CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 27 februari 2025, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een camping inclusief camperplaatsen, kampeerplaatsen, trekkershutten en een beheerderswoning aan de Vijfhuizerdijk 212 te Vijfhuizen (11632972) - VERWORPEN22.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

CAMPING DE GROENE VESTE Ruimtelijke onderbouwing 28 december 2023

DISCLAIMER © Rho Adviseurs B. V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk , fotokopie , microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V. , behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag

zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B. V. . Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden , voorafgaand aan

publicatie of bij uitlevering aan derden , persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V. , namen , emailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s) , zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project , niet geanonimiseerd.

2/91

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1. 1

Aanleiding

6

1. 2

Ligging projectgebied

6

1. 3

Vigerend bestemmingsplan

6

1. 4

Afwijken bestemmingsplan

8

1. 5

Leeswijzer en conclusie

8

Planbeschrijving

9

2. 1

Huidige situatie projectgebied

9

2. 2

Beoogde ontwikkeling

10

Beleidskader

20

3. 1

Inleiding

20

3. 2

Rijksbeleid

20

3. 3

Provinciaal beleid

22

3. 4

Regionaal beleid

28

3. 5

Gemeentelijk beleid

30

Toetsing aan omgevingsaspecten

32

4. 1

Milieueffectrapportage

32

4. 2

Bodem

33

4. 3

Archeologie en cultuurhistorie

34

4. 4

Water

34

4. 5

Bedrijven en milieuhinder

38

4. 6

Schiphol

39

4. 7

Ecologie

41

4. 8

Luchtkwaliteit

45

4. 9

Externe veiligheid

47

4. 10

Geluidhinder

49

4. 11

Verkeer en parkeren

51

4. 12

Kabels en leidingen

57

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

58

5. 1

Economische uitvoerbaarheid

58

5. 2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

58

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

3/91

Bijlagen

59

Bijlage 1

AERIUS-berekening gebruiksfase

61

Bijlage 2

Notitie externe veiligheid

63

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

65

Bijlage 4

QuickScan flora & fauna

67

Bijlage 5

Vormvrije m. e. r. -beoordeling

69

Bijlage 6

Ontsluitingsstructuur

71

Bijlage 7

Inrichtingsplan

73

Bijlage 8

Winterbeeld

75

Bijlage 9

Maatvoering

77

Bijlage 10

Nader onderzoek marterachtigen en rugstreeppad

79

Bijlage 11

Beschrijving participatietraject

81

Bijlage 12

Activiteitenplan Wezel

83

Bijlage 13

Advies breedte toegangswegen Camping de Groene Veste

85

Bijlage 14

Advies brandweer

87

Bijlage 15

Watertoets

89

Bijlage 16

Besluit ontheffing Wnb

91

4/91

Ruimtelijke onderbouwing

5/91

Hoofdstuk 1 1. 1

Inleiding

Aanleiding

Het initiatief ligt voor om aan de rand van Vijfhuizen , vlakbij de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder , een camping met een groen karakter op te richten. Camping De Groene Veste wordt een plek om te recreëren , te spelen en te

ontdekken in het groen. Het huidige perceel wordt omringd door akkers , een recreatiepark , volkstuinen en aan de zuidkant de Schipholweg. Deze omgeving sluit goed aan bij de beoogde sfeer van camping De Groene Veste. De inrichting van Camping De Groene Veste sluit aan op de huidige infrastructuur die reeds op het perceel aanwezig is. In het centrum hiervan zal het hart van de camping gerealiseerd worden , rondom de centrale voorzieningen. Contact en activiteiten staan centraal op De Groene Veste. Het groene karakter van de camping komt tot uiting middels diverse groenstructuren met onder andere fruitbomen , kruidenweiden en een moestuin. De inrichting en het gebruik van Camping De Groene Veste is echter strijdig met het huidige bestemmingsplan. Om de camping te realiseren is een afwijking van het bestemmingsplan nodig. Dit is mogelijk op grond van artikel 2.1 , lid 1

de Wabo. De beoogde ontwikkeling mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Dit moet worden aangetoond door middel van een ruimtelijke onderbouwing. Deze onderbouwing voorziet hierin. van

1. 2

Ligging projectgebied

Het projectgebied ligt tussen het park De Groene Liede , dat aansluit op de Vijfhuizerdijk , en de Provincialeweg N205. Aan de westzijde grenst de kavel aan Recreatiepark De Zonnehoek. In noord-oostelijke richting liggen agrarische terreinen.

Figuur 1. 1: Ligging van het projectgebied (bron: Kadaster luchtfoto 2019)

1. 3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse gelden de bestemmingplannen 'Buitengebied Noord'(vastgesteld op 04 juli 2013) en 'De Liede' (vastgesteld op 04

6/91

juli 2013).

Figuur 1. 2: Uitsnede vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het projectgebied Ter plaatse van de beoogde camping geldt de enkelbestemming 'Groen'. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn o. a.

bestemd voor: a.

groenvoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt:

b. c.

wandel- en fietspaden; speelvoorzieningen;

d.

bergbezinkbassin;

e.

nutsvoorzieningen;

f.

waterhuishoudkundige voorzieningen;

g.

kunstobjecten.

Daarnaast geldt voor het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie Stelling van Amsterdam'. Deze staat in diensten van het behoud en herstel van de ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden. Dit heeft

betrekking op de bebouwing en structureren van de Stelling van Amsterdam en het behouden van de openheid van het landschap. Tevens geldt een gebiedsaanduiding 'luchtvaarverkeerzone - lib' , welke betrekking heeft op het beschermen van de belangen van de luchthaven Schiphol. Ter plaatse van de nieuwe ontsluiting op de Spaarnwouderweg 'Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor:

geldt de enkelbestemming 'Agrarisch'. De voor

a.

agrarische bedrijfsactiviteiten met een , in hoofdzaak , grondgebonden bedrijfsvoering , met uitzondering van glastuinbouw , intensieve veehouderij en stoeterij;

b.

weidegronden; recreatief medegebruik; ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’ tevens voor parkeren; ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’ tevens voor bestaande bedrijfs- en opslagactiviteiten;

c.

d. e.

met daarbij behorend(e):

f.

7/91

verhardingen;

g.

paden;

h.

groen;

i.

ecologische waarden; uitingen van beeldende kunst; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

j.

k.

1. 4

Afwijken bestemmingsplan

In 1990 was het mogelijk om op dit terrein 209 volkstuinen te ontwikkelen met op elke kavel een huisje van 38 m.2 Door de bestemmingsplanherziening uit 2013 zijn de ontwikkelingsmogelijkheden veranderd en is de bestemming

gewijzigd naar 'Groen'. Een camping voldoet niet aan de bestemmingsomschrijving van de vigerende bestemming 'Groen'. Daarnaast is de beoogde ontsluiting op de Spaarnwouderweg strijdig met de bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Agrarisch'. Om de camping mogelijk te maken is een afwijking van het bestemmingsplan vereist. Deze afwijking kan mogelijk

worden gemaakt op grond van artikel 2.1 , lid 1 van de Wabo. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet in de planologische onderbouwing voor het afwijken van de bestemming 'Groen' ten behoeve van een camping.

1. 5

Leeswijzer en conclusie

Deze ruimtelijke motivering bestaat uit de volgende onderdelen:

Hoofdstuk 1

Aanleiding , ligging projectgebied en geldend bestemmingsplan

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Beschrijving van het plan Toetsing aan relevante beleidskaders op Rijks , provinciaal en gemeentelijk niveau

Hoofdstuk 4

Toetsing aan omgevingsaspecten

Hoofdstuk 5

Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid

8/91

Hoofdstuk 2 2. 1

Planbeschrijving

Huidige situatie projectgebied

Historische ontwikkeling Rond 1800 lag op de plek van het plangebied het Haarlemmermeer. Deze breidde zich steeds verder uit en vormde een gevaar voor meerdere dorpen , daarom werd besloten om het meer droog te leggen. Om dit te bewerkstelligen werden de ringdijk en de ringvaart aangelegd. Ter bescherming van Amsterdam is rond 1900 de stelling van Amsterdam aangelegd. Het fort aan de Liede , dat aan de overzijde van de vaart ligt , maakt hier deel van uit. In de huidige situatie ligt het plangebied in het schootsveld van het fort. Rond 1960 is de N205 aangelegd , waardoor het plangebied in het zuiden begrensd wordt door deze weg. De buurtschap heeft verder geen grote ontwikkelingen doorgemaakt. In de huidige situatie betreft het projectgebied een terrein in het gebied tussen de provinciale weg N205 en de Vijfhuizerdijk. Aan de oostzijde van dit gebied ligt bedrijventerrein De Liede. Aan de westzijde staan diverse bebouwingen , waaronder agrarische bebouwing en recreatieterreinen. Tussen dit cluster en het bedrijventerrein ligt een nagenoeg onbebouwd gebied. Dit gebied , dat met name een agrarisch gebruik kent , maakt deel uit van het voormalige schootsveld van de Stelling van Amsterdam. Het Fort aan de Liede ligt op ca. 700 meter ten noorden van het projectgebied. Wel hebben er zich bedrijven en een recreatiepark achter het dijklint van de Vijfhuizerdijk gevestigd.

Dit recreatiepark grenst aan het plangebied. Huidige situatie Het projectgebied ligt in een cluster van terreinen met een recreatiefunctie , en op de overgang naar het open gebied. Het terrein heeft een oppervlakte van 71, ha. Op het terrein is een 8-vormige wegstructuur aanwezig. Tevens zijn alle kabels en leidingen van de voorgaande vergunning nog op het terrein aanwezig.

Figuur 2. 1: Huidige situatie projectgebied (bron: Google Street View , 2019)

9/91

Het terrein grenst aan de noordwestzijde aan het recreatieterrein De Groene Liede. Dit is een recreatieterrein dat aansluit op het bebouwingslint van de Vijfhuizerdijk. De Vijfhuizerdijk is een weg op de dijk van de Ringvaart van de

Haarlemmermeer. De Vijfhuizerdijk is lang , met losstaande dijkbebouwing die relatief dicht op de weg staat. Ten westen van De Groene Liede ligt het lintdorp Nieuwebrug , met aaneengesloten lintbebouwing. Het projectgebied is via het recreatieterrein De Groene Liede aangesloten op de Vijfhuizerdijk. Aan de westzijde grenst het projectgebied tegen recreatiepark De Zonnehoek en de Groene Liede. Ook dit complex

heeft een belangrijke recreatiefunctie. Aan de oostelijke zijde wordt het gebied begrenst door een sloot , waarachter zich agrarische gronden bevinden. De locatie bevindt zich op een centrale locatie ten opzichte van zowel Haarlem als Vijfhuizen. Naar Haarlem is het een kwartier met de auto en naar Vijfhuizen 10 minuten. Het project ligt op een aantrekkelijke locatie voor recreanten , met voldoende bezienswaardigheden op korte afstand.

2. 2

Beoogde ontwikkeling

Initiatiefnemer De Groene Veste B. V. is voornemens en na positieve uitspraak GHO om in het projectgebied een camping te realiseren. De camping zal ruimte bieden aan tenten , campers , caravans en trekkershutten , en op die manier een grote diversiteit aan gasten aantrekken.

Figuur 2. 2: Beoogde ontwikkeling van camping De Groene Veste

10/91

Gasten komen de camping vanaf de Vijfhuizerdijk via de noordelijke entree , dus over het recreatieterrein De Groene Liede , binnen. Bij de entree ligt één van de geclusterde parkeerterreinen.

Als gasten de weg vervolgen komen bezoekers automatisch bij het centrale voorzieningencluster. Hier bevindt zich ook de receptie van het park. Het inrichtingsplan is hierboven te zien in figuur 2. 2 en is daarnaast als maatvaste tekening in bijlage 7 bij dit document opgenomen. Centrumgebied In het midden van het terrein wordt een doek gespannen met daaromheen (food)trucks of verplaatsbare containers. Hierdoor ontstaat er een ontmoetingsplek voor de bezoekers van de camping. In het midden van dit terrein staan picknick tafels waar alle campingbezoekers gebruik van kunnen maken. Met 50 picknick tafels worden er 300 plaatsen 2 gecreëerd. De oppervlakte van het doek is circa 800 mmet een nokhoogte van 6 meter. In het centrumgebied is tevens een gebouw met diverse voorzieningen mogelijk. Het gebouw heeft een omvang van maximaal 600 m 2 BVO met 3 meter goothoogte en 5 meter nokhoogte. Binnen het gebouw zijn de volgende voorzieningen beoogd:

Gemakswinkel met broodbalie: 150 m 2 Daghoreca: 150 m 2 Receptie met kantoor: 100 m 2 Sanitaire voorzieningen: 200 m2 De camping wordt niet specifiek gericht op kinderen. Wel is de voorziening voor de receptie eventueel geschikt voor animatie activiteiten. Bij de centrale voorzieningen wordt niet gewerkt met akoestisch versterkte muziek. Er zal dus

overlast ontstaan op omliggende parken. Op de overige ruimte in centrumgebied is ruimte voor spel- en speelvoorzieningen. geen

Figuur 2. 3: Sfeerimpressie centrumgebied

11/91

(geanoimserd) (geanoims (rgde)anoimserd) Figuur

2.4:

Sfeerimpressie

foodtrucks

aan

centrumgebied

Beheerderswoning Vanuit het oogpunt

van

beheer

en

toezicht is het gewenst

om

woning is geprojecteerd tegen het bestaande vakantiepark. woning zal worden bestaan uit één bouwlaag

met

kap

Bij de beheerderswoning is tevens

met

dezelfde

opslag en reparatieruimte

voor

een

loods

met

een

beheerderswoning

Deze woning

een

zal

goothoogte van

3 meter

Deze

en

nokhoogte

Deze

van

80 m?. De

van

4 meter.

oppervlakte krijgen

een

afmetingen mogelijk.

op het terrein te hebben.

loods kan worden

gebruikt

als

de beheerder.

Figuur 2.5: Sfeerimpressie beheerderswoning Sanitaire voorzieningen

Op basis voor

van

is op camping

Verspreid

drie

sanitaire voorzieningen.

voorzieningen

12/91

het voorzieningsniveau op andere campings

met

een

nokhoogte

van

over

de camping komen

maximaal 4 meter.

De Groene

gebouwen

van

aan

600

m? BVO

200 m? ten behoeve

van

sanitaire

Veste behoefte

(geanoimserd) Figuur 2.6: Sfeerimpressie sanitaire voorzieningen Accommodatie In

totaal

zal de

weergegeven.

13/91

camping

ruimte

bieden

Op de camping is ruimte

e

256toeristische

e

standplaatsen

25 trekkershutten

aan voor:

281

standplaatsen.

In

figuur

2.6

is de

typering

van

de

standplaatsen

Figuur 2. 7: Typering standplaatsen

Toeristische standplaatsen De 256 toeristische standplaatsen bestaan uit plekken voor gasten met eigen voorzieningen , zoals tenten , caravans en campers.

14/91

(geanoimserd)

(geanoimserd)

(geanoimserd)

(geanoimserd)

Figuur 2.8: Sfeerimpressie toeristische standplaatsen Trekkershutten Aan

de

zuidwest

natuurlijke

zijde

van

de

camping

kleuren. De trekkershutten zijn 2,40

Figuur 2.9: Sfeerimpressie trekkershutten

15/91

worden m

25

trekkershutten

breed

geplaatst.

bij 5,90 m lang.

De trekkershutten

zijn voorzien

van

Parkeren In totaal zullen er 443 gerealiseerd worden. Een deel hiervan wordt gerealiseerd op de standplaatsen , een deel op parkeerterreinen. De parkeerberekening is verder uitgewerkt in paragraaf 4. 11. Winterbeeld De camping zal geopend zijn in de lente , de zomer en in de herfst zal deze volledig open zijn. In de winter zal de camping alleen geopend zijn voor campers en de trekkershutten waardoor slechts 30% van de camping van de camping open

zal zijn. De trekkershutten zijn zoveel mogelijk in het westen van het projectgebied geprojecteerd. De bebouwing en vaste standplaatsen concentreren zich daarmee zoveel mogelijk aan de zijde van recreatiepark De Zonnehoek en de Groene Liede. Hierdoor wordt de openheid van het gebied beter gewaarborgd. Vanaf de omliggende wegen ziet men een groene rand. Binnen de camping worden hagen aangeplant. Daarmee krijgt het park een groen karakter. De toeristische standplaatsen zijn semi verhard en geven , als ze niet gebruikt worden , een groen beeld. Daarnaast zorgt de groene omzoming voor een afschermende werking. Een beschrijving van de toegepaste verharding is weergegeven in paragraaf 2. 1 van bijlage 15. De beheerderswoning ligt in de noordwesthoek van de camping , waarmee de bebouwing aansluit bij de naastgelegen volkstuinhuisjes. De centrale voorzieningen worden aan de zijde van de Recreatiepark De Zonnehoek gerealiseerd

waardoor alle (hoge) bebouwing in het gebied is geclusterd aan de zuidwest zijde. De voorzieningen worden tevens voorzien van gedekte kleuren waardoor deze in het winterbeeld niet in het oog springen. In de onderstaande figuur is het winterbeeld met alle 'vaste' bebouwing weergegeven.

Figuur 2. 10: Winterbeeld

16/91

Groenstructuur De groenstructuur vormt een belangrijk aspect van de camping. De groene inrichting van de camping is hieronder in een uitsnede in figuur 2. 11 weergegeven. In bijlage 7 is de volledige en maatvaste tekening opgenomen. In deze

tekening is tevens een wandelpad langs de gehele noord(oost)zijde van de camping ingetekend. Beoogd wordt om met beplanting een fraaie overgang te vormen van het open agrarische landschap aan de noordzijde van de camping. In de groenstructuur van de camping wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten fruit- en notenbomen. Hiermee ontstaat een extra attractie op de camping met het plukken van fruit en noten. De standplaatsen worden aan de achterzijde voorzien van een haag. Als soorten wordt gekozen voor een variatie per haag: Zwarte els , Wilde liguster , Haagbeuk en Hazelaar. Op de " kruispunten " van standplaatsen komen fruitbomen. De walnoten staan aan de noordoostkant. Aan deze van de westzijde is ook een groene buffer van 5 meter breed voorzien. Deze zijde zal voorzien worden van diverse typen begroeiing ter afscherming van de Zonnehoek. Daarnaast wordt de beplanting in lijn gebracht met de voorgestelde beplanting uit het activiteitenplan voor de wezel (bijlage 12). De noordelijke zijde zal bestaan uit een strook van 5 meter , dat wordt beheerd als bloemrijk grasland met bomen op circa 8 meter afstand van elkaar. Bij het centrum zal een extra strook van 5 meter worden geplaatst die zal bestaan uit een moestuin , bloementuin en

kruidentuin. Hierbij wordt een groenstrook geplaatst van 5 meter breed , die een natuurlijke afscheiding vormt. De zuidelijke rand omvat een schouwpad , geluidswal , uitkijkpunt en opgaande beplanting. De zone heeft een breedte van 15 tot 17 meter. Tussen de camping en het recreatiepark is een sloot gelegen. De groenstructuur op de camping zal bijdragen aan een prettig verblijfsklimaat. De keuze om rondom de camping te

kiezen voor een groenstrook zal zorgen voor een demping van het geluid vanaf de weg. In de zomer zal het groen bijdragen aan een verlaging van de temperatuur. Tevens helpt het bij het opnemen van regenwater , wat vooral voor de gasten met tent prettig zal zijn tijdens regenval. Op de camping zal een diversiteit aan noten- en fruitbomen , een moestuin en kruiden- en bloemenperken te vinden zijn. Kleine zoogdieren (zoals de mol , muizen , bunzing) , vogels (zoals de koolmees , heggemus , merel) en insecten kunnen dit gebruiken als foerageergebied en habitat. Dit draagt bij aan de biodiversiteit. Gasten kunnen , naast genieten van de natuurlijke uitstraling , ook extra plezier bleven aan het plukken van noten , fruit en kruiden. Aan de zuidzijde van de camping is er een strook van 25 meter tot en met de sloot open gehouden voor een groene inrichting ten behoeve van de toekomstige NNN-verbinding. Deze zone is in figuur 2. 11 weergegeven.

17/91

Figuur 2. 11: Uitsnede inrichtingsplan

Ontsluiting De camping is toegankelijk via een noordelijke ingang. De uitgang ligt in het zuiden. De noordelijke ingang is te bereiken vanaf de Vijfhuizerdijk. Door de aanleg van de zuidelijke ontsluiting wordt er éénrichtingsverkeer van , naar en op de camping geregeld. Gasten komen in het noorden via de Vijfhuizerdijk de camping binnen komen verlaten deze via de zuidelijke ontsluiting. Er worden maatregelen genomen om eenrichtingsverkeer op te camping te borgen. Hierdoor wordt ook het autogebruik op de camping ontmoedigd , wat bijdraagt aan de verblijfskwaliteit. De verharde wegen binnen de camping beschikken over een breedte van 35, meter. Hiermee wordt er voldaan aan de eisen van veiligheidsregio Kennemerland. De overige maatvoering van zowel de bebouwing als alle wegen inclusief

brandweercurves is opgenomen in bijlage 9. In bijlage 13 zijn de technische eisen en maatvoering van de wegen open van- en naar de camping weergegeven.

18/91

Figuur: Uitsnede van bijlage 13 eenrichtingsverkeer

Ruimtelijke afweging Met het voorliggend initiatief krijgt het momenteel niet in gebruik zijnde terrein weer een bruikbare en toegankelijke functie. Met het naastgelegen park De Zonnehoek en trouw- en feestlocatie Groene Liede , heeft de omgeving van het projectgebied een recreatief karakter. De groene camping 'De Groene Veste' past binnen dit profiel en kan dit cluster versterken. Raadsvoorstel 'Toerisme , evenementen en promotie Haarlemmermeer 2020-2025' Het initiatief voorziet tevens een uitwerking van het raadsvoorstel 'Toerisme , evenementen en promotie Haarlemmermeer 2020-2025'. In dit voorstel geeft het college aan dat er ruimte is voor gepaste groei m. b. t. toerisme. Er wordt ingezet op het aantrekkelijker maken en bekender maken van Haarlemmermeer als verblijfsgebied. In bijlage 5 van het adviesrapport Toerisme , evenementen en promotie Haarlemmermeer is de volgende doelstelling geformuleerd: " Een evenwichtig aanbod van verblijfsaccommodaties door middel van meer divers verblijfsaanbod zoals hostels , campings en vakantieverhuur. " Voor o. a. campings wordt met name de samenhang met het landschap gezocht. Camping 'De Groene Veste' faciliteert de beoogde groei voor toerisme en draagt bij aan een evenwichtig aanbod voor verblijfsaccommodaties. Daarnaast

heeft het voorgenomen initiatief bijzonder aandacht voor de samenhang met de omgeving middels de beoogde groenstructuur zoals eerder in deze paragraaf is beschreven.

19/91

Hoofdstuk 3 3. 1

Beleidskader

Inleiding

Om de beoogde ontwikkeling juridisch planologisch doorgang te laten vinden , is in dit hoofdstuk onderzocht of deze niet in strijd is met de verschillende beleidskaders. In dit hoofdstuk is getoetst aan relevant nationaal , provinciaal ,

regionaal en gemeentelijk beleid.

3. 2

Rijksbeleid

3. 2. 1

Nationale omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie , kortweg NOVI , loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden , maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere , meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050

Als alle wensen naast elkaar worden gelegd , ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is , met schone lucht , schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;

met een uitstekend functionerende economie , die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld , als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen , en een productief en

aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid , waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt , met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen , ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten. dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap , tussen natuur en cultuur , tussen land en water; dat openstaat voor verandering , en waar de kracht van zijn traditie , cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten , waterschappen , provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale , regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeemverantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen , en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

20/91

Met de vaststelling van de Nationale omgevingsvisie op 11 september 2020 is het de hiervoor geldende Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangen. De strategisch relevante delen van het voormalige rijksbeleid gaan op in de NOVI. De beleidsmatige onderbouwingen uit de SVIR van de relevante artikelen uit het Barro zijn opgenomen in bijlage 1 bij de NOVI. Hierbij behoort onder andere het relevante beleid voor camping de Groene Veste met betrekking tot De Stelling van Amsterdam. Er is daarom hieronder getoetst aan het Barro.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte , maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Toetsing en conclusie Voor dit project is het aspect Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde uit het Barro relevant. Op kaart 7 bij het Barro zijn de gronden aangeduid als gebied binnen de Stelling van Amsterdam (zie figuur 3. 1).

Figuur 3. 1 Uitsnede kaart 7 Barro (bron: www. ruimtelijkeplannen. nl)

Titel 2. 13 Erfgoed van uitzonderlijke universele waarde Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde worden beschreven in titel 2. 13. Eén van de erfgoederen die aangewezen is als erfgoed van uitzonderlijke waarde betreft De Stelling van Amsterdam. Deze is gelegen ter plaatse van het plangebied. Provinciale Staten hebben de opdracht de begrenzing van de erfgoederen nader uit te werken. In het kader van de toetsing aan de provinciale omgevingsverordening komt dit onderwerp daarom nader aan bod , zie paragraaf 3. 3. 2. 3. 2. 2

Besluit ruimtelijke ordening , artikel 3.1.6 , lid 2 Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet daarnaast worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kunnen worden.

21/91

Toetsing

Voorliggend initiatief maakt 281 camping standplaatsen en een beheerderswoning mogelijk. Hiermee vindt er een beperkte verruiming ten opzichte van de eerder vergunde situatie plaats. Er wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet benodigd.

3. 3

Provinciaal beleid

3. 3. 1

Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie NoordHolland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen: Klimaatverandering Overgang naar duurzame energie Verdere verstedelijking Bereikbaarheid Gezonde leefomgeving Economische transitie Natuur en biodiversiteit De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie 'lokaal wat kan , regionaal wat moet' heeft de provincie de

regionale ruimtelijke consequenties van Omgevingsverordening NH2020 (zie 3. 3. 2).

deze

ontwikkelingen

grotendeels

juridisch

verankerd

in

de

Toetsing en conclusie De omgevingsvisie NH2050 gaat in het bijzonder in op klimaatverandering en natuur en biodiversiteit. De beoogde ontwikkeling sluit bij beide punten aan door de groenstructuren op de camping een centrale positie te geven. Hiermee

draagt het groen bij aan de lokale klimaatadaptatie door middel van wateropvang , hittestress tegen gaan en schone lucht. Het gebruik van fruit- en notenbomen , kruiden- en bloemenweide en een moestuin zorgt voor een aantrekkelijk habitat voor kleine zoogdieren en insecten , wat bijdraagt aan de biodiversiteit. Tevens wordt er gebruik gemaakt van duurzame accommodaties op de camping. De beoogde ontwikkeling is in lijn met de omgevingsvisie Noord-Holland. 3. 3. 2

Omgevingsverordening NH2020 De Omgevingsverordening Noord-Holland vervangt de bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening , de Provinciale Milieuverordening , de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen , zoals woningbouw en de energietransitie , mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid is daarbij van belang. De ambities voor NoordHolland , zoals omschreven in de Omgevingsvisie , zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland.

22/91

Toetsing De Omgevingsverordening geeft aan dat voor bestaande en nieuwe verblijfsrecreatie de geformuleerde ambities van de regio moeten worden opgevolgd. Hierbij is alleen kort verblijf mogelijk , waarbij de verblijfrecreant elders een

hoofdverblijf heeft. De beoogde ontwikkeling voldoet hieraan en voor verdere uitwerking moet de regionale , gemeentelijke regels worden toegepast. Plangebied ligt in een gebied voor Bijzonder Provinciaal Landschap en Cultureel Erfgoed. Voor het Bijzonder Provinciaal Landschap geldt dat op basis van Artikel 6. 46 de kernkwaliteiten in acht moeten worden genomen. In gebied aangeduid als Cultureel Erfgoed kunnen op basis van artikel 6. 49 alleen ruimtelijke ontwikkelingen in UNESCO-werelderfgoeden worden toegestaan wanneer de kernkwaliteiten niet worden aangetast. Het plangebied behoort tot de regio Haarlemmermeer-Noord. Hiervoor gelden de volgende kernkwaliteiten: Onregelmatige verkaveling bovenlanden Rechthoekige opbouw en verkaveling droogmakerij Groengebieden binnen polderstructuur Open ruimtes met grote maten Ringvaart en ringdijk Haarlemmermeer

Hoofdvaart , Kruisvaart en tochten Lange polderlinten met onbebouwde dwarswegen Geniedijk Beleidsnota Leidraad Landschap en Cultuurhistorie In de Beleidsnota Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Droogmakerijenlandschap. De droogmakerijen

maakt

Haarlemmermeer

onderdeel

uit

van

het

door de mens gemaakte , rationeel ingerichte landschappen , vaak met een hoge cultuurhistorische waarde. De geometrische verkavelings- en ontsluitingsstructuur en het functionele watersysteem zijn nog altijd bepalend voor het grondgebruik en de ruimtelijke ontwikkeling. De ringdijken en ringvaarten laten de oorspronkelijke natuurlijke meervorm zien en geven een fraai contrast met de geometrisch indeling. Droogmakerijen worden gevormd door een drooggelegd binnenwater/meer , omsloten door een ringvaart en een ringdijk. Deze gebieden zijn als één geheel drooggemaakt en ingericht , vaak grootschalig , geometrisch en open. Ze worden gekenmerkt door hun diepe ligging ten opzichte van het aanliggend veenpolderlandschap/bovenland. Enig reliëf wordt soms gevormd door de mee-ingepolderde stukken veenland. De verschillende droogmakerijen hebben alle hun eigenkenmerkende interne structuur. De Haarlemmermeer is herkenbaar aan een strakke zeer ruime verkaveling waarbij deze in het midden doorsneden wordt door een vaart. vormen

In deze nota heeft de provincie daarnaast opgenomen wat de te beschermen kernkwaliteiten en Uitzonderlijke Universele Waarden van de Stelling van Amsterdam zijn. Deze hebben betrekking op: 1. 2. 3.

het samenhangend systeem van forten , dijken , kanalen en inundatiekommen; een groene en relatief “stille” ring rond Amsterdam; en een relatief grote openheid.

Om de kernkwaliteiten van de Stelling te beschermen , behouden en te kunnen versterken/ontwikkelen zijn in de nota verschillende zoneringen benoemd , te onderscheiden in 1) Stellingzone , 2) Kernzone en 3) Monumentenzone.

23/91

De Stellingzone omvat volgens de nota de gehele Stelling van Amsterdam (begrensd als Nationaal Landschap). De

Stellingzone vormt het samenhangend geheel tussen de verdedigingswerken en het landschap. Ook voormalige inundatiegebieden maken deel uit van de Stellingzone. Voor deze zone geldt het volgende specifieke beleid: behoud van nog bestaande zichtlijnen tussen de forten en doorzichten op de forten; openhouden van schootscirkels rond de forten in de nog open landschappen; behoud van bestaande accessen. Dit zijn de plaatsen waar de hoofdverdedigingslijn werd doorsneden door dijken , kanalen , spoorlijnen en wegen. wordt gevormd door de hoofdverdedigingslijn en de schootcirkels rond de forten. De hoofdverdedigingslijn en de schootscirkels rond de forten zijn belangrijke elementen in het Stellinglandschap. De hoofdverdedigingslijn markeert de grens aanval-verdediging en tevens de grens van inundaties. De schootscirkel is een cirkels van 1000 meter rond een fort. De kernzone is als volgt begrensd: hoofdverdedigingslijn 100 meter aan de aanvalszijde en 100 meter aan de verdedigingszijde , schootcirkels rond de forten bestaan uit cirkels van 1000 meter rond een fort. De

Kernzone

Voor deze zone geldt het volgende specifieke beleid: geen bebouwing toestaan in gebieden die nu nog open zijn;

kleinschalige incidentele ontwikkelingen binnen de kernzone zijn alleen mogelijk als deze als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam te versterken. De ontwikkeling dient ingepast te zijn in het landschap en met respect voor zichtlijnen en mag niet leiden tot een significant hoger geluidsniveau in de open ruimte en tot een significante aantasting van het groene en open landschap; op agrarische bouwblokken is aanpassing en vernieuwing van agrarische opstallen mogelijk , mits ingepast in het landschap en passend binnen het omgevingsbeleid; verdichting van bestaande bebouwingslinten is toegestaan , mits passend in het landschap en de bestaande bebouwingsintensiteit van het lint; voor bestaande bebouwing die afbreuk doet aan de open ruimte in de schootscirkel en de zone langs de hoofdverdedigingslijn geldt: kansen tot aanpassing benutten in het kader van een integrale herinrichting van het gebied , waarbij per saldo een verbetering van de ruimtelijke situatie ontstaat; handhaving van de eenheid en herkenbaarheid van de Stellingdijken die specifiek voor de Stelling van Amsterdam zijn aangelegd.

De zichtlijnen langs deze dijken moeten gehandhaafd blijven; een groene of blauwe zone rond de forten waarborgen op die plaatsen waar die nu nog aanwezig is; stimuleren en ontwikkelen van blauwe functies die het contrast met de hoofdverdedigingslijn versterken of die (voormalige) inundatiegebieden in het landschap zichtbaar maken. De Monumentenzone vormt het hart van de Stelling van Amsterdam. Binnen de Monumentenzone liggen objecten die via de Monumentenwet of Provinciale Monumentenverordening zijn beschermd , zoals dijken , forten , sluizen en

andere objecten. Er zijn binnen deze zone geen ontwikkelingen toegestaan die het (UNESCO)monument beschadigen , vernielen of ontsieren. Ligging van het plangebied in de Stelling van Amsterdam Het plangebied ligt ten zuidwesten van het Fort aan de Liede. De afstand is minimaal 700 meter en maximaal 970 meter. Het plangebied ligt dus volledig in het schootsveld van het Fort aan de Liede. Het Fort aan de Liede is een van

24/91

de vier forten die werden aangelegd bij drooglegging van het Haarlemmermeer. Fort aan de Liede diende als verdediging van de ringvaart en dijk van de Haarlemmermeerpolder en van de Spaarnewouderweg/Schipholweg. Het fort werd gebouwd in 1846- 1848 als onderdeel van een voorloper van de Stelling van Amsterdam , waarvan de verdedigingswerken bekend stonden als ‘Posten van Krayenhoff’.

Figuur: 3. 2: Detail van de Stelling van Amsterdam

Figuur 3. 3: Afstand van de camping tot het Fort aan de Liede

25/91

Effect van de beoogde ontwikkeling op de waarde van de Stelling van Amsterdam In de tabel wordt het effect van de camping op de kwaliteiten van de kernzone beoordeeld. Specifiek beleid in de kernzone (voor zover relevant) Effect van de camping op de doelstelling Geen bebouwing toestaan in gebieden die nu nog openDe inrichting van de camping is afgestemd zijn.

op

de

zichtlijnen van en naar het fort aan de Liede. Circa 30% van de eenheden is ook in de winter aanwezig (trekkershutten en campers). De toeristische plekken zullen in de winter overwegend leeg staan. De vastebebouwing van de camping wordt aan de zijde van de reeds bebouwde Zonnehoek gepositioneerd. Het

gebied blijft hiermee zoveel mogelijk behouden. Kleinschalige incidentele ontwikkelingen binnen deDe huidige Groenbestemming maakt recreatief gebruik kernzone zijn alleen mogelijk als deze als doelhebben devan het gebied mogelijk , waaronder ook de aanleg van ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam tewandel- , fietspaden speelvoorzieningen. Een en versterken. De ontwikkeling dient ingepast te zijn in hettoeristische camping zorgt niet voor een dusdanige landschap en met respect voor zichtlijnen en mag nietgeluidsproductie dat sprake is van een significant hoger leiden tot een significant hoger geluidsniveau in de opengeluidsniveau in de aangrenzende agrarische gronden. ruimte en tot een significante aantasting van het groene en Het vormt een beperkte aantasting van het groene en open landschap. open landschap , omdat de randen van de camping groen worden ingericht. De permanente bebouwing die er gerealiseerd gaat worden , wordt gesitueerd aan de westkant van het plangebied , waar het plangebied grenst aan de volkstuinen waardoor de huidige zichtlijnen niet aangetast worden. open

Handhaving van de eenheid en herkenbaarheid van deDe zichtlijnen langs de dijk zijn nu nog beperkt aanwezig Stellingdijken die specifiek voor de Stelling van Amsterdammaar worden niet beïnvloed door de beoogde zijn aangelegd. De zichtlijnen langs deze dijken moetenontwikkeling. gehandhaafd blijven. Handhaving van de eenheid en herkenbaarheid van de Stellingdijken die specifiek voor de Stelling van Amsterdam zijn aangelegd. De zichtlijnen langs deze dijken moeten gehandhaafd blijven. Een groene of blauwe zone rond de forten waarborgen opEr vindt een beperkte verdere verdichting van openheid die plaatsen waar die nu nog aanwezig is; plaats. De huidige bestemming laat verdichting , door

middel van beplanting , immers toe. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied ligt binnen het zoekgebied voor een Natuurnetwerk Nederland verbinding. De exacte ligging hiervan staat nog niet vast.

26/91

Om de toekomstige verbinding te faciliteren is er in overleg met de gemeente aan de zuidzijde van de camping een groenstrook van 25 meter ingericht. Dit is te zien op de onderstaande uitsnede van de inrichting van de camping. De

ontwikkeling van de camping zorgt hiermee niet voor een beperking van de mogelijkheden voor een toekomstige natuurverbinding.

Figuur 3. 4: Ligging 25 meter zone t. b. v. NNN (gearceerde zone = inpassing NNN)

Figuur 3. 5: Uitsnede provinciale Omgevingsverordening , indicatieve ligging NNN.

27/91

Artikel 6. 62 Klimaatadaptatie 1. De toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. 2. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op: a. wateroverlast; b. overstroming; c. hitte; en d. droogte. 3. De beschrijving omschrijft tevens de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de in het tweede lid omschreven risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 4. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt. In het projectgebied wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. De camping bevat een grote mate van onverhard

oppervlak. De toename van het verhard oppervlak wordt conform de eisen gecompenseerd conform het compensatieplan zoals is opgenomen in bijlage 15.

van

het hoogheemraadschap

Conclusie Het projectgebied ligt volledig in het schootveld van het Fort aan de Liede. De huidige Groenbestemming maakt de ontwikkeling van een parkachtig landschap of zelfs een besloten bosgebied mogelijk. Feitelijk is de openheid van dit gebied planologisch niet beschermd en is er geen sprake van een openheid die een onderdeel vormt van het schootsveld. De ontwikkeling van een camping vormt dan ook minimale planologische aantasting van de openheid van het schootsveld. De beoogde ontwikkeling doet geen onevenredige afbreuk aan de cultuurhistorische waarden van het gebied. Mede de toetsing van de toelaatbaarheid van de camping aan de kwaliteiten van de kernzone van de Stelling van Amsterdam is aangetoond dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan het landschap. Hiermee zijn mede de kernkwaliteiten van Bijzonder Provinciaal Landschap en het UNESCO-werelderfgoed gewaarborgd. De beoogde ontwikkeling veroorzaakt geen belemmering met de provinciale omgevingsverordening.

3. 4

Regionaal beleid

3. 4. 1

MRA ontwikkelkader verblijfsaccommodaties (2019)

Het MRA-ontwikkelkader verblijfsaccommodaties is een kwalitatief instrument dat gebruikt wordt om een gemeente te helpen te bepalen of een initiatief al dan niet waarde toevoegt aan de omgeving en de bestaande markt. Het

ontwikkelkader

geeft

feedback omgevingsvergunning indient.

op

het

ondernemersplan

dat

de

initiatiefnemer

bij

een

(voor)aanvraag

Het ontwikkelkader geldt voor alle ontwikkelingen (nieuwe vestiging , nieuwbouw , transformatie en uitbreiding) van verblijfsaccommodaties met meer dan 50 slaapplaatsen die niet in het bestemmingsplan passen. Het gaat onder meer om campings.

28/91

Toetsing De behoefte aan het initiatief is eerder in deze ruimtelijke onderbouwing al aangetoond. Naar aanleiding van de eerste reactie van de gemeente en het positief getoetste GHO worden de thema's regio versterkend , economisch haalbaar en draagvlak in de omgeving verder toegelicht. Regio versterkend Nieuwe verblijfsaccommodatie moet voorkomen dat in de nabijheid van een toch al drukke plek zoals (de binnenstad van) Amsterdam wordt gebouwd puur en alleen omdat die drukke plek dichtbij is. Om te zorgen dat nieuwe

ontwikkelingen bijdragen aan het toeristisch groter en sterker maken van de MRA en om te zorgen voor verdere spreiding van toerisme door de regio is het van belang dat de nieuwe verblijfsaccommodaties een lokale binding hebben en de locatie (regio) waar ze gerealiseerd worden versterken. Toetsing Het beoogde initiatief voegt een camping toe binnen een recreatief gebied. Zo ligt naast de beoogde camping Recreatiepark de Zonnehoek en recreatiepark De Groene Liede en aan de overkant van de Vijfhuizerdijk en de Buiten

Liede ligt camping De Liede. Het initiatief sluit daarmee aan bij de lokale gebiedsidentiteit. Camping De Groene Veste is een groene en rustige camping die zich vooral richt op de directe omgeving van Haarlem waar ruimte is om te wandelen en fietsen. Economisch haalbaar Toetsing De economische uitvoerbaarheid is beschreven in hoofdstuk 5.

Draagvlak in de omgeving Voor de beoogde camping wordt afgeweken van het bestemmingsplan middels een uitgebreide voorbereidingsprocedure. Hiermee heeft eenieder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Naast deze formele reactiemogelijkheid zorgt de initiatiefnemer voor de aanleg van een extra ontsluiting op de Spaarnwouderweg. Naastgelegen recreatiepark De Zonnehoek en De Groene Liede zou deze noodontsluiting in de toekomst eventueel kunnen gebruiken. Het beoogde initiatief draagt daarmee bij aan de veiligheid van de omgeving. Conclusie De beoogde camping is in lijn met het MRA-ontwikkelkader verblijfsaccommodaties.

29/91

3. 5

Gemeentelijk beleid

3. 5. 1

Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040

Op 3 maart 2022 is de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 vastgesteld. De ambitie is dat Haarlemmermeer groeit naar 200. 000 inwoners in 2040. Daarbij moet het een aantrekkelijke plek zijn om te wonen en werken , voor nu en in

de toekomst. De Omgevingsvisie helpt om zuinig en zorgvuldig met de ruimte in Haarlemmermeer om te gaan. Ze beschrijft ambities en doelen voor verschillende thema's en zet de koers voor 2040 , dit betekent: - blijven inzetten op het fysiek en sociaal verbonden zijn met elkaar en de omgeving; - gebruik blijven maken van onze grote variatie en diversiteit in landschappen en kernen; - ons blijven positioneren als attractieve ontmoetingsplaats. Dit is terug te lezen in vier verhaallijnen: 1. Wonen waar stad en dorp samen komen 2. Economisch krachtig en divers 3.

Ontspannen in ons buitengebied

4.

Slim en stevig verbonden met onze netwerken

Haarlemmermeer is in te delen in vijf gebieden Noord , Hoofddorp , West , Zuid en Oost en Nieuw-Vennep. Per gebied is gekeken naar diverse wensen en behoeften. Dit heeft geresulteerd in gebiedspecifieke opgaven. Daarnaast worden ambities en uitgangspunten van verschillende onderwerpen beschreven , zoals economie , luchtvaart , wonen , landschap en schone energie , die gelden voor heel Haarlemmermeer. Toetsing Het gemeentelijke beleid uit de Omgevingsvisie geeft geen beperkingen voor de beoogde ontwikkeling. Op de visiekaart behorende bij de omgevingsvisie zijn voor het projectgebied geen bijzondere doelstellingen van toepassing. De camping draagt bij aan de toeristische aantrekkingskracht van Haarlemmermeer. Daarbij fungeert de camping niet alleen als verblijfsrecreatie , maar biedt het ook ruimte voor kleinschalige activiteiten , zoals het plukken van fruit en noten. Tevens houdt de beoogde ontwikkeling rekening met de cultuurhistorische kwaliteiten in de regio en doet het hier geen afbreuk aan (zie toetsing in 3. 3. 2. ). De beoogde ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040. 3. 5. 2

Visie Ringdijk en Ringvaart Voor de ringdijk en ringvaart is een visie opgesteld. Belangrijke uitgangspunten voor dit voorliggende initiatief zijn; Veiligheid en leefbaarheid op de dijk vergroten , Benutten van de kansen voor recreatie en toerisme Vanuit de visie ringdijk en ringvaart worden ontwikkelingen met een verkeer aantrekkende werking geweerd. Bedrijven die de recreatieve functie van de dijk en vaart versterken , zoals horeca en watersportbedrijven , krijgen wel een kans.

Verkeersaantrekking is ook dan een punt van aandacht. Het aantal verkeersbewegingen is getoetst. Het voorliggende initiatief brengt een zeer gering aantal verkeersbewegingen met zich mee die de ringdijk goed aan kan. Het aantal verkeersbewegingen van het beoogde initiatief is beschreven in paragraaf 4. 11. 2. Ten slotte biedt een camping kansen voor recreatief gebruik van de ringdijk.

30/91

Natuurvisie Haarlemmermeer 2040 De natuurvisie Haarlemmermeer 2040 staat voor een toename van biodiversiteit. De investeringen die gedaan worden 3. 5. 3

in natuur overstijgen de kosten die het met zich meebrengt. Een belangrijke opgave voor de verbetering voor natuur is het uitbreiden en afmaken van Natuurnetwerk Nederland (NNN). In het projectgebied is een verbinding van NNN gepland. De exacte locatie van deze verbinding is nog niet vastgelegd. Door middel van de groene omzoming en een groenstrook van 25 meter aan de zuidzijde van het projectgebied draagt

het initiatief bij aan de versterking van de aanwezige natuurwaarden. De beoogde camping zorgt niet voor een beperking van een mogelijk toekomstige natuurverbinding. 4. 7. 2 wordt hier ook over gesproken. Het is wenselijk om een eco-duiker te plaatsen. Dit is reeds akkoord bevonden door Rijnland.

3. 5. 4

Klimaatadaptatiebeleid

Op 14 juli 2022 heeft de gemeenteraad klimaatadaptatiebeleid vastgesteld. Hiermee wil de gemeente goed voorbereid zijn op klimaatverandering. Vanuit het Rijk is er de verplichting om de leefomgeving in 2050 klimaatbestendig en water-

robuust in te richten , want door klimaatverandering krijgen we te maken met warmere zomers , hevigere buien en langere periodes van droogte. Deze gevolgen zijn in kaart gebracht en er is risico op hittestress in stedelijke kernen , op verzilting door droogte in het landelijk gebied en wateroverlast door hevige regen. Dit laatste vooral in de oudere dorpskernen. De gemeente werkt samen aan klimaatadaptatie met andere betrokkenen , zoals het Hoogheemraadschap van Rijnland en de provincie Noord-Holland. De gemeente geeft in het beleid minimale normen mee voor nieuwe ontwikkelingen en stelt ook kaders aan het gemeentelijke onderhoud. Deze normen worden basisveiligheidsniveaus genoemd. Het zijn de minimale eisen om klimaatbestendig te zijn. De basisveiligheidsniveaus moeten onderbouwd opgenomen worden in aanvragen en gemeentelijke plannen. Toetsing Binnen

het

projectgebied

omgevingsvergunning

basisveiligheidsniveaus.

31/91

voor

is

de

veel

ruimte

activiteit

voor

bouwen

waterafvoer en waterberging. In de wordt aangetoond dat er wordt voldaan

groen ,

aanvraag aan

de

Hoofdstuk 4

Toetsing

aan

omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de relevante sectorale wetgeving. In de paragrafen wordt

verslag gedaan van de uitgevoerde (bureau)onderzoeken.

4. 1

Milieueffectrapportage

4. 1. 1

Toetsingskader In het Besluit m. e. r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig , projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m. e. r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. 4. 1. 2

Onderzoek

In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m. e. r. (D10) is de aanleg , wijziging of uitbreiding van een kampeer- of caravanterrein opgenomen. Ten aanzien van het oppervlak ligt de drempelwaarde op 25 ha of meer. Dit

bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 281 standplaatsen in een gebied van ongeveer 7 ha en is dus niet rechtstreeks planmer- , projectmer of mer-beoordelingsplichtig. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval. Onder meer de aard , de omvang en de milieugevolgen van de stedelijke ontwikkeling zijn relevant. Als een ontwikkeling aanzienlijke negatieve milieugevolgen heeft dan wijst dit op een stedelijk ontwikkelingsproject. Het ruimtebeslag van de voorgenomen ontwikkeling is beperkt. Op basis van het geldende bestemmingsplan heeft de locatie de bestemming groen maar er is eerder een vergunning afgegeven voor ruim 200 volkstuinen met

mogelijkheden voor recreatief verblijf. De impact van deze functie richting de omgeving is vergelijkbaar met de beoogde recreatieve bestemming. De ontwikkeling past naar zijn aard binnen de omgeving , het sluit aan op het bestaande recreatiegebied en wordt ontsloten door de Vijfhuizerdijk , een belangrijke ontsluitingsweg. Ook de omvang vormt geen aanleiding om uit te gaan van een stedelijk ontwikkelingsproject. Ondanks dat de verharde (en bebouwde) oppervlakten toenemen op het perceel wordt de ontwikkeling op een verantwoorde wijze ingepast in de omgeving. De ruimtelijke uitstraling is beperkt. Daarnaast wordt in de volgende paragrafen de mogelijke milieugevolgen nader toegelicht. Hieruit blijkt dat er geen significante effecten ontstaan als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Met dit bestemmingsplan is sprake van

veranderend gebruik waarbij het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toeneemt ten opzichte van de reeds vergunde situatie. een

32/91

Conclusie Voor de beoogde ontwikkeling kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkeling zoals in het Besluit Milieueffectrapportage is beschreven. In bijlage 5 is een vormvrije m. e. r. -beoordeling toegevoegd. Hieruit 4. 1. 3

blijkt dat er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een mer-procedure in het kader van de planologische procedure voor deze ontwikkeling.

4. 2

Bodem

4. 2. 1

Toetsingskader Op basis het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. In de Wet bodembescherming is bepaald dat , indien de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie , de grond zodanig gesaneerd dient te worden dat deze alsnog gebruikt kan worden voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. 4. 2. 2

Onderzoek

Volgens het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Noord' is het projectgebied bestemd voor Groen. Deze functie wordt gewijzigd naar 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. In het verleden is het gebied bestemd voor volkstuinen en sindsdien hebben geen ontwikkelingen meer plaatsgevonden op het terrein. 4. 2. 3

Conclusie Op basis van deze eerdere bestemming en omdat er tussentijdse geen andere ontwikkelingen hebben plaatsgevonden , kan worden aangenomen dat de bodemkwaliteit ter plaatse van het projectgebied voldoende is. In kader van omgevingsvergunning voor bouwen moet echter nog wel een actueel bodemonderzoek worden aangeleverd.

33/91

4. 3

Archeologie en cultuurhistorie

4. 3. 1

Toetsingskader

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem , de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke) , omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van

ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologievriendelijke alternatieven. De eigen rol van de overheden wordt hierbij steeds belangrijker. In het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen tevens rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Daaronder vallen naast monumenten en beschermde stads- en

dorpsgezichten ook landschappelijke elementen , gebieden en ruimtelijke patronen. 4. 3. 2

Onderzoek Cultuurhistorie Het aspect cultuurhistorie , met name de ligging nabij het UNESCO-werelderfgoed Stelling van Amsterdam , is besproken in paragraaf 3. 3. 2. Hierin wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van de camping geen afbreuk doet aan de aanwezige cultuurhistorische waarden van de Stelling van Amsterdam. Archeologie Er geldt op basis van het vigerende bestemmingsplan geen archeologische dubbelbestemming. Bovendien vinden er voor de beoogde ontwikkeling , met uitzondering van de bedrijfswoning , geen bodemroerende activiteiten plaats. Nader onderzoek is daarom niet nodig. 4. 3. 3

Conclusie

Op basis van de toetsing in 3. 3. 2 is vastgesteld dat de beoogde ontwikkeling geen onevenredige afbreuk doet aan de

cultuurhistorische waarden van het gebied. Het

projectgebied beschikt op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Noord' niet over een archeologische dubbelbestemming. Nader onderzoek is niet nodig. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4. 4

Water

4. 4. 1

Toetsingskader

Watertoets De initiatiefnemer heeft op basis van het planvoornemen de watertoets overlegd met de waterbeheerder en deze is

akkoord bevonden. Het projectgebied ligt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland , verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer.

34/91

Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding , allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebied relevante nota's , waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa

Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet

Provinciaal Provinciaal Waterplan Omgevingsvisie

Verordening Ruimte Waterschapsbeleid Rijnland Het algemeen bestuur van Rijnland heeft op 9 maart 2016 het nieuwe Waterbeheerplan 'Waardevol Water' (WBP5) vastgesteld. In het WBP5 wordt richting gegeven aan het waterbeheer in de periode 2016-2021. Daarmee realiseert Rijnland de ambities uit het coalitieakkoord , zodat het gebied nu en in de toekomst goed beschermd wordt tegen overstromingen en wateroverlast , er een goede waterkwaliteit ontstaat , het afvalwater op duurzame wijze wordt gezuiverd en de grondstoffen worden hergebruikt. In het WBP5 staat samen werken met de omgeving aan water centraal. Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Keur en uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening , de Keur , regels te stellen aan handelingen

die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij: waterkeringen (onder andere duinen , dijken en kaden); watergangen (onder andere kanalen , rivieren , sloten , beken); andere waterstaatswerken (o. a. bruggen , duikers , stuwen , sluizen en gemalen); de bodem van kwelgevoelige gebieden. Maar ook aan het onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. Per 1 juli 2015 is een nieuwe Keur in werking getreden met daarbij horende uitvoeringsregels. De Keur gaat uit van een “ja , tenzij” benadering; handelingen met een klein risico vallen onder de zorgplicht en kunnen zonder vergunning of melding worden uitgevoerd. Voor handelingen met een groter risico of in expliciet benoemde situaties zijn er algemene is watervergunning vereist. regels met voorwaarden van kracht of een (zie www. rijnland. net/regels/keurenuitvoeringsregels) De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningsplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Raadpleeg daarvoor de vergunningencheck via www. rijnland. net.

35/91

Waterkwantiteit Conform de Legger van Hoogheemraadschap van Rijnland zijn in het projectgebied enkele watergangen aanwezig die zijn aangemerkt als 'overig'. Het projectgebied wordt omsloten door watergangen , welke als status 'overig' hebben. De watergang in het zuiden (donkerblauw op de kaart) is een primaire watergang. Ter plaatse van deze primaire watergang wordt een nieuwe ontsluiting beoogd. Voor de aanleg van deze ontsluiting heeft afstemming plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap van Rijnland plaats te vinden en is een watervergunning nodig.

Figuur 4. 1: Uitsnede Legger ter plaatse van het projectgebied (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland) Sanitair Camping De Groene Veste wordt aangesloten op de naastgelegen persleiding. Hierover is overleg geweest met het Hoogheemraadschap , die graag een riolering in het gebied ziet. Via de gemeente Haarlemmermeer is (een deel) van

de persleiding op 12 juli 2021 in eigendom gekregen van De Groene Veste. De drie sanitaire gebouwen worden aangesloten op de persleiding. 4. 4. 2

Onderzoek Het projectgebied is momenteel deels verhard. De beoogde ontwikkeling van campingplaatsen heeft een beperkt effect op de oppervlakte aan verharding. Er wordt een beheerderswoning , loods , centraal gebouw en een doek geplaatst op het terrein , wat de verharde oppervlakte doet toenemen. Daarnaast worden er interne wegen een extra ontsluiting aan de zuidzijde en parkeerplaatsen aangelegd. In bijlage 15 van dit document is een overzicht van de te verwachten aan te leggen verharding opgenomen. Hierin is de wijze van watercompensatie binnen het projectgebied verder uitgewerkt. Voor het aanbrengen van nieuwe verharding gelden de regels van de keur van HHRS Rijnland. Bij aanleg meer dan 500 m² nieuwe verharding zal 15% van het totaaloppervlak nieuwe verharding als water aangelegd moeten worden. Op

basis van de huidige en toekomstige oppervlakken , neemt met de ontwikkelingen binnen het projectgebied het verhard oppervlak met 6. 715 m² toe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=862af41d-d274-4b8c-9c29-f249468e0804