CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Locatieonderzoek

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 2 februari 2023, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 3: Heijezaal 20.30-22.00 uur RV Intentieovereenkomst en budgetaanvraag haalbaarheidsonderzoek Transformatorstation Bennebroekerweg (geheime bijlage) (2022.0002719)13.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Locatie Op de Energyhub Ruimtelijk Zowel de gemeente als SADC zien deze locatie als een belangrijke entree van Schiphol Trade Park. Direct naast deze locatie is reeds in plannen een landmark voorzien langs A4. Aangezien deze locatie een zichtzone vanaf de A4 betreft, is extra aandacht nodig ten behoeve van een ruimtelijke inpassing. SADC ziet hierin een kans om een transformatorstation te combineren met een landmark. De gemeente daarentegen heeft in meerdere gemeentelijke groene en blauwe beleidsplannen en in de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 uitwerking gegeven aan een groenblauwe zone langs de A4. Enerzijds om ruimte te bieden voor wateropvang verband houdende met de voorgenomen stedelijke ontwikkelingen (bedrijventerreinen aan weerszijden A4, ontwikkeling Prima4a, etc.) en anderzijds verband houdende met een goede landschappelijke inpassing van deze hoofdverkeersader en het leggen van groene verbindingen tussen het oostelijk en het westelijke gedeelte van de gemeente. Park 21 en Geniedijk en Geniepark zijn hierbij de belangrijkste dragers. Dit is vanuit de gemeente ook de belangrijkste reden van het ontbreken van een programma op de als “Op de Energiehub” aangeduide locatie. Met de aanduiding “landmark” wordt meer aangesloten bij de beoogde groen-blauwe zonering, een transformatorstation is volgens de gemeente hier niet passend bij. 32

Afstand tot gevoelige objecten Afstand tot de woningen aan de Bennebroekerweg 305 en 307 bedraagt circa 200 m, deze woningen worden gesloopt en vervangen door 2 nieuwe woningen.

Locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 1 en 2) Ruimtelijk Deze locatie grenst aan Park21. Slechts een klein deel overlapt het plangebied. De gemeente heeft het ontwerp bestemmingsplan vanaf 25 februari 2022 ter inzage gelegd. De plannen voor Park21 zijn in dat plan aangepast ten opzichte van eerdere ideeën voor ontwikkeling van het gebied. Op grond van het bestemmingsplan moet verder uitgewerkt worden hoe de invulling van het gebied wordt vormgegeven. Ter plaatse is in de plannen van Park21 geen bebouwd programma gepland. Het gaat hier om het agrarische gedeelte (de polderlaag) dat een cultuurhistorische waarde heeft en om een parkbos dat bedoeld is als openbaar gebied om te kunnen wandelen en fietsen.

Zoals in paragraaf 2.3.3. is aangegeven ziet de gemeente in het ontwerp van de aanpassing van de Bennebroekerweg een mogelijkheid om een transformatorstation tussen de bestaande en nieuwe Bennebroekerweg in te passen. De locatie Bennebroekerweg fungeert als een belangrijke entree-as van de gemeente en zij ziet dit ook als een belangrijke landschappelijke zichtlocatie. Gemeente Haarlemmermeer pleit om kwalitatieve redenen voor een GIS-station. Het inpassen van een onderstation vergt ook hier aandacht voor de beeldkwaliteit en de landschappelijke inpassing. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met het realiseren van een (natte) ecologische verbindingszone (onderdeel van NNN) tussen de N205 en de A4. Dit zal plaatsvinden tussen de noordstrook van Park 21 en de zuidberm van de verlegde Nieuwe Bennebroekerweg. De gemeente geeft aan dat zij een GIS-station op deze locatie als de enige optie ziet. Bij het kruispunt Bennebroekerweg met de RijnLanderweg is een kunstwerk van Park21 aanwezig. Afstand tot gevoelige objecten De afstand tot woningen is afhankelijk van op welk deel van de locatie het station gesitueerd wordt. De afstand varieert van enkele meters van de woningen aan de zuidoostzijde en noordoostzijde van het kavel tot circa 100 m als het station aan de spoorzijde van het kavel gesitueerd is.

De woning nabij het kruispunt Bennebroekerweg/Rijnlanderweg heeft de functie bedrijfsdoeleinden en wonen (het betreft hier meerdere bedrijven van 1 eigenaar die als bedrijfspand worden verhuurd, tevens wordt er een woning verhuurd). De woning ten zuiden daarvan aan de Rijnlanderweg heeft de functie wonen. 33

De huidige woningen langs de Bennebroekerweg 305 en 307 nabij de A4 (kadastraal AL 865/866) worden gesloopt en worden vervangen door 2 nieuwe woningen( kadastraal AL 863,865,866). Conform de belemmeringenkaart (deelgebied 2 in paragraaf 2.3.3) is realisatie van een station op kavel 373 aan de zuidoostzijde van de leidingenstrook hierdoor niet mogelijk.

Locatie In de Campus Ruimtelijk • Een stationslocatie past goed in het GDCC, qua thema (data, stroom, technologie) past het ook bij de daar geplande datacenters. • Binnen STP bepleiten gemeente en SADC voor een GIS-station. Dit om in elk geval aan de gestelde eisen in het Beeldkwaliteitsplan te kunnen voldoen. • Als we meer inzoomen op de mogelijke locatie van het onderstation, dan is deze niet gewenst aan de centrale as, maar wellicht is deze wel beter in te passen in het midden van het gebied. In overleg met SADC zal moeten worden overlegd of inpassing aan de zijde van de Bennebroekerweg ook mogelijk is. • SADC is bereid om een marktrisico te nemen door haar programmering van de Green Data Center Campus aan te passen naar 2 à 3 grote datacenters. Hoewel dit locatieonderzoek daar wel vanuit gaat, is SADC niet bereid bij de locatiekeuze In de Campus om een marktrisico te nemen. Afstand tot gevoelige objecten Binnen het gebied is er voldoende ruimte om een stationslocatie te realiseren waarbij met name de transformatoren op enige afstand tot de bestaande woningen komen te staan. Dit heeft mogelijk impact op het ruimtebeslag van het station, omdat alle ingaande en uitgaande kabels ook via uitgeefbare gronden terug moeten worden geleid naar het ‘hoofdtracé’ langs de Bennebroekerweg.

34

4

Algemene beschouwing: verschillen tussen locaties en selectie voorkeurslocatie.

Overzichtstabel In het beoordelingskader hieronder zijn alle onderscheidende thema’s betreffende de vier locaties door middel van waarderingsscores samengevat, zodat de verschillen duidelijk zichtbaar zijn. De scores variëren tussen neutraal, zijnde niet onderscheidend ten opzichte van de andere locaties, minder gunstig dan neutraal en meer gunstig dan neutraal. Er is geen wegingsfactor toegepast. 0 +

Neutraal, niet onderscheidend Minder gunstig t.o.v. neutraal Meer gunstig t.o.v. neutraal

Thema

Variant Op de Energyhub

Variant Langs de Bennebroeker weg (optie 1)

Variant Langs de Bennebroekerweg (optie 2)

Variant In de Campus

Technische uitvoerbaarheid Lengte kabeltracés

0

+

0

0

-

+

-

+

Breedte kabeltracés

0

+

0

+

Ruimte voor toekomstige onderen bovengrondse infra Raakvlakken

0

+

0

+

-

+

-

+

Grondeigendom

+

0

0

-

SADC geeft aan dat verkoopbereidheid

de verkoopbereid op

hoog is, ivm relatief

deze plek laag is,

lage grondprijs,

ivm schaarste en

aangezien er verder

kostbare uitgeefbare

geen plannen zijn met

grond.

dit gebied.

Ruimtelijke inpassing

-

In de gemeentelijke

SADC geeft aan dat

0

0

-

Bij handhaving

beleidsplannen wil de

woning en realisatie

gemeente een

station zal dit een

landmark, dat aansluit

impact hebben op

op de beoogde groen-

het ruimtebeslag,

blauwe zonering op

omdat alle ingaande

deze locatie. Een

en uitgaande kabels

transformatorstation is

ook via uitgeefbare

hierbij niet passend.

gronden terug moeten worden geleid naar het ‘hoofdtracé’ langs de Bennebroekerweg.

Totaal onderscheidende thema’s

-2

+5

-2

+2

35

In onderstaande tabel staan alle niet- onderscheidende thema’s betreffende de vier locaties samengevat, deze hebben een waarderingsscore gelijk aan 0. De kolom met bevindingen benoemd het belangrijkste argument hiervoor.

Thema Landschappelijke inpassing

Bevinding 0

Voor alle locaties geldt dat er veel aandacht is voor de beeldkwaliteit en dat een transformatorstation landschappelijk ingepast dient te worden. De gemeente verwacht dat waar het de voorkeurlocatie betreft er sprake zal zijn van een zorgvuldig ontwerp dat recht doet aan de locatie (entree Hoofddorp, landschappelijk Park21 en landschappelijke inpassing Nieuwe Bennebroekerweg.)

Geluid

0

niet direct onderscheidend, aangezien op alle locaties voldoende ruimte beschikbaar is om op voldoende afstand van gevoelige objecten te blijven.

Externe veiligheid

0

Bestemmingsplantoets

0

Het station is geen risicovolle inrichting zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Op alle locaties dient het bestemmingsplan te worden herzien en is een omgevings-vergunning milieu noodzakelijk.

Bodem

0

Er is weinig bekend over de bodemkwaliteit van de vier potentiële stationslocaties. Na vaststelling voorkeurslocatie zal nader onderzoek worden gedaan.

Archeologie en aardkunde

0

De archeologische verwachtingswaarde van de vier potentiële stationslocaties is laag, tevens is het geen aardkundig waardevol gebied.

Conventionele explosieven

0

Natuur

0

Mogelijke aanwezigheid van explosieven is niet bepalend voor de locatie. Na vaststellen voorkeurslocatie volgt nader onderzoek. Negatieve effecten op de instandhoudings-doelstelling van beschermde natuurgebieden zijn op voorhand uitgesloten.

Water

0

Overstromingsgevaar ,beschermingszones, watercompensatie, lozing en onttrekking zijn niet onderscheidend voor keuze voorkeurslocatie.

EM-velden

0

In het gebied rondom en buiten de hekken van een onderstation is het magneetveld vaak lager dan de grens van 100 microtesla. De locaties zijn daardoor niet onderscheidend.

Voorkeurslocatie Op basis van de overzichtstabel met onderscheidende thema’s blijkt dat de locatie Langs de Bennebroekerweg optie 1 het meest gunstig scoort als locatie voor een transformatorstation. Voornamelijk is dit het gevolg van een betere tracering van de diverse kabelcircuits en de ligging ten opzichte van de primaire voedingsgebieden. Indien we de mogelijkheid tot ruimtelijke inpassing nader beschouwen, scoort Langs de Bennebroekerweg optie 1 ook beter dan Langs de Bennebroekerweg optie 2 en In de Campus. De locatie In de Campus heeft tevens naar verwachting een lagere verkoopbereidheid met een relatief hogere grondprijs. De overige thema’s onderscheiden zich maar in geringe mate van elkaar. Hieruit kunnen we concluderen, de diverse thema’s overwegende, dat de locatie Langs de Bennebroekerweg optie 1 als voorkeurslocatie is gekozen.

36

Bijlage 1 Overzicht niet-onderscheidende planologische- en omgevingsaspecten

Geluid Voor de potentiële stationslocaties geldt een verplichting tot het vastleggen van een geluidszone, omdat het gelijktijdig in te schakelen elektrische vermogen van de buiten opgestelde transformatoren 200 MVA of meer bedraagt. Hiermee valt het station in categorie 20.1b van onderdeel C van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Conform onderdeel D van bijlage I bij het Bor moet het station worden gezien als een inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken. De bepalingen uit de Wet geluidhinder zijn van toepassing op het station. Om te voorkomen dat er nieuwe geluidgevoelige functies worden gerealiseerd in de nabijheid van het station, moet het station conform artikel 41 van de Wet geluidhinder worden voorzien van een geluidzone. Buiten deze geluidzone mag de geluidbelasting vanwege het station niet meer dan 50 dB(A) bedragen. De geluidsbronnen op het station zijn de transformatoren en compensatiespoelen. Voor dit ontwerp is nog geen geluidsonderzoek uitgevoerd, maar hebben we op basis van ervaringscijfers van vergelijkbare stations een kwalitatieve inschatting gemaakt van het effect van geluidshinder op in de omgeving aanwezige gevoelige objecten zoals woningen. Bepalend bij het geluidsonderzoek is dat er binnen de 50 dB(A) etmaalwaarde contour rondom een transformatorstation geen woningen liggen.

Eventueel aanwezige bedrijfsgebouwen mogen wel binnen de geluidcontour liggen, dit zijn echter geen geluidgevoelige objecten. Deze gebouwen zijn niet beschermd vanuit het oogpunt van geluid en de belasting heeft geen negatief effect op het gebruik. Betreffende het aspect geluid zullen we in het kader van de nieuwe Omgevingswet de vereiste leefomgevingskwaliteit nader toetsen aan het geluidsbeleid en de gewenste maatschappelijke ontwikkelingen in het onderhavige gebied, conform de gemeentelijke Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De gemeenteraad neemt naar verwachting begin 2022 een besluit met betrekking tot de definitieve 'Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040'. Betreffende de potentiële locaties is het aspect geluid niet direct onderscheidend, aangezien op deze locaties voldoende ruimte beschikbaar is om op voldoende afstand van gevoelige objecten te blijven.

Externe veiligheid Het station is geen risicovolle inrichting zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en wordt dan ook niet benoemd onder één van de categorieën van inrichtingen waarop het Bevi van toepassing is. Onderzoek naar het aspect externe veiligheid is daarom niet nodig. In figuur 12 is uitsnede van de risicokaart6 weergegeven in de omgeving van de vier potentiële stationslocaties. De figuur laat zien dat voor de twee locaties Langs de Bennebroekerweg-optie 2 en Op de Energyhub een Gasunie leiding een belemmering kan vormen voor de voedende en afgaande kabelcircuits. Deze gasleiding loopt grenzend aan de locatie Langs de Bennebroekerweg (optie2) en ligt op ongeveer 100 meter van de locatie Op de Energyhub. Om te beoordelen of eventuele maatregelen nodig zijn, moeten beïnvloedingsberekeningen worden uitgevoerd van de afgaande kabelcircuits op de gasleiding. Locaties Langs de Bennebroekerweg (optie1) en In de Campus hebben niet te maken met buisleidingen en overige belemmeringen.

6

www.risicokaart.nl 37

Langs de Bennebroekerweg(optie 2)

→

Figuur 12 Uitsnede risicokaart in de omgeving vier potentiële stationslocaties

38

Bestemmingsplantoets locatie Op de Energyhub Locatie Op de Energyhub De locatie Op de Energyhub betreft perceel AL 2092 nabij de kruising van de Bennebroekerweg met de rijksweg A4. Het perceel ligt binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan Hoofddorp Schiphol Trade Park Entreegebied, onherroepelijk vastgesteld op 11 juni 2019. In onderstaande figuur is de verbeelding van het bestemmingsplan ter hoogte van de potentiële stationslocatie afgebeeld.

AL 2092

Figuur

Verbeelding bestemmingsplan Hoofddorp Schiphol Trade Park Entreegebied met uitkadering perceel van potentiële stationslocatie Op de

Energyhub (bron: ruimtelijke plannen.nl).

De grond heeft de enkelbestemmingen Agrarisch en Groen. De functie transformatorstation is strijdig met deze twee bestemmingen. Betreffende de groene zone is het niet mogelijk om een nieuw station te realiseren. We gaan er echter vanuit dat in beginsel de gemeente Haarlemmermeer en SADC bereid zijn om mee te werken aan het publiekrechtelijk geschikt maken van deze locatie. Voor het hele perceel geldt ook een aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone – lib’. Het LIB staat voor ‘luchthavenindelingsbesluit’. Hierin staan de maximale bouwhoogtes vastgelegd om de veiligheid van zowel het vliegverkeer als de leefomgeving rondom Schiphol te waarborgen. Om de maximale bouwhoogte te bepalen, moet deze locatie worden getoetst aan het LIB (zie ook paragraaf 4.6). Op basis van het LIB blijkt dat de maximale bouwhoogtes van de locaties tussen 30 en 45 meter ten opzichte van het huidige maaiveldniveau bedragen. De maatgevende toetshoogten met betrekking tot radarapparatuur varieert tussen de 50 en 55 m. Daarmee zijn er geen belemmeringen op basis van de hoogtebeperkingen uit het LIB. Daarnaast gaat het perceel van de locatie Op de Energyhub voor een deel door LIB gebied 3 (Beperkingengebied kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten), zie figuur 13, met hierbij de opmerking dat dit hier om een klein deel van het perceel gaat.

Net zoals bij de locatie Langs de Bennebroekerweg, mogen binnen LIB gebied 3 in principe geen nieuwe gebouwen worden gerealiseerd. Door middel van een verklaring van geen bezwaar kan hierop een uitzondering worden gemaakt, onder andere voor bedrijvigheid waar een beperkt aantal personen (per hectare) actief zal zijn. Voor die situatie zal overleg moeten plaatsvinden met de Inspectie Leefomgeving en Transport en met de Luchtverkeersleiding Nederland.

39

AL 2092

Figuur 13 LIB gebied 3 door percelen potentiële stationslocatie Op de Energyhub Conclusie: • De bouw van het station is strijdig met de vigerende bestemmingen • Omdat het om een geluidzoneringsplichtige inrichting gaat (art 40 Wgh) en omdat het opgestelde vermogen binnen de milieucategorie 4.2 valt, is er daarom zowel een herziening van het bestemmingsplan als een omgevingsvergunning activiteit milieu nodig. Voor de ondergrondse 150kV-kabelcircuits zal een dubbelbestemming worden opgenomen in het bestemmingsplan. De ligging van de kabelcircuits worden in de onderzoeken ten behoeve van het bestemmingsplan getoetst aan de wet- en regelgeving.

40

Bestemmingsplantoets locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 1) De locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 1) betreft de percelen AM 1837 en een deel van de percelen AM 373 en AM 1598. Deze percelen liggen binnen plangrenzen van het bestemmingsplan Hoofddorp A4 zone West, onherroepelijk vastgesteld op 16 februari 2007, zie onderstaand figuur.

AM 1837

AM 373

Langs de Bennebroekerweg optie 1

AM 1598

Langs de Bennebroekerweg optie 2

AM 1598

Figuur 14 Verbeelding bestemmingsplan Hoofddorp A4 zone West met uitkadering perceel van potentiële stationslocatie Langs de Bennebroekerweg (bron: ruimtelijke plannen.nl).

Daarnaast geldt voor een gedeelte van perceel AM 1598 het voorontwerp bestemmingsplan PARK21, 10 juni 2021, zie onderstaand figuur:

41

AM 1837

AM 373

Langs de Bennebroekerweg optie 1 AM 1598

Langs de Bennebroekerweg optie 2

AM 1598

Figuur 15 Verbeelding voorontwerp bestemmingsplan PARK21 met uitkadering perceel van potentiële stationslocatie Langs de Bennebroekwerweg (bron: ruimtelijke plannen.nl).

De grond van de drie percelen hebben de enkelbestemmingen Agrarische Doeleinden II (AII), Uit te werken Verkeersdoeleinden (UV) en Groenvoorzieningen 2 (G2). De functie transformatorstation is strijdig met alle drie de enkelbestemmingen. De drie percelen gaan daarnaast door een veiligheidszone (V) en 10-6 individueel risicocontour (R). Binnen deze zones zijn geen gebouwen toegestaan, behoudens bestaand gebruik van gebouwen met een kantoorfunctie of van bedrijven. Voor de locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 1) geldt dat de grond van een deel van perceel AM 1598 valt binnen het voorontwerp bestemmingsplan PARK21 met de enkelbestemming Agrarisch. De functie transformatorstation is strijdig hiermee. Voor dit perceel geldt ook een aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone – lib’. Het LIB staat voor ‘luchthavenindelingsbesluit’. Hierin staan de maximale bouwhoogtes vastgelegd om de veiligheid van zowel het vliegverkeer als de leefomgeving rondom Schiphol te waarborgen. Om de maximale bouwhoogte te bepalen, moet deze locatie worden getoetst aan het LIB (zie ook paragraaf 4.6). Op basis van het LIB blijkt dat de maximale bouwhoogtes van de locaties tussen 30 en 45 meter ten opzichte van het huidige maaiveldniveau bedragen. De maatgevende toetshoogten met betrekking tot radarapparatuur varieert tussen de 50 en 55 m.

Daarmee zijn er geen belemmeringen op basis van de hoogtebeperkingen uit het LIB. Daarnaast gaan de percelen AM 1598 en AM 373 van deze locatie voor een deel door LIB gebied 1 en 3 (zie figuur 16). Binnen LIB gebied 3 (Beperkingengebied kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) mogen in principe geen nieuwe gebouwen worden gerealiseerd. Door middel van een verklaring van geen bezwaar kan hierop een uitzondering worden gemaakt, onder andere voor bedrijvigheid waar een beperkt aantal personen (per hectare) actief zal zijn. Voor die situatie zal overleg moeten plaatsvinden met de Inspectie Leefomgeving en Transport en met de Luchtverkeersleiding Nederland. Conclusie: • De bouw van het station is strijdig met de vigerende bestemmingen • Omdat het om een geluidzoneringsplichtige inrichting gaat (art 40 Wgh) en omdat het opgestelde vermogen binnen de milieucategorie 4.2 valt, is er daarom zowel een herziening van het bestemmingsplan als een omgevingsvergunning activiteit milieu nodig. 42

Voor de ondergrondse 150kV-kabelcircuits zal een dubbelbestemming worden opgenomen in het bestemmingsplan. De ligging van de kabelcircuits worden in de onderzoeken ten behoeve van het bestemmingsplan getoetst aan de wet- en regelgeving.

43

Bestemmingsplantoets locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 2) De locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 2) betreft een deel van de percelen AM 1598 en AM 373. Deze percelen liggen binnen plangrenzen van het bestemmingsplan Hoofddorp A4 zone West, onherroepelijk vastgesteld op 16 februari 2007, zie figuur 14. Daarnaast geldt voor een gedeelte van perceel AM 1598 het voorontwerp bestemmingsplan PARK21, 10 juni 2021, zie figuur 15. De grond van de twee percelen hebben de enkelbestemmingen Agrarische Doeleinden II (AII), Uit te werken Verkeersdoeleinden (UV) en Groenvoorzieningen 2 (G2). De functie transformatorstation is strijdig met alle drie de enkelbestemmingen. De drie percelen gaan daarnaast door een veiligheidszone (V) en 10-6 individueel risicocontour (R). Binnen deze zones zijn geen gebouwen toegestaan, behoudens bestaand gebruik van gebouwen met een kantoorfunctie of van bedrijven. Voor de locatie Langs de Bennebroekerweg (optie 2) geldt dat de grond van een deel van perceel AM 1598 valt binnen het voorontwerp bestemmingsplan PARK21 met de enkelbestemming Agrarisch. De functie transformatorstation is strijdig hiermee. Voor dit perceel geldt ook een aanduiding ‘luchtvaartverkeerzone – lib’. Het LIB staat voor ‘luchthavenindelingsbesluit’.

Hierin staan de maximale bouwhoogtes vastgelegd om de veiligheid van zowel het vliegverkeer als de leefomgeving rondom Schiphol te waarborgen. Om de maximale bouwhoogte te bepalen, moet deze locatie worden getoetst aan het LIB (zie ook paragraaf 4.6). Op basis van het LIB blijkt dat de maximale bouwhoogtes van de locaties tussen 30 en 45 meter ten opzichte van het huidige maaiveldniveau bedragen. De maatgevende toetshoogten met betrekking tot radarapparatuur varieert tussen de 50 en 55 m. Daarmee zijn er geen belemmeringen op basis van de hoogtebeperkingen uit het LIB. Daarnaast gaan de percelen AM 1598 en AM 373 van deze locatie voor een deel door LIB gebied 1 en 3 (zie onderstaand figuur 16). Binnen LIB gebied 3 (Beperkingengebied kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) mogen in principe geen nieuwe gebouwen worden gerealiseerd. Door middel van een verklaring van geen bezwaar kan hierop een uitzondering worden gemaakt, onder andere voor bedrijvigheid waar een beperkt aantal personen (per hectare) actief zal zijn. Voor die situatie zal overleg moeten plaatsvinden met de Inspectie Leefomgeving en Transport en met de Luchtverkeersleiding Nederland.

Langs de Bennebroekerweg optie 1

Langs de Bennebroekerweg optie 2 Figuur 16 LIB gebied 1 en 3 door percelen potentiële stationslocatie Langs de Bennebroekerweg 44

Conclusie: • De bouw van het station is strijdig met de vigerende bestemmingen • Omdat het om een geluidzoneringsplichtige inrichting gaat (art 40 Wgh) en omdat het opgestelde vermogen binnen de milieucategorie 4.2 valt, is er daarom zowel een herziening van het bestemmingsplan als een omgevingsvergunning activiteit milieu nodig. Voor de ondergrondse 150kV-kabelcircuits zal een dubbelbestemming worden opgenomen in het bestemmingsplan. De ligging van de kabelcircuits worden in de onderzoeken ten behoeve van het bestemmingsplan getoetst aan de wet- en regelgeving.

Bestemmingsplantoets locatie In de Campus Locatie In de Campus De locatie In de Campus ligt in het gebied van de Green Data Center Campus (GDCC) en betreft perceel AL 2692. Het perceel ligt binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan Hoofddorp A4 zone West, onherroepelijk vastgesteld op 16 februari 2007. In onderstaand figuur is de verbeelding van het bestemmingsplan ter hoogte van de potentiële stationslocatie afgebeeld.

AL 2692

AL 2037

Figuur 17 Verbeelding bestemmingsplan Hoofddorp A4 zone West met uitkadering perceel van potentiële stationslocatie In de Campus bron: ruimtelijke plannen.nl).

De grond van de potentiële stationslocatie In de Campus heeft de enkelbestemmingen Uit te werken Bedrijfsdiensten (UB) en Uit te werken gemengde Doeleinden (UGD). De functie nutsvoorzieningen is strijdig met UGD grond. Op de UB grond zijn nutsvoorzieningen wel toegestaan tot een vermogen van 200MVA, daarboven geldt een geluidszoneringsplicht. Perceel AL 2692 grenst aan perceel AL 2037. Op het laatstgenoemde perceel staat een woning en een woning is een geluidsgevoelig object. Mocht de locatie In de Campus als voorkeurslocatie worden gekozen dan moet bij deze locatie 45

rekening worden gehouden met de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op de gevel van het geluidsgevoelig object (zie ook paragraaf 4.4). Inmiddels is er een concept voorontwerp-bestemmingsplan opgesteld voor deze locatie, rekening houdend met de ontwikkelingen op het STP. Dit bestemmingsplan zal pas in procedure worden gebracht nadat er een voorkeurslocatie voor het transformatorstation is gekozen. Conclusie: • De bouw van het station is strijdig met de vigerende bestemmingen • Omdat het om een geluidzoneringsplichtige inrichting gaat (art 40 Wgh) en omdat het opgestelde vermogen binnen de milieucategorie 4.2 valt, is er daarom zowel een herziening van het bestemmingsplan als een omgevingsvergunning activiteit milieu nodig. Voor de ondergrondse 150kV-kabelcircuits zal een dubbelbestemming worden opgenomen in het bestemmingsplan. De ligging van de kabelcircuits worden in de onderzoeken ten behoeve van het bestemmingsplan getoetst aan de wet- en regelgeving.

Bodem Voor het opnemen van een nieuwe bestemming in een plan moet worden aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het plan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Uit het bodemloket zijn er weinig onderzoeken bekend over de bodemkwaliteit van de vier potentiële stationslocaties. Historisch- en mogelijk verkennend bodemonderzoek worden pas uitgevoerd wanneer een voorkeurslocatie is vastgesteld.

Archeologie en aardkunde Archeologie In de Monumentenwet 1988 is de bescherming van het archeologisch erfgoed geregeld (conform het Verdrag van Malta en het Verdrag van Valletta). Deze wet verplicht, om bij de bestemming van het plan, rekening te houden met de in de bodem aanwezige en te verwachten archeologische waarden. Conform de belemmeringenkaart is de archeologische verwachtingswaarde van de vier potentiële stationslocaties laag. Ook is er geen sprake van een dubbelbestemming archeologie. Aardkunde Aardkundige waarden zijn onderdelen van het landschap die de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied duiden. Deze waarden hebben een relatie met (een combinatie van) geologische, geomorfologische, geohydrologische en bodemkundige verschijnselen en processen. Aardkundige waarden kunnen beschermd zijn als aardkundig monument, waarop Omgevingsverordening NH2020 van toepassing is. Op basis van de interactieve kaart “aardkundige monumenten” van Provincie Noord-Holland ligt de vier potentiële stationslocaties niet binnen een aardkundig monument of aardkundig waardevol gebied.

Conventionele explosieven De aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven (CE) uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog in de bodem brengt risico’s met zich mee bij grondroerende werkzaamheden. CE vormen een risico voor het personeel dat de aanleg uitvoert. Daarnaast kan het de openbare veiligheid in het geding brengen. Op basis van voorgaande studies in de omgeving is een inventarisatie gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Voor locatie In de Campus zijn drie vooronderzoeken bekend die zijn uitgevoerd door T&A Survey. Bij locatie Langs de Bennebroekerweg zijn twee vooronderzoeken beschikbaar die tevens zijn uitgevoerd door T&A Survey. De locatie Op de Energyhub kent in totaal vier vooronderzoeken, waarvan drie zijn uitgevoerd door T&A Survey en een door 46

Saricon. Daarnaast zijn er drie opsporingsonderzoeken op deze locatie bekend. Deze opsporingsonderzoeken zijn uitgevoerd door AVG, T&A Survey en Van den Herik Sliedrecht. Het opvragen van deze onderzoeken en eventueel uitvoeren van nader onderzoek zal plaatsvinden wanneer een voorkeurslocatie is vastgesteld

Natuur De Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland verplichten vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen of activiteiten niet conflicteren met aanwezige beschermde plant- en diersoorten en habitats. Voor de haalbaarheidsstudie “150/20kV-transformatorstation Schiphol Logistics Park” (maart 2021) is een ecologische quickscan uitgevoerd door Witteveen + Bos om de effecten te bepalen van het toekomstige station aan de Incheonweg op beschermde gebieden (Natura2000, Natuurnetwerk Nederland en weidevolgelleefgebied) en effecten op beschermde soorten. De conclusies van deze quickscan voor beschermde gebieden Natura2000, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en weidevogelgebied zijn door te trekken naar de vier potentiële stationslocaties. Deze conclusie luidt dat de negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de beschermde natuurgebieden op voorhand zijn uitgesloten mits enkele mitigerende maatregelen in acht worden genomen. Voor het onderhavige locatieonderzoek nemen we deze conclusie als eerste indruk mee. Voor de effecten op beschermde soorten zal nader onderzoek plaatsvinden wanneer een voorkeurslocatie is vastgesteld.

Water Hoogwaterbescherming Nederland bevat veel overstromingsgevoelige gebieden. Het is mogelijk dat voor deze gebieden als gevolg van de Deltabeslissingen andere normeringen en uitgangspunten ten aanzien van het overstromingsrisico zijn bepaald. Een gevolg kan zijn dat, binnen bepaalde dijkringen gelegen, (cruciale) hoogspanningsinstallaties met een zodanig overstromingsrisico te maken krijgen dat maatregelen genomen moeten worden. Dit om de leveringszekerheid van het elektriciteitsnet te garanderen. De vier potentiële stationslocaties liggen in de Haarlemmermeerpolder, een polder waar risico aanwezig is dat het waterpeil in geval van een overstroming tot circa + 2,5 meter kan stijgen. Voor transformatorstation Vijfhuizen heeft TenneT in 2015 een risicomatrix hoogwater laten opstellen, gebaseerd op de normen van het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO). Hieruit kwam naar voren dat er een dermate laag overstromingsrisico voor station Vijfhuizen geldt dat er geen maatregelen ter bescherming tegen hoogwaternoodzakelijk zijn. De vier potentiële stationslocaties liggen in dezelfde dijkring 14 als station Vijfhuizen en zal daarmee hoogstwaarschijnlijk een vergelijkbaar laag overstromingsrisico hebben, dit zal echter wel nader moeten worden onderzocht omdat inmiddels vanaf 2017 nieuwe wetgeving van kracht is met aangepaste overstromingskansen.

We kunnen wel al stellen dat de overstromingskans van alle vier potentiële locaties onderling gelijk aan elkaar is. Voorts borgt het huidige landelijk en regionaal beleidskader geen extra uitgaven met betrekking tot hoogwater. Dit tezamen met het lage overstromingsrisico van de vier potentiële stationslocaties maakt het niet aannemelijk dat er maatregelen om het overstromingsrisico te beperken, noodzakelijk zijn. Eventuele hoogwaterbeschermingsmaatregelen (zoals verhogen maaiveld) wordt nader onderzocht wanneer een voorkeurslocatie is vastgesteld. Watercompensatie Bij ruimtelijke plannen en besluiten moet een watertoets worden uitgevoerd, waarmee onder meer inzicht wordt verkregen in hoeverre compensatie van verhard oppervlak verplicht is. Het Hoogheemraadschap Rijnland heeft een “Handreiking Watertoets” opgesteld. Deze handreiking vormt een houvast voor het volwaardig meenemen van water in de planvorming. Wanneer een voorkeurslocatie is vastgesteld, zal nader een Watertoets worden uitgevoerd. 47

Waterbeschermingsgebieden en beschermingszones waterkeringen Alle vier de potentiële stationslocaties liggen niet in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. Daarnaast valt deze locatie buiten de beschermingszones van de waterkeringen. Onttrekken en lozen van grondwater Voor de realisatie van het station is onttrekking en lozing van grondwater noodzakelijk. Gezien de geohydrologische situatie zijn risico’s te verwachten met betrekking tot de hoeveelheden en kwaliteit van het grondwater (mogelijk chloride houdend) en het opbarsten van sleuf- en putbodems. Deze aspecten dienen in een bemalingsadvies te worden onderzocht. Omdat dit niet bepalend is voor de haalbaarheid van het plan, wordt dit op een later moment uitgevoerd.

Elektromagnetische velden 100 microtesla grenswaardecontour Rondom een onderstation zijn magnetische velden aanwezig, afkomstig van de transformatoren, compensatiespoelen en de schakelinstallaties. Voor de blootstelling - kortdurend of langdurend - aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld, maar is er wel sprake van Europees en nationaal beleid. Voor transformatorstations heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. Mensen mogen in de openbare ruimte niet blootgesteld worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. Voor de vier potentiële stationslocaties is nog geen magneetveldonderzoek uitgevoerd, maar hebben we op basis van ervaringscijfers van vergelijkbare stations, zoals bv de Incheonweg een kwalitatieve inschatting gemaakt van het effect van omvang van de 100 microtesla magneetveldcontour van een onderstation, om zo te toetsen dat deze niet buiten de erfgrens van een onderstation treedt. Er zijn verschillende rekenscenario’s mogelijk, waarbij de scenario’s onderling verschillen door de gekozen combinatie van stroomrichtingen in de railsystemen van de 150kV schakelinstallatie en de 20kV schakelinstallaties.

Door de opstelling van de 20kV schakelinstallaties naast elkaar in dezelfde richting, net zoals bij de Incheonweg, leidt het scenario waarbij de railsystemen gelijke stroomrichting hebben tot de hoogste magnetische veldsterkte en daarmee de grootste omvang van de 100 microtesla magneetveldcontour. Uit de berekeningen bij nominale belasting van alle componenten blijkt dat de 100 microtesla magneetveldcontour voor de eindsituatie van een vergelijkbaar onderstation geheel binnen de erfgrens van het onderstation blijft. Uit vergelijkbare onderzoeken blijkt zelfs dat de contour vaak binnen de grenzen van de installaties en daarmee ruim binnen de grenzen van een station blijft. In gebied rondom en buiten de hekken van een onderstation, wat toegankelijk is voor burgers, is het magneetveld daarom vaak lager dan 100 microtesla.

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=6d01a313-a9a4-40e7-b1c1-c80f0ab0269c