw-Vennep is het landschap zeer open gebleven, met enkele infrastructurele doorsnijdingen (snelwegen en spoorlijnen: de moderne landschapslaag).
Figuur 5: Geometrische rasterstructuur van het droogmakerijlandschap ten noordoosten van Tweeduizend El.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
6
Projectgerelateerd
Figuur 6: Overzichtskaart Haarlemmermeerpolder uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 – Provincie Noord-Holland.
Ten zuidwesten van de Tweeduizend El is de ruimtelijke structuur op hoofdlijnen nog wel aanwezig, maar hebben allerlei ontwikkelingen ervoor gezorgd dat de openheid en het polderkarakter deels is verstoord. Naast Luchthaven Schiphol springen de Kazerne van de Koninklijke Marechaussee met bijbehorend parkeerveld, het aannemersterrein en de parkeerplaats P2 in het oog (zie Figuur 7).
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
7
Projectgerelateerd
Figuur 7: Aanzicht locatie TTOP5 (blauw omkaderd) vanuit het noordoosten (oriëntatie in lijn met Hoofdvaart) (bron: Google Earth).
In paragraaf 3.2 ‘Provinciaal en regionaal beleid’ wordt bij de toetsing aan de ‘Omgevingsverordening NH2020’ nader ingegaan op de ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’ in relatie tot het planvoornemen.
2.2
Beoogde ontwikkeling
Schiphol vraagt een vergunning aan voor het tijdelijk realiseren van een grondreinigingsinstallatie om met PFAS verontreinigde grond te reinigen op TTOP5. De aangevraagde verandering c.q. ontwikkeling is van tijdelijke aard, omdat de verontreinigde grond binnen afzienbare tijd (zeven jaar, inclusief op- en afbouw van installaties e.d.) zal worden gereinigd en de ontwikkeling daarna niet meer is benodigd. Het projectgebied is in de toekomst mogelijk onderdeel van de ontwikkeling van Badhoevedorp-Zuid. Deze ontwikkeling bevindt zich in een vroeg stadium en de precieze indeling van het gebied is daarmee onbekend. De tijdelijke aard van de grondreinigingsinstallatie staat de mogelijke ontwikkeling van Badhoevedorp-Zuid niet in de weg. Er is bewust gekozen om de grondreinigingsinstallatie te plaatsen op het noordwestelijke gedeelte van TTOP5. Ten eerste wordt voorkomen dat eventuele geluidemissies, van deze installatie, hinder veroorzaken op de bestaande bebouwing aan de Sloterweg. Ten tweede bevindt zich op het zuidoostelijke gedeelte van TTOP5 een verdachte locatie van Onontplofbare Oorlogsresten (OO). Mede op basis van dit onderzoek is gekozen voor het noordoostelijk gelegen gedeelte van TTOP5. Het noordwestelijke deel van de TTOP5 wordt verhard om de installatie op te plaatsen en een bufferzone te creëren voor de verontreinigde grond c.q.
‘vuile zone’ en de gereinigde grond c.q. ‘schone zone’. Het zuidoostelijke deel wordt ingericht als tijdelijk opslag voor de verontreinigde grond en voor de gereinigde grond voordat deze hergebruikt wordt. Parkeren gebeurt op het terrein van TTOP5. Dienstdoend personeel komt en gaat via de in- en uitrit in de noordelijke hoek aan de 2000 El het terrein op en af. Op het terrein zijn 10 parkeerplaatsen voorzien binnen de plaats die wordt gereserveerd voor terreinbeheer. De in- en uitgang halverwege het terrein, aan de 2000 El aan de noordoostelijke zijde, is een calamiteiten in- en uitgang en wordt alleen gebruikt in geval van een calamiteit. Vrachtverkeer rijdt het terrein op en af via de daarvoor bestemde toegang aan de zuidwestkant van het terrein. Op onderstaande figuur 8 is een indicatieve weergave opgenomen van de voorgenomen tijdelijke inrichting van de TTOP5.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
8
Projectgerelateerd
Figuur 8: Indicatieve weergave van de TTOP5.
In het grondreinigingsproces zijn een aantal procesonderdelen en/of -stappen te onderscheiden. Deze procesonderdelen zijn nader beschreven in het aanvraagdocument bij de aanvraag omgevingsvergunning. Voor de locatieplattegrondtekening van de voorgenomen situatie met de grondreinigingsinstallatie wordt verwezen naar de bijlage 3 bij de vergunningaanvraag. Voor het ontwerp van de grondreinigingsinstallatie wordt verwezen naar de bouw gerelateerde bijlagen bij de vergunningaanvraag in bijlage 16. Locatieonderzoek Bij voorkeur worden ontwikkelingen als deze binnen de bedrijfsbestemming van Schiphol gevestigd. Binnen de grenzen van het gebruiksgebied van Schiphol is onderzocht waar ruimte is binnen de daarvoor bedoelde bestemmingen voor het realiseren van een grondreinigingsinstallatie voor PFAS-houdende grond. Hieronder wordt per deelgebied van Schiphol ingegaan op de beschikbare ruimte, fysiek en planologisch. Schiphol Zuidoost Locaties binnen deelgebied Schiphol Zuidoost kennen een agrarische bestemming, zoals de percelen die in de voormalige reservering PK liggen. Het daar onderbrengen van een grondreinigingsinstallatie is in strijd met de bestemming.
Overige percelen binnen dit gebied die eventueel beschikbaar gemaakt zouden kunnen worden en die wél de bestemming Bedrijventerrein kennen, zijn planologische bestemd voor luchthavengerelateerde ontwikkelingen in de komende 0 tot 10 jaar. Dit gaat om ontwikkelingen in het kader van verduurzaming, vlootvernieuwing en elektrificatie. Bijvoorbeeld het nieuw te realiseren energieinkoopstation en de verplaatsing van KLM Catering Services en KLM Vracht naar Zuidoost om ruimte te creëren op Schiphol Centrum voor vlootvernieuwing KLM (wat leidt tot verminderde overlast voor omwonenden). Schiphol Oost Binnen deelgebied Oost zijn geen terreinen beschikbaar die voldoen aan de gestelde criteria. Bedrijfsmatig bestemde locaties hebben al functionele, luchthavengerelateerde bestemmingen. Er is geen 11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
9
Projectgerelateerd
beschikbare ruimte voor het realiseren van een tijdelijke grondreinigingsinstallatie, bovendien is dit strijdig met de vigerende bestemmingen. Schiphol Zuid Beschikbare terreinen die eventueel geschikt te maken zijn voor het beoogde gebruik, hebben de bestemming Agrarisch. Het realiseren van een tijdelijke grondreinigingsinstallatie is strijdig met deze bestemming. Schiphol Noord/P3 Binnen dit deelgebied zijn geen terreinen beschikbaar die geschikt te maken zijn voor het beoogde gebruik. Er is geen beschikbare ruimte voor het realiseren van een tijdelijke grondreinigingsinstallatie en bovendien is dit strijdig met de vigerende bestemmingen. Gebied Centrum Binnen dit deelgebied zijn geen terreinen beschikbaar die geschikt te maken zijn voor het beoogde gebruik. Er is geen beschikbare ruimte voor het realiseren van een tijdelijke grondreinigingsinstallatie, bovendien is dit strijdig met de vigerende bestemmingen. In het algemeen is deze locatie ongeschikt voor een grote installatie, omdat hier de primaire luchthavenoperatie van Schiphol plaatsvindt. Schiphol Noordwest Zodoende is Schiphol Noordwest overgebleven als zoekgebied voor een geschikte locatie voor de tijdelijke grondreinigingsinstallatie.
Dit Schiphol deelgebied is door middel van de daar aanwezige bestemming ‘Bedrijventerrein – Luchthaven 3’ met als bestemmingsomschrijving onder lid a (“aannemersactiviteiten in relatie tot bouwactiviteiten op de luchthaven”) en b (“grondopslag in relatie tot bouwactiviteiten op de luchthaven”) specifiek aangewezen voor dergelijke activiteiten en daarmee direct gerelateerd aan een grondreinigingsinstallatie. Deze bestemmingsomschrijving maakt geen deel uit van de overige Bedrijventerreinbestemmingen (Luchthaven 1, Luchthaven 2 en Luchthaven 4) die op alle andere onderzochte locaties voorkomen. Het is dan ook daarom dat in dit gebied en in de directe nabijheid van TTOP5 de andere TTOP’s (1 t/m 4) zich bevinden, die binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein – Luchthaven 3’ mogelijk zijn gemaakt. Hoewel er voor de projectlocatie van TTOP5 een agrarische bestemming geldt voor het gebied en een grondreinigingsinstallatie daarmee strijdig is, is dit deelgebied van Schiphol geschikt vanwege de daar aanwezige luchthavengerelateerde activiteiten: (verontreinigde) grondopslag in relatie tot bouwactiviteiten op de luchthaven (TTOP1, TTOP2, TTOP3 en TTOP4) en aannemersactiviteiten in relatie tot bouwactiviteiten op de luchthaven (zie figuur 9). Conclusie locatieonderzoek Er is onvoldoende ruimte beschikbaar voor het realiseren van TTOP5 binnen het gebruiksgebied van Schiphol.
Daarom ziet Schiphol zich genoodzaakt uit te wijken naar een uitleglocatie in het agrarisch gebied, ondanks het feit dat een dergelijke activiteit in principe onwenselijk is in open poldergebied en strijdig is het met de hier geldende bestemming. Samenhang grondopslag en -verwerking Het afvoeren van de met PFAS verontreinigde grond naar een afvalverwerker is vanuit maatschappelijk, milieutechnisch en financieel oogpunt het minst aantrekkelijk. Nu er met de grondreinigingsinstallatie een methode beschikbaar is om de grond binnen het werkingsgebied van Schiphol te reinigen, is het op basis van dezelfde oogpunten van belang om de grondreinigingsinstallatie zo dicht mogelijk bij de gebieden te plaatsen waar tijdelijk grond is (of wordt) opgeslagen in afwachting van de reiniging (TTOP 1 t/m 4) (zie Figuur 9). Binnen de gebruiksruimte van Schiphol en de daarvoor meer geschikte bestemming
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
10
Projectgerelateerd
‘Bedrijventerrein’ is er (fysiek noch planologisch) geen ruimte om een grondreinigingsinstallatie te realiseren, want die zijn al in gebruik voor luchthavengerelateerde activiteiten en dan zit een dergelijke ontwikkeling de primaire operatie in de weg. Schiphol is daarmee genoodzaakt om uit te wijken naar het landelijk gebied. En als dan noodzakelijkerwijs uitgeweken moet worden naar een locatie die planologisch niet primair bedoeld is voor deze ontwikkeling, dan heeft het de voorkeur deze op een plek te realiseren waar het vanuit milieuefficiëntie de meeste voordelen geeft en waar het de landschappelijke karakteristiek zo min mogelijk aantast. Op dit laatste onderdeel wordt hieronder nader ingegaan.
Figuur 9: Locatieaanduiding van de verschillende ‘TTOPs’.
2.3
Landschappelijke inpassing
Voor een goede landschappelijke inpassing van deze tijdelijke ontwikkeling wordt aansluiting gezocht bij de gebiedskenmerken van de Haarlemmermeerpolder en de ‘Leidraad Buitenruimte Schiphol’ (West 8, december 2022). De ‘Leidraad’ is een toetsingskader voor het hele Schiphol terrein, waarin de minimale kwaliteit van de openbare ruimte wordt beschreven en verbeeld. In de Leidraad worden harde kaders en randvoorwaarden gegeven die volgen uit vastgesteld beleid, het ‘Visual Quality Plan Schiphol’, wettelijke kaders of technische eisen. Typerend voor de landschapsstructuur van de Haarlemmermeerpolder is de omzoming van boerenerven door middel van bomen en hagen. Dit is goed zichtbaar bij de boerderijen langs de Hoofdvaart en de Sloterweg. Aansluitend op het gehele landschapsplan voor Schiphol wordt voor de omzoming de zachte berk (Betula pubescens) aangeplant. Deze boomsoort is een tolerante pioniersvegetatie, wat inhoudt dat hij zich goed aanpast aan gevarieerde bodemgesteldheden en humiditeit. De boom gedijt uitstekend in dichte aanplant en blijkt in die vorm ook geschikt op plekken met harde wind. De berk is een vlak11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
11
Projectgerelateerd
wortellaar die geen penwortel maakt – met andere woorden een boom die niet diep wortelt – en geplant kan worden over kabels en leidingen. Belangrijke eigenschap van de zachte berk is de witte bast en de transparante kroon. Met deze boom kunnen bosschages worden gemaakt die niet als een groene muur maar als een groene sluier werken. De gemiddelde leeftijd van een zachte berk is 20 tot 30 jaar. Juist vanuit de ‘landscaping strategie’ uit het landschapsplan voor Schiphol is dit wenselijk, want die “vraagt juist om dit soort bomen die niet uitgroeien tot bosreuzen, maar juist opgroeien als speelse losse bomen structuur die steeds aanpasbaar is” (Leidraad Buitenruimte Schiphol, 2022, p. 9). Voorts meldt het landschapsplan nog dat de zachte berk als solitair gevoelig is voor wind, en daarom altijd in clusters of “groves” beplant moet worden. Toepassing van dit principe sluit goed aan bij het tijdelijk karakter van deze beoogde ontwikkeling. In Figuur 10 is een referentiebeeld opgenomen uit het landschapsplan, welke de afschermende werking van een cluster berkenbomen toont ten opzichte van, in dit geval, een parkeerplaats.
Deze mate van afscherming wordt gezocht voor het aanzicht van TTOP5 bezien vanuit het omliggende open polderlandschap en in het bijzonder vanaf de weg Tweeduizend El: geen forse groene muur, maar een groene inpassing die nog ruimte laat voor doorzichten tussen de stammen door, als een groene sluier.
Figuur 10: Voorbeeld van toepassing Schiphol Grove (Leidraad Buitenruimte Schiphol, 2022, p. 25).
In Figuur 11 is indicatief weergegeven hoe de inpassing van TTOP5 met behulp van clusterbeplanting vorm krijgt. De indicatieve afbeelding geeft een enkele rij bomen weer. In werkelijkheid worden de opslaggronden aan de noord- en oostelijke kant voorzien van afscherming middels clusters berkenbomen, overeenkomstig de ‘Leidraad Buitenruimte Schiphol’. Er is hier een ruimte van 10 meter breed tussen opslaggronden en de oevers. Daarvan is 4 meter bedoeld als schouwstrook. Daarmee blijft er zo’n 6 meter ruimte over voor de clusters berkenbomen langs de opslaggronden aan de noord- en oostelijke kant. Ter plaatse van de grondreinigingsinstallatie is er geen ruimte voor clusters berkenbomen, omdat de 6 meter zal worden gebruikt als ontsluitingsweg voor het in en uit laten rijden van het dienstdoende personeel. Daarom zal er hier een afscherming worden gevormd aan de noordzijde middels een haag van twee meter hoog. De nadruk ligt echter op de afschermende werking vanuit noordelijkoostelijke richting gezien, vanaf de weg Tweeduizend El. Met de clusters berkenbomen aan deze kant van TTOP5, wordt de grondreinigingsinstallatie aan het zicht onttrokken.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
12
Projectgerelateerd
Om de grondreinigingsinstallatie af te schermen van onbevoegde personen, wordt er een hekwerk met een toegangspoort geplaatst op het terrein (zie figuur 11). Dit hekwerk wordt aan het zicht vanuit het noorden en oosten onttrokken door de clusters berken en de haagbeplanting. Aan de zuidwestzijde van het plangebied bevinden zich luchthavengerelateerde activiteiten (Zwanenburgerbaan – Uniformplatform – P2 parkeerplaats) en heeft een afschermende werking geen toegevoegde waarde. Bovendien zou het aanbrengen van clusters van berken hier juist het zicht op het open polderlandschap belemmeren en daarmee de openheid van het landschap onnodig beïnvloeden.
Figuur 11: Indicatieve weergave van de berkenclusters (noord- en oostzijde) en haagbeplanting TTOP5.
Ten aanzien van de (inpassing van de) rand wordt gebruik gemaakt van de gebiedsspecifieke begrenzing in de vorm van de sloot (met riet). Deze gebiedseigen afscherming is kenmerkend voor het droogmakerijenlandschap, zoals geformuleerd in de ‘Kwaliteitsimpuls Zonneparken’ op basis van de ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’ (zie tevens paragraaf 3.2). Daar verandering in aanbrengen is ongewenst vanuit het perspectief van het droogmakerijenlandschap en staat bovendien haaks op het feit dat dit een tijdelijke ontwikkeling betreft, waarbij het landschap na afloop in oorspronkelijke staat wordt teruggebracht. De landschappelijke inpassing zoals hier beschreven wordt als randvoorwaarde in de vergunning opgenomen.
2.4
Omkeerbaarheid
Na afloop van de vergunningstermijn worden de gronden weer in oorspronkelijke staat teruggebracht. Dit betekent niet alleen dat de installatie, het hekwerk en alle andere aangebrachte verhardingen, bouwwerken en objecten worden verwijderd, het betekent ook dat de aangeplante berken en hagen verwijderd worden, om het open polderlandschap terug te brengen. Zoals hierboven aangegeven leent de berk zich hier goed voor, omdat deze oppervlakkig wortelt en een lage levensverwachting kent. Uiteindelijk worden de gronden weer in de oorspronkelijke staat teruggebracht, zonder overblijfselen. Er zijn voorzieningen getroffen om te voorkomen dat een mogelijke bodemverontreiniging plaatsvindt. Deze voorzieningen zijn beschreven in een bodemrisicoanalyse (bijlagen 10 en 11 van deze vergunningaanvraag). Nadat de locatie is ontdaan van de tijdelijke grondopslag ten behoeve van werking van de installatie, wordt een eindsituatie bodemonderzoek uitgevoerd om te bepalen of er zich inderdaad geen verontreiniging van de bodem heeft voorgedaan. Indien ondanks bodembeschermende
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
13
Projectgerelateerd
voorzieningen toch verontreinigingen worden geconstateerd ten opzichte van de referentiesituatie, worden saneringsmaatregelen getroffen om de bodemkwaliteit terug te brengen naar de oude situatie. De landschappelijke inpassing zoals hier beschreven wordt als randvoorwaarde in de vergunning opgenomen.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
14
Projectgerelateerd
3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. De voorgenomen ontwikkeling c.q. het initiatief wordt getoetst aan dit beschreven beleid.
3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (WRO). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI biedt een kort, middellang en langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving.
De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Nationale belangen Met de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen. De eerste drie nationale belangen zijn van een ander, meer overkoepelend karakter, dan de overige. Deze nationale belangen zijn: 1 Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2 Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3 Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4 Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5 Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6 Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7 In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8 Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9 Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10 Beperken van klimaatverandering; 11 Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12 Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13 Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 11
december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
15
Projectgerelateerd
14 Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15 Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16 Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17 Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18 Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19 Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20 Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21 Ontwikkelen van een duurzame visserij. De voorgenomen ontwikkeling raakt niet direct aan de nationale belangen en is tevens niet in strijd met de nationale belangen uit het NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De uitwerking ervan in het Barro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitwerking in regelgeving van het beleid dat in de NOVI staat.
In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Natuurnetwerk Nederland, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeer-gebied. Het planvoornemen is niet in strijd met de nationale belangen vastgelegd in het Barro. Luchthavenindelingsbesluit In het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) Schiphol staan veiligheid- en gezondheidregels over de bestemming en het gebruik van de gronden, zowel binnen het ‘luchthavengebied’ als binnen het ‘beperkingengebied’ rondom Schiphol. Per zone gelden andere beperkingen. Deze beperkingen hebben te maken met geluidhinder, externe veiligheid of vliegveiligheid (vanwege de hoogte of vogel aantrekkende werking). De beperkingen gelden voor gebouwen, en ook voor bouwwerken zoals windturbines en vaste laserinstallaties. TTOP5 valt in het zogenaamde ‘luchthavengebied’.
In paragraaf 2.1 – Regels binnen het luchtvaartgebied van het LIB, is in artikel 2.2.1 de volgende bepaling opgenomen over het luchthavengebied: “de gronden die bestemd zijn voor het banenstelsel van de luchthaven zijn als zodanig aangewezen op de kaart in bijlage 1 bij dit besluit”. De kaart waarnaar wordt verwezen is uitgesneden afgebeeld in onderstaande Figuur 12.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
16
Projectgerelateerd
Figuur 12: Uitsnede van Bijlage 1 behorende bij artikel 2.2.1 van het LIB Schiphol. TTOP5 is blauw omkaderd weergegeven.
TTOP5 valt binnen het luchthavengebied van het LIB Schiphol en is daarmee niet verbonden aan de beperkingen behorende bij het beperkingengebied van het LIB Schiphol. Voor wat betreft het Luchthavengebied van Schiphol en het veilig gebruik hiervan heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans Minister van Infrastructuur en Milieu) op grond van artikel 8a.1 van de Wet luchtvaart nadere regels gegeven in de ‘Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen’. Ten aanzien van het oprichten van bouwwerken op de luchthaven wordt in artikel 12 van deze regeling bepaald dat er op de luchthaven geen bouwwerk wordt opgericht die de goede werking van de ten behoeve van de luchthaven aanwezige cns-apparatuur verstoort, die zog-turbulenties of wervelstraten veroorzaakt die de veiligheid van het vliegverkeer verstoren of het zicht van de luchtverkeersleiding vanuit de verkeerstoren op de banen belemmert. Op basis van dit artikel vraagt de luchthavenexploitant bij voorgenomen (bouw)plannenwerktuigen Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) advies over de correcte werking van cns-apparatuur en de operationele consequenties zoals zichtlijnen vanuit de verkeerstorens en opgestelde camera's.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
17
Projectgerelateerd
De LVNL is ingesteld bij de Wet luchtvaart ressorterend als zelfstandig bestuursorgaan onder het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). LVNL is ingevolge de Wet luchtvaart aangewezen als één van de luchtverkeersdienstverleningsorganisaties in Nederland. Luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven in het belang van de algemene luchtverkeersveiligheid en een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer. De taken van LVNL zijn o.a. het verlenen van luchtverkeersdiensten en communicatie-, navigatie- en plaatsbepalingdiensten (artikel 5.23 van de Wet luchtvaart). De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de luchtvaart is (mede) op basis van het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (ook wel het Verdrag van Chicago of het ICAO-verdrag genoemd) een aangelegenheid van de Nederlandse Staat. Op basis van het Verdrag van Chicago is de International Civil Aviation Organisation (ICAO) opgericht. In het kader van het scheppen van uniformiteit in de diverse regels vaardigt ICAO internationale bepalingen uit. De Nederlandse Staat is partij bij het Verdrag van Chicago en dient de ICAO bepalingen dan ook te implementeren in de nationale wet- en regelgeving. Tevens dient de Nederlandse Staat ervoor te zorgen dat de luchtvaartsector aan deze bepalingen voldoet. LVNL voert die taken uit.
Het advies van LVNL bestaat uit een toetsing van voorgenomen (bouw)plannen aan de correcte werking van communicatie-, surveillance- en navigatieapparatuur (cns-apparatuur) alsmede de operationele consequenties. De toetsingen van LVNL worden uitgevoerd o.a. aan de hand van internationale criteria (zoals ICAO, maar in Europa ook het EASA: European Union Aviation Safety Agency). De beperkingen t.a.v. bebouwing is onder andere geregeld in het Verdrag van Chicago. Dit verdrag geeft aan dat de maximale bouwhoogte op luchthavens 45 meter is. Schiphol doet zelf de toets op de EASA compliance, zichtlijnen en andere aspecten en legt dit voor aan de LVNL. Dit is ook van toepassing op de werkzaamheden zoals het aanbrengen en verwijderen van werktuigen zoals kranen. Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het Rijksbeleid, zoals opgenomen in het NOVI, het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het plangebied ligt binnen het Luchthavengebied (LHG) en daarmee is een toets aan het LIB niet aan de orde. Schiphol heeft een interne procedure waar indien nodig bouwplannen en activiteiten ter toetsing worden voorgelegd aan de Luchtverkeersbeveiliging LVNL. Het ontwerp zal indien nodig worden getoetst door de Luchtverkeersbeveiliging (LVNL) op radar verstoring en bouwhoogte beperking ten gevolge van het luchtverkeer.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid Aan de ‘Omgevingsvisie NH2050’ (structuurvisie, vastgesteld op 19-11-2018) ligt het document ‘Verkenningen NH2050’ ten grondslag, waarin ter referentie acht hoofdthema’s van trends en ontwikkelingen, elk met kernwaarden, zijn geformuleerd: 1 Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving; 2 Bodem, water en luchtkwaliteit; 3 Biodiversiteit; 4 Economische transitie; 5 Energietransitie;
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
18
Projectgerelateerd
6 Mobiliteit; 7 Verstedelijking; 8 Landschap. Vervolgens is het document ‘Koers NH2050’ opgesteld, waarin een hoofdambitie, sturingsfilosofie en ambities zijn geformuleerd. Die ambities zijn uiteengezet in drie thema’s: 1 Leefomgeving
Klimaatverandering
Gezondheid en veiligheid
Biodiversiteit en natuur
2 Gebruik van de leefomgeving
Economische transitie
Wonen en Werken
Mobiliteit
Landschap
3 Energietransitie In de ‘Omgevingsvisie NH2050’ wordt de balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. Om het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau te houden, wordt er een basiskwaliteit van de leefomgeving gegarandeerd die samenhangt met economische ontwikkeling. In de visie zijn vijf samenhangende bewegingen opgesteld die richting geven aan het faciliteren van opgaven die op de provincie afkomen. Middels ontwikkelprincipes en randvoorwaarden wordt een beweging naar de toekomst mogelijk gemaakt. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1 Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. 2 Metropool in ontwikkeling – hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. 3 Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden.
4 Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5 Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Het plangebied TTOP5 van de voorgenomen ontwikkeling valt binnen twee van bovenstaande thema’s. Onder het thema ‘Metropool in ontwikkeling’ wordt het plangebied aangeduid als ‘Strategische reserves Schiphol’. De provincie is voorstander van de mogelijkheid van binnenstedelijke woningbouw binnen de contouren van Schiphol, daar waar er herstructurerings/transformatie-opgaven liggen. Daarnaast moeten 11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
19
Projectgerelateerd
nieuwe werklocaties binnen de Schipholcontouren mogelijk zijn. Daarbij kan het gaan om milieuhinderlijke bedrijvigheid dan wel om functies die passen bij de hubfunctie van Schiphol (kantoor- en vergaderlocaties en logistieke functies). Ook projecten rondom energietransitie en circulaire economie behoren tot de mogelijkheden. Met landschapsontwikkeling rondom de luchthaven wordt ruimtelijke kwaliteit aan het gebied toegevoegd. Onder het thema ‘Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving’ wordt het plangebied aangemerkt als ‘Fijnmazig ecologisch netwerk (indicatief)’. Verbetering van de verbinding tussen natuurgebieden is een manier om de biodiversiteit te vergroten. Enerzijds wordt er gewerkt aan een fijnere groenblauwe dooradering van zowel landelijk als bebouwd gebied – want ook stedelijk gebied heeft een belangrijke functie voor ecologische verbindingen. Anderzijds kan deze fijnmazige dooradering uitgroeien tot een robuuste verbinding van grotere ecosystemen in de gebieden waar veel natuurgebieden bij elkaar in de buurt liggen. Randvoorwaarde is dat de ontwikkelingen minimaal waterneutraal dienen te zijn: ze mogen in geen enkel geval een verslechtering betekenen voor het watersysteem.
Dat betekent: geen achteruitgang van de waterkwaliteit, geen afname van de hoeveelheid open water, geen afname van het waterbergend vermogen, geen toenemende bodemdaling of versnippering in peilvakken. Conclusie Omgevingsvisie NH2050 De voorgenomen ontwikkeling valt onder milieuhinderlijke bedrijvigheid, welke wordt toegestaan middels ‘Strategische reserves Schiphol’. Daarnaast voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de randvoorwaarden met betrekking tot het niet aantasten van het totale watersysteem zoals beschreven onder ‘Fijnmazig ecologisch netwerk (indicatief)’. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de Omgevingsvisie NH2050. Relatie Omgevingsvisie – Omgevingsverordening De ontwikkelprincipes uit de Omgevingsvisie geven richting aan ontwikkelingen in de leefomgeving in Noord-Holland. Uitgangspunt is dat de ontwikkelprincipes ruimte bieden voor initiatieven en flexibel zijn. “Samen” is hierbij het uitgangspunt, waardoor er ruimte is voor meer vertrouwen. Daarnaast Wordt er nagedacht over de vraag hoe de regels kunnen worden geformuleerd dat ze bijdragen aan het bereiken van de opgaven én ruimte bieden voor initiatieven. Als opgaven niet gehaald worden, wordt de inzet verstevigd of verandert de rol en de instrumenten. De inzet en rol van de provincie varieert, de ontwikkelprincipes blijven hetzelfde.
Zo kan de provincie zelf initiatieven starten als er een groot belang wordt behartigd. Of worden ontwikkelprincipes die vragen om beperkingen van andermans handelen vertaald in de Omgevingsverordening. Voor de Omgevingsverordening zijn alle huidige regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving geanalyseerd. Middels deze analyse zijn de regels in lijn gebracht met de ambities en ontwikkelprincipes en met de sturingsfilosofie van de ‘Omgevingsvisie NH2050’. Omgevingsverordening NH2020 In de Omgevingsverordening (provinciale verordening, geconsolideerd op 01-01-2023) zijn een aantal thema’s opgenomen die op de bijbehorende kaarten over het plangebied TTOP5 vallen. Hieronder zullen achtereenvolgens de regels betreffende deze thema’s worden geanalyseerd: ‘Agrarische bedrijven’, ‘Bodemsanering’, ‘Landelijk gebied’, ‘LIB5 zone Schiphol’, ‘Peilbesluit’ en ‘Permanente bollenteelt’.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
20
Projectgerelateerd
Agrarische bedrijven (figuur 13) Artikel 6.33 ‘Agrarische bedrijven’ luidt als volgt: “Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied agrarische bedrijven voorzien in agrarische bedrijven (...)”. De voorgenomen ontwikkeling betreft geen agrarisch bedrijf en is hiermee dus in strijd. Onder ‘Landelijk gebied’ wordt nader ingegaan op de strijdigheid van het planvoornemen met de instructieregels uit de omgevingsverordening.
Figuur 13: Agrarische bedrijven (OV NH2020).
Bodemsanering (figuur 14) De regels in de Omgevingsverordening gaan over het saneren van de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming voor het werkingsgebied Bodemsanering, dit betreft het hele grondgebied van Noord-Holland met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Zaanstad, Haarlem en Alkmaar, omdat zij zelfstandig bevoegd gezag Wet bodembescherming zijn, zoals bedoeld in artikel 88 van de Wet bodembescherming. De voorgenomen ontwikkeling betreft het reinigen van grond dat van elders binnen de inrichting Schiphol wordt getransporteerd, waar het reeds tijdelijk is opgeslagen in afwachting van reiniging. Daarmee is er geen sprake van bodemsanering middels de voorgenomen ontwikkeling. De regels vormen daarmee geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
21
Projectgerelateerd
Figuur 14: Bodemsanering (OV NH2020).
Landelijk gebied (figuur 15) Veel van de instructieregels aan gemeenten hebben betrekking op het landelijk gebied. Daarom is in het werkingsgebied ‘Landelijk gebied’ duidelijk gemaakt waar volgens de provincie de grens ligt tussen stedelijk en landelijk gebied, zodat duidelijk is waar deze regels gelden. Dit werkingsgebied ‘Landelijk gebied’ vormt de basis voor een aantal andere werkingsgebieden in het landelijk gebied, waaronder ‘agrarische bedrijven’ en is bepalend voor de vraag of een ontwikkeling hier planologisch passend is. Het planvoornemen is dat niet, omdat het een stedelijke ontwikkeling betreft en geen landelijke/agrarische ontwikkeling. Met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² dient de ontwikkeling in beginsel als een nieuwe stedelijke ontwikkeling gezien te worden en kan het niet aangemerkt worden als kleinschalige ontwikkeling (artikel 6.4). Het uitgangspunt is bovendien dat kleinschalige ontwikkelingen voor stedelijke functies niet mogelijk zijn binnen het werkingsgebied landelijk gebied. De gedachte hierachter is dat voor deze ontwikkelingen een plek is te vinden binnen bestaand stedelijk gebied, juist omwille van de kleinschaligheid. Anderzijds wil men zo versnippering tegengaan. In het landelijk gebied is het oogmerk het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt voor herontwikkeling is altijd de (ruimtelijke) kwaliteitsverbetering op het perceel.
De ruimtelijke kwaliteitseisen zijn bij de herontwikkeling van bouwpercelen in het landelijk gebied naar nieuwe voorzieningen dan ook van toepassing, zoals vastgelegd in Afdeling 6.5. Specifiek wordt in artikel 6.59 ‘Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied’ verwezen naar de ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’, waarbij rekening gehouden dient te worden met de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Ook dienen bij de inpassing zowel de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes als de ontstaansgeschiedenis van de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren te worden betrokken.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
22
Projectgerelateerd
Figuur 15: Landelijk gebied (OV NH2020).
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De ‘Leidraad Landschap en Cultuurhistorie’ 2018 is door GS vastgesteld op 10 april 2018. In de ‘Leidraad’ zijn de kernkwaliteiten beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden: 1 Landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen; 2 Openheid en ruimtebeleving: de beleving van de ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten; 3 Ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. In paragraaf 2.1 ‘Huidige situatie plangebied’ is bij de beschrijving van de huidige situatie al aandacht geschonken aan de beleefbaarheid van het plangebied en directe omgeving in relatie tot het ensemble van de Haarlemmermeerpolder. Met name ten noorden van de Tweeduizend El zijn ruimtebeleving, landschappelijke karakteristiek en ruimtelijke dragers goed herkenbaar en direct te relateren aan de ontstaansgeschiedenis en opbouw van de Haarlemmermeerpolder. In de gemeentelijke Omgevingsvisie (zie ook paragraaf 3.3 ‘Gemeentelijk beleid’) is mooi het onderscheid tussen historische ruimtelijke dragers (de vaarten, tochten, polderwegen en boombeplanting) en moderne ruimtelijke dragers (de snelwegen, spoorlijnen en luchthaveninfrastructuur) inzichtelijk gemaakt (zie Figuur 16).
Het gebied ten zuidwesten van Tweeduizend El is qua ruimtelijkbeleving en ruimtelijke dragers meer verwant aan de moderne structuur dan aan de historische. Ten aanzien van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn ambities en ontwikkelprincipes geformuleerd, waarbij de belangrijkste, algemene, ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen:
bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek;
bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid;
helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.
11 december 2023
GRONDREINIGINGSINSTALLATIE TTOP5
BI6955-MI-RP-231211-1205
23
Projectgerelateerd
Figuur 16: Historische en moderne structuur (bron: Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040, p. 85) met aanduiding planlocatie.
Ten aanzien van het planvoornemen en de directe omgeving van de planlocatie zijn de volgende ontwikkelprincipes leidend:
Houd bij de inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen rekening met de bestaande kenmerken van de polder: vaarten, tochten, linten en dwarswegen en het onderliggend verkavelingspatroon. Aanvullingen op deze structuur moeten kwaliteit toevoegen; Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij het versterken van het poldergrid, bij het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-) tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie. Zorg voor een ruime landschappelijke begrenzing van het terrein, die aansluit op het bestaande omringende landschap; vermijd hoge hekken in het landschap. Streef ernaar dat de opstelling kwaliteit toevoegt aan het bestaande landschap (zie in de Voorbeeldenbank de Kwaliteitsimpuls Zonneparken voor inspiratie).
Een hoog hekwerk wordt vermeden, door alleen een uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk hekwerk te plaatsen dat qua hoogte het landschappelijk aangezicht niet overstijgt. Tevens wordt het hekwerk vanuit de noord- en oostzijde afgeschermd door de clusters berken en de haagbeplanting, waardoor het gezien vanuit de woningen ten noorden en oosten van het plangebied, niet tot nauwelijks zichtbaar is in het landschap (zie Figuur 11, paragraaf 2.2). In de genoemde Kwaliteitsimpuls Zonneparken (Provincie Noord-Holland, juli 2019) wordt specifiek aandacht besteed aan de inpassing (ten opzichte) van de rand in het landschap (zie Figuur 17). Voor het plangebied is onderstaande doorsnede relevant, omdat die het meest recht doet aan het droogmakerijenlandschap van de Haarlemmermeerpolder.