Bijlage 2 - Ruimtelijke Onderbouwing
Tekst van het document
In de gemeentelijke beleidskaders is een zonneladder opgenomen, waarbij duidelijk wordt dat er voorrang verleend wordt aan zon in de bebouwde omgeving en dubbelgrondgebruik. Maar ook ziet de gemeente de noodzaak om in te zetten op grootschalige zonneparken in het buitengebied (>10
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
25
hectare). Een grootschalig zonnepark moet passen in de grotere landschappelijke structuur en functiecombinaties te zoeken. Bij het zonnepark aan de Hoofdweg is dit het geval, gezien de inpassing waar rekening is gehouden met het provinciaal beleid en bijzonder provinciaal landschap (zie Bijlage B: Landschappelijke inpassing en beheer) en recreatie voor omwonenden door middel van een wandelpad. Het wandelpad bij het zonnepark aan de Hoofdweg sluit meteen aan bij de wens van de gemeente Haarlemmermeer om zonneparken te combineren met recreatieve voorzieningen. Daarnaast onderschrijft de gemeente Haarlemmermeer in dit beleidskader het belang van een uniforme uitstraling van de panelen, een minimale afstand tussen de panelen van 3,5 meter en een maximale hoogte van 2 meter vanaf het maaiveld. Zonnepark Hoofdweg wordt conform ingepast en voldoet daarmee aan de eisen in het beleidskader Zonneakkers in Haarlemmermeer. Het zonnepark is in overeenstemming met de inhoud van het beleidskader zonneakkers Haarlemmermeer.
3.4.3 BELEIDSKADER LOKAAL EIGENAARSCHAP IN ZON - EN WINDPROJECTEN In het Beleidskader zonneakkers Haarlemmermeer is de beleidsregel opgenomen dat zonneakkers voor minimaal 50% in eigendom zijn van de lokale omgeving. De specifieke uitwerking hiervan is in het beleidskader lokaal eigenaarschap in zon- en windprojecten vastgelegd. Gemeente Haarlemmermeer vindt het belangrijk dat inwoners en ondernemers in Haarlemmermeer meeprofiteren van de grootschalige ontwikkelingen op gebied van wind- en zonprojecten. Het beleidskader geeft aan hoe een goed proces met de omgeving eruit kan zien. Gezamenlijk wordt invulling gegeven aan de beleidsregels, passend bij het project en de wensen en mogelijkheden van de omgeving. Zie voor meer informatie hierover ook Bijlage E: Participatierapport. Het zonnepark is in overeenstemming met de inhoud van het beleidskader lokaal eigenaarschap in zonen windprojecten.
3.4.4 BEELDKWALITEITSPLAN ZONNECARRÉ Het beeldkwaliteitsplan wordt ingezet als uitwerking van – en inspirerende aanvulling op – de beleidsregels uit het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer. Het beeldkwaliteitsplan biedt handvatten voor de invulling van de geldende kaders en is een startpunt om met de omgeving in gesprek te gaan. De gemeente wil dat de ruimtelijke kwaliteiten in het gebied versterkt worden en vindt het belangrijk is dat er een samenhangend geheel ontstaat binnen het “Zonnecarré”. Uitgangspunten hiervoor zijn onder andere een rustig en ruimtelijk beeld vanaf de grond én vanuit de lucht, het zichtbaar houden van de landschappelijke structuren, combineren van recreatieroutes, voldoende vrije ruimte voor inval van licht en water op de bodem, en inpassingsmaatregelen zoals ecologische oevers of kruidenrijke landen en het vergroten van de natuurwaarden. Daarnaast vraagt het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré om aanvullend onderzoek omtrent het thema geluid/geluidsoverlast, door het gebied rondom of in het verlengde van de start- en landingsbanen van het vliegveld Schiphol. Met betrekking tot de bodembedekking en type opstelling gelden er een aantal eisen. Zo moet er een berekening van de bedekkingsgraad voorgelegd worden, waarbij er wordt aangetoond dat er ten minste 25% van het bruto panelenoppervlak vrijgehouden wordt.
Dat wil zeggen dat er – van bovenaf gezien – 25% van het gebied waar ook echt de panelen komen, vrij wordt gehouden. De randzones en polderlintzones tellen niet mee omdat het gaat om de bodemkwaliteit van de hele kavel.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
26
Onderstaand de berekening van de bedekkingsgraad van het zonnepark aan de Hoofdweg. T ABEL 1: V ERHOUDING BEDEKT EN ONBEDEKT OPPERVLAKTE ZONNEPARK BINNEN HEKWERK (ZONDER DE RANDZONES EN POLDERLINTZONES ).
Element
aantal
panelen transformatoren inkoopstation containers onderhoudspaden + andere verharding totaal bedekt oppervlakte totaal onbedekt oppervlakte
27.376 6 1 1
Afmeting (m²) 3,1064 14,75 9 14,77 4.100
hoek 15 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
bedekt oppervlakte m² 82.142 88 9 15 4.100
hectare
% totaal
8,214 0,009 0,001 0,001 0,410
-
86.354
8,64
60,6%
5,60
39,4%
Bij Zonnepark Hoofdweg is dus meer dan 25% binnen het hekwerk (zonder de randzones en polderlintzones) onbedekt. Bij de uitwerking van de plannen voor het zonnepark aan de Hoofdweg zijn de uitgangspunten uit dit beleidskader leidend. Voor de inpassing van het zonnepark is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie Bijlage B: Landschappelijke inpassing en beheer). Het zonnepark is in overeenstemming met de inhoud van het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré.
3.4.5 VISIE POLDERLINTEN HAARLEMMERMEER EN BEELDKWALITEITSPLAN VOOR DE ERVEN De polderlinten zijn zeer kenmerkend voor Haarlemmermeer. Het zijn van oudsher de ontsluitingswegen in de gemeente. Zij vertellen het verhaal van de ontstaanswijze van het gebied en zijn ook bepalend voor de ruimtelijke structuur van de gemeente Haarlemmermeer. Maar voortgaande verstedelijkingsprocessen en een hoge verkeersdruk zetten de kwaliteit van de polderlinten steeds meer onder druk. Onder de polderlinten verstaan we de hele zone van weg, bermen, begeleidende beplantingen, waterlopen en erven. Rondom Schiphol is een zoekgebied aangewezen voor grootschalige zonne-energie: het zonnecarré. De regels voor de ruimtelijke inpassing van de zonneakkers zijn vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan Zonnecarré. Relevant voor de ontwikkeling van de polderlinten is het behoud van een vrije zone tot de weg van minimaal 125m. Kijkend vanuit het lint is het behoud van de lange zichtlijnen over de polder een belangrijke regel, de polderlinten vormen royale landschapszones. In de vrij te houden 125 meter zone langs de linten komen gronden beschikbaar die nu nog agrarisch gebruikt worden. Alternatieve functies voor deze gronden zijn het houden van schapen, paarden, telen van bloemen, planten, hooiland, kleinschalige recreatieve functies, fruitboomgaard.
Ook energieteelten zijn een passende bestemming voor de gronden in het lint. Het zonnepark is in overeenstemming met de inhoud van de visie polderlinten Haarlemmermeer.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
27
3.4.6 CONCLUSIE GEMEENTELIJK BELEID Het zonnepark Hoofdweg voldoet aan het gemeentelijk beleid. Tot en met 31 oktober 2021 konden initiatieven binnen het Zonnecarré zich aanmelden bij de gemeente Haarlemmermeer. TPSolar heeft in deze periode het initiatief bij de Hoofdweg aangemeld. Daarna vond bij de gemeente een loting en een globaal haalbaarheidsonderzoek plaats. Begin maart 2022 ontving TPSolar het bericht dat het zonnepark Hoofdweg geselecteerd is door kan met de volgende stap. Samen met omwonenden, de gemeente en andere belanghebbenden heeft TPSolar sindsdien het zonnepark vormgegeven.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
28
4.
OMGEVINGSASPECTEN 4.1
Natuur en Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. De soortenbescherming is sinds 1 januari 2017 geregeld in de nieuwe Wet Natuurbescherming. De gebiedsbescherming is geregeld in de Wet Natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waarbinnen onder meer de Natura2000-gebieden vallen.
4.1.1 GEBIEDSBESCHERMING Niet-stikstofgerelateerde effecten: Er liggen Natura2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Dichtstbijzijnde gebieden zijn: • Polder Westzaan en Kennemerland-Zuid. Beiden op meer dan 10 km afstand. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de omgevingseffecten uitsluitend beperkt blijven tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen. Er zijn geen directe effecten op voornoemd Natura2000-gebied te verwachten.
Stikstof-gerelateerde effecten: Gezien de aard en schaal van de ingreep is een AERIUS-calculatie nodig voor de aanleg- en exploitatieperiode van het zonnepark (zie Bijlage D: AERIUS-calculatie). Het resultaat van de AERIUScalculator luidt als volgt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat de aanleg en de exploitatie van Zonnepark Hoofdweg geen stikstof gerelateerd effect zullen hebben op omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning Wet natuurbescherming, onderdeel stikstof, is derhalve niet aan de orde voor de desbetreffende werkzaamheden.
Natuur Netwerk Nederland (NNN) De planlocatie ligt niet binnen de begrenzing van een NNN-gebied, het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 1,1 kilometer. Nader onderzoek naar externe effecten is niet nodig. De ingrepen behorend tot het project leiden niet tot effecten op beschermde natuurgebieden, zoals aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van het Natuurnetwerk Nederland of externe effecten op Natura 2000-gebieden. Dit is geconcludeerd in de QuickScan flora en fauna die TPSolar heeft laten uitvoeren door ecologisch adviesbureau Otte Groenadvies (zie Bijlage C: QuickScan flora en fauna).
4.1.2 SOORTENBESCHERMING Om te beoordelen of het voorgenomen plan voldoet aan de Wet Natuurbescherming is een quickscan op basis van een veldbezoek uitgevoerd door Otte Groenadvies. De conclusies zijn als volgt (Bijlage C: QuickScan flora en fauna): • In en rondom de planlocatie zijn geen beschermde soorten flora of beschermde soorten bomen aangetroffen; • De omgeving van het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels. Het plangebied biedt mogelijkheden voor nestlocaties; • Om schade aan broedsels te voorkomen, wordt geadviseerd om buiten het broedseizoen te werken. De piek van het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en latere broedgevallen komen voor. Het is mogelijk om tijdens het broedseizoen te werken
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
29
•
wanneer maatregelen zijn genomen om broedgevallen niet te verstoren of wanneer een inspectie uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn; De planlocatie is ten tijde van het onderzoek niet geschikt als potentiële voortplantingenverblijfplaats voor de Europees beschermde soort rugstreeppad. Wel moeten er maatregelen worden genomen om tijdens het werk vestiging van deze soort te voorkomen.
4.1.3 KLEINE MARTERACHTIGEN Uit onderzoek rondom de start- en landingsbanen van Schiphol is gebleken dat kleine marterachtigen (zoals de wezel) in de omgeving van de planlocatie voorkomen. Omdat dit een soortgelijke biotoop is als de planlocatie, is het aan de hand van één veldbezoek niet mogelijk dat de aanwezigheid van verblijfplaatsen volledig kan worden uitgesloten. Zo zijn de oevers van de planlocatie matig geschikt, maar worden mogelijk wel door wezels gebruikt. Er wordt wel verwacht dat met de nieuwe inrichting een interessanter leefgebied voor kleine marterachtigen ontstaat (zie ook toelichting in 2.2.3 Ecologische inpassing). Om dit definitief vast te stellen kan enerzijds worden gekozen voor aanvullend onderzoek. Anderzijds kan ervoor worden gekozen om een ontheffing aan te vragen. Dit is besproken met betrokken instanties, waaronder de gemeente Haarlemmermeer. De gemeente gaf aan dat in 2022 twee andere initiatiefnemers voor een zonneparkprojecten nader onderzoek hebben gedaan. In beide gevallen werden wezels aangetroffen. Eén initiatiefnemer kon volstaan met een ecologisch werkprotocol, de andere vraagt een ontheffing aan.
Om te zorgen voor minimaal verlies aan habitat, om compensatie vast te leggen en om niet te hoeven wachten op de juiste onderzoeksperiode, is ervoor gekozen om separaat van de omgevingsvergunning een ontheffing aan te vragen bij de Omgevingsdienst NoordHolland Noord en daarbij uit te gaan van een worst-case scenario. De veronderstelling hierbij is dat er sprake is van verbodsbepalingen, zelfs als dat dus niet zeker is, en dat er dus altijd een verplichting is tot het treffen van een relatieve overmaat aan mitigerende en/of compenserende maatregelen die tot een verbetering van de huidige situatie leiden voor de soorten.
4.2
Archeologie
Het plangebied heeft de archeologische waarde gekregen van ‘Archeologie 6’. Hierbij is onderzoek verplicht bij bodemingrepen groter dan 10.000 vierkante meter en dieper dan 40 centimeter. Voor Zonnepark Hoofdweg wordt minimaal 1.293 m² dieper dan 40 cm geroerd (zie tabel 2). T ABEL 2: O PPERVLAK VERSTOORDE AARDE DIEPER DAN 40 CM
Aanduiding Hekwerk Paneelconstructie Bekabeling Poort Inkoopstation Transformatoren Cameramast Totaal
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
m² verstoorde aarde dieper dan 40 cm 3 3 1.250 1 8 27 1 1.293
30
Er zijn geen verdere archeologische onderzoeken verplicht. De wettelijke meldingsplicht archeologische toevalsvondsten is altijd van toepassing. Als er tijdens werkzaamheden toch archeologisch relevante vondsten worden gedaan, dienen die volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet (‘melden toevalsvondsten’) gemeld te worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (info@cultureelerfgoed.nl of 033-4217456) en de gemeente.
4.3
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast archeologische waarde tegenwoordig ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een buitenplanse afwijking. Deze aanpassing hangt samen met de veranderende betekenis die aan het landschap wordt toegekend. Het plangebied bevindt zich in de Haarlemmermeerpolder. Snelwegen (A4/A44/A5/A9), spoorwegen en start- en landingsbanen vormen een relatief nieuwe laag in de polder, die steeds meer het beeld van de polder bepaalt (zie figuur 13). De belevingswaarde van de openheid en de grote maten van de droogmakerij is in het gebied rond de landingsbanen groot. Voor de open gebieden geldt dat ruimtelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld installaties voor opwekking van zonne-energie geen aantasting zijn als zij onder de ooghoogte blijven en grootschalig en eenduidig van karakter zijn. De bovenkant van de panelen zullen maximaal 2 meter boven de bestaande maaiveldhoogte uitkomen op het zonnepark, waardoor vanaf omliggende wegen over de zonnepanelen heen kan worden gekeken. Ook worden de zonnepanelen op dezelfde manier geplaatst als de andere (vergunde) zonnepark(en) in de omgeving, waardoor er een eenduidig en uniforme beeld ontstaat in de polder. Het zonnepark tast hierdoor niet de cultuurhistorische waarden in het gebied aan.
F IGUUR 13: H ET PLANGEBIED WEERGEGEVEN OP L EIDRAAD L ANDSCHAP EN C ULTUURHISTORIE VAN P ROVINCIE NOORD-H OLLAND ( PLANGEBIED IN ORANJE ).
4.4
Bodem
Uit het omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied blijken meerdere bodemonderzoeken zijn uitgevoerd op de planlocatie. Er zijn een aantal gevallen van bodemverontreiniging bekend in de nabije omgeving. Deze hebben voor een groot gedeelte betrekking op de meerdere rijkswegen in de omgeving. Echter zijn er op het voorliggende plangebied geen verontreinigen bekend.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
31
Het aspect bodemverontreiniging levert op deze locatie geen belemmering op voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Op basis van het Besluit Bodemkwaliteit en Regeling Bodemkwaliteit is er bij een zonnepark geen sprake van een gevoelige functie. Verder heeft een zonnepark ook geen bodembedreigende functie. Er zal met een gesloten grondbalans gewerkt worden. Dit betekent dat conform de nota bodembeheer Gemeente Haarlemmermeer de grond die wordt opgegraven weer wordt verwerkt op het plangebied. Zo worden de kabelgeulen weer dichtgemaakt met de dezelfde grond. Mogelijk overgebleven grond van het verflauwen van de oevers wordt uitgereden op het plangebied. Vanuit het aspect bodem(kwaliteit) zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Milieueffectrapportage
Met de uitspraak van de Raad van State van 14 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2770) is er een einde gekomen aan de onduidelijkheid over het wel of niet nodig zijn van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling voor een zonnepark. De Afdeling geeft aan dat een zonnepark niet onder de reikwijdte van het Besluit milieueffectrapportage valt. Een zonnepark voldoet volgens de Raad niet aan de criteria voor een landinrichtingsproject, een stedelijk ontwikkelingsproject of een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Er is geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.
4.6
Milieuzonering
Om hinder en gevaar te voorkomen, bepaalt de overheid minimale afstanden tussen woningen en bedrijfsactiviteiten. Hiervoor wordt meestal de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin per bedrijfscategorie richtafstanden voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. In 2019 heeft de VNG de richtlijn ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ gepubliceerd. Gemeenten zijn echter niet verplicht deze nieuwe richtlijn te volgen, de versie uit 2009 is nog steeds geldig en wordt het meest toegepast. De richtlijn nieuwe stijl is niet primair van toepassing op het buitengebied, maar gemeenten mogen naar eigen inzicht de richtlijn wel in het buitengebied toepassen als zij daar aanleiding toe zien. De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen milieuhinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies, met uitzondering van het aspect geluid. Er worden transformators en omvormers geplaatst, die bij belasting op warme/zonnige dagen een geringe mate van geluid produceren. Deze worden echter niet aan de randen van het plangebied gesitueerd. Er dient evenwel een toetsing aan de milieuzoneringsrichtlijnen plaats te vinden.
4.6.1 TOETSING AAN DE VNG-RICHTLIJN 2009 Het onderhavige zonnepark zal een gecombineerd vermogen van ongeveer 20 MVA hebben. In de VNGuitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt dit onder de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA’. Het betreft hier een milieucategorie 2 inrichting met een richtafstand van 50 meter vanwege geluid. In de Wet Geluidhinder worden geluidgevoelige bestemmingen aangewezen. Dit zijn woningen, maar bijvoorbeeld ook ziekenhuizen, scholen en verzorgingstehuizen. In de omgeving van de planlocatie
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
32
liggen de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen op een veel grotere afstand dan de geldende richtafstand. Hiermee wordt voldaan aan de richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’.
4.6.2 TOETSING AAN DE MILIEUZONERING NIEUWE STIJL (2019) In de nieuwe richtlijn wordt uitgegaan van het daadwerkelijk opgewekte geluidsniveau van een ‘bedrijventerrein of ander werkgebied’ op de terreingrens van het bedrijf, hetgeen dan resulteert in een minimale afstand van een woonwijk of een gemengd gebied. Ervan uitgaande dat een zonnepark tot een ‘bedrijf uit een ander werkgebied’ gerekend kan worden en dat het plangebied als ‘gemengd gebied’ kan worden aangemerkt zou deze richtlijn van toepassing kunnen zijn. In het onderhavige geval zal het in het zonnepark maximaal opgewekte geluid aan de terreingrens van de installatie geheel zijn opgegaan in het achtergrondgeluid, en niet meer meetbaar zijn. Het geluidsniveau blijft daarmee beneden de laagste maximumwaarde van 35 dB(A) uit de richtlijn, waarbij voor gemengd gebied een ‘vrije zone’ van 10 meter geldt. In de omgeving van de planlocatie liggen de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen op een veel grotere afstand, dus wordt eveneens voldaan aan de VNG-richtlijn ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ (2019).
4.7
Luchtkwaliteit
Er is geen sprake van emissies naar de lucht die wijziging van de luchtkwaliteit tot gevolg kunnen hebben in de gebruiksfase van het zonnepark. Bij de aanleg van het zonnepark is wel sprake van de inzet van gemotoriseerd verkeer en apparatuur. Hoewel hierbij zo min mogelijk voertuigen en machines met verbrandingsmotoren worden gebruikt kan dit een tijdelijke toename van luchtverontreinigende stoffen in de lucht tot gevolg hebben. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), omdat deze stoffen het dichtst bij de vigerende grenswaarden (bijlage 2 van de Wet milieubeheer) liggen. Wanneer voldaan wordt aan de grenswaarden voor deze stoffen, zal ook voldaan worden aan de grenswaarden voor andere luchtverontreinigende stoffen uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Wanneer een project ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de concentraties NO2 en PM10, vervalt toetsing aan de grenswaarden. Een project draagt NIBM bij wanneer de toename als gevolg van het project op toets locaties lager is dan 1,2 μg/m³ NO2 en PM10. Voor kleine projecten is een tool ontwikkeld om eenvoudig te kunnen toetsen of een project NIBM bijdraagt. Deze tool, de NIBM-tool van Infomil, rekent conform Standaardrekenmethode 1 uit de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007, met een aantal worstcase-aannames.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
33
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2025
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
77
Aandeel vrachtverkeer
10,0%
NO2 in μg/m3
0,12
PM10 in μg/m3
0,02
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
F IGUUR 14: U ITSNEDE NIBM-TOOL (VERSIE 2022)
Een berekening met de NIBM-tool (versie 2022), zie figuur 14, laat zien dat de realisatie van onderliggend project ‘Niet in betekenende mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Bij de berekeningen is uitgegaan van hetzelfde aantal voertuigbewegingen als voor de berekening van stikstofdepositie. Het gaat hierbij om een worstcase-inschatting: in totaal 1076 voertuigbewegingen, waarvan in het worstcasescenario 10% zwaar vervoer (vrachtwagens). De periode van uitvoer betreft 3 maanden, waarmee het weekdaggemiddelde afgerond naar boven uitkomt op 77. De bijdragen liggen met respectievelijk 0,12 en 0,02 μg/m3 ruim onder de norm van 1,2. Indien de uitvoering start in bijv. 2026 in plaats van 2025, blijven de resultaten onveranderd.
4.8
Water
Van groot belang voor de ruimtelijke-ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder en gemeente. De watertoets is in maart 2022 uitgevoerd. Daaruit komt naar voren dat een normale procedure doorlopen moet worden. Er is contact opgenomen met het waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland via mailwisselingen. In augustus en december 2022 is via teams overleg geweest tussen het waterschap en TPSolar. Daarna is nog meermaals telefonisch en per e-mail contact geweest. Het waterschap heeft aangegeven dat voor het zonnepark zelf geen watervergunning en opbarstberekeningen nodig zijn. De werkzaamheden hebben namelijk geen invloed op het water/bodem in het gebied, omdat er onder andere niet dieper dan 1,5 meter wordt gegraven. Voor de aanleg van een natuurvriendelijke oever moet wel een watervergunning worden aangevraagd inclusief opbarstberekeningen (vergezeld van gegevens m.b.t. bodemopbouw, sondering(en)). Separaat van de omgevingsvergunning is daarom bij het waterschap een vergunning hiervoor aangevraagd. In september 2023 is deze vergund. De watergang centraal in het plangebied zal worden verflauwd. Naast een waterbergende functie zorgt dit tevens voor een stimulans van de (aquatische) biodiversiteit. Huidige en toekomstige situatie van de planlocatie
Klimaat Gemeente Haarlemmermeer stelt net als Hoogheemraadschap Rijnland eisen aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van waterhuishouding. Zo is hydrologisch neutraal ontwikkelen belangrijk,
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
34
om wateroverlast te voorkomen. Binnen dit plan wordt de hoeveelheid verharding geminimaliseerd waardoor het perceel zijn bestaande infiltratiecapaciteit behouden (zie tabel 3 en 4). T ABEL 3: O VERZICHT HOEVEELHEID VERHARDING IN DE HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIGE VAN Z ONNEPARK HOOFDWEG
Huidig m²
Toekomstig m²
0
0
Terrein verharding
210
313
Onverhard terrein
224.296
224.193
Totaal
224.506
224.506
Daken
T ABEL 4: VERDELING OPPERVLAKTE VERHARDING BIJBEHORENDE BOUWWERKEN ZONNEPARK HOOFDWEG
Oppervlakte per element m²
Totale oppervlakte m²
6x transformatoren
15
90
Inkoopstation
10
10
H-profielen onderconstructie (+-3.700) Totaal
0,000724 -
3 103
Verdeling verhard oppervlakte Naast verharding zullen er ook halfverharde onderhoudspaden aangelegd worden. Het gaat om een oppervlakte van ongeveer 4.100 m². Dit pad wordt in verlenging van de reeds verharde weg vanaf Hoofdweg aangelegd. Dit huidige pad loopt na 400 meter over in een onverhard agrarisch pad. Dit pad wordt versterkt en verlengd met behulp van een geo-textile foil waarop een laag gecertificeerd bouwpuin granulaat c.q. gecertificeerd niet-teerhoudend asfalt granulaat wordt gelegd. Waarbij het geotextiel zowel voor stevigheid alsmede een scheidingslaag tussen twee milieuhygiënische verschillende lagen verzorgt. Waarop twee lagen met verschillende diameters materiaal wordt gelegd om de juiste stabiliteit aan de paden te vergeven. De paden zullen ten alle tijden waterdoorlatend blijven.
4.9
Verkeer en parkeren
Het zonnepark heeft in de gebruiksfase geen verkeersaantrekkende werking. Het zonnepark is een beveiligde energiecentrale. Dat betekent dat er geen vrije toegang is voor het publiek en dat toegang voor onderhoud en eventuele rondleidingen strikt geregeld zal zijn. Voor de aan- en afvoer van materialen en personeel, zijn rijcurves (gedimensioneerd naar vrachtwagens), in- en uitritten en parkeergelegenheid op locatie aanwezig. Zie Bijlage F: Technische tekening. Enkel gedurende de realisatiefase is er sprake van het aanleveren van materieel. De bouwperiode bedraagt maximaal 6 maanden waarbij tijdens de piek van ongeveer 3 maanden dagelijks enkele vrachtwagens en busjes naar het bouwterrein zullen gaan. In overleg met de gemeente wordt gekeken
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
35
wat de meest gunstige aanrijroute is naar het park om te zorgen dat overlast van het bouwverkeer zo veel mogelijk wordt vermeden. Voor de aansluiting van het zonnepark op het openbare elektriciteitsnetwerk zal de netbeheerder een aparte stroomkabel moeten trekken naar het perceel. Hiervoor zal klein graafmaterieel worden ingezet en deze werkzaamheden zullen lokaal mogelijk enkele dagen beperkte verkeershinder opleveren. Gedurende de bouw en wanneer het zonnepark in bedrijf is kan er op de planlocatie zelf geparkeerd worden.
4.10 Elektromagnetische velden Uitsluitend bij de omvormers en de transformatoren zullen enige elektromagnetische velden vrijkomen. De rest van de installatie is gelijkstroom en daarbij komen er geen elektromagnetische velden vrij. Voor elektromagnetische velden bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een grens van 0,4 microTesla (μT). De GGD-en adviseren om ook bij andere bronnen van ELF-EM-velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonnepark door de afstand van een zonnepark tot woningen en gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 μT te laten komen (wat voor transformatorstations en omvormers overeenkomt met een afstand van minimaal 7 meter). De opgewekte velden in het zonnepark blijven hier zeer ver onder. Bovendien staan de omvormers en transformatoren midden in de installatie op minimaal 300 meter van de dichtstbijzijnde woning (zie figuur 15).
F IGUUR 15: AFSTAND TRANSFORMATORSTATION TOT DICHTSTBIJZIJNDE WONING .
In verband met de verschillende buisleidingen, moet bij Zonnepark Hoofdweg wel nader rekening worden gehouden het feit dat er enige elektromagnetische velden vrijkomen van de omvormers en de transformatoren. Hierbij is het belangrijk dat de kathodische bescherming van de gasleiding behouden en dus ongewijzigd blijft. De afstand vanaf de omvormer en transformatorstation tot aan de belemmeringsstrook is ruim, namelijk 44 meter (zie Figuur 16: Afstand omvormer en transformatorstation tot aan belemmeringsstrook gasleiding.).
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
36
F IGUUR 16: AFSTAND OMVORMER EN TRANSFORMATORSTATION TOT AAN BELEMMERINGSSTROOK GASLEIDING .
Om enig risico uit te sluiten zal een gecertificeerd bureau bij de bouwvoorbereiding definitieve berekeningen uitvoeren. Deze berekeningen zullen worden gedeeld met GasUnie. Het aspect elektromagnetische velden levert geen belemmering op voor het zonnepark.
4.11 Geluid De Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) vormt een belangrijk juridisch kader voor het Nederlandse geluidbeleid. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Voor de geluidgevoelige objecten moeten bepaalde grenswaarden in acht worden gehouden. Er zijn enkele woningen in de buurt van het zonnepark. Bij het zonnepark is nauwelijks sprake van geluidsproductie. Er is bijna alleen laagspanning op de gehele installatie (<1.000V), waardoor de geluiden zoals bekend van hoogspanningsinstallaties (brommen/zoemen) alleen voorkomen bij de trafostations, die midden op het park staan. Dit geluid is op een paar meter afstand al niet meer hoorbaar. De gebruikte omvormers, transformators en regelapparatuur worden weliswaar soms actief gekoeld, maar deze zijn ook in vol bedrijf buiten de grenzen van de installatie niet hoorbaar (zie ook paragraaf 4.6 Milieuzonering). Er is door Peutz akoestisch onderzoek uitgevoerd m.b.t. de planlocatie en mogelijke reflectie van geluid van Schiphol. Het zonnepark zal een verwaarloosbare impact hebben op de geluidsbelasting van de omliggende woningen. Dit onderzoek is toegevoegd als Bijlage I: Akoestisch onderzoek.
Het aspect geluid levert dus geen belemmering op voor het zonnepark.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
37
4.12 Externe veiligheid 4.12.1 BUISLEIDINGEN Op basis van de algemene risicokaart van Nederland kan worden vastgesteld dat door het projectgebied een buisleiding loopt met gevaarlijke stoffen. Bij het plan moet ook rekening worden gehouden met de aanwezigheid van andere ondergrondse leidingen. Een KLIC-oriëntatieverzoek leverde op dat er rekening gehouden dient te worden met leidingen van ASP Beheer B.V., B.V. Nederlandse Pijpleidingmaatschappij, N.V. Nederlandse Gasunie West, Liander N.V., Tennet Tso (i.v.m. leidingtrace Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 KV verbinding), PWN (Waternet) en Alliander Telecom N.V. Het gaat om water-, gas- en kerosineleidingen. TPSolar moet kunnen aantonen dat er geen ontoelaatbare beïnvloeding is van het zonnepark op de ondergrondse leidingen. Met alle bedrijven is contact opgenomen en zijn er diverse overleggen geweest ten aanzien van de afstand tot het zonnepark en de bestaande, maar ook de toekomstige, buisleidingen op of langs het plangebied. Soms hebben leidingbeheerders aanvullende eisen m.b.t. onderlinge afstanden. Zo hanteert de GasUnie (net als vele andere leidingbeheerders) een zogeheten “belemmeringenstrook”, waar geen gebouwen, funderingen, hekwerken etc. voor de civiele inrichting van het zonnepark zijn toegestaan. Hier is met het ontwerp dan ook rekening mee gehouden.
Zonnepark Hoofdweg houdt afstand van de leidingen, zodat de leidingen bereikbaar blijven. De contouren van het zonnepark (het hekwerk) blijft geheel weg bij de verschillende leiding tracés. Nadere afstemming met de leidingbeheerders zal ook plaatsvinden voor de bouw van het zonnepark.
F IGUUR 17: KAART VAN PLANGEBIED MET LOCATIES LEIDINGEN EN BELEMMERINGSSTROKEN EN KAART ONTWERP ZONNEPARK IN RELATIE TOT DEZE LEIDINGEN . B RON : KLIC- MELDING K ADASTER & L ABEL TIEN.
Bij Zonnepark Hoofdweg moet ook rekening worden gehouden met een afstand tot de gasleiding ten behoeve van de kathodische bescherming. Wanneer het zonnepark namelijk te dicht op gasleidingen wordt gerealiseerd, kan door elektromagnetische straling de kathodische bescherming van buisleidingen worden aangetast. Bij zonnepark Hoofdweg wordt afstand gehouden tot de buisleiding van GasUnie. Een gecertificeerd bureau zal bij de bouwvoorbereiding definitieve berekeningen uitvoeren om dit risico volledig uit te kunnen sluiten. Deze berekeningen zullen worden gedeeld met GasUnie.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
38
Volgens de CE-Bodembelastingkaart (d.d. 11-2-2021) is de locatie onverdacht aangemerkt. De Planlocatie ligt derhalve niet binnen een gebied verdacht op ontplofbare oorlogresten en behoeft daardoor niet verder onderzocht te worden.
4.12.2 VLIEGVEILIGHEID In het kader van de luchtvaartveiligheid en de aanwezigheid van Schiphol op korte afstand van het zonnepark is door NLR onderzoek gedaan dat onderdeel uitmaakt van het plan. Dit onderzoek is als Bijlage G: Luchtvaartstudie NLR bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Het zonnepark kan een effect hebben op de veiligheid van de vliegoperaties op Schiphol. Mogelijke effecten zijn: • • • •
Hindernisbeperkingen; Reflecties en verblinding; Crash- en post-crasheffecten; Turbulentieschade.
Op basis van de analyse uit Bijlage G: Luchtvaartstudie NLR, worden de volgende conclusies getrokken ten aanzien van de veiligheidsconsequenties voor de vliegoperaties op Schiphol ten gevolge van Zonnepark Hoofdweg: •
•
•
Het zonnepark interfereert niet met de hoogtebeperkingen die rond Schiphol van kracht zijn en is daarmee volledig in overeenstemming met de eisen die voortkomen vanuit het Luchthavenindelingbesluit Schiphol; Het zonnepark ligt deels binnen de risico-contouren van de Zwanenburgbaan. Bij een crash van een vliegtuig in het zonnepark zal de hulpverlening bemoeilijkt kunnen worden. Om deze reden zullen in de zonnevelden paden vrijgehouden moeten worden zodat een crash locatie snel toegankelijk is voor hulpverleners. Ook dienen maatregelen genomen te worden die het elektrocutie- en brandgevaar zoveel mogelijk beperken. Hierbij kan gedacht worden aan extra isolering en de mogelijkheid van een noodstop, waarmee het veld bij een crash zo snel mogelijk spanningsvrij gemaakt kan worden; Het zonnepark kan worden blootgesteld aan significante aerodynamische krachten, die veroorzaakt worden door vliegtuigen die laag over het zonnepark vliegen, richting de Zwanenburgbaan. Het wordt aanbevolen om bij het ontwerp van het zonnepark rekening te houden met een maximale aerodynamische druk van 1.200N/m2 om schade aan het zonnepark te voorkomen.
De paden tussen de zonnepanelen zijn dermate breed, minimaal 3,5 meter, dat hulpdiensten via deze paden bij eventuele ongevallen kunnen komen. Daarnaast zijn er een aantal noord-zuid verbindingen vrijgehouden in het ontwerp mede voor gebruik door hulpdiensten. Het projectplan kan op afstand afgeschakeld worden waardoor het project spanningsloos gemaakt wordt. De onderconstructie zal berekend worden op de genoemde aerodynamische druk van 1.200 N/m².
4.12.3 BRANDVEILIGHEID De kabels zijn inherent beveiligd, enkel de omvormer is een potentiële bron van gevaar indien er brand uitbreekt. Hiervoor wordt een noodschakelaar geplaatst waarmee de spanning van het zonnepark verbroken kan worden. De omvormer kan hierdoor zonder gevaar voor elektrocutie benaderd worden.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
39
Het aspect externe veiligheid levert geen belemmeringen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
4.13 Lichtreflectie Er is met de huidige generaties zonnepanelen niet echt sprake meer van reflectie. Zonnepanelen nemen zoveel mogelijk (meer dan 95%) van het invallende zonlicht op, om dit te kunnen omzetten in energie. Weerkaatst zonlicht zou ten koste gaan van de productie en wordt dus op alle mogelijke manieren voorkomen. Hiervoor zorgt allereerst een antireflectie coating op het bovenglas dat door een chemisch proces met het glas wordt ‘versmolten’ en daardoor even lang meegaat als het glas zelf. Daarnaast is er een bewerking aan de binnenzijde van het bovenglas, dat een beetje hetzelfde effect oplevert als een doorkijkspiegel: het licht kan er in één richting vrij doorheen, maar als het wordt teruggekaatst (door de fotocellen) kan het er niet meer uit. Een modern zonnepaneel reflecteert dan ook nog minder dan een mat tv- of laptopscherm en verstrooit bovendien het kleine beetje weerkaatste licht, waardoor er geen schittering optreedt. Verder is er ook bij neerslag of condensatie er geen schittering. De panelen worden al snel enigszins warm in de zon waardoor ochtenddauw geen kans krijgt, neervallend regenwater zal direct van de panelen afdruipen (zelfs bij motregen) en het eventuele restant zal bij een beetje zonneschijn al snel verdampen (bij bewolkt weer is er natuurlijk sowieso geen schittering.
In de praktijk Dat een zonnepark geen spiegeling oplevert is ook in de praktijk bewezen. Voor de bouw van Zonnepark Hoogveld Uden, naast luchtmachtbasis Volkel, zijn op verzoek van Defensie reflectietesten uitgevoerd. Hierbij is op zonnige dagen een groot aantal testvluchten uitgevoerd boven een proefopstelling van zonnepanelen, waarbij onder verschillende hoeken over droge en bevochtigde panelen werd gevlogen. De uitkomst van deze testen was dat er geen waarneembare reflectie werd geconstateerd voor de militaire laagvliegroute, waarna Defensie goedkeuring verleende aan de bouw van het zonnepark. Het enige zichtbare effect op zeer zonnige dagen is dat de van dichtbij donkerblauw of zwart gekleurde panelen door het kleine beetje strooilicht van een afstand van kleur veranderen en lichtgrijs lijken.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
40
5.
UITVOERBAARHEID 5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De energietransitie is een van de belangrijkste ontwikkelingen van deze tijd. Het heeft naast technische en ruimtelijke ook economische en maatschappelijke gevolgen. Iedereen zal betrokken moeten worden bij de overgang van fossiele naar duurzame bronnen van energie. Alle partijen die actief zijn in de energietransitie hebben dan ook een verantwoordelijkheid om belanghebbenden te betrekken. In het voortraject van het onderhavige plan zijn dan ook op diverse manieren diverse partijen betrokken om tot het planontwerp te komen.
5.2
Participatie in de planvorming
De activiteiten die zijn uitgevoerd in het kader van participatie zijn opgenomen in het participatierapport (zie Bijlage E: Participatierapport). Hierin zijn niet alleen de reeds doorlopen activiteiten opgenomen, maar ook de activiteiten die de komende tijd nog zullen plaatsvinden. Daarnaast zijn de afgesproken vormen van financiële participatie opgenomen in dit rapport.
5.3
Zienswijzen
De ontwerp omgevingsvergunning wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. De aanvraag en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing zijn onderdeel van de (ontwerp) omgevingsvergunning. Gedurende de termijn van de ter inzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. Op basis van de zienswijzen neemt het college van B&W een definitief besluit over het al dan niet afgeven van de omgevingsvergunning. Mocht de omgevingsvergunning vervolgens worden verleend, dan kunnen indieners van een zienswijze ook nog beroep (bij de rechter) en hoger beroep (bij de Raad van State) instellen. Op deze wijze krijgt de omgeving ruimschoots de mogelijkheid hun belangen te laten meewegen.
5.4
Economische uitvoerbaarheid
De initiatiefnemer heeft de te verwachten kosten en inkomsten verwerkt in een businesscase en deze is positief. Voor de realisatie van een zonnepark is in Nederland ondersteuning met SDE-subsidie noodzakelijk. Deze subsidie kan worden aangevraagd nadat de omgevingsvergunning is verleend. Hiervoor moet een eigen project B.V. gelieerd aan de initiatiefnemers worden opgericht. De financiering is vooraf al geregeld, dus als de SDE-subsidie wordt toegekend, is het ook zeker dat het zonnepark gerealiseerd gaat worden. De initiatiefnemer werkt samen met nationale en internationale investeerders voor het benodigde eigen vermogen. De rest van het benodigde geld wordt bij voorkeur geleend bij een ‘groene’ bank (zoals Triodos Bank). Dankzij het feit dat de initiatiefnemers al meerdere parken hebben gefinancierd en gebouwd, is het krijgen van een lening voor volgende projecten zoals Zonnepark Hoofdweg, vrij eenvoudig. De financiering wordt in 15 jaar afgelost. De inkomsten om dat te kunnen doen, bestaan uit de verkoop van elektriciteit aan een energiemaatschappij (tegen vaste afspraken voor 15 jaar), en de SDE-subsidie (eveneens een vast tarief voor 15 jaar).
Doordat de hoeveelheid zon in Nederland al tientallen jaren wordt gemeten, en de gebruikte installatie een constante kwaliteit en opbrengstgaranties heeft, is vooraf nauwkeurig in te schatten hoeveel energie er per jaar gemiddeld wordt opgewekt. Op die manier is er geen twijfel dat de financiering kan worden afgelost. De financiële haalbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
41
5.5
Crisis- en herstelwet
Sinds 25 april 2013 heeft de Crisis- en herstelwet (Chw) een permanent karakter gekregen. Voor deze omgevingsvergunning is deze wet relevant. In Bijlage I Chw is een aantal categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten opgenomen. Eén daarvan is "Duurzame energie". Als een project onder één van de (sub)categorieën (en de bijbehorende voorwaarden) valt, dan is voor alle besluiten en dus ook besluiten op grond van de Wabo de stroomlijning van procedures voor projecten van afdeling 2, hoofdstuk 1 Chw van toepassing (zoals bijvoorbeeld toepassing van het relativiteitsbeginsel bij beoordelen beroepsgronden).
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
42
6.
CONCLUSIE
De voorgaande afwegingen hebben duidelijk gemaakt dat het bouwen en 25 jaar lang exploiteren van een zonnepark op de voorgestelde projectlocatie: • • • • •
past binnen nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid; past binnen de ruimtelijke structuur; vanuit omgevingsaspecten geen beperkingen of belemmeringen oplevert; economisch en maatschappelijk realiseerbaar is; een bijdrage levert aan gemeentelijke en nationale energiedoelstellingen.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
43
7.
BIJLAGEN Bijlage A: Landschappelijk ontwerp Bijlage B: Landschappelijke inpassing en beheer Bijlage C: QuickScan flora en fauna Bijlage D: AERIUS-calculatie Bijlage E: Participatierapport Bijlage F: Technische tekening Bijlage F1: Bouwtekeningen Bijlage F2: Huidige situatietekening Bijlage G: Luchtvaartstudie NLR Bijlage H: Ecologische inpassing Bijlage I: Akoestisch onderzoek
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Hoofdweg
44