CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 20 juli 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een transformatorstation aan de Kromme Spieringweg 74 in Zwanenburg (7895175)27.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor Goede ruimtelijke onderbouwing De Groene Energie Corridor 722038 | V5.0 definitief 12/06/2023

Pondera

Colofon

Hoofdvestiging Nederland

Soort document

Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor

Postadres

Projectnaam Goede ruimtelijke onderbouwing

Postbus 919 6800 AX Arnhem

Versienummer

Vestiging South East Asia

Datum

Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia

Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea

V5.0 definitief

12-6-2023

Project nummer 722038

Opdrachtgever De Groene Energie Corridor

Auteur Marjolein Pigge, Richelle Roozenboom

Nagekeken door Marjolein Pigge

Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2

Aanleiding _____________________________________________________________________ 2 Ligging plangebied ______________________________________________________________ 2 Geldende bestemmingsplan _______________________________________________________ 3 Procedurele context _____________________________________________________________ 4 Leeswijzer _____________________________________________________________________ 5

2 Beleidskaders 2.1 2.2 2.3

6

Rijk __________________________________________________________________________ 6 Provincie Noord-Holland __________________________________________________________ 9 Gemeente Haarlemmermeer _____________________________________________________ 12

3 Huidige situatie 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

17

Plangebied en omgeving ________________________________________________________ 17 Woningen ____________________________________________________________________ 17 Infrastructuur _________________________________________________________________ 17 Natuur _______________________________________________________________________ 18 Zonnepark De Groene Energie Corridor _____________________________________________ 18

4 Beschrijving van het plan 4.1 4.2 4.3

21

Noodzaak transformatorstation ____________________________________________________ 21 Toelichting op het plan __________________________________________________________ 23 Landschappelijke inpassing van het transformatorstation _______________________________ 27

5 Milieuaspecten 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

32

Bedrijven en milieuzonering (geluid, brand, geur) _____________________________________ 32 Natuur/ecologie________________________________________________________________ 32 Externe veiligheid ______________________________________________________________ 37 Cultuurhistorie en archeologie ____________________________________________________ 38 Elektrische en magnetische velden ________________________________________________ 38 Luchthavenindelingbesluit _______________________________________________________ 39 Waterhuishouding ______________________________________________________________ 43 Overige aspecten ______________________________________________________________ 45

6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2

47

Economische uitvoerbaarheid ____________________________________________________ 47 Maatschappelijk uitvoerbaarheid __________________________________________________ 48

Bijlagen Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Bijlage 2 Quickscan beschermde planten- en diersoorten zonnepark De Groene Energiecorridor Bijlage 3 Quickscan Kromme Spieringweg Zwanenburg

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 1

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Groene Energie Corridor is een zonnepark van circa 100 hectare in de gemeente Haarlemmermeer nabij de rijksweg A9. Dit zonnepark is inmiddels vergund. Ten behoeve van de aansluiting van het zonnepark op het openbaar net dient er door de initiatiefnemers echter nog een 50 kV (middenspannings)transformatorstation gerealiseerd te worden.1 Dit transformatorstation maakt dus feitelijk deel uit van het reeds vergunde zonnepark. In de eerdere planvorming was nog niet voorzien in het transformatorstation, omdat de exacte eisen van netwerkbeheerder Liander toen nog niet bekend waren. Liander heeft inmiddels aangegeven dat een eigen 50 kV transformatorstation nodig is om de elektriciteit van het zonnepark op het elektriciteitsnetwerk in te voeren. Voor dit station wordt nu een aparte omgevingsvergunning aangevraagd. Netwerkbeheerder Liander zal vervolgens zorgdragen voor de aansluiting van het te realiseren transformatorstation naar het bestaande publieke transformatorstation Vijfhuizen ten oosten van Haarlem. Er zijn in de omgeving meerdere ontwikkelingen beoogd die de komende jaren geen grootgebruikersaansluiting kunnen ontvangen vanwege netcongestie.

De initiatiefnemers van De Groene Energie Corridor hebben zich daarom bereid verklaard om het 50 kV transformatorstation ook geschikt te maken voor het aansluiten van andere partijen op het openbare energienetwerk en/of op private energiegebruikers, als een gedeeld distributiestation (ook wel een ‘energie hub’ genoemd, zie paragraaf 4.1). Hierover zijn intentieovereenkomsten gesloten met potentiële aansluiters. Dit betekent dat het transformatorstation een permanente voorziening moet worden voor onbepaalde tijd en niet, zoals het zonnepark, vergund wordt voor 25 jaar. Ook nadat het zonnepark is verwijderd, dient het transformatorstation immers in gebruik te blijven voor de andere partijen, die hierop zijn aangesloten. Voor de realisatie van het 50 kV transformatorstation is in ieder geval een omgevingsvergunning noodzakelijk. Het transformatorstation wordt planologisch ingepast door middel van een afwijking van het geldende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, aanhef en onder c juncto artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De voorliggende rapportage dient als ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ (dat is de term die de wetgever er voor gebruikt) in de omgevingsvergunning voor de afwijking van het vigerende bestemmingsplan.

1.2 Ligging plangebied Het zonnepark De Groene Energie Corridor is gepland op vier percelen ten noorden van de A9 en van Luchthaven Schiphol, tussen de rijksweg en Zwanenburg. Het transformatorstation is gepland binnen de begrenzing van het vergunde zonnepark op het adres Kromme Spieringweg 74 (zie Figuur 1.1).

1

Ook wel een inkoopstation genoemd. Een inkoopstation zorgt, net als dit transformatorstation, voor een aansluiting op het openbaar elektriciteitsnet en verdeelt de stroom naar het openbare (hoogspannings)transformatorstation. Een inkoopstation is dus voorzien van een schakeling voor de netbeheerder en een aansluiting naar het middenspanningsstation van de klant.

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 2

Figuur 1.1 Ligging plangebied transformatorstation (locatie aangegeven met ster, in rode omlijning het plangebied van het zonnepark

Om plaats te maken voor het transformatorstation is de omgevingsvergunning voor het zonnepark zelf door middel van een ondergeschikte wijziging gewijzigd bij besluit van het college van Burgemeester en wethouders d.d. 28 juli 2022. Hierbij is een klein aantal zonnepanelen komen te vervallen op de beoogde locatie voor het transformatorstation.

1.3 Geldende bestemmingsplan Ter plaatse van het geplande transformatorstation geldt het bestemmingsplan “Buitengebied Noord” van de gemeente Haarlemmermeer (vastgesteld 7 april 2013) met de bestemming ‘Agrarisch’ en onder meer de functieaanduidingen ’luchtvaarverkeerszone – lib’, ‘vrijwaringszone-straalpad’, ‘wro-zone wijzigingsgebied 2’. De bestemming ‘Agrarisch’ laat de realisatie van het transformatorstation niet toe. De bestemming ‘Agrarisch’ is bestemd voor agrarische bedrijfsactiviteiten. Bij de bestemming behorende verharde en onverharde paden, erfverharding ten dienste van het agrarische bedrijf én (toegangs)wegen ten dienste van (aangrenzende) bestemming(en) zijn toegestaan. De ‘wro-zone - wijzigingsgebied 2’ is bedoeld om een agrarische bedrijfsverplaatsing mogelijk te maken. Voor gronden binnen de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone – lib’ gelden de beperkingen met betrekking tot gevoelige bestemmingen. In het LIB zijn deze geclassificeerd als woningen, woonwagens, woonschepen, gebouwen met een gezondheidszorgfunctie en gebouwen met een onderwijsfunctie. Ter plaatse gelden ook beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken, geen

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 3

gebouwen zijnde en objecten, gesteld in artikel 2.2.2 van het “Luchthavenindelingbesluit Schiphol”. Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone – straalpad’ geldt een bouwhoogtebeperking. De bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 30 meter +NAP bedragen. Voor de gronden rond de projectlocatie is tevens een omgevingsvergunning in afwijking van het geldende bestemmingsplan verleend voor het zonnepark De Groene Energie Corridor. Deze omgevingsvergunning voorziet niet in realisatie van het transformatorstation. Derhalve wordt hiervoor bij deze een aparte omgevingsvergunning aangevraagd. Figuur 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan Buitengebied Noord [bron: www.ruimtelijkeplannen.nl]

1.4 Procedurele context In deze paragraaf wordt ingegaan op de procedurele context van het plan.

Planvorm afwijkingsbesluit Omdat het planvoornemen niet past in het geldende bestemmingsplan is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De initiatiefnemer is voornemens voor de realisatie van het transformatorstation een omgevingsvergunningaanvraag in te dienen voor afwijking van het bestemmingsplan. Via deze procedure (ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo) is het mogelijk om af te wijken van het geldende planologisch regime. Voorwaarde voor verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een ‘goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de onderbouwing van de vergunningaanvraag.

Relatie met de m.e.r. Het Besluit m.e.r. regelt wanneer een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is opgenomen welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn (onderdeel C) en welke activiteiten m.e.r.beoordelingsplichtige zijn (onderdeel D). De activiteit is niet opgenomen in de onderdelen C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Er hoeft daarom geen MER of (vorm-vrije) m.e.r.aanmeldnotitie te worden opgesteld.

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 4

Crisis- en herstelwet Hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet (Chw) gaat het over het stroomlijnen en versnellen van procedures voor besluiten van ruimtelijke en infrastructurele projecten, zoals omgevingsvergunningen op basis van de Wabo. Het stroomlijnen van procedures houdt onder meer een versnelde afhandeling door de Raad van State in en het vereiste om direct inhoudelijke beroepsgronden in te dienen. Op basis van artikel 1.1. lid 1 Chw geldt de stroomlijning van procedures voor besluiten ter verwezenlijking van drie type projecten: • •

projecten die vallen onder de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd in Bijlage I; projecten van Bijlage II;

•

projecten op basis van de bijzondere voorzieningen uit Hoofdstuk 2 Chw, te weten

ontwikkelingsgebieden (afdeling 1, hoofdstuk 2 Chw) en "Lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis" (afdeling 7, hoofdstuk 2 Chw) (zie Bijzondere voorzieningen). De realisatie van het transformatorstation door De Groene Energie Corridor valt onder projecten, zoals bedoeld in Bijlage I van de Chw, onder 1.6: “ontwikkeling en verwezenlijking van overige ruimtelijke en infrastructurele projecten ten behoeve van het transport of het leveren van duurzame energie” waardoor hoofdstuk 1 van de Chw rechtstreeks van toepassing is. Omdat er tijdsdruk zit achter de realisatie van het transformatorstation in verband met de gewenste energietransitie en de noodzaak duurzame energieprojecten aan te kunnen sluiten op het openbaar net, is het wenselijk de procedure te stroomlijnen met gebruikmaking van de Chw. Het van toepassing zijn van de Chw dient vermeld te worden in besluitvorming en bekendmaking/publicatie.

1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk waarin het plan kort is toegelicht, wordt in hoofdstuk 2 het beleidskader weergegeven. Er wordt ingegaan op relevant nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 3 wordt de huidige situatie van het plangebied geschetst. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het plan. In hoofdstuk 5 worden de verschillende milieuaspecten beschreven en eventuele effecten weergegeven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid uitgewerkt.

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 5

2 Beleidskaders Dit hoofdstuk beschrijft het beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente op het gebied van duurzame energie en ruimtelijke ordening. Hierbij komen eveneens de nut en noodzaak van de bouw en uitbreiding van nutsvoorzieningen aan de orde, waarbij de doelstellingen van het Rijk, de provincie en gemeente voor duurzame energie en de distributie van deze duurzaam opgewekte energie zijn toegelicht.

2.1 Rijk 2.1.1 Nationaal Klimaatakkoord (2019) Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs (2015) zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Verschillende sectoren denken mee over concrete plannen. De vijf sectortafels zijn: gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en elektriciteit. Op 10 juli 2018 is het 'voorstellen voor hoofdlijnen' document gepresenteerd. In december 2018 is het ontwerp van het Klimaatakkoord gepresenteerd. De eerste maanden van 2019 rekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de afspraken door. De doorrekeningen van het ontwerpKlimaatakkoord door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) toonden aan dat de reductieopgave van 49% gehaald kan worden. Op 28 juni 2019 is het definitieve Klimaatakkoord door het Kabinet gepresenteerd aan de Tweede Kamer.

Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken. Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd.

De transitie naar een duurzaam elektriciteitssysteem stelt het bestaande elektriciteitssysteem en alle betrokken spelers voor nieuwe uitdagingen. In essentie gaat het om drie elementen: •

De productie van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit kent grotendeels een gevarieerd patroon. Eenvoudig gesteld zijn zon en wind variabele, weersafhankelijke bronnen. Om vraag en aanbod onder alle omstandigheden op elkaar af te stemmen zal een groter beroep gedaan worden op flexibiliteit van het systeem. Flexibiliteit zal moeten komen van alle mogelijke vormen van buffering in zowel tijd als omvang: opslag, demand side response, hybride elektrificatie, regelbare

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 6

productie en flexibiliteit uit het buitenland via interconnectie. Grotere weersafhankelijkheid van het aanbod leidt ertoe er een grotere behoefte komt aan korte en lange termijn flexibiliteit. •

De transitie zal de vraag naar elektriciteit in volume en profiel doen veranderen. Elektrificatie is voor de industrie, gebouwde omgeving en mobiliteit een mogelijke route voor verduurzaming. De omvang en snelheid van elektrificatie hebben een grote invloed op de werking van het elektriciteitssysteem. Het toepassen van hybride oplossingen, inclusief allerlei vormen van buffering, kan significant bijdragen aan de benodigde flexibiliteit.

•

Hernieuwbaar opgewekte elektriciteit zal ingevoerd en onttrokken moeten kunnen worden op het net. Dat stelt netbeheerders voor de uitdaging om tegen zo laag mogelijke kosten nieuwe bronnen en additionele elektrificatie te faciliteren door o.a. toereikende netcapaciteiten te bieden. Het stelt overheden voor de taak om dit ruimtelijk goed in te passen. Infrastructuren voor het transporteren, converteren en opslaan van elektriciteit, aardgas, biogas, waterstof, CO2 en warmte zullen ook op elkaar afgestemd moeten worden.

Met deze uitdagingen zal gedurende de transitie de leveringszekerheid op het huidige hoge niveau dienen te blijven.

Energie-infrastructuur is voor de energietransitie sterk voorwaardenscheppend. De energie-infrastructuur (elektriciteit, (groen)gas en andere energiedragers) zal verder ontwikkeld moeten worden opdat tijdig voldoende capaciteit beschikbaar is. Tijdige en integrale ruimtelijke planning waarbij ook infrastructuur vanaf de start wordt meegenomen, is belangrijker dan ooit. Het optimaliseren en meer benutten van infrastructuur vereist nieuwe manieren van samenwerken met marktpartijen. Veel hiervan is al mogelijk binnen bestaande wetgeving, maar een verdere optimalisatie van regelgeving is hiervoor noodzakelijk. Aandachtspunten zijn verder het plannen en uitvoeren van proactieve netinvesteringen, waarbij het optimum gezocht wordt tussen de maatschappelijk laagste kosten en risico’s op overinvesteringen. Het realiseren van een passende energie-infrastructuur met voldoende capaciteit gaat dus hand in hand met de energietransitie.

2.1.2 Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op nationaal niveau is nieuw omgevingsbeleid geformuleerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI is een structuurvisie onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel met het NOVI, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken we aan onze prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 7

Op land schiet de hoofdinfrastructuur voor transport en opslag van duurzame energie in gebieden soms nu al tekort. Naar 2050 toe neemt het aandeel duurzame energie alleen maar toe. Dan zijn veel meer aanpassingen aan de infrastructuur voor energie nodig. Ook de opgave voor ruimte voor de bronnen van duurzame energie zelf is groot. De NOVI geeft daarom richtingen mee die bij inpassing van energieinfrastructuur aandacht vragen voor de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie is een prioriteit in de NOVI. De opgave is dan ook het waarborgen van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen (inclusief besparing), de aanpassing van de netwerken voor warmte, gas en elektriciteit en het inpassen en zoveel mogelijk beperken van de ruimtebehoefte voor opwekking, conversie, opslag en transport van energie.

2.1.3 Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) Rondom de luchthaven Schiphol geldt het luchthavenindelingbesluit (LIB). Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). In het LIB zijn regels ten aanzien van het gebruik en de bouwmogelijkheden van gronden rondom Schiphol opgenomen. Ten aanzien van het gebruik worden bijvoorbeeld beperkingen gesteld aan gebruik van gronden voor gevoelige functies, zoals woningen. Het plangebied is gelegen binnen het beperkingengebied van Schiphol. Ter plaatse zijn geen geluidgevoelige gebouwen toegestaan. Ook zijn geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toegestaan, behoudens bestaand gebruik. Het plangebied is gelegen binnen de toetsingshoogtes 17 en 18 meter boven NAP. Er zijn geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de aangegeven maximale waarden. Het plangebied is gelegen binnen het vlak toetshoogte radar van 56 meter boven NAP. Voor objecten die hoger zijn dan de aangegeven maximale waarde geldt dat die zijn toegestaan mits uit een advies van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt dat het object geen belemmering vormt voor het functioneren van radarapparatuur met het oog op veilig luchtverkeer. Het plangebied is ten slotte ook nog gelegen binnen het gebied ‘beperking aantrekken vogels’. Dit houdt in dat een ontwikkeling van een grootschalig natuurgebied of waterplas ter plaatse onwenselijk is.

2.1.4 Ladder duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven, dat indien een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, in de toelichting van het plan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden volgens de systematiek van de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit houdt in dat inbreiding voor uitbreiding gaat. Uit de jurisprudentie blijkt dat de bouw van een transformatorstation (als dan niet als gedeeld distributiestation) niet als verstedelijking valt aan te merken.2 Derhalve hoeft in dit geval niet getoetst te worden aan de ladder duurzame verstedelijking.

2

Zie de uitspraak van de ABRvS van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollandse Kroon)

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 8

2.2 Provincie Noord-Holland 2.2.1 Omgevingsvisie Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van de provincie Noord-Holland ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5.

Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De ontwikkeling van het zonnepark, waarbij uiteraard ook bijbehorende technische voorzieningen behoren, past binnen beweging 4, nieuwe energie en binnen beweging 5, duurzame agrarische sector. De ontwikkeling voorziet in de lokale opwekking van duurzame energie door middel van een zonnepark en bijbehorende netaansluiting, en draagt bij aan de mogelijkheid tot verduurzaming van de betrokken agrarische grondeigenaren.

Nieuwe energie Voor nieuwe energie is één van de speerpunten van beleid het zodanig bundelen van vraag en aanbod van hernieuwbare energie dat sprake is van efficiënte benutting van bestaande en nieuwe energieinfrastructuur en van restwarmte. Economische en andere stedelijke activiteiten kunnen van elkaars nabijheid profiteren. Het is zaak daarmee rekening te houden bij het reserveren van ruimte voor deze activiteiten. Zo nemen de kansen op synergie toe. Dat geldt in het bijzonder voor energietransitie: het bundelen van vraag en aanbod is voordelig: er is dan minder energieverlies en de ruimte wordt efficiënter gebruikt. Om het energiesysteem in z’n totaliteit goed te laten functioneren, moet goed afgewogen worden waar nieuwe, grote energievragers komen, zoals datacenters. Bepaald moet worden waar de nieuwe energievraag het beste gefaciliteerd kan worden op basis van de onderliggende infrastructuur. Volgens het uitgangspunt ‘lokaal wat kan’, heeft de gemeente het hier voor het zeggen (via de omgevingsplannen). Vanuit de provincie sturen we op de regionale afstemming hierover. Door het te realiseren transformatorstation ook dienst te laten doen als gedeeld distributiestation wordt een bijdrage geleverd aan het bundelen van vraag en aanbod maar ook in het optimaal functioneren van het energiesysteem.

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 9

2.2.2 Omgevingsverordening NH2020 In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Het plangebied is in de Omgevingsverordening onder meer aangewezen als ‘Bijzonder provinciaal landschap’, ‘landelijk gebied’ en ‘LIB zone Schiphol’. Voor het plangebied en de ontwikkeling zijn de volgende artikelen uit de verordening van belang.

Artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1. Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 2. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a.

rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble

b.

en van de toepasselijke provinciale structuren; bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en;

c.

bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het

toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. 3. In aanvulling op het tweede lid, wordt bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in de Amstelscheg rekening gehouden met de karakteristieken en de ontwerpprincipes inzake de samenhang, de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van het landschap, zoals beschreven in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde rapport 'Gebiedsperspectief en Beeldkwaliteit Amstelscheg' (nr. 2011-66880). 4. De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. 5. Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen, ook in een vroeg stadium, inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing. Toetsing In het kader van de ontwikkeling is een landschappelijke inpassing opgesteld voor het zonnepark en een update van deze landschappelijke inpassing voor het transformatorstation waarin rekening is gehouden met het provinciaal beleid. De landschappelijke inpassing wordt beschreven in paragraaf 4.3 en is opgenomen als bijlage 1 bij deze GROB. In de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

Artikel 6.46 Bijzonder provinciaal landschap 1. De kernkwaliteiten van het Bijzonder provinciaal landschap zijn vastgelegd in Bijlage 6. 2. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Bijzonder provinciaal landschap bevat regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. 3. In afwijking van artikel 6.3 bevat het ruimtelijk plan geen regels die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. 4. Het ruimtelijk plan kan regels bevatten die een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, mits deze ontwikkeling de voorkomende kernkwaliteiten niet aantast.

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 10

5. De toelichting op het ruimtelijk plan bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en een motivering van de wijze waarop wordt voldaan aan het tweede en, indien van toepassing, het vierde lid. 6. Indien uit de motivering volgt dat maatregelen noodzakelijk zijn om te voldoen aan het bepaalde in het vierde lid, dan dient de uitvoering hiervan te zijn geborgd bij de vaststelling van het ruimtelijk plan. 7. In afwijking van het vierde lid kan het ruimtelijk plan regels bevatten die de volgende ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken: a.

een uitbreiding van een agrarisch bouwperceel tot maximaal twee hectare; of

b.

nieuwe bebouwings- en functiemogelijkheden op grond van artikel 6.33, eerste lid, onder e en f en artikel 6.33, tweede en derde lid.

8. In afwijking van het derde en vierde lid kan het ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling of een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die de kernkwaliteiten aantast mogelijk maken, indien: a. er sprake is van groot openbaar belang; b.

er geen reële alternatieven zijn; en de aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt en de

aantasting wordt gecompenseerd. 9. In afwijking van het derde en vierde lid kan het ruimtelijk plan voorzien in woningbouw overeenkomstig de afspraken tussen Rijk, provincie en betrokken gemeenten met betrekking tot de Pilot Waterland. 10. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen over de motivering als bedoeld in het vijfde lid en over de wijze van compensatie als bedoeld in het achtste lid, aanhef en onderdeel c. 11. Gedeputeerde Staten kunnen de kernkwaliteiten zoals opgenomen in Bijlage 6 wijzigen. Toetsing De realisatie van een transformatorstation valt niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 6.46 lid 3 van de Omgevingsverordening jo. art. 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro (zie ook paragraaf 2.1.4). Derhalve is deze ontwikkeling mogelijk binnen de Omgevingsverordening, mits deze de kernkwaliteiten niet aantast. In het kader van de ontwikkeling is een landschappelijke inpassing opgesteld waarin rekening is gehouden met de eisen die het gebied als bijzonder provinciaal landschap stelt aan de ontwikkeling van het zonnepark in het gebied Haarlemmermeer-Noord. Hierin is ook een beschrijving opgenomen van de voorkomende kernkwaliteiten op deze locatie en een motivering waarom de ontwikkeling de kernkwaliteiten niet aantast, zoals deze zijn beschreven in het document ‘Kernkwaliteit Bijzonder Provinciaal Landschap Haarlemmermeer Noord’.

De landschappelijke inpassing wordt verder beschreven in paragraaf 4.3 en is opgenomen als bijlage 1 bij deze GROB. Artikel 6.30 over opstellingen voor zonne-energie is specifiek voor het transformatorstation niet van toepassing. Het zonnepark voldoet al aan dit artikel, zoals blijkt uit de omgevingsvergunning die daarvoor is verleend. Ten aanzien van de realisatie van zonneparken binnen de provincie Noord-Holland heeft de provincie nadere regels gesteld over de omvang en locatie van zonneparken in de Uitvoeringsregeling opstellingen voor zonne-energie in het landelijk gebied Noord-Holland (2019). In deze regels zijn tevens voorwaarden opgenomen ten aanzien van de inpassing van zonneparken. Voor bijbehorende technische voorzieningen zoals een transformatorstation worden niet specifiek regels gesteld.

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 11

Het zonnepark met bijbehorende voorzieningen kan ook mogelijk gemaakt worden omdat Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Holland (GS) het gebied bij besluit van 30 maart 2021, verzonden 1 april 2021, heeft aangewezen als stimuleringsgebied voor zonne- energie. Het transformatorstation valt binnen het gebied dat als zodanig is aangewezen (zie Bijlage 2 bij de Omgevingsregeling).

Transformatorstation is geen kleinschalige ontwikkeling: artikel 6.4 Omgevingsverordening niet van toepassing Op basis van artikel 6.4 van de Omgevingsverordening kan in het werkingsgebied landelijk gebied een ruimtelijk plan uitsluitend onder voorwaarden voorzien in een kleinschalige ontwikkeling, niet zijnde een kleinschalige woningbouwontwikkeling. De definitie van kleinschalige ontwikkeling in de Omgevingsverordening is nieuwe bebouwing voor stedelijke functies die gelet op de kleinschaligheid en beperkte ruimtelijke gevolgen niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening. In de toelichting op de Omgevingsverordening zijn kleinschalige ontwikkelingen nader omschreven als ontwikkelingen voor stedelijke functies die naar aard en omvang zodanig beperkt zijn dat zij geen nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn. Hiermee sluit de toelichting aan bij de rechtspraak, waaruit volgt dat een stedelijke ontwikkeling van een bepaalde aard en omvang moet zijn om als zodanig aangemerkt te worden (ECLI:NL:RVS:2014:1442). Kortom, enkel activiteiten die bij een grotere omvang een stedelijke ontwikkeling zijn, kunnen vanwege de kleinschaligheid en beperkte ruimtelijke gevolgen een kleinschalige ontwikkeling zijn.

Een transformatorstation is op basis van de rechtspraak geen stedelijke ontwikkeling (zie ECLI:NL:RVS:2017:1724 en ook paragraaf 2.1.4). Als gevolg daarvan kan het transformatorstation ook niet worden aangemerkt als een kleinschalige ontwikkeling en is artikel 6.4 Omgevingsverordening niet van toepassing.

2.3 Gemeente Haarlemmermeer 2.3.1 Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 De Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (vastgesteld d.d. 3 maart 2022) helpt de gemeente om de juiste afwegingen te maken en zuinig en zorgvuldig met de ruimte om te gaan en vervangt de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 (2012). Ook inspireert de omgevingsvisie om opgaven gezamenlijk op te pakken: de gemeente samen met inwoners, ondernemers en ontwikkelaars. (Omgevings)kwaliteit wordt toegevoegd waar dat kan. Het plangebied is gelegen in het (deel)gebied Haarlemmermeer-Noord en maakt deel uit van open gebied tussen het Noordzeekanaal en de zuidkant van Zwanenburg dat bewust is vrijgehouden van verstedelijking door beleid van het Rijk (‘bufferzone’) en provincie (bijzonder provinciaal landschap) en beperkingen die de luchtvaart met zich meebrengt. Het gebied is wel aangewezen als ‘bruto zoekgebied zonnecarré’, hier ligt de gemeentelijke opgave voor opwek van energie door zon op land. Het inzetten van agrarische gronden in Haarlemmermeer voor zon is gebaseerd op onderzoeken die aangeven dat daken en andere gronden niet toereikend zijn voor de lokale opgave.

De Omgevingsvisie geeft voor zon in de bufferzone het volgende aan: “Binnen de bufferzone maken we in het aangewezen zoekgebied voor zon (‘Zonnecarré’) de realisatie van landschappelijke ingepaste zonneakkers mogelijk met vergroting van de omgevingskwaliteit van het gebied. Dit volgens de voorwaarden in ons beleidskader zonneakkers. De gedachte is dat zonneakkers een tijdelijk functie tijdens de energietransitie vormen, de agrarische functie

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 12

toegedeeld blijft en daarmee geen sprake is van permanente verstedelijking. Die tijdelijkheid borgen we publiekrechtelijk en privaatrechtelijk.” Grootschalige ingrepen voor de energietransitie, zoals het zonnecarré, sluiten aan bij de oorspronkelijke opzet van het landschap van de Haarlemmermeerpolder. Dit door de heldere lange lijnen van de polder (de polderlinten) te volgen. Zonneakkers houden afstand van de polderlinten met hun kleinschalige opzet en afwisseling van werken en wonen, erfgoed en recreatie. Op lokale en bovenlokale schaal zorgen groene aders dwars door de woon- en werkgebieden en energielandschappen voor de verbindingen tussen de groengebieden en een sterke landschappelijke structuur. De Omgevingsvisie constateert dat groei van grootschalige opwek van duurzame elektriciteit en het gebruik van elektriciteit door economische groei vraagt om verdere uitbreiding van het lokale elektriciteitsnet. Uit een netwerkstudie door Liander blijkt dat op dit moment het huidige elektriciteitsnet in Haarlemmermeer aan haar grenzen zit wat betreft de levering van elektriciteit. Om deze capaciteitsproblemen op te lossen en daarmee woningbouw en economische ontwikkelingen mogelijk te blijven maken, zijn er de komende jaren nieuwe onderstations nodig. De gemeente wil deze onderstations zo goed mogelijk inpassen in de omgeving.

Benodigde energie-infrastructuur dient goed ruimtelijk en landschappelijk te worden ingepast wordt en slim te worden gebruikt.

2.3.2 Visie polderlinten De gemeentelijke visie voor polderlinten3 is een uitwerking van de Omgevingsvisie. De polderlinten zijn zeer kenmerkend voor Haarlemmermeer. Het zijn van oudsher de ontsluitingswegen in de gemeente. Zij vertellen het verhaal van de ontstaanswijze van het gebied en zijn ook bepalend voor de ruimtelijke structuur van de gemeente Haarlemmermeer. Maar voortgaande verstedelijkingsprocessen en een hoge verkeersdruk zetten de kwaliteit van de polderlinten steeds meer onder druk. Daarom zet de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 en deze uitwerking in op het herkenbaar en beleefbaar houden van de oorspronkelijke karakteristiek van het raamwerk als geheel en waar mogelijk de versterking daarvan. Het plangebied is gelegen in zogenoemd ‘gepland energielandschap’. Belangrijke aandachtspunten uit de visie waaraan dient te worden voldaan zijn: •

versterk de laanbeplanting door toevoeging van extra bomenrijen/vegetatie en meer variatie in soorten;

•

zorg ervoor dat het polderlint als lijn zichtbaar blijft;

•

versterkt de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen (leilindes);

•

ontwikkel kruidenrijke zones in de linten.

2.3.3 Coalitieakkoord Haarlemmermeer 2022-2026 Om het zich steeds meer manifesterende stroomtekort en de gevolgen van de klimaatverandering in de groeiende gemeente het hoofd te bieden, zet de coalitie de klimaat- en energietransitie nadrukkelijk en proactief in. Samenwerking in de regio, maar ook met inwoners, ondernemers, organisaties nemen hier een belangrijke plek in: het is in het belang van iedereen om samen werken aan een toekomstbestendig Haarlemmermeer. “Trotse dragers van het landschap, visie polderlinten Haarlemmermeer en beeldkwaliteitsplan voor de erven”, januari 2022. 3

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 13

De coalitie ziet, vanwege de unieke positie als logistiek knooppunt in de Metropoolregio Amsterdam, kansen om als innovatieve ontwikkelgemeente een grote bijdrage te leveren aan het klimaatakkoord. De ambitie vergt een stevige inzet op de uitrol van de elektriciteits-infrastructuur zodat alle initiatieven op het gebied van energieopwekking ook daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden.

2.3.4 RES 1.0 regio Noord-Holland Zuid (2021) In de Regionale Energiestrategie (hierna: RES) 1.0 is vastgelegd dat Haarlemmermeer 300 hectare grootschalige zonneakkers realiseert voor 2030. De verwachting is dat er daarna richting 2050 nog meer hectares nodig zijn. Vanuit ruimtelijk oogpunt en het elektriciteitsnet, is het wenselijk zonneakkers zoveel mogelijk aaneengesloten te ontwikkelen. Op deze manier wordt ook voorkomen dat er een rommelig landschap ontstaat. Deze wens voor aaneengesloten zonneakkers is ook uitgesproken door de bewoners(organisaties) die deelnamen aan de ateliers voor de (concept)RES. Ten aanzien van de energieinfrastructuur zegt het RES het volgende: “Energie-infrastructuur uitbreiden. In Noord-Holland Zuid ligt een robuust elektriciteitsnetwerk. Op dit moment kan het echter niet meer overal aan de energievraag voldoen. En het verbruik van elektriciteit zal de komende jaren ook nog eens fors stijgen in de stedelijke regio Noord-Holland Zuid. Daardoor raakt de vraagkant steeds meer overbelast. Het gevolg is dat op 41 stations de maximale capaciteit in 2030 zal worden bereikt. Er is op de meeste stations momenteel wel voldoende netcapaciteit beschikbaar voor de opwek van duurzame energie. Uit de netimpactanalyse van de netbeheerder blijkt dat op 5 van de 57 stations een knelpunt zal ontstaan door duurzame opwek.

Daar zijn uitbreidingen en nieuwe stations nodig om duurzame opwek aan te sluiten. Dit betekent een grote opgave. Afstemming en samenwerking met de netbeheerder zijn essentieel om dit te gaan realiseren.”

2.3.5 Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer (2020) Een groeiende vraag naar duurzame en lokaal opgewekte elektriciteit en de financiële aantrekkelijkheid van zonneakkers, maakt dat er veel initiatieven bij de gemeente Haarlemmermeer binnenkomen voor zonneakkers in het buitengebied. Het beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer is opgesteld om duidelijkheid te bieden over of, waar en onder welke voorwaarden deze ruimtevraag gefaciliteerd wordt. Het beleidskader constateert dat zonneakkers de komende jaren nodig zijn om de energietransitie te bewerkstelligen. Grootschalige zonneakkers leveren een significante bijdrage aan de energieopgave van de gemeente. De vraag naar hernieuwbare elektriciteitsopwekking gaat naar verwachting sterk toenemen. Omdat de mogelijkheden voor windenergie in Haarlemmermeer beperkt zijn, is inzetten op zonnepanelen noodzakelijk. Het benutten van nieuw en bestaand dakoppervlak is logisch en noodzakelijk. Maar, de daken zijn ontoereikend voor de totale opgave Grootschalige zonneakkers vragen wel veel van het elektriciteitsnetwerk. Het huidige netwerk is niet toegerust op hoge pieken in elektriciteitsopwekking. Daarmee kan het elektriciteitsnet een belemmerende factor zijn in de realisatie van zonneakkers. Naast zonneakkers maken ook andere ontwikkelingen dat het netwerk aangepast en verzwaard moet worden.

Woningbouw, elektrisch vervoer en de elektrificatie van verwarming zijn voorbeelden daarvan. Er moet overwogen worden hoe bepalend aanpassingen aan het netwerk zijn bij locatiekeuze voor zonneakkers in relatie tot andere factoren zoals landschappelijke inpassing. Ook is de aansluiting op het netwerk een kritische factor in de businesscase.

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 14

Netverzwaring Ten aanzien van de netaansluiting en netverzwaring geeft het beleidskader het volgende aan: “Kosten voor netverzwaring worden gesocialiseerd. Het is dus in maatschappelijk belang dat het net zo optimaal mogelijk benut wordt en onnodige netverzwaring wordt voorkomen. In de toekomst kan het voorkomen dat het terugleveren van zonnestroom beperkt wordt tot een bepaald maximum van de piekopwek. In de praktijk scheelt het maar marginaal op de totaal opgewekte energie, maar wel significant op de aansluiting. Dit onder het motto ‘geen vierbaansweg aanleggen voor een paar drukke vakantiedagen per jaar’. Over het algemeen kan gezegd worden dat onderstations in Haarlemmermeer vooral belast zijn met de afname van elektriciteit. Opwek kan dan gunstig zijn om dit te compenseren. Echter, grootschalig terugleveren op het elektriciteitsnet vraagt om aanpassingen en verzwaringen. Volgens de netbeheerder zijn meerdere kleinschalige zonneakkers, verspreid over de gemeente, beter aan te sluiten op het bestaande net dan enkele grootschalige parken. Tenzij er directe aansluitingen op onderstations gerealiseerd worden. Maar deze zijn kostbaar. Voor de aansluiting op het netwerk moet altijd per situatie gekeken worden welke opties mogelijk zijn.

Zo kan er direct op een onderstation aangesloten worden, kan er een aansluiting gemaakt worden op de ring, of kan er gebruik worden gemaakt van een nabijgelegen zware aansluiting op een boerenerf. Het combineren van zonne- en windenergie op dezelfde netwerkaansluiting kan gunstig zijn omdat het energieprofiel daarmee afvlakt. Zon en wind zijn deels complementair zodat er minder pieken en dalen ontstaan in het opwekken van energie.”

2.3.6 Beeldkwaliteitsplan zonnecarré (2021) De gemeente Haarlemmermeer heeft het beeldkwaliteitsplan zonnecarré opgesteld om initiatiefnemers ruimte én richting te geven bij ontwikkelingen binnen het aangewezen zoekgebied voor grootschalige zonneakkers (het zonnecarré), waar ook zonnepark De Groenen Energie Corridor onder valt. Het beeldkwaliteitsplan wordt ingezet als uitwerking van de beleidsregels uit het Beleidskader Zonneakkers Haarlemmermeer (2020). Het beeldkwaliteitsplan geeft enkele regels voor de inpassing van technische installaties behorende bij het zonnepark: •

er wordt voldoende ruimte gehouden om het vrije doorzicht over tochten en kavelsloten te behouden. Een goede invulling betekent dat ten minste 5 meter (gemeten vanaf insteek sloot bovenzijde) aan elke kant van de tocht of sloot wordt vrijgehouden van panelen, hekwerken en technische installaties;

•

technische installaties worden binnen de panelenblokken geplaatst en niet in de vrije zones;

•

ontwikkelingen dienen zo te worden ingepast dat ze de karakteristieke verkaveling volgen en benadrukken;

•

technische installaties worden zo onopvallend mogelijk vormgegeven. Dat houdt in dat ze zo laag mogelijk zijn, het ritme van de opstelling volgen en qua kleurstelling zoveel mogelijk wegvallen in het geheel;

•

hekwerken die gebruikt worden zijn transparant en uniform en passeerbaar voor dieren. Ze worden uitgevoerd in passende en neutrale kleuren zodat ze zo goed mogelijk wegvallen in het landschap. Aan de open zijden van de opstelling worden de hekwerken groen ingepast.

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 15

2.3.7 Conclusie gemeentelijk beleid Met het transformatorstation wordt bijgedragen aan de gemeentelijke duurzame energie ambities. De gemeente Haarlemmermeer ambieert een stevige inzet op de uitrol van de elektriciteitsinfrastructuur zodat alle initiatieven op het gebied van energieopwekking ook daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. Het transformatorstation is in ieder geval noodzakelijk om het zonnepark aan te kunnen sluiten op het openbaar elektriciteitsnet. Daarnaast draagt de functie als gedeeld distributiestation ook bij aan de stevige inzet op de uitrol van de elektriciteits-infrastructuur voor andere initiatieven dan alleen het zonnepark. Voor de inpassing van het transformatorstation kan aangesloten worden op (de uitgangspunten voor) de inpassing van het zonnepark en bijbehorende technische infrastructuur. Het gaat dan in het bijzonder om het volgende: •

de installaties van het transformatorstation staan ten minste 5 meter vanaf de insteek van de sloot;

•

de installaties van het transformatorstation zijn binnen de panelenblokken geplaatst en staan dus niet in de vrije zones. Meer concreet is er een deel van één zonnepanelenblok - dat reeds was vergund komen te vervallen om ruimte te maken voor het transformatorstation;

•

de installaties van het transformatorstation zijn zo onopvallend mogelijk ingepast in het landschap. Zie hiervoor in meer detail de landschappelijke inpassing.

De landschappelijke inpassing van het transformatorstation houdt rekening met de uitgangspunten voor landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit uit de Omgevingsvisie, visie voor polderlinten en Beeldkwaliteitsplan zonnecarré (zie paragraaf 4.3) Volgens de Omgevingsvisie mag er in de bufferzone geen sprake zijn van permanente verstedelijking, de agrarische functie van het gebied blijft bestemd. Zoals blijkt uit paragraaf 2.1.4 is realisatie van een transformatorstation, al dan niet als gedeeld distributiestation, geen stedelijke voorziening waardoor realisatie van het transformatorstation als permanente voorziening geen strijd geeft met het beleid voor de bufferzone. Het transformatorstation gaat ook niet ten koste van landbouwgrond omdat het plangebied is geprojecteerd op een (voormalig) agrarisch bouwblok dat niet voor de teelt van gewassen in gebruik was. Anders dan voor de zonneakkers zelf, schrijft het gemeentelijke beleid ook niet voor dat transformatorstations een tijdelijk karakter moeten hebben. Deze kunnen binnen het huidige beleid ook permanent vergund worden, temeer omdat transformatorstations niet worden aangemerkt als stedelijke voorziening en deze een belangrijke (permanente) rol vervullen in de gewenste energietransitie en versterking van het elektriciteitsnetwerk. Het transformatorstation geeft invulling aan gemeentelijk beleid.

Rekening dient gehouden te worden met uitgangspunten voor technische installaties behorende bij een zonnepark, als opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan zonnecarré.

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 16

3 Huidige situatie 3.1 Plangebied en omgeving De percelen van het zonnepark maken onderdeel uit van de Haarlemmermeerpolder die omgeven is door de Ringvaart. De Haarlemmermeerpolder is een grote droogmakerij met een rechtlijnige verkavelingsstructuur. De percelen zijn agrarische gronden en worden momenteel gebruikt voor de teelt van met name aardappelen, tarwe, suikerbieten en olifantsgras. Het perceel waarop het transformatorstation is gepland (A; zie Figuur 3.2) aan de Kromme Spieringweg, is gelegen in het westelijk deel van de polder nabij het knooppunt Rottepolderplein (A9/A200) en de brug over de Ringvaart. Het perceel waar de transformatorstation wordt gerealiseerd, vormt onderdeel van een agrarisch bouwblok dat momenteel nog ter plaatse aan de Kromme Spieringweg 74 te Zwanenburg is gesitueerd. Dit bouwblok zal - in verband met de ligging binnen een geluidssloopzone van het LIB - op termijn verplaatst worden naar een nieuw bouwblok aan de Domineeslaan bij Zwanenburg. Voor deze verplaatsing is reeds een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied Noord”.

Ter plaatse van de beoogde locatie voor het transformatorstation zijn nog opstallen gelegen (2 schuren/agrarische bedrijfspanden) die op termijn zullen worden geamoveerd in verband met de ligging binnen een sloopzone van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) van Schiphol en de daardoor ingegeven bedrijfsverplaatsing. De bij het bedrijf behorende bedrijfswoning is reeds geamoveerd / gesloopt met het oog op de voorgenomen verplaatsing naar de Domineeslaan. Op de locatie van deze voormalige bedrijfswoning wordt het transformatorstation gerealiseerd. De projectlocatie betreft dus geen landbouwgrond. Aan de overzijde van de ringvaart en de rijksweg A9 zijn bedrijventerreinen gelegen op een minimale afstand van ruim 500 meter. In de Haarlemmermeerpolder is ook aan de Kromme Spieringweg op een afstand van 180 meter van het plangebied agrarische bebouwing gelegen zonder woning.

3.2 Woningen De dichtstbijzijnde woningen zijn gelegen in Zwanenburg ten noordoosten van het transformatorstation op een kortste afstand van ruim 800 meter. Ten zuidoosten is de dichtstbijzijnde woning gelegen aan de IJtocht op een afstand van ruim 1.000 meter. Ten (noord)westen van het transformatorstation is de dichtstbijzijnde woning aan de Zwanenburgerdijk gelegen op een afstand van ruim 1.250 meter. Hiernaast is er op ruim 700 meter nog een woonboot gelegen in de Ringvaart.

3.3 Infrastructuur Het plangebied is gelegen nabij het knooppunt Rottepolderplein waar de A200 en A9 bij elkaar komen. De A9 ligt het meest nabij, ten westen van het plangebied op een afstand van circa 500 meter. Het plangebied wordt ontsloten via de lokale Kromme Spieringweg. Op een afstand van circa 1.500 meter is de Zwanenburgbaan van luchthaven Schiphol gelegen. Aan de zuidwestzijde van het plangebied ligt een watergang. Over het plangebied loopt een planologisch beschermde straalverbinding. Het plangebied is daarnaast gelegen binnen de zone van het LIB (zie verder paragraaf 2.1.3 en 5.6).

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 17

Er is verder geen infrastructuur, zoals hoogspanningsverbindingen of ondergrondse gasleidingen, aanwezig in de nabijheid van het plangebied.

3.4 Natuur Het plangebied maakt geen onderdeel uit van beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Kennemerland-Zuid op circa 7,3 kilometer afstand en Polder Westzaan op 7,5 kilometer afstand. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is gelegen ten noorden van de A200 op een afstand van circa 1 kilometer. Figuur 3.1 Ligging NNN ten opzichte van het plangebied [bron: Omgevingsverordening NH2020]

3.5 Zonnepark De Groene Energie Corridor Op 4 oktober 2021 is omgevingsvergunning verleend voor zonnepark De Groene Energie Corridor waarmee een deel van de agrarische percelen een ander gebruik krijgen. De zonnepanelen worden geplaatst op de percelen A tot en met D (zie Figuur 3.2) met een maximale bouwhoogte van 2 meter. Deze percelen hebben samen een omvang van ongeveer 100 hectare. Om het zonnepark wordt een transparant hekwerk geplaatst van maximaal 2 meter hoog. Er worden 18 transformatoren geplaatst met een afmeting van ongeveer 15 m2 en een bouwhoogte van circa 3 meter. De randen van het zonnepark worden aan de buitenzijde van het hekwerk groen/landschappelijk ingepast.

Landschappelijke inpassing van het zonnepark Bij het opstellen van de landschappelijke inpassing voor het zonnepark is rekening gehouden met de zichtbaarheid vanuit de omgeving (verschillende zichtpunten), zichtlijnen over de bestaande watergangen, de openheid van het landschap en met de wensen van de omwonenden. Door middel van een participatieproces met de omgeving zijn deze wensen en behoeften naar voren gekomen. Bewoners hebben aangegeven meer te zien in een openbaar toegankelijk rustpunt bij het Bottelierspad dan aan groenstroken die toegankelijk zijn voor fietsers en voetgangers. Derhalve is in het kader van de

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 18

beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap gekozen voor die eerste optie. De beleefbaarheid en educatieve functie van deze groenstructuur kan worden vergroot door de aanleg van een uitkijktoren die als optie is opgenomen in het plan. Uiteindelijk zal de omgeving worden gevraagd om hier verder invulling aan te geven. Voordeel van de keuze om de groene randen niet openbaar toegankelijk te maken, is dat er geen verstoring plaatsvindt van de in die randen aanwezige dieren / nestelplaatsen. Dit kan de ecologische kwaliteit van de randen ten goede komen. Langs de Kromme Spieringweg komen zones die ingevuld worden met bloemrijkgrasland en inheems struweel (zie ook Figuur 3.3). Dit betreft in de eerste plaats het zonnepark bij de Kromme Spieringweg 96; hier komt 125 meter bloemrijkgrasland met aansluitend een rand van struweel teneinde de panelen aan het zicht te onttrekken. Bij het meest noordelijke perceel bij de Kromme Spieringweg 74 is er vanaf de Kromme Spieringweg zicht op de paneelzijde van de opstelling. Hier is gekozen voor een combinatie van kruidenrijk grasland langs de panelen met laagblijvende beplanting / struweel zodat hier enig zicht op het zonnepark behouden blijft. Het meest noordelijke perceel van het zonnepark (A) wordt aan de zijde van Zwanenburg ingericht met Olifantsgras. Vanuit het dorp is er zodoende geen zicht op de panelen.

Vanaf de Zwanenburgerdijk worden door het toepassen van Olifantsgras het hekwerk en de constructie van de tafels aan het zicht onttrokken. Het zonnepark wordt deels gerealiseerd op het bouwblok van de boerderij aan het adres Kromme Spieringweg 74 te Zwanenburg. Dit bouwblok zal worden geamoveerd in verband de ligging in de sloopzones van het Luchthavenindelingbesluit (LIB). De landschappelijke inpassing van het transformatorstation is afgestemd op de landschappelijke inpassing van het zonnepark, zodat een uniform en rustig beeld ontstaat. Dit wordt nader omschreven in het document landschappelijk inpassing en paragraaf 4.3. Figuur 3.2 Inrichtingsplan voor het zonnepark

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 19

Figuur 3.3 Illustratie landschappelijk inrichtingsplan nabij plangebied [bron: RHO Adviseurs]

Transformatorstation zonnepark De Groene Energie Corridor 722038 | Goede ruimtelijke onderbouwing | V5.0 definitief | 12-6-2023 Pagina 20

4 Beschrijving van het plan 4.1 Noodzaak transformatorstation Realisatie van het transformatorstation is noodzakelijk voor het aansluiten van het zonnepark De Groene Energie Corridor op het openbaar elektriciteitsnet. Zonder het transformatorstation kan de opgewekte duurzame elektriciteit niet geleverd worden aan de elektriciteitsafnemers (huishoudens en bedrijven) en kan het project dus ook niet bijdragen aan de gemeentelijke ambities voor de opwekking van duurzame energie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=d91e7c2c-73a0-40a3-a27c-bae625da6eb4