Bijlage 2 - Milieuscan Badhoevedorp van Antea Group
Tekst van het document
Milieuscan Badhoevedorp Schuilhoeve gemeente Haarlemmermeer
projectnummer 0487732.100 definitief revisie 03 12 maart 2024
Milieuscan Badhoevedorp Schuilhoeve
projectnummer 0487732.100 definitief revisie 03 12 maart 2024
Auteurs K. Dallinga V. Huizer W. Gruijters
Opdrachtgever Gemeente Haarlemmermeer Raadhuisplein 1 2132 TX Hoofddorp
Gecontroleerd: R. Michiels
datum 12 maart 2024
beschrijving definitief
vrijgave Just Verhoeven
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Samenvattingstabel Aspect
Planvormend1 Ja
Stikstof
Nee
●
Ecologie
Haalbaarheid2
●
0
0
Bodemkwaliteit
●
+
Archeologie
●
0
Korte toelichting Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen het plangebied is op basis van bureaustudie geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen (jaarronde) algemene vrijstelling geldt. Voor de vogels met jaarrond beschermde nesten geldt dat verblijfplaatsen voor grote gele kwikstaart, slechtvalk, ooievaar en kerkuil niet aannemelijk zijn maar niet 100% uitgesloten kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid van rugstreeppad en overige soortgroepen zoals vaatplanten, insecten en weekdieren. Er is (onder bepaalde voorwaarden) nader onderzoek nodig naar vogels met jaarrond beschermde nesten, algemene broedvogels en vleermuizen. Voor marterachtigen (bunzing en wezel) is een ontheffing verleend. Een overtreding van de Ow kan voor een aantal soorten op voorhand worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Een aanvullend terreinbezoek is noodzakelijk om het nader te onderzoeken gebied in te perken dan wel meer nadere onderzoeken uit te sluiten. De voorgenomen ontwikkeling heeft een programma van circa 700 woningen. Hoewel de afstand tot stikstofgevoelige gebieden groot is, kan een programma van deze aantallen mogelijk toch een negatief effect hebben op omliggende Natura 2000-gebieden.
Ten aanzien van het voornemen is een indicatieve stikstofberekening uitgevoerd op basis van kengetallen. Hieruit komt een depositie van circa 0,01 mol/ha/jaar voor de realisatiefase en 0,02 mol/ha/jaar voor de gebruiksfase op een achttal Natura 2000-gebieden waaronder ‘Kennemerland-Zuid’, ‘Botshol’ en ‘Polder Westzaan’. Er is in deze berekening worstcase uitgegaan van vrijstaande woningen en er is geen saldering meegenomen. Derhalve is een nadere beschouwing nodig voor de realisatiefase én gebruiksfase. Aanpassingen van het programma en/of het gebruik van ander materieel zijn mogelijke oplossingsrichtingen. Mogelijke salderingsopties zijn de bestaande sportvelden inclusief kantines, bestaande maatschappelijke functies en bedrijven. Voorwaarden voor salderen is dat de activiteiten gestopt zijn ten behoeve van het voornemen. De bodemkaart van bodemloket.nl laat zien dat er drie bodemlocaties in het plangebied aanwezig zijn. Deze locaties zijn volgens de beschikbare data óf voldoende onderzocht óf voldoende gesaneerd. Er vindt grondroering plaats ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. Voor het uitvoeren van de ontwikkeling zal bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden om aan te tonen dat de bodemkwaliteit toepasbaar is voor de gewenste functie (wonen).
Bij een ruimtelijk besluit rekening te worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten en waarden. Deze verantwoordingsplicht omvat zowel het boven- als ondergronds erfgoed. Ten aanzien van de Erfgoedwet en de huidige wetgeving (Omgevingswet en Erfgoedwet) zijn geen significante veranderen ten opzichte van de beoordeling. In het vigerende omgevingsplan onderdeel ‘Buitengebied Gasleiding Raasdorp – Sloten’ heeft de zuidoost rand van het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’. De toelichting van dit omgevingsplan laat weten dat er sprake kan zijn van lage archeologische verwachtingen voor alle perioden. Bij grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Echter is het deel van het plangebied met een dubbelbestemming archeologie maar een beperkt deel aan de rand van het plangebied. Bovendien gaat het hier om de ligging van een gasleiding. Het is goed mogelijk dat hier geen grondroering plaatsvindt. Indien dit wel het geval is alleen archeologisch onderzoek nodig indien deze grondroeringen dieper zijn dan 40 centimeter ter plaatse van bovenstaande locaties. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat de gemeente Haarlemmermeer een geactualiseerd archeologiebeleid heeft.
Op basis van het geactualiseerde archeologiebeleid hebben alle gronden in het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 6’. Onderzoek is verplicht bij ingrepen in de bodem groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 centimeter. Voor de voorgenomen ontwikkeling vindt grondroering plaats. Gezien de grootte van het plangebied (circa 30.000 m 2) en aangezien grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter onder maaiveld voorzien zijn (bijvoorbeeld voor de fundering van gebouwen), wordt verwacht dat de gestelde grenzen worden overschreden en archeologisch onderzoek derhalve nodig zal zijn.
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Aspect
Planvormend1 Ja
Nee
●
Cultuurhistorie
Haalbaarheid2
+
Veiligheid
●
0
Geluid
●
-
Bedrijven & milieuzonering
●
+
Waterhuishouding
●
0
Luchtkwaliteit
●
-
Korte toelichting Binnen het plangebied liggen geen landschappelijke en cultuurhistorische waardevolle elementen. In de omgeving van het plangebied zijn echter wel enkele landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen gelegen. Het dichtstbijzijnde gebied is ten zuidwesten van het plangebied aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen monumenten gesitueerd. Aangezien er geen overlap is met het plangebied vormen deze elementen geen aandachtspunt voor het plan. In en in de omgeving van het plangebied is een hogedruk aardgastransportleiding aanwezig. Rond de buisleiding ligt een belemmeringenstrook. Vanwege de veilige werking van de buisleiding gelden in de belemmeringenstrook beperkingen voor het bouwen van bouwwerken en het toelaten van activiteiten die van invloed kunnen zijn op de buisleiding. Daarnaast ligt het plangebied in de 100% letaalzone van de buisleiding. Binnen dit gebied dient het groepsrisico te worden berekend en geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht. Naast de buisleiding bevindt het plangebied zich ook binnen de 200 meter-zone van de A4 en de A9. Daarnaast ligt een deel van het plangebied in een beoogd LIB 3 gebied. Dit LIB 3 gebied betreft door ministerie voorgestelde aanpassing van bestaande, juridisch geldende LIB 3 gebied.
Deze is nog niet in werking getreden en wordt door de gemeente betwist: omdat er geen noodzaak is om veiligheidszone aan te passen. Er zijn geen nieuwe woningen mogelijk binnen de LIB 3-zone. Enkel bestaande woningen zijn toegestaan. Op basis van expert judgement kan worden vastgesteld dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de geplande ontwikkeling. Aandachtspunt is het beoogde LIB 3 gebied. Onderzoek is wel nodig ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Het plangebied bevindt zich binnen het geluidaandachtsgebied van onder andere Rijkswegen A4 en A9/N232, N232/Schipholweg, Laan van Schuilhoeve, en diverse gemeentelijke wegen, evenals het spoor Schiphol-Amsterdam en het industrieterrein Schiphol. De geluidbelasting is zodanig dat dit vraagt om specifieke aandacht in het plan, onder andere de inzet van “niet geluid gevoelige gevels met bouwkundige maatregelen”, afschermende bebouwing en aanwezigheid geluidluwe gevels. Daarbij wordt in de bepaling van de benodigde gevelwering onder de Omgevingswet uitgegaan van de optelsom van alle geluidbronnen (gezamenlijke geluid), terwijl dat onder de Wet geluidhinder per geluidsoort werd gedaan. Dit betekent dat er onderzoek moet plaatsvinden naar het cumulatieve geluidsniveau en de aanvaardbaarheid daarvan.
Daarnaast zal uit geactualiseerd onderzoek het precieze geluideffect en gevolg hiervoor voor (haalbaarheid van) het plan moeten blijken. In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende locaties met bedrijfsactiviteiten. Voorgenoemde locaties hebben volgens de VNG-uitgave verschillende afstanden welke overlap hebben met het plangebied. Er dient binnen de grenzen van het plangebied rekening gehouden te worden met de verschillende bedrijfsactiviteiten en locaties wanneer hier (zeer) kwetsbare objecten zoals woningen gerealiseerd gaan worden. Nader onderzoek daarvoor is nodig indien niet buiten de afstand gebleven kan worden. Het plangebied is momenteel grotendeels groen en deels verhard/bebouwd. Ten gevolge van het voornemen neemt het aandeel verharding toe in het plangebied. Bij een toename aan verharding dient onderzocht te worden op welke manier de waterbelangen meegenomen worden. Hiervoor zal ruimte gereserveerd moeten worden binnen het planvoornemen. Voor gehele gebiedsontwikkeling Badhoevedorp inclusief voorliggend plangebied is een waterplan opgesteld en vastgesteld. Groot deel van het plangebied betreft gedraineerde sportvelden en was tot enkele jaren geleden verhard met voormalige A9. Er dient een weging van het waterbelang (voorheen: watertoets) uitgevoerd te worden waarin onder andere wordt beschreven hoe wordt omgegaan met een toename aan verharding.
Uit de toelichting van het bestemmingsplan Badhoevedorp Schuilhoeve, 2018 (vernietigd) blijkt dat ultrafijnstof buiten beschouwing is gebleven vanwege een gebrek aan kennis over de gezondheidseffecten, beperkingen in de meetmethoden en het ontbreken van consensus over wat ultrafijnstof nu precies is. Dit neemt niet weg dat de gemeente de ontwikkelingen rond ultrafijnstof nauwgezet volgt en hierover adviseert. Het RIVM heeft meerdere onderzoeken in 2015 en 2016 uitgevoerd naar ultrafijnstof. Het RIVM constateerde in 2015 dat er weinig bekend was in de literatuur over de gezondheidseffecten van ultrafijnstof en heeft aanbevolen om gezondheidsonderzoek onder omwonenden te doen. Conclusie van het onderzoek uit 2016 is dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn
2 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Aspect
Planvormend1
Trillingen
Ja
Haalbaarheid2
Nee
●
-
Geur
●
-
Lichthinder
●
++
Wateroverlast
●
+
Korte toelichting dat de sterfterisico’s nabij de luchthaven Schiphol afwijken van die van nabijgelegen gebieden of elders in Nederland. De gemeente Haarlemmermeer is voorstander van vervolgonderzoek naar de gezondheidseffecten van ultrafijnstof in de Schipholregio. Het RIVM onderzocht het effect van ultrafijnstof op de gezondheid. Het wordt steeds duidelijker dat deze deeltjes effecten kunnen hebben op de gezondheid. Er zijn echter nog geen normen voor ultrafijnstof. Ook is er geen beleid om de concentratie ultrafijnstof of de blootstelling eraan te verminderen. Uit het bestemmingsplan Badhoevedorp Schuilhoeve, 2018 (vernietigd) blijkt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt (zowel voormalige als huidige wetgeving) en dat er bovendien geen overschrijdingen van de grenswaarden Wm (nu omgevingswaarden in Bkl) aan de orde zijn. In het kader van de Omgevingswet is het aspect ‘gezondheid’ een nieuw te beoordelen belang. Verwacht wordt dat de GGD hierover kan adviseren. Uit dit advies zullen de gevolgen voor (uitvoerbaarheid) van het plan moeten blijken. Er wordt in eerdere onderzoeken niet direct ingegaan op gevolgen voor de gezondheid in het plangebied, echter is dit wel indirect beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woonen leefklimaat.
Waarschijnlijk zal het onderzoek nog wel moeten worden geactualiseerd (actuele verkeersgegevens, andere zichtjaren) en ieder geval moeten worden aangevuld met inzicht en beschouwing van effecten voor de gezondheid en afweging in dit kader. Voor rond het plangebied liggende wegen en spoor gelden op grond van het Bkl geen wettelijke eisen. Vanuit optiek van evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan het noodzaak zijn om aandacht te hebben voor verwachte trillingen van deze bronnen op het plangebied. Gezien de afstand tot het spoor is het voldoende aannemelijk dat geen sprake is van significant effect vanwege trillingen door het spoor. Ook voor omliggende wegen is, gezien de afstand ervan, geen aanleiding voor significant effect. Mogelijk dat er in de realisatie nog wel aandacht voor trillingen nodig is (heien, bouwverkeer). Ten gevolge van aan grondgeluid gebonden activiteiten kunnen trillingen in de beoogde woningen niet worden uitgesloten. TNO heeft onderzoek gedaan naar trillingen als gevolg van grondgeluid. Het moet worden vastgesteld in hoeverre aan de normstelling (artikel 5.78a) in het Bkl (vliegverkeer wordt niet uitgezonderd) kan worden voldaan. En zo niet welke mogelijkheden er zijn om alsnog te voldoen. De uitkomsten van dit onderzoek zullen mede bepalen wat de gevolgen voor de ontwikkeling zijn (uitvoerbaarheid).
Uit de toelichting van het bestemmingsplan Badhoevedorp Schuilhoeve, 2018 (vernietigd) volgt dat uit eerder uitgevoerd onderzoek blijkt dat het plangebied volledig binnen de 0,5 ouE/m3 contour ligt van Schiphol (kerosinegeur), net als geheel Badhoevedorp. De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename van de gevoelige bestemmingen binnen de contour en daarmee in potentie tot een toename van het aantal gehinderden. In de toelichting wordt aanbevolen om bij de verkoop van de woningen te communiceren over de mogelijke hinder door kerosinegeur. Daarmee werd het aspect geur niet als een belemmering geacht onder de voormalige wetgeving (Wet milieubeheer). Onder de Omgevingswet dient voldoende invulling te worden gegeven aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet). Er zijn nog geen uitspraken geweest hoe om te gaan met dit aspect onder de Omgevingswet. Geadviseerd wordt gerichter te onderzoeken wat de geurbelasting binnen het plangebied betreft en wat dit betekent voor het extra aantal gehinderden en hiermee samenhangende gevolgen voor de gezondheid. In het kader van de Omgevingswet is het aspect ‘gezondheid’ een nieuw te beoordelen belang. Verwacht wordt dat de GGD hierover kan adviseren.
Uit dit advies zullen de gevolgen voor (uitvoerbaarheid) van het plan moeten blijken. Het plangebied ligt in stedelijk gebied dat van zichzelf matig tot veel lichtemissie heeft. De herontwikkeling en toevoeging van woningen zorgen niet voor een toename aan verlichting. Derhalve is onderzoek niet nodig. Daarbij zorgt de ontwikkeling ervoor dat de huidige sportvelden met bijhorende lichtmasten zullen verdwijnen. Dit zorgt voor een verwachte verbeterde situatie voor omwonenden. Ten gevolge van het voornemen neemt het aandeel verharding naar verwachting toe in het plangebied. Om een indicatie te geven van kwetsbaarheid en risico's voor wateroverlast is de waterdiepte bij kort heftige buien in beeld gebracht. Er valt een aantal zaken op. Voornamelijk de locaties waar in de huidige situatie verharding is (zoals de parkeerplaats), komt de waterdiepte (mogelijk) neer dan
3 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Aspect
Planvormend1 Ja
Nee
Haalbaarheid2
Korte toelichting
30 cm te staan. Dit geldt voornamelijk bij intense neerslag die onder het huidige klimaat circa 1 keer in de 1000 jaar voorkomt. Geadviseerd wordt om bij de planontwikkeling hiermee rekening te houden. Een voorbeeld hiervan zou zijn om wadi’s of (extra) groenstroken aan te brengen, of door te werken met half-verharding in het plangebied. Het plangebied is momenteel grotendeels groen en deels verhard/bebouwd. Op dit moment is het aantal tropische dagen laag. Het stedelijk hitte eiland effect is tevens aan de lage kant. Dit komt voornamelijk doordat het plangebied deels onbebouwd is en er water aanwezig is. De ontwikkeling in het plangebied betekent een toename aan stenen en verharding. Naar verwachting zal daardoor een Hittestress ● 0 versterkend effect optreden op het aantal tropische dagen en het stedelijke hitte eiland effect. Gezien de verwachte toename aan verharding wordt geadviseerd dit aspect mee te nemen in de planontwikkeling. Bijvoorbeeld door het gebruik van lichte kleuren, groen en water. De ontwikkeling op het plangebied betekent een toename aan verharding. Als gevolg van een lage grondwaterstand kunnen verzakkingen en beschadigingen plaatsvinden aan gebouwen en infrastructuur. De grondwaterstand in het plangebied kan in extreem Droogtestress droge zomers zakken tussen de 1,5 en 2 meter beneden maaiveld. Er is geen sprake van een bodemdaling binnen het plangebied.
● + Geadviseerd wordt om deze aspecten mee te nemen in de planontwikkeling. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan waterretentie. Er is geen kans op overstroming ten gevolge van het falen van een waterkering. Daarnaast is voor het plangebied de Overstromingsplaatsgebonden overstromingskans met water tot 20 cm beschouwd. Dit is de kans dat een overstroming zich voordoet én vervolgens ● + risico water in het plangebied tot 20 cm hoog staat. Voor het plangebied is er een kleine overstromingskans. Aanbevolen wordt om dit mee te nemen in de ontwikkeling, door bijvoorbeeld kritieke functies op een hoger niveau te plaatsen. 1 Dit aspect heeft (doordat het zodanig complex is) mogelijk invloed op de aard en uitwerking van de ontwikkeling. 2 De haalbaarheid is ingeschat op basis van een schaal van 5, waarbij - - een showstopper is, - mogelijk een showstopper, 0 vraag om nadere uitwerking maar geen showstopper, + is kwalitatief te benaderen en + + zorgt naar verwachting een verbetering vanwege het voornemen. Voor een nadere toelichting zie ‘Inleiding’.
4 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Conclusie Het voornemen omvat de herontwikkeling van het plangebied. Het voornemen bestaat uit de realisatie van circa 700 woningen in het plangebied. Ten behoeve van het voornemen wordt deze milieuscan (quickscan) uitgevoerd. Het doel daarvan is om het college en de gemeenteraad van Haarlemmermeer een besluit te laten nemen over het geheel of gedeeltelijk ontwikkelen van Schuilhoeve tot woningbouwgebied en voor de derde keer een bestemmingsplan/omgevingsplan te gaan opstellen om dit planologischjuridisch mogelijk te maken. Naar aanleiding van het voornemen hebben wij voor u een milieuscan uitgevoerd waarin de belangrijkste milieuaspecten aan bod zijn gekomen. Daarin hebben wij onderscheid gemaakt in de mate van onderzoek wat naar verwachting nodig is en in hoeverre het milieuaspect planvormend is. Met andere woorden of het milieuaspect mogelijk invloed heeft op aard en uitwerking van de ontwikkeling. Er is hierbij uitgegaan van open source data en waar nodig zijn de resultaten van de onderzoeken zoals beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan Badhoevedorp Schuilhoeve, 2018 (vernietigd) beschouwd. Uit de milieuscan komt naar voren dat met name de aspecten geluid, trillingen, geur en luchtkwaliteit grote aandachtspunten zijn. Deze aspecten zijn reeds beoordeeld als ‘-‘, een mogelijke showstopper.
Echter is er een risico dat later in het proces blijkt dat deze aspecten een harde showstopper zijn. In vergelijking met de afgelopen jaren blijven de aspecten geluid, trillingen, geur en luchtkwaliteit een groot aandachtspunt voor de planontwikkeling. Daarbij is er een aantal veranderingen bij de Omgevingswet. Voor het aspect geluid zal bijvoorbeeld van het gezamenlijk geluid moeten worden uitgegaan (= optelsom van geluidbronnen zonder toepassing van weging) om te waarborgen dat het geluidniveau in de woningen niet hoger is dan 33 dB. Bij meerdere bronnen is de toetsing van het geluid in de woningen strenger doordat het gezamenlijke geluid daarbij wordt gebruikt en niet een individuele bron. In het kader van de Omgevingswet zal moeten worden beoordeeld of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Omgevingswet) en beoordeling van effecten op woon-/ leefkwaliteit en gezondheid. Gezondheidsaspecten zullen dan integraal afgewogen moeten worden. In het kader van de Omgevingswet dient de gezonde fysieke leefomgeving meegenomen te worden in de overweging. Overheden moeten bij het ontwikkelen van gebieden zo vroeg mogelijk nadenken over het realiseren van een gezonde fysieke leefomgeving.
Zij hebben de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsdoelstellingen vast te stellen en uitwerken in verschillende instrumenten van de Omgevingswet (bijvoorbeeld in de Omgevingsvisie). Vooral het aspect gezondheid is een groot aandachtspunt/issue. Dit moet in een gezamenlijk perspectief bekeken worden onder de Omgevingswet. Vanuit de optiek van evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Omgevingswet) en beoordeling van effecten op woon-/ leefkwaliteit en gezondheid kan er de noodzaak zijn om breder naar de aspecten te kijken dan de kaders uit de Omgevingswet. Dit is afhankelijk van bijvoorbeeld nieuwe jurisprudentie. We zijn hierover met u in gesprek gegaan over eventuele vervolgstappen. Opgemerkt dient te worden dat uit de nadere onderzoeken mogelijk ook kaders komen die planvormend zijn. Vanuit wet- en regelgeving en beleid kunnen eveneens kaders volgen.
5 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Inleiding Methode In deze rapportage is een overzicht van de (milieu) aspecten gegeven en in welke mate deze in het kader van de ontwikkeling onderzocht dienen te worden. Door middel van het gebruik van opensource informatie is het plangebied onderzocht op de volgende (milieu)aspecten: ecologie, stikstof, bodemkwaliteit, archeologie, externe veiligheid, geluid, bedrijven & milieuzonering, landschap & cultuurhistorie, waterhuishouding, luchtkwaliteit en lichthinder. De voorgenomen ontwikkeling is beschouwd als een nieuw project. Voor de meeste aspecten zijn geen voorgaande onderzoeken doorgenomen, met uitzondering van geluid, luchtkwaliteit, trillingen en geur waarbij delen van voorgaande onderzoeken kort zijn beschouwd uit de toelichting van het bestemmingsplan Badhoevedorp Schuilhoeve, 2018 (vernietigd). Daarnaast is voor een aantal klimaataspecten een quickscan uitgevoerd, namelijk wateroverlast, hittestress, droogtestress en overstromingsrisico. Aan de rapportage is een samenvattingstabel toegevoegd met een overzicht van de belangrijkste aspecten, een beoordeling op basis van een 5-puntenmethode (zie hieronder) en wat naar aanleiding van deze rapportage de (mogelijke) vervolgstappen zijn. Allereerst is ingegaan op de achtergrond van de voorgenomen ontwikkeling, waarna de hiervoor beschreven aspecten zijn behandeld.
Achtergrond Het voornemen omvat de herontwikkeling van het plangebied. Het voornemen bestaat uit de realisatie van circa 700 woningen in het plangebied. Het plangebied ligt binnen de gemeente Haarlemmermeer. Het plan ligt in het omgevingsplan onderdeel (voorheen bestemmingsplan) ‘Badhoevedorp Lijnden-Oost’ (vastgesteld 4 juli 2013). Dit onderdeel is nog een keer herzien. De gronden in het plangebied zijn bestemd voor ‘Bedrijf’, ‘Bedrijf - Garagebedrijf’, ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’, ‘Bedrijventerrein’, ‘Groen’, ‘Kantoor’, ‘Maatschappelijk’, ’Sport - 1’, ‘Tuin’, ‘Verkeer’, ‘Water’ en ‘Wonen’. Het voornemen past grotendeels, met uitzondering van de woonactiviteiten, niet binnen het vigerende omgevingsplan. Wijziging van het omgevingsplan is daarom nodig om het voornemen te realiseren.
6 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Doelstelling Ten behoeve van het voornemen wordt deze milieuscan (quickscan) uitgevoerd. Het doel daarvan is om het college en de gemeenteraad van Haarlemmermeer een besluit te laten nemen over het geheel of gedeeltelijk ontwikkelen van Schuilhoeve tot woningbouwgebied en voor de derde keer een bestemmingsplan/omgevingsplan te gaan opstellen om dit planologischjuridisch mogelijk te maken.
Beoordelingsmethode De beoordeling volgt een gestructureerde 5-puntenmethode, waarbij plussen en minnen zijn toegekend aan verschillende aspecten van het plan. De haalbaarheid is ingeschat op een schaal van 5, waarbij dubbele minnen (- -) als harde showstoppers zijn geïdentificeerd. Dat betekent dat er met de informatie die er nu ligt al met zekerheid gezegd kan worden dat het voornemen niet haalbaar is. Een enkele min (-) geldt als mogelijke showstopper. Dit betekent dat voor dit aspect de kans bestaat dat het plan zowel haalbaar is na verdere uitwerking of dat het aspect een harde showstopper is na verdere uitwerking, wat tot gevolg heeft dat het plan niet haalbaar is. Dit hangt af van meerdere aspecten, namelijk de onzekerheid hoe nieuwe aspecten vanuit de Omgevingswet (zoals gezondheid) worden geïnterpreteerd en beoordeeld, als de resultaten van nader onderzoek. Een score van 0 geeft aan dat verdere uitwerking noodzakelijk is zonder directe showstopper. Een verdere uitwerking is noodzakelijk zonder dat er directe showstoppers zijn geïdentificeerd in deze fase of verwacht wordt in een later stadium. Met andere woorden, er zijn geen onoverkomelijke obstakels, maar er is meer gedetailleerde planning of onderzoek nodig. Een enkele plus (+) wijst op een kwalitatief benaderbare situatie. Een aspect hoeft geen uitgebreid onderzoek te krijgen.
Het aspect staat niet voor onoverkomelijke obstakels, en er is een solide basis voor verdere ontwikkeling. Dubbele plussen (+ +) suggereren dat de voorgenomen stappen naar verwachting aanzienlijke verbeteringen zullen opleveren ten opzichte van de huidige situatie. Deze methodische aanpak biedt een duidelijk overzicht van de sterke en zwakke punten van het project en ondersteunt effectieve besluitvorming en strategieformulering voor verdere ontwikkeling. Om op te schalen naar een ‘betere’ beoordeling binnen de 5-puntenmethode is het nodig om de onzekerheden en risico's te verminderen. Dit kan worden bereikt door bijvoorbeeld nader onderzoek.
7 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Ecologie Wettelijk kader De Omgevingswet (Ow) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Ow, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (NNN). Het NNN is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. In of in de nabijheid van Natuurbeschermingswet-gebieden en in het NNN geldt het ‘Nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen in het NNN toegestaan als deze ontwikkelingen de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning. In het kader van een omgevingsplan moet aangetoond worden dat het aspect ecologie uit de Ow geen belemmering vormt voor de uitvoering van het plan.
Beoordeling In het kader van voorgenomen ontwikkeling is het aspect ecologie beschouwd, zie bijlage 1. Ten aanzien van de vorige wetgeving (Wet natuurbescherming) en de huidige wetgeving (Omgevingswet) zijn geen significante veranderingen ten opzichte van de beoordeling. Hierna zijn de belangrijkste resultaten kort weergegeven. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied of Natuurnetwerk Nederland (NNN). In de omgeving van het plangebied is een aantal natuurgebieden aanwezig. Het plangebied ligt op circa 1,1 km buiten gerealiseerd NNN gebied en circa 15 meter buiten NNN natuurverbindingen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Polder Westzaan (op circa 11,6 km afstand). Momenteel bestaat het plangebied voornamelijk uit sportvelden en groen. De ontwikkeling omvat de realisatie van woningen. Hierdoor komt er nieuwe bebouwing en verharding. Binnen het plangebied is op basis van bureaustudie geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen (jaarronde) algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: vogels met jaarrond beschermde nesten, algemene broedvogels, vleermuizen en kleine marterachtigen (bunzing en wezel). Een aanvullend terreinbezoek is voor 8 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
bovenliggende soortgroepen noodzakelijk om het nader te onderzoeken gebied in te perken dan wel meer nadere onderzoeken uit te sluiten. Voor de vogels met jaarrond beschermde nesten geldt dat verblijfplaatsen voor grote gele kwikstaart, slechtvalk, ooievaar en kerkuil niet aannemelijk zijn maar niet 100% uitgesloten kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid van rugstreeppad en overige soortgroepen zoals vaatplanten, insecten en weekdieren. Er is (onder bepaalde voorwaarden) nader onderzoek nodig naar vogels met jaarrond beschermde nesten, algemene broedvogels en vleermuizen. Voor marterachtigen (bunzing en wezel) is een ontheffing verleend. Een overtreding van de Ow kan voor een aantal soorten op voorhand worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Het gebied kan mogelijk verstoord worden door de werkzaamheden. Een aanvullend terreinbezoek is noodzakelijk om het nader te onderzoeken gebied in te perken dan wel meer nadere onderzoeken uit te sluiten. Daarnaast geldt voor alle soorten de zorgplicht. De uitkomsten van de natuurtoets hebben mogelijk invloed op de planning; indien geschikte biotopen voor beschermde soorten worden aangetroffen, dient nader (jaarrond) onderzoek te worden gedaan in combinatie met eventuele maatregelen.
9 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Stikstof Wettelijk kader De bescherming van bijzondere natuurgebieden (Natura 2000) in Nederland is opgenomen in de Omgevingswet. Een nieuwe ontwikkeling kan een negatief effect hebben op flora en fauna en de instandhouding van natuurgebieden door een (mogelijk) toename aan stikstof. Binnen Natura 2000-gebieden bevinden zich namelijk stikstofgevoelige habitats. De toename van stikstof op deze stikstofgevoelige habitats is één van de aspecten waarop een project of plan moet worden getoetst. Getoetst moet worden of de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten gevolge van een plan minder of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Als de maximale bijdrage van een project aan de stikstofdepositie op een voor stikstofgevoelig habitattype binnen een Natura 2000-gebied niet significant is (0,00 mol/ha/jaar) dan kan een plan of project doorgang vinden. De wijze waarop wordt getoetst of sprake is van aantasting van stikstofgevoelige habitattypes, is onder andere door het uitvoeren van een AERIUS-berekening.
Beoordeling Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige gebieden liggen op circa 11,6 km afstand. Het gaat om het ten noorden gelegen Natura 2000-gebied ‘Polder Westzaan’ en het ten westen gelegen Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’. Ten aanzien van de vorige wetgeving (Wet natuurbescherming) en de huidige wetgeving (Omgevingswet) zijn geen significante veranderingen ten opzichte van de beoordeling. De voorgenomen ontwikkeling heeft een programma van circa 700 woningen. Hoewel de afstand tot stikstofgevoelige gebieden groot is, kan een programma van deze aantallen mogelijk toch een negatief effect hebben op omliggende Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van het voornemen is een indicatieve stikstofberekening uitgevoerd op basis van kengetallen. Hieruit komt een depositie van circa 0,01 mol/ha/jaar voor de realisatiefase en 0,02 mol/ha/jaar voor de gebruiksfase op een achttal Natura 2000-gebieden waaronder ‘Kennemerland-Zuid’, ‘Botshol’ en ‘Polder Westzaan’. Derhalve is een nadere beschouwing nodig voor de realisatiefase én gebruiksfase. Opgemerkt wordt dat het gaat om een indicatieve berekening. In deze berekening is nog niet gesaldeerd. Mogelijk geeft 10 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
dit voldoende saldo om op 0,00 mol/ha/jaar te komen. Mogelijke salderingsopties zijn de bestaande sportvelden inclusief kantines, bestaande maatschappelijke functies en bedrijven. Voorwaarden voor salderen is dat de activiteiten gestopt zijn ten behoeve van het voornemen. Er is in deze berekening worstcase uitgegaan van vrijstaande woningen, een specificatie van het programma (aantal en type woningen) is mogelijk ook een oplossingsrichting. Een andere oplossing is om de inzet van elektrisch materieel te gebruiken in de realisatiefase. Vaste jurisprudentie geeft aan dat een definitief besluit van reeds geplande definitieve plan- of projectbesluiten gebaseerd moet zijn op rekenresultaten van een berekening met de op dat moment meest recente versie van AERIUS Calculator. Daarom is deze indicatieve berekening geactualiseerd met de laatste versie van de AERIUS Calculator die op 5 oktober 2023 beschikbaar is gekomen. De resultaten daarmee zijn hetzelfde.
11 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Bodemkwaliteit Wettelijk kader Met de Omgevingswet valt bodembescherming onder de reikwijdte van het begrip ‘fysieke leefomgeving’ zoals dat als centraal begrip in de Omgevingswet fungeert (art. 1.2, Ow). Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. De wet heeft betrekking op zowel landbodems als waterbodems. Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Indien op grond van historische informatie blijkt, dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen getroffen moeten worden, zoals een nader onderzoek of eventueel een (functiegerichte) sanering.
Beoordeling Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Ten aanzien van de Wet bodembescherming (oude wetgeving) en de huidige wetgeving (Omgevingswet) zijn geen significante veranderingen ten opzichte van de beoordeling. De bodemkaart van bodemloket.nl laat zien dat er drie bodemlocaties in het plangebied aanwezig zijn. Deze locaties zijn volgens de beschikbare data óf voldoende onderzocht óf voldoende gesaneerd. Er vindt grondroering plaats ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. Voor het uitvoeren van de ontwikkeling zal bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden om aan te tonen dat de bodemkwaliteit toepasbaar is voor de gewenste functie (wonen). 12 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Archeologie Wettelijk kader De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5.130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Gemeenten zijn verplicht een archeologisch beleid te voeren. Daarbij hoort ook dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt moeten worden. Het doel hiervan is om het 'bodemarchief' zoveel mogelijk te beschermen. De archeologische resten in de bodem vormen een belangrijke bron van informatie over het verleden. In het bijzonder voor die perioden of aspecten van het verleden waarvan geen of weinig schriftelijke bronnen bewaard zijn gebleven of waarover niet of nauwelijks is geschreven.
Beoordeling Bij een ruimtelijk besluit rekening te worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten en waarden. Deze verantwoordingsplicht omvat zowel het boven- als ondergronds erfgoed. Ten aanzien van de Erfgoedwet en de huidige wetgeving (Omgevingswet en Erfgoedwet) zijn geen significante veranderingen ten opzichte van de beoordeling. In het vigerende omgevingsplan onderdeel ‘Buitengebied Gasleiding Raasdorp – Sloten’ heeft de zuidoost rand van het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’. De toelichting van dit omgevingsplan laat weten dat er sprake kan zijn van lage archeologische verwachtingen voor alle perioden. Bij grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Echter is het deel van het plangebied met een dubbelbestemming archeologie maar een beperkt deel aan de rand van het plangebied. Bovendien gaat het hier om de ligging van een gasleiding. Het is goed mogelijk dat hier geen grondroering plaatsvindt. Indien dit wel het geval is alleen archeologisch onderzoek nodig indien deze grondroeringen dieper zijn dan 40 centimeter ter plaatse van bovenstaande locaties. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat de gemeente 13 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Haarlemmermeer een geactualiseerd archeologiebeleid heeft. Op basis van het geactualiseerde archeologiebeleid hebben alle gronden in het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 6’. Onderzoek is verplicht bij ingrepen in de bodem groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 centimeter. Voor de voorgenomen ontwikkeling vindt grondroering plaats. Gezien de grootte van het plangebied (circa 30.000 m2) en aangezien grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter onder maaiveld voorzien zijn (bijvoorbeeld voor de fundering van gebouwen), wordt verwacht dat de gestelde grenzen worden overschreden en archeologisch onderzoek derhalve nodig zal zijn.
14 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Cultuurhistorie Wettelijk kader De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet maakt de nieuwe Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Sinds de Nota Belvedère (2000) is tevens gewerkt aan het implementeren van de zorg voor cultureel erfgoed (verdergaand dan alleen gebouwde monumenten) zoveel mogelijk te verankeren in de ruimtelijke ordening onder het motto “behoud door ontwikkeling”. In dat kader is inmiddels in het Besluit ruimtelijke ordening ook geregeld dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden. Deze verantwoordingsplicht omvat zowel het boven- als ondergronds erfgoed. Het bovengrondse erfgoed betreft de landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
Beoordeling Binnen het plangebied liggen geen landschappelijke en cultuurhistorische waardevolle elementen. In de omgeving van het plangebied zijn echter wel enkele landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen gelegen. Het dichtstbijzijnde gebied is ten zuidwesten van het plangebied aanwezig. Binnen het plangebied zijn geen monumenten gesitueerd. Aangezien er geen overlap is met het plangebied vormen deze elementen geen aandachtspunt voor het plan. Ten aanzien van de Erfgoedwet en de huidige wetgeving (Omgevingswet en Erfgoedwet) zijn geen significante veranderingen ten opzichte van de beoordeling.
15 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden in risicovolle inrichtingen, vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen.
(beoogd)
Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat één persoon die onafgebroken aanwezig en onbeschermd op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het GR gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers die aanwezig zijn binnen het invloedsgebied. Hierbij gaat het om de relatie tussen het aantal mensen tegenover de kans. Hierbij geldt een verantwoordingsplicht.
Beoordeling In en in de omgeving van het plangebied zijn risicobronnen aanwezig. Het gaat om een hogedruk aardgastransportleiding. Rond de buisleiding ligt een belemmeringenstrook. Vanwege de veilige werking van de buisleiding gelden in de belemmeringenstrook beperkingen voor het bouwen van bouwwerken en het toelaten van activiteiten die van invloed kunnen zijn op de buisleiding. Daarnaast ligt het plangebied in de 100% letaalzone van de buisleiding (direct rondom de buisleiding). Binnen dit gebied dient het groepsrisico te worden berekend en geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht. Naast de buisleiding bevindt het plangebied zich ook binnen 200 meter van de A4 en de A9. Er is een verschil tussen de aanpak onder de voormalige wetgeving (Bevi/Bevt/Bevb) en de Omgevingswet. Onder de voormalige wetgeving dient het groepsrisico te worden beschouwd en te worden verantwoord. Onder de Omgevingswet ligt het plangebied in het brandaandachtsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding en binnen het gifwolk- en explosieaandachtsgebied van de A4 en A9. Onder de Omgevingswet is het niet meer verplicht om het groepsrisico te berekenen. Het bevoegd gezag mag dit wel vragen om inzicht te geven in de situatie, echter is dat een beleidskeuze. 16 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Daarnaast ligt een deel van het plangebied in een beoogd LIB 3 gebied. Dit LIB 3 gebied betreft door ministerie voorgestelde aanpassing van bestaande, juridisch geldende LIB 3 gebied. Deze is nog niet in werking getreden en wordt door de gemeente betwist: omdat er geen noodzaak is om veiligheidszone aan te passen. In het Luchthavenindelingbesluit Schiphol is in artikel 2.2.1 beschreven met betrekking tot LIB 3-zone: 1. Op de gronden die op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit met nummer 3 zijn aangewezen, zijn met het oog op externe veiligheid geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toegestaan, behoudens bestaand gebruik. 2. In afwijking van het eerste lid zijn nieuwe beperkt kwetsbare objecten met een kantoor- of bedrijfsfunctie toegestaan, mits het aantal werknemers dat er verblijft niet meer dan 22 per hectare bedraagt. 3. In afwijking van het eerste lid is eveneens herstructurering van een gebied met objecten met een kantoor- of bedrijfsfunctie toegestaan, indien dit niet leidt tot een toename van het aantal werknemers per hectare binnen dit gebied. Er zijn geen nieuwe woningen mogelijk binnen de LIB 3-zone. Enkel bestaande woningen zijn toegestaan. Op basis van expert judgement kan worden vastgesteld dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de geplande ontwikkeling. Aandachtspunt is het beoogde LIB 3 gebied.
Onderzoek is wel nodig ten aanzien van het aspect externe veiligheid.
17 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Geluid Wettelijk kader (1/2) Op grond van artikel 5.78s van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dient rekening te worden gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied. Het omgevingsplan dient er op grond van artikel 5.78t van het Bkl in te voorzien dat geluid op de woningen niet hoger is dan de standaardwaarde: • Provinciale wegen, rijkswegen: 50 dB Lden • Gemeentewegen: 53 dB Lden • Industrieterreinen: 50 dB Lden/ 40 dB Lden • Hoofdspoorwegen: 55 dB Lden Of in ieder geval niet hoger dan de grenswaarde (artikel 5.78u Bkl): • Provinciale wegen, rijkswegen: 60 dB Lden • Gemeentewegen: 70 dB Lden • Industrieterreinen: 55 dB Lden/ 45 dB Lden • Hoofdspoorwegen: 65 dB Lden
Wettelijk kader (2/2) Laatstgenoemde kan alleen onder voorwaarden: • Geen/ onvoldoende maatregelen mogelijk om geluidbelasting terug te brengen (5.78 u lid 1a en 1b, lid 3) • Met het oog op de gezondheid betrekken aanwezigheid geluidluwe gevel in afweging (5.78ab) • Beoordeling aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid (5.78ac) (= optelsom van geluidbronnen (inclusief luchtverkeer >48 dB Lden) waarbij gewogen wordt voor de hinderlijkheid Toestaan van hogere geluidniveaus dan de grenswaarde kan alleen: • Voor het in het omgevingsplan aan te duiden niet geluid gevoelige gevels met bouwkundige maatregelen (5.78y) (vergelijkbaar met dove gevel) 18 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
• Vanwege zwaarwegende belangen (artikel 5.78aa) Daarnaast geldt op grond van het Besluit bouwwerken Leefomgeving (Bbl) (artikel 4.103) dat bij toestaan geluidniveaus boven de standaardwaarde eisen worden gesteld aan de geluidwering van de woningen om, uitgaande van het gezamenlijk geluid (= optelsom van geluidbronnen zonder toepassing van weging), te waarborgen dat het geluidniveau in de woningen niet hoger is dan 33 dB. Daarnaast kan vanuit optiek van evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Omgevingswet) en beoordeling van effecten op woon-/ leefkwaliteit en gezondheid noodzaak zijn om breder naar geluid en hinderbeleving te kijken dan bovengenoemde kaders uit het Bkl. Met name grondgeluid en piekgeluiden door proefdraaien zijn in dit kader relevant.
Beoordeling Het plangebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied (vorige wetgeving zone Wet geluidhinder) van o.a.: Wegen: • Rijkswegen A4 en A9/ N232 • N232/ Schipholweg • Laan van Schuilhoeve • Diverse gemeentelijke wegen (30 km) Railverkeer: • Spoor Schiphol-Amsterdam Industrie: • Industrieterrein Schiphol (m.n. proefdraaien vliegtuigen) De in deze paragraaf ingevoegde afbeeldingen geven een globale indruk van de geluidbelasting op het plan. Uit de toelichting van het bestemmingsplan Badhoevedorp Schuilhoeve, 2018 (vernietigd) blijkt dat uit de eerder uitgevoerde akoestische onderzoeken een preciezere indruk van de geluidbelasting op het plan is te herleiden. Om de exacte geluidbelastingen op het plan te bepalen zijn nieuwe geluidberekeningen nodig, vanwege o.a. de volgende redenen: • Onder de Wet geluidhinder werd de geluidbelasting per weg in beeld gebracht en getoetst. Onder Omgevingswet wordt naar clusters van wegen gekeken. • Onder de Wet geluidhinder werd voor toets voor geluid wegverkeer een aftrek toegepast (artikel 110g Wet geluidhinder). Dat is onder de Omgevingswet niet meer aan de orde. • De rekenmethodiek is onder de Omgevingswet (Omgevingsregeling) iets gewijzigd. Zo zijn de emissiegegevens voor wegverkeer aangepast. Dit kan tot andere resultaten leiden.
• Afhankelijk van actualiteit kan het aan de orde zijn dat de invoergegevens voor de berekeningen moeten worden geactualiseerd. • In de bepaling van de benodigde gevelwering wordt onder de Omgevingswet uitgegaan van de optelsom van alle geluidbronnen (gezamenlijke geluid), terwijl dat onder de Wet geluidhinder per geluidsoort werd gedaan. • Uit jurisprudentie volgen enkele aandachtspunten over de technische details/uitgangspunten van de uitgevoerde metingen/berekeningen. Desalniettemin hebben we, om een eerste indruk van de geluideffecten te verkrijgen, globaal naar de resultaten van eerdere onderzoeken gekeken zoals beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan Badhoevedorp Schuilhoeve, 2018 (vernietigd). Hieruit trekken we de volgende voorzichtige conclusies: • Vanwege wegverkeer (provinciale + rijkswegen en gemeentelijke wegen) is sprake van een geluidbelasting op (delen van) het plan die hoger is dan de standaardwaarde ingevolge Bkl. • Vanwege verkeer op de provinciale wegen + rijkswegen zal naar verwachting op een deel van plan sprake zijn van hogere geluidniveaus dan de grenswaarde ingevolge het Bkl (> 60 dB). Mogelijk dat hierdoor voor een deel van de woningen de aanduiding “niet geluid gevoelige gevels met bouwkundige maatregelen” moet worden overwogen. 19 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
• • •
Vanwege verkeer op de gemeentelijke wegen (m.n. door Laan van Schuilhoeve) is naar verwachting op (delen van) het plan sprake van een geluidbelasting boven de standaardwaarde ingevolge Bkl, maar hoogstwaarschijnlijk niet hoger dan de grenswaarde ingevolge Bkl. Vanwege het verkeer op de gemeentelijke wegen (m.n. door Laan van Schuilhoeve) is naar verwachting sprake van een geluidbelasting die niet hoger is dan de standaardwaarde ingevolge Bkl. Vanuit de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is de geluidzone industrieterrein Schiphol aangeleverd. Voor nieuwe geluidsgevoelige functies, zoals woningen, gold een wettelijke voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) onder de oude wetgeving (Wet geluidhinder). Voor woningen was in bepaalde gevallen de vaststelling van een hogere waarde tot 55 dB(A) mogelijk (uiterste grenswaarde, oude wetgeving Wet geluidhinder). Het gehele plangebied ligt binnen de groene contour (50 dB(A)). Een groot deel ligt binnen de 55 dB(A) contour. Onder de Omgevingswet geldt een standaardwaarde van 50 dB Lden en een grenswaarde van 55 dB Lden. In het meten en beoordelen van geluidsniveaus zijn dB(A) en Lden echter twee verschillende methoden. Vanwege industrieterrein Schiphol zal naar mogelijk op een deel van plan sprake zijn van hogere geluidniveaus dan de grenswaarde ingevolge het Bkl (> 55 dB).
In dat geval is een mogelijke oplossing om voor een deel van de woningen de aanduiding “niet geluid gevoelige gevels met bouwkundige maatregelen” te overwegen. Met afschermende bebouwing op de rand van het plangebied kan het aantal woningen met een geluidniveau boven de grenswaarde mogelijk worden gereduceerd, zo blijkt uit eerder onderzoek beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan Badhoevedorp Schuilhoeve, 2018 (vernietigd).
0
•
Uit de onderzoeken zoals beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan Badhoevedorp Schuilhoeve, 2018 (vernietigd) volgt verder dat er op de beoogde woningen mogelijk sprake is van verhoogde piekgeluidniveaus vanwege proefdraaien op Schiphol. Dit heeft mogelijk nog verdere aandacht nodig in verband met mogelijke belemmering en waarborging van een goed woon- leefklimaat. Over dit aspect zijn in uitspraak van Raad van State inhoudelijke aandachtspunten benoemd over de uitgangspunten van de berekeningen. Het is mogelijk dat aanpassing van de berekeningen, naar aanleiding van deze eerder genoemde aandachtspunten, tot hogere (maximale) geluidniveaus leiden.
20 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
•
Ten slotte is onderzocht wat de gevolgen zijn van grondgeluid op de woon- en leefomgeving. Gezien de inhoudelijke aandachtspunten die in de uitspraak van Raad State aan de orde zijn gekomen ten aanzien van de metingen en berekeningen van grondgeluid, zal moeten worden bezien of dit gevolg heeft voor resultaten en conclusies/ in te zetten maatregelen.
Gezien bovenstaande (geluid> standaardwaarde) zal los van actualisatie van de onderzoeken gericht onderzoek nodig zijn naar: • Mogelijke geluidreducerende maatregelen. • Haalbaarheid van aanwezigheid geluidluwe gevels. • Cumulatieve geluidniveau en beoordelen aanvaardbaarheid ervan. • De hoogte van het gezamenlijke geluid en hieruit volgende benodigde gevelwering. Dit zal naar verwachting tot een hogere benodigde gevelwering leiden dan vooralsnog is bepaald, omdat onder de Omgevingswet naar het totaal van alle bronnen wordt gekeken, terwijl dat onder de Wet geluidhinder per bronsoort was. Daarnaast is het mogelijk dat er, gezien aandachtspunten van Raad van State, meer accent komt te liggen op de lagere frequenties die minder goed met isolatie zijn aan te pakken. De uitkomst van verder onderzoek zal moeten bepalen in hoeverre er voldoende basis is voor een uitvoerbaar plan.
21 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Bedrijven & Milieuzonering Wettelijk kader De inpasbaarheid van activiteiten kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2022’. Met dit hulpmiddel kan worden ingeschat of een activiteit voor wat betreft de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur in een bepaald gebied inpasbaar is. De milieuzonering krijgt vorm door zones die bij grotere afstand tot de woonomgeving voorzien in een oplopende gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf. De afstanden gelden vanaf de grens van een locatie waar de activiteit wordt verricht tot en met een woongebied/gemengd woongebied. Voor de ligging van de verschillende zones ten opzichte van de woonomgeving onderscheid gemaakt tussen rustig woongebied en gemengd gebied. Op basis hiervan wordt bepaald in hoeverre aan de verschillende zones uit de VNG-uitgave wordt voldaan.
Beoordeling Het voornemen voorziet in de realisatie van woningen. In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende locaties met bedrijfsactiviteiten. Daarnaast zijn in het noordwesten van het plangebied een aantal locaties met de bestemming ‘Gemengd’ of ‘Maatschappelijk’. Voorgenoemde locaties hebben volgens de VNG-uitgave verschillende zones (nieuwe VNG uitgave) en richtafstanden (oude VNG uitgave) welke overlap hebben met het plangebied. Het gaat daarbij om zone FM (10 m), zone 1 (30 meter) en zone 2 (50 meter). Er dient binnen de grenzen van het plangebied rekening gehouden te worden met de verschillende bedrijfsactiviteiten en locaties wanneer hier (zeer) kwetsbare objecten zoals woningen gerealiseerd gaan worden. Nader onderzoek daarvoor is nodig indien niet buiten de richtafstand/zones gebleven kan worden.
22 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Waterhuishouding Wettelijk kader Bij het vaststellen van omgevingsplannen moeten gemeenten rekening houden met waterbelangen. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 5.37 van het Bkl. Daarnaast kan de weging van het waterbelang ook nodig zijn bij andere instrumenten. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven.
Beoordeling In het plangebied is momenteel oppervlaktewater aanwezig. Het gaat om sloten, waterplassen en watergangen. Het plangebied is momenteel grotendeels groen en deels verhard/bebouwd. Ten gevolge van het voornemen neemt het aandeel verharding toe in het plangebied. Ten aanzien van de oude wetgeving (Besluit ruimtelijke ordening) en de huidige wetgeving (Omgevingswet) zijn geen significante veranderingen ten opzichte van de beoordeling. Bij een toename aan verharding dient onderzocht te worden op welke manier de waterbelangen meegenomen worden. Hiervoor zal ruimte gereserveerd moeten worden binnen het planvoornemen. Een voorbeeld hiervan zou zijn om wadi’s of (extra) groenstroken aan te brengen, of door te werken met half-verharding in het plangebied. Voor gehele gebiedsontwikkeling Badhoevedorp inclusief voorliggend plangebied is een waterplan opgesteld en vastgesteld. Groot deel van het plangebied betreft gedraineerde sportvelden en was tot enkele jaren geleden verhard met voormalige A9. Er dient een weging van het waterbelang (voorheen: watertoets) uitgevoerd te worden waarin onder andere wordt beschreven hoe wordt omgegaan met een toename aan verharding. 23 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Luchtkwaliteit Wettelijk kader Het project Schuilhoeve is aangemeld als NSL project, maar kan niet als grondslag voor toetsing worden gebruikt aangezien de procedure na inwerkingtreding van Omgevingswet wordt opgestart en hierdoor geen sprake is van overgangsrecht. De projectlocatie valt binnen het aandachtsgebied voor NO2 en PM10. Dit bekent dat getoetst moet worden aan de omgevingswaarden zoals opgenomen in artikel 2.4 en artikel 2.5 lid 1 van het Bkl. De hierin opgenomen waarden komen overeen met de grenswaarden zoals nu opgenomen in de Wet milieubeheer. Toetsing aan de omgevingswaarden is niet aan de orde als het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, zoals bepaald in artikel 5.53 Bkl, dat de zelfde werking heeft als artikel 5.16 lid1 sub c in de huidige Wet milieubeheer. Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. Naast toetsing aan de omgevingswaarden geldt dat in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet). Hiertoe zal moeten worden beoordeeld of de luchtkwaliteit binnen het plangebied aanvaardbaar is.
Beoordeling Uit de toelichting van het bestemmingsplan Badhoevedorp Schuilhoeve, 2018 (vernietigd) blijkt dat ultrafijnstof buiten beschouwing is gebleven vanwege een gebrek aan kennis over de gezondheidseffecten, beperkingen in de meetmethoden en het ontbreken van consensus over wat ultrafijnstof nu precies is. Dit neemt niet weg dat de gemeente de ontwikkelingen rond ultrafijnstof nauwgezet volgt en hierover adviseert. Het RIVM heeft meerdere onderzoeken in 2015 en 2016 uitgevoerd naar ultrafijnstof. Het RIVM constateerde in 2015 dat er weinig bekend was in de literatuur over de gezondheidseffecten van ultrafijnstof en heeft aanbevolen om gezondheidsonderzoek onder omwonenden te doen. Conclusie van het onderzoek uit 2016 is dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat de sterfterisico’s nabij de luchthaven Schiphol afwijken van die van nabijgelegen gebieden of elders in Nederland. De gemeente Haarlemmermeer is voorstander van vervolgonderzoek naar de gezondheidseffecten van ultrafijnstof in de Schipholregio. 24 Samenvattingstabel
Milieuscan projectnummer 0487732.100 12 maart 2024 revisie 03 Gemeente Haarlemmermeer
Het RIVM onderzocht het effect van ultrafijnstof op de gezondheid (zie onderstaand figuur). Het wordt steeds duidelijker dat deze deeltjes effecten kunnen hebben op de gezondheid. Er zijn echter nog geen normen voor ultrafijnstof. Ook is er geen beleid om de concentratie ultrafijnstof of de blootstelling eraan te verminderen. Het figuur toont een zeer indicatieve kaart. Deze kaart is het resultaat van verschillende recente studies die door het RIVM zijn gecombineerd. Het doel van de kaart is vooral richting te geven aan het plannen van aankomende metingen en modellering van ultrafijnstof in Nederland. Door het gebrek aan informatie is het voorbarig al conclusies te verbinden over concentraties in Nederland en/of de ruimtelijke verdeling hiervan over het land.