CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Regels

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 19 december 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Vaststelling bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag (11483952) - AANGENOMEN21.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Planregels Bestemmingsplan Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS ARTIKEL 1 Begrippen plan: het bestemmingsplan ‘Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag’ met identificatienummer NL.IMRO.0394.BPGhfdbuipilot.C001 van de gemeente Haarlemmermeer bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening: het in of aan huis uitoefenen van (vrije) beroepen en/of het in of aan huis ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten door de bewoner(s) van dat huis en maximaal één werknemer, die door de beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met overwegend behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend aanmeervoorziening: meerpalen, voorzien van een gording agrarisch bedrijf: een bedrijf gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, daaronder begrepen houtteelt, zaadveredeling en de teelt van watergebonden organismen als planten, algen, weekdieren, schelpdieren en vissen archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende

overblijfselen uit oude tijden bebouwing: één of meerdere gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde bebouwingspercentage: het percentage van de oppervlakte van het bouwvlak van het bouwperceel dat maximaal mag worden bebouwd. bed & breakfast: een aan de woonfunctie ondergeschikte verblijfsvoorziening, bestaande uit het tegen betaling aanbieden van toeristisch en kortdurend verblijf in de woning en/of bijbehorende gebouwen. Een bed & breakfast wordt gerund door de hoofdbewoner(s) van de woning. De kamers ten behoeve van een bed & breakfast functioneren niet als zelfstandige wooneenheid

bedrijf: een onderneming die goederen vervaardigt, bewerkt, installeert, inzamelt en/of verhandelt, evenals diverse vormen van opslag en logistiek bedrijfsgebouw: een gebouw dat blijkens aard en indeling bruikbaar en noodzakelijk is voor de uitoefening van een bedrijf, met uitzondering van (bedrijfs)woningen bedrijfswoning: een woning die gezien ligging en functie bedoeld is voor bewoning door één huishouden waarvan de aanwezigheid gelet op de bestemming van een gebouw of terrein noodzakelijk is bestaand bouwwerk: het op de dag van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan legaal bestaand bouwwerk, evenals een bouwwerk dat wordt of mag worden gebouwd krachtens een voorafgaand aan deze dag verleende of krachtens een voor deze dag aangevraagde, maar nog te verlenen omgevingsvergunning bestaand gebruik: het gebruik, zoals aanwezig op de dag van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan, conform de geldende gebruiksregels of een omgevingsvergunning bestaande steiger, aanmeervoorziening of meerpaal: een op de dag van het van kracht worden van het Voorbereidingsbesluit Ringvaart (29 december 2015) bestaande steiger, aanmeervoorziening of meerpaal, evenals een steiger, aanmeervoorziening of meerpaal die wordt of mag worden gebouwd krachtens een voor deze dag verleende omgevingsvergunning bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak bestemmingsvlak: een geometrisch

bepaald vlak met eenzelfde bestemming bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk bouwgrens: de grens van een bouwvlak bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden cultuurhistorische waarden: de fysieke overblijfselen van de historie, zowel bovengronds (gebouwde monumenten) en ondergronds (archeologie) als het cultuurlandschap met zijn historische landschapselementen als verbinding daartussen detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit dienstverlening: bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan derden, met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen.

ecologische waarden: de aan een gebied toegekende waarde als leefgebied voor één of meerdere al dan niet met een wettelijk beschermde status soorten flora en fauna garagebedrijf: een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor onderhoud en reparatie van motorvoertuigen al dan niet met verkoop van auto’s gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt glastuinbouwbedrijf: een agrarisch bedrijf waarbij de teelt van gewassen in een kas plaatsvindt onder gecontroleerde omstandigheden hoofdgebouw: één of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is

hoofdverblijf: de plaats waar een persoon zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft horeca: een bedrijfsfunctie die is gericht op het verstrekken van logies en/of ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie horecasteiger: steiger ten behoeve van en gelegen tegenover een horecavestiging aan de Ringdijk, waarvan het beloopbaar gedeelte wordt gebruikt als horecaterras en/of waar boten kunnen aanmeren om gebruik te maken van het horecaterras en/of de tegenover de steiger liggende horecavestiging hospitaverhuur: de verhuur van kamers in een woning waar de eigenaar zelf zijn hoofdverblijf heeft hotel: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met als nevenactiviteiten het verstrekken van ter plaatse te nuttigen maaltijden en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren kantoor: een (deel van een) gebouw waarin directie en/of administratie van een (dienstverlenend) bedrijf zijn gevestigd kunstobject: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat strekt tot het tot uitdrukking brengen van een kunstzinnig idee, door het op creatieve wijze vormgeven aan materiaal of materialen ligplaats: plaats waar een boot geankerd of afgemeerd is of kan worden logiesfunctie: alle vormen van logies/ verhuur voor

kortdurend recreatief verblijf aan derden met commerciële doeleinden. Die personen hebben elders hun hoofdverblijf maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een gebouw zal worden opgericht meerpaal: een paal in het water, die over het algemeen wordt gebruikt voor het aanmeren van vaartuigen natuurlijke waarden: de biotische en abiotische waarden van een gebied

openbare steiger: steiger die vrij toegankelijk is en door iedereen als zodanig gebruikt mag worden overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is passantensteiger: een openbare steiger waaraan voor een beperkte aangegeven tijd passerende boten kunnen aanmeren peil: • voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang • voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw • indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil) • voor een bouwwerk op een viaduct of brug: de hoogte van de kruin van het viaduct of de brug ter plaatse van het bouwwerk permanent verblijf: het gebruik van een woning, kampeermiddel, recreatieverblijf of vakantiehuis door een persoon, gezin of andere groep van personen op een wijze die ingevolge de Wet gemeenschappelijke basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving van bewoner(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente

Haarlemmermeer, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/ kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen vergoeding recreatiesteiger: een openbare steiger bedoeld voor recreanten, zoals hengelaars en zwemmers, of voor pontverkeer voor fietsers of voetgangers dan wel een openbare trailerhelling, bedoeld voor het te water laten of uit het water halen van boten recreatiewoning: een permanent aanwezig gebouw, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden uitsluitend voor recreatieve doeleinden seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte of locatie waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingen wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar steiger: een beloopbare constructie, aangebracht tussen palen die in (het water) langs de oever staan steiger, aanmeervoorziening of meerpaal voor particulier gebruik: een steiger, aanmeervoorziening of meerpaal die niet openbaar is vaartuig: alle drijvende objecten, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, evenals woonschepen, glijboten en ponten vakantieverhuur: het verhuren van een (zelfstandige) woning of gedeelte daarvan voor toeristische doeleinden, waarbij geen van de bewoners aanwezig is volumineuze detailhandel: vormen van detailhandel waarvan de winkelformules een assortiment voeren van overwegend ruimte vergende goederen, waaronder bouwmarkten, tuincentra, woninginrichtingszaken, auto-, boten- en caravanbedrijven mede worden begrepen volwaardig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf dat tenminste aan één volledige arbeidskracht een inkomen verschaft watersport gerelateerd bedrijf, niet zijnde een jachthaven: een hulp- en/of

handelsbedrijf, ondersteunend aan sport, die in of op het water uitgeoefend wordt en/of waterrecreatie waarbij gebruik wordt gemaakt van een pleziervaartuig zoals een zeilmakerij, een groothandel in bootonderdelen of een kleinschalige detailhandel in watersportbenodigdheden woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden woonschip: elk vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot hoofdbewoning geldend dagen/of nachtverblijf zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en die door één huishouden kan worden bewoond zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen (zoals badruimte, toilet en keuken) buiten de woonruimte zomerpeil van de Ringvaart: NAP -0,61 meter

ARTIKEL 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling, alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinste is bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen breedte van de Ringvaart: de grootste afstand haaks op de oevers, dan wel de oever en de gemeentegrens van Haarlemmermeer, in geval en voor zover de Ringvaart buiten de begrenzing van de gemeente Haarlemmermeer ligt breedte van steigers: de afmeting van de steiger haaks op de oeverlijn dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; de goothoogte van dakkapellen, topgevels, trappenhuizen, liftkokers, schoorstenen en andere gelijksoortige ondergeschikte bouwdelen worden buiten beschouwing gelaten hoogte van meerpalen en aanmeervoorzieningen: vanaf het hoogste punt tot aan het zomerpeil van de Ringvaart hoogte van steigers: vanaf de bovenzijde van het beloopbaar gedeelte tot aan het zomerpeil van de Ringvaart hoogte van transparante omheiningen en hijs- en bootliftinstallaties: vanaf de bovenzijde van het beloopbaar gedeelte van de steiger tot het hoogste punt hoogte van windturbines: vanaf het peil tot aan de as van de windturbine inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen lengte, breedte en horizontale diepte van een bouwwerk: tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidsmuren)

lengte van steigers: de afmeting van de steiger parallel aan de oeverlijn oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer tot het laagste punt van het gebouw, dan wel wanneer geen sprake is van een bovenliggende begane grondvloer, gemeten van het peil tot het laagste punt van het gebouw ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, dakterrasafscheidingen aan de achterzijde van dijkwoningen en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen c.q. bestemmingsgrenzen (dus niet goot- en bouwhoogten) niet meer dan 1 meter bedraagt.

HOOFDSTUK 2 2.1 Bestemmingen

ARTIKEL 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijfsactiviteiten met een, in hoofdzaak, grondgebonden bedrijfsvoering, met uitzondering van glastuinbouw, intensieve veehouderij en paardenfokkerij; b. wonen in een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; c. een gebruiksgerichte paardenhouderij ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij’; met daarbij behorend(e): d. verhardingen; e. paden; f. groen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels

3.2.1 Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. de afstand van gebouwen tot de bouwperceelgrens mag niet minder zijn dan 5 meter; c. gebouwen dienen te worden gebouwd op een afstand van minimaal 5 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning of het denkbeeldig verlengde van die voorgevel; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte toegestaan. 3.2.2 Voor het bouwen van een bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. per volwaardig agrarisch bedrijf mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd; b. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; c. voor niet-inpandige bedrijfswoningen mag de goothoogte niet meer zijn dan 6 meter; d. voor niet-inpandige bedrijfswoningen mag de bouwhoogte niet meer zijn dan 9 meter; e. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per bedrijfswoning niet meer zijn dan 70 m²; f. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 3 meter; g. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 5 meter; h. bijbehorende bouwwerken dienen achter de voorgevel van de bedrijfswoning of het denkbeeldig verlengde van die voorgevel te worden gebouwd.

3.2.3 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erfafscheidingen mag niet meer zijn dan 2,5 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 3.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 sub a en toestaan dat bedrijfsgebouwen buiten het bouwvlak wordt gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak mag niet meer zijn dan 150 m²; b. de goothoogte van een gebouw buiten het bouwvlak mag niet meer zijn dan 4 meter; c. de bouwhoogte van een gebouw buiten het bouwvlak mag niet meer zijn dan 6 meter;

d.

op gronden gelegen tussen de naar de weg gekeerde bouwgrens en de bestemming ‘Verkeer’ geen gebouw wordt geplaatst.

3.4 Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruik van de bedrijfswoning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; b. het gebruik van de bedrijfswoning voor de uitoefening van een bed & breakfast of logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast en logiesfuncties; c. het gebruik van de bedrijfswoning voor vakantieverhuur. 3.4.2 In afwijking van het bepaalde in 3.4.1 sub a, is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de bedrijfswoning; de hoofdbewoner bewoont minimaal 60 % van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning zelf; er worden maximaal twee kamers verhuurd; per verhuurde kamer is maximaal één bewoner toegestaan.

3.4.3 In afwijking van het bepaalde in 3.4.1 sub b en c is vakantieverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de bedrijfswoning betreft een zelfstandige woonruimte; b. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de bedrijfswoning; c. er wordt aan niet meer dan zes personen per nacht onderdak verleend; d. de vakantieverhuur vindt maximaal 30 dagen per jaar plaats.

ARTIKEL 4 Bedrijf 4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor a. bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, waarbij geldt dat: 1. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ bedrijfsactiviteiten behorende tot milieucategorie 1 of 2 zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ bedrijfsactiviteiten behorende tot milieucategorie 1, 2 of 3.1 zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ bedrijfsactiviteiten behorende tot milieucategorie 1, 2, 3.1 of 3.2 zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan; 4. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’ bedrijfsactiviteiten behorende tot milieucategorie 1, 2, 3.1, 3.2 of 4.1 zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan; b. wonen in een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; c. tevens een garagebedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘garagebedrijf’; d. uitsluitend een agrarisch loonbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’; e. tevens een hoveniersbedrijf in milieucategorie 2 of 3.1 zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding ‘hovenier 3.1’; f.

uitsluitend een brandweerkazerne ter plaatse van de aanduiding ‘brandweerkazerne’; met daarbij behorend(e): g. verhardingen, in- en uitritten; h. fiets- en voetpaden; i. groen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. nutsvoorzieningen; l. parkeervoorzieningen; m. kantoren; met dien verstande dat: n. garagebedrijven anders dan bedoeld onder 4.1 sub c niet zijn toegestaan; o. geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan; p. verkooppunten van motorbrandstoffen niet zijn toegestaan; q. risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Vuurwerkbesluit, opslag hieronder begrepen, niet zijn toegestaan. 4.2 Bouwregels

4.2.1 Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte toegestaan; d. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter; e. ondergrondse gebouwen mogen worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw. 4.2.2 Voor het bouwen van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

een bedrijfswoning mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goot- en bouwhoogte (m)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte toegestaan; c. voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van tegen de bedrijfswoning aangebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van de bedrijfswoning, tot een maximum van 5 meter; 2. de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 3 meter en de bouwhoogte mag niet meer zijn dan 5 meter; 3. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer zijn dan 70 m². a.

4.2.3 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 4.3 Afwijken van de bouwregels

4.3.1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd met dien verstande dat: - de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; - de goothoogte niet meer mag zijn dan 3 meter en de bouwhoogte niet meer mag zijn dan 5 meter. 4.4 Specifieke gebruiksregels

4.4.1 Per bedrijf is het gebruik van bijbehorende kantoren toegestaan tot een oppervlakte van 30% van de bedrijfsvloeroppervlakte, tot een maximum van 500 m². 4.4.2 Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 150 m2; b. de openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit; c. de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit. 4.4.3 Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van andere bedrijven dan de bedrijven die zijn bedoeld in 4.1; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel anders dan ten behoeve van ondersteuning van de hoofdfunctie als bedoeld in 4.1; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige kantoren; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting dan wel prostitutie; e. het gebruik van de bedrijfswoning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; f. het gebruik van de bedrijfswoning voor de uitoefening van een bed & breakfast of logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast en logiesfuncties; g.

het gebruik van de bedrijfswoning voor vakantieverhuur. 4.4.4 In afwijking van het bepaalde in 4.4.3 sub e, is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de bedrijfswoning; de hoofdbewoner bewoont minimaal 60 % van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning zelf; er worden maximaal twee kamers verhuurd; per verhuurde kamer is maximaal één bewoner toegestaan.

4.4.5 In afwijking van het bepaalde in 4.4.3 sub f en g is vakantieverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de bedrijfswoning betreft een zelfstandige woonruimte; b. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de bedrijfswoning; c. er wordt aan niet meer dan zes personen per nacht onderdak verleend; d. de vakantieverhuur vindt maximaal 30 dagen per jaar plaats.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de milieusituatie, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in zowel 4.1 als 4.4.3 sub a voor het vestigen van bedrijfsactiviteiten die één milieucategorie hoger zijn ingeschaald en voor bedrijfsactiviteiten die niet voorkomen op de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat: a. deze naar hun aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de categorie die maximaal is toegestaan binnen de betreffende bestemming; b. het geen risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Vuurwerkbesluit betreft.

ARTIKEL 5 Bedrijf - Nutsvoorziening 5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. nutsvoorzieningen; met daarbij behorend(e): b. verhardingen, in- en uitritten; c. fiets- en voetpaden; d. groen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. parkeervoorzieningen. 5.2 Bouwregels

5.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte toegestaan. 5.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2,5 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.

Artikel 6 Bedrijf – Verkooppunt motorbrandstoffen 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen', aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. opslag en verkoop van motorbrandstoffen, zonder LPG; met daarbij behorend(e): b. dienstverlening; c. verhardingen, in- en uitritten; d. groen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage(%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan. 6.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2,5 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 6.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.1 sub a voor het bouwen van gebouwen buiten het bouwvlak, onder voorwaarde dat: a. de omvang van de gebouwen per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; b. de goothoogte niet meer mag zijn dan 3 meter en de bouwhoogte niet meer mag zijn dan 5 meter.

6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat: de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 150 m2; de openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit; de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit. 6.4.2 Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van volumineuze detailhandel; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van perifere detailhandel; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting dan wel prostitutie.

ARTIKEL 7 Centrum 7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Centrum’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de volgende functies die uitsluitend uitgeoefend mogen worden op de begane grondlaag: 1. detailhandel; 2. dienstverlening; 3. kantoren; 4. maatschappelijke voorzieningen, zoals educatieve voorzieningen, voorzieningen gericht op jeugd en/of kinderopvang en/of naschoolse opvang, voorzieningen ten behoeve van verenigingsleven, voorzieningen ten behoeve van gezondheidszorg, sociale en/of levensbeschouwelijke voorzieningen en openbare dienstverlening; 5. horeca-activiteiten tot en met categorie 2 zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Horeca-activiteiten; 6. cultuur en ontspanning; 7. bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 1 zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. de volgende functies voor zover die worden uitgeoefend op de verdieping(en) van gebouwen: 1. wonen in een woning, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘wonen uitgesloten’ geen wonen op de verdieping(en) is toegestaan; 2. aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening; c. een onderdoorgang ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’; met daarbij behorend(e): d. verhardingen, in- en uitritten; e. wegen en paden; f. verblijfsgebied; g. groen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. parkeervoorzieningen; k. toegangen, opgangen en bergingen; l.

reclame-uitingen; met daaraan ondergeschikt: m. kunstobjecten. 7.2 Bouwregels

7.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan; c. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter; d. ondergrondse gebouwen mogen worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw; e. ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ dient de bestaande doorgangshoogte gehandhaafd te blijven. 7.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van terrasafscheidingen en windschermen mag niet meer zijn dan 1,5 meter; b. de hoogte van overige erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; c. de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 10 meter.

7.3 Afwijken van de bouwregels

7.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter. 7.4 Specifieke gebruiksregels

7.4.1 Het gebruik van een woning ten dienste van aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan 40% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 50 m². 7.4.2 Horeca-activiteiten zijn toegestaan tot een oppervlakte van maximaal 25% van de bebouwbare oppervlakte van het bestemmingsvlak. 7.4.3 Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening van een beroep hoe gering ook van omvang, tenzij een afwijkend gebruik is toegestaan; b. het bij aan huis verbonden beroepsuitoefening ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten die vallen in een hogere categorie dan categorie 1 uit de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten of die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer; c. het gebruik van de woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; d. het gebruik van de woning voor de uitoefening van een bed & breakfast of logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast en logiesfuncties; e. het gebruik van de woning voor vakantieverhuur. 7.4.4 In afwijking van het bepaalde in 7.4.3 sub c, is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de woning; de hoofdbewoner bewoont minimaal 60 % van het vloeroppervlak van de woning zelf; er worden maximaal twee kamers verhuurd; per verhuurde kamer is maximaal één bewoner toegestaan.

7.4.5 In afwijking van het bepaalde in 7.4.3 sub d en e is vakantieverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woning betreft een zelfstandige woonruimte; b. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de woning; c. er wordt aan niet meer dan zes personen per nacht onderdak verleend; d. de vakantieverhuur vindt maximaal 30 dagen per jaar plaats. 7.5 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de milieusituatie, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.1 sub a en toestaan dat horeca-activiteiten worden gevestigd die één categorie hoger zijn ingeschaald of die niet voorkomen op de bij dit plan behorende Staat van Horeca-activiteiten, met dien verstande dat deze naar hun aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de categorie die maximaal is toegestaan binnen deze bestemming.

ARTIKEL 8 Cultuur en ontspanning 8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Cultuur en ontspanning’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen gericht op cultuur, spel, vermaak en ontspanning, waaronder begrepen podiumkunsten, musea, muziekscholen en dansscholen, spel- en speelruimten, themamarkten en hobbymarkten, oefenruimten en creativiteitscentra en zalenverhuur met daarbij behorend(e): b. verhardingen, in- en uitritten; c. groen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. parkeervoorzieningen; met dien verstande dat: g. h. i. j.

bioscopen niet zijn toegestaan; casino’s niet zijn toegestaan; speelautomatenhallen niet zijn toegestaan; seksinrichtingen en prostitutie niet zijn toegestaan.

8.2 Bouwregels

8.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan; c. plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan. 8.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 8.3 Afwijken van de bouwregels

8.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter. 8.4 Specifieke gebruiksregels

8.4.1 Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 150 m2; b. de openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit; c. de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit.

ARTIKEL 9 Gemengd - 1 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Gemengd 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel uitgesloten’ geen detailhandel is toegestaan; b. dienstverlening; c. kantoren; d. bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 1 zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf uitgesloten’ geen bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan; e. bedrijfsactiviteiten behorende tot milieucategorie 1 of 2 zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’; f. wonen in een woning; g. aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening; met daarbij behorend(e): h. verhardingen, in- en uitritten; i. groen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. nutsvoorzieningen; l. parkeervoorzieningen. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan; c.

ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte toegestaan; d. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding ‘overbouw’ is uitsluitend een overbouw toegestaan, waarbij de bestaande hoogte van de overbouw behouden blijft; e ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter; f. ondergrondse gebouwen mogen worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw. 9.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan voor zover de in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage genoemde situaties, dit toelaten; b. In afwijking van het bepaalde onder 9.2.2 a mogen erfafscheidingen in het achtererfgebied op de perceelsgrens worden gebouwd; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 9.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; b.

de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.

9.4 Specifieke gebruiksregels 9.4.1 Het gebruik van een woning en/of bijbehorende bouwwerken ten dienste van aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan 40% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning en bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m². 9.4.2 Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 150 m2; b. de openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit; c. de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit. 9.4.3 Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - vakantieappartement – 1’ is maximaal één vakantieappartement toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. het vakantieappartement is onderdeel van het hoofdgebouw; b. de oppervlakte van het vakantieappartement is maximaal 60 m2; en c. recreatief verblijf is toegestaan voor maximaal zes personen. 9.4.4 Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden ten behoeve van de uitoefening van een beroep hoe gering ook van omvang, tenzij een afwijkend gebruik is toegestaan; b.

het bij aan huis verbonden beroepsuitoefening ontplooien van bedrijfsmatige activiteiten die vallen in een hogere categorie dan categorie 1 uit de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten of die vergunnings- of meldingsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer; c. het gebruik van de woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; d. het gebruik van de woning voor de uitoefening van een bed & breakfast of logiesfunctie, met uitzondering van bestaande bed & breakfast en logiesfuncties; e. het gebruik van de woning voor vakantieverhuur. 9.4.5 In afwijking van het bepaalde in 9.4.4 sub c, is woningdelen door middel van hospitaverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de woning; b. de hoofdbewoner bewoont minimaal 60 % van het vloeroppervlak van de woning zelf; c. er worden maximaal twee kamers verhuurd; d. per verhuurde kamer is maximaal één bewoner toegestaan. 9.4.6 In afwijking van het bepaalde in 9.4.4 sub d en e is vakantieverhuur toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woning betreft een zelfstandige woonruimte; b. de hoofdbewoner heeft zijn vaste woon- of verblijfplaats in de woning; c. er wordt aan niet meer dan zes personen per nacht onderdak verleend; d. de vakantieverhuur vindt maximaal 30 dagen per jaar plaats.

ARTIKEL 10 Gemengd - 2 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Gemengd - 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. cultuur en ontspanning; c. recreatieve voorzieningen; d. binnensport; e. aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening; met daarbij behorend(e): f. verhardingen, in- en uitritten; g. groen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. parkeervoorzieningen. 10.2 Bouwregels 10.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte 9M0, maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte toegestaan; d ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter; e. ondergrondse gebouwen mogen worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw. 10.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan voor zover de in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage genoemde situaties, dit toelaten; b. In afwijking van het bepaalde onder 10.2.2 sub a mogen erfafscheidingen in het achtererfgebied op de perceelsgrens worden gebouwd. c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 10.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter. 10.4 Specifieke gebruiksregels 10.4.1 Het gebruik van een woning en/of bijbehorende bouwwerken ten dienste van aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan 40% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning en bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m².

10.4.2 Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, b. met een maximum van 150 m2; de openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit; c. de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit.

ARTIKEL 11 Groen 11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. tevens voor een antennemast, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘antennemast’; c. tevens voor een nutsvoorziening waarbij een veiligheidscontour geldt, ter plaatse van de aanduiding ‘nutsvoorziening’; met daaraan ondergeschikt: d. wandel- en fietspaden; e. speelvoorzieningen; f. bergbezinkbassins; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. kunstobjecten; i. nutsvoorzieningen. 11.2 Bouwregels

11.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. toegestaan zijn bergbezinkbassins en gebouwen ten behoeve van speelvoorzieningen; b. de hoogte van gebouwen ten behoeve van speelvoorzieningen mag niet meer zijn dan 4 meter; c. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van speelvoorzieningen mag niet meer zijn dan 10 m2; d. de diepte van bergbezinkbassins mag niet meer zijn dan 4 meter. 11.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een antennemast mag niet meer zijn dan 30 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter.

ARTIKEL 12 Horeca 12.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca-activiteiten: 1. ter plaatse van de aanduiding ‘horeca tot en met categorie 1’ zijn horeca-activiteiten behorende tot categorie 1, zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Horecaactiviteiten, toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding ‘horeca tot en met categorie 2’ zijn horeca-activiteiten behorende tot categorie 2, zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Horecaactiviteiten, toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding ‘horeca tot en met categorie 3’ zijn horeca-activiteiten behorende tot categorie 2 of 3, zoals opgenomen in de bij dit plan behorende Staat van Horeca-activiteiten, toegestaan; b. wonen in een woning, op de verdieping van gebouwen, ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’; c. aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsuitoefening; met daarbij behorend(e): d. verhardingen, in- en uitritten; e. groen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. parkeervoorzieningen. 12.2 Bouwregels

12.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is het aangegeven aantal woningen toegestaan; d. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter; e. ondergrondse gebouwen mogen worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw. 12.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 12.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter. 12.4 Specifieke gebruiksregels

12.4.1 Het gebruik van een woning en/of bijbehorende bouwwerken ten dienste van aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsuitoefening is toegestaan tot niet meer dan 40% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning en bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 50 m².

12.4.2 Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van andere horeca-activiteiten dan de activiteiten die zijn bedoeld in 12.1 sub a; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, prostitutie of erotisch getinte horeca. 12.5 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de milieusituatie, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.1 sub a en toestaan dat horeca-activiteiten worden gevestigd die één categorie hoger zijn ingeschaald, met dien verstande dat deze naar hun aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de categorie die maximaal is toegestaan binnen deze bestemming.

ARTIKEL 13 Horeca - Hotel 13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Horeca - Hotel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. hotels; met daarbij behorend(e): b. verhardingen, in- en uitritten; c. groen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. parkeervoorzieningen. 13.2 Bouwregels

13.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan; c. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter; d. ondergrondse gebouwen mogen worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw. 13.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 13.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 13.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter.

ARTIKEL 14 Kantoor 14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Kantoor’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; met daarbij behorend(e): b. verhardingen, in- en uitritten; c. groen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. parkeervoorzieningen. 14.2 Bouwregels

14.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan; c. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter; d. ondergrondse gebouwen mogen worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw. 14.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 14.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 14.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter. 14.4 Specifieke gebruiksregels

14.4.1 Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat: - de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 150 m2; - de openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit; - de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit.

ARTIKEL 15 Maatschappelijk 15.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. educatieve voorzieningen; b. voorzieningen gericht op jeugd en/of kinderopvang en/ of naschoolse opvang; c. voorzieningen ten behoeve van verenigingsleven; d. voorzieningen ten behoeve van gezondheidszorg; e. welzijnsinstellingen; f. sociale en/of levensbeschouwelijke voorzieningen; g. openbare dienstverlening; h. een begraafplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘begraafplaats’; i. wonen in een zorgwoning ter plaatse van de aanduiding ‘zorgwoning’; j. ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ tevens voor wonen vanaf de eerste bouwlaag vanaf peil; met daarbij behorend(e): k. verhardingen, in- en uitritten; l. groen; m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; n. nutsvoorzieningen; o. parkeervoorzieningen. 15.2 Bouwregels

15.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan; c. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag met een maximale diepte van 4 meter; d. ondergrondse gebouwen mogen worden gebouwd zonder een daarboven aanwezig gebouw. 15.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 15.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter. 15.4 Specifieke gebruiksregels

15.4.1 Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat: - de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 150 m2; - de openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit; - de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit.

ARTIKEL 16 Recreatie 16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Recreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatieve voorzieningen in de vorm van extensieve recreatie; b. tevens intensieve recreatie in de vorm van volkstuin ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - volkstuin’; c. tevens intensieve recreatie in de vorm van een plaats met meerdere voorzieningen voor sport en/of spel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie speelvoorzieningen plaats’. met daarbij behorend(e): d. wandel-, fiets- en ruiterpaden; e. groen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. parkeervoorzieningen. 16.2 Bouwregels

16.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - volkstuin’; b. per volkstuin is maximaal één gebouw toegestaan; c. de bouwhoogte mag niet meer zijn dan 3 meter; d. het oppervlak mag niet meer zijn dan 20 m2. 16.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; b. de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3 meter. 16.3 Specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - speelvoorzieningen plaats’ bedraagt de oppervlakte van gronden voor intensieve recreatie in de vorm van sport en/of spel niet meer dan 600 m2.

ARTIKEL 17 Sport 17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Sport’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sport; met daarbij behorend(e): b. verhardingen, in- en uitritten; c. groen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. parkeervoorzieningen. 17.2 Bouwregels

17.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' zijn de aangegeven maximum goot- en bouwhoogte en bebouwingspercentage toegestaan. 17.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; b. de hoogte van ballenvangers mag niet meer zijn dan 10 meter; c. de hoogte van (licht)masten mag niet meer zijn dan 20 meter; d. de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 6 meter. 17.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 17.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag zijn dan 20 m²; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag zijn dan 3 respectievelijk 5 meter. 17.4 Specifieke gebruiksregels

17.4.1 Activiteiten dienende ter functionele ondersteuning van de hoofdactiviteit op een perceel zijn toegestaan, met dien verstande dat: - de ondersteunende activiteit niet meer omvat dan 25% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 150 m2; - de openingstijden vallen binnen die van de hoofdactiviteit; - de toegang uitsluitend plaatsvindt via de hoofdingang van de hoofdactiviteit.

ARTIKEL 18 Tuin 18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. een ontsluiting op de openbare weg, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting’; met daarbij behorend(e): c. terreinverhardingen; d. bouwwerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=aaaca00b-7086-4346-8e99-174f0559d94c