CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Motivering ETFAL

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 2 juli 2026, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: RV Ruimtelijk advies inzake de plaatsing van een tijdelijk onderkomen voor de periode van één jaar voor Cafetaria Visser aan het Pontplein 1 te Spaarndam (13386406)4.364 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke Onderbouwing herbouw cafetaria Visser Pontplein 1 Spaarndam

november 2019

ontwerp

Ruimtelijke onderbouwing herbouw cafetaria Visser Pontplein 1 Spaarndam

Opsteller:

R.O. Advies, D.W. Bethlehem, Hunzedal 43, 9531 GB BORGER

Status:

ontwerp

Plantype:

ruimtelijke onderbouwing ex artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3o Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)

Datum:

november 2019

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ........................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding ................................................................................................................................ 5

1.2

Leeswijzer ................................................................................................................................ 5

Hoofdstuk 2

huidige en nieuwe situatie .............................................................................................. 6

2.1

huidige situatie ........................................................................................................................ 6

2.2.

Nieuwe situatie........................................................................................................................ 8

Hoofdstuk 3 Beleidskader ....................................................................................................................... 9 3.1 Rijksbeleid...................................................................................................................................... 9 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en ruimte ................................................................................. 9 3.1.2 Barro ....................................................................................................................................... 9 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking ......................................................................................... 10 3.2

Provincie Noord-Holland ....................................................................................................... 10

3.2.1 Omgevingsvisie NH 2050 ...................................................................................................... 10 3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) .......................................................................... 10 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten ...................................................................................................... 12

4.1

Geluid .................................................................................................................................... 12

4.2

Milieuzonering....................................................................................................................... 12

4.3

Bodem ................................................................................................................................... 13

4.4

Water ..................................................................................................................................... 13

4.5

Archeologie............................................................................................................................ 14

4.6

Ecologie ................................................................................................................................. 14

4.6.1

Gebiedsbescherming ..................................................................................................... 14

4.6.2

Soortenbescherming ..................................................................................................... 15

4.7

Externe veiligheid .................................................................................................................. 15

4.7.1

Plaatsgebonden risico (PR) ............................................................................................ 15

4.7.2

Groepsrisico (GR) ........................................................................................................... 16

4.7.3

Verantwoordingsplicht GR ............................................................................................ 16

4.7.4

Resultaten onderzoek externe veiligheid. ..................................................................... 16

4.7.5

Transport Noordzeekanaal ............................................................................................ 16

4.7.6

Transport Provinciale weg N202 ................................................................................... 17

4.8

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 17

4.9

Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 17 3

4.9.1

Verkeer .......................................................................................................................... 17

4.9.2

Parkeren ........................................................................................................................ 18

4.10

Mer-beoordeling .................................................................................................................. 18

Hoofdstuk 5:

Uitvoerbaarheid ........................................................................................................ 19

5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................. 19 5.2 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 19 5.3 Conclusie ..................................................................................................................................... 19

4

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Op het perceel Pontplein 1 te Spaarndam is cafetaria Visser gevestigd. Het cafetariapand is inmiddels dermate verouderd dat het huidige pand moet worden afgebroken en op hetzelfde perceel een nieuw pand moet worden gebouwd. Het nieuwe pand past niet geheel binnen het bouwvlak dat op de verbeelding van het geldende bestemmingsplan is weergegeven. Omdat het gaat om een beperkte verplaatsing van het pand is de gemeente Haarlemmermeer bereid medewerking te verlenen door middel van de procedure ex artikel 2.12, 1e lid, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voor het voeren van deze procedure is het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk, waaruit blijkt dat er in de nieuwe situatie sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat hiervan in de nieuwe situatie sprake is.

Figuur 1: luchtfoto cafetaria Visser, Pontplein 1 1.2 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk worden de huidige en de nieuwe situatie besproken. In hoofdstuk 3 wordt het initiatief getoetst aan het beleid van her rijk, de provincie Noord-Holland en van de gemeente Haarlemmermeer. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu-aspecten, hoofdstuk 5 tenslotte bevat de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het initiatief.

5

Hoofdstuk 2

huidige en nieuwe situatie

2.1 huidige situatie In de huidige situatie wordt het planologisch regime gevormd door het bestemmingsplan ‘Hofambacht 2014’. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude vastgesteld op 14 november 2013.

Binnen dit bestemmingsplan heeft het perceel Pontplein 1 de bestemming ‘Horeca’ (artikel 7). De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca van categorie 1 en horeca van categorie 4; b. bij de horeca behorende terrassen; c. kleedruimten en overige ruimten ten behoeve van een sportvereniging; d. erven; e. speelvoorzieningen; f.

groenvoorzieningen

g. fiets- en voetpaden; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. In de regels is vastgelegd dat het hoofdgebouw (de cafetaria) moet worden gebouwd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak

6

Figuur 2: verbeelding bestemmingsplan Hofambacht thv Pontplein 1 Daarnaast geldt voor het plangebied het inpassingsplan ‘Aanpassing geluidszones Westpoort en Hoogtij’. Dit inpassingsplan biedt een verruiming van de geluidszones van de bedrijventerreinen Westpoort en Hoogtij. In de regels is een verbod opgenomen voor het bouwen van geluidsgevoelige functies binnen de geluidszone. Aangezien een cafetaria geen geluidsgevoelige functie is, heeft dit inpassingsplan geen betrekking op deze ontwikkeling. Tenslotte is het Parapluplan parkeerregels Haarlemmerliede en Spaarnwoude, vastgesteld 27 november 2018, van toepassing. Dit parapluplan legt, kort gezegd, vast dat er bij elke ontwikkeling voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. In hoofdstuk 4 wordt hierop nader ingegaan.

7

2.2.

Nieuwe situatie

In de nieuwe situatie wordt het cafetaria gesloopt en bijna op dezelfde plek weer herbouwd. In de nieuwe situatie zal het nieuwe cafetaria iets buiten het bouwblok worden geprojecteerd.

Figuur 3: huidig cafetaria binnen bouwblok bestemmingsplan

Figuur 4: bouwblok geldend bestemmingsplan met projectie nieuw gebouw

De projectie buiten het bouwblok is nodig om aan de voorzijde een mooier aanzien te kunnen creëren en om een groter terras aan de voorzijde te kunnen realiseren. In de huidige situatie wordt het terras al benauwend ervaren en daardoor wordt er weinig gebruik van gemaakt.

8

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en ruimte

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities tot 2040 en de ruimtelijke doelen, belangen en opgaven tot 2028. De SVIR heeft als ondertitel 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig en vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte, de Mobiliteitsaanpak en Randstad 2040. De hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor de middellange termijn (2020/2028) zijn: •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;

•

Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat;

•

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

De versterking van de ruimtelijk-economische structuur richt zich voor een groot deel op de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports en greenports. Voor deze gebieden worden gebiedsgerichte programma's opgezet. Maar ook op andere fronten wordt gezocht naar een versterkte ruimtelijk-economische structuur, zoals een verbetering van het hoofdnetwerk voor een (duurzame) energievoorziening en ruimte voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via ondergrondse buisleidingen. Bereikbaarheid is een ander mikpunt van het Rijksbeleid. Daartoe dient onder meer een robuust hoofdnetwerk te worden gerealiseerd. Dit ziet op wegen, het spoor en vaarwegen. Daarbij zet het Rijk tevens in op het beter benutten van onze huidige infrastructuur. Een veilige leefomgeving blijft ook binnen het nieuwe beleid centraal staan. Daartoe wil het Rijk het milieu verbeteren en ons beschermen tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's. Maar een veilige leefomgeving bestaat uit meer. Daarom richt het Rijk zich bijvoorbeeld ook op bescherming tegen overstromingen en behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten binnen ons land. Conclusie: Voor het plan heeft de SVIR geen directe consequenties.

3.1.2 Barro

In artikel 2.1.2 van het Barro is bepaald dat de breedte van een vrijwaringszone, gemeten vanaf de begrenzingslijn van de vaarweg, in het geval van een rijksvaarweg van CEMT-klasse IV, V of VI 25 meter bedraagt, gemeten vanaf de begrenslijn vanaf de Rijksvaarweg.

9

De nieuwe cafetaria wordt op meer dan 25 meter vanaf de begrenslijn van de Rijksvaarweg gerealiseerd, buiten de vrijwaringszone, waardoor het bepaalde uit artikel 2.1.3 Barro niet aan de orde is. Het plan voldoet aan de bepalingen uit het Barro voor Rijksvaarwegen.

3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking

In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een ruimtelijke ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van de ruimtelijke ontwikkeling een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling beschrijft, en, indien er een ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten bestaand stedelijk gebied, bevat het plan een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen' (artikel 1.1.1 lid i Besluit ruimtelijke ordening). Met onderhavig bestemmingsplan wordt de herbouw van een cafetaria mogelijk gemaakt. Omdat het om herbouw gaat is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.2

Provincie Noord-Holland

3.2.1 Omgevingsvisie NH 2050

Op 19 november 2018 is door Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. De hoofdambitie binnen deze visie is om de leefomgeving af te stemmen op de economische groei. Er wordt uitgegaan van de sturingsfilosofie ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Belangrijk hierbij zijn de ambities voor: • • •

een gezonde- en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving; het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen onder voorwaarde van behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit; volledig klimaatneutraal in 2050, gebaseerd op een maximale inzet of opwekking van hernieuwbare energie.

De planlocatie is gelegen in de Metropoolregio Amsterdam. In de Omgevingsvisie staat vermeld dat door de grote economische dynamiek de druk op het landschap groot is, terwijl dit belangrijk is voor het vestigingsklimaat. Hier dient zorgvuldig mee te worden omgegaan. Door de herbouw van de cafetaria zal de kwaliteit van het pand sterk toenemen. De verbetering van de uitstraling heeft ook een positief effect op de landschappelijke waarden binnen het gebied. De herbouw is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Conclusie: Het bouwen van een nieuwe schuur is niet in strijd met het provinciale beleid.

3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV)

De Provinciale Ruimtelijke Verordening is vastgesteld op 14 januari 2019 door Provinciale Staten en is in werking getreden per 1 februari 2019. De verordening schrijft voor waaraan de inhoud van (gemeentelijke) ruimtelijke plannen, zoals de voorliggende ruimtelijke onderbouwing, moet voldoen. Het plangebied ligt binnen wat in de verordening is gedefinieerd als 10

Conclusie: Binnen de regels van de Provinciale Ruimtelijke Verordening is de herbouw van de cafetaria op hetzelfde perceel mogelijk.

3.3 Gemeentelijk beleid

De gemeenteraad van de voormalige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude heeft op 17 juli 2012 de structuurvisie “Samen naar 2035” vastgesteld. Het perceel Pontplein 1 is hierin als Groen bestemd, met de aanduiding “Recreatie”. Cafetaria Visser is passend binnen deze bestemming. Inzake het gemeentelijk beleid zoals beschreven in het ter plaatse geldend bestemmingsplan wordt verwezen naar het vorige hoofdstuk.

11

Hoofdstuk 4 4.1

Geluid

Omgevingsaspecten

De Wet geluidhinder verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen binnen vastgestelde onderzoeksgebieden langs gezoneerde geluidsbronnen. Onder geluidsgevoelige bestemmingen wordt verstaan (art. 1 Wgh): a. Woningen b. Onderwijsgebouwen c. Ziekenhuizen en verpleeghuizen d. Verzorgingstehuizen e. Geluidsgevoelige terreinen f. Kinderdagverblijven. Een cafetaria is geen geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder. Daarom is nader onderzoek niet noodzakelijk.

4.2

Milieuzonering

Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. In deze handreiking wordt afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende richtafstanden onderscheiden (zie tabel). Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies.

De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren.

Milieucategorie

Richtafstanden tot rustige woonwijk

Richtafstanden tot gemengd gebied

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter 12

3

50 tot 100 meter

30 tot 50 meter

4

200 tot 300 meter

100 tot 200 meter

5

500 tot 1000 meter

300 tot 700 meter

6

1500 meter

1000 meter

Op grond van de VNG-uitgave dient de afstand tussen een cafetaria en een milieugevoelig object tenminste 10 meter te bedragen. Het cafetaria staat solitair aan het Pontplein. In de directe omgeving zijn geen milieugevoelige objecten gelegen. Vanuit milieuzoneringsoogpunt zijn er daarom geen belemmeringen voor de herbouw van de cafetaria.

4.3

Bodem

4.4

Water

De herbouw van het cafetaria vindt voornamelijk plaats op dezelfde plek als waarop het huidige cafetaria staat. De achterliggende gronden waarop het nieuwe cafetaria voor een deel wordt gebouwd bestaan enkel uit groen. Hier hebben geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Een nader onderzoek naar de bodemgesteldheid is niet noodzakelijk.

Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Hunze en Aa's. De plannen zijn aan het waterschap kenbaar gemaakt via de digitale watertoets. Het Hoogheemraadschap van Rijnland ziet een waterbelang en zal reageren op het plan. Vooralsnog worden voor dit aspect geen onoverkomelijke bezwaren verwacht. 13

4.5

Archeologie

Op grond van de Wet op Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) is het verplicht voor alle (op)nieuw vast te stellen ruimtelijke plannen om het archeologisch belang een volwaardige plaats toe te kennen. De wet vraagt de gemeenten om in de voorbereidingsfase van een nieuw ruimtelijk plan inventariserend archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. Het perceel Pontplein 1 ligt volgens de “Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden” (IKAW, versie 2.1) binnen een gebied met een lage trefkans op archeologische waarden.

Vanwege de lage waarde is in het geldende bestemmingsplan Hofambacht 2011 geen dubbelbestemming “Waarde-Archeologie” opgenomen. Nader archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Op grond van de Monumentenwet geldt wel een meldingsplicht in geval bij werkzaamheden archeologisch waardevolle elementen worden aangetroffen. Op deze wijze zijn de mogelijk aanwezige archeologisch waardevolle elementen in voldoende mate beschermd.

4.6

Ecologie

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met eventuele ecologische waarden in of nabij het plangebied. Wat betreft de ecologische waarden is de nieuwe Wet Natuurbescherming relevant die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming), en de Boswet. De nieuwe wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet regels voor het vellen van houtopstanden (bos). Inhoudelijk is er niets veranderd.

4.6.1 Gebiedsbescherming Voor wat betreft de gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van gebieden die zijn aangewezen als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en/of om gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied.

14

Figuur 5: Natura 2000 gebieden omgeving Pontplein Spaarndam

Op enige afstand van het perceel Pontplein 1 liggen 2 Natura 2000 gebieden: op bijna 3 kilometer de Polder Westzaan en op ruim 6 kilometer Kennemerland-Zuid. Gelet op de aard van de werkzaamheden, het bereiden en nuttigen van voedsel, kan ervan uit worden gegaan dat deze activiteiten op een dergelijke afstand geen schade aan de genoemde Natura 2000 gebieden zullen toebrengen.

4.6.2 Soortenbescherming

Ten aanzien van de soortenbescherming is door Landschapsbeheer Smit ecologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat er zich in en in de directe omgeving van het perceel Pontplein 1 geen beschermde planten en dieren aanwezig zijn. De soortenbescherming vormt geen belemmering voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Eén en ander op voorwaarde dat de aanwezige heester op het perceel voorafgaande aan de werkzaamheden wordt verwijderd, dan wel dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen gaan plaatsvinden. Het ecologisch onderzoek is als bijlage 1 aan deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd.

4.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd.

4.7.1 Plaatsgebonden risico (PR)

Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele

15

tijd op die plaats (onbeschermd) aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Voor het PR10-6 per jaar geldt een grenswaarde. Deze grenswaarde geldt voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het afwijken van de richtwaarde moet worden gemotiveerd.

4.7.2 Groepsrisico (GR)

Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens, de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

4.7.3 Verantwoordingsplicht GR

In de wet- en regelgeving is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Extra aandacht aan de verantwoording moet worden gegeven wanneer het groepsrisico boven de oriëntatiewaarde ligt of wanneer het groepsrisico (significant) toeneemt. Bij de verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Het bevoegd gezag geeft hierbij aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico bepaald door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten zoals mogelijke bronmaatregelen, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

4.7.4 Resultaten onderzoek externe veiligheid.

Het ruimtelijk plan is relevant voor het aspect externe veiligheid vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over het Noordzeekanaal tot Coenhaven en de Provinciale weg N202. Het plangebied ligt namelijk binnen een afstand van 200 meter vanaf een Basisnetroute Water en binnen het invloedsgebied van de Provinciale weg N202.

4.7.5 Transport Noordzeekanaal

Het Noordzeekanaal heeft een PR die kleiner is dan 10-6 per jaar. Het ruimtelijk plan voldoet aan de richtwaarde van het PR10-6 per jaar. Het vervoer van gevaarlijke stoffen via het Noordzeekanaal is niet relevant voor het GR. Het plangebied ligt namelijk buiten het invloedsgebied van 90 meter van de vaarweg. Het plangebied ligt eveneens buiten de vrijwaringszone van 40 meter van de vaarweg. Er hoeft dus geen rekening te worden gehouden met extra brandveiligheid maatregelen voor de nieuwbouw ten gevolge van een plasbrand.

16

4.7.6 Transport Provinciale weg N202

De Provinciale weg N202 heeft een PR die kleiner is dan 10-6 per jaar. Het ruimtelijk plan voldoet aan de richtwaarde van het PR10-6 per jaar. Het vervoer van gevaarlijke stoffen via de N202 levert een groepsrisico op van maximaal 35 slachtoffers. De normwaarde ten opzichte van de oriëntatiewaarde bedraagt 0 %. Van het gemodelleerde tracé wordt ter hoogte van de cafetaria het hoogste groepsrisico berekend maar ligt ruimschoots onder de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. De N202 heeft geen plasbrandaandachtsgebied. Er hoeft dus geen rekening te worden gehouden met extra brandveiligheid maatregelen voor de nieuwbouw ten gevolge van een plasbrand Conclusie luidt dat het aspect externe veiligheid geen belemmering is voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. Het externe veiligheidsonderzoek is als bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

4.8

Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit is op meerdere gebieden van belang. Zo dient een plan geen ontwikkelingen mogelijk te maken die in betekende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van NIBM, zijn vastgelegd in de AMvB-NIBM. In de AMvB-NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 μg/m3 NO2 of PM10) als ‘niet in betekenende mate’ wordt beschouwd.

Bij de herbouw van de cafetaria speelt de luchtkwaliteit geen rol. Duidelijk is dat deze ontwikkeling kan worden aangemerkt als een ontwikkeling welke ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Conclusie: Het onderdeel luchtkwaliteit staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

4.9

Verkeer en parkeren

4.9.1 Verkeer

Het perceel Pontplein 1 is zowel voor langzaam verkeer, openbaar vervoer en per auto uitermate goed bereikbaar. Via een directe afslag van de Noordzeekanaalweg (N202)naar de pont is de locatie goed bereikbaar. Er zijn geen belemmeringen om de locatie zowel in de bestaande als in de nieuwe situatie goed te bereiken zonder congestie te veroorzaken. Bovendien voorziet het plan niet in een toename van het aantal verkeersbewegingen. 17

4.9.2 Parkeren

Op grond van het in hoofdstuk 2 genoemde “Parapluplan parkeerregels Haarlemmerliede en Spaarnwoude” dient voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen de normen van het CROW te worden aangehouden. Café/bar/cafetaria Parkeerkencijfers (per 100 m2 bvo) Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

Zeer sterk stedelijk

4,0

6,0

4,0

6,0

5,0

7,0

n.v.t.

n.v.t.

Sterk stedelijk

4,0

6,0

4,0

6,0

5,0

7,0

n.v.t.

n.v.t.

Matig stedelijk

4,0

6,0

4,0

6,0

5,0

7,0

n.v.t.

n.v.t.

Weinig stedelijk

5,0

7,0

5,0

7,0

6,0

8,0

n.v.t.

n.v.t.

Niet stedelijk

5,0

7,0

5,0

7,0

6,0

8,0

n.v.t.

n.v.t.

Aandeel laadpunten

0-2,5%

Opmerking Van deze functie kunnen alleen globale parkeerkencijfersge geven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. Aandeel bezoekers: 90%

Het CROW kent geen normen voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen bij dit soort horecazaken in het buitengebied. Ter plaatse zijn op dit moment 12 parkeerplaatsen beschikbaar. In de praktijk heeft dit nog nooit tot problemen geleid. Gelet op het feit dat het vervangen van de cafetaria niet dient om meer klanten aan te trekken, kan er vanuit worden gegaan dat dit aantal ook in de nieuwe situatie voldoende zal zijn. Het aspect verkeer en parkeren staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.

4.10

Mer-beoordeling

In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (bijlage C en D), projectmer-plichtig (bijlage C) of merbeoordelingsplichtig (bijlage D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In bijlagen D van het Besluit m.e.r. (D11) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject genoemd. Als drempelwaarden gelden een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2.000 of meer woningen of een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 200.000 m2 . In dit geval vindt de ontwikkeling niet plaats in gevoelig gebied, omdat er geen sprake is van een Nationaal Landschap, een beschermd natuurmonument, een Natura 2000 gebied, een watergebied van internationale betekenis of van een kern- of natuurontwikkelingsgebied of verbindingszone binnen de EHS. De oppervlakte van het terrein is minder dan 20 hectare. Het is gezien de omvang en kenmerken van het plan niet noodzakelijk om een mer-beoordeling of planmer uit te voeren. De voorgaande paragrafen hebben aangetoond dat de ontwikkeling geen belangrijke effecten op het milieu hebben. Hierdoor is er geen aanleiding om een volledige merbeoordeling uit te voeren.

18

Hoofdstuk 5:

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een planologische ontwikkeling. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.6 Wro juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt het ontwerpbesluit 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen bij het college van burgemeester en wethouders worden ingediend.

5.2 Economische uitvoerbaarheid

Het gaat in casu om een particulier initiatief. Er zijn, anders dan het voeren van de planologische procedure, voor de gemeente geen kosten aan het plan verbonden.

5.3 Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het initiatief zowel uit maatschappelijk en economisch oogpunt uitvoerbaar is. Daarnaast is niet gebleken van milieubelemmeringen en van beletselen uit ruimtelijkplanologisch oogpunt.

19

4.9 Besluit milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder C of D van het Besluit m.e.r. Het initiatief dat in deze ruimtelijke onderbouwing centraal staat betreft de herbouw van een cafetaria. Een dergelijke ontwikkeling wordt niet benoemd in bijlagen C en D van het Besluit m.e.r. Het opstellen van een m.e.r.-beoordeling of plan M.E.R. is niet nodig. Tevens blijkt uit deze ruimtelijke onderbouwing dat de ontwikkeling geen nadelige effecten voor het milieu tot gevolg heeft. Conclusie De ontwikkeling is in het kader van het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=91a69acc-33ec-4fd7-aff3-c17536731006